ID.nl logo
Zo bouw je je eigen 'mesh-netwerk’
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je je eigen 'mesh-netwerk’

Overal snelle wifi is een van de belangrijke eisen die we stellen aan onze woonomgeving. Met de komst van mesh- of multiroom-wifisystemen beloven de routerfabrikanten dit nu ook echt te leveren, maar daarvoor vragen ze wel de hoofdprijs. Met wat oude routers kun je zonder die kosten te maken een vergelijkbaar goed wifi-netwerk bouwen.

Mesh-wifiis de belangrijkste innovatie in het thuisnetwerk van de laatste jaren. Kenmerkend voor mesh is dat het niet uitgaat van één centrale router die vanaf één plek in huis overal de wifi levert, maar dat er meerdere accesspoints worden gebruikt. Die accesspoints vormen samen een groot draadloos netwerk dat ook goede ontvangst biedt op plekken waar de gewone wifi niet komt. Doordat de losse accesspoints slim met elkaar samenwerken, kan de gebruiker zich bovendien vrij binnen het netwerk verplaatsen zonder dat zijn smartphone of laptop de verbinding verliest.

©PXimport

01 Geen kabels

Een ander kenmerk van mesh-wifi is dat er geen netwerkkabels nodig zijn, aansluiten op het stopcontact is voldoende. Anders dan traditionele wifi gebruikt mesh-wifi namelijk behalve voor de communicatie tussen draadloze apparaten en het accesspoint ook voor de communicatie tussen de accesspoints zelf een draadloze verbinding. Routerfabrikanten noemen de verbinding tussen de accesspoints de backhaul en deze is bepalend voor de stabiliteit en snelheid van het mesh-systeem. Omdat ook een draadloze backhaul gevoelig is voor signaalverlies door muren, plafonds en de wifi van de buren, bieden sommige mesh-wifisystemen de mogelijkheid om de accesspoints toch met een netwerkkabel aan te sluiten.

©PXimport

Een leuk klusje

Woon je in een huis waar bij de bouw geen rekening is gehouden met het hebben van een thuisnetwerk, dan lijkt mesh-wifi die geen kabels nodig heeft een goede keuze. En hoewel het alsnog aanleggen van netwerkbekabeling een flinke uitdaging kan zijn, is het een eenmalige operatie die een echt veel beter thuisnetwerk oplevert. Zeker wanneer je huis een kruipruimte heeft en een centrale kolom waar de meeste kabels en buizen doorheen lopen, dan kun je vaak door een gericht aantal gaten te boren in muren en vloeren, overal bedrade netwerkverbindingen krijgen.

©PXimport

02 Zelfbouw-mesh

Wil je de wifi upgraden, maar vind je de kosten van een mesh-wifisysteem te hoog, dan kun je met wat met oude routers een vergelijkbaar systeem te bouwen. Dit hoeven ook niet de beste en allerduurste routers te zijn, maar ondersteuning van de 5Ghz-band en 802.11n of nieuwer heeft wel de voorkeur. De routers hoeven ook niet van hetzelfde merk of model te zijn, ze worden apart van elkaar in gebruik genomen. Begin ermee de router te resetten naar fabrieksinstellingen. Hoe dit moet, verschilt per merk en soms per model, maar staat altijd beschreven in de handleiding op de site van de routerfabrikant. Verbind daarna de wan-poort van de router met een van de lan-poorten op de router van de internetprovider en schakel de eerste in. Sluit dan een pc of laptop aan op een van de lan-poorten van de router die je zojuist gereset hebt en wacht tot de verbinding is opgekomen. Start een opdrachtprompt door in Windows op Start te klikken. Typ dan cmd en druk op Enter. Typ op de prompt het commando ipconfig en druk op Enter. Noteer het ip-adres dat genoemd wordt als Default Gateway en typ dit in de adresbalk van de webbrowser en druk opnieuw op Enter. Log in op de router met het standaardgebruikersnaam en wachtwoord, zoek het onderdeel Firmware en download en installeer de nieuwste firmware op de router.

©PXimport

03 Heatmap

De extra routers gaan gebruikt worden als extra accesspoints in het thuisnetwerk. Ze moeten ervoor zorgen dat het signaal ook komt op plekken waar de wifi-ontvangst nu onvoldoende is. Het aantal benodigde routers wordt bepaald door het aantal plekken in en om het huis met slechte wifi. Wil je dit echt goed in beeld brengen, maak dan een heatmap. Dat is een grafische weergave van de ruimte, zeg het huis en de tuin, met daarbij aangegeven hoe sterk het draadloos netwerk overal is. Dit kan heel uitgebreid met de betaalde versie van NetSpot (Windows, Mac) maar je kunt ook op één of enkele A4’tjes een plattegrond tekenen en daar de plekken met slechte of juist goede wifi intekenen.

Weet je niet precies waar de wifi beter moet, loop dan rond met een programma dat de kracht van de wifi inzichtelijk maakt, zoals WiFi Man of Net Analyzer. Voor de pc zijn er WiFi Analyzer uit de Windows Store en Acrylic WiFi, net als de gratis versie van het net genoemde NetSpot (Windows én Mac). Deze apps geven allemaal de sterkte van het wifi-signaal en door rond te lopen zie je hoe het overal verschilt. Let wel, de sterkte van wifi wordt gemeten in decibel-milliwatt (dBm). Dit getal is altijd negatief en hoe dichter bij nul, hoe sterker het signaal. Waarden lager dan -75 dBm gelden als slecht.

©PXimport

04 Router als accesspoint

Steeds meer routers bieden behalve de mogelijkheid het apparaat echt als router te gebruiken, ook ondersteuning voor gebruik als repeater of accesspoint. Vooral de laatste modus, waarbij de router via een netwerkkabel aangesloten wordt op het bestaande netwerk en daarna als een echt accesspoint werkt, is erg handig bij het bouwen van een eigen mesh-wifinetwerk. Selecteer als de router deze mogelijkheid ondersteunt, Access Point (AP) mode en klik op Apply. Configureer in de volgende schermen of je het accesspoint een vast ip-adres wilt geven of dat je dat automatisch via dhcp wilt laten gebeuren. Kies je voor vast, geef dan ook subnetmasker, default gateway en de ip-adressen van twee dns-servers (meestal het ip-adres van de router van de internetprovider en bijvoorbeeld 8.8.8.8 voor een van de Google DNS-en). Om te beginnen is dhcp vaak de goede optie, aanpassen kan later altijd nog. Opletten is het bij de Wireless Settings, gebruik hier dezelfde ssid en dezelfde beveiligingsopties en sleutel als bij het netwerk dat je met het accesspoint wilt uitbreiden. Na de laatste Apply zal de verbinding met de router wegvallen, omdat deze niet meer als router werkt en nu onderdeel is van het oorspronkelijke thuisnetwerk. Wanneer je nu inlogt op de webinterface van het accesspoint zul je zien dat alle wan-, firewall- en routerfuncties zijn verdwenen. Duidelijk zichtbaar is dat de router in AP-modus draait. Je kunt de router nu afsluiten en verplaatsen naar de plek in huis waar je het extra accesspoint wilt plaatsen om er het wifi-signaal te verbeteren. Sluit het daar aan op het lichtnet en het thuisnetwerk en alle apparaten die nu het nieuwe accesspoint gebruiken, zullen een veel betere en snellere verbinding hebben.

©PXimport

05 Router als repeater

Is het niet mogelijk de extra router met een netwerkkabel aan te sluiten, gebruik dan de repeater-modus. De router functioneert ook dan als een accesspoint, maar gebruikt zelf ook het draadloze netwerk om zich met het netwerk te verbinden. De repeater-router en de apparaten die via hem verbinding maken met het draadloos netwerk en het internet delen dus de bandbreedte van het draadloos netwerk van de repeater. Het voordeel hiervan is dat de router doorgaans een sterkere antenne heeft dan smartphones en tablets. Die kunnen de sterkere verbinding van de repeater-router als een soort verlengstuk van hun eigen draadloos signaal gebruiken. Net als bij het inschakelen van de accesspoint-modus schakelt de router de firewall, de dhcp-server en alle bijbehorende routerfunctionaliteit uit.

Om de router als repeater te gebruiken zoek je in de webinterface naar de Repeater Modus. Selecteer die en klik op Apply. In een van de volgende stappen moet ook het draadloze netwerk worden geselecteerd waarmee de router zichzelf daarna gaat verbinden en waarmee alle apparaten die aansluiten op de router, ook verbinding maken. Om de router aan te sluiten is het wachtwoord van de betreffende wifi eenmalig nodig.

©PXimport

06 Router handmatig als accesspoint

Biedt de router geen specifieke accesspoint- of repeater-modus, dan is het nog steeds mogelijk deze als extra accesspoint in te zetten. Alleen zul je nu zelf de router zo moeten configureren dat dit werkt. Hiervoor bestaan er twee varianten, een makkelijk en een moeilijkere. Voor de eerste is vereist dat wanneer de router niet via de wan-poort met het netwerk wordt verbonden, maar de verbinding met de internetrouter wordt aangesloten op een van de lan-poorten van de router, deze direct als een switch gaat werken. Vanwege het grote verschil in moeilijkheidsgraad en aantal handelingen is het aan te raden dit eerst te proberen.

Sluit de pc aan op een van de lan-poorten van de router en maak verbinding met de webinterface. Login en configureer het draadloze netwerk met een ssid, encryptie en een wachtwoord. Schakel ook de dhcp-server van de router uit en geef de router een vast ip-adres in de range van je normale router. Bevestig de veranderingen in de configuratie van de router en schakel deze uit. Sluit de router vervolgens via één van de lan-poorten aan op je thuisnetwerk. Schakel daarna de router weer in. Zolang je niet de wan-poort gebruikt, zal de router nu als een switch handelen die onderdeel is van het thuisnetwerk, en de wifi maakt er meteen een extra accesspoint van. De webinterface kun je als het goed is bereiken via het vaste ip-adres dat je hebt ingesteld. Lukt het niet, dan kun je de router eventueel resetten en de methode in de volgende stap proberen.

07 De lastige methode

Vaak is het niet mogelijk de routerfunctie uit te schakelen. Wat wel mogelijk is, is de router via de wan-poort met het thuisnetwerk te verbinden. Op de router configureer je dan een ander netwerk met een andere ip-reeks en dhcp-server dan het bestaande thuisnetwerk. Daarna kun je de wifi configureren zoals de al bestaande wifi. Je zult de onnodige functionaliteit van de router moeten uitschakelen en de voor zijn nieuwe rol benodigde opties configureren. Sluit de extra router via de wan-poort aan, schakel hem in en wacht tot hij operationeel is. Log dan in op de webinterface van de router en configureer voor de lan een ander netwerk dan op de lan van de internetrouter (vaak gebeurt dat al automatisch). Pas ook de dhcp-server hierop aan. Configureer daarna het draadloze netwerk met dezelfde opties als op de internetrouter of eventuele andere accesspoints. De tweede router bouwt dan een eigen netwerk op dat via de internetrouter met het internet is verbonden. Gebruik hiervoor de instellingen in het volgende schema.

©PXimport

08 De wifi-keuze

Bij een wifi-mesh-wifisysteem gebruiken alle accesspoints dezelfde ssid en beveiligingsopties voor het draadloze netwerk. Je kunt vervolgens dankzij het samenwerken van de accesspoints vrij binnen het hele netwerk bewegen zonder de verbinding te verliezen. Bij een zelfbouw-mesh-netwerk is dit veel minder het geval, doordat het eigenlijk niet één netwerk is maar verschillende losse netwerken zijn. Om de werking van een echt mesh-netwerk zoveel mogelijk na te bootsen, kun je ervoor kiezen de naam van het netwerk plus alle beveiligingsopties op alle apparaten hetzelfde in te stellen. Dus overal dezelfde ssid, dezelfde wpa2-versleuteling en dezelfde geheime netwerksleutel. Of het werkt met de eigen smartphones, tablets en notebooks moet je testen.

Werkt het vrij bewegen niet, dan kun je de verbinding verbreken en weer opbouwen op de nieuwe zitplek. Dan zal het apparaat wel het beste signaal kiezen. Een andere optie is om op de extra accesspoints en repeaters een andere ssid te gebruiken. Je hoeft dan geen ander netwerkwachtwoord te onthouden, maar kunt wel heel bewust voor de verbinding met wifi_huiskamer en wifi_zolder kiezen. Minder gebruiksvriendelijk, maar soms wel de betere manier van roamen.

©PXimport

09 Kanalen kiezen

Met meerdere wifi-netwerken zo dicht bijeen, is het belangrijk dat ze elkaar niet verstoren. Dit kun je voorkomen of beperken door binnen de wifi-band van elkaar gescheiden kanalen te gebruiken. De 2,4GHz-band heeft elf kanalen waarop de wifi geconfigureerd kan worden. Omdat de kanalen elkaar overlappen, zijn alleen de kanalen 1, 6 en 11 echt vrij van invloed van anderen. Door de wifi-netwerken van de verschillende accesspoints op deze gescheiden kanalen te zetten voorkom je dat bijvoorbeeld het ene accesspoint niet kan zenden als het andere accesspoint aan het zenden is. Dit heet Co-Channel Interference (CCI). In de 5GHz-band zijn er 23 niet-overlappende kanalen. Afhankelijk van de standaard worden er hier enkele van gecombineerd tot een breder kanaal. Het grote aantal kanalen geeft voldoende vrijheid. Controleer op de router of deze automatisch de kanalen indeelt afhankelijk van de andere wifi-netwerken in de buurt. Zo niet, log dan in op de router, het accesspoint of de repeater en kies een of enkele rustige kanalen voor het eigen netwerk. Met de gratis versie van NetSpot (Windows, Mac) kun je de kanalen overzichtelijk op het beeldscherm toveren.

©PXimport

10 Roaming assistent

Sommige routers bieden in de accesspoint- of repeater-modus een extra functie genaamd ‘roaming assistant’. Deze functie beoogt het probleem op te lossen dat een smartphone of tablet een zwakkere verbinding blijft gebruiken en niet overstapt naar een sterker signaal van een router die dichterbij is. De router gebruikt hiervoor de Received Signal Strength Indicator (RSSI). Dit is een schatting van de router van de kwaliteit van de draadloze verbinding met een apparaat in het netwerk. Zakt deze onder een bepaalde waarde, dan is er volgens de router geen goede netwerkverbinding mogelijk en zal deze de verbinding verbreken. Met de Roaming Assistent schakel je deze functionaliteit in én kun je ook nog de grenswaarde opgeven waaronder de router de verbinding verbreekt. De waarde loopt van 0 tot -120, waarbij 0 een beter signaal is dan -120. Een RSSI-waarde van -70 is het over het algemeen prima om verbindingen die te zwak worden af te sluiten en het apparaat ertoe te bewegen een nieuwe verbinding op te zetten met het dan sterkste signaal.

©PXimport

Minder dan echte mesh

Een goede wifi die overal in en om het huis de gebruikers van voldoende bandbreedte voorziet om online alles te doen wat ze willen, is een grote bijdrage aan het woongenot. Lange tijd is geprobeerd dit met één router te regelen, maar voor veel situaties blijkt die oplossing onvoldoende. Een oplossing met meerdere accesspoints biedt als belangrijke voordeel dat je op plekken waar het signaal te zwak is, een extra accesspoint kunt plaatsen. Dat fabrikanten hierop inspelen door complete wifi-mesh-systemen aan te bieden is logisch, maar helemaal noodzakelijk is een dergelijk systeem niet. Met een paar oude routers valt ook een goede oplossing met meer en betere dekking te bouwen. Helemaal zo goed als een echt mesh-wifi wordt het helaas niet, vrij bewegen tussen alle accesspoints blijkt voor deze oplossing toch nog een brug te ver. Wie ook dat wil, is beter af met een echt mesh-wifisysteem.

2,4 versus 5 GHz

Niet alleen de locatie van de router geeft beperkingen, ook voor de door de router gebruikte radiotechniek geldt dit. Routers op basis van de 802.11n of een eerdere standaard gebruiken vooral de 2,4GHz-band. Deze heeft maar een beperkte frequentieruimte, wat betekent dat de zelfs de theoretisch maximaal bereikbare snelheid laag ligt. En dat terwijl de kans op storende invloed van andere wifi-netwerken, zoals van de buren, juist groter is. De 5GHz-band die eigenlijk pas sinds 802.11ac volop wordt gebruikt, is sneller maar heeft een veel kleiner bereik. Het signaal dringt ook nog eens veel minder goed door muren en plafonds dan de langzamere signalen van de 2,4GHz-band. Schrale troost bij dit laatste, de kans dat de wifi van de buren stoort is bij een 5GHz-signaal wel weer kleiner.

What a mesh?

Hoewel nieuw in het thuisnetwerk, bestaat mesh als netwerktopologie al heel lang. Het is een van vele gangbare patronen waarlangs een netwerk ingericht kan worden. Kenmerkend voor de mesh-inrichting is dat het bestaat uit meerdere knooppunten die allemaal met elkaar kunnen communiceren. Die communicatie kan direct van het ene knooppunt naar de andere, maar wanneer die andere te ver weg is, ook via een tussenliggend knooppunt. De benodigde verbindingen worden gebouwd naar behoefte. Het voordeel hiervan is dat er grote afstanden kunnen worden overbrugd en het netwerk zeer betrouwbaar wordt. Netwerktechnisch is de routering ingewikkelder. Ook moet de informatie tussen de nodes gesynchroniseerd worden om het effectief te houden. Heel anders dan de mesh-inrichting is de ster-topologie. Hierbij is er één centrale node die alle verbindingen onderhoudt. De nodes in het netwerk communiceren niet rechtstreeks met elkaar, maar altijd via de centrale node. Het voordeel is dat het eenvoudiger te configureren is en energiezuiniger. Nadelen zijn dat het geen grote afstanden kan overbruggen en kwetsbaarder is voor verstoringen. Om de verwarring te vergroten, zijn er ook mesh-wifisystemen te koop die niet meshen, maar waar elke node alleen verbinding kan maken met de hoofdnode. Dat zijn dus mesh-systemen die een ster-topologie onderhouden.

▼ Volgende artikel
Leer jezelf blind typen met deze gratis tools
© stokkete - stock.adobe.com
Huis

Leer jezelf blind typen met deze gratis tools

Blind typen gaat in het begin traag, maar levert je al snel meer snelheid, minder fouten en rust in je schouders en polsen op. Het goede nieuws: je kunt het gratis leren met slimme, toegankelijke websites. We bespreken welke tools het best werken, hoe je ze instelt en hoe je in een paar weken resultaat boekt.

In dit artikel

In dit artikel laten we zien hoe je blind typen leert met gratis, toegankelijke tools. Je leest waar je begint, hoe houding en toetsenbordindeling je tempo bepalen en welke websites het best werken voor oefenen en testen. Ook leggen we uit hoe je gericht herhaalt, je voortgang meet en in een paar weken merkbaar sneller en nauwkeuriger typt, zonder je schouders en polsen extra te belasten.

Lees ook: Nóg betere notities maken? Dit zijn de handigste add-ins voor OneNote

Blind typen betekent dat je zonder te kijken naar het toetsenbord typt en elke vinger een vaste uitgangspositie en taak geeft. Dat is nu relevanter dan ooit, omdat je waarschijnlijk veel achter een scherm werkt en met toetsenbordtaken uren kunt winnen als je foutloos en ontspannen tikt. Bovendien verlaag je het risico op klachten wanneer je je werk afwisselt en je werkplek goed instelt. In Nederland geldt als ideaal dat je beeldschermwerk regelmatig afwisselt en dat je, als je veel met een laptop werkt, een los toetsenbord en scherm moet kunnen gebruiken. Daarmee ontlast je nek, schouders en polsen, en maak je van elk typemoment een rustige herhalingsoefening. Blind typen draait niet alleen om snelheid; je houding en rust bepalen of je het volhoudt. Met onze tips zet je die basis goed neer, zodat elke oefening daarna effect heeft en je je voortgang betrouwbaar kunt bijhouden.

Basisbegrippen, houding en toetsenbord

Begin met een neutrale zithouding en een toetsenbord dat recht voor je ligt. Plaats het ongeveer een handbreedte van de tafelrand, houd je onderarmen iets schuiner dan horizontaal en laat je polsen ontspannen rusten. Zet je scherm op armlengte en recht voor je, zodat je niet draait met je romp. Met deze basis voorkom je onnodige spierspanning in polsen en ellebogen. Werk je op Windows 11 en wil je accenten en speciale tekens makkelijk invoeren, voeg dan een extra toetsenbordindeling toe via Instellingen / Tijd en taal / Taal en regio / Taalopties / Een toetsenbord toevoegen, bijvoorbeeld United States-International(afbeelding 2). Op de Mac voeg je een invoerbron toe via Systeeminstellingen / Toetsenbord / Tekstinvoer / Wijzig en kies je de gewenste indeling; via het invoermenu wissel je snel van lay-out. Door dit nu te regelen, voorkom je later frustratie wanneer je in de tools tekst met accenten of speciale tekens oefent.

In Windows 11 kun je via de taalinstellingen een extra toetsenbordindeling toevoegen.

Starten met TypingClub

Je zet je eerste echte stappen in TypingClub, omdat die site je vanaf de basis begeleidt en je voortgang bewaart zonder dat je meteen een account hoeft te maken. Open de site en klik op Get Started om de introductielessen te starten; wil je je resultaten opslaan, kies dan Sign up of Login. Volg de aanwijzingen op het scherm en let vooral op de hand- en vingerplaatsing die continu in beeld komt. Herhaal een les totdat je vijf sterren haalt; de korte, speelse opbouw houdt je aandacht vast en bouwt ritme op.

Sla lessen niet over, want elk nieuw teken verankert een stukje spiergeheugen. Gebruik de ingebouwde terugkijkfunctie om je foutenpatroon te zien en doe het wat rustiger aan als je accuratesse onder 95 procent zakt. Na elke sessie noteer je woorden per minuut en nauwkeurigheid in een apart document. Dit maakt je vooruitgang zichtbaar, en het werkt motiverend. Door nu deze basisserie af te ronden, kun je daarna met meer variatie werken en je zwakke letters apart versterken, zonder terug te vallen in oude, onhandige vingerpatronen.

TypingClub is ideaal om te beginnen en te werken aan je vingerzetting.

De juiste houding tijdens het typen

Een goede werkhouding is geen overbodige luxe, maar versnelt je leerproces. Zet je stoel zo dat je knieën en ellebogen ongeveer negentig graden gebogen zijn en je voeten plat op de grond staan. Schuif je toetsenbord recht voor je, ongeveer vijftien centimeter van de rand, zodat je onderarmen steun hebben zonder dat je op je ellebogen leunt. Een lichte helling van het bord is voldoende; te steil dwingt een onnatuurlijke polshouding af. Leg je muis dicht tegen het toetsenbord en maak kleine, ontspannen muisbewegingen. Richt je scherm op armlengte, met de bovenrand net onder ooghoogte, en voorkom spiegelingen door lichtbronnen schuin achter je te plaatsen.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

Gerichte herhaling met Keybr

Wanneer de basis staat, schakel je over naar Keybr om je spiergeheugen aan te scherpen. Keybr maakt oefenreeksen die veelvoorkomende letterovergangen laten terugkeren, waardoor je automatisch extra herhaling krijgt op wat nog onwennig is. Je begint in de standaardstand met woorden zonder leestekens. Werk niet langer dan twintig minuten aaneen; korte, vaak herhaalde sessies leveren meer op dan een enkele lange. Wat je eerder in TypingClub leerde over vingerposities, verfijn je hier door de herhalingen op lastige letterparen, zoals ui, ou of ct. Die precisie maakt de overstap naar vrije tekst straks makkelijker, waar je leestekens en hoofdletters in een natuurlijke cadans wilt meenemen.

Met Keybr oefen je je typvaardigheid in een omgeving zonder poespas.

Lees ook: 5 ergonomische toetsenbordsets voor minder dan 100 euro

Testen, gamen en oefenen met Ratatype

Nu je letters en basisritme hebt, voeg je afwisseling en Nederlandse woordenschat toe met Ratatype. Klik op Toets jouw snelheid voor een snelle nulmeting, of kies bij Kies de cursus de Nederlandse versie en klik Start nu met typen. De lessen zijn gratis en Nederlandstalig, met uitleg en oefeningen die aansluiten op onze toetsenbordindeling.

Ratatype biedt ook spelmodi en, na het afronden van een cursus, een optioneel certificaat, handig als je je vaardigheid wilt aantonen bij een sollicitatie. Houd er rekening mee dat er in de gratis stand daglimieten voor tests kunnen gelden en dat een certificaat een kleine vergoeding kost.

Door nu om de zoveel tijd een test te doen en de Nederlandse cursus te doorlopen, voeg je lokale woordpatronen en leestekens toe aan je automatisme. Daarmee ben je klaar voor de laatste stap: echte teksten.

Ratatype biedt een uitgebreide gratis typecursus in het Nederlands.

Monkeytype en 10FastFingers

In deze fase oefen je vloeiende zinnen, afwisselende woordlengtes en echte leestekens. Open het Engelstalige Monkeytype en kies boven de test Quote om doorlopende zinnen te typen, of zet Punctuation aan in de standaardmodus. Klik voor Nederlands op Change / Words filter. Onder Language typ je Dutch, klik je op Dutch en klik je op Set en onderaan op OK voor een nog natuurlijker ritme.

Speel met de testduur, bijvoorbeeld zestig seconden, zodat je zowel tempo als uithoudingsvermogen traint. Wissel dit af met de Nederlandstalige test bij 10FastFingers via Typing Test. Klik daar op het groene hokje met English en kies Dutch. Wat je net in Ratatype aan Nederlands ritme opdeed, verfijn je hier door variatie in zinsbouw en leestekens. Zo sluit je oefening aan op alledaags schrijfwerk.

Monkeytype is ook een fijne tool: geen opsmuk, maar wel Nederlandse teksten.

Je persoonlijke vierwekenplan naar merkbaar resultaat

Je traint het best met korte, consequente sessies. In week 1 werk je dagelijks tien tot vijftien minuten in TypingClub: start met Get Started en herhaal elke les tot vijf sterren, waarbij je het scherm niet verlaat voordat je accuraatheid boven 95 procent ligt. In week 2 ga je dagelijks tien minuten naar Keybr en houd je de standaardinstellingen aan. In week 3 wissel je drie keer per week Ratatype-lessen in de Nederlandse cursus af met twee keer Monkeytype Quote van zestig seconden. Sluit elke training af met één 10FastFingers-meting op Dutch. In week 4 voer je de intensiteit licht op. Elke week borduurt voort op de vorige: eerst oefen je nauwkeurigheid en houding, dan herhaling, daarna realistische tekst. Zo groeit je snelheid zonder dat je foutpercentage omhoogschiet.

10FastFingers biedt een handige test voor snelheid en accuratesse.

Meten, finetunen en volhouden

Daalt de accuraatheid meerdere dagen onder 95 procent, dan schuif je de nadruk tijdelijk naar langzamere Keybr-reeksen met foutloze herhalingen, of pak een paar leuke typespelletjes mee. Heb je last van stijfheid of vermoeide ogen, verkort je sessies en wissel schermwerk af met korte pauzes. Door hier consequent in te blijven, maak je van blind typen een vaardigheid die elke dag tijd oplevert.

Typespelletjes maken oefenen leuker, zoals een volledige les met een letter ingedrukt.

Gratis naar sneller, rustiger en foutloos typen

Alles begint met een goede houding en de juiste toetsenbordindeling. Vanaf dan kun je het basisritme onder de knie krijgen, je spiergeheugen verfijnen en voortdurend testen. Door te blijven oefenen met realistische zinnen en regelmatig een minuutmeting te doen, maak je in vier weken een duidelijke sprong in snelheid én nauwkeurigheid. De logische vervolgstap is onderhoud: drie tot vijf keer per week tien minuten oefenen, afwisselend in Keybr en Monkeytype, en wekelijks één officiële meting. Zo blijft je winst niet tijdelijk, maar groeit je vaardigheid door.

Op zoek naar een bijzondere typemachine?

Bouw hem zelf van LEGO!
▼ Volgende artikel
Kristen Bell speelt Amy Rose in vierde Sonic the Hedgehog-film
Huis

Kristen Bell speelt Amy Rose in vierde Sonic the Hedgehog-film

Actrice Kristen Bell zal de stem van Amy Rose inspreken in de aankomende vierde Sonic the Hedgehog-film.

Het personage, dat veelvuldig in de Sonic-games voorkomt, had al een gastrolletje aan het einde van de film Sonic the Hedgehog 3. Deze week heeft The Hollywood Reporter onthuld dat het personage in de vierde Sonic-film ingesproken zal worden door Kristen Bell.

Bell heeft al ervaring met stemacteerwerk: ze speelde ook de rol van Princess Anna in de Frozen-films. Verder is ze bekend van series als The Good Place, Veronica Mars en Deadwood. Ze speelde ook de rol van Lucy in de allereerste Assassin's Creed-game.

De vierde Sonic the Hedgehog-film draait vanaf 19 maart 2027 in de bioscoop.

View post on X

Over de Sonic the Hedgehog-films

De Sonic the Hedgehog-films zijn gebaseerd op het populaire gamepersonage van Sega, een blauwe egel die zijn dierenvrienden probeert te redden en extreem snel kan rennen. De films combineren live-action acteerwerk met computergeanimeerde beelden.

De drie uitgekomen verfilmingen zijn een megasucces: begin 2025 werd al aangekondigd dat de drie Sonic-films bij elkaar meer dan een miljard dollar aan bioscoopopbrengsten hadden gegenereerd.

De films staan mede bekend om hun goedgevulde cast. Zo zijn James Marsden en Jim Carrey te zien, en verlenen onder andere Ben Schwartz, Keanu Reeves en Idris Elba hun stemmen aan computergeanimeerde personages.