ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad
© diy13 - stock.adobe.com
Huis

Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad

Bij de een is het bureaublad een leeg vlak, bij de ander een bende. Dat kan anders. Met een doordachte indeling, slimme mappen, goede snelkoppelingen en gratis tools. Daarmee verander je die onbenutte ruimte achter je vensters in een krachtig instrument. Zo combineer je de eigen Windows-functies met lichte hulpprogramma's om bijvoorbeeld sneller te werken en beter te focussen.

In dit artikel

In dit artikel lees je hoe je van een rommelig Windows-bureaublad een rustig startpunt maakt voor al je werk. Je ontdekt hoe je pictogrammen en mappen logisch indeelt, snelkoppelingen slimmer inzet en vensters netjes rangschikt met Snap en PowerToys FancyZones. Ook komen virtuele bureaubladen, tools als Rainmeter, Nimi Places en SideSlide voorbij, plus manieren om meldingen en geluid in toom te houden, zodat je geconcentreerd kunt blijven werken.

Lees ook: Slimme tips en handige trucs om alles uit Windows te halen

Voor je iets opbouwt, maak je het bureaublad eerst voorspelbaar en rustig. Controleer hiervoor de zichtbaarheid van symbolen door met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en Beeld / Bureaubladpictogrammen weergeven in of uit te schakelen. Pas meteen de pictogramgrootte aan via Beeld / Grote pictogrammen, Normale pictogrammen of Kleine pictogrammen, zodat de schaal overeenkomt met je monitor. Zet nu de systeemiconen goed door Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen te openen en alleen essentiële items als Deze pc en Prullenbak te tonen.

Wil je tijdens een presentatie of schermdeling snel een leeg bureaublad, gebruik dan de eerder genoemde schakelaar, of roep het bureaublad op met de toetscombinatie Windows-toets+D.

Kies tot slot een rustige achtergrond in Instellingen / Persoonlijke instellingen / Achtergrond en voorkom ruis door geen drukke diavoorstelling te gebruiken. Zo leg je een stabiele basis waarop je straks doelgericht verder bouwt en voorkom je dat de vorm boven de functie gaat.

Via de Windows-instellingen kun je kiezen welke hoofdpictogrammen standaard op je bureaublad worden getoond.

Mappen slim groeperen

De kern van een productief bureaublad is een logische groepering. Maak daarom eens drie hoofdmappen die je werkstroom dekken. Je hoeft dan alleen nog maar met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en te kiezen voor Nieuw / Map. Noem ze bijvoorbeeld 0_Inbox, 1_Projecten en 9_Archief. De cijfers zorgen dat ze alfabetisch bovenaan blijven.

De inboxmap is je tijdelijke parkeerplaats voor downloads en screenshots die je nog moet verwerken. In de projectenmap komen submappen per project of dossier. De archiefmap is de plek waar afgeronde zaken heengaan, zodat je werkveld schoon blijft. Sleep bestaande snelkoppelingen en losse bestanden het liefst naar de juiste map in plaats van ze overal neer te zetten.

Wil je de mapstructuur ook vanuit verkenner gelijk houden, zet 1_Projecten dan vast aan de zijbalk. Dat doe je door de map te selecteren en te kiezen voor Vastmaken aan Snelle toegang. Zo ontstaat een vaste routine: neerzetten in de inboxmap, ordenen naar de projectenmap en afsluiten in de archiefmap.

Een beter bureaublad begint bij jezelf.

Snelkoppelingen die werken

Goede snelkoppelingen besparen tientallen muisklikken per dag. Maak er één via een klik met rechts op je bureaublad en Nieuw / Snelkoppeling. Kies het doel en geef een beschrijvende naam. Voor documenten en mappen gaat het nog sneller via een klik met rechts en Meer opties weergeven / Kopiëren naar / Bureaublad (snelkoppeling maken).

Open daarna de eigenschappen met een rechtermuisklik en Eigenschappen en stel bij Doel zo nodig parameters in, bijvoorbeeld een specifieke profielmap voor je browser. Gebruik Ander pictogram... om ze visueel goed te kunnen onderscheiden. Kies wel voor rustige pictogrammen die niet schreeuwen om je aandacht.

Sleep apps die je vaak nodig hebt liever naar de taakbalk en kies Aan taakbalk vastmaken, of naar Start met Aan Start vastmaken. Op die manier loopt je bureaublad zelf niet vol. Denk tot slot aan Beginnen in bij Eigenschappen / Snelkoppeling als een tool in de juiste werkmap moet starten. Zo worden snelkoppelingen betrouwbaar gereedschap en geen willekeurige sprongen.

Een snelkoppeling maken van een bestand of map doe je via een rechtermuisklik.

Aanbevolen indeling

Een kenniswerker heeft veel aan een minimalistisch bureaublad met drie hoofdstructuren en een lichte signalering. Kies een effen achtergrond, laat alleen Deze pc en Prullenbak zien via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen. Plaats ook één Rainmeter-skin met cpu en kalender aan de rechterkant (zie Informatie op achtergrond). Gebruik Snap voor twee vensters naast elkaar en PowerToys Run voor alles wat je start.

Een ontwikkelaar heeft baat bij duidelijke zones en contextscheiding. Maak in FancyZones een breed codevlak en twee smalle vensters voor terminal en documentatie. Koppel terminals aan zones en laat een aparte virtuele desktop bestaan voor logging en monitoring met Rainmeter-meters langs de rand.

Een contentmaker combineert visuele assets en taken. Gebruik Nimi Places of SideSlide om containers te tonen voor de actuele projectmap en assets, zet een grote schrijf- of montagezone centraal en plaats notities of to-do als discrete skins. In alle gevallen geldt: beperk wat permanent zichtbaar is en automatiseer de rest, zodat je aandacht naar het werk gaat en niet naar het decor.

Vensters indelen

Een rustig bureaublad helpt pas echt als vensters snel in de juiste positie vallen. Schakel eerst Snap in via Instellingen / Systeem / Multitasking en zet Uitgelijnde vensters aan. Sleep nu een venster naar een schermrand, zodat je twee of meer apps direct naast elkaar krijgt.

Wil je nog preciezer werken? Installeer dan Microsoft PowerToys via de Microsoft Store en schakel Vensters en indelingen / FancyZones in. Start de zone-editor met de knop Lay-outeditor openen, kies een basisindeling en pas desgewenst tegels aan door ze te splitsen.

Tijdens het slepen houd je de Shift-toets ingedrukt om een venster in een zone te leggen. FancyZones onthoudt je indeling per monitor. Maak bijvoorbeeld een breed schrijfvlak links en twee smalle vensters rechts voor research en chat. Sla profielen op voor verschillende taken en wissel ze in de editor wanneer je context verandert. Door Snap te gebruiken voor het snelle werk en zones voor vaste patronen, minimaliseer je handwerk en maximaliseer je focus.

FancyZones zijn vaste plekken waar je vensters en apps op kunt vastzetten.

Virtuele bureaubladen

Als je vaak tussen werk en privé wisselt, zorgen virtuele bureaubladen voor mentale scheiding. Open de taakindeling via het pictogram op de taakbalk of de toetscombinatie Windows-toets+Tab. Kies Nieuw bureaublad, en geef elk bureaublad een naam door op de miniatuur te rechtsklikken en Naam wijzigen te kiezen.

Plaats apps per thema: schrijven en research bij elkaar, communicatie op een ander, testen en metingen weer apart. Klik in de taakweergave met rechts op de miniatuur en kies Achtergrond kiezen om per desktop een andere achtergrond te zetten. Een subtiele kleurcode werkt verrassend goed als geheugensteuntje.

Verplaats apps tussen desktops door in de taakweergave een venster te slepen, of houd de context netjes door een app opnieuw te openen op het gewenste bureaublad. Wisselen gaat vloeiend via de toetscombinatie Windows-toets+Ctrl+Pijl.

Werk je met meerdere beeldschermen? Geef in dat geval elk scherm een vaste rol per desktop en laat die rol gelijk blijven als je van desktop wisselt. Zo krijg je rust zonder dat je productiviteit inzakt door contextwissels.

Werken met meerdere bureaubladen kan je een hoop extra productiviteit opleveren.

Informatie op achtergrond

Wil je live-informatie zonder vensterdrukte, gebruik dan Rainmeter. Start het programma en open de beheerder door met rechts te klikken op het Rainmeter-pictogram in het systeemvak rechtsonder. Klik vervolgens op Beheren. Laad een basisskin, bijvoorbeeld illustro, door in het tabblad Skins de gewenste module te selecteren en op Laden te klikken.

Positioneer cpu-, geheugen- of netwerkmeters langs een schermrand en zet ze op de achtergrond door met de rechtermuisknop op een van de onderdelen Instellingen / Positie / Op bureaublad te klikken. Met Lay-outs sla je je indeling op, handig als je je laptop vaak ergens mee naartoe neemt. Houd skins minimalistisch en beperk het aantal fonts en kleuren; het is een werkinstrument, geen poster. Door functionele, lichte skins te combineren met een rustige achtergrond krijg je een dashboard dat informeert zonder af te leiden, precies waar het bureaublad in uitblinkt.

Rainmeter is een kleine, portable app die je live informatie over je pc geeft zonder dat het in de weg staat.

Gratis alternatieven voor Fences

Fences is populair, maar je betaalt er wel voor. Je kunt hetzelfde principe ook gratis benaderen. Zo projecteert Nimi Places een map als container op je bureaublad. Je maakt per project een 'place' die live meebeweegt met de onderliggende mapstructuur, inclusief thumbnails en sortering. Het voordeel is direct contextzicht zonder verkenner te hoeven openen. Het nadeel is dat je discipline nodig hebt om het aantal containers klein te houden.

SideSlide werkt omgekeerd: er is één werkvenster dat inklapt aan een schermrand. Je vult het venster met snelkoppelingen, notities en zelfs rss en laat het pas verschijnen als je het nodig hebt. Het voordeel is maximale rust terwijl alles één veeg weg is. Het nadeel is dat je een extra laag moet bedienen.

Kies Nimi Places als je mapinhoud visueel wilt zien en SideSlide als je een schone desktop wilt met een krachtige lade. Beide zijn gratis, licht en portable te gebruiken.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl!

Mappen als 'vensters'

Wil je mappen als 'vensters' op het bureaublad tonen zonder te betalen voor Fences, dan bieden Nimi Places en SideSlide gratis alternatieven. Installeer Nimi Places, zorg dat je het exe-bestand als administrator uitvoert. Kies voor Create place om een container te maken die live de inhoud van een map toont. Sleep de container naar de gewenste plek, zet Always on bottom aan zodat vensters eroverheen kunnen, en kies een sober thema.

Met SideSlide maak je een inklapbaar werkvenster. Open de workspace, sleep mappen en bestanden erin en zet het venster vast aan een schermrand. Klik op het pictogram rechtsboven zodat het pas verschijnt wanneer je de rand aanraakt. Gebruik containers voor projecthotspots, zoals 1_Projecten\KlantA\Assets. Je ziet daarmee direct wat er speelt zonder de verkenner te hoeven openen. Houd het aantal containers laag en kies duidelijke namen in de kopbalk, anders creëer je nieuwe ruis. Door containers te reserveren voor dynamische projectmappen en vaste snelkoppelingen elders te houden, ontstaat een overzichtelijke mix van context en snelheid.

Met SideSlide maak je een soort mini-bureaublad dat verdwijnt en tevoorschijn komt wanneer jij dat wilt.

Meldingen onder controle

Afleiding kost focus, dus demp meldingen en matig het geluidsvolume. Zet meldingsrust aan via Instellingen / Systeem / Meldingen en activeer Niet storen als je geconcentreerd moet blijven. Combineer dit met een focussessie via Instellingen / Systeem / Focus om gedurende een vaste tijd badges en knipperende taakbalk-apps te verbergen.

Voor geluid per app is EarTrumpet een uitstekende gratis aanvulling op de eigen mixer van Windows. Installeer de app via de Microsoft Store en open de mixer via het EarTrumpet-pictogram in het systeemvak. Je ziet en bestuurt het volumeniveau per toepassing en kunt snel van uitvoerapparaat wisselen.

Zet tot slot je taakbalk strak via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Taakbalk / Gedrag van taakbalk door automatisch verbergen aan te zetten en de uitlijning te kiezen die het beste bij je werkzaamheden past. Minder visueel lawaai en direct de juiste volumebalans zorgen ervoor dat audio en notificaties ondersteunen in plaats van storen, precies wat je van een productiviteitsbureaublad verwacht.

Focus is de manier om minder snel afgeleid te worden door meldingen van apps.

PowerToys: tijd besparen

In PowerToys zet je met weinig moeite veel winst neer. Open PowerToys Settings / FancyZones en maak per monitor één indeling met een dominante zone en twee secundaire. Zet Hold Shift key to activate zones while dragging aan, zodat je de standaard-Snap behoudt en zones bewust gebruikt.

Open vervolgens PowerToys / Systeemhulpprogramma's / PowerToys Run en activeer hem. Schakel plug-ins in die passen bij je werk, zoals Calculator, Windows Settings en de Everything-integratie, en verplaats veelgebruikte plug-ins hoger in de prioriteit. In Algemeen zet je Run at startup aan en exporteer je instellingen naar een veilige plek via Back-up. Gebruik Always On Top en Awake alleen als ze je echt helpen, want elk extra hulpprogramma voegt mogelijk visuele signalen toe. Door FancyZones en Run strak in te stellen, krijg je direct voorspelbare vensterplaatsing en razendsnelle toegang tot bestanden en commando's, zonder je bureaublad te belasten met extra pictogrammen.

Klein onderhoud

Wissel je tussen laptop en monitor, dan verspringen bureaubladpictogrammen soms. Maak daarom regelmatig een snapshot van je pictogrammen en herstel die bij nood. Bewaar je Rainmeter-layout via Lay-outs en exporteer je PowerToys-instellingen vanuit PowerToys Instellingen / Algemeen / Back-up maken en herstellen.

Controleer eens per maand dode snelkoppelingen door ze te openen. Vervang netwerkpaden door betrouwbare, gesynchroniseerde padnamen. Herzie je drie hoofdmappen en archiveer oude projectsubmappen, zodat je containers en snelkoppelingen alleen actuele inhoud tonen.

Houd ook je Snap- en FancyZones-profielen bij de tijd als je workflow wijzigt. Door klein, periodiek onderhoud blijft je bureaublad voorspelbaar gedrag vertonen, ook wanneer hardware verandert of je tijdelijk in een andere opstelling werkt.

Maak regelmatig een back-up van je productiviteitstools, zodat je de instellingen niet kwijtraakt als er iets fout gaat.

Bureaublad als startblok

Een productief bureaublad is geen nutteloos onderdeel, maar een werkinstrument. Door eerst orde te scheppen, mappen slim te groeperen en snelkoppelingen bewust in te zetten, kun je het prima inzetten voor je dagelijkse taken. Met Snap en FancyZones vallen vensters direct op hun plek. Virtuele desktops en kalme Rainmeter-skins geven context zonder ruis. Containers vervangen volle vensters wanneer je mapinhoud in één oogopslag wilt zien, terwijl PowerToys Run en Everything pictogrammen overbodig maken. Door meldingen uit te schakelen en het geluidsvolume te dempen, behoud je focus. En met klein onderhoud blijft alles stabiel, ook bij wisselende opstellingen.

Je echte bureaublad ook opgeruimd?

Organizen is het toverwoord
▼ Volgende artikel
CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV
© Samsung
Huis

CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV

Samsung heeft op CES 2026 een nieuwe topklasse televisie gepresenteerd: een 130-inch Micro RGB-tv met modelnaam R95H. Het is volgens de fabrikant het grootste Micro RGB-scherm tot nu toe en tegelijk het eerste in dit formaat.

View post on TikTok

De 130 inch tv valt in de eerste plaats op door zijn formaat. Met een schermdiagonaal van ruim drie meter is het toestel bedoeld voor grote woonruimtes en echte thuisbioscopen. Samsung kiest daarbij voor een ontwerp dat minder nadruk legt op de televisie als apparaat en meer op het scherm als onderdeel van de ruimte. Het frame is dikker dan bij reguliere tv's en bevat ook de luidsprekers, waardoor losse speakers niet per se nodig zijn.

Het ontwerp heet Timeless Frame en is een doorontwikkeling van Samsungs Gallery-concept uit 2013. De tv oogt daardoor meer als een groot raam of wandobject dan als een traditioneel scherm. Volgens Samsung is het idee dat het beeld 'zwevend' binnen het frame wordt gepresenteerd, met geluid dat direct uit de rand van het scherm komt en is afgestemd op het formaat.

Technisch gezien draait de R95H om Micro RGB. In plaats van een klassiek kleurenfilter werkt het scherm met afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. Samsung combineert dit met een nieuwe beeldprocessor en diverse AI-functies die kleur, contrast en details aanpassen per scène. Het resultaat moet vooral zichtbaar zijn in subtiele kleurovergangen en in donkere delen van het beeld, waar bij grote schermen snel detailverlies optreedt.

Het paneel dekt volgens Samsung het volledige BT.2020-kleurenspectrum en is gecertificeerd door de Duitse keuringsinstantie VDE voor kleurnauwkeurigheid. Daarnaast is een nieuwe versie van Samsungs Glare Free-technologie aanwezig, bedoeld om reflecties te beperken in ruimtes met veel omgevingslicht. Ondersteuning voor HDR10+ Advanced is standaard, net als Eclipsa Audio voor ruimtelijk geluid.

De 130-inch Micro RGB-tv ondersteunt Samsungs Vision AI Companion, met functies zoals spraakgestuurd zoeken, aanbevelingen en toegang tot diverse AI-apps, afhankelijk van regio en instellingen. Ook apps en functies zoals Live Translate, generatieve achtergronden en integraties met Microsoft Copilot en Perplexity worden ondersteund, afhankelijk van regio en instellingen.

Samsung heeft nog geen informatie gedeeld over prijs, beschikbaarheid of specifieke uitvoeringen voor consumentenmarkten.

Wat is Micro RGB?

Bij Micro RGB bestaat elke pixel uit afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. In tegenstelling tot lcd-tv’s is er geen wit backlight met kleurfilters nodig. Daardoor gaat minder licht verloren en kunnen kleuren nauwkeuriger worden aangestuurd. Vooral bij zeer grote schermen zorgt dat voor een groter kleurbereik, gelijkmatigere kleuren en subtielere overgangen tussen tinten.

©Samsung