ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review Oppo Find X9 Pro – Dure smartphone met veel plussen
© Rens Blom
Huis

Review Oppo Find X9 Pro – Dure smartphone met veel plussen

De Oppo Find X9 Pro is een van de duurste smartphones die je kunt kopen. Het is ook het toestel met de langste accuduur, althans in onze gebruikstests. Wat kun je nog meer verwachten? Je leest het in deze Oppo Find X9 Pro-review.

Uitstekend
Conclusie

De Oppo Find X9 Pro is een premium smartphone met fantastische hardware, een heel goede zoomcamera en de beste accuduur die je kunt vinden. De software is nog wat voor verbetering vatbaar en de adviesprijs kan een terecht struikelblok zijn. Wel nemen we ons petje af voor wat de Find X9 Pro allemaal te bieden heeft.

Plus- en minpunten
  • Uitmuntende accuduur
  • Erg geavanceerde camera's
  • Op alle vlakken zeer premium
  • Updatebeleid en softwareschil kunnen beter
  • Erg hoge adviesprijs

De beste accuduur

Een van de speerpunten van de Oppo Find X9 Pro is zijn reusachtige batterij. Een 7500mAh-accu voorziet de telefoon van stroom en verpulvert hiermee de accu's van de Apple iPhone 17 Pro Max (nog geen 5000 mAh), Samsung Galaxy S25 Ultra (5000 mAh) en Google Pixel 10 Pro XL (5200 mAh). Eigenlijk komt alleen de OnePlus 15 in de buurt, met zijn 7300mAh-accu. Oppo en OnePlus zijn zustermerken. In onze test met de OnePlus 15 concludeerden wij dat we het toestel probleemloos twee dagen kunnen gebruiken bij regulier gebruik. Goed nieuws: voor de Oppo Find X9 Pro geldt hetzelfde. Het lukt ons echt niet om de accu op één dag leeg te trekken en ook bij intensiever gebruik kunnen we de twee dagen aantikken.

©Rens Blom

Een Oppo-medewerker haalt een Find X9 Pro uit elkaar om de grote accu te tonen.

De Oppo Find X9 Pro hoef je dus maar om de nacht op te laden. Of ergens in de ochtend, dat kan ook. Het toestel ondersteunt namelijk erg snel opladen via de meegeleverde usb-c-kabel, al dien je dan wel zelf de benodigde adapter te kopen. Met een andere adapter gaat het laden een stuk minder snel. Voor draadloos opladen geldt hetzelfde. Het kan heel snel via een optionele Oppo-oplader of langzamer via een draadloze oplader van een ander merk.

©Rens Blom

Goed scherm

Gelukkig heeft de Oppo Find X9 Pro meer te bieden dan een fantastische accuduur. Dat mag ook wel voor die adviesprijs van 1299 euro. Het toestel beschikt over een premium ontwerp dat lekker in de hand ligt en een vingerafdrukscanner in het scherm die eigenlijk nooit dienst weigert. Het beeldscherm zelf is ook van heel hoge kwaliteit en meet 6,78 inch. Dat is fors, maar wel prettig bij het kijken van video's, gamen en typen met twee handen. Door de resolutie van 2772 x 1272 pixels is het scherm lekker scherp en de 120Hz-verversingssnelheid maakt het beeld soepel.

©Rens Blom

Hardware

Onder de motorkap zoemt – geruisloos natuurlijk – een MediaTek-processor. De dagen dat MediaTek bekendstond als een minder goede chipfabrikant zijn echt voorbij. De Dimensity 9500-chip in de Find X9 Pro is razendsnel, energiezuinig en heeft ook geen enkele moeite met games. En ja, gelet op de hoge adviesprijs van de smartphone is het niet verrassend dat Oppo er 16 GB werkgeheugen en 512 GB opslagcapaciteit in zet. Een welkome combinatie die de Find X9 Pro klaarmaakt voor jaren gebruik.

Heel ver zoomen

Een ander sterk punt van de Find X9 Pro zijn de camera's. Het camera-eiland op de achterkant is groot en steekt best uit, wat komt omdat er serieuze (zoom)camera's in de behuizing zitten. Oppo werkt – al jaren – samen met fotografiemerk Hasselblad om de kwaliteit van zijn premium smartphonecamera's te verbeteren en dat is bij de Find X9 Pro niet anders. In de praktijk zijn wij bijzonder tevreden over de fotografie- en video-prestaties van de smartphone. Plaatjes ogen haarscherp, hebben realistische kleuren en zijn een genot om te bekijken op het smartphonescherm óf een groter scherm.

©Rens Blom

Interessant is de geavanceerde zoomcamera, waarmee je het beeld héél veel keren dichterbij haalt. We hebben de Find X9 Pro meegenomen naar China, waar we fabrieken van Oppo bezochten, en fotografeerden een en ander vanuit onze hotelkamer. Zoals je hieronder ziet, kun je vanaf de 21ste verdieping zó ver en goed inzoomen dat je een autobestuurder prima in beeld krijgt én de kentekenplaat kunt lezen. Of je ziet de tekst op het scherm van het reuzenrad, dat honderden meters verderop staat. Bij dat maximaal inzoomen zet de camerasoftware AI in om het beeld te verduidelijken. Daar wordt het beeld inderdaad duidelijker van, niet mooier.

©Rens Blom

©Rens Blom

Prima software vol apps

De Oppo Find X9 Pro draait op Android 16 en krijgt vijf jaar Android-upgrades en zes jaar beveiligingsupdates. Dat is goed, maar minder lang dan de zeven jaar complete updates die Google, Samsung en Apple uitrollen voor hun toptelefoons. De ColorOS-schil van Oppo werkt prima en bevat veel handige functies, maar ook ongevraagde commerciële apps als TikTok. Wij vinden het raar dat we op een peperdure smartphone lastiggevallen worden door meldingen van apps waar wij niets mee te maken willen hebben.

©Rens Blom

Conclusie: Oppo Find X9 Pro kopen?

De Oppo Find X9 Pro is een premium smartphone met fantastische hardware, een heel goede zoomcamera en de beste accuduur die je kunt vinden. De software is nog wat voor verbetering vatbaar en de adviesprijs kan een terecht struikelblok zijn. Wel nemen we ons petje af voor wat de Find X9 Pro allemaal te bieden heeft.

▼ Volgende artikel
Black Friday premium soundbar-deals: dit zijn de 5 beste aanbiedingen van 2025
Huis

Black Friday premium soundbar-deals: dit zijn de 5 beste aanbiedingen van 2025

Wie deze Black Friday zijn woonkamer wil omtoveren tot een thuisbioscoop, treft het: 2025 is een ongekend sterk jaar voor soundbar-deals. Topmodellen van JBL, LG, Sonos, Samsung én Sony zijn tot de laagste prijs ooit gedaald en behoren bovendien tot de beste systemen van dit moment.

In dit artikel lees je precies welke vijf soundbars er écht bovenuit steken en waarom deze aanbiedingen zo interessant zijn. Je krijgt per model een uitgebreid beeld van de mogelijkheden, de geluidskwaliteit en natuurlijk de actuele Black Friday-prijs. Zo kies je gegarandeerd de soundbar die perfect past bij jouw ruimte, tv en luisterstijl.

LET OP: PRIJZEN KUNNEN DE KOMENDE DAGEN SCHOMMELEN (EN NÓG LAGER UITPAKKEN)!

©JBL

JBL Bar 800 MK2: krachtige surround, afneembare speakers

De JBL Bar 800 MK2 is afgeprijsd tot de laagste prijs ooit en dat maakt de soundbar meteen een van de spannendste Black Friday-aanbiedingen. Deze 7.1-opstelling combineert veelzijdigheid met brute kracht: in totaal 780 watt, een 10-inch subwoofer en twee volledig draadloze, afneembare surroundspeakers. Dankzij Virtual Dolby Atmos en MultiBeam 3.0 vult het systeem de hele kamer met hoogte-effecten en breed uitgespreide details. De soundbar detecteert en versterkt subtiele elementen zoals voetstappen of het ritselen van kleding, terwijl PureVoice 2.0 ervoor zorgt dat dialogen helder blijven, zelfs in actiescènes. Je sluit de bar met één HDMI-kabel aan op je tv en streamt via wifi, AirPlay 2 of Google Cast. De JBL ONE-app helpt bij de installatie en kamerkalibratie, waardoor je in een paar minuten een perfect gebalanceerde set hebt. Voor ongeveer 798 euro is dit een van de meest complete systemen in zijn prijsklasse.

©LG

LG DSC9S: premium-upgrade voor de OLED C-serie

De LG DSC9S maakt deze Black Friday vooral indruk dankzij zijn scherpe prijs van rond de 399 euro, zeker gezien het feit dat deze soundbar is ontworpen als perfecte match met LG’s OLED C-serie. De 3.1.3-configuratie levert drie opwaarts gerichte speakers, waardoor Dolby Atmos-effecten realistisch boven je worden geplaatst. De soundbar werkt naadloos samen met compatible LG-tv’s via WOW Orchestra, waarbij de tv-speakers én soundbar volledig synchroon worden aangestuurd. De draadloze subwoofer zorgt voor stevige baslagen en wie later wil uitbreiden, kan een rear-kit koppelen voor nóg meer surround. Dankzij wifi, AI-Sound Pro, uitgebreide instellingen in het tv-menu en een strakke Synergy-bracket is dit pakket zowel technisch als visueel een prachtige aanvulling op een moderne woonkamer.

©Sonos

Sonos Arc Ultra: premium 9.1.4-geluid voor een scherpe prijs

Dat Sonos dit jaar een Black Friday-knaller neerzet, is bijzonder. De Arc Ultra is een ultramoderne soundbar die voor zo'n 799 euro een verrassend complete 9.1.4-ervaring biedt. Met 14 afzonderlijke drivers, een dual-membraan woofer en slim geplaatste side- en upfiring-speakers creëert de Arc Ultra een meeslepend Atmos-geluid dat je van alle kanten omringt. De nieuwe Sound Motion-technologie zorgt voor diepere bassen dan eerdere modellen, terwijl Trueplay automatisch de akoestiek van je kamer optimaliseert. Je streamt muziek via AirPlay 2, de Sonos-app of talloze andere diensten en kunt moeiteloos uitbreiden met extra subs of rear-speakers. Voor wie audiofiel niveau wil zonder losse versterker of complexe bekabeling, is dit waarschijnlijk de smaakmaker van dit jaar.

©Samsung

Samsung HW-Q990D: de absolute surround-koning

De Samsung HW-Q990D blijft een van de meest indrukwekkende all-in-one-surroundsystemen die je kunt kopen. De 11.1.4-opstelling met 22 speakers vult de kamer met een gigantische geluidskoepel, compleet met draadloze rear-speakers en een subwoofer die je letterlijk voelt. Samsung’s Q-Symphony werkt perfect samen met nieuwe Samsung-tv’s, waarbij tv-speakers en soundbar een hybride systeem vormen dat nog voller klinkt. De automatische kalibratie via SpaceFit Sound zorgt ervoor dat het systeem precies wordt afgestemd op jouw ruimte, terwijl draadloze Dolby Atmos het kabelgeweld beperkt. Met een Black Friday-prijs van ongeveer 712 euro blijft dit systeem de onbetwiste keuze voor mensen die zonder moeite een complete bioscoopervaring willen.

©Sony

Sony Bravia Theatre System 6: eenvoud met écht 5.1.2-geluid

Het Sony Bravia Theatre System 6 is een ideale keuze voor wie wél surround wil, maar geen losse componenten of ingewikkelde installatie. De 5.1.2-set levert 1000 watt vermogen, echte rear-speakers en een draadloze subwoofer, waardoor je een stevige, dynamische bas en een overtuigend geluidsbeeld krijgt. Sony’s Vertical Surround Engine en S-Force Pro zorgen voor hoogte-effecten en breed uitgesmeerd geluid, zelfs zonder extra speakers aan het plafond. De dialogen blijven helder door de geïntegreerde centerspeaker, terwijl je alles bedient via de Sony Bravia-app. Voor zo'n 479 euro is dit een heel complete set voor films en series, die qua prijs-kwaliteitverhouding deze Black Friday bijzonder goed scoort.