ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Onthulling Steam Machine-prijs en -releasedatum uitgesteld vanwege geheugentekort
Huis

Onthulling Steam Machine-prijs en -releasedatum uitgesteld vanwege geheugentekort

Valve heeft laten weten dat het eigenlijk al de bedoeling was dat we de prijs en releasedatum van de vorig jaar aangekondigde Steam Machine zouden weten. De bekendmaking van deze details is echter uitgesteld door het aanhoudende tekort van geheugen en opslag.

Dat liet het bedrijf weten in een blogpost. Daarin praat het bedrijf niet alleen over de Steam Machine - het aankomende apparaat van Valve waarmee pc-games op televisie gespeeld kunnen worden - maar ook de nieuwe Steam Controller en vr-headset Steam Frame.

"Toen we deze producten in november aankondigden, gingen we ervan uit dat we de specifieke prijzen en lanceringsdata nu wel al hadden kunnen delen", zo stelt Valve. "Maar de tekorten op het gebied van geheugen- en opslagcomponenten waar onze hele bedrijfstak mee kampt, zijn sindsdien behoorlijk toegenomen.  De beperkte beschikbaarheid en oplopende prijzen van deze cruciale onderdelen hebben ons ertoe gedwongen om onze plannen voor vraagprijs en levering bij te stellen (vooral voor de Steam Machine en Steam Frame)."

Valve laat weten dat het nog altijd de bedoeling is dat alle drie de producten ergens in de eerste helft van dit jaar verschijnen. "Er moet echter nog wel wat werk worden verzet voordat we de definitieve prijzen en lanceringsdata kunnen vastleggen, zeker gezien het feit dat de factoren die hierop van invloed zijn heel snel kunnen veranderen. We houden jullie zoveel mogelijk op de hoogte terwijl we proberen die plannen zo snel mogelijk rond te krijgen."

Stijgende RAM-prijzen

De aanhoudende tekorten en alsmaar stijgende prijzen voor geheugen zijn dus de oorzaak van het feit dat we de prijs en releasedatum van de Steam Machine nog niet weten. Prijzen van RAM (Random Access Memory) stijgen alsmaar doordat er massaal RAM nodig is om het alsmaar populairder wordende AI werkende te houden, en daardoor zijn er ook steeds minder componenten beschikbaar om de RAM te produceren. Onlangs gingen er al geruchten dat dit ook voor intern uitstel van de PlayStation 6 kan leiden.

Over de Steam Machine

De Steam Machine is een kubusvormig apparaat dat Steam-games af kan spelen. Het apparaat kan op televisie of een monitor aangesloten worden. In de Steam Machine zit een 'semi-custom' AMD-videokaart. In combinatie met FSR-upscalingtechniek is het in principe mogelijk om games in een resolutie van 4k en met zestig frames per seconde te spelen, zo wordt ook in de nieuwe blogpost benadrukt.

SteamOS dient als besturingssysteem, al wordt dit wel aangepast om het op een groter scherm bruikbaar te maken. Er zullen twee varianten van de Steam Machine beschikbaar komen: één met 2 TB aan opslag en één met 512 GB aan opslag. Tot slot kan ook de voorkant van de Steam Machine verwisseld worden om het apparaat een ander uiterlijk te geven.

View post on X
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Bouw in een handomdraai je eigen website: aan de slag met Google Sites
© ER | ID.nl
Huis

Bouw in een handomdraai je eigen website: aan de slag met Google Sites

Wil je snel een moderne website zonder ingewikkelde code en geavanceerde CMS-instellingen? Google Sites is verrassend veelzijdig! Je bedenkt een geschikte titel, voegt pagina’s toe en publiceert tot slot de volledige website met één klik. Lees hoe je binnen enkele uren een volwaardige website bouwt en vervolgens beheert.

We laten in dit artikel stapsgewijs zien hoe Google Sites werkt. Na afloop heb je voor jouw hobbyproject, vereniging of eetclubje een mooie website gebouwd. Technische kennis is niet nodig en ook heb je geen krachtige hardware nodig.

Site openen

Voor Google Sites is een Google-account vereist. Heb je dat nog niet, dan kun je jezelf gratis registreren. Ga in dat geval met een willekeurige browser naar www.kwikr.nl/gglac en doorloop via Account maken het aanmeldproces.

Je start eenvoudig met een nieuwe website. Ga naar https://sites.google.com en log zo nodig in met jouw Google-account. Er zijn diverse sjablonen beschikbaar. Daarmee kun je bijvoorbeeld vlot een portfolio, helppagina of fotogalerij optuigen. Wie zijn of haar website liever zelf wil vormgeven, begint het beste vanaf nul. Klik op Lege site om het ontwerpvenster te openen.

Misschien heb je al een onderwerp voor jouw website bedacht. Klik linksboven op Geef de naam van de site op en typ een relevante naam. Bedenk ook alvast een paginatitel. Zo krijgt de beginpagina van je website alvast wat smoel.

Begin je met een sjabloon of een lege site?

Korte rondleiding

Voordat je daadwerkelijk begint met 'bouwen' is het nuttig om even de indeling van Google Sites te verkennen. Rechts zie je drie vaste tabbladen voor het creëren van je site. Gebruik het onderdeel Invoegen om allerlei contentblokken op de pagina te plaatsen, zoals tekstvakken, afbeeldingen en knoppen. Met het onderdeel Pagina’s bepaal je de structuur van de website, terwijl je met Thema’s het uiterlijk aanpast.

Tijdens het ontwerpen wil je tussentijds wellicht zien hoe de website er aan de voorkant uitziet. Klik dan rechtsboven in de knoppenbalk op Voorbeeld (pictogram met laptop en smartphone). Gebruik de opties rechtsonder en zie hoe de pagina schaalt op een smartphone, tablet en desktop. Je klikt linksboven op het pijltje om weer terug te keren naar het ontwerpvenster.

Een pluspunt is dat Google Sites automatisch het concept opslaat. Behalve jijzelf ziet niemand de inhoud van de website. Pas wanneer je klaar bent om live te gaan, kun je de boel publiceren.

Gebruik de onderdelen Invoegen, Pagina’s en Thema’s om de website in te richten.

Openingsbeeld

Met het toevoegen van een openingsbeeld en een logo krijgt je website wat meer persoonlijkheid. Zweef met de muisaanwijzer boven het blok met de paginatitel en klik op Afbeelding / Uploaden. Selecteer nu een foto op je pc of laptop en kies Openen. Het gekozen beeld verschijnt direct op je website. In plaats van een lokaal opgeslagen afbeelding kun je ook beeld van een online bron selecteren, zoals Google Afbeeldingen, Foto’s of Drive. Klik in dat geval op Afbeelding / Selecteren.

Elke serieuze website heeft een eigen logo. Dat voeg je makkelijk toe. Zweef met de cursor linksboven de naam van de website en kies Logo toevoegen. Klik onder Logo op Uploaden en selecteer de gewenste afbeelding op je computer. Bevestig met Openen. Je voegt eventueel een alternatieve tekst aan het logo toe. Op die manier weten mensen met een visuele beperking wat het logo inhoudt.

Je kunt in hetzelfde menu ook een zogeheten favicon toevoegen. Dit kleine pictogram verschijnt in het tabblad van de browser. Nuttig voor de herkenbaarheid van jouw website. Klik rechtsboven op het kruisje om de instellingen te sluiten.

Plaats met enkele muisklikken een logo op de website.

Titel en broodtekst

Wie weet wil je jouw website vullen met interessante artikelen en mooie foto’s. We beginnen met het toevoegen van tekst. Ga in het rechterdeelvenster naar Invoegen en kies Tekstvak. Klik achter Normale tekst op het kleine pijltje en kies Titel, Kop of Subkop. Je typt vervolgens de tekst. Gebruik de opties in de werkbalk om onder andere het lettertype en de grootte te wijzigen. Verder verander je eventueel de kleur en voeg je desgewenst een emoticon toe.

Klik achter de zojuist getypte titel en druk op Enter. Je kunt nu naar hartenlust een artikel tikken. Maak belangrijke woorden bijvoorbeeld vet of onderstreep een opvallende zin. Daarnaast voeg je ook makkelijk een opsomming met nummers of opsommingstekens toe. Je maakt de openingspagina op die manier aantrekkelijk voor jouw toekomstige bezoekers.

Boven het tekstvak verschijnt een werkbalk met uiteenlopende opmaakfuncties.

Foto’s toevoegen

Een website met voornamelijk tekst is natuurlijk saai. Voeg daarom ook leuke foto’s toe. Ga naar Invoegen en klik daarna op Afbeeldingen / Uploaden. Je bladert op de computer naar de fotomap. Selecteer één of meer afbeeldingen en bevestig met Openen. Het beeld verschijnt meteen op de website. Je sleept de foto met ingedrukte muisknop eenvoudig naar de beoogde plek. Plaats op die manier bijvoorbeeld drie kiekjes naast elkaar.

Bepaal zelf of je een kleine of grote foto op de website wilt publiceren. Klik eerst op een afbeelding om deze te selecteren. Je past het formaat simpel aan. Doe dat door de blauwe bolletjes te slepen. Als je slechts een gedeelte van de afbeelding wilt gebruiken, maak je een uitsnede. Klik in de werkbalk boven het geselecteerde beeld op het pictogram Afbeelding bijsnijden. Alles wat binnen het fotokader valt, is op de website te zien. Gebruik zo nodig de schuifregelaar om in te zoomen. Sluit de bewerking via het vinkje.

Je kunt ook nog een bijschrift onder de afbeelding plaatsen. Selecteer een foto en klik in de werkbalk op het pictogram met de drie puntjes. Via Bijschrift toevoegen verschijnt er onder de afbeelding een tekstkader. Typ nu een relevante zin.

Google Sites ondersteunt alle gangbare fotoformaten.

Diavoorstelling

Wil je een heleboel foto’s laten zien? Wanneer je tientallen kiekjes aan een pagina toevoegt, wordt het al gauw een rommeltje. Google Sites bevat hiervoor een slimme oplossing. Creëer met een zogeheten afbeeldingscarrousel een soort diavoorstelling van jouw favoriete foto’s.

Ga in het rechterdeelvenster naar het onderdeel Invoegen en scrol zo nodig een stukje omlaag. Kies Afbeeldingscarrousel en klik op Afbeelding toevoegen. Wijs nu via het plusteken en Afbeelding uploaden twee of meer foto’s aan. Zodra je op Openen klikt, verschijnen ze in het overzicht. Wijzig desgewenst de volgorde door een kiekje met ingedrukte muisknop te verplaatsen.

Je kunt nog wat opties van de diavoorstelling wijzigen. Klik rechtsboven op het pictogram van het tandwiel om de instellingen te openen. Beslis of je de diavoorstelling automatisch wilt starten. Je kunt hierbij de snelheid van de presentatie aanpassen. Kies tussen Snel, Medium, Traag en Erg traag. Geef ook aan in hoeverre je bijschriften wilt weergeven. In dat geval voeg je bij elk beeld een tekst toe. Zweef hiervoor boven de foto en klik op de spraakballon. Je kiest nu Bijschrift toevoegen, waarna je de tekst typt. Via Invoegen verschijnt de afbeeldingscarrousel op de webpagina.

Publiceer fraaie afbeeldingen in een diavoorstelling op jouw website.

Contentblok

In de voorgaande tips heb je artikelen en beelden als afzonderlijke blokken aan de website toegevoegd. Het is natuurlijk mooier wanneer tekst en beeld vloeiender in elkaar overlopen. Dat regel je met zogenoemde contentblokken.

Navigeer in het rechterdeelvenster naar het onderdeel Invoegen. Merk op dat er zes verschillende contentblokken beschikbaar zijn. Kies bijvoorbeeld voor een afbeelding met aan de rechterkant een alinea. Hierbij staan tekst en beeld dus naast elkaar. Je kunt als alternatief ook drie plaatjes tonen met daaronder evenzoveel bijpassende teksten. In dat geval kies je voor een lay-out met drie kolommen.

Heb je een geschikt contentblok op het oog? Sleep dat dan met ingedrukte muisknop naar jouw website. De inhoud is nog leeg. Het staat je vrij om een verse foto te selecteren en nieuwe tekst te typen. Bovendien kun je ook een bestaand tekst- en beeldblok naar het contentblok slepen.

Met contentblokken krijgt de webpagina een heel andere indeling.

Overige tekstopties

Google Sites heeft nog meer bruikbare tekstopties in huis. Wil je bijvoorbeeld veel informatie compact presenteren, kies dan bij het onderdeel Invoegen voor Samenvouwbare groep. Typ hierbij eerst een korte kopregel en tik een uitgebreidere uitleg in het hoofdtekstvak. Dit is het gedeelte dat kan ‘uitklappen’.

Voor lange pagina’s is een automatisch gegenereerde inhoudsopgave een goede toevoeging. Als je op Inhoudsopgave klikt, verschijnen alle koppen van de bewuste pagina onder elkaar. Klikt de bezoeker op een kop, dan navigeert diegene direct naar de bijbehorende tekst. Wanneer je op een later moment een kop verandert, wijzigt de inhoudsopgave vanzelf mee.

Met een inhoudsopgave krijgt de webpagina meer structuur.

YouTube-video

Op YouTube is er over bijna ieder onderwerp wel een filmpje te vinden. Je kunt zo’n video desgewenst op je website publiceren. Dit noem je ook wel het embedden van een video. Overigens hoeft deze content niet per se van jezelf te zijn. Je kunt namelijk elk YouTube-filmpje aan jouw website toevoegen.

Ga naar het onderdeel Invoegen en kies YouTube. Mogelijk dien je hiervoor wel een eindje omlaag te scrollen. Je zoekt vanuit Google Sites rechtstreeks op YouTube. Typ één of meerdere trefwoorden en probeer interessant videomateriaal te vinden. Overigens plak je net zo makkelijk een link van een YouTube-video in het invoerveld. Klik op een geschikte video en bevestig rechtsonder met Invoegen.

Het filmpje verschijnt op de webpagina. Aan jou de taak om een geschikte plek te kiezen. Je kunt het videokader naar eigen inzicht verslepen. Pas verder ook de afmetingen van het filmpje aan. Dat werkt op soortgelijke wijze als je eerder met foto’s hebt gedaan. Versleep dus de blauwe bolletjes.

Zoek rechtstreeks in de enorme catalogus van YouTube naar interessante video’s.

Plattegrond

Soms is het nuttig om een plattegrond op de website te plaatsen. Wellicht wil je bijvoorbeeld een routebeschrijving naar een specifiek adres toevoegen. Dankzij een verhelderend kaartje weet de bezoeker precies waar hij of zij terechtkan.

Klik in het onderdeel Invoegen op Kaart. Er komt een nieuw Google Maps-venster tevoorschijn. Zoek naar de locatie waarvan je een plattegrond wilt toevoegen. Je kunt bijvoorbeeld op de naam van een bedrijf of straat zoeken. Google Maps plaatst een rood markeringsteken op het kaartje, maar dat kun je naar eigen inzicht verplaatsen. Tevreden? Publiceer deze plattegrond dan met Selecteren op de webpagina.

Kies welke plattegrond van Google Maps je wilt toevoegen.

Extra webpagina’s

Tot dusver hebben we alleen de beginpagina onder handen genomen. Een website bestaat meestal uit meerdere webpagina’s. Die kun je makkelijk toevoegen. Open in het rechterdeelvenster het onderdeel Pagina’s. Je ziet hier als het goed is de homepage al staan. Zweef met de muisaanwijzer boven het plusteken en kies Nieuwe pagina. Bedenk een relevante naam, waarna je via Klaar deze pagina daadwerkelijk aan de website toevoegt.

Er verschijnt nu een leeg ontwerpvenster. Alleen diverse vaste elementen zijn van de beginpagina overgenomen, zoals de websitetitel, het openingsbeeld en het logo. De paginatitel is al voor je ingevuld, maar die kun je eenvoudig wijzigen. Merk op dat er rechtsboven een menu zichtbaar is. Bezoekers kunnen zo tussen verschillende pagina’s van jouw website navigeren. Vul iedere nieuwe pagina onder meer met tekst-, beeld- en contentblokken zoals je in eerdere tips hebt geleerd.

Voeg aan de website zoveel pagina’s toe als je maar wilt.

Submenu’s

Als je flink wat webpagina’s hebt toegevoegd, wordt het al gauw onoverzichtelijk. Je lost dit euvel op door submenu’s te gebruiken. Klik achter de naam van een pagina op het pictogram met de drie puntjes en kies Subpagina toevoegen. Je geeft deze pagina een naam en bevestigt met Klaar. Merk op dat de subpagina onder de hoofdpagina wordt weergegeven. Bovendien verschijnt er in het navigatiemenu van jouw website nu een pijltje met onderliggende pagina’s. Zorg zo voor een logische navigatiestructuur.

Als je een uitgebreide website maakt, ligt het gebruik van subpagina’s voor de hand.

Thema wijzigen

Met een thema wijzig je in één keer de opmaak van jouw website, zoals het lettertype en de kleuren. Google Sites heeft van zichzelf enkele standaardthema’s in huis. Klik in het rechterdeelvenster op het onderdeel Thema’s en kies onder Gemaakt door Google een van de suggesties. Het uiterlijk wijzigt meteen. Bij ieder thema kun je een kleurtje en letterstijl kiezen.

Je kunt ook zelf een nieuw thema creëren. Daarmee heb je meer invloed op de vormgeving van jouw website. Klik in de rechterbalk onder Custom op het plusteken. Geef het nieuwe thema een naam. Je kunt eventueel een logo en bannerafbeelding (openingsbeeld) toevoegen. Wanneer je dat in een eerdere tip al hebt gedaan, laat je deze opties leeg. Klik op Volgende. Je selecteert een mooi kleurenpalet en klikt wederom op Volgende. Kies nu voor de titels en hoofdtekst een prettig lettertype. Sluit via Thema maken het venster.

De naam van je nieuwe thema verschijnt in het rechterdeelvenster. Je kunt nu allerlei details aanpassen. Klik maar eens op Kleuren en verander de vormgeving van de achtergrond, titels en hoofdtekst. In de overige opties wijzig je onder andere de regelafstand, sitebreedte en positie van het navigatiemenu. Er is zéér veel mogelijk!

Geef jouw website met een (standaard)thema een andere huisstijl.

Publiceren

Ben je helemaal tevreden over jouw website? Hoog tijd om het openbaar te maken! Klik rechtsboven op de blauwe knop Publiceren. Het (gratis) domein begint altijd met https://sites.google.com/view/. Het einde van deze url kun je zelf verzinnen. In ons voorbeeld is de volledige link https://sites.google.com/view/curacao-tips.

Is de websitenaam al bezet, dan geeft Google Sites dat netjes aan. Bedenk in dat geval iets anders. Overigens zijn er ook mogelijkheden om een eigen domeinnaam te koppelen, maar daar zijn kosten aan verbonden. Je dient de beoogde url dan eerst bij een geschikte domeinprovider te kopen. Klik tot slot op Publiceren. Bezoekers kunnen nu je gepubliceerde website bewonderen.

Bepaal onder welk webadres je de website wilt publiceren.