ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review Fender x Teufel Rockster Cross 2 – Draagbare speaker met gitaarlooks
© Maikel Dijkhuizen
Huis

Review Fender x Teufel Rockster Cross 2 – Draagbare speaker met gitaarlooks

De reguliere Rockster Cross 2 van Teufel kwam afgelopen zomer op de markt. Onlangs bracht de Duitse audiospecialist in samenwerking met Fender een speciale uitvoering uit. Het fraaie 'gitaarversterkerdesign' komt grotendeels uit de koker van het bekende instrumentenmerk. Wat heeft deze bluetooth-speaker nog meer te bieden?

Fantastisch
Conclusie

Zoek je een goed klinkende bluetooth-speaker met een origineel design? Wanneer het stevige prijskaartje van zo'n driehonderd euro geen bezwaar is, schaf je met de Fender x Teufel Rockster Cross 2 een prima exemplaar aan. Andere pluspunten zijn de comfortabele draagriem, powerbankfunctie en stevige constructie.

Plus- en minpunten
  • Origineel uiterlijk
  • Solide constructie
  • Behuizing kan ietwat achterover hellen
  • Powerbankfunctie
  • 3,5mm-geluidsingang
  • Drie actieve audiodrivers
  • Lange batterijduur
  • Goede audiokwaliteit
  • Geluidsopties wijzigen in app
  • Zware behuizing
  • Duur

Wie weleens een gitaarversterker van Fender heeft gezien, weet meteen waar de vormgeving van de Fender x Teufel Rockster Cross 2 op is gebaseerd. Zo bevat het zilverkleurige speakergaas linksboven het sierlijke logo van de Amerikaanse producent. Dat is precies hoe Fender veel van zijn gitaarversterkers vormgeeft.

©Maikel Dijkhuizen

Naast de bluetooth-speaker zitten er een handleiding, usb-c-oplaadkabel en draagriem in de productdoos.

Zwaar, maar toch mobiel

Met een gewicht van 2,4 kilo is deze bluetooth-speaker bepaald geen lichtgewicht. Toch neem je de Rockster Cross 2 vrij eenvoudig mee. De achterzijde bevat namelijk twee handgrepen, waardoor je voldoende grip hebt. Een andere optie is om door middel van twee karabijnhaken de bijgesloten verstelbare draagriem te bevestigen. Het uiterlijk van deze riem lijkt trouwens sprekend op een gitaarband van Fender. Handig, want je draagt dit apparaat dus met je schouder.

De behuizing is zeer sterk en kan dus absoluut een stootje hebben. Het product voldoet aan de IPx5-norm, zodat het wel een spatje regen kan verdragen. Staat de Rockster Cross 2 eenmaal op zijn plek, dan zal de speaker niet zo gauw verschuiven. Het apparaat rust namelijk op vier lange antislipvoetjes. Een interessante optie is dat je de luidspreker ietwat achterover kunt laten hellen. Zet de behuizing dan schuin neer.

©Maikel Dijkhuizen

Dankzij de brede 'gitaarband' neem je de bluetooth-speaker makkelijk mee.

Aansluitingen

Dankzij de aanwezige bluetooth5.3-adapter verbind je vlot een smartphone of tablet. Het is bovendien mogelijk om gelijktijdig twee mobiele toestellen te koppelen. Voor oplaaddoeleinden zit er aan de achterkant een usb-c-poort met powerbankfunctie. Kortom, je laadt onderweg zo nodig jouw smartphone of smartwatch op. Achter hetzelfde klepje vind je trouwens ook een 3,5mm-geluidsingang. Hierop kun je eventueel een bekabelde audiobron aansluiten. Verder is er een behoorlijke accu ingebouwd. Teufel belooft namelijk een luistertijd van 38 uur bij een gemiddeld volumeniveau van 70 decibel. In de beschikbare ecomodus is dat zelfs naar verluidt 46(!) uur, maar dat gaat dan wel ten koste van de audiokwaliteit.

©Maikel Dijkhuizen

Achter het klepje zijn een usb-c-oplaadpoort en 3,5mm-geluidsingang verstopt.

Stevige beats

Voor een adviesprijs van maar liefst 299,99 euro mag je natuurlijk een goede audiokwaliteit verwachten. Gelukkig is dat ook het geval, want deze bluetooth-speaker levert een natuurgetrouw geluid. Twee tweeters en een behoorlijke woofer zijn verantwoordelijk voor de audioweergave. Vanwege deze verschillende actieve drivers is er een duidelijke scheiding tussen de hoge en lage tonen te horen. De muziek klinkt hierdoor erg levendig. Gebruik de Rockster Cross 2 ook gerust om een feestje te bouwen. Hij kan namelijk zeer luid spelen, waarbij de bas zich duidelijk laat gelden.

De bovenzijde telt enkele fysieke knoppen. Daarmee koppel je een nieuwe bluetooth-bron, wijzig je het volume en pauzeer je de muziek. Daarnaast kun je tussen drie geluidsmodi switchen en een tweede Rockster Cross 2 draadloos koppelen. Met laatstgenoemde opstelling luister je naar echt stereogeluid. Je gebruikt jouw smartphone optioneel als veredelde afstandsbediening. Installeer hiervoor de Teufel Go-app, waarna je diverse geluidsinstellingen naar eigen wens aanpast.

©Maikel Dijkhuizen

Deze bluetooth-speaker heeft aan de bovenzijde enkele fysieke bedieningsknoppen.

Fender x Teufel Rockster Cross 2 kopen?

Zoek je een goed klinkende bluetooth-speaker met een origineel design? Wanneer het stevige prijskaartje van zo'n driehonderd euro geen bezwaar is, schaf je met de Fender x Teufel Rockster Cross 2 een prima exemplaar aan. Andere pluspunten zijn de comfortabele draagriem, powerbankfunctie en stevige constructie.

▼ Volgende artikel
Nieuwe pc? Zo neem je al je instellingen mee
© ID.nl
Huis

Nieuwe pc? Zo neem je al je instellingen mee

Wie overstapt naar een andere computer denkt meestal meteen aan het overzetten van programma's en bestanden zoals documenten en foto's. De vele persoonlijke instellingen en voorkeuren die zorgvuldig zijn opgebouwd, raken helaas vaak verloren. Hoe zorg je ervoor dat je je ook op het andere systeem meteen weer helemaal thuis voelt?

Wat gaan we doen?

Als je al een tijd op dezelfde computer werkt, heb je ongetwijfeld niet alleen het besturingssysteem op je eigen manier aangepast, maar ook je favoriete applicaties. Denk aan je vertrouwde bureaubladthema, spellingsinstellingen, woordenlijsten, aangepaste werkbalken en browserextensies. Juist deze (vaak kleine) aanpassingen maken een systeem echt persoonlijk en vlot bruikbaar. Gelukkig kun je heel wat van die personalisaties relatief eenvoudig meenemen. In dit artikel laten we je zien hoe je dat aanpakt voor Windows, kantoorsuites, browsers en andere applicaties. We gaan verder dan synchronisatie via cloudaccounts en laten je zien hoe je met (gratis) tools ook instellingen van losse applicaties veilig migreert.

Lees ook: Vind de perfecte laptop: alles wat je moet weten voor de juiste keuze

Synchronisatie via Windows-account

Windows biedt veel instellingen die je werkomgeving persoonlijker maken, zoals visuele thema's, spellingsvoorkeuren en meer. Sommige vereisen handmatig werk of externe tools, maar een aantal laat zich automatisch synchroniseren via je Microsoft-account. Laten we hiermee beginnen. Zorg dat je met zo'n account bent aangemeld bij Windows. Dit regel je via Instellingen / Accounts / Uw info. Klik daar op In plaats daarvan aanmelden met een Microsoft-account en volg de instructies.

Open daarna Accounts / Windows-back-up en druk op Beheren. Bevestig met Ja, synchroniseren / Gereed. Herstart de module Instellingen en open opnieuw Windows back-up. Schakel Mijn apps onthouden in als je op een andere pc met hetzelfde account dezelfde apps uit de Microsoft Store wilt gebruiken. Open Mijnvoorkeuren onthouden om aan te geven of je ook de onderdelen Accounts, WiFi-netwerken en wachtwoorden, Taalvoorkeuren en woordenlijst en diverse instellingen wilt synchroniseren.

Je kiest zelf hoever de automatische synchronisatie mag gaan.

Handmatige sync Windows

Zo'n accountsynchronisatie is handig, maar niet alle personalisatie-instellingen worden meegenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor geluidsschema's of muisaanwijzers. Of misschien meld je je liever helemaal niet aan met een Microsoft-account, of vertrouw je deze cloudsynchronisatie niet, ook al is er sprake van dataversleuteling. Dan kun je de migratie ook handmatig doen.

We beginnen met het overzetten van een Windows-thema, aangezien dat meerdere onderdelen omvat, zoals lokaal opgeslagen achtergronden, accent- en vensterkleuren, een geluidsschema en de muiscursorstijl. Ga naar Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's. Dubbelklik op de miniatuur van het gewenste thema, of klik op Bladeren door thema's om er een nieuw te kiezen in de Microsoft Store. Bovenaan kun je het thema aanpassen via de opties Achtergrond, Kleur, Geluiden en Muiscursor. Gebruik telkens het pijltje linksboven om terug te keren. Sla daarna je aangepaste thema op met Opslaan en geef het een naam. Klik vervolgens met rechts op de miniatuur van dit geselecteerde thema en kies Thema voor delen opslaan. Bewaar het als .deskthemepack-bestand (dat eigenlijk een zip-bestand is) op een extern of gedeeld medium. Dubbelklik je op dit bestand in Verkenner van je andere systeem, dan wordt het automatisch uitgepakt en als Windows-thema geïnstalleerd.

Stel je eigen Windows-thema samen en exporteer het.

Lettertypes en screensavers

Misschien heb je ook zelf een of meer extra lettertypes en screensavers geïnstalleerd, en wil je deze overzetten. Dit kan handmatig als volgt. Voor lettertypes typ je %windir%\fonts in de adresbalk van Verkenner. Selecteer met ingedrukte Ctrl-toets alle gewenste lettertypebestanden, klik er met rechts op en kies Kopiëren naar. Sla deze bestanden op een extern of gedeeld medium op. Op de andere pc selecteer je de bestanden, klik je er met rechts op en kies je Installeren (voor alle gebruikers).

Het overzetten van screensavers verloopt op vergelijkbare wijze. Open de mappen %windir%\System32 en %windir%\SysWOW64, selecteer de gewenste scr-bestanden en kopieer ze naar een geschikt medium. Plak ze op de andere pc in %windir%\System32 en bevestig de kopieeractie als administrator. Je installeert een screensaver door er met rechts op te klikken en Installeren te kiezen, of via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Vergrendelingsscherm / Schermbeveiliging.

We hebben een PowerShell-script gemaakt dat dit grotendeels automatiseert. Download het bestand exporteer-extrafonts-ss.ps1 (dit is de downloadlink) op je nieuwe pc, klik er met rechts op en kies Run with PowerShell (als administrator). Je vindt de screensavers en de meeste lettertypes nu op je bureaublad (behalve enkele standaardfonts die je in het script kunt aanpassen bij Fonts uitgezonderd), in submappen van FontScreenSaverBackup.

Je kunt screensaver-bestanden kopiëren en eenvoudig weer elders installeren.

Pictogramlay-out

Na verloop van tijd raak je ongetwijfeld gewend aan de lay-out van je bureaubladpictogrammen en snelkoppelingen. Om deze over te zetten naar een andere pc moet je eerst de snelkoppelingen en bestanden (eventueel handmatig) naar het bureaublad van dat systeem kopiëren. Je vindt deze snelkoppelingen (met extensie .lnk) in c:\users\<je-accountnaam>\desktop voor je eigen account en in c:\users\public\desktop voor alle gebruikers. Dit is echter niet iets wat je snel zult doen. Met het gratis en portable DesktopOK kun je de pictogramlay-out makkelijk opslaan en exporteren via DesktopOK / Pictogrammenindeling opslaan als *.DOK. Later kun je deze ook weer importeren via Pictogrammenindeling laden uit *.DOK. Dit werkt ook handig op dezelfde pc als je oorspronkelijke lay-out per ongeluk door de war is geraakt.

In principe kun je ook je vertrouwde pictogramlay-out terugzetten.

Profielen

De makkelijkste manier om je Windows-account naar een andere pc over te zetten is via een Microsoft-account (zie paragraaf 1, Synchronisatie via Windows-account). Toch wordt het gebruikersprofiel niet volledig meegenomen. Onder meer lokale bestanden, programmavoorkeuren buiten de Microsoft Store en appdata-mappen, zoals macro's, sjablonen en scripts, blijven achter.

In afwachting van een (vernieuwde) migratietool die Microsoft binnenkort belooft, kun je TransWiz gebruiken. Met de gratis versie kun je één account tegelijk overzetten, maar je kunt dit gewoon herhalen voor andere profielen. Dit werkt ook bij profielen die aan een Microsoft-account zijn gekoppeld. Schakel desnoods tijdelijk over naar een lokaal account. Na de migratie op de andere pc koppel je het profiel opnieuw aan hetzelfde Microsoft-account via Instellingen / Accounts.

Download TransWiz. Installeer het msi-bestand op beide pc's. Start het programma op je oude pc. Kies I want to transfer data to another computer, klik op Volgende en selecteer het gewenste, niet-actieve account (meld je eventueel tijdelijk aan met een ander account). Klik op Volgende en kies een opslaglocatie voor het zip-bestand. Beveilig dit eventueel met een wachtwoord.

Start TransWiz op het andere systeem, kies I have data I want to transfer to this computer en verwijs naar het zip-bestand. Geef eventueel een andere accountnaam op, kies of dit een standaard- of administratoraccount wordt en stel het wachtwoord in. Na afloop zijn de gegevens overgezet en kun je je aanmelden met het nieuwe profiel.

TransWiz staat op het punt een Windows-profiel te migreren.

Taalinstellingen

Taal en spelling zijn vaak afgestemd op je voorkeuren, dus waarschijnlijk wil je die ook overzetten. De meeste taalinstellingen binnen Windows worden automatisch gesynchroniseerd via je Microsoft-account, maar desnoods doe je dit handmatig, door dezelfde taalpakketten te installeren. Ga hiervoor naar Instellingen / Tijd en taal / Taal en regio en kies Een taal toevoegen.

De toetsenbordindeling is gekoppeld aan de taal, maar je kunt ook handmatig extra indelingen toevoegen. Klik op de drie puntjes naast je voorkeurstaal en kies Taalopties. Scrol naar Geïnstalleerde toetsenborden en klik op Een toetsenbord toevoegen om de gewenste indeling te kiezen. Met Windows-toets+Spatiebalk schakel je vervolgens snel tussen indelingen. Je kunt trouwens ook per app-venster een andere invoermethode instellen via Instellingen / Tijd en taal / Typen / Geavanceerde toetsenbordinstellingen, met de optie Laat me een andere invoermethode instellen voor elk app-venster.

Wanneer je in apps met spellingcontrole, zoals Kladblok, met rechts klikt op een rood onderstreept woord en kiest voor Aan woordenboek toevoegen of Spelling / Aanwoordenlijst toevoegen, dan wordt het woord in Windows toegevoegd aan een gebruikerswoordenboek. Dit vind je in de map %appdata%\Microsoft\Spelling, wellicht in de submap \neutral of in een taal-submap zoals \nl-NL, in het bestand default.dic of custom.dic. Je kunt dit bestand bekijken met een teksteditor en kopiëren naar dezelfde map op je andere toestel om deze woordenlijst(en) over te zetten.

Je wilt vast alle toegevoegde woorden mee naar je andere systeem migreren.

Op zoek naar een nieuwe laptop?

Op Kieskeurig.nl zie je meteen welke het meest in prijs gedaald is

Applicaties

Geïnstalleerde applicaties zomaar overzetten lukt meestal niet, dus zit er weinig anders op dan ze opnieuw te installeren. Voor volledig portable apps volstaat het vaak om de map waarin je ze plaatste te kopiëren.

Er bestaan handige tools waarmee je veel populaire gratis apps met enkele muisklikken op je nieuwe pc installeert. Bijvoorbeeld Ninite en een pakketbeheerder zoals UniGetUI (klik op deze GitHub-pagina in de rechterkolom onder Releases op Latest).

In UniGetUI kies je Pakkettenbundels en klik je op Pakketten toevoegen aan bundel. Gebruik Pakketten ontdekken om apps op te zoeken. Vink de gewenste pakketten aan en klik op Selectie toevoegen aan bundel. Herhaal dit tot je bundel compleet is. Sla deze op via Bundel opslaan als, open de bundel daarna via Bestaande bundel openen, selecteer alle pakketten en bevestig met Selectie installeren.

Stel zelf je applicatiebundel samen om vervolgens alle apps snel te installeren.

Tip: maak een aparte usb-stick

Met al je favoriete portable apps

App-configuraties

Zo installeer je snel veel apps op je nieuwe pc, maar daarmee neem je je persoonlijke instellingen of configuraties nog niet mee. De gratis app CloneApp was hier prima geschikt voor, maar de ontwikkeling is al enkele jaren stopgezet. Je kunt deze nog steeds downloaden en gebruiken, maar weet dat instellingen van nieuwere apps mogelijk niet volledig meer worden meegenomen. De ontwikkelaar biedt intussen een alternatief aan, Appcopier, maar deze tool is vooralsnog beperkt en minder gebruiksvriendelijk.

Je kunt het eventueel handmatig proberen met een tool als FreeFileSync door de belangrijkste configuratiebestanden naar dezelfde maplocaties op je nieuwe pc te kopiëren. Veel van die bestanden zitten in app-specifieke submappen van mappen zoals %AppData%, %LocalAppData% en %ProgramData%, typisch met extensies zoals ini, cfg, conf, config, json, xml, yaml of yml. Het is het proberen waard, maar overschrijf niet zomaar bestaande bestanden op je nieuwe pc.

Upgrades voor CloneApp wachten helaas op een nieuwe ontwikkelaar.

Codes en licenties

Als je op je nieuwe pc programma's installeert die ook al op je oude pc stonden, wil je natuurlijk de softwarelicentie overnemen. Hoe je dat doet, hangt af van de toepassingen zelf. Bij software die aan een account is gekoppeld, hoef je meestal alleen met hetzelfde gebruikersaccount op je nieuwe pc aan te melden. Soms moet je de licentie eerst deactiveren op je oude pc via de instellingen of via een webportaal.

Voor software met een klassieke activatiecode noteer je de licentiecode van de oude installatie. Die vind je vaak in je account, op het doosje of in een mail. Bij de installatie op je nieuwe pc voer je deze opnieuw in. Tools zoals Magical Jelly Bean Keyfinder (gratis beperkte versie) en NirSoft Produkey (gratis) kunnen codes van veel geïnstalleerde programma's uitlezen. Omdat deze tools methoden gebruiken die ook door malware gebruikt wordt, is het normaal dat je virusscanner hierbij een melding geeft.

Sommige apps gebruiken een licentiebestand, met een extensie als lic, dat, key of ini, dat je moet exporteren of kopiëren naar dezelfde locatie op je nieuwe pc. Vaak is opnieuw activeren dan ook nodig.

Veel productsleutels hebben deze tools niet weten te vinden op dit testsysteem.

Lees ook: Technische toolkits voor computerproblemen: dit heb je nodig

Browsers

Je gebruikt waarschijnlijk een of meer browsers die gepersonaliseerd zijn met bijvoorbeeld eigen thema's, bladwijzers, geschiedenis, wachtwoorden en instellingen. De eenvoudigste manier om deze over te zetten, is door de ingebouwde synchronisatie te activeren.

We beginnen met Chrome. Log in met je Google-account (dat vind je rechtsboven), open Instellingen, klik op Jij en Google, ga naar Synchronisatie en Google-services en kies Synchronisatie aanzetten. Druk op de knop Instellingen, kies Beheren wat jesynchroniseert en vink de gewenste onderdelen aan via Synchronisatie aanpassen. Op je nieuwe pc meld je je aan met hetzelfde account en activeer je opnieuw de synchronisatie.

Voor Edge werkt dit op vrijwel dezelfde manier met je Microsoft-account, via Instellingen / Profielen / Synchroniseren. Bij Firefox kan het ook, als je een Mozilla-account hebt, via Instellingen / Synchronisatie.

Heb je geen account, dan wordt het iets omslachtiger. Wachtwoorden kun je exporteren en importeren via de ingebouwde wachtwoordmanager. Voor andere onderdelen gebruik je bijvoorbeeld een gratis tool zoals Hekasoft Backup & Restore (ook portable). Sluit je browsers, start de tool en selecteer de gewenste browser. De app ondersteunt circa 45 browsers. Je ziet meteen hoeveel data er geback-upt wordt. Zorg dat Backup is geselecteerd, klik op Start en kies een naam en locatie voor het back-upbestand (dat ook echt de extensie .backup heeft). Op je nieuwe pc installeer je dezelfde browser, sluit je deze en open je opnieuw de app. Kies Restore en verwijs naar het back-upbestand. Alles werkt netjes via lokale bestanden, zonder cloudverbinding.

Hekasoft Backup & Restore kan met nagenoeg alle browsers overweg.

Synchroniseren Office 365

De kans is groot dat je ook een kantoorpakket gebruikt, en wellicht is dit Microsoft 365 (voorheen Office 365). Persoonlijke instellingen worden dan automatisch gesynchroniseerd tussen systemen, op voorwaarde dat je een geldige licentie hebt en op elk apparaat met hetzelfde Microsoft-account bent aangemeld. Het gaat bijvoorbeeld om je Office-thema, aangepaste woordenlijst, Snelle toegang-werkbalk, Lint-aanpassingen, taalvoorkeuren en (via OneDrive) recente bestanden en persoonlijke sjablonen.

Controleer wel een paar instellingen. Meld je binnen de Office-apps aan met je Microsoft-account (klik desnoods op Aanmelden, rechtsboven). Ga in Windows naar Instellingen /Accounts / Windows-back-up, klik op Beheren bij Uw Microsoft-account synchroniseren met Windows en kies Ja, synchroniseren. Zet vervolgens de optie Mijn voorkeuren onthouden aan en vink bij voorkeur alle opties aan. Gebruik je een werk- of schoolaccount, dan kan je IT-beheerder wel bepaalde synchronisaties beperken (via groepsbeleid).

Voor automatische synchronisatie controleer je enkele instellingen.

Handmatig overzetten Office 365

Je kunt ook specifieke Office-onderdelen handmatig overzetten. Voor sjablonen kopieer je bestanden met extensies als dotx, potx en xltx naar dezelfde map op je nieuwe pc. Deze staan normaal gesproken in C:\Users\<gebruikersnaam>\Documenten\Aangepaste Office-sjablonen. Ook eigen woordenboeken kun je meenemen. Het bestand Custom.dic staat in %AppData%\Microsoft\Uproof, default.dic of custom.dic in %AppData%\Microsoft\Spelling, in de submap \neutral of eventueel andere submappen.

Aanpassingen aan het Lint en werkbalken exporteer je via Bestand /Opties / Lint aanpassen. Klik rechtsonder op Importeren en Exporteren en kies Alle aanpassingen exporteren.

Wil je aangepaste stijlen, marges, regelafstand, macro's of eventueel extra opmaakelementen in Word overnemen, dan kopieer je ook het bestand Normal.dotm uit %AppData%\Microsoft\Templates. Extra macro's kun je ook los exporteren in de VBA-editor (Alt+F11), via Bestand / Bestand exporteren en later Bestand importeren.

Bepaalde Office-voorkeuren, zoals standaard bestandslocaties, zitten in het Windows-register. Een back-up maken kan via de Register-editor (druk op Windows-toets+R en voer regedit uit). Bij recente Word-versies zitten deze in de sleutel Computer\HKEY\_CURRENT\_USER\Software\Microsoft\Office\16.0\Word\Options. Klik met rechts op deze sleutel, kies Exporteren en bewaar het reg-bestand. Dubbelklik op dit bestand op je nieuwe systeem en bevestig tweemaal met Ja om de instellingen te importeren. Je maakt liefst eerst een systeemherstelpunt via Een herstelpunt maken in het Windows-startmenu.

Sommige Office-instellingen zijn opgeslagen in het Windows-register.