ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Check de eerste trailer van de Peaky Blinders-film
Huis

Check de eerste trailer van de Peaky Blinders-film

De eerste trailer van Peaky Blinders: The Immortal Man - de film die de Peaky Blinders-serie opvolgt - is online gedeeld.

Eind vorig jaar kwam er al een korte teaser online, maar nu is de eerste volledige trailer te zien, die meer dan tweeënhalve minuut lang is.

Peaky Blinders: The Immortal Man speelt zich af in 1940, net zoals de serie in Birmingham. Daarin speelt de Tweede Wereldoorlog een grote rol. Hoofdpersonage Tommy Shelby heeft gedurende de serie die zich voor de film afspeelt immers last van zijn ervaringen met de Eerste Wereldoorlog, dus de Tweede Wereldoorlog zal ook een grote impact op hem maken.

Tegelijkertijd worstelt hij ook met zijn verleden als leider van de gevreesde Peaky Blinders-bende. Zeker wanneer hij verneemt dat zijn zoon de bende nieuw leven in wil blazen, moet hij uit zijn isolement komen om daar een stokje voor te steken.

Watch on YouTube

Natuurlijk speelt Cillian Murphy weer de rol van Tommy Shelby. Verder zijn ook acteurs als Tim Roth, Barry Keoghan, Rebecca Ferguson en Sophie Rundle te zien. Peaky Blinders: The Immortal Man draait vanaf 6 maart in selecte bioscopen, en is vanaf 20 maart te zien op Netflix.

Vorig jaar werd ook aangekondigd dat Netflix met een nieuwe Peaky Blinders-serie komt, die verdergaat waar de serie eindigt. Om precies te zijn gaat die serie zich in 1953 afspelen, rondom een nieuwe generatie van de Shelby-familie.

▼ Volgende artikel
Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden
© MG | ID.nl
Huis

Schijfopruiming: zo vind en verwijder je overbodige bestanden

Zelfs een royaal bemeten schijf raakt ooit weer vol met bestanden, van freeware en tijdelijke systeembestanden tot foto’s en vergeten downloads. Dat is niet alleen hinderlijk voor jezelf, maar kan ook problemen geven. Hoog tijd dus om schijfruimte vrij te maken en je ruimte voortaan ook beter te beheren.

Wanneer de vrije schijfruimte tot minder dan circa 15 procent van de totale capaciteit zakt, is het hoog tijd om ruimte vrij te maken. Windows heeft namelijk ruimte nodig voor tijdelijke bestanden, updates, caches, herstelpunten en het wisselbestand (pagefile). Een nagenoeg volle schijf dwingt het systeem om voortdurend data te herschikken, wat merkbare vertraging veroorzaakt. Bovendien kan Windows bij ruimtegebrek updates of systeembescherming pauzeren, en ook de (indexering van de) ingebouwde zoekfunctie kan trager werken. Voor ssd’s komt daar nog bij dat de controller eerst oude datablokken moet wissen voordat hij nieuwe kan schrijven, wat bij een nagenoeg volle schijf extra vertraging geeft.

Maar ook met meer dan 15 procent vrije ruimte blijft schijfopruiming zinvol, al zal dit dan weinig invloed hebben op de (systeem)prestaties. Een opgeruimde schijf zonder oude downloads, dubbele bestanden en ongebruikte apps biedt namelijk meer overzicht, je vindt sneller wat je zoekt en ook je back-ups worden kleiner en sneller. Bovendien kunnen oude documenten, browserdata en caches gevoelige informatie bevatten, waardoor opruimen ook je privacy ten goede komt.

Bij minder dan 20 procent vrije schijfruimte kan Windows in ademnood raken.

Opslaganalyse

Voor je begint met opruimen, controleer je eerst hoeveel vrije schijfruimte je nog hebt en welke bestanden de meeste ruimte gebruiken. Klik in Verkenner in het navigatievenster op Deze pc om meteen te zien hoeveel ruimte er op elk station nog vrij is.

Wil je weten welke bestandscategorieën de meeste ruimte innemen, open dan Instellingen in Windows en kies Systeem / Opslag. Bovenaan zie je hoeveel ruimte op je systeempartitie in gebruik is. Daaronder toont Windows verschillende categorieën, zoals Geïnstalleerde apps, Tijdelijke bestanden en E-mailberichten, telkens met de hoeveelheid ingenomen ruimte. Klik op Meer categorieën weergeven voor alle categorieën. Let op: bij categorieën als Documenten, Afbeeldingen, Video’s en Muziek controleert Windows enkel de standaardmappen, zoals C:\Users\<accountnaam>\Afbeeldingen. Klik op een categorie voor meer details en voor mogelijke verwijderacties.

Windows toont je de gebruikte schijfruimte per datacategorie.

Analyse met TreeSize Free

De ingebouwde opslaganalyse beperkt zich tot de systeemschijf, terwijl je vaak ook het ruimteverbruik op andere partities of schijven wilt zien. Dit kan met een tool als TreeSize Free (www.kwikr.nl/treesize2). Start de app als administrator, open het tabblad Start en kies bij Selecteer map het station of de map. Na de scan verschijnen de (sub)mappen en bestanden in het bovenste venster, met onder meer hun grootte, aantal mappen en bestanden, en het opslagpercentage binnen de bovenliggende map. Je kunt op elke kolomkop klikken om te sorteren. Via de knoppenbalk bepaal je wat in het onderste deelvenster wordt getoond. Klik bijvoorbeeld op Grootte om elke (sub)map weer te geven als een rechthoek waarvan het oppervlak overeenkomt met de gebruikte schijfruimte, zodat je meteen ziet welke mappen het grootst zijn. Je kunt ook kiezen voor Aantal bestanden of Percentage. De Personal-versie (gratis proefversie van 14 dagen, daarna 27 euro) biedt ten opzichte van de Free-versie extra functies, zoals wizards om snel de grootste, oudste of dubbele bestanden te vinden.

Met TreeSize vind je snel welke mappen veel ruimte innemen.

Schijfopruiming

Met een tool als TreeSize kun je makkelijker overtollige opslagverbruikers vinden en ze verplaatsen of verwijderen, maar dit handmatig doen kost tijd. Het kan ook ‘semiautomatisch’ via de ingebouwde tool Schijfopruiming, die Microsoft helaas steeds minder prominent maakt. Typ schijf in het startmenu, open Schijfopruiming en kies het station dat je wilt opruimen. Na bevestiging met OK verschijnt een lijst met items die je kunt selecteren en verwijderen via OK / Bestanden verwijderen, zoals Windows Update opschonen, Tijdelijke internetbestanden en Prullenbak. Je ziet ook telkens hoeveel ruimte elk item inneemt.

Met de knop Systeembestanden opschonen start je een nieuwe scan, met op het extra tabblad Meer opties twee knoppen Opruimen: een om overbodige programma’s te verwijderen en een om oude herstelpunten te wissen. Verder in dit artikel komen we op deze onderdelen terug.

Je kunt ook opruimprofielen maken, waarbij telkens andere onderdelen worden opgeschoond. Druk op Windows-toets+Ren voer cleanmgr /sageset:<n>uit (vervang <n> door een willekeurig profielnummer, bijvoorbeeld 1), zet de gewenste vinkjes en bevestig met OK. Herhaal dit voor een ander profiel (zoals cleanmgr /sageset:<n+1>). Voer Schijfopruiming later opnieuw uit met een bestaand profiel via bijvoorbeeld cleanmgr

De tool Schijfopruiming is ook in Windows 11 nog goed bruikbaar.

De-junking

Er bestaan ook gratis tools die zich richten op het opsporen en verwijderen van tijdelijke en andere ongewenste bestanden (junk). Zulke tools zijn niet strikt noodzakelijk, maar wel handig om in één keer alle webbrowsers en andere applicaties schoon te maken. Maak vooraf wel een systeemherstelpunt: klik in het startmenu op Een herstelpunt maken en volg de instructies.

Bekende tools zijn CCleaner (www.ccleaner.com) en het opensource BleachBit (www.bleachbit.org). We nemen hier BleachBit als voorbeeld. Na het opstarten zie je in het linkervenster de onderdelen die kunnen worden opgeschoond, met rechts telkens een korte toelichting. Selecteer de gewenste items, zoals Google Chrome, Microsoft Edge, Microsoft Office en Systeem, en klik op Voorvertonen om te zien wat er precies wordt verwijderd en hoeveel ruimte dat oplevert. Je kunt ook met rechts op een item klikken en hier Voorvertonen kiezen om direct te zien hoeveel schijfruimte je ermee vrijmaakt. Bevestig met Opruimen om het opschoonproces te starten.

Heel wat programma’s laten sporen na die je wellicht liever opgeruimd ziet.

Programma’s verwijderen

Er is zoveel goede freeware dat je waarschijnlijk al regelmatig een gratis programma uitprobeert en installeert. Zulke programma’s kosten wel schijfruimte. Gebruik je een applicatie niet langer, dan verwijder je die bij voorkeur. Dat kan via Instellingen / Apps / Geïnstalleerde apps. Klik op het knopje met drie puntjes naast de app en kies Verwijderen (twee keer). Oudere of complexere toepassingen haal je weg via het Configuratiescherm met Een programma verwijderen.

Een nadeel van de Windows-procedures is dat je slechts één toepassing tegelijk verwijdert en niet altijd alle sporen meeneemt. Gratis alternatieven als IObit Uninstaller (www.kwikr.nl/uninst) en het opensource Bulk Crap Uninstaller (www.bcuninstaller.com) ondersteunen batchverwijdering en ruimen grondiger op. Omdat IObit nogal opdringerig is, focussen we hier op BCU, gericht op iets gevorderde gebruikers.

Sommige programma’s kun je vanuit het Configuratiescherm verwijderen.

BCU

Installeer BCU en start het programma. De eerste keer verschijnt een wizard die je in een zevental stappen door de initiële configuratie leidt; de voorgestelde opties kun je gerust laten staan. Daarna zie je een lijst met gedetecteerde programma’s die je kunt sorteren op bijvoorbeeld Naam, Installatiedatum of Grootte.

Met de Ctrl- of Shift-toets selecteer je meerdere ongewenste programma’s tegelijk, waarna je op De-installeer (stil) klikt. In het dialoogvenster dat volgt kun je het verwijderproces eventueel nog aanpassen, of zelfs kiezen voor De-installatie simuleren. Na bevestiging kun je eventueel nog aangeven welke programma-onderdelen je alsnog wilt behouden. BCU maakt automatisch een herstelpunt en zoekt na afloop naar restanten, zoals registersleutels, die je desgewenst kunt laten verwijderen. Via Help / Help openen krijg je toegang tot een uitgebreide Engelstalige handleiding.

BCU laat je het verwijderproces van applicaties nauwkeurig sturen.

Bloatware

De kans is groot dat Windows al vooraf geïnstalleerd was toen je je pc of laptop kocht. In dat geval heeft de fabrikant waarschijnlijk flink wat ‘crapware’ oftewel ‘bloatware’ toegevoegd, zoals proefversies en extra software naast de standaard Windows-apps. Je kunt deze handmatig verwijderen zoals eerder beschreven, maar er bestaan ook gratis tools die zich specifiek op bloatware richten.

Een daarvan is O&O AppBuster (www.kwikr.nl/appbuster). De app toont alle gedetecteerde programma’s en geeft per item in de kolom Recommendation een aanbeveling om het al dan niet te verwijderen. Kies je vervolgens de optie Computer, dan verdwijnen de geselecteerde apps ook bij toekomstige Windows-accounts. Beantwoord de vraag om eerst een herstelpunt te maken met Yes.

Voor iets gevorderde gebruikers is er Bloatware Removal Utility (www.kwikr.nl/bru). Klik op de groene Code-knop en kies Download ZIP. Pak het archief uit, navigeer naar de map, klik met rechts op Bloatware-Removal-Utility.bat en kies Als administrator uitvoeren. Dit start een PowerShell-script dat de aanwezige applicaties oplijst. Via Toggle Suggested Bloatware krijg je suggesties voor te verwijderen apps. Laat in het Options-menu de standaardinstellingen staan, zodat automatisch ook een herstelpunt wordt gemaakt. Selecteer de ongewenste items, klik op Remove Selected en bevestig met Y in het PowerShell-venster.

Op een Windows-pc is vaak veel ‘bloatware’ geïnstalleerd die je wellicht liever kwijt dan rijk bent.

Dubbele bestanden

Na verloop van tijd stapelen zich niet alleen overtollige bestanden op, maar vaak ook dubbele exemplaren. Wanneer je deze opspoort en verwijdert, moet je er zeker van zijn dat het echt om exacte kopieën gaat en dat het systeem of andere applicaties ze niet nodig hebben, wat geregeld voorkomt.

Handmatig dubbele bestanden opruimen is haast onmogelijk, maar met een hulpmiddel als het gratis opensource dupeGuru (https://dupeguru.voltaicideas.net) lukt dat wel. Installeer de app en start deze bij voorkeur als administrator. Met het plusknopje onderaan voeg je de mappen toe die je wilt laten analyseren. De Toepassingsmodus laat je bij voorkeur staan op Standaard, tenzij je specifiek dubbele muziek- of beeldbestanden zoekt. Bij Onderzoekstype kies je wellicht Bestandsnaam, maar je kunt ook Inhoud (duurt langer) of Mappen selecteren.

Je kunt direct op Onderzoeken klikken, rechtsonder, maar via Meer Opties pas je indien gewenst eerst zoekfilters aan. Zo kun je bijvoorbeeld Negeer bestanden kleiner dan x KB instellen om je op grote ruimtevreters te concentreren. Na de scan toont dupeGuru alle mogelijke dubbele bestanden met een zekerheidspercentage. Via Acties kun je geselecteerde bestanden kopiëren, verplaatsen of verwijderen. Nogmaals, wees hierbij wel voorzichtig.

Dubbele bestanden opsporen doe je liever niet helemaal handmatig.

Extra ruimte

We belichten graag nog enkele specials: onderdelen die vaak over het hoofd worden gezien, maar waarmee je toch flink wat schijfruimte kunt winnen.We doelen hier niet op allerlei ‘optimizer tools’ en ‘registry cleaners’, die zelden extra ruimte of betere systeemprestaties opleveren en soms zelfs schade veroorzaken. Wat wél merkbaar ruimte kan besparen is het uitschakelen van de sluimerstand. Tijdens deze energiemodus wordt de inhoud van het werkgeheugen opgeslagen in het verborgen systeembestand C:\hiberfil.sys voordat de pc wordt afgesloten. Dit bestand kan tot zo’n 75 procent van het totale RAM-geheugen groot zijn. Kun je zonder sluimerstand, open dan de Opdrachtprompt als administrator en voer powercfg -h off uit (h staat voor hibernation). Na bevestiging verdwijnt hiberfil.sys. Met de parameter -on kun je de sluimerstand desgewenst later weer inschakelen.

Ook door systeemherstelpunten te verwijderen kun je tijdelijk veel ruimte vrijmaken. Druk op Windows-toets+R en voer systempropertiesprotection uit. In het venster Systeemeigenschappen open je het tabblad Systeembeveiliging, klik je op Configureren en daarna op Verwijderen en Doorgaan. Zodra het kan, kun je via de knop Maken opnieuw een herstelpunt creëren.

Bij acute schijfnood kun je eventueel ook de gemaakte herstelpunten verwijderen.

Acuut

Bij acute schijfnood kun je overwegen de schijfinhoud te comprimeren. Windows biedt hier standaard tools voor. Open de Verkenner, klik met rechts op de gewenste stationsletter en kies Eigenschappen. Plaats op het tabblad Algemeen een vinkje bij Dit station comprimeren om schijfruimte te besparen. Bevestig met OK en geef aan of je dit ook op alle onderliggende mappen wilt toepassen. De compressie start dan meteen. Je kunt het vinkje later weer weghalen om de data te decomprimeren. Compressie kun je ook via de opdrachtprompt starten, uitgevoerd als administrator. Met:

compact /compactos:always


comprimeer je een aantal Windows-systeembestanden, wat enkele gigabytes ruimte kan opleveren. Met:

/compactos:never

maak je dit ongedaan. .Ook afzonderlijke mappen kun je op deze manier comprimeren met:

compact.exe /c /s:<pad_naar_map>

waarbij /s ook submappen meeneemt. Vervang /c (compress) door /u (uncompress) om bestanden weer te decomprimeren. Houd er rekening mee dat het automatisch decomprimeren van bestanden bij gebruik een licht prestatieverlies kan veroorzaken, vooral op oudere pc’s.

Als de nood het hoogst is, is compressie nabij.
Cloudopslag

Een extra tip voor wie de synchronisatiefunctie van cloudopslagdiensten als Google Drive of Microsoft OneDrive gebruikt: je kunt instellen dat lokale bestanden enkel verwijzingen zijn naar de exemplaren in de cloud. Pas wanneer je zo’n bestand opent, wordt het tijdelijk gedownload en op je systeem beschikbaar. Dit bespaart veel ruimte, maar het betekent wel dat je data fysiek alleen in de cloud staan en dat je een internetverbinding nodig hebt om nog niet gedownloade bestanden te openen.

In Microsoft OneDrive bijvoorbeeld stel je dit als volgt in. Klik op het OneDrive-pictogram in het systeemvak van de taakbalk, klik op het tandwielpictogram en kies Instellingen. Ga onderaan naar Geavanceerde instellingen en klik op Schijfruimte vrijmaken bij Bestanden op aanvraag. Bevestig met Doorgaan. Je herkent de verwijzingen aan een wolkicoontje; een wit bolletje met vinkje betekent tijdelijk offline opgeslagen, een groen bolletje wijst op altijd lokaal beschikbaar.

Proactief

Tot nu toe hebben we ons vooral gericht op tools en technieken om overtollige bestanden gericht op te sporen en te verwijderen, maar je kunt ook proactiever te werk gaan. Een handig hulpmiddel daarvoor vind je in de Instellingen van Windows. Kies Systeem / Opslag en klik bij Opslagbeheer op Opslaginzicht. Plaats een vinkje bij Windows probleemloos laten werken door […], zodat tijdelijke bestanden voortaan automatisch worden opgeschoond. Je kunt ook de optie Gebruikersinhoud automatisch opschonen activeren.

Bij Opslaginzicht uitvoeren bepaal je zelf wanneer deze functie actief wordt. De standaardinstelling Bij weinig vrije schijfruimte lijkt ons prima. Daarnaast kun je instellen dat bestanden in de prullenbak automatisch worden verwijderd zodra ze langer dan een instelbaar aantal dagen (tussen 1 en 60) aanwezig zijn. Voor bestanden in de map ‘Downloads’ geldt hetzelfde: ook die kunnen automatisch verdwijnen na een bepaald aantal dagen ongeopend te zijn gebleven. Tot slot kun je, aanvullend op wat we in het kaderstuk schreven, instellen dat bestanden uit OneDrive alleen nog online beschikbaar blijven als je ze gedurende een instelbaar aantal dagen niet hebt geopend. Klik op Opslaginzicht nu uitvoeren om de ingestelde opruimacties meteen te starten.

Je kunt diverse opschoonoperaties bij een tekort aan schijfruimte automatisch laten uitvoeren.