ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
SSD in topvorm in Windows 11: zo blijft hij sneller en gaat hij langer mee
© MG | ID.nl
Huis

SSD in topvorm in Windows 11: zo blijft hij sneller en gaat hij langer mee

SSD's zijn snel, stil en energiezuinig, maar ze vragen om een iets andere aanpak dan klassieke harde schijven. Windows 11 biedt heel wat instellingen die de prestaties en levensduur van je SSD beïnvloeden. Met deze tips ontdek je welke functies je beter inschakelt, uitschakelt of controleert, zodat je SSD jarenlang betrouwbaar blijft werken.

In dit artikel

In dit artikel loop je de Windows 11-instellingen langs die het meeste invloed hebben op je SSD, zoals snel opstarten, TRIM en geplande optimalisatie. Je checkt ook de gezondheid via S.M.A.R.T., kijkt naar firmware en stuurprogramma's en zorgt dat er genoeg vrije ruimte overblijft voor wear leveling. Tot slot stel je energiebeheer, indexering, slaapstand, schrijfcache en het wisselbestand zo in dat je systeem stabiel blijft en je schijf minder onnodig schrijft.

Lees ook: Check je opslag: zo gezond zijn je HDD en SSD

Solid state drives (SSD) zijn tegenwoordig de standaardopslag in laptops en pc's. Maar ze werken fundamenteel anders dan traditionele harde schijven. Ze gebruiken geheugencellen in plaats van roterende platen, wat enorme snelheidsvoordelen biedt, maar ook specifieke aandacht vraagt voor schrijfbewerkingen, caching en systeeminstellingen. Met enkele gerichte optimalisaties haal je maximale prestaties uit de SSD en verleng je de levensduur. 

Schakel Snel opstarten uit

Snel opstarten is bedoeld om het opstartproces te versnellen, maar de tijdwinst die je hiermee boekt op een SSD is verwaarloosbaar. De functie slaat de kern van het systeem, inclusief essentiële stuurprogramma's, op de schijf op in de toestand waarin je de vorige sessie hebt afgesloten. Daardoor lijkt het systeem sneller te starten, maar eigenlijk hervat het deels de vorige sessie. Snel opstarten kan er ook voor zorgen dat bepaalde updates niet worden geïnstalleerd, omdat de computer niet echt volledig afsluit. Wanneer je deze optie uitschakelt, start het systeem altijd volledig opnieuw op, wat stabieler werkt en problemen voorkomt. Om Snel opstarten uit te schakelen, typ je in de zoekbalk Configuratiescherm en open je Systeem en beveiliging. Klik op Energiebeheer.

Kies in de linkerkolom Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen. Wanneer je dit venster voor de eerste keer opent dan zal het selectievakje grijs staan, waardoor je niets kunt wijzigen. In dat geval moet je eerst klikken op de optie Instellingen wijzigen die momenteel niet beschikbaar zijn.

Hoewel Snel opstarten wordt aanbevolen, schakel je het beter uit met een SSD.

Controleer regelmatig op firmware-updates

Firmware-updates kunnen de prestaties van je SSD optimaliseren en de levensduur verlengen. Ze verlopen wel iets complexer dan gewone software-updates, omdat elke fabrikant zijn eigen methode heeft om de firmware bij te werken. Ga daarom altijd naar de officiële website van de fabrikant van de SSD en volg zorgvuldig de instructies.

Een handig hulpmiddel is CrystalDiskInfo. Deze gratis tool toont gedetailleerde informatie over de schijf, waaronder de firmwareversie. Zo kun je snel zien of er een update beschikbaar is. Heeft Windows ondertussen nieuwe stuurprogramma's gedownload maar nog niet geïnstalleerd, dan kun je die toepassen via Apparaatbeheer. Klik met de rechtermuisknop op het Startmenu en kies Apparaatbeheer. Vouw Schijfstations uit. Klik met de rechtermuisknop op je SSD en kies Stuurprogramma bijwerken.

In Apparaatbeheer kun je het stuurprogramma van de SSD bijwerken.
Controleer de S.M.A.R.T.-status

Met tools zoals CrystalDiskInfo zie hoe gezond de SSD is. Van elke harde schijf krijg je bovenaan heel wat informatie: de gezondheidstoestand, het volume, het type schijf, de temperatuur, de interface, het aantal keren dat de schijf is opgestart en het aantal bedrijfsuren dat dit stukje elektronica al meedraait. Het programma toont bovendien het merk en het serienummer van de schijf. Die informatie kan van pas komen als er sprake is van garantie. Daaronder lees je of de schijf de S.M.A.R.T.-technologie ondersteunt en of TRIM actief is. Daarnaast zie je nog een aantal technische parameters die vooral voor specialisten interessant zijn. Wanneer alle indicatoren blauw zijn, kun je op beide oren slapen. Fouten die in het geel verschijnen, zullen mettertijd verergeren. Wanneer bijvoorbeeld het onderdeel Media en Data Integriteit Fouten geel wordt gemarkeerd, is het tijd om een back-up te maken en de schijf te vervangen.

Alle informatie en de status van je SSD via CrystalDiskInfo.

Laat voldoende vrije ruimte over

Een SSD bestaat uit geheugencellen waarin data wordt opgeslagen. Die cellen slijten telkens wanneer ernaar wordt geschreven. Zonder bescherming zouden sommige cellen, zoals diegene waarop vaak systeemdata wordt geschreven, veel sneller verslijten dan andere. Daarom zit diep in de ingebouwde controllerchip van de SSD, een ingebouwde functie die zorgt dat alle geheugencellen evenwichtig worden aangesproken, zodat de schijf gelijkmatig slijt en betrouwbaar blijft. Wear leveling verdeelt de schrijfbewerkingen gelijkmatig over alle cellen, maar deze technologie heeft ruimte nodig om goed te kunnen werken. Als de schijf bijna vol is, kan de controller minder efficiënt herschikken en dan slijten bepaalde cellen sneller. Probeer slechts 75% van de SSD te gebruiken voor opslag en laat de overige 25% vrij om de schijf snel te houden. Dit zal de duurzaamheid op de lange termijn ook vergroten. Er zijn verschillende manieren om opslagruimte vrij te maken in Windows 11. Ga naar Instellingen / Systeem / Opslag en schakel Opslaginzicht in. Of gebruik Schijfopruiming om tijdelijke en ongewenste bestanden te verwijderen.

Door Opslaginzicht te activeren bespaar je automatisch op schijfruimte.

Controleer TRIM

TRIM is essentieel om een SSD gezond en snel te houden. Wanneer je in Windows een bestand verwijdert, markeert het besturingssysteem die ruimte als beschikbaar, maar de SSD weet dat niet vanzelf. Voor de SSD lijkt het alsof de data nog steeds aanwezig zijn.

TRIM vertelt de SSD welke gegevens echt verwijderd zijn, zodat de schijf intern kan opruimen en die ruimte klaar kan maken voor nieuwe schrijfbewerkingen. In Windows 11 is TRIM standaard ingeschakeld, maar het is een kleine moeite om dit even te controleren. Open de Opdrachtprompt als administrator. Dan typ je fsutil behavior query DisableDeleteNotify. Krijg je als resultaat DisableDeleteNotify = 0 dan is TRIM ingeschakeld. Zie je daarentegen DisableDeleteNotify = 1 dan is TRIM uitgeschakeld. Om TRIM in dat geval te activeren, typ je fsutil behavior set DisableDeleteNotify 0 en druk je op Enter.

"DisableDeleteNotify = 0" betekent dat de TRIM-functie is ingeschakeld.

Laat de ingebouwde defragmentatie ingeschakeld

In de begindagen van SSD's waren deze schijven minder duurzaam dan nu. Daarom werd destijds afgeraden om te defragmenteren. Het leverde geen snelheidswinst op en kon zelfs schadelijk zijn, omdat het onnodig veel lees- en schrijfbewerkingen veroorzaakte. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kunnen SSD's nog steeds in beperkte mate fragmenteren. Met de huidige technologie is de ingebouwde defragmentatie-optie in Windows 11 toch een veilig en nuttig hulpmiddel om de schijf gezond te houden. Tijdens deze optimalisatie voert het systeem ook automatisch een TRIM-opdracht uit, zoals in de vorige tip werd uitgelegd. Laat de ingebouwde optimalisatie dus gewoon ingeschakeld. Zoek op Stations defragmenteren en optimaliseren. Selecteer dee SSD en klik op Optimaliseren. Controleer via Instellingen wijzigen of Geplande optimalisatie is ingeschakeld. De meeste experts raden een wekelijks schema aan om dit te doen. Gebruik liever geen defragmentatietools van derden. Veel van die tools beweren dat ze de SSD versnellen, maar in de praktijk doen ze vaak niets of voeren ze overbodige schrijfopdrachten uit.

De knop die defragmenteert, heet nu Optimaliseren.

Stel de energiemodus in op Beste prestaties

Wanneer je computer een tijdje inactief is geweest, kun je vooral bij een laptop merken dat hij in het begin traag reageert. Dat komt doordat Windows standaard de energie-instellingen aanpast om stroom te besparen. Door de energiemodus op Beste prestaties te zetten in plaats van op Beste energie-efficiëntie, kun je die vertraging elimineren en de snelheid merkbaar verhogen. Druk op Win+I om Instellingen te openen. Ga dan naar Systeem / Aan/uit en accu. Vouw het menu Energiemodus open en kies bij zowel Aangesloten op netstroom als Op batterijstroom de optie Beste prestaties.

Zet beide energiemodi op de instelling Beste prestaties.

Indexering uitschakelen, ja of nee?

Windows indexeert standaard de bestanden om sneller te kunnen zoeken. Daarvoor maakt het systeem een catalogus van alle bestanden op de schijf. Bij oudere, trage harde schijven had dit een merkbare invloed op de prestaties, omdat de schijf voortdurend kleine stukjes data moest lezen en schrijven. Op een SSD liggen de zaken anders. De toegangstijden zijn extreem kort en de kleine schrijfbewerkingen van de indexering zijn verwaarloosbaar op vlak van snelheid en levensduur. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het zinvol zijn de indexering uit te schakelen, bijvoorbeeld op een lichte pc met weinig RAM of op oudere hardware, of als je zelden zoekt via Verkenner of het Startmenu. In alle andere gevallen laat je de functie beter aan, of beperk je de indexering tot specifieke mappen, zoals Documenten. Op deze manier beperk je de indexering. Druk op Win+S en typ Indexeringsopties. Klik op het resultaat Indexeringsopties. Selecteer Wijzigen om te zien welke locaties worden geïndexeerd. Haal de vinkjes weg bij overbodige mappen en laat alleen Documenten (of andere gewenste mappen) geselecteerd.

Wil je de indexering volledig uitschakelen dan open je Verkenner en klik je in het linkerdeelvenster op Deze pc. Klik met de rechtermuisknop op het Windows-station (meestal C:). Kies Eigenschappen en onder het tabblad Algemeen verwijder je het vinkje bij De inhoud en eigenschappen van bestanden op dit station mogen worden geïndexeerd. Klik op Toepassen om de wijziging op te slaan.

Je kunt de mappen selecteren die je toch wilt indexeren.

Zet de slaapstand (hibernate) uit als je die niet gebruikt

Wanneer de slaapstand is ingeschakeld, schrijft je Windows 11-pc bij het afsluiten grote hoeveelheden gegevens naar de SSD. Het bestand hiberfil.sys, dat Windows hiervoor aanmaakt, kan tientallen gigabytes groot zijn. Gebruik je de slaapstand nooit, dan kun je die beter uitschakelen. Zo bespaar je schijfruimte en verminder je onnodige schrijfbewerkingen, wat de levensduur van de SSD ten goede komt. De slaapstand is bedoeld om je snel te laten hervatten waar je was gebleven, maar dat voordeel weegt niet altijd op tegen de extra belasting van de SSD. Om de slaapstand uit te schakelen, typ je Opdrachtprompt in het zoekvak en kies je Als administrator uitvoeren. Bevestig met Ja in de prompt van het Gebruikersaccountbeheer. Typ vervolgens het commando: powercfg /hibernate off en druk op Enter. Wil je later de slaapstand opnieuw activeren, gebruik dan hetzelfde commando met on in plaats van off: powercfg /hibernate on.

Schakel de slaapstand uit via de Opdrachtprompt.

Schrijfcache inschakelen

De schrijfcache is een tijdelijk buffergeheugen (meestal RAM) waarin Windows en de SSD-controller gegevens eerst opslaan voordat ze fysiek naar de NAND-cellen van de SSD worden geschreven. Dat heeft twee voordelen. Het verhoogt de snelheid, omdat meerdere kleine schrijfbewerkingen worden samengevoegd tot één grotere, efficiëntere operatie, én het verlengt de levensduur van de SSD doordat er minder vaak hoeft te worden geschreven. Het enige risico is dat je bij stroomuitval of een plotselinge systeemcrash gegevens kunt verliezen als de data in de cache nog niet naar de SSD zijn weggeschreven. Bij laptops met een batterij is dat risico klein, maar bij desktops zonder noodvoeding (UPS) kan het wel voorkomen. Om de schrijfcache in te schakelen open je via het zoekvak Apparaatbeheer. Vouw Schijfstations open en dubbelklik op je SSD.

Open het tabblad Beleidsregels. Zorg dat de optie Schrijfcache op het apparaat inschakelen is aangevinkt. Dit bevordert zowel de prestaties als de duurzaamheid. Laat de optie Leegmaken van Windows-schrijfcachebuffer op apparaat uitschakelen uitgeschakeld, tenzij je zeker weet dat je computer beschermd is tegen stroomuitval (bijvoorbeeld met een noodstroomvoeding).

Laat de optie om de schrijfcache te gebruiken ingeschakeld.
Laat het wisselbestand ingeschakeld

Sommige bronnen raden aan om het wisselbestand (pagefile.sys) voor de SSD uit te schakelen, omdat dit het aantal schrijfbewerkingen zou verhogen en zo de levensduur zou verkorten. In de praktijk is dat niet meer relevant. Moderne SSD’s kunnen enorme hoeveelheden schrijfcycli aan, gemeten in TBW (terabytes written). Het wisselbestand wordt door Windows zeer spaarzaam gebruikt, alleen wanneer het RAM tijdelijk tekortschiet. Bovendien gaat het meestal om kleine, tijdelijke blokken die continu worden overschreven. Zelfs bij intensief gebruik kom je met een SSD van 300 TBW pas na vele jaren in de buurt van de slijtagegrens. Een systeem met 16 GB RAM en normaal gebruik schrijft hoogstens enkele gigabytes per dag naar het wisselbestand. Zelfs bij 10 GB per dag is dat slechts 3,6 TB per jaar. Dat is nog geen 2% van de levensduur van een doorsnee SSD van 500 TBW. Laat het wisselbestand dus gewoon ingeschakeld. Zonder pagefile loop je kans op instabiliteit of "Out of memory"-fouten, en sommige programma's (zoals Photoshop, Premiere of CAD-software) vereisen het zelfs.

Laat het virtueel geheugen in de Systeemeigenschappen gewoon ingeschakeld.

View post on TikTok

Handig om mee te nemen:

Portable SSD's
▼ Volgende artikel
Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken
© Tefal | Bewerking Saskia van Weert
Huis

Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken

De belofte is duidelijk: sneller op temperatuur, krokanter van buiten, malser van binnen. Met de Easy Fry Infrared zet Tefal als eerste bekende fabrikant infraroodtechnologie in bij een airfryer. De warmte van boven zorgt voor snelle opwarming; het klassieke element onderin zou garant moeten staan voor gelijkmatiger garing. ID test deze noviteit uit.

Uitstekend
Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-optie is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil. Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt. Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.

Plus- en minpunten
  • Supersnel op temperatuur
  • Eten knapperig vanbuiten, mals vanbinnen
  • Ruime bakmand
  • Stil in gebruik
  • Kijkvenster + crispy finish
  • Gevoelig voor inbranden (mand & rooster)
  • Kijkvenster niet uitneembaar (vetspetters)
  • Rare piep na stand-by
CategorieSpecificatie
PrestatiesVermogen van 2020 W met een temperatuurbereik van 80 °C tot 240 °C
CapaciteitInhoud van 7 l, geschikt voor circa 1,2 kg frietjes of een gebraden kip van 1,5 kg
Programma's8 automatische kookprogramma's waaronder friet, snacks en vlees
GebruiksgemakTouchscreen bediening, timer, warmhoudfunctie en automatische uitschakeling
OnderhoudVaatwasserbestendige uitneembare non-stick binnenmand
Bouw & ontwerpKunststof behuizing met cool wall, doorzichtig deksel en uitschuiflade
VeiligheidOverhittingsbeveiliging, BPA-vrij, PFAS-vrij en bodem met antislip
Afmetingen & gewicht31,3×27,9×42,1 cm (H x B x L); 5,32 kilo

Wat is er écht nieuw?

Airfryers zijn er in allerlei uitvoeringen. Eén bakmand, twee, naast elkaar, boven elkaar, met stoom, zonder stoom. De meeste modellen zijn varianten op een eerder model met net een extra toevoeging of snufje. Tefal kwam recent met iets wat wel nieuw te noemen is, en dat is de combinatie van hitte via een element en hitte via infraroodlampen. De IR-straling komt van boven, de hitte van het metalen element van onderen. Samen zouden ze moeten zorgen voor enerzijds snelle opwarming en anderzijds gelijkmatige garing. Infraroodlampen kun je kennen vanuit warmtelampen of sauna's. Ze verwarmen vooral het oppervlak waarop ze schijnen. Zou dit een slimme combinatie zijn?

©Tefal

Formaat, bouw en mand: 7 liter

Eerst wat praktische informatie. De Tefal Easy Fry Infrared is een apparaat van 27,9 × 31,3 × 42,1 cm (B/H/D). Hij weegt iets meer dan 5 kilo en heeft een snoer van 1,20 meter. De bakmand trek je in zijn geheel uit het apparaat, onderin zit een verwijderbaar roostertje voor luchtcirculatie. De inhoud van de mand is 7 liter en je zou er 1,5 kilo aan eten in kunnen bereiden. Dat is theorie, in de praktijk werken lagere hoeveelheden beter - maar dit geldt voor elke airfryer. Bovenop zitten de aan-uitknop, twee tiptoetsen voor tijd en temperatuur, toetsen voor de voorkeuzeprogramma's en een extra knop voor een extra crispy finish (daarover verderop meer).

Wat meteen opvalt, is de grote bakmand. Die biedt ruim plaats aan bijvoorbeeld vier kaiserbroodjes of een royale hoeveelheid groenten om te grillen. De bak is rechthoekig, en het rooster onderin zorgt voor een kleine verhoging. Je etenswaren liggen niet direct op de bodem van de mand maar iets erboven; dit is nodig voor de circulatie van lucht.

©Saskia van Weert

Kijkvenster met led: handig meekijken of gimmick?

Opvallend is het transparante kijkvenster boven de lade. Hierdoor zie je de inhoud van de mand liggen en kun je de garing in de gaten houden. Dat werkt goed, en is ook handig om bij te houden of je je eten al moet omdraaien.

©Tefal

Bediening en programma's: snel kiezen, extra crispy-knop

De bediening wijst zichzelf, zeker na doornemen van de gebruiksaanwijzing. Je kiest zelf een combinatie van tijd en temperatuur, of een van de voorkeuzeprogramma's. Standaard start het apparaat in de stand Airfryer. De andere opties zijn roosteren, grillen, toasten, opwarmen, bakken, dehydrateren, en tot slot knapperige finish (crispy finish). Dit laatste is een leuk snufje. Je voegt deze optie met een druk op de knop toe aan een gekozen programma en de bereidingstijd wordt uitgebreid met 2 minuten extra op 230 graden. Speciaal bedoeld voor eten dat je extra krokant wilt hebben.

De voorkeuzeprogramma's zijn instellingen met een vastgestelde tijd en temperatuur. Zo start Airfryen met 190 graden en 10 minuten. Zowel tijd als temperatuur pas je eventueel aan voordat de bereiding start, en tijdens de bereiding gaat dat ook prima. Het programma om te drogen (dehydrate) heeft een vaste temperatuur van 70 graden, dit kun je niet zelf aanpassen. Je start het programma met de startknop. Als je tussentijds de bak opent om je eten op te schudden of om te keren, pauzeert het programma. Het gaat automatisch verder als je de bak weer sluit.

©Tefal

Merkbaar sneller zonder voorverwarmen

De airfryer is opvallend stil en ook het piepje als het eten klaar is, is bescheiden. Prettig, want airfryers maken vaak best een hoop herrie. Na einde van het programma staat de machine in stand by-stand. Na een minuut of vijf piept hij nog eens. Het doel daarvan is ons onduidelijk. Om ongewenste geluiden te voorkomen, is het aan te raden na gebruik de stekker uit het stopcontact te halen.

Prestaties: van kip en friet tot broodjes en groente

Dan de prestaties. Die zijn zonder meer goed. In enkele weken tijd is er van alles in deze airfryer bereid. Van kippendijen tot frites en snacks, van groenten tot aan afbakbroodjes. Voorverwarmen is niet nodig, want de airfryer is zeer snel warm. De resultaten zijn meer dan uitstekend en het eten is ook daadwerkelijk sneller klaar dan in eerder geteste machines. Reken op een tijdsbesparing van zo'n 20 procent. Dit hangt natuurlijk af van wat je precies maakt en hoeveel, maar gerechten waren in de testperiode eigenlijk altijd sneller klaar dan vooraf verwacht.

Na bereiding haal je je eten met een siliconen tang uit de bak. In de gebruiksaanwijzing staat dat je de bak niet ondersteboven mag houden om eten in een schaal te kieperen, vanwege eventuele hete olie of heet vocht dat zich onder het rooster verzamelt. Een nuttig advies, zeker voor de bereiding van vlees, maar bij iets als broodjes afbakken natuurlijk wat overbodig.

Met een siliconen tang haal je eten veilig uit de airfryer

De coating blijft mooi en je houdt ook je handen schoon!

Schoonmaken: vaatwasser kan, maar let op inbranden

Zowel de bak als het uitneembare rooster kan na gebruik en afkoelen in de vaatwasser. Wat betreft schoonmaken komt eigenlijk het enige (relatieve) nadeel aan het licht. Beide onderdelen bakken snel aan. Al na enkele keren ontstonden er zwarte aanbaksels op het rooster en in de bakmand. Deze zijn gelukkig met bbq-reiniger wel weg te krijgen uit de mand, maar het is wel een aandachtspunt. Ook de behuizing, het gedeelte waar de mand op staat in de airfryer, vertoont al wat zwarte inbrandplekken die niet weg te poetsen zijn.

©Saskia van Weert

Duurzaamheid & onderhoud

Let verder op met spetterend eten. Als vetspetters vanaf de binnenzijde tegen het transparante venster komen, zijn deze niet meer te verwijderen. Het venster is namelijk niet los te halen. Op de lange termijn kunnen we ons voorstellen dat er daardoor vlekken ontstaan, waardoor je minder zicht hebt op je voedsel.

©Tefal

Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-knop is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil.

Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt.

Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.