ID.nl logo
Zo bouw je het ideale thuisnetwerk
© Reshift Digital
Huis

Zo bouw je het ideale thuisnetwerk

We krijgen steeds meer apparaten met een internetverbinding, die we ook nog eens overal in huis willen gebruiken. Een goede wifi-dekking is dan ook geen overbodige luxe. Maar een goed thuisnetwerk kan zelfs in 2018 niet zonder kabels. In dit artikel laten we je zien hoe je het ideale thuisnetwerk aanlegt.

Een huis zonder een goed dekkend draadloos netwerk kan in 2018 écht niet meer en een goede wifi-dekking is dan ook doorgaans dé reden om iets aan het thuisnetwerk te doen. Toch zullen we in dit artikel vooral ingaan op netwerkkabels. Dat lijkt wellicht vreemd, maar juist kabels maken het beste draadloze netwerk mogelijk. De wifi-mesh-systemen die we elders in deze editie testen, zijn een goede oplossing voor bestaande woningen waarin een verbouwing niet mogelijk is, maar bedraad aangesloten accesspoints zorgen nog altijd voor de allerbeste prestaties. Daarnaast is de draadloze bandbreedte niet onbeperkt: uiteindelijk zorgt ieder draadloos aangesloten apparaat voor een minder goed draadloos netwerk. Elk apparaat dat je bedraad kunt aansluiten, zorgt voor een beter draadloos netwerk voor de apparaten die draadloos moeten. Bovendien zorgen kabels voor een snelle backbone voor je draadloze netwerk. Een groot voordeel van de wifi-mesh-systemen is dat je het hele wifi-systeem vanuit één interface kunt instellen. Met de komst van goedkopere (klein zakelijke) accesspoint-systemen zoals Ubiquiti Unifi of TP-Link Auranet is een centraal te beheren bedraad accesspoint-systeem tegenwoordig ook thuis bereikbaar.

Plannen

Een thuisnetwerk begint bij een goede planning. Maak een plattegrond van je woning en bepaal waar je je apparatuur wilt hebben, waar de internetverbinding binnenkomt en welke locatie je als centraal knooppunt in je netwerk gebruikt. In een modern huis zal dat de meterkast zijn en zal de internetverbinding doorgaans ook in de meterkast binnenkomen. Is dat niet zo, dan zul je rekening moeten houden met een netwerkkabel vanaf je internetaansluiting naar het centrale punt van je netwerk.

Inventariseer welke netwerkapparatuur je hebt en welke apparatuur er bedraad kan worden aangesloten. Naast je pc zijn dat bijvoorbeeld een nas, netwerkprinter, smart-tv, mediaspeler en spelcomputer. Ook wifi-accesspoints hebben bij voorkeur een netwerkaansluiting nodig. Vervolgens kun je in kaart brengen op welke plekken je netwerkaansluitingen nodig hebt en een grove inschatting maken hoeveel netwerkkabel je nodig hebt. Houd er rekening mee dat leidingen in de muur langer kunnen zijn dan je van tevoren denkt. Tevens je heb je voor een dubbele netwerkaansluiting twee kabels nodig.

Ga je in een huis wonen dat nog gebouwd moet worden, begin dan zo vroeg mogelijk met de planning. Juist in een nog te bouwen huis is het relatief eenvoudig om leidingen op de juiste plek uit te laten komen en kun je iedere kamer van een bekabelde netwerkaansluiting voorzien. Ook als je een huis grondig gaat verbouwen, kun je rekening houden met netwerkaansluitingen en buizen hiervoor in de muur frezen. In een bestaand huis kun je soms loze leidingen of leidingen voor telefonie of televisie gebruiken om netwerkkabels door te trekken. Wil je bestaande leidingen hergebruiken, dan moet het wel mogelijk zijn om de aanwezige kabels te verwijderen. Is een verbouwing niet mogelijk en zijn er geen geschikte leidingen, dan zul je creatief aan de slag moeten met bijvoorbeeld plinten om kabels netjes weg te werken.

Heatmap maken

Tegenwoordig is het niet realistisch om te verwachten dat je met één accesspoint of draadloze router overal in huis draadloze dekking hebt. In een huis met meerdere verdiepingen is een goede richtlijn om op iedere verdieping een accesspoint te plaatsen. Indien mogelijk plaats je die het beste zo centraal mogelijk op de verdieping. In een appartement kun je bijvoorbeeld aan weerszijden een accesspoint plaatsen. Je kunt de gratis tool HeatMapper gebruiken om te kijken op welke plekken je accesspoints voor de beste dekking zorgen. Zet je accesspoints tijdelijk op een aantal plaatsen neer en achterhaal met HeatMapper hoe de dekking is.

©PXimport

Vast versus soepel

De netwerkkabels die je nodig hebt voor het aanleggen van je thuisnetwerk kun je kopen per strekkende meter of op een rol van bijvoorbeeld 50 of 100 meter. Let er wel op dat je netwerkkabels bedoeld voor vaste installatie koopt. Er is namelijk een belangrijk onderscheid in netwerkkabels: solid of vaste kabels versus stranded of soepele kabels. Een vaste kabel heeft aders die bestaan uit één stugge draad, terwijl de aders bij soepele kabels bestaan uit meerdere dunne draadjes.

Dit is vergelijkbaar met hoe elektriciteit doorgaans is aangelegd. In de muren is vast installatiedraad verwerkt, terwijl de kabels van bijvoorbeeld de lamp die je in het stopcontact steekt gebruikmaken van een soepele kabel. Wat je nodig hebt, is daarom eenvoudig te onthouden: vaste kabel voor bekabeling die je permanent aanlegt en soepele kabel voor losse kabels naar je apparatuur. Omdat een vaste kabel veel minder goed tegen beweging kan, moet je hem na plaatsing zoveel mogelijk met rust laten. Werk de kabel daarom niet af met netwerkstekkertjes die je direct in je router steekt, maar voorzie de kabel in de gebruiksruimten van een wandcontactdoos en werk hem in de meterkast af met een patchpanel. Verderop lees je hier meer over.

©PXimport

Categorie

Netwerkkabels worden onderverdeeld in categorieën waaraan je kunt herkennen voor welke snelheden deze kabels geschikt zijn. Voor de gigabit 1000BASE-T-standaard die momenteel in gebruik is, voldoet cat 5e-bekabeling. Cat 5e is in combinatie met geschikte apparatuur inmiddels ook geschikt voor 2.5GBASE-T voor een snelheid van 2,5 Gbit/s. Ook cat 6-kabels zijn oorspronkelijk bedoeld voor gigabit, maar hebben wel een voordeel boven Cat-5e. Deze kabel is namelijk geschikt voor 2.5GBASE-T, 5GBASE-T en over een beperkte lengte tot 55 meter doorgaans ook voor 10GBASE-T waarmee in de toekomst snelheden van 2,5, 5 en zelfs 10 Gbit/s mogelijk worden.

In huis zijn lengtes van 55 meter eerder uitzondering dan regel en zijn de afstanden doorgaans een stuk korter. Je kunt met cat 6-kabels thuis dan ook hoogstwaarschijnlijk 10 Gbit/s halen. Ga je voor echte zekerheid (wij houden wel van wat overkill) en wil je voldoen aan de 10GBASE-T-standaard die een lengte van 100 meter voorschrijft, dan heb je cat 6a-, cat 7- of zelfs cat 7a-bekabeling nodig. Het nadeel van deze op zich betere kabels is dat de afscherming steviger én stugger is waardoor deze kabels zich lastiger door een leiding laten trekken. Zeker twee kabels door één leiding trekken, wordt dan een uitdaging (of je moet buizen met een grotere diameter gaan gebruiken). Er zijn echter extra dunne kabels, zoals de Draka UC Home-kabel. Dit is een Cat 7-kabel die nauwelijks dikker is dan een cat 5e-kabel, maar wel officieel gecertificeerd is voor 10 Gbit/s tot een lengte van 60 meter.

Maar wat kun je nu het beste kopen? Omdat een lengte van 55 meter voor vrijwel ieder huis genoeg is, raden wij je aan om cat 6-kabels te kopen. Die laten zich eenvoudiger verwerken dan betere kabels en zijn bovendien ook nog wat goedkoper.

©PXimport

Pas op voor ijzer!

Natuurlijk is de prijs van een kabel belangrijk, maar laat je niet alleen door de prijs leiden. Wanneer kiest voor de goedkoopste kabel die je kunt vinden, dan heb je grote kans dat je een kabel van slechte kwaliteit koopt. De aders van een goede netwerkkabel zijn gemaakt van koper. Dat is een relatief duur metaal, vandaar dat er ook aluminium of staal wordt gebruikt voor netwerkkabels. Voor korte patchkabels maakt dat niet zoveel uit, maar voor langere kabels kan dit wel voor een slechter signaal zorgen. Let er bij het aanschaffen daarom op of de aanbieder meldt van welk materiaal de aders gemaakt zijn. Is dit koper (soms ook aangeduid met het scheikundige symbool Cu), dan zit je goed. De aanduidingen staal of aluminium zul je niet zo snel duidelijk tegenkomen, in plaats daarvan wordt gesproken over ccs of cca dat staat voor copper clad steel of copper clad aluminium. Wordt er door de aanbieder niet gemeld van welk materiaal de aders gemaakt zijn, dan raden we je aan om de kabel niet aan te schaffen. Heb je al een kabel gekocht, snijd dan de ader door en kijk goed of het midden ook koperkleurig is.

Brandveiligheid

Alle kabels die je vast installeert, moeten sinds juli 2017 voldoen aan de eisen van de Europese verordening CPR (Construction Products Regulation). Aan kabels worden onder andere eisen gesteld aan brandveiligheid. In Nederland is deze verordening verwerkt in NEN 8012 en zijn er vier klassen voor de brandveiligheid gedefinieerd (Eca, Dca, Cca en B2ca). De lichtste klasse (oftewel de minste bescherming tegen brand) is Eca en deze klasse voldoet over het algemeen voor thuis. Het is wel verplicht dat de kabels die je installeert voorzien zijn van een dergelijke certificering, dus het is verstandig hierop te letten als je nieuwe vaste netwerkkabels koopt.

Kabels trekken

In ongebruikte loze leiding zit vaak een contactdraad. Die kun je gebruiken om te controleren welke loze leiding waar uitkomt. De contactdraad is echter niet bedoeld om een andere kabel door de leiding te trekken, al lukt dat met het gebruik van cat 5e-kabels doorgaans wel. Je kunt de contactdraad wel gebruiken om een trekveer door de leiding te leiden. De trekveer gebruik je dan om de daadwerkelijke kabel door de leiding te trekken. Voor het trekken van een draad door een leiding voer je eerst de trekveer door, waarna je de kabels vastmaakt aan de trekveer en de trekveer weer terug trekt. Je bevestigt de netwerkkabel aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Wil je twee netwerkkabels door één leiding trekken, trek deze dan tegelijkertijd. Voorkom dat er een dikke ‘prop’ ontstaat op het einde van je trekveer door van iedere kabel bijvoorbeeld vier aders aan het oogje vast te maken. Je kunt ducttape gebruiken om de uiteinden van de kabels glad af te werken. Voor echt moeilijke klusjes kun je een trekkous gebruiken om de kabel echt netjes aan de trekveer te bevestigen, maar die zijn vrij kostbaar. Werk bij het gebruik van de trekveer met z’n tweeën. De eerste persoon trekt aan de veer, terwijl de andere persoon bij het punt blijft waar de kabel de muur in gaat en de kabel invoert. Gaat het trekken van de kabel stroef, dan kun je talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om het trekken eenvoudiger te maken. Gebruik in geen geval zeep of afwasmiddel, dat wordt na verloop van tijd hard.

©PXimport

Wandcontactdozen

De vaste netwerkkabels die je in bijvoorbeeld de muur of plint hebt verwerkt, werk je niet af met netwerkstekkertjes. Hoewel er netwerkstekkertjes voor vaste kabels bestaan, is een vaste kabel niet bedoeld om na installatie nog te bewegen. Werk de kabels in de gebruiksruimtes daarom af met een wandcontactdoos. Op een inbouwdoos plaats je een exemplaar dat geschikt is voor inbouw, terwijl je een opbouwexemplaar kun gebruiken als je de kabel in de plint hebt verwerkt.

Een complete dubbele wandcontactdoos die je afmonteert met lsa-stroken kost je zo’n tien euro, doorgaans heb je de keuze uit wit of ivoor. Daarnaast kun je ook keystoneframes kopen waar je zelf twee keystones in klikt, je kunt daar hier meer over lezen. Het is natuurlijk het fraaist als de wandcontactdozen netjes aansluiten bij het schakelmateriaal dat je al hebt. Vrijwel iedere fabrikant van schakelmateriaal maakt frontjes die geschikt zijn voor inbouwdozen die voldoen aan de UAE-specificaties (universele aansluiteenheid) die soms nog IAE (isdn-aansluiteenheid) genoemd wordt. Koop wel UAE-binnenwerkjes die aan minimaal de Cat 5e-specificaties voldoen. Met name bij bouwmarkten kun je nog (dubbele) isdn-wandcontactdozen kopen die passen bij het schakelmateriaal. Die zijn niet geschikt voor netwerktoepassingen. Daarnaast bieden sommige fabrikanten van schakelmateriaal ook keystoneframes aan waarin je zelf losse keystones kunt klikken. Wellicht ten overvloede: naar een dubbele wandcontactdoos moet je twee kabels trekken.

©PXimport

Lsa-stroken aansluiten

Voor het afmonteren van lsa-stroken heb je een lsa-punch-down-tool nodig. Hiermee duw je de aders in de mesjes van de lsa-strook zonder deze mesjes te beschadigen. Wanneer je de aders in de mesjes duwt, dan wordt tegelijkertijd het stukje overbodige draad afgeknipt. 1. Voer de kabels door in je wandcontactdoos of patchpanel. 2. Leg de ader over de juiste aansluiting volgens T568B (zie kleurcodering of bij nummering het schema verderop). Zet je lsa-punch-down-tool op de lsa-strook en druk hem in tot je een klik hoort. 3. Sluit op deze manier alle aders aan, de overbodige stukjes draad worden tijdens het aandrukken netjes afgesneden. Monteer het binnenwerk en schroef het schakelmateriaal op het binnenwerk. Voor het aansluiten van de aders op de pinnen bestaan twee standaarden, T568A en T568B. Sluit de kabels altijd aan volgens de T568B- of B-codering. Soms wordt alleen de A-standaard en de pinnummers getoond, gebruik dan onderstaand schema voor T568B.

Patchpanel

Een thuisnetwerk heeft een centraal punt waar de kabels vanuit de gebruiksruimtes samenkomen. In een relatief nieuw huis zal dit centrale punt de meterkast zijn. Net als in de gebruiksruimtes dien je de kabels af te werken. De meest simpele oplossing is het knijpen van RJ45-stekkertjes, maar dat kun je beter niet doen. Ten eerste zijn de meeste stekkertjes bedoeld voor netwerkkabels met een soepele kern. Er zijn wel geschikte stekkertjes voor een vaste kern, maar die raden we niet aan. Netwerkkabels met een vaste kern zijn immers niet ontworpen om al teveel te bewegen na installatie, iets dat met het gebruik van stekkertjes waarschijnlijk wel gebeurt. Je werkt de kabels op het centrale punt daarom ook af met vaste netwerkaansluitingen. Dit kun je net als in de gebruiksruimtes doen met een wandcontactdoosje, deze zijn ook in opbouwuitvoering beschikbaar. Wanneer er maximaal vier kabels in je meterkast uitkomen, is dat een prima oplossing. Heb je echter meer kabels, dan wordt een patchpanel prijstechnisch interessanter. Een patchpanel bevat meerdere netwerkaansluitingen waarop netwerkkabels via lsa-stroken worden afgemonteerd. Voor thuis zijn zogenoemde desktop-patchpanels interessant. Deze bevatten acht of twaalf netwerkaansluitingen en kun je aan de muur bevestigen. Heb je een veel uitgebreider thuisnetwerk, dan kun je ook gebruikmaken van een patchpanel dat is bedoeld voor gebruik in een 19inch-patchkast. Je kunt een kleine kast in je meterkast hangen of een patchbeugel aan de wand bevestigen waar de 19inch-elementen in passen. Ook switches zijn bijvoorbeeld beschikbaar in een 19inch-variant.

©PXimport

Patchkabels

Voor het onderling aansluiten van je apparatuur en de verbinding met wandcontactdozen gebruik je patchkabels, netwerkkabels met aan beide kanten een stekkertje. In tegenstelling tot kabels die je permanent installeert, maken patchkabels gebruik van soepele netwerkkabels. Je kunt patchkabels zelf maken door met een netwerktang RJ45-stekkertjes op een kabel te knijpen, maar we raden je sterk aan om kant-en-klare patchkabels te kopen. In de praktijk blijkt namelijk dat onverklaarbare storingen in het thuisnetwerk frequent terug te leiden zijn tot zelfgemaakte patchkabels. De goedkopere netwerktangen krimpen de contacten niet altijd goed. Kant-en-klare kabels kun je in diverse lengtes kopen, dus zelf maken omdat je een bepaalde lengte nodig hebt, is doorgaans niet nodig.

Ga je toch zelf patchkabels maken, let er dan op dat je de juiste plugjes koopt. De normale RJ45-plugjes zijn bedoeld voor soepele kabels en de kans is groot dat je deze krijgt als je ergens stekkertjes koopt. Let toch goed op, omdat er ook stekkertjes zijn die bedoeld zijn voor stugge kabel. Het is belangrijk dat de plugjes passen bij het type kabel, omdat anders de verbinding tussen de stekker en aders niet goed is. Let er verder op dat de meeste RJ45-plugjes bedoeld zijn voor niet afgeschermde kabel. Ga je zelf kabels maken, dan raden we je sowieso aan om niet afgeschermde utp-kabel te gebruiken. Hierbij zijn cat 5e-kabels eenvoudiger om te verwerken, maar cat 6 kan eventueel ook. Het zelf maken van cat 6a-kabels raden we echt af.

Switch

Met alleen het patchpanel ben je er nog niet, want er staat geen signaal op de netwerkaansluitingen. Hiervoor dien je de aansluitingen op het patchpanel aan te sluiten op een switch. Voor iedere aansluiting heb je één poort op je switch nodig. Je router is doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier aansluitingen, iets dat zelfs bij een simpel thuisnetwerk al snel niet genoeg is. Afhankelijk van het aantal gepatchte poorten kun je een switch met acht, zestien, vierentwintig of meer poorten monteren. Switches met acht en zestien poorten zijn verkrijgbaar in een variant die je aan de muur kunt schroeven.Heb je behoefte aan nog meer poorten, dan zul je switches moeten gebruiken die in een patchkast of patchbeugel passen (19inch-rekmontage).

Een unmanaged switch met vijf poorten heb je vanaf twintig euro, terwijl je een exemplaar met acht poorten voor zo’n 30 euro kunt kopen. Gezien het geringe prijsverschil, raden we je aan om minimaal voor een switch met acht poorten te kiezen. Switches met zestien poorten zijn een stuk duurder en heb je vanaf zo’n 60 euro voor een unmanaged exemplaar. Een managed exemplaar is thuis doorgaans niet nodig.

©PXimport

Power over ethernet

Behalve voor data kun je netwerkkabels dankzij power over ethernet (PoE) ook gebruiken voor de voeding. Via één netwerkkabel kun je een accesspoint dan zowel van een netwerksignaal als spanning voorzien. Er zijn verschillende PoE-standaarden. Accesspoints hebben doorgaans genoeg aan het ‘normale’ PoE oftewel 802.3af. Let er wel op dat sommige krachtigere accesspoints PoE+ (oftewel 802.3at) vereisen, dat meer vermogen kan leveren. Let er dus op of de PoE-switch past bij de accesspoints. PoE-switches die enkel 803.af ondersteunen zijn goedkoper, een gigabit-switch met acht poorten waarvan vier poorten PoE ondersteunen heb je voor zo’n 70 euro. Soms krijg je bij een accesspoint een PoE-injector, deze kun je ook los kopen. Dit is een adapter die je tussen de switch en patchpanel aansluit, en de voeding verzorgt voor het bedraad aangesloten accesspoint. Let er overigens op dat een injector doorgaans gebruikmaakt van passieve PoE waarbij de spanning altijd op de netwerkkabel staat. Sluit in het geval van passieve PoE geen andere apparaten aan op de netwerkaansluiting, die kunnen beschadigen als ze niet geschikt zijn voor PoE. Heb je een switch die de PoE-standaarden 802.3af of 802.3at ondersteunt, dan kun je wel veilig alle apparaten aansluiten. Dergelijke switches controleren of een apparaat echt PoE ondersteunt voordat de spanning op de kabel wordt gezet.

©PXimport

Topologie

Aan de basis van je netwerk staat de router. Dit kan zowel de (modem-)router van je internetprovider zijn als een eigen router die je achter de (modem-)router van je internetprovider hangt. Consumentenrouters zijn doorgaans voorzien van een ingebouwde switch met vier poorten. Voor kleine netwerken is dit genoeg, maar vaak komen er meer dan vier kabels in bijvoorbeeld de meterkast uit. We raden je aan om een switch te kopen met genoeg aansluitingen om alle kabels die op het centrale punt uitkomen op één switch aan te sluiten.

Mocht je nu bijvoorbeeld een beperkt aantal kabels teveel hebben, terwijl een grotere switch een stuk duurder is, dan kun je eventueel minder belangrijke aansluitingen direct in je router steken. Dit is bijvoorbeeld het geval als er acht kabels aangesloten moeten worden; in een switch met acht poorten passen immers maar zeven kabels, omdat de switch zelf ook aangesloten moet worden. Houd bij de opbouw van je netwerk rekening met de topologie van je netwerk. Want hoewel je prima meerdere switches achter elkaar kunt plaatsen, zorgt dit mogelijk voor een minder optimale werking. Het verkeer tussen twee switches vormt een bottleneck, want tussen simpele switches zit één gigabitkabel.

Thuis zal het ideaalbeeld van één switch zonder een ingrijpende verbouwing niet altijd mogelijk zijn. Je kunt het aantal aansluitingen in één kamer, bijvoorbeeld je woonkamer bij de televisie, gerust uitbreiden met een simpele unmanaged switch. Het is immers vrijwel niet te doen om meer dan twee kabels vanaf een centrale plek als de meterkast netjes naar je televisiehoek te leggen. Onthoud verder dat verkeer tussen apparaten die allebei direct aangesloten zijn op dezelfde switch binnen die switch blijven. Je kunt hier bijvoorbeeld rekening mee houden bij het plaatsen van een apparaat waarbij de snelheid veel uitmaakt zoals een nas. Is centraal aansluiten niet mogelijk, sluit de nas dan aan op dezelfde switch als de grootste gebruikers zoals je pc.

Aan de slag

Op basis van dit artikel kun je zelf aan de slag met het (opnieuw) aanleggen van een net thuisnetwerk. De aanleg begint bij een goede planning waarin je inventariseert wat je nodig hebt, waarna je met de aanwijzingen in dit artikel alles netjes kunt afwerken. Ben je klaar, dan is je huis voorzien van bekabeling die nog jarenlang een goede basis vormt voor je (draadloze) thuisnetwerk.

Alternatieven voor netwerkkabels

Is het niet overal in huis mogelijk om netwerkkabels aan te leggen, dan zijn er nog andere opties voor een ‘bedrade’ verbinding. Een powerline-adapter verandert je stopcontact in een netwerkaansluiting. Je hebt minimaal twee powerline-adapters nodig, de eerste plaats je meestal bij je router om het netwerksignaal op de elektriciteitsdraden te zetten. Hoewel powerline-adapters theoretische snelheden van 1200 of zelfs 2000 Mbit/s beloven, halen de beste adapters onder optimale omstandigheden zo’n 270 Mbit/s. Optimale omstandigheden komen echte niet vaak voor, houd daarom rekening met een snelheid van maximaal zo’n 110 Mbit/s. Powerline-adapters zijn er ook met ingebouwd wifi-accesspoint. Daarnaast kun je ook coax-televisiekabels inzetten als netwerkaansluitingen. Dit doe je met MoCa-adapers, zoals de Hirschmann INCA 1G. We hebben deze nieuwste generatie MoCa-adapters nog niet getest, maar Hirschmanns vorige generatie MoCa-adapters beloofden een snelheid van 400 Mbit/s en kwamen daar in de praktijk met zo’n 350 Mbit/s dicht bij in de buurt. Een coaxkabel is in tegenstelling tot een elektriciteitskabels dan ook ontworpen voor signaaloverdracht. Net als bij powerline heb je minimaal twee adapters nodig.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wordt Netflix na Warner Bros.-overname te duur? 'Zeg dan maar op'
© ink drop - stock.adobe.com
Huis

Wordt Netflix na Warner Bros.-overname te duur? 'Zeg dan maar op'

Wat Netflix betreft hebben consumenten die Netflix na de overname van Warner Bros. (en dus HBO Max) te duur vinden worden een simpele oplossing: hun abonnement opzeggen.

Netflix en Warner Bros. hebben vorig jaar een overeenkomst gesloten waarbij eerstgenoemde streamingbedrijf het filmproductiebedrijf overneemt. Als dit allemaal doorgaat, zal Netflix dus niet alleen de films van Warner Bros. in handen krijgen, maar ook concurrerende streamingdienst HBO Max, dat van Warner Bros. is.

Onder sommige abonnees bestaat dan ook de angst dat een Netflix-abonnement veel duurder gaat worden, bijvoorbeeld wanneer er Warner Bros.-films die nog maar net uit zijn in de bioscoop op zullen verschijnen, of als HBO Max eventueel met Netflix wordt samengevoegd.

Die angst bestaat ook bij Amerikaanse waakhonden die controleren of de overname wel door kan gaan, en in een verhoor van de senaat onlangs werd een van Netflix' ceo's, Ted Sarandos, daarover aan de tand gevoeld.

Eén klik

Aldus Sarandos: "Netflix en Warner Bros. hebben beiden streamingdiensten, maar ze complementeren elkaar enorm. Sterker nog: 80% van alle HBO Max-leden hebben ook een abonnement op Netflix. We zullen consumenten meer content voor minder geld geven."

Daarna werd gevraagd of Netflix hun abonnementen "betaalbaar" zou houden na de overname. Daarop had Sanandos een duidelijk antwoord: "Je kunt ons abonnement met één klik opzeggen. Als de consument het teveel geld vindt voor wat ze krijgen, kunnen ze hun abonnement met één klik opzeggen."

Klare taal dus, al wordt hieruit niet duidelijk of prijzen na de overname daadwerkelijk zullen stijgen. Het is ook mogelijk dat Netflix beide streamingdiensten gescheiden houdt, of dat het een allesomvattend abonnement voor beide streamingdiensten aan gaat bieden. Op moment van schrijven is dit niet bekend.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Koopgids drones: wat is dé perfecte minihelikopter?
© Li Zhongfei
Huis

Koopgids drones: wat is dé perfecte minihelikopter?

Drones zijn al lang niet meer alleen speelgoed voor techneuten. Voor een paar tientjes heb je een budgetmodel waarmee je verrassend leuke luchtfoto's en video's maakt. Ga je vaker met een cameradrone op pad, dan loont het om te kijken naar een beter model van een paar honderd tot zelfs duizenden euro's. Het aanbod is groot, dus het helpt om te weten waar je op moet letten. In dit artikel lees je welke eigenschappen belangrijk zijn als je een nieuwe drone koopt.

Soorten drones

Een drone is een onbemand luchtvaartuig dat je op afstand kunt besturen. De dronepiloot gebruikt hiervoor een smartphone, tablet of speciale controller. Laat de minihelikopter daarmee opstijgen, landen en draaien. Bovendien pas je naar eigen wens de hoogte aan.

Hoewel drones oorspronkelijk voor militaire doeleinden werden ontwikkeld, zijn ze tegenwoordig ook voor consumenten volop beschikbaar. Meestal hebben deze luchtvaartuigen vier propellers en evenveel motoren. Om die reden worden ze ook wel quadcopters genoemd. Door de draaisnelheid van de afzonderlijke propellers te wijzigen, kunnen ze alle kanten op vliegen.

Voor consumenten onderscheiden we twee soorten drones. Wie het voornamelijk leuk vindt om loopings, flips en andere stunts te maken, kan een exemplaar zonder camera overwegen. Dit zijn in feite speelgoeddrones. Goede cameradrones zijn een stuk duurder. Hierbij is de lens naar voren of beneden gericht, zodat je tijdens de vlucht adembenemende luchtbeelden kunt schieten. Denk bijvoorbeeld aan wilde dieren in een natuurgebied of een mooie zonsondergang op het strand. In dit artikel lees je meer over verschillende functies van cameradrones.

©DJI

De camera aan de voorzijde van deze DJI Mini 3 is duidelijk te zien.

Gewicht

Het gewicht van een drone is een belangrijk aspect om rekening mee te houden. Voor luchtvaartuigen onder de 250 gram heb je namelijk geen vliegbewijs nodig. Om die reden fabriceren bekende merken als DJI, Potensic en Hoverair modellen die net onder deze grens zitten. Dit betreft meestal minidrones. Houd wegens de lichte accu wel rekening met een relatief korte vliegtijd.

Heb je een zwaardere drone op het oog, dan is er nog geen man overboord. Een vliegbewijs kost, afhankelijk van de gekozen aanbieder, tussen de veertig en honderd euro. Zodra je de online kennistest succesvol hebt afgerond, vraag je het bewijs aan bij de RDW. Dat is geldig in alle lidstaten van de Europese Unie plus Noorwegen, Zwitserland en IJsland.

Overigens mag je met het basiscertificaat (A1 en A3) alleen in onbewoonde gebieden op ruime afstand van mensen vliegen. Het maximaal toegestane gewicht van het luchtvaartuig bedraagt bovendien 900 gram. Voor vluchten in stedelijke gebieden in de buurt van mensen en/of het gebruik van een zwaardere drone tot vier kilo is het zogeheten A2-vaardigheidsbewijs verplicht. Wil je een door de overheid goedgekeurde online cursus volgen? Check dan vooraf goed hoeveel examenpogingen er zijn inbegrepen.

©DJI

De DJI Mavic 4 Pro weegt ruim een kilo, waardoor je een uitgebreid vliegbewijs nodig hebt.
Exploitantnummer aanvragen

Heb je een cameradrone gekocht? Waarschijnlijk dien je dan een zogenoemd exploitantnummer aan te vragen. Dit geldt zowel voor lichtgewicht als zware luchtvaartuigen. Dit nummer 'plak' je op een zichtbare plek van de behuizing. Verder programmeer je het exploitantnummer indien mogelijk in de (software van) de drone. Zo is de eigenaar altijd te traceren. Je regelt de aanvraag op de website van de RDW. Het kost 23 euro.

Voor speelgoedmodellen tot 250 gram is zo'n exploitantnummer niet verplicht. Dit zijn (camera)drones die voor kinderen tot veertien jaar zijn ontwikkeld. Een voorwaarde is dat de leeftijdsindicatie duidelijk op de verpakking of in de handleiding staat vermeld.

De productdoos van deze SefSay-drone vermeldt een leeftijd van 14+, waardoor de eigenaar een exploitantnummer dient aan te vragen.

Videokwaliteit

Let bij de aanschaf van een nieuwe drone op de maximale videoresolutie. Vanuit de lucht wil je tenslotte fraaie beelden maken. De betere drones hebben een beeldsensor van een gerenommeerd merk. Met name Sony en Hasselblad ontwikkelen kwalitatieve dronecamera's. Sommige dure producten hebben zelfs twee of meer camera's, bijvoorbeeld een groothoek- en telelens.

Bekijk ook de maximale videoresolutie. Hoe hoger deze waarde, hoe scherper het beeld. Diverse betaalbare modellen ondersteunen resoluties tot 1920 × 1080 of 2560 × 1440 pixels. De beeldkwaliteit is weliswaar goed, maar besef wel dat de meeste televisies meer pixels kunnen weergeven. Om die reden ligt een dronecamera met een videoresolutie tot 3840 × 2160 pixels voor de hand. Je kijkt dan op een 4K-televisie naar een scherp beeld. Voor bezitters van een 8K-tv ontwikkelt Hoverair relatief betaalbare drones met een resolutie tot 7680 × 4320 pixels.

Bij dronecamera's met een respectabele videoresolutie van 3840 × 2160 pixels of hoger blijft de beeldkwaliteit ook na digitaal inzoomen nog acceptabel. Bij deze techniek maak je in feite een uitsnede van het originele beeld. Er is hierbij dus sprake van pixelverlies. Wil je regelmatig digitaal inzoomen, kies dan bij voorkeur een drone met een hoge videoresolutie.

©DJI

De nogal prijzige DJI Matrice 4T telt maar liefst vier camera's.

Framesnelheid

Een goede drone ondersteunt een behoorlijke framesnelheid van bijvoorbeeld dertig of zestig beelden per seconde. Een hoge waarde is gunstig, want je kijkt daarmee naar een vloeiend beeld zonder schokjes. Zeker bij rappe actiebeelden is de framesnelheid een belangrijke eigenschap. Daarnaast zorgt een hoge waarde ervoor dat je opvallende beelden kunt vertragen. Denk bijvoorbeeld aan een sprong van een kitesurfer of passerende vogel. Een vloeiende weergave van slowmotionvideo's vereist een minimale framesnelheid van zestig beelden per seconde.

©DJI

Let met name bij het maken van actievideo's op de maximale framesnelheid.

Fotokwaliteit

Voor (hobby)fotografen zijn drones interessante apparaten. Niet voor niets hebben de meeste cameraspeciaalzaken tegenwoordig een breed assortiment. Zo'n minihelikopter komt op plekken waar je zelf niet kunt komen. Er is een aantal specificaties waar je op kunt letten. De betere producten bevatten een ruime, lichtgevoelige sensor. Deze dronecamera's hebben minder licht nodig om heldere beelden te schieten. Op foto's van relatief goedkope camera's zie je namelijk doorgaans veel ruis.

In de specificaties van het beoogde product staat verder de maximale cameraresolutie. Fabrikanten drukken deze waarde uit in het aantal megapixel. Als je eens een luchtafbeelding op groot formaat wilt laten afdrukken, is een fotoresolutie van minimaal 12 megapixel geen overbodige luxe. Daarnaast zijn er ook volop drones met nog hogere fotoresoluties verkrijgbaar, bijvoorbeeld 20, 48 of zelfs 100(!) megapixel.

Veel drones slaan foto's optioneel als raw-bestanden op. Een voordeel, want dit formaat kun je met geschikte software naar hartenlust nabewerken. Tot slot pas je op een geschikte drone verschillende camera-opties naar eigen wens aan, zoals de sluitertijd, witbalans en iso-waarde.

Lees ook: Voordelig foto's bewerken: deze tools zijn beter en betaalbaar

©DJI

Als je vaak naar mooie bestemmingen reist, biedt een drone met een hoogwaardige camera veel meerwaarde.

Bediening

Bedenk vooraf goed hoe je de drone wilt bedienen. Hiervoor bestaan grofweg twee mogelijkheden, namelijk met een speciale controller of app op een smartphone. Een controller lijkt erg op het bedieningsapparaat van een spelcomputer, zoals een PlayStation of Xbox. Er zijn veelal twee beweegbare joysticks voorhanden. Pas daarmee de richting aan en beweeg voor- of achteruit. Sommige controllers hebben een scherm of geïntegreerde smartphonehouder. De dronepiloot kijkt dan tijdens de vlucht live mee. Waarschijnlijk heeft de controller ook allerlei andere knopjes. Maak bijvoorbeeld een foto, draai 360 graden rond of laat de drone naar de beginpositie terugkeren.

Bij sommige drones zit geen controller. Je bedient de minihelikopter in dat geval vanuit een app. Een voordeel is dat je op de smartphone kunt zien waar je vliegt. Dat werkt via een live-videoverbinding. Zie onder andere hoe snel en hoe hoog de drone vliegt. Daarnaast check je het actuele batterijniveau. Valt het bereik onverhoopt weg? De meeste drones keren dan automatisch terug naar de startpositie.

Jouw drone ondersteunt wellicht ook automatische vliegfuncties. Een nuttige optie is bijvoorbeeld wanneer het luchtvaartuig een geselecteerd object op eigen houtje kan volgen. Tot slot kunnen uitgebreide drones op basis van vooraf ingestelde routepunten zelfstandig een traject vliegen.

©DJI

Een controller met geïntegreerd scherm biedt het meeste bedieningsgemak.
View post on TikTok

Vliegtijd

Film je in een natuur- of recreatiegebied, dan laad je een lege accu natuurlijk niet zomaar even op. Om die reden verkopen fabrikanten zogeheten fly more-bundels van hun drones. In plaats van één accu neem je dan twee of drie oplaadbare batterijen mee.

Bekijk verder de maximale vliegtijd op een enkele batterijlading. De meeste dronemerken vermelden dat in de specificaties, maar neem de aangegeven vliegtijd met een korreltje zout. De daadwerkelijke vluchtduur is namelijk van talloze factoren afhankelijk, zoals de wind, snelheid en vliegmanoeuvres.

De meeste minidrones (lichter dan 250 gram) ondersteunen in de praktijk een vliegtijd van zo'n vijftien tot hooguit dertig minuten. Dat is in de meeste gevallen lang genoeg om mooie opnames te maken! Wanneer je een grotere drone met een zwaardere accu koopt, kun je mogelijk iets langer vliegen.

©DJI

Volgens DJI kan de Mini 5 Pro op een enkele acculading maximaal 36 minuten vliegen.

Opslag

Uiteraard wil je mooie luchtvideo's en -foto's opslaan. Zeker bij haarscherpe 4K-opnames en raw-kiekjes heb je flink wat opslagcapaciteit nodig. Duizend raw-bestanden nemen gemiddeld ongeveer 25 GB ruimte in beslag. Een uur videomateriaal in 4K-kwaliteit eist al gauw zo'n 50 GB opslagcapaciteit op.

Veel drones bevatten een interne opslagdrager. Dat is natuurlijk handig, maar meestal beperkt de opslagcapaciteit zich tot 8, 16, 32 of hooguit 64 GB. Gelukkig hebben veel modellen een microSD- of SD-kaartslot, zodat je bijvoorbeeld 128, 256 of 512 GB videomateriaal kunt opslaan. Controleer in de specificaties wel even hoeveel gigabyte het aanwezige kaartslot maximaal ondersteunt. Overigens kun je bij moderne drones de opgeslagen beelden vaak rechtstreeks naar een smartphone, tablet of laptop overzetten. Dat werkt via wifi of bluetooth.

©DJI

Verbind je smartphone met de drone en download vervolgens de gewenste beelden.

Veel opslagruimte nodig?

1 TB microSD-kaarten
GoDrone-app

Heb je een mooie dronelocatie op het oog? Check dan met GoDrone of je op deze plek mag vliegen. Deze app van Luchtverkeersleiding Nederland is voor iOS en Android beschikbaar. Het werkt simpel. In rood gemarkeerde gebieden ben je als dronepiloot niet welkom. Met name om luchthavens zie je op de landkaart grote rode cirkels. Daarnaast zie je kleine cirkels boven onder andere industriegebieden, havens, militaire zones en koninklijke paleizen.

Logischerwijs mag je in een ruim gebied rondom Schiphol geen drone laten opstijgen.

Veiligheidsfuncties

Hoe duurder de drone, hoe veiliger je over het algemeen kunt vliegen. Met name obstakeldetectie is ontzettend nuttig, want je verkleint daarmee de kans op een botsing met pakweg een boom, lantaarnpaal of gebouw. De behuizing telt hierbij meerdere sensors die mogelijke obstakels kunnen waarnemen. De drone remt automatisch of past zijn vliegroute zelfstandig aan.

Er zijn ook onbemande luchtvaartuigen met een gps-chip. Gaat er onverhoopt iets mis, dan kun je de locatie van het apparaat achterhalen. Nuttig voor het geval de drone bijvoorbeeld vastzit in een boom. Verder ondersteunen bepaalde modellen met gps geofencing. Hierbij vermijdt de drone op eigen houtje verboden gebieden. Je kunt meestal ook nog zelf virtuele grenzen instellen.

Nagenoeg alle cameradrones hebben een 'return to home'-functie. Is de batterij bijna leeg of valt het signaal van de controller of smartphone plotseling weg? De drone gaat in dat geval vanzelf terug naar de beginpositie. Hoewel je normaal gesproken niet in het donker mag vliegen, hebben sommige modellen ook nog verlichting. Je kunt de drone dan op grote afstand beter waarnemen.

©DJI

Bij de DJI Mini 4 Pro is de kans op een crash minimaal, want de behuizing bevat rondom meerdere sensors.

Kooptips

Wil je een nieuwe cameradrone kopen? We zetten drie populaire producten uit verschillende prijsklassen op een rij.

DJI Mini 4K

Zoek je een goede, betaalbare drone waarvoor je geen vliegbewijs nodig hebt? De DJI Mini 4K is in dat geval een uitstekende kandidaat, want de behuizing weegt exact 249 gram. De camera is op een zogeheten gimbal gemonteerd. Dankzij dit stabilisatiesysteem maakt deze drone vloeiende opnamen zonder schokken. Zelfs bij harde wind! Wegens een behoorlijke videoresolutie van 3840 × 2160 pixels ogen de beelden zeer scherp. De maximale fotoresolutie bedraagt 12 megapixel. Geen zin om zelf te sturen? Activeer dan een van de vier automatische vliegbewegingen. Voor het bekijken van luchtbeelden installeer je een app op een smartphone. Bij de hier besproken basisuitvoering zit een accu met een opgegeven vluchttijd van hoogstens 31 minuten. Daarnaast is er een controller zonder scherm bijgesloten. Tegen een meerprijs is er onder de naam Mini 4K Fly More Combo een pakket met twee extra accu's te koop.

Potensic Atom 2 Fly More Combo

De Potensic Atom 2 Fly More Combo bestuur je met de meegeleverde controller. Dit bedieningsapparaat heeft een geïntegreerde houder voor jouw smartphone, zodat je tijdens de vlucht live kunt meekijken. De video-overdracht werkt op een afstand tot hoogstens tien kilometer. Onder leiding van de aanwezige Sony-sensor legt deze drone video's vast op een maximale resolutie van 3840 × 2160 pixels. In combinatie met een framesnelheid van dertig beelden per seconde ervaar je een scherp en vloeiend beeld. Je kunt zo nodig tot 4× digitaal inzoomen. Opvallend is verder de maximale fotoresolutie van maar liefst 48 megapixel. Het is de Chinese fabrikant gelukt om net onder de grens van 250 gram te blijven. Kortom, je hoeft voor dit model geen vliegbewijs te halen. Deze Fly More Combo-set bevat onder meer drie accu's, een snellader, extra propellers en een opbergtas.

Hoverair X1 Pro

De Hoverair X1 Pro is een opvouwbare cameradrone die je makkelijk overal mee naartoe neemt. Naast de bescheiden omvang weegt de behuizing nog geen tweehonderd gram. Het halen van een vliegbewijs is dus niet nodig. Het betreft een zogeheten selfiedrone. Dit apparaatje volgt je namelijk automatisch tijdens een wandeling, kanotocht of mountainbikeroute. Kies tussen vijftien verschillende vliegmodi, zoals vogelperspectief of zijspoor. Met een resolutie van 3840 × 2160 pixels en een framesnelheid van zestig beelden per seconde leggen gebruikers hun avonturen haarfijn vast. Dankzij obstakeldetectie zijn zelfs bosrijke gebieden en nauwe steegjes geen enkel probleem. Een pluspunt is de nogal brede kijkhoek van 107 graden. Hierdoor vang je een groot gebied in beeld. Houd daarentegen wel rekening met een relatief korte vliegtijd van zo'n zestien minuten op een volle acculading. Er zit trouwens geen controller in de verpakking, want je bedient de selfiedrone met een smartphone-app.

View post on TikTok