ID.nl logo
We maken de balans op: hoe staat het met de vrije modemkeuze?
© Reshift Digital
Huis

We maken de balans op: hoe staat het met de vrije modemkeuze?

Na een langdurig proces kreeg Nederland op 28 januari 2022 vrije modemkeuze, waardoor eindgebruikers voortaan zelf eigen apparatuur op het aansluitpunt van de internetprovider mogen aansluiten. Nu de vrije modemkeuze ruim een jaar mogelijk is, maken we de balans op.

In dit artikel bespreken we de staat van de vrijemodemkeuze. We gaan onder meer in op:

  • Welke modems geschikt zijn voor een kabelnetwerk
  • Welke modems geschikt zijn voor dsl en glasvezel
  • Wat je moet doen als je een PON-aansluiting hebt
  • Wat er te koop is

Lees ook: Zelf controle over je netwerk met deze 10 routers

Ondanks alle Europese richtlijnen en Nederlandse wetgeving heeft het jaren geduurd voordat we daadwerkelijk op iedere internetverbinding onze eigen apparatuur konden aansluiten. Dat gebeurde uiteindelijk op 28 januari 2022 toen regelgeving vanuit de Autoriteit Consument & Markt (ACM) werd ingevoerd. Toch is Nederland pas het vierde land waar vrije modemkeuze van kracht is, na Finland (2014), Duitsland (2016) en Italië (2018).

Direct op het afwerkpunt

Bij vrije modemkeuze gaat het erom dat je zelf een apparaat aan het passieve afwerkpunt van het netwerk kunt koppelen, bij kabel de AOP (abonnee-overnamepunt), bij dsl de ISRA (infrastructuur randapparatuur) en bij glasvezel de FTU (fiber termination unit). Hierdoor kun je apparatuur van je internetprovider volledig vermijden.

Dat is uiteraard niet de enige optie om eigen apparatuur te gebruiken. Je kunt altijd een eigen router aansluiten op de modem/router van je provider. Als nadeel heb je dan wellicht een hoger energieverbruik en mogelijk krijg je last van dubbele NAT (network adress translation) als een bridge-modus niet ondersteund wordt. Gebruikers van een glasvezelverbinding hebben van dat laatste meestal geen last, omdat de FTU vaak is afgewerkt met een losse mediaconverter in de vorm van een NTU (network termination unit) of ONT (optical network terminal) met daarop een netwerkaansluiting. Zo’n mediaconverter verbruikt wel wat elektriciteit, maar zit je router qua functionaliteit niet in de weg.

Bedenk bij aanwezigheid van zo’n mediaconverter goed of eventuele voordelen van het weglaten opwegen tegen de nadelen. In tegenstelling tot een AOP of ISRA raakt een FTU namelijk relatief snel beschadigd als je het verkeerde stekkertje aansluit.

Providers moeten eigen apparatuur direct op het passieve afwerkpunt (1) toestaan.

Kabel kan nu ook

Voor gebruikers van kabelinternet is er in de praktijk het meeste veranderd, want bij veel dsl- en glasvezelaansluitingen was het immers al mogelijk om eigen apparatuur direct aan te sluiten. De coaxkabel is een gedeeld medium en modems moeten daarom geautoriseerd worden. Kabelproviders gaven ondanks de goed gespecificeerde Docsis-standaard die autorisatie niet. In het grootste gedeelte van Nederland wordt kabelinternet geleverd door Ziggo, en er is nog een aantal kleinere kabelaanbieders actief, waaronder Delta dat Zeeland als verzorgingsgebied heeft.

Ziggo kende een moeizame aanloop naar de vrije modemkeuze. Al voordat de huidige regelgeving van kracht werd, oordeelde de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten dat Ziggo een eigen modem moest toestaan. Ziggo besloot die uitspraak naast zich neer te leggen en het oordeel van de ACM af te wachten. Maar ook na invoering van de ACM-regelgeving werkte Ziggo niet direct volledig mee. Een aantal maanden was een eigen modem alleen mogelijk in het ‘oude Ziggo-gebied’, terwijl dit voor klanten in het ‘oude UPC-gebied’ nog geen optie was. Inmiddels is het in het hele Ziggo-netwerk mogelijk om een eigen modem aan te sluiten.

Bij kabelnetwerken delen meerdere huizen dezelfde coaxkabel; het achterliggende netwerk gebruikt glasvezel.

Welk kabelmodem?

Vervolgens is het natuurlijk de vraag welk modem/router je op je kabelaansluiting kunt aansluiten. Ziggo vermeldt op hun website dat een eigen modem Docsis 3.1 moet ondersteunen. Anders dan bij versie 3.0 is de Docsis3.1-standaard wereldwijd hetzelfde. Maar wie verwacht dat je bijvoorbeeld een (relatief goedkoop) Amerikaans modem op het netwerk van Ziggo kunt gebruiken, komt bedrogen uit. Ziggo gebruikt ook voor Docsis3.1-modems nog altijd EuroDocsis3.0-kanalen die door Amerikaanse apparatuur niet ondersteund worden.

De kabelproviders Delta en Caiway zijn hier op hun ondersteuningspagina’s wat duidelijker over: een eigen kabelmodem moet gecertificeerd zijn voor Docsis 3.1 met EuroDocsis 3.0 backwards compatibility. Veel keuze heb je in de praktijk niet: er zijn twee geschikte Docsis3.1-modem/routers te koop. Het gaat om de Fritz!Box 6660 Cable en de Fritz!Box 6690 Cable, die allebei door netwerkfabrikant AVM worden gemaakt. Andere fabrikanten leveren geen geschikte Docsis-modems in de vrije verkoop aan consumenten.

AVM verwacht zelf ook niet dat andere partijen zullen volgen. AVM kan deze geschikte modem-routercombinaties volgens countrymanager Nederland Eric van Uden leveren, omdat AVM in Nederland via diverse kanalen al consumentenproducten verkoopt en omdat ze in thuisland Duitsland al dezelfde modems aan consumenten verkoopt.

©AVM GmbH

Alleen netwerkfabrikant AVM levert twee modem-routercombinaties die geschikt zijn voor kabelaansluitingen, waaronder deze Fritz!Box 6690 Cable.

Eerder hebben we de Fritz!Box 6690 Cable gereviewd

Ziggo in de praktijk We hebben het aansluiten van een eigen modem op het Ziggo-netwerk in de praktijk geprobeerd met een Fritz!Box 6660 Cable. Je hebt voor het registeren en activeren van je eigen modem de Mijn Ziggo-app nodig (iOS of Android). Vervolgens klik je op Producten / Internet en klik je op Meer info bij je huidige modem. Daarna kun je via Registreer een Nieuw modem je eigen modem aanmelden.

Je hebt hierbij twee dingen nodig: een MAC-adres en een MTA MAC-adres. Het MAC-adres wordt ook wel CM MAC (cable modem) genoemd. Het MTA MAC-adres (multimedia terminal adapter) slaat op het telefoniegedeelte. Je vindt de adressen op een sticker op de onderkant van je modem. Na het voltooien van de wizard zal Ziggo een configuratiebestand maken dat via het netwerk naar je modem gestuurd wordt. Dit is vaak binnen een paar minuten geregeld. Je kunt je eigen modem alvast aansluiten en wachten op dit configuratiebestand. Je kunt ook wachten tot het moment dat je huidige modem zijn verbinding verliest. De Fritz!Box werkte na activeren verder probleemloos, wel kan het opstarten en configureren de eerste keer even duren.

Let er trouwens wel op dat een Docsis3.1-modem vanwege het grotere frequentiebereik meer eisen qua afscherming voor instraling stelt aan het AOP dan een Eurodocsis3.0-modem. Om problemen te voorkomen, moet je AOP mogelijk door Ziggo vervangen worden als je nog geen Docsis3.1-modem gebruikte.

Je vindt de benodigde MAC-adressen op de onderkant van de router.

Dsl en glasvezel

Voor dsl-verbindingen was het nooit een groot probleem een eigen modem aan te sluiten op de telefoonlijn, en ook gebruikers van glasvezelverbindingen konden in veel gevallen een eigen apparaat met een glasvezel-patchkabel direct aansluiten op de FTU. Het probleem zat hem vaak in een niet werkend telefoonnummer wanneer je ook vast bellen afnam of bij het gebruik van ip-televisie. Dat gold voor het invoeren van de vrije modemkeuze wel alleen voor glasvezelverbindingen met een eigen actieve aansluiting in een centrale. Deze aansluitingen worden ook wel AON (active optical network) of P2P (point-to-point) genoemd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van ethernet dat wordt omgezet van koper naar licht. Technisch geen heel grote uitdaging en de benodigde gegevens en technische eisen waren bij veel providers ook voor de invoering van de vrije modemkeuze al beschikbaar. Zo kunnen er naast losse mediaconverters ook relatief goedkope SFP-modules in geschikte routers gebruikt worden.

Informatie over het aansluiten van eigen apparatuur via dsl of glasvezel vind je op de betreffende webpagina's bij KPN en T-Mobile. Ook andere internetproviders bieden dergelijke informatie.

©Bruce Caudill

In het geval van een AON-glasvezelaansluiting heb je relatief veel keuze voor eigen apparatuur, bijvoorbeeld een eigen router met SFP-slot in combinatie met een SFP-module.

PON-aansluitingen

Sinds een aantal jaar wordt bij het aanleggen van glasvezel steeds vaker gebruikgemaakt van PON (passief optisch netwerk), waarbij meerdere huisaansluitingen met behulp van spitters dezelfde actieve aansluiting, of OLT (optische lijnterminal), in de centrale delen. Dit kun je dus enigszins vergelijken met hoe een kabelnetwerk is opgezet en apparatuur geautoriseerd moet worden. Het was even afwachten, maar internetproviders werken hier aan mee. Bij een aansluiting via het KPN-netwerk kan dat wel alleen in combinatie met de nieuwste XGS-PON-generatie. Heb je nu een G-PON-aansluiting, dan kun je toch eigen apparatuur gebruiken: KPN Netwerk zet je aansluiting dan op verzoek eerst om naar een XGS-PON-aansluiting.

Ook andere glasvezelproviders die gebruikmaken van XGS-PON, zoals Delta, maken het mogelijk om eigen apparatuur aan te sluiten. Bij sommige andere glasvezelaanbieders, waaronder het netwerk van T-mobile, is het dan weer wel mogelijk om behalve een XGS-ONT ook een GPON-ONT te vervangen voor eigen apparatuur. Je vindt op de websites van diverse providers meer informatie over het aansluiten van eigen apparatuur. Omdat er verschillende glasvezeltechnieken in gebruik zijn, ook bij dezelfde providers, kun je het best aan je internetprovider vragen welke glasvezeltechniek je momenteel gebruikt of dit uitzoeken op basis van de specificaties van je mediaconvertor.

©ujjwal

Bij een PON-netwerk wordt een aansluiting gedeeld met meerdere eindgebruikers.

Wat is er te koop?

Voor dsl zijn er diverse modem-routercombinaties en zelfs losse modems te koop. Gebruikers van een AON-glasvezelverbinding kunnen kiezen voor een geschikte modem/router of een SFP-module in combinatie met een router met SFP-slot. In het geval van een AON-aansluiting is er best wel wat keuze; je kunt bijvoorbeeld zoeken naar ervaringen van gebruikers met dezelfde aansluiting als jij.

De enige alternatieve XGS-PON-producten zijn voor zover wij weten afkomstig van AVM. Het gaat om de Fritz!Box 5590 Fiber XGS-PON en de Fritz!Box 5530 Fiber XGS-PON. Beide routers zijn voorzien van een SFP-slot waar een SFP-glasmodule van AVM ingaat. Die SFP-module werkt overigens alleen in combinatie met de twee genoemde Fritz!Box-routers. Beide routers zijn ook te koop in een AON-variant. Glasvezelpatchkabels levert AVM in Nederland niet mee.

Er zijn verschillende typen FTU’s in gebruik met verschillende aansluitingen. Bij webshops kun je geschikte patchkabels en indien nodig patchcovers voor je FTU kopen. Enige voorzichtigheid is hierbij wel geboden. Als je het verkeerde type stekkertje probeert aan te sluiten, kun je de FTU beschadigen. AVM heeft op het moment van schrijven in de vorm van de Fritz!Box 5690 Pro een nieuwe modem/router aangekondigd die werkt met dsl, AON- en GPON-glasvezel. Voor gebruikers van XGS-PON is de Fritz!Box 5690 XGS aangekondigd.

De Fritz!Box 5590 Fiber is dankzij een speciale SFP-module ook geschikt voor XGS-PON-aansluitingen.

Aantal gebruikers

De keuze voor eigen apparatuur kan verschillende redenen hebben, zoals energiebesparing, eenvoudiger beheer, het feit dat je provider geen bridge-modus ondersteunt, of gewoon omdat het kan. Wat de reden ook is, je blijft vermoedelijk tot een kleine groep (gevorderde) gebruikers behoren. Volgens woordvoerder Gerrie Spaansen van de ACM gaat de trend qua gebruikers min of meer gelijk op met die in Duitsland. De verwachting is daarom dat het drie tot vier jaar na invoering van de regelgeving om zo’n 10 procent van de huishoudens zal gaan.

Internetprovider KPN meldt dat momenteel enkele tientallen klanten per maand kiezen voor een eigen modem. Er is volgens KPN geen significant verschil zichtbaar in het aantal klanten dat kiest voor een eigen modem sinds de regelgeving van kracht werd. Ook daarvoor bood KPN al de mogelijkheid om eigen apparatuur aan te sluiten. Ook Ziggo geeft aan dat het bij hun klanten om hooguit enkele tientallen gebruikers per maand gaat.

Conclusie

Ruim een jaar na invoering van de vrije modemkeuze is het in de praktijk in ieder geval geen probleem om eigen apparatuur direct aan te sluiten op je internetverbinding. De benodigde specificaties en gegevens kun je terugvinden op de website van providers. Volgens Spaansen verloopt het proces momenteel tamelijk soepel en komen er weinig klachten binnen bij de ACM.

▼ Volgende artikel
SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?
© arinahabich
Huis

SSD vs. HDD: waarom is een SSD zo veel sneller dan een harde schijf?

Waarom start een computer met een SSD binnen enkele seconden op, terwijl een oude harde schijf blijft ratelen? Het vervangen van een HDD door een SSD is de beste upgrade voor een trage laptop of pc. We leggen in dit artikel uit waar die enorme snelheidswinst vandaan komt en wat het fundamentele verschil is tussen deze twee opslagtechnieken.

Iedereen die zijn computer of laptop een tweede leven wil geven, krijgt vaak hetzelfde advies: vervang de oude harde schijf door een SSD. De snelheidswinst is direct merkbaar bij het opstarten en het openen van programma's. Maar waar komt dat enorme verschil in prestaties vandaan? Het antwoord ligt in de fundamentele technologie die schuilgaat onder de behuizing van deze opslagmedia.

De vertraging van mechanische onderdelen

Om te begrijpen waarom een Solid State Drive (SSD) zo snel is, moeten we eerst kijken naar de beperkingen van de traditionele harde schijf (HDD). Een HDD werkt met magnetische roterende platen. Dat kun je vergelijken met een geavanceerde platenspeler. Wanneer je een bestand opent, moet een fysieke lees- en schrijfkop zich naar de juiste plek op de draaiende schijf verplaatsen om de data op te halen. Dat fysieke proces kost tijd, wat we latentie noemen. Hoe meer de data op de schijf verspreid staat, hoe vaker de kop heen en weer moet bewegen en wachten tot de juiste sector onder de naald doordraait. Dit mechanische aspect is de grootste vertragende factor in traditionele opslag.

©Claudio Divizia

Flashgeheugen en directe gegevensoverdracht

Een SSD rekent definitief af met deze wachttijden omdat er geen bewegende onderdelen in de behuizing zitten. De naam 'Solid State' verwijst hier ook naar; het is een vast medium zonder rammelende componenten. In plaats van magnetische platen gebruikt een SSD zogenoemd NAND-flashgeheugen. Dat is vergelijkbaar met de technologie in een usb-stick, maar dan veel sneller en betrouwbaarder. Omdat de data op microchips wordt opgeslagen, is de toegang tot bestanden volledig elektronisch. Er hoeft geen schijf op toeren te komen en er hoeft geen arm te bewegen. De controller van de SSD stuurt simpelweg een elektrisch signaal naar het juiste adres op de chip en de data is direct beschikbaar.

Toegangstijd en willekeurige leesacties

Hoewel de maximale doorvoersnelheid van grote bestanden bij een SSD indrukwekkend is, zit de echte winst voor de consument in de toegangstijd. Een besturingssysteem zoals Windows of macOS is constant bezig met het lezen en schrijven van duizenden kleine systeembestandjes. Een harde schijf heeft daar enorm veel moeite mee, omdat de leeskop als een bezetene heen en weer moet schieten. Een SSD kan deze willekeurige lees- en schrijfopdrachten (random read/write) nagenoeg gelijktijdig verwerken met een verwaarloosbare vertraging. Dat is de reden waarom een pc met een SSD binnen enkele seconden opstart, terwijl een computer met een HDD daar soms minuten over doet.

©KanyaphatStudio

Van SATA naar NVMe-snelheden

Tot slot speelt de aansluiting een rol in de snelheidsontwikkeling. De eerste generaties SSD's gebruikten nog de SATA-aansluiting, die oorspronkelijk was ontworpen voor harde schijven. Hoewel dat al een flinke verbetering was, liepen snelle SSD's tegen de grens van deze aansluiting aan. Moderne computers maken daarom gebruik van het NVMe-protocol via een M.2-aansluiting. Deze technologie communiceert rechtstreeks via de snelle PCIe-banen van het moederbord, waardoor de vertragende tussenstappen van de oude SATA-standaard worden overgeslagen. Hierdoor zijn snelheden mogelijk die vele malen hoger liggen dan bij de traditionele harde schijf.

Populaire merken voor SSD's

Als je op zoek bent naar een betrouwbare en snelle SSD, is er een aantal fabrikanten dat de markt domineert. Samsung wordt door velen gezien als de marktleider op het gebied van flashgeheugen en staat bekend om de uitstekende prestaties van hun EVO- en PRO-series. Daarnaast is Western Digital (WD) een vaste waarde; dit merk heeft de transitie van traditionele harde schijven naar SSD's succesvol gemaakt met hun kleurgecodeerde (Blue, Black en Red) series voor verschillende doeleinden. Ook Transcend is een uitstekende keuze; dit merk staat al jaren bekend om zijn betrouwbare geheugenproducten en biedt duurzame SSD's die lang meegaan. Tot slot bieden merken als Kingston en Seagate betrouwbare alternatieven die vaak net iets vriendelijker geprijsd zijn, zonder dat je daarbij veel inlevert op stabiliteit.

▼ Volgende artikel
AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot
© ID.nl
Huis

AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

Misschien heb je wel eens een vraag gesteld aan een AI-chatbot als ChatGPT, Microsoft Copilot of Perplexity. Maar hoe ontwerp je zelf nu zo'n chatbot? Met de juiste tools is daar zelfs weinig tot geen programmeerwerk voor vereist. We bekijken twee uiteenlopende oplossingen.

Een AI-chatbot is een digitale gesprekspartner die wordt aangedreven door kunstmatige intelligentie. Meestal is de intelligentie gebaseerd op een taalmodel dat is getraind om mensachtige gesprekken te voeren. In tegenstelling tot traditionele op regels gebaseerde chatbots, die alleen vooraf ingestelde antwoorden geven, kan een AI-chatbot vrije tekst begrijpen en ‘natuurlijke’ reacties geven.

In dit artikel kijken we naar het bouwen van een eigen chatbot die je op je desktop of mobiel kunt gebruiken en zelfs op een eigen website kunt plaatsen. We bespreken twee manieren. De eenvoudigste is een no-code chatbotplatform dat het AI-gedeelte achter de schermen afhandelt en je via een gebruiksvriendelijke interface laat bepalen hoe de gespreksflow verloopt. Typische voorbeelden zijn Chatfuel en Chatbot voor zakelijke toepassingen. Daarnaast zijn er de meer toegankelijke Poe en Coze, die we hier behandelen. Onze tweede oplossing is technischer, maar flexibeler. Daarbij gebruik je de Application Programming Interface (API) van een AI-taalmodel om de AI-functionaliteit in je eigen omgeving te integreren. Hiervoor werken we graag met de online omgeving Google Colab.

Poe

Laten we starten met een gebruiksvriendelijke optie: het no-code chatbotplatform Poe (www.poe.com). Je kunt hier ook de app voor desktop of mobiel downloaden en installeren, met vrijwel dezelfde interface en functies als in de browser. De eerste keer maak je een account aan of meld je je aan met je Google- of Apple-account. Via Bots and apps kun je met allerlei AI-chatbots praten, maar in dit geval willen we vooral een eigen chatbot maken. Concreet gaat het om het creëren van een eigen ‘persona’ binnen een gekozen AI-model. Zo’n persona kun je zien als het perspectief, de rol of identiteit die je een AI-bot meegeeft.

Klik hiervoor op Create +. Je krijgt nu verschillende opties, zoals Image generation bot, Video generation bot en Prompt bot. Wij kiezen dit laatste.

Poe bestaat ook als desktop-app en biedt toegang tot vele tientallen AI-modellen.

Creatie

Je hoeft nu eigenlijk alleen maar een onlineformulier in te vullen. We doorlopen kort de belangrijkste onderdelen. Naast het gekozen bottype moet je een naam verzinnen. Omdat deze deel uitmaakt van de url, kies je bij voorkeur een originele, korte naam in kleine letters. Voeg ook een beschrijving toe, die zichtbaar is voor gebruikers van je bot.

Bij Base bot selecteer je een geschikt AI-model, bijvoorbeeld Claude-Haiku-3, GPT-4o-mini, GPT-5 of Grok-4. Afhankelijk van het model gelden er soms beperkingen. Poe-abonnees krijgen doorgaans uitgebreidere toegang tot de duurdere modellen.

Bij Prompt beschrijf je nauwkeurig en uitgebreid hoe de bot moet reageren. De optie Optimize prompt for Previews kun je uitgeschakeld laten. Vul bij Greeting message een welkomstwoord in dat de bot bij elke start toont. Het onderdeel Advanced kun je eigenlijk ongemoeid laten, maar interessant is wel dat je bij Custom temperature het ‘creativiteitsgehalte’ van de bot kunt instellen: hoe hoger de waarde, hoe creatiever en onvoorspelbaarder.

Bij Access kies je de zichtbaarheid van je bot. Wellicht is Only people with the access link de handigste optie, waarna de url zichtbaar wordt en je deze kunt verspreiden. Klik bovenin op Edit picture en kies of ontwerp een passend pictogram. Is alles ingevuld, klik dan onderin op Publish. Je bot is nu klaar voor gebruik. Om je bot te bewerken, hoef je deze maar bij Bots and apps te selecteren en via het knopje met de drie puntjes op Edit te klikken. Ook de optie Delete is beschikbaar.

Geef duidelijk aan wat je bot precies moet doen.
GPT's van OpenAI

Binnen de omgeving van OpenAI (https://chat.openai.com) kun je ook je eigen AI-chatbots maken, de zogeheten GPT’s. Hiervoor heb je wel een plusabonnement nodig (23 euro per maand). Je bent daarbij ook beperkt tot de GPT-modellen van OpenAI, maar je kunt je creaties wel delen via een link of in de GPT-store.

In het kort werkt dit als volgt. Meld je aan en klik links op GPT’s. Klik rechtsboven op + Maken. Via Configureren stel je alles handmatig in, maar via Maken kan het ook ‘al converserend’. Beschrijf kort wat je GPT moet doen en voor wie. Laat de tool een naam en profielfoto voorstellen en beantwoord de vragen om toon en werking af te stemmen. Test je GPT in de preview en ga daarna naar Configureren, waar je naam, beschrijving, instructies en gespreksopeningen ziet. Bij Kennis kun je bestanden uploaden zodat je GPT ook informatie uit je eigen documenten haalt. Via Nieuwe handeling maken koppel je eventueel acties aan externe API’s, gebruik alleen API’s die je vertrouwt. Bevestig met Maken en bepaal hoe je je GPT deelt: Alleen ik, Iedereen met de link of GPT-winkel (in een zelfgekozen categorie). Rond af met Opslaan. Je kunt de link (https://chatgpt.com/g/<code><naam>) daarna kopiëren en verspreiden. Via GPT’s / Mijn GPT’s kun je eerder gemaakte GPT’s bewerken of verwijderen.

Je kunt ook je ook eigen ‘chatbots’ (GPT’s) ontwerpen, gebruiken en met anderen delen.

Poe biedt ook geavanceerdere mogelijkheden als een Server bot-type (waarmee je ook andere API’s kunt aanroepen). Via Knowledge base kun je verder eigen informatiebronnen toevoegen waaruit de bot kan putten. Voor complexere bots gebruiken we toch liever het no-code platform Coze (www.coze.com) dat veel extra opties kent. Meld je aan met je Google-account, klik op + Create in de linkerkolom en daarna op + Create bij Create agent.

Coze

Coze gebruikt de term agent in plaats van bot om duidelijk te maken dat je er een digitale assistent mee kunt maken die niet alleen met een AI-model antwoorden geeft, maar ook geheugen of context kan gebruiken en meerdere kanalen kan bedienen, zoals een website of een Discord-server, maar zover gaan we hier niet.

Vul een passende naam voor je bot of agent in en schrijf een korte maar duidelijke omschrijving, bijvoorbeeld “Deze bot haalt allerlei informatie uit onze eigen documenten rond computerbeveiliging.” Laat Personal geselecteerd bij Workspace en klik linksonder op het knopje om een geschikt pictogram te uploaden of klik op het sterretje om er een te laten genereren. Klik daarna op Confirm.

De start van je eigen AI-chatbot (of agent) in Coze.

Uitwerking

Je komt nu in je dashboard waar je de bot verder vorm kunt geven. Ontwerp de persona door in het linkerdeelvenster een uitvoerige omschrijving van de bot in te vullen. Optimaliseer deze omschrijving snel met het blauwe knopje Auto Optimize prompt rechtsboven. Na bevestiging met Auto-optimize werkt Coze meteen een geoptimaliseerde prompt uit voor de persona. Klik op Replace om deze te gebruiken. In het rechterdeelvenster kun je je bot direct testen. De antwoorden komen uit de kennisdatabank van het geselecteerde model (zoals GPT-4o).



Wil je dat de bot ook uit eigen bronnen put, dan moet je deze eerst uploaden. Dit doe je in het middelste deelvenster, bij

Knowledge, waar je uit Text, Table en Images kunt kiezen. Klik op het plusknopje bij bijvoorbeeld Text en daarna op Create knowledge. Selecteer Text format en geef een naam aan je informatiebundel. Je kunt data ophalen uit bronnen als Notion of Google Doc, maar wij kiezen voor Local documents om eigen bestanden te uploaden. Klik op Create and import en versleep de gewenste documenten naar het venster. Klik daarna op Next (3x) en wat later zijn je documenten verwerkt. Rond af met Confirm en met Add to Agent rechtsboven. Je vindt je informatiebundel nu terug bij Knowledge en de bot put voortaan (ook) uit deze gegevens.

Om je bot beschikbaar te maken, klik je rechtsboven op Publish en daarna op Confirm. Je kunt hem op diverse platformen publiceren, onder meer in de Coze Agent Store. Selecteer een passende categorie en bevestig met Publish.

Laat AI je helpen bij het ontwerpen van een optimale persona.

Extra's

Daarnaast biedt Coze nog diverse andere nuttige opties, zoals talrijke plug-ins. Klik hiervoor op het plusknopje bij Plugins of gebruik het A-knopje om automatisch geschikte plug-ins te laden op basis van je persona-beschrijving. Deze kun je meteen inzetten, eventueel na optimale afstelling via het tandwielpictogram.

Je kunt de functionaliteit van je bot eenvoudig uitbreiden met talrijke plug-ins.

API-sleutels

No code-platformen als Poe en Coze zijn handig, maar wil je meer flexibiliteit en schrik je niet terug voor enige basiscodering, dan werk je beter met de API van een AI-model. Deze fungeert als tussenpersoon die je script en de AI-dienst laat communiceren via een set regels en commando’s. We gaan uit van de API van OpenAI (GPT) en maken eerst een sleutel aan om de API-interface te gebruiken. Ga naar https://platform.openai.com/api-keys, meld je aan met je account (zoals Google) en klik op +Create new secret key. Geef de sleutel een naam, bijvoorbeeld aibot, en klik op Create secret key. Klik daarna op Copy en bewaar de sleutel op een veilige plek. Rond af met Done: de sleutel is nu toegevoegd. Je kunt deze hier op elk moment ook weer intrekken.

Je hebt een sleutel nodig om de API te kunnen gebruiken.

Interactie

Een snelle manier om een script te maken dat deze API aanroept, is via het gratis Google Colab (https://colab.research.google.com), een online notitieboek voor Python. Meld je aan met je Google-account, klik op + Nieuw notebook of ga naar Bestand en kies Nieuw notebook in Drive, en geef het ipynb-bestand (Interactive PYthon NoteBook) een zinvolle naam. Het notebook wordt automatisch in je Google Drive bewaard en is bereikbaar via het pictogram met de oranje cirkels.

Klik nu op + Code voor je eerste codecel, waarmee je de OpenAI-bibliotheek installeert:

!pip install openai

Voer dit uit met het pijlknopje en klik vervolgens op + Code voor de tweede cel met de volgende code:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

response = client.chat.completions.create(

    model="gpt-3.5-turbo",

    messages=[{"role": "user", "content": "Wat weet je over Haarlem( Nederlands)?"}]

)

print(response.choices[0].message.content)


Je laadt hierbij eerst de geïnstalleerde Python-bibliotheek en zet je geheime sleutel in de clientconfiguratie. Vervolgens stuur je een chataanvraag naar OpenAI en bewaar je het antwoord in de variabele ‘response’. Vervolgens haal je de tekst van het (eerste) antwoord op en druk je dit af in de uitvoer van de code-cel.

Een eenvoudige interactie tussen je script en GPT via de API.

Eigen chatbot

 We gaan nu een stap verder en maken er een heuse chatbot van die via een while-lus een doorlopend gesprek kan voeren:


from openai import OpenAI

client = OpenAI(api_key="<je_API-sleutel>")

messages=[

    {"role":"system","content":"Je beantwoordt elke prompt leuk, maar correct, met een rijmschema zoals ABAB of ABBA"}]

while True:

  user_input=input("Jij:")

  if user_input.lower() in ["stop","exit","quit"]:

    break

  messages.append({"role":"user","content":user_input})

  response=client.chat.completions.create(

      model="gpt-4o",messages=messages)

  bot_reply=response.choices[0].message.content

  print("Bot:",bot_reply)

  messages.append({"role":"assistant","content":bot_reply})


Zolang de gebruiker geen stopwoord invoert, blijft de lus actief. De bot antwoordt in de stijl en taal die je zelf hebt vastgelegd in de systeemrol (zie coderegel 3). Met de methode-aanroep messages.append voeg je telkens een nieuw bericht van zowel de gebruiker (user) als de bot (assistant) toe aan de gespreksgeschiedenis.

Mocht je ergens een fout hebben gemaakt in je script, dan is de kans groot dat je via de knop Fout uitleggen nuttige feedback krijgt en met de knop Accepteren (en uitvoeren) de fout zelfs automatisch kunt laten verbeteren.

In het kader ‘Mooi gepresenteerd’ lichten we kort toe hoe je dit script bijvoorbeeld ook op een eigen webpagina kunt laten draaien.

Onze rijmende chatbot wordt wakker geschud vanuit Colab.
Mooi gepresenteerd

Je Colab-script werkt, maar het oogt niet fraai en je wilt het natuurlijk mooi gepresenteerd met anderen delen. Dit doe je het makkelijkst met Gradio, een opensource-Python-bibliotheek waarmee je snel een webinterface rond je script bouwt. Installeer en importeer daarvoor eerst Gradio in je Colab-omgeving:

!pip install -q gradio

import gradio

Via www.kwikr.nl/colabcode vind je de code (als py-bestand) waarmee je rond het Colab-script met Gradio een eenvoudige webinterface genereert. Deze verschijnt in je Colab-omgeving, maar je krijgt ook een publieke url te zien waar je de interface rechtstreeks kunt openen (https://<code>.gradio.live).

Dankzij de volgende aanroep in de laatste coderegel kunnen bezoekers van deze webpagina je chatbot-script ook als PWA-app op hun pc bewaren en starten:

demo.launch(share=True,pwa=True)

Een alternatief is deze webpagina via een <iframe>-instructie in de html-code van je eigen site op te nemen:

<iframe src=https://<code>.gradio.live></iframe>

Gradio heeft een eenvoudige webinterface gecreëerd voor ons chatbotscript.