ID.nl logo
We maken de balans op: hoe staat het met de vrije modemkeuze?
© Reshift Digital
Huis

We maken de balans op: hoe staat het met de vrije modemkeuze?

Na een langdurig proces kreeg Nederland op 28 januari 2022 vrije modemkeuze, waardoor eindgebruikers voortaan zelf eigen apparatuur op het aansluitpunt van de internetprovider mogen aansluiten. Nu de vrije modemkeuze ruim een jaar mogelijk is, maken we de balans op.

In dit artikel bespreken we de staat van de vrijemodemkeuze. We gaan onder meer in op:

  • Welke modems geschikt zijn voor een kabelnetwerk
  • Welke modems geschikt zijn voor dsl en glasvezel
  • Wat je moet doen als je een PON-aansluiting hebt
  • Wat er te koop is

Lees ook: Zelf controle over je netwerk met deze 10 routers

Ondanks alle Europese richtlijnen en Nederlandse wetgeving heeft het jaren geduurd voordat we daadwerkelijk op iedere internetverbinding onze eigen apparatuur konden aansluiten. Dat gebeurde uiteindelijk op 28 januari 2022 toen regelgeving vanuit de Autoriteit Consument & Markt (ACM) werd ingevoerd. Toch is Nederland pas het vierde land waar vrije modemkeuze van kracht is, na Finland (2014), Duitsland (2016) en Italië (2018).

Direct op het afwerkpunt

Bij vrije modemkeuze gaat het erom dat je zelf een apparaat aan het passieve afwerkpunt van het netwerk kunt koppelen, bij kabel de AOP (abonnee-overnamepunt), bij dsl de ISRA (infrastructuur randapparatuur) en bij glasvezel de FTU (fiber termination unit). Hierdoor kun je apparatuur van je internetprovider volledig vermijden.

Dat is uiteraard niet de enige optie om eigen apparatuur te gebruiken. Je kunt altijd een eigen router aansluiten op de modem/router van je provider. Als nadeel heb je dan wellicht een hoger energieverbruik en mogelijk krijg je last van dubbele NAT (network adress translation) als een bridge-modus niet ondersteund wordt. Gebruikers van een glasvezelverbinding hebben van dat laatste meestal geen last, omdat de FTU vaak is afgewerkt met een losse mediaconverter in de vorm van een NTU (network termination unit) of ONT (optical network terminal) met daarop een netwerkaansluiting. Zo’n mediaconverter verbruikt wel wat elektriciteit, maar zit je router qua functionaliteit niet in de weg.

Bedenk bij aanwezigheid van zo’n mediaconverter goed of eventuele voordelen van het weglaten opwegen tegen de nadelen. In tegenstelling tot een AOP of ISRA raakt een FTU namelijk relatief snel beschadigd als je het verkeerde stekkertje aansluit.

Providers moeten eigen apparatuur direct op het passieve afwerkpunt (1) toestaan.

Kabel kan nu ook

Voor gebruikers van kabelinternet is er in de praktijk het meeste veranderd, want bij veel dsl- en glasvezelaansluitingen was het immers al mogelijk om eigen apparatuur direct aan te sluiten. De coaxkabel is een gedeeld medium en modems moeten daarom geautoriseerd worden. Kabelproviders gaven ondanks de goed gespecificeerde Docsis-standaard die autorisatie niet. In het grootste gedeelte van Nederland wordt kabelinternet geleverd door Ziggo, en er is nog een aantal kleinere kabelaanbieders actief, waaronder Delta dat Zeeland als verzorgingsgebied heeft.

Ziggo kende een moeizame aanloop naar de vrije modemkeuze. Al voordat de huidige regelgeving van kracht werd, oordeelde de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten dat Ziggo een eigen modem moest toestaan. Ziggo besloot die uitspraak naast zich neer te leggen en het oordeel van de ACM af te wachten. Maar ook na invoering van de ACM-regelgeving werkte Ziggo niet direct volledig mee. Een aantal maanden was een eigen modem alleen mogelijk in het ‘oude Ziggo-gebied’, terwijl dit voor klanten in het ‘oude UPC-gebied’ nog geen optie was. Inmiddels is het in het hele Ziggo-netwerk mogelijk om een eigen modem aan te sluiten.

Bij kabelnetwerken delen meerdere huizen dezelfde coaxkabel; het achterliggende netwerk gebruikt glasvezel.

Welk kabelmodem?

Vervolgens is het natuurlijk de vraag welk modem/router je op je kabelaansluiting kunt aansluiten. Ziggo vermeldt op hun website dat een eigen modem Docsis 3.1 moet ondersteunen. Anders dan bij versie 3.0 is de Docsis3.1-standaard wereldwijd hetzelfde. Maar wie verwacht dat je bijvoorbeeld een (relatief goedkoop) Amerikaans modem op het netwerk van Ziggo kunt gebruiken, komt bedrogen uit. Ziggo gebruikt ook voor Docsis3.1-modems nog altijd EuroDocsis3.0-kanalen die door Amerikaanse apparatuur niet ondersteund worden.

De kabelproviders Delta en Caiway zijn hier op hun ondersteuningspagina’s wat duidelijker over: een eigen kabelmodem moet gecertificeerd zijn voor Docsis 3.1 met EuroDocsis 3.0 backwards compatibility. Veel keuze heb je in de praktijk niet: er zijn twee geschikte Docsis3.1-modem/routers te koop. Het gaat om de Fritz!Box 6660 Cable en de Fritz!Box 6690 Cable, die allebei door netwerkfabrikant AVM worden gemaakt. Andere fabrikanten leveren geen geschikte Docsis-modems in de vrije verkoop aan consumenten.

AVM verwacht zelf ook niet dat andere partijen zullen volgen. AVM kan deze geschikte modem-routercombinaties volgens countrymanager Nederland Eric van Uden leveren, omdat AVM in Nederland via diverse kanalen al consumentenproducten verkoopt en omdat ze in thuisland Duitsland al dezelfde modems aan consumenten verkoopt.

©AVM GmbH

Alleen netwerkfabrikant AVM levert twee modem-routercombinaties die geschikt zijn voor kabelaansluitingen, waaronder deze Fritz!Box 6690 Cable.

Eerder hebben we de Fritz!Box 6690 Cable gereviewd

Ziggo in de praktijk We hebben het aansluiten van een eigen modem op het Ziggo-netwerk in de praktijk geprobeerd met een Fritz!Box 6660 Cable. Je hebt voor het registeren en activeren van je eigen modem de Mijn Ziggo-app nodig (iOS of Android). Vervolgens klik je op Producten / Internet en klik je op Meer info bij je huidige modem. Daarna kun je via Registreer een Nieuw modem je eigen modem aanmelden.

Je hebt hierbij twee dingen nodig: een MAC-adres en een MTA MAC-adres. Het MAC-adres wordt ook wel CM MAC (cable modem) genoemd. Het MTA MAC-adres (multimedia terminal adapter) slaat op het telefoniegedeelte. Je vindt de adressen op een sticker op de onderkant van je modem. Na het voltooien van de wizard zal Ziggo een configuratiebestand maken dat via het netwerk naar je modem gestuurd wordt. Dit is vaak binnen een paar minuten geregeld. Je kunt je eigen modem alvast aansluiten en wachten op dit configuratiebestand. Je kunt ook wachten tot het moment dat je huidige modem zijn verbinding verliest. De Fritz!Box werkte na activeren verder probleemloos, wel kan het opstarten en configureren de eerste keer even duren.

Let er trouwens wel op dat een Docsis3.1-modem vanwege het grotere frequentiebereik meer eisen qua afscherming voor instraling stelt aan het AOP dan een Eurodocsis3.0-modem. Om problemen te voorkomen, moet je AOP mogelijk door Ziggo vervangen worden als je nog geen Docsis3.1-modem gebruikte.

Je vindt de benodigde MAC-adressen op de onderkant van de router.

Dsl en glasvezel

Voor dsl-verbindingen was het nooit een groot probleem een eigen modem aan te sluiten op de telefoonlijn, en ook gebruikers van glasvezelverbindingen konden in veel gevallen een eigen apparaat met een glasvezel-patchkabel direct aansluiten op de FTU. Het probleem zat hem vaak in een niet werkend telefoonnummer wanneer je ook vast bellen afnam of bij het gebruik van ip-televisie. Dat gold voor het invoeren van de vrije modemkeuze wel alleen voor glasvezelverbindingen met een eigen actieve aansluiting in een centrale. Deze aansluitingen worden ook wel AON (active optical network) of P2P (point-to-point) genoemd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van ethernet dat wordt omgezet van koper naar licht. Technisch geen heel grote uitdaging en de benodigde gegevens en technische eisen waren bij veel providers ook voor de invoering van de vrije modemkeuze al beschikbaar. Zo kunnen er naast losse mediaconverters ook relatief goedkope SFP-modules in geschikte routers gebruikt worden.

Informatie over het aansluiten van eigen apparatuur via dsl of glasvezel vind je op de betreffende webpagina's bij KPN en T-Mobile. Ook andere internetproviders bieden dergelijke informatie.

©Bruce Caudill

In het geval van een AON-glasvezelaansluiting heb je relatief veel keuze voor eigen apparatuur, bijvoorbeeld een eigen router met SFP-slot in combinatie met een SFP-module.

PON-aansluitingen

Sinds een aantal jaar wordt bij het aanleggen van glasvezel steeds vaker gebruikgemaakt van PON (passief optisch netwerk), waarbij meerdere huisaansluitingen met behulp van spitters dezelfde actieve aansluiting, of OLT (optische lijnterminal), in de centrale delen. Dit kun je dus enigszins vergelijken met hoe een kabelnetwerk is opgezet en apparatuur geautoriseerd moet worden. Het was even afwachten, maar internetproviders werken hier aan mee. Bij een aansluiting via het KPN-netwerk kan dat wel alleen in combinatie met de nieuwste XGS-PON-generatie. Heb je nu een G-PON-aansluiting, dan kun je toch eigen apparatuur gebruiken: KPN Netwerk zet je aansluiting dan op verzoek eerst om naar een XGS-PON-aansluiting.

Ook andere glasvezelproviders die gebruikmaken van XGS-PON, zoals Delta, maken het mogelijk om eigen apparatuur aan te sluiten. Bij sommige andere glasvezelaanbieders, waaronder het netwerk van T-mobile, is het dan weer wel mogelijk om behalve een XGS-ONT ook een GPON-ONT te vervangen voor eigen apparatuur. Je vindt op de websites van diverse providers meer informatie over het aansluiten van eigen apparatuur. Omdat er verschillende glasvezeltechnieken in gebruik zijn, ook bij dezelfde providers, kun je het best aan je internetprovider vragen welke glasvezeltechniek je momenteel gebruikt of dit uitzoeken op basis van de specificaties van je mediaconvertor.

©ujjwal

Bij een PON-netwerk wordt een aansluiting gedeeld met meerdere eindgebruikers.

Wat is er te koop?

Voor dsl zijn er diverse modem-routercombinaties en zelfs losse modems te koop. Gebruikers van een AON-glasvezelverbinding kunnen kiezen voor een geschikte modem/router of een SFP-module in combinatie met een router met SFP-slot. In het geval van een AON-aansluiting is er best wel wat keuze; je kunt bijvoorbeeld zoeken naar ervaringen van gebruikers met dezelfde aansluiting als jij.

De enige alternatieve XGS-PON-producten zijn voor zover wij weten afkomstig van AVM. Het gaat om de Fritz!Box 5590 Fiber XGS-PON en de Fritz!Box 5530 Fiber XGS-PON. Beide routers zijn voorzien van een SFP-slot waar een SFP-glasmodule van AVM ingaat. Die SFP-module werkt overigens alleen in combinatie met de twee genoemde Fritz!Box-routers. Beide routers zijn ook te koop in een AON-variant. Glasvezelpatchkabels levert AVM in Nederland niet mee.

Er zijn verschillende typen FTU’s in gebruik met verschillende aansluitingen. Bij webshops kun je geschikte patchkabels en indien nodig patchcovers voor je FTU kopen. Enige voorzichtigheid is hierbij wel geboden. Als je het verkeerde type stekkertje probeert aan te sluiten, kun je de FTU beschadigen. AVM heeft op het moment van schrijven in de vorm van de Fritz!Box 5690 Pro een nieuwe modem/router aangekondigd die werkt met dsl, AON- en GPON-glasvezel. Voor gebruikers van XGS-PON is de Fritz!Box 5690 XGS aangekondigd.

De Fritz!Box 5590 Fiber is dankzij een speciale SFP-module ook geschikt voor XGS-PON-aansluitingen.

Aantal gebruikers

De keuze voor eigen apparatuur kan verschillende redenen hebben, zoals energiebesparing, eenvoudiger beheer, het feit dat je provider geen bridge-modus ondersteunt, of gewoon omdat het kan. Wat de reden ook is, je blijft vermoedelijk tot een kleine groep (gevorderde) gebruikers behoren. Volgens woordvoerder Gerrie Spaansen van de ACM gaat de trend qua gebruikers min of meer gelijk op met die in Duitsland. De verwachting is daarom dat het drie tot vier jaar na invoering van de regelgeving om zo’n 10 procent van de huishoudens zal gaan.

Internetprovider KPN meldt dat momenteel enkele tientallen klanten per maand kiezen voor een eigen modem. Er is volgens KPN geen significant verschil zichtbaar in het aantal klanten dat kiest voor een eigen modem sinds de regelgeving van kracht werd. Ook daarvoor bood KPN al de mogelijkheid om eigen apparatuur aan te sluiten. Ook Ziggo geeft aan dat het bij hun klanten om hooguit enkele tientallen gebruikers per maand gaat.

Conclusie

Ruim een jaar na invoering van de vrije modemkeuze is het in de praktijk in ieder geval geen probleem om eigen apparatuur direct aan te sluiten op je internetverbinding. De benodigde specificaties en gegevens kun je terugvinden op de website van providers. Volgens Spaansen verloopt het proces momenteel tamelijk soepel en komen er weinig klachten binnen bij de ACM.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.