ID.nl logo
Veilig surfen via een eigen VPN-server
© Reshift Digital
Huis

Veilig surfen via een eigen VPN-server

Veilig surfen op internet kun je door een VPN-verbinding (Virtual Private Network) te gebruiken. Daar schakel je bepaalde VPN-diensten voor in, maar het is ook mogelijk je eigen server op te zetten. Wij leggen uit hoe.

Let op: het opzetten en configureren van een eigen VPN-server is minder eenvoudig dan deel 1 van deze cursus waar we laten zien hoe je gebruikmaakt van een VPN-dienst. We beschouwen dit tweede deel van de cursus als expertcursus, waarbij het handig is als de gebruiker iets meer technisch onderlegd is.

Zelf een VPN-server opzetten

Een andere mogelijkheid is om, in plaats van een VPN-dienst, zelf een VPN-server in te stellen op je computer. Of op je NAS, router of een apparaatje zoals de Raspberry Pi. Er zijn wel enkele voorwaarden om zo'n opstelling goed te laten werken. Allereerst moet het apparaat waarop je de server installeert een statisch IP-adres hebben, zodat de clients gemakkelijk toegang tot de server krijgen.

Vervolgens moet je in je router 'port forwarding' instellen: je moet al het netwerkverkeer dat op de netwerkpoort van het gebruikte VPN-protocol binnenkomt omleiden naar het apparaat waarop je VPN-server staat. Zonder port forwarding heb je van buiten je thuisnetwerk immers geen toegang tot een server in je netwerk.

En wil je voor je eigen VPN-verbinding een gemakkelijk te onthouden domeinnaam gebruiken in plaats van het (zo nu en dan wisselende) IP-adres van je internetverbinding? Activeer dan op je router iets dat dynamic DNS (DDNS) heet.

Pas als aan deze drie voorwaarden (statisch IP-adres, port forwarding en dynamic DNS) voldaan is, zal de VPN-verbinding soepel verlopen. Het loont de moeite om eerst in de handleiding van je router op te zoeken hoe je dit allemaal doet en om te controleren of je router misschien zelfs in staat is om zelfstandig als VPN-server te fungeren. Zo ja, dan is je router het beste VPN-apparaat dat je kunt kiezen, want dan hoef je niets extra's te installeren en heb je geen aparte port forwarding nodig. Er bestaat ook een opensource-firmware die je op veel routers kunt installeren, genaamd DD-WRT, die een ingebouwde VPN-server bevat. Op veel NAS-apparaten kun je een VPN-server installeren als extra module. En ook op een Raspberry Pi (of een andere Linux-computer) kun je een VPN-server installeren, zoals OpenVPN.

©PXimport

Ook op je NAS kun je een VPN-server installeren.

©PXimport

Een apparaat binnen je bedrijfsnetwerk kan pas als VPN-server voor apparaten buitenaf werken met port forwarding.

OpenVPN-server in Windows

Windows 7 en 8 hebben een VPN-server ingebouwd, maar die gebruikt het protocol PPTP (Point-to-Point Tunneling Protocol), dat zoals gezegd niet meer zo veilig is. Hoewel dit het meest ondersteunde protocol is op allerlei platformen, verkiezen we een veiliger oplossing, al is die wat moeilijker te installeren en te configureren: OpenVPN. Open deze link je browser en download van deze pagina het Windows-installatieprogramma van OpenVPN. Controleer wel eerst of je een 32- of 64bit-versie van Windows hebt en kies dezelfde versie van OpenVPN om te downloaden.

Het installatieprogramma start een wizard die je in enkele stappen door de installatie loodst. Vink in het venster Choose components zeker OpenVPN RSA Certificate Management Scripts aan. En kies in het venster erna voor de locatie C:\OpenVPN in plaats van de standaardlocatie, dat vermijdt een aantal problemen bij de configuratie. Is de installatie eenmaal aan de gang, dan vraagt Windows op een bepaald moment of je de installatie van een virtuele-netwerkdriver wilt toestaan. Bevestig die vraag door op Installeren te klikken.

©PXimport

Installeer de OpenVPN-server op Windows.

Certificaten

Nu moeten we OpenVPN nog configureren en certificaten aanmaken. Dat doen we met een serie commando's die nauwkeurig ingevoerd moeten worden, maar we nemen ze stap voor stap met je door.

Ga in Windows naar Start / Alle programma's / Bureau-accessoires / Opdrachtprompt (of open Start en tik cmd.exe en druk op Enter). Wellicht ten overvloede: alle commando's die je achter de opdrachtprompt intikt, sluit je af met een druk op de Enter. Typ achter de opdrachtprompt het commando cd C:\OpenVPN\easy-rsa in en druk dan op Enter (vanaf nu noemen we die Enters niet meer expliciet). Initialiseer de configuratie daarna met het commando init-config. Open het bestand vars.bat met het Kladblok via het commando notepad vars.bat. Vul in dit tekstbestand je gegevens in achter de regels met KEY_COUNTRY (landcode, bijvoorbeeld NL), KEY_PROVINCE (provincie), KEY_CITY (stad), KEY_ORG (bedrijf of organisatie, maar hier mag je willekeurig wat invullen) en KEY_EMAIL (een geldig e-mailadres). Verander ook dat wat achter HOME staat in C:\OpenVPN\easy-rsa. Sla het bestand op en sluit Kladblok af. In het Opdrachtprompt-venster voer nu je één voor één de opdrachten vars en clean-all uit.

We gaan vervolgens een certificaat en sleutel aanmaken (voor de 'certificate authority' (CA), maar dit mag je vergeten). Dat begint met de opdracht build-ca. Er wordt je gevraagd om een aantal zaken in te geven, zoals de lettercode van je land, je provincie, je organisatie enzovoort. De meeste gegevens heb je al in het bestand vars.bat ingevuld en die worden hier dan ook als standaardwaarde getoond. Met een druk op Enter neem je ze aan. Vul bij Common Name je naam in.

Maak daarna een certificaat en sleutel voor de server aan met het commando build-key-server server. Accepteer weer dezelfde standaardwaardes als in de alinea hierboven, maar vul bij Common Name deze keer server in. Achter de vragen voor een challenge password en een company name hoeft je niets antwoorden, geef gewoon een druk op Enter waardoor het antwoord leeg blijft. Op de vraag Sign the certificate? antwoord je bevestigend met een druk op de Y-toets (yes), evenals op de vraag erna.

Maak nu voor elke client een certificaat en sleutel aan met het commando build-key client1, waarbij client1 de naam van de client is (dat kan bijvoorbeeld de naam van de pc zijn of van een mobiel apparaat zijn). Accepteer weer dezelfde standaardwaardes en vul bij Common Name deze keer de naam van de client in, bijvoorbeeld client1. Antwoord voor de rest hetzelfde als bij het aanmaken van het certificaat en de sleutel voor de server. Herhaal dit nu voor alle apparaten waarmee je met het VPN wilt verbinden en zorg dat je voor elk apparaat een unieke naam voor het certificaat gebruikt. Als laatste voer je nog het commando build-dh uit om de encryptie voor de VPN-verbinding op te zetten.

©PXimport

Certificaten aanmaken gebeurt in de opdrachtprompt van Windows.

Configuratie van de server

Kopieer nu het standaardconfiguratiebestand van OpenVPN en pas het aan. Dat kan met de commando's copy ..\sample-config\server.ovpn . (let op: mét die punt) en daarna notepad server.ovpn. Zoek naar de regels die achtereenvolgens beginnen met ca, cert, key en dh. Maak daar het volgende van:

ca "C:\\OpenVPN\\config\\ca.crt"

cert "C:\\OpenVPN\\config\\server.crt"

key "C:\\OpenVPN\\config\\server.key"

dh "C:\\OpenVPN\\config\\dh1024.pem"

Sla het bestand op en sluit Kladblok af. Kopieer de nodige bestanden naar de juiste locatie met de volgende commando's in de Opdrachtprompt:

copy keys\ca.crt ..\config

copy keys\server.crt ..\config

copy keys\server.key ..\config

copy keys\dh1024.pem ..\config

copy server.ovpn ..\config

De OpenVPN-server is nu klaar. Je start de server met het programma OpenVPN GUI, dat in het Startmenu geïnstalleerd is. Dubbelklik op het icoontje in de taakbalk rechtsonder om de verbinding te starten. Windows staat toegang tot de VPN-server standaard enkel toe in je thuis- of bedrijfsnetwerk en niet op openbare netwerken, en geeft daarover een waarschuwing. Aangezien je je VPN-server waarschijnlijk enkel wilt gebruiken als je pc thuis staat, accepteer je het best die keuze en klik je op Toegang toestaan. Je VPN-server is nu operationeel, maar vergeet niet de drie voorwaarden waaraan een VPN-server moet voldoen (een statisch IP-adres, port forwarding en dynamic DNS), zie de paragraaf 'Zelf een VPN-server opzetten'.

©PXimport

Je configureert je OpenVPN-server in het bestand server.ovpn.

©PXimport

De Windows-firewall raadt je aan om je VPN-server niet in openbare netwerken te draaien.

VPN via je wifi-toegangspunt

In deze cursus leggen we uit hoe je op al je apparaten een VPN-verbinding instelt. Maar wat als je op vakantie bent met vijf mobiele apparaten en die niet allemaal opnieuw wilt configureren? Of wat als je thuis regelmatig landrestricties wilt omzeilen op allerlei apparaten en je niet overal die VPN-configuratie wilt ingeven? Heel eenvoudig: laat je apparaten verbinden met een apparaat dat zelf via een VPN een internetverbinding opzet. Geavanceerde draadloze toegangspunten ondersteunen deze functie, die vaak iets als 'VPN client' heet. In het wifi-toegangspunt geef je dan de configuratie van de VPN-server in, waarna het toegangspunt zijn internetverbinding via de VPN-server opzet. Alle apparaten die dan draadloos verbinden met het toegangspunt, surfen automatisch via het VPN, zonder dat verdere configuratie nodig is. Ondersteunt je toegangspunt dat niet, lees dan in het volgende nummer van Computer!Totaal onze workshop waarin we uitleggen hoe je van je Raspberry zo'n VPN-router maakt.

Configuratie van de client

Nu moeten we de apparaten configureren die we toegang tot de VPN-server willen geven. Als het om een Windows-computer gaat, kun je dezelfde OpenVPN-software installeren, want het programma werkt ook als client. Installeer dus op je client-pc OpenVPN op dezelfde manier als op de server. Onze uitleg over certificaten en sleutels mag je hier overslaan, want dat is niet nodig op de client. Het certificaat en de sleutel voor de client hebben we eerder al op de server aangemaakt.

Kopieer het standaardconfiguratiebestand in C:\OpenVPN\sample-config\client.ovpn naar de map C:\OpenVPN\config en open het dan met Kladblok. Vervang de regels die achtereenvolgens beginnen met ca, cert en key door:

ca "C:\\OpenVPN\\config\\ca.crt"

cert "C:\\OpenVPN\\config\\client1.crt"

key "C:\\OpenVPN\\config\\client1.key"

Gebruik de juiste naam (hier 'client1') voor het certificaat en de sleutel. Zoek naar de regel die begint met remote en maak daar het volgende van: remote server 1194, waarbij je in plaats van de aanduiding 'server' het IP-adres of de (dynamische) domeinnaam van je VPN-server invult. Sla het bestand op en sluit Kladblok af. Kopieer de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key van de server naar de client (doe dat op een veilige manier, bijvoorbeeld op een (versleutelde) usb-stick) en plaats ze in de map C:\OpenVPN\config. Daarna start je de OpenVPN-client met de OpenVPN GUI en ben je (als alles goed gaat) verbonden met je VPN-server.

©PXimport

Met de OpenVPN GUI kun je zowel een OpenVPN-server als een -client opstarten.

Mobiele apps

OpenVPN draait niet alleen op Windows, maar ook onder Linux en OS X. Op die laatste is OpenVPN bijvoorbeeld te installeren met behulp van Macports, maar er bestaat ook een grafisch programma dat OpenVPN ondersteunt: Tunnelblick. De configuratie gebeurt grotendeels hetzelfde. Ook voor allerlei mobiele platforms bestaan er OpenVPN-apps. De officiële app van OpenVPN voor iOS is OpenVPN Connect, waarmee je eenvoudig en gebruiksvriendelijk met een OpenVPN-server verbindt op je iPhone of iPad. Dezelfde app bestaat ook op Android. In de volgende paragraaf tonen we hoe je ze gebruikt. De alternatieve Android-firmware CyanogenMod heeft overigens OpenVPN-ondersteuning al ingebouwd. Dat kan interessant zijn als je toestel wat ouder is en geen recente Android-versie ondersteunt, want de OpenVPN-app vereist Android 4.0 of hoger.

Mobiele configuratie

Je kunt het configuratiebestand voor de client dat je onder Windows gemaakt hebt hergebruiken onder Android. Zorg wel dat je de regels die beginnen met ca, cert en key aanpast, zodat ze niet meer verwijzen naar een pad op je Windows-computer. De regels worden dan:

ca ca.crt

cert client1.crt

key client1.key

Waarbij 'client1' wederom vervangen moet worden door de naam van het betreffende apparaat. Kopieer het configuratiebestand samen met de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key naar de opslagruimte van de smartphone, allemaal in dezelfde map. Druk dan in de OpenVPN Connect-app op de menutoets en kies Import / Import Profile from SD card. Kies het .ovpn-bestand en klik op Select. Als alles goed gaat, krijg je de melding Profile successfully imported en klik je op Connect om de VPN-verbinding op te zetten. Daarna surf je via je beveiligde verbinding. Je sluit de VPN-verbinding af door op Disconnect te klikken.

Om de OpenVPN Connect-app op iOS te configureren, dien je je iPad of iPhone op de pc aan te sluiten. De OpenVPN Connect-app staat bij de apps in iTunes. Sleep het configuratiebestand samen met de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key naar de app in iTunes. In de app krijg je daarna te zien dat er een nieuw profiel beschikbaar is, klik erop om het te importeren.

Externe server

Voor een verbinding met je eigen OpenVPN-server kun je eenvoudig een .ovpn-configuratiebestand zoals hierboven aanmaken voor je smartphone, maar als je met een OpenVPN-server van een VPN-dienst verbindt, krijg je normaal van die dienst een .ovpn-bestand. Zo niet, dan kun je op basis van de instellingen die je VPN-dienst publiek maakt wellicht zelf een configuratiebestand aanmaken. Begin met het voorbeeldconfiguratiebestand client.vpn dat in de map sample-config van OpenVPN voor Windows staat en pas de regel met remote aan. Kopieer het configuratiebestand en de benodigde bestanden voor de sleutel en certificaten en importeer het dan.

©PXimport

Met de OpenVPN Connect app voor Android en iOS verbind je met OpenVPN-servers.

©PXimport

Het OpenVPN-profiel is geïmporteerd in de app.

©PXimport

OpenVPN Connect is verbonden met de VPN-server.

Andere poort

Als je zelf een VPN-server opzet en daarvoor de standaardpoort 1194 en het standaardprotocol UDP gebruikt, kun je soms wel eens tegen problemen aanlopen. Sommige netwerken blokkeren immers allerlei protocollen behalve webverkeer (poort 80). Daar kun je echter slim op reageren: laat je OpenVPN-server eenvoudigweg luisteren op TCP-poort 443. Dat is dezelfde als voor websites die gebruikmaken van HTTPS, dat door geen enkel netwerk geblokkeerd wordt. Bovendien is het netwerkverkeer van OpenVPN niet te onderscheiden van HTTPS omdat allebei de protocollen met SSL versleuteld zijn.

Open het bestand C:\OpenVPN\config\server.ovpn in Kladblok en wijzig de regels die met port en proto beginnen respectievelijk in port 443 en proto tcp. Wijzig uiteraard ook de firewallregel in Windows en de portforwarding-regel in je router zodat de nieuwe poort functioneel is. Je clients moeten ook de nieuwe poort gebruiken. In het configuratiebestand van OpenVPN onder Windows gaat dat met de regel remote server 443 tcp.

▼ Volgende artikel
AI-functies in Edge uitgelegd: editor, voorlezen en tabbladen organiseren
© Microsoft
Huis

AI-functies in Edge uitgelegd: editor, voorlezen en tabbladen organiseren

Het is logisch dat Microsoft Copilot verankerd zit in Edge. Hierbij gaat de browser steeds verder en verschijnen er steeds meer AI-functies op. Ze zijn minder prominent aanwezig dan bij sommige concurrenten, maar maken alledaagse taken net een tikje slimmer en makkelijker.

In dit artikel

Je maakt kennis met een aantal AI-functies in Microsoft Edge. Je leest hoe hardop voorlezen werkt (ook vanaf een gekozen stukje), hoe je tekst of complete pagina's laat vertalen en hoe de ingebouwde editor je spelling, grammatica en formuleringen aanscherpt. Ook ontdek je de Ai-themagenerator, waarmee je op basis van een korte prompt een nieuw uiterlijk maakt, en je ziet hoe tabbladen organiseren openstaande tabs automatisch groepeert voor meer overzicht.

 Lees ook: AI zonder programmeren: Zo bouw je je eigen chatbot

AI-gestuurde taalhulpmiddelen

Lezen, luisteren, vertalen of schrijven: Edge schuift steeds meer slimme taalhulpen naar voren. Met een druk op Ctrl+Shift+U laat je een webpagina hardop voorlezen. Een smalle werkbalk verschijnt bovenaan, waarin je niet alleen kunt starten of pauzeren, maar ook de stem en het leestempo naar smaak aanpast. Je hoeft niet de hele pagina voor te laten lezen. Selecteer een passage, klik met de rechtermuisknop en kies Doorgaan met hardop voorlezen vanaf hier. Ook voor vreemde talen hoef je geen externe tools meer aan te spreken. Je laat ofwel een stukje tekst, ofwel de volledige pagina meteen in het Nederlands vertalen. Nog praktischer wordt het wanneer je zelf iets schrijft. Onder Instellingen / Talen kun je Hulp bij schrijven activeren. Vanaf dat moment houdt Edge je spelling en grammatica in de gaten en zie je suggesties direct oplichten in de tekst. Dankzij de ingebouwde Editor, die AI op de achtergrond inzet, worden je zinnen niet alleen foutvrij, maar vaak ook net wat scherper.

Boven de webpagina zie je de afspeelknoppen en kun je de stem en voorleessnelheid regelen.

AI-themagenerator

Via de Instellingen onder Uiterlijk vind je nu een AI-themagenerator die op basis van een eenvoudige prompt een volledig nieuw thema creëert. Typ bijvoorbeeld een beschrijving van een sfeer, een kleurpalet of zelfs een fantasiebeeld, en binnen een paar minuten staat er een verrassend ontwerp klaar. Heb je geen inspiratie? Dan doet de knop Verras me het werk voor jou en zal de AI iets geheel onverwachts bedenken. Met één klik op Thema toepassen geef je de browser meteen een frisse, persoonlijke uitstraling.

Je krijgt een voorvertoning van het nieuwe thema en een kleurenschema.

Automatisch tabbladen organiseren

Wie vaak tientallen webpagina's tegelijk open heeft staan, weet hoe onoverzichtelijk die tabs kunnen worden. Met de functie Tabbladen organiseren breng je weer structuur in die chaos. Helemaal linksboven, onder de knop Tabblad actiemenu, vind je de nodige opties. Zo kun je bijvoorbeeld overschakelen naar verticale tabbladen of eerder gesloten tabbladen opnieuw oproepen. In hetzelfde menu duikt ook de functie Tabbladen organiseren op. Als je hierop klikt, verschijnt er een pop-upvenster dat aangeeft welke tabbladen gegroepeerd zullen worden, zodat je browserscherm meteen een stuk overzichtelijker oogt.

De AI toont eerst hoe hij de tabbladen zal organiseren.

Drie lekkere Copilot+-laptops


Werk je veel met foto- en videobewerking of andere zware klussen, dan zit je goed met deze ASUS ProArt P16 OLED Copilot+PC H7606WP-RJ129X. Door de combinatie van een AMD Ryzen AI 9-chip en 32 GB werkgeheugen blijf je vlot werken, ook als je tegelijk exporteert, rendert en meerdere programma's open hebt. Het OLED-scherm laat diepe zwarttinten en veel detail in schaduwen zien, en met het touchscreen maak je snel aantekeningen of sleep je makkelijker door je tijdlijn.

De Acer Aspire 14 AI A14-52M-56CK is gemaakt voor dagelijks werk onderweg: compact, 1,4 kg en groot genoeg om comfortabel te typen en te multitasken. De Intel Core Ultra 5-processor en 16 GB geheugen houden Office, veel tabbladen en videobellen soepel, terwijl 512 GB opslag ruimte geeft voor documenten en mediabestanden. Handig is dat Acer het simpel houdt: geen touchscreen, dus je leunt op toetsenbord en touchpad. Met HDMI sluit je snel een extra scherm aan en via de 3,5mm-poort kun je bedraad luisteren of vergaderen zonder gedoe met koppelen.

Wil je een licht en flexibel systeem dat ook als tablet werkt, dan past de Microsoft Surface Pro 11 (wifi 7, 512 GB) echt wat voor jou. Het 13-inch touchscreen en het 2-in-1 ontwerp maken hem handig voor notities, schetsen en werken onderweg, zeker als je een Surface Slim Pen erbij neemt. De Snapdragon X Plus met 45 TOPS is gericht op AI-taken: Copilot kan je helpen met tekst, samenvattingen en het omzetten van een Word-bestand naar een PowerPoint, terwijl de chip tijdens gebruik leert en taken soepeler laat aanvoelen. Reken voor onderweg op een lange adem met een opgegeven accuduur tot 14 uur, en met wifi 7 heb je een snelle draadloze basis als je netwerk dat ondersteunt.

▼ Volgende artikel
Wifi wel snel op je telefoon, maar traag op je laptop? Hier ligt dat aan!
© A Stockphoto
Huis

Wifi wel snel op je telefoon, maar traag op je laptop? Hier ligt dat aan!

Je zit op de bank en streamt probleemloos een 4K-video op je telefoon, maar zodra je je laptop openklapt om een webpagina te laden, lijkt het alsof de verbinding vastloopt. Ligt het aan de router of aan je computer? In dit artikel leggen we uit waarom wifi-snelheden zo sterk kunnen verschillen per apparaat en wat je eraan kunt doen.

Je betaalt voor een snelle internetverbinding, dus is de verwachting dat elk apparaat in huis die snelheid ook daadwerkelijk haalt. Toch voelt het surfen op je computer soms stroperig aan, terwijl je smartphone ernaast nergens last van heeft. Vaak wordt er direct naar de internetprovider gewezen, maar het probleem zit meestal in de apparatuur zelf. Het verschil in hardware, leeftijd en software tussen mobiele apparaten en computers is namelijk groter dan je denkt. Na het lezen van dit stuk weet je precies waar die vertraging vandaan komt.

Generatiekloof: waarom je laptop vaak achterloopt

Het snelheidsverschil tussen je telefoon en je computer komt vaak neer op een simpele generatiekloof. We vervangen onze telefoons gemiddeld elke twee tot drie jaar, waardoor ze vaak uitgerust zijn met de nieuwste wifi-chips (zoals wifi 6 of 6E). Een laptop gaat vaak veel langer mee, soms wel vijf tot zeven jaar. Hierdoor probeert een verouderde netwerkkaart in je laptop te communiceren met een moderne router, wat resulteert in een lagere maximumsnelheid.

Daarnaast speelt de manier waarop data wordt verwerkt een grote rol. Een telefoon is geoptimaliseerd voor directe consumptie: apps op de achtergrond worden gepauzeerd om de app die je nú gebruikt voorrang te geven. Een computer werkt anders. Terwijl jij probeert te surfen, kan Windows of macOS op de achtergrond bezig zijn met zware updates, het synchroniseren van clouddiensten of het maken van back-ups. Je laptop snoept dus al bandbreedte weg zonder dat jij het doorhebt, waardoor er voor je browser minder overblijft.

Wanneer je laptop de strijd wél wint

De laptop wint het van de telefoon wanneer de omstandigheden optimaal zijn voor stabiliteit in plaats van pure mobiliteit. Als je beschikt over een moderne laptop met een recente netwerkkaart en je bevindt je in dezelfde ruimte als de router, kan de laptop vaak stabieler grote bestanden binnenhalen.

Dat geldt vooral als je laptop verbonden is met de 5GHz-frequentieband. Deze frequentie is veel sneller dan de oude 2.4GHz-band, maar heeft een korter bereik. Als je dicht bij het toegangspunt zit, profiteert je laptop van zijn krachtigere processor om complexe webpagina's sneller op te bouwen dan een telefoon dat kan, mits de verbinding zelf niet de bottleneck is.

Waarom je telefoon soepeler aanvoelt

Het verschil wordt pijnlijk duidelijk zodra je verder van de wifi-bron af gaat zitten, bijvoorbeeld op zolder of in de tuin. Smartphones zijn vaak agressiever geprogrammeerd om het sterkste signaal te pakken of snel tussen frequenties te schakelen. Veel laptops blijven daarentegen te lang plakken op een zwak 5GHz-signaal of vallen onnodig terug op de trage en vaak overvolle 2.4GHz-band (het zogeheten 'sticky client'-probleem).

Daarnaast hebben smartphones een trucje dat laptops helaas moeten missen: wifi-assist (of een vergelijkbare term). Als de wifi even hapert, gebruikt de telefoon ongemerkt een beetje 4G- of 5G-data om de stroom stabiel te houden. Je laptop heeft die optie meestal niet en laat direct een laadicoontje zien. Hierdoor voelt de telefoon sneller aan, terwijl hij eigenlijk een beetje vals speelt door mobiele data bij te schakelen.

Harde grenzen: wanneer traagheid onvermijdelijk is

Er zijn situaties waarin je laptop de strijd sowieso verliest, ongeacht hoe dicht je bij de router zit. Dit zijn de harde grenzen:

  • Verouderde standaarden: Als je laptop alleen wifi 4 (802.11n) ondersteunt, zul je nooit de snelheden halen van een telefoon met wifi 6 (802.11ax). De hardware kan het simpelweg niet aan.

  • Actieve VPN-verbinding: Veel werklaptops hebben een actieve VPN-verbinding voor beveiliging. Dit vertraagt de internetsnelheid aanzienlijk vergeleken met een 'open' telefoonverbinding.

  • De 2,4GHz-valkuil: In dichtbevolkte wijken is de 2,4GHz-band zo vervuild door signalen van de buren, dat een laptop die hierop vastzit nauwelijks vooruitkomt.

  • Batterijbesparing: Als je laptop niet aan de lader ligt en in Eco-modus staat, wordt de stroom naar de wifi-kaart vaak geknepen, wat direct ten koste gaat van het bereik en de snelheid.

Zo check je of jouw hardware het probleem is

Om te bepalen of je laptop de boosdoener is, moet je eerst kijken naar de verbinding. Klik op het wifi-icoon op je laptop en controleer of je verbonden bent met een 5GHz-netwerk (vaak te zien bij Eigenschappen of netwerkinformatie). Is dat niet het geval en sta je wel dicht bij de router? Dan is je netwerkkaart waarschijnlijk verouderd of staan de instellingen niet goed.

Kijk ook eens kritisch naar je gebruik. Heb je toevallig nog applicaties openstaan zoals Steam, OneDrive of Dropbox? Deze programma's kunnen de verbinding volledig dichttrekken. Op een telefoon gebeurt dit zelden automatisch op de achtergrond. Als je laptop ouder is dan vijf jaar, kan een simpele upgrade met een moderne wifi-usb-dongle het probleem vaak al verhelpen, zonder dat je een hele nieuwe computer hoeft aan te schaffen.

Kortom: leeftijd en software maken het verschil

Dat je telefoon sneller is op wifi dan je laptop, komt meestal doordat telefoons nieuwere netwerkchips hebben en slimmer omgaan met datastromen. Laptops hebben vaak last van zware achtergrondprocessen of blijven hangen op een tragere frequentieband. Daarnaast schakelen telefoons bij zwak wifi soms ongemerkt over op 4G/5G, wat de ervaring vloeiender maakt. Controleer of je laptop op de 5GHz-band zit en sluit zware achtergrondprogramma's af om snelheid te winnen.