ID.nl logo
Veilig surfen via een eigen VPN-server
© Reshift Digital
Huis

Veilig surfen via een eigen VPN-server

Veilig surfen op internet kun je door een VPN-verbinding (Virtual Private Network) te gebruiken. Daar schakel je bepaalde VPN-diensten voor in, maar het is ook mogelijk je eigen server op te zetten. Wij leggen uit hoe.

Let op: het opzetten en configureren van een eigen VPN-server is minder eenvoudig dan deel 1 van deze cursus waar we laten zien hoe je gebruikmaakt van een VPN-dienst. We beschouwen dit tweede deel van de cursus als expertcursus, waarbij het handig is als de gebruiker iets meer technisch onderlegd is.

Zelf een VPN-server opzetten

Een andere mogelijkheid is om, in plaats van een VPN-dienst, zelf een VPN-server in te stellen op je computer. Of op je NAS, router of een apparaatje zoals de Raspberry Pi. Er zijn wel enkele voorwaarden om zo'n opstelling goed te laten werken. Allereerst moet het apparaat waarop je de server installeert een statisch IP-adres hebben, zodat de clients gemakkelijk toegang tot de server krijgen.

Vervolgens moet je in je router 'port forwarding' instellen: je moet al het netwerkverkeer dat op de netwerkpoort van het gebruikte VPN-protocol binnenkomt omleiden naar het apparaat waarop je VPN-server staat. Zonder port forwarding heb je van buiten je thuisnetwerk immers geen toegang tot een server in je netwerk.

En wil je voor je eigen VPN-verbinding een gemakkelijk te onthouden domeinnaam gebruiken in plaats van het (zo nu en dan wisselende) IP-adres van je internetverbinding? Activeer dan op je router iets dat dynamic DNS (DDNS) heet.

Pas als aan deze drie voorwaarden (statisch IP-adres, port forwarding en dynamic DNS) voldaan is, zal de VPN-verbinding soepel verlopen. Het loont de moeite om eerst in de handleiding van je router op te zoeken hoe je dit allemaal doet en om te controleren of je router misschien zelfs in staat is om zelfstandig als VPN-server te fungeren. Zo ja, dan is je router het beste VPN-apparaat dat je kunt kiezen, want dan hoef je niets extra's te installeren en heb je geen aparte port forwarding nodig. Er bestaat ook een opensource-firmware die je op veel routers kunt installeren, genaamd DD-WRT, die een ingebouwde VPN-server bevat. Op veel NAS-apparaten kun je een VPN-server installeren als extra module. En ook op een Raspberry Pi (of een andere Linux-computer) kun je een VPN-server installeren, zoals OpenVPN.

©PXimport

Ook op je NAS kun je een VPN-server installeren.

©PXimport

Een apparaat binnen je bedrijfsnetwerk kan pas als VPN-server voor apparaten buitenaf werken met port forwarding.

OpenVPN-server in Windows

Windows 7 en 8 hebben een VPN-server ingebouwd, maar die gebruikt het protocol PPTP (Point-to-Point Tunneling Protocol), dat zoals gezegd niet meer zo veilig is. Hoewel dit het meest ondersteunde protocol is op allerlei platformen, verkiezen we een veiliger oplossing, al is die wat moeilijker te installeren en te configureren: OpenVPN. Open deze link je browser en download van deze pagina het Windows-installatieprogramma van OpenVPN. Controleer wel eerst of je een 32- of 64bit-versie van Windows hebt en kies dezelfde versie van OpenVPN om te downloaden.

Het installatieprogramma start een wizard die je in enkele stappen door de installatie loodst. Vink in het venster Choose components zeker OpenVPN RSA Certificate Management Scripts aan. En kies in het venster erna voor de locatie C:\OpenVPN in plaats van de standaardlocatie, dat vermijdt een aantal problemen bij de configuratie. Is de installatie eenmaal aan de gang, dan vraagt Windows op een bepaald moment of je de installatie van een virtuele-netwerkdriver wilt toestaan. Bevestig die vraag door op Installeren te klikken.

©PXimport

Installeer de OpenVPN-server op Windows.

Certificaten

Nu moeten we OpenVPN nog configureren en certificaten aanmaken. Dat doen we met een serie commando's die nauwkeurig ingevoerd moeten worden, maar we nemen ze stap voor stap met je door.

Ga in Windows naar Start / Alle programma's / Bureau-accessoires / Opdrachtprompt (of open Start en tik cmd.exe en druk op Enter). Wellicht ten overvloede: alle commando's die je achter de opdrachtprompt intikt, sluit je af met een druk op de Enter. Typ achter de opdrachtprompt het commando cd C:\OpenVPN\easy-rsa in en druk dan op Enter (vanaf nu noemen we die Enters niet meer expliciet). Initialiseer de configuratie daarna met het commando init-config. Open het bestand vars.bat met het Kladblok via het commando notepad vars.bat. Vul in dit tekstbestand je gegevens in achter de regels met KEY_COUNTRY (landcode, bijvoorbeeld NL), KEY_PROVINCE (provincie), KEY_CITY (stad), KEY_ORG (bedrijf of organisatie, maar hier mag je willekeurig wat invullen) en KEY_EMAIL (een geldig e-mailadres). Verander ook dat wat achter HOME staat in C:\OpenVPN\easy-rsa. Sla het bestand op en sluit Kladblok af. In het Opdrachtprompt-venster voer nu je één voor één de opdrachten vars en clean-all uit.

We gaan vervolgens een certificaat en sleutel aanmaken (voor de 'certificate authority' (CA), maar dit mag je vergeten). Dat begint met de opdracht build-ca. Er wordt je gevraagd om een aantal zaken in te geven, zoals de lettercode van je land, je provincie, je organisatie enzovoort. De meeste gegevens heb je al in het bestand vars.bat ingevuld en die worden hier dan ook als standaardwaarde getoond. Met een druk op Enter neem je ze aan. Vul bij Common Name je naam in.

Maak daarna een certificaat en sleutel voor de server aan met het commando build-key-server server. Accepteer weer dezelfde standaardwaardes als in de alinea hierboven, maar vul bij Common Name deze keer server in. Achter de vragen voor een challenge password en een company name hoeft je niets antwoorden, geef gewoon een druk op Enter waardoor het antwoord leeg blijft. Op de vraag Sign the certificate? antwoord je bevestigend met een druk op de Y-toets (yes), evenals op de vraag erna.

Maak nu voor elke client een certificaat en sleutel aan met het commando build-key client1, waarbij client1 de naam van de client is (dat kan bijvoorbeeld de naam van de pc zijn of van een mobiel apparaat zijn). Accepteer weer dezelfde standaardwaardes en vul bij Common Name deze keer de naam van de client in, bijvoorbeeld client1. Antwoord voor de rest hetzelfde als bij het aanmaken van het certificaat en de sleutel voor de server. Herhaal dit nu voor alle apparaten waarmee je met het VPN wilt verbinden en zorg dat je voor elk apparaat een unieke naam voor het certificaat gebruikt. Als laatste voer je nog het commando build-dh uit om de encryptie voor de VPN-verbinding op te zetten.

©PXimport

Certificaten aanmaken gebeurt in de opdrachtprompt van Windows.

Configuratie van de server

Kopieer nu het standaardconfiguratiebestand van OpenVPN en pas het aan. Dat kan met de commando's copy ..\sample-config\server.ovpn . (let op: mét die punt) en daarna notepad server.ovpn. Zoek naar de regels die achtereenvolgens beginnen met ca, cert, key en dh. Maak daar het volgende van:

ca "C:\\OpenVPN\\config\\ca.crt"

cert "C:\\OpenVPN\\config\\server.crt"

key "C:\\OpenVPN\\config\\server.key"

dh "C:\\OpenVPN\\config\\dh1024.pem"

Sla het bestand op en sluit Kladblok af. Kopieer de nodige bestanden naar de juiste locatie met de volgende commando's in de Opdrachtprompt:

copy keys\ca.crt ..\config

copy keys\server.crt ..\config

copy keys\server.key ..\config

copy keys\dh1024.pem ..\config

copy server.ovpn ..\config

De OpenVPN-server is nu klaar. Je start de server met het programma OpenVPN GUI, dat in het Startmenu geïnstalleerd is. Dubbelklik op het icoontje in de taakbalk rechtsonder om de verbinding te starten. Windows staat toegang tot de VPN-server standaard enkel toe in je thuis- of bedrijfsnetwerk en niet op openbare netwerken, en geeft daarover een waarschuwing. Aangezien je je VPN-server waarschijnlijk enkel wilt gebruiken als je pc thuis staat, accepteer je het best die keuze en klik je op Toegang toestaan. Je VPN-server is nu operationeel, maar vergeet niet de drie voorwaarden waaraan een VPN-server moet voldoen (een statisch IP-adres, port forwarding en dynamic DNS), zie de paragraaf 'Zelf een VPN-server opzetten'.

©PXimport

Je configureert je OpenVPN-server in het bestand server.ovpn.

©PXimport

De Windows-firewall raadt je aan om je VPN-server niet in openbare netwerken te draaien.

VPN via je wifi-toegangspunt

In deze cursus leggen we uit hoe je op al je apparaten een VPN-verbinding instelt. Maar wat als je op vakantie bent met vijf mobiele apparaten en die niet allemaal opnieuw wilt configureren? Of wat als je thuis regelmatig landrestricties wilt omzeilen op allerlei apparaten en je niet overal die VPN-configuratie wilt ingeven? Heel eenvoudig: laat je apparaten verbinden met een apparaat dat zelf via een VPN een internetverbinding opzet. Geavanceerde draadloze toegangspunten ondersteunen deze functie, die vaak iets als 'VPN client' heet. In het wifi-toegangspunt geef je dan de configuratie van de VPN-server in, waarna het toegangspunt zijn internetverbinding via de VPN-server opzet. Alle apparaten die dan draadloos verbinden met het toegangspunt, surfen automatisch via het VPN, zonder dat verdere configuratie nodig is. Ondersteunt je toegangspunt dat niet, lees dan in het volgende nummer van Computer!Totaal onze workshop waarin we uitleggen hoe je van je Raspberry zo'n VPN-router maakt.

Configuratie van de client

Nu moeten we de apparaten configureren die we toegang tot de VPN-server willen geven. Als het om een Windows-computer gaat, kun je dezelfde OpenVPN-software installeren, want het programma werkt ook als client. Installeer dus op je client-pc OpenVPN op dezelfde manier als op de server. Onze uitleg over certificaten en sleutels mag je hier overslaan, want dat is niet nodig op de client. Het certificaat en de sleutel voor de client hebben we eerder al op de server aangemaakt.

Kopieer het standaardconfiguratiebestand in C:\OpenVPN\sample-config\client.ovpn naar de map C:\OpenVPN\config en open het dan met Kladblok. Vervang de regels die achtereenvolgens beginnen met ca, cert en key door:

ca "C:\\OpenVPN\\config\\ca.crt"

cert "C:\\OpenVPN\\config\\client1.crt"

key "C:\\OpenVPN\\config\\client1.key"

Gebruik de juiste naam (hier 'client1') voor het certificaat en de sleutel. Zoek naar de regel die begint met remote en maak daar het volgende van: remote server 1194, waarbij je in plaats van de aanduiding 'server' het IP-adres of de (dynamische) domeinnaam van je VPN-server invult. Sla het bestand op en sluit Kladblok af. Kopieer de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key van de server naar de client (doe dat op een veilige manier, bijvoorbeeld op een (versleutelde) usb-stick) en plaats ze in de map C:\OpenVPN\config. Daarna start je de OpenVPN-client met de OpenVPN GUI en ben je (als alles goed gaat) verbonden met je VPN-server.

©PXimport

Met de OpenVPN GUI kun je zowel een OpenVPN-server als een -client opstarten.

Mobiele apps

OpenVPN draait niet alleen op Windows, maar ook onder Linux en OS X. Op die laatste is OpenVPN bijvoorbeeld te installeren met behulp van Macports, maar er bestaat ook een grafisch programma dat OpenVPN ondersteunt: Tunnelblick. De configuratie gebeurt grotendeels hetzelfde. Ook voor allerlei mobiele platforms bestaan er OpenVPN-apps. De officiële app van OpenVPN voor iOS is OpenVPN Connect, waarmee je eenvoudig en gebruiksvriendelijk met een OpenVPN-server verbindt op je iPhone of iPad. Dezelfde app bestaat ook op Android. In de volgende paragraaf tonen we hoe je ze gebruikt. De alternatieve Android-firmware CyanogenMod heeft overigens OpenVPN-ondersteuning al ingebouwd. Dat kan interessant zijn als je toestel wat ouder is en geen recente Android-versie ondersteunt, want de OpenVPN-app vereist Android 4.0 of hoger.

Mobiele configuratie

Je kunt het configuratiebestand voor de client dat je onder Windows gemaakt hebt hergebruiken onder Android. Zorg wel dat je de regels die beginnen met ca, cert en key aanpast, zodat ze niet meer verwijzen naar een pad op je Windows-computer. De regels worden dan:

ca ca.crt

cert client1.crt

key client1.key

Waarbij 'client1' wederom vervangen moet worden door de naam van het betreffende apparaat. Kopieer het configuratiebestand samen met de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key naar de opslagruimte van de smartphone, allemaal in dezelfde map. Druk dan in de OpenVPN Connect-app op de menutoets en kies Import / Import Profile from SD card. Kies het .ovpn-bestand en klik op Select. Als alles goed gaat, krijg je de melding Profile successfully imported en klik je op Connect om de VPN-verbinding op te zetten. Daarna surf je via je beveiligde verbinding. Je sluit de VPN-verbinding af door op Disconnect te klikken.

Om de OpenVPN Connect-app op iOS te configureren, dien je je iPad of iPhone op de pc aan te sluiten. De OpenVPN Connect-app staat bij de apps in iTunes. Sleep het configuratiebestand samen met de bestanden ca.crt, client1.crt en client1.key naar de app in iTunes. In de app krijg je daarna te zien dat er een nieuw profiel beschikbaar is, klik erop om het te importeren.

Externe server

Voor een verbinding met je eigen OpenVPN-server kun je eenvoudig een .ovpn-configuratiebestand zoals hierboven aanmaken voor je smartphone, maar als je met een OpenVPN-server van een VPN-dienst verbindt, krijg je normaal van die dienst een .ovpn-bestand. Zo niet, dan kun je op basis van de instellingen die je VPN-dienst publiek maakt wellicht zelf een configuratiebestand aanmaken. Begin met het voorbeeldconfiguratiebestand client.vpn dat in de map sample-config van OpenVPN voor Windows staat en pas de regel met remote aan. Kopieer het configuratiebestand en de benodigde bestanden voor de sleutel en certificaten en importeer het dan.

©PXimport

Met de OpenVPN Connect app voor Android en iOS verbind je met OpenVPN-servers.

©PXimport

Het OpenVPN-profiel is geïmporteerd in de app.

©PXimport

OpenVPN Connect is verbonden met de VPN-server.

Andere poort

Als je zelf een VPN-server opzet en daarvoor de standaardpoort 1194 en het standaardprotocol UDP gebruikt, kun je soms wel eens tegen problemen aanlopen. Sommige netwerken blokkeren immers allerlei protocollen behalve webverkeer (poort 80). Daar kun je echter slim op reageren: laat je OpenVPN-server eenvoudigweg luisteren op TCP-poort 443. Dat is dezelfde als voor websites die gebruikmaken van HTTPS, dat door geen enkel netwerk geblokkeerd wordt. Bovendien is het netwerkverkeer van OpenVPN niet te onderscheiden van HTTPS omdat allebei de protocollen met SSL versleuteld zijn.

Open het bestand C:\OpenVPN\config\server.ovpn in Kladblok en wijzig de regels die met port en proto beginnen respectievelijk in port 443 en proto tcp. Wijzig uiteraard ook de firewallregel in Windows en de portforwarding-regel in je router zodat de nieuwe poort functioneel is. Je clients moeten ook de nieuwe poort gebruiken. In het configuratiebestand van OpenVPN onder Windows gaat dat met de regel remote server 443 tcp.

▼ Volgende artikel
Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken
© Tefal | Bewerking Saskia van Weert
Huis

Review Tefal Easy Fry Infrared - Supersnel, maar wel goed schoonmaken

De belofte is duidelijk: sneller op temperatuur, krokanter van buiten, malser van binnen. Met de Easy Fry Infrared zet Tefal als eerste bekende fabrikant infraroodtechnologie in bij een airfryer. De warmte van boven zorgt voor snelle opwarming; het klassieke element onderin zou garant moeten staan voor gelijkmatiger garing. ID test deze noviteit uit.

Uitstekend
Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-optie is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil. Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt. Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.

Plus- en minpunten
  • Supersnel op temperatuur
  • Eten knapperig vanbuiten, mals vanbinnen
  • Ruime bakmand
  • Stil in gebruik
  • Kijkvenster + crispy finish
  • Gevoelig voor inbranden (mand & rooster)
  • Kijkvenster niet uitneembaar (vetspetters)
  • Rare piep na stand-by
CategorieSpecificatie
PrestatiesVermogen van 2020 W met een temperatuurbereik van 80 °C tot 240 °C
CapaciteitInhoud van 7 l, geschikt voor circa 1,2 kg frietjes of een gebraden kip van 1,5 kg
Programma's8 automatische kookprogramma's waaronder friet, snacks en vlees
GebruiksgemakTouchscreen bediening, timer, warmhoudfunctie en automatische uitschakeling
OnderhoudVaatwasserbestendige uitneembare non-stick binnenmand
Bouw & ontwerpKunststof behuizing met cool wall, doorzichtig deksel en uitschuiflade
VeiligheidOverhittingsbeveiliging, BPA-vrij, PFAS-vrij en bodem met antislip
Afmetingen & gewicht31,3×27,9×42,1 cm (H x B x L); 5,32 kilo

Wat is er écht nieuw?

Airfryers zijn er in allerlei uitvoeringen. Eén bakmand, twee, naast elkaar, boven elkaar, met stoom, zonder stoom. De meeste modellen zijn varianten op een eerder model met net een extra toevoeging of snufje. Tefal kwam recent met iets wat wel nieuw te noemen is, en dat is de combinatie van hitte via een element en hitte via infraroodlampen. De IR-straling komt van boven, de hitte van het metalen element van onderen. Samen zouden ze moeten zorgen voor enerzijds snelle opwarming en anderzijds gelijkmatige garing. Infraroodlampen kun je kennen vanuit warmtelampen of sauna's. Ze verwarmen vooral het oppervlak waarop ze schijnen. Zou dit een slimme combinatie zijn?

©Tefal

Formaat, bouw en mand: 7 liter

Eerst wat praktische informatie. De Tefal Easy Fry Infrared is een apparaat van 27,9 × 31,3 × 42,1 cm (B/H/D). Hij weegt iets meer dan 5 kilo en heeft een snoer van 1,20 meter. De bakmand trek je in zijn geheel uit het apparaat, onderin zit een verwijderbaar roostertje voor luchtcirculatie. De inhoud van de mand is 7 liter en je zou er 1,5 kilo aan eten in kunnen bereiden. Dat is theorie, in de praktijk werken lagere hoeveelheden beter - maar dit geldt voor elke airfryer. Bovenop zitten de aan-uitknop, twee tiptoetsen voor tijd en temperatuur, toetsen voor de voorkeuzeprogramma's en een extra knop voor een extra crispy finish (daarover verderop meer).

Wat meteen opvalt, is de grote bakmand. Die biedt ruim plaats aan bijvoorbeeld vier kaiserbroodjes of een royale hoeveelheid groenten om te grillen. De bak is rechthoekig, en het rooster onderin zorgt voor een kleine verhoging. Je etenswaren liggen niet direct op de bodem van de mand maar iets erboven; dit is nodig voor de circulatie van lucht.

©Saskia van Weert

Kijkvenster met led: handig meekijken of gimmick?

Opvallend is het transparante kijkvenster boven de lade. Hierdoor zie je de inhoud van de mand liggen en kun je de garing in de gaten houden. Dat werkt goed, en is ook handig om bij te houden of je je eten al moet omdraaien.

©Tefal

Bediening en programma's: snel kiezen, extra crispy-knop

De bediening wijst zichzelf, zeker na doornemen van de gebruiksaanwijzing. Je kiest zelf een combinatie van tijd en temperatuur, of een van de voorkeuzeprogramma's. Standaard start het apparaat in de stand Airfryer. De andere opties zijn roosteren, grillen, toasten, opwarmen, bakken, dehydrateren, en tot slot knapperige finish (crispy finish). Dit laatste is een leuk snufje. Je voegt deze optie met een druk op de knop toe aan een gekozen programma en de bereidingstijd wordt uitgebreid met 2 minuten extra op 230 graden. Speciaal bedoeld voor eten dat je extra krokant wilt hebben.

De voorkeuzeprogramma's zijn instellingen met een vastgestelde tijd en temperatuur. Zo start Airfryen met 190 graden en 10 minuten. Zowel tijd als temperatuur pas je eventueel aan voordat de bereiding start, en tijdens de bereiding gaat dat ook prima. Het programma om te drogen (dehydrate) heeft een vaste temperatuur van 70 graden, dit kun je niet zelf aanpassen. Je start het programma met de startknop. Als je tussentijds de bak opent om je eten op te schudden of om te keren, pauzeert het programma. Het gaat automatisch verder als je de bak weer sluit.

©Tefal

Merkbaar sneller zonder voorverwarmen

De airfryer is opvallend stil en ook het piepje als het eten klaar is, is bescheiden. Prettig, want airfryers maken vaak best een hoop herrie. Na einde van het programma staat de machine in stand by-stand. Na een minuut of vijf piept hij nog eens. Het doel daarvan is ons onduidelijk. Om ongewenste geluiden te voorkomen, is het aan te raden na gebruik de stekker uit het stopcontact te halen.

Prestaties: van kip en friet tot broodjes en groente

Dan de prestaties. Die zijn zonder meer goed. In enkele weken tijd is er van alles in deze airfryer bereid. Van kippendijen tot frites en snacks, van groenten tot aan afbakbroodjes. Voorverwarmen is niet nodig, want de airfryer is zeer snel warm. De resultaten zijn meer dan uitstekend en het eten is ook daadwerkelijk sneller klaar dan in eerder geteste machines. Reken op een tijdsbesparing van zo'n 20 procent. Dit hangt natuurlijk af van wat je precies maakt en hoeveel, maar gerechten waren in de testperiode eigenlijk altijd sneller klaar dan vooraf verwacht.

Na bereiding haal je je eten met een siliconen tang uit de bak. In de gebruiksaanwijzing staat dat je de bak niet ondersteboven mag houden om eten in een schaal te kieperen, vanwege eventuele hete olie of heet vocht dat zich onder het rooster verzamelt. Een nuttig advies, zeker voor de bereiding van vlees, maar bij iets als broodjes afbakken natuurlijk wat overbodig.

Met een siliconen tang haal je eten veilig uit de airfryer

De coating blijft mooi en je houdt ook je handen schoon!

Schoonmaken: vaatwasser kan, maar let op inbranden

Zowel de bak als het uitneembare rooster kan na gebruik en afkoelen in de vaatwasser. Wat betreft schoonmaken komt eigenlijk het enige (relatieve) nadeel aan het licht. Beide onderdelen bakken snel aan. Al na enkele keren ontstonden er zwarte aanbaksels op het rooster en in de bakmand. Deze zijn gelukkig met bbq-reiniger wel weg te krijgen uit de mand, maar het is wel een aandachtspunt. Ook de behuizing, het gedeelte waar de mand op staat in de airfryer, vertoont al wat zwarte inbrandplekken die niet weg te poetsen zijn.

©Saskia van Weert

Duurzaamheid & onderhoud

Let verder op met spetterend eten. Als vetspetters vanaf de binnenzijde tegen het transparante venster komen, zijn deze niet meer te verwijderen. Het venster is namelijk niet los te halen. Op de lange termijn kunnen we ons voorstellen dat er daardoor vlekken ontstaan, waardoor je minder zicht hebt op je voedsel.

©Tefal

Conclusie

De Easy Fry Infrared doet precies wat Tefal belooft: hij is razendsnel op temperatuur en levert mooi krokante resultaten met een sappige binnenkant. In de praktijk win je echt tijd, zonder te hoeven voorverwarmen, en de stille werking en het kijkvenster maken 'even tussendoor checken' prettig. De ruime 7-liter mand is fijn voor gezinnen of grotere porties, en de extra crispy-knop is een bruikbare bonus voor wie nét wat meer bite wil.

Daar staat tegenover dat dit een apparaat is dat aandacht vraagt bij schoonmaken. De mand en het rooster kunnen relatief snel inbranden, en vetspetters tegen het niet-losneembare kijkvenster zijn lastig of niet te verwijderen, iets om rekening mee te houden als je veel vette gerechten maakt.

Kortom: zoek je vooral snelheid, krokant resultaat en een ruime bak met handig zicht op de voortgang, dan is de Tefal Easy Fry Infrared een sterke keuze.


▼ Volgende artikel
Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar
Huis

Call of Duty: Warzone Mobile vanaf 17 april niet meer speelbaar

De servers van Call of Duty: Warzone Mobile gaan op 17 april voorgoed offline, waardoor de game vanaf dat moment niet meer speelbaar is.

Dat heeft Activision aangekondigd. Afgelopen jaar werd de game al uit app-winkels gehaald en werd de komst van nieuwe seizoensgebonden content al stopgezet, en het voorgoed offline halen van de servers is de laatste stap in het verdwijnen van de game. Mensen kunnen tot 17 april de game gewoon blijven spelen en hun verdiende in-game geld opmaken.

"We zijn enorm dankbaar voor de spelers die Call of Duty: Warzone Mobile hebben ondersteund, alsmede de ontwikkelaars die de ervaring tot leven hebben gewekt", aldus Activision. "De passie van spelers en hun feedback blijft de toekomst van de Call of Duty-franchise vormgeven, en we kijken er naar uit om betekenisvolle seizoensgebonden content en updates naar Call of Duty: Mobile te brengen."

Call of Duty: Mobile blijft er wel

Call of Duty: Warzone Mobile kwam in 2024 beschikbaar als mobiele versie van Call of Duty: Warzone, de battle royale-game voor consoles en pc. Op die platforms blijft Warzone wel speelbaar.

Activision zei het al: voor een mobiele Call of Duty-ervaring kunnen spelers terecht bij Call of Duty: Mobile. Die game kwam in 2019 uit op smartphones en geniet nog altijd van populariteit. Call of Duty: Mobile heeft ook een battle royale-modus - waar Warzone Mobile juist om draaide - alsmede modi als reguliere multiplayer en Zombies.

Activision Blizzard - en dus ook Call of Duty - werd enkele jaren geleden overgenomen door Microsoft. Buiten het feit dat de jaarlijkse nieuwe Call of Duty-game vanaf release ook meteen op Xbox Game Pass verschijnt, heeft dat echter niet veel aan de Call of Duty-franchise veranderd. Wel leek het meest recente deel, het vorig najaar uitgekomen Call of Duty: Black Ops 7, minder populair dan voorgaande delen. Mogelijk heeft dit te maken met dat het jaar daarvoor nog Black Ops 6 uitkwam, en spelers niet zo snel op een direct vervolg zaten te wachten.