ID.nl logo
Sesam, open u! Kom alles te weten over netwerkpoorten
© xiaoliangge - stock.adobe.com
Huis

Sesam, open u! Kom alles te weten over netwerkpoorten

Een woning betreed je via een deur. Datzelfde gebeurt bij data die tussen apparaten wordt verstuurd. Alleen gaat het dan niet om deuren, maar om netwerkpoorten. Hoe werkt dat precies? Op welke manier heb jij daar als gebruiker mee te maken?

Dit artikel is voor de wat gevorderde gebruiker die álles wil weten over netwerkpoorten:

  • Poortnummers
  • Poorttypes
  • Poortcommunicatie en -verkeer
  • Poortregels
  • Portforwarding

Ook interessant: Netwerkproblemen? Analyseer ze met Wireshark

Stel je voor dat je in een gebouw met duizend deuren bent. Achter een van die deuren bevindt zich een persoon. Om snel te communiceren, open je het liefst direct de juiste deur. Bij een computer is dat vergelijkbaar, alleen heb je hierbij te maken met 65536 netwerkpoorten (2^16). Het is natuurlijk niet efficiënt als het apparaat voor elke vorm van communicatie alle poorten een voor een moet openen om de juiste ‘gesprekspartner’ te vinden. Hoe dit dan wel werkt, leggen we in dit artikel uit voor de wat gevorderde gebruiker.

Poortnummers

Als je de systeemkast van je pc opent, zie je geen 65536 netwerkpoorten. Logisch, want we hebben het niet over fysieke poorten voor bijvoorbeeld usb en ethernet. De netwerkpoorten zijn virtuele, logische constructies binnen de software en het besturingssysteem. Zo’n netwerkpoort is een punt waar de data binnenkomt of vertrekt.

Een groot aantal communicatievormen, zoals bepaalde diensten en protocollen, gebruiken zogeheten ‘well-known ports’, dit zijn vaste poortnummers. De worden beheerd door de Internet Assigned Numbers Authority (IANA) en zijn genummerd van 0 tot 1023. Bekende poortnummers zijn 20 en 21 (FTP), 25 (SMTP), 53 (DNS), 80 (http) en 443 (https).

Laten we dit eens testen. Ga naar www.id.nl en vervolgens naar https://id.nl:80. Via :80 geef je aan dat je browser verbinding met poort 80 op de webserver moet maken. Dit lukt helaas niet, want het gaat om https en niet om http. Wat wel lukt, is https://id.nl:443, omdat dit de standaardpoort voor zo’n versleutelde verbinding is.

Een https-verbinding loopt bijna altijd via poort 443.

Poorttypes

Naast de 1024 well-known ports zijn er de geregistreerde poorten (van 1024 tot 49151). Deze zijn niet vast gereserveerd, maar kunnen door softwareontwikkelaars voor hun eigen applicaties worden geregistreerd, zoals 3306 (MySQL-database) en 8080 (alternatieve http).

Tot slot zijn er ook nog de dynamische en private poorten (49152 tot 65535). Zoals je verderop kunt lezen, worden deze poortnummers dynamisch toegewezen door het besturingssysteem. Dit gebeurt wanneer een applicatie daarom verzoekt. Deze poorten worden vaak gebruikt voor tijdelijke communicatie, bijvoorbeeld bij het opzetten van een verbinding voor een e-mailapp.

Een overzicht van de poortnummers vind je via deze pagina. In deze lijst kun je navigeren en gericht zoeken naar poortnummers, servicenamen en protocollen.

Tussen de laagste, gereserveerde poortnummers bevinden zich enkele bekende protocollen.

Poortcommunicatie

Wanneer je met je pc in je thuisnetwerk naar een website surft, stuurt je webbrowser een https-verzoek naar het ip-adres van de webserver, gericht aan poort 443. Op zich is dit eenvoudig, maar in de praktijk blijkt het helaas iets ingewikkelder. Enig inzicht hierin is nuttig om bijvoorbeeld een router of firewall beter en veiliger te configureren.

Wanneer je webbrowser een verzoek stuurt naar de webserver gericht aan poort 443, wijst je pc hiervoor tijdelijk een dynamische poort toe, bijvoorbeeld 62292. Dit verzoek gaat vervolgens eerst naar je router. Deze houdt normaliter een tabel bij, de Network Address Translation-tabel (NAT). Hierin staat welke interne ip-adressen en poorten zijn gekoppeld aan de externe ip-adressen en poorten. De router wijst nu op zijn beurt een externe dynamische poort toe voor deze communicatie, bijvoorbeeld 49800. Ook vervangt de router het interne ip-adres en poort (bijvoorbeeld 192.168.0.181:62292) door zijn eigen externe ip-adres en poort (bijvoorbeeld 84.192.232.207:49800). De webserver ontvangt nu het verzoek (bijvoorbeeld 54.195.223.106:443) en stuurt dit terug naar het ip-adres en poort van je router. Deze raadpleegt vervolgens de NAT-tabel en stuurt het antwoord van de server terug naar je pc met de originele bronpoort. De communicatie is geslaagd.

De communicatie van de pc via de router naar de webserver, en weer terug.

Poortverkeer

Van het hele protocol- en poortengedoe merk je als eindgebruiker gelukkig weinig. Het is vooralwebadres intikken en gaan. Wil je graag achter de schermen van het netwerkverkeer kijken, dan is Wireshark een krachtige en gratis tool die je daarvoor kunt gebruiken. We beperken ons tot een eenvoudig voorbeeld.

Installeer de tool met alle standaardinstellingen (inclusief Npcap) en start deze op. Dubbelklik op de actieve netwerkadapter, zoals Ethernet. Je zult zien dat er meteen veel netwerkverkeer wordt afgevangen. Beëindig dit met de rode stopknop.

Klik nu met rechts op een willekeurige kolomtitel, zoals Source, kies Column Preferences en druk op het plusknopje. Dubbelklik op New Column, vul de naam Bronpoort in en dubbelklik op Number. Klik op het pijlknopje en kies Source port. Herhaal dit voor Doelpoort (Destination Port). Haal eventueel de vinkjes weg bij alle overige items, behalve bij No., Source en Destination. Bevestig met OK.

Druk op de blauwe haaienvin en surf met je browser naar https://id.nl, waar je snel op een paar interne sitelinks klikt. Ga terug naar Wireshark en vul bovenaan in het filterveld ip.addr == 54.195.223.106 in. Dit zorgt ervoor dat je alleen de communicatie met de webserver van id.nl te zien krijgt. Je kunt het ip-adres van zo’n server achterhalen door op de opdrachtregel nslookup id.nl uit te voeren.

Je zult zien dat de bronpoort van je eigen pc 443 is en de bronpoort van de webserver een tijdelijk toegekend dynamisch poortnummer is. De rol van de tussenliggende NAT-router valt hier niet uit af te leiden.

De poortnummers zijn duidelijk zichtbaar, maar de router blijft buiten het gezichtsveld.

Poortregels

Wanneer je een kamer wilt binnengaan, mag de deur niet op slot zijn. In de netwerkwereld is dit vergelijkbaar. Om via een bepaalde poort te communiceren, moet deze openstaan of minstens opengaan zodra er wordt aangeklopt.

Het openen en sluiten van poorten, eventueel alleen voor specifieke ip-adressen en netwerkprotocollen, is de taak van een firewall die daarmee je netwerk beter beveiligt.

We illustreren dit met een eenvoudig experiment. Stel, we willen op onze Windows-pc het uitgaande verkeer naar alle https-webservers blokkeren.

Druk hiervoor op Windows-toets+R en voer wf.msc uit. Het venster van de Windows Firewall verschijnt. Klik links op Regels voor uitgaande verbindingen en rechts op Nieuwe regel. Selecteer Poort, druk op Volgende, kies TCP en vul bij Specifieke poorten 443 in. Druk op Volgende en selecteer De verbinding blokkeren. Druk op Volgende, laat de drie netwerktypes geselecteerd, druk nogmaals op Volgende en vul een naam voor je regel in, bijvoorbeeld Blokkeer 443. Zodra je bevestigt met Voltooien wordt je regel bovenaan toegevoegd en is deze actief, zoals je merkt na een herstart van je browser. Vanuit het rechterdeelvenster kun je de regel altijd weer Uitschakelen of Verwijderen.

In de praktijk gebeurt ook het omgekeerde. Standaard blokkeert je firewall alle binnenkomende verkeer. Als een webserver een specifieke poort in je pc wil bereiken, kan het nodig zijn dat je in de firewall die poort voor binnenkomend verkeer (van dat protocol en die webserver) openzet. In dit geval kies je Regels voor binnenkomende verbindingen en De verbinding toestaan.

Met deze firewall-regel blokkeer je de communicatie met alle https-webservers.

Van buiten naar binnen

Je weet nu al hoe je via Windows Firewall ongewenst verkeer kunt blokkeren en gewenst verkeer kunt toelaten. We hebben dit op poortniveau gedaan, maar bij het opstellen van zo’n regel kun je ook op applicatie-, adres- en/of protocolniveau werken. Vergelijkbare mogelijkheden zitten vast ook in je eigen firewall als je liever niet de ingebouwde Windows Firewall gebruikt.

Helaas zijn we er nog niet helemaal, want zoals gezegd fungeert je router altijd als verbinding voor het verkeer tussen je netwerkapparaten en het internet. Stel dat je in je netwerk een eigen server draait, zoals een bestandsserver, webserver of netwerkcamera, die je ook van buitenaf wilt bereiken. Dit kan problematisch zijn, want het apparaat waarop je service draait, heeft een intern ip-adres (bijvoorbeeld 192.168.0.181) dat niet zomaar van buitenaf bereikbaar is. Je kunt wel (het externe wan-ip-adres van) je router bereiken, maar hoe weet de router dan voor welk netwerkapparaat dat binnengekomen verzoek bedoeld is? Een mogelijke uitweg is poortdoorschakeling (port forwarding). Het komt erop neer dat je je router instrueert om alle binnenkomende verkeer op een specifieke poort automatisch naar (het interne lan-ip-adres van) het gewenste apparaat door te sluizen. Hoe pak je dit aan?

Je router heeft twee netwerkingangen: een naar internet (extern ip-adres) en een naar je netwerk (intern ip-adres).

Voorbereiding portforwarding

Allereerst moet je het interne ip-adres van het betreffende netwerkapparaat kennen. Dit doe je het handigst via je router. Start je browser en voer het interne ip-adres van je router in. Dit adres lees je normaal af na het uitvoeren van het commando ipconfig op de Opdrachtprompt, bij Default Gateway (bijvoorbeeld 192.168.0.254). Je belandt nu in de webinterface van je router, waar je een lijst met interne ip-adressen van verbonden netwerkapparaten vindt, bijvoorbeeld bij DHCP Client Table of ConnectedDevices. Raadpleeg eventueel de routerhandleiding, en noteer het beoogde adres.

Daarnaast heb je het poortnummer nodig waarop de betreffende service bereikbaar is, evenals het gebruikte protocol, meestal tcp of soms (ook) udp. Raadpleeg hiervoor de handleiding bij de betreffende service of het apparaat.

De lijst met (ip-adressen van) enkele aangesloten apparaten op onze router.

Doorschakelen

Je hebt nu voldoende informatie om een regel voor poortdoorschakeling in te stellen op je router. Hoe je dit doet hangt af van je routertype. Op www.portforward.com/router.htm vind je instructies voor vele routers. Hieronder vind je een algemene werkwijze.

Zoek in je routerinterface naar een onderdeel als Port Forwarding of Virtual Server en klik op Add Rule. Geef je regel een naam, vul bij het juiste item het interne ip-adres van je server of apparaat in, kies het bijbehorende protocol en vul tevens het interne poortnummer in. Vaak wordt ook om een extern poortnummer gevraagd. Meestal is dit hetzelfde als het interne, maar dat hoeft niet. Bewaar je aanpassingen met Save of Apply.

Nu hoef je alleen maar de juiste applicatie te verbinden met het externe ip-adres van je router, op het ingegeven (externe) poortnummer. Dit ip-adres kom je te weten door vanaf een pc in je netwerk te surfen naar www.whatismyip.com.

Bij poortdoorschakeling kunnen er enkele complicaties optreden. Eén daarvan is dat het externe ip-adres van je router vaak dynamisch door je internetprovider wordt toegekend en dus kan veranderen. Om te vermijden dat je steeds het actuele adres moet kennen, kun je een dynamisch DNS (DDNS) gebruiken. Dit kan ook gratis, bijvoorbeeld bij NoIP, Dynu of Duck DNS.

Eenmaal de juiste plek gevonden, heb je snel een nieuwe regel toegevoegd.

Poortscan

Je begrijpt dat elke open poort een extra kwetsbaarheid in de beveiliging van je thuisnetwerk kan zijn, omdat dit een toegangspunt biedt voor potentiële aanvallers. Het is dus essentieel om alleen de hoogst noodzakelijke poorten open te zetten. Om snel de status van je netwerkpoorten te controleren, kun je een poortscan uitvoeren. Hierbij controleert een tool systematisch alle poorten op een ander apparaat.

Dit kan van binnenuit met een gratis tool als Nmap (de grafische frontend Zenmap wordt mee geïnstalleerd), maar ook van buitenaf. Dit laatste is nuttig omdat je je dan in de positie van een potentiële aanvaller plaatst. Gratis online scanners zijn onder meer Nmap Online (voor een publieke scan vul je het externe ip-adres of de DDNS-domeinnaam van je router/netwerk in) en GRC ShieldsUP!.

Bij GRC ShieldsUP! ga je als volgt te werk: klik op Proceed en kies bij voorkeur AllService Ports. De scan van de ‘laagste’ 1056 poorten start meteen. Een open poortnummer kleurt rood, een gesloten poort blauw en een stealth-poort groen. Dit laatste is iets veiliger omdat zo’n poort helemaal niet reageert op binnenkomende datapakketten, terwijl bij een blauwe poort een aanvaller weet dat er een actief systeem achter zit, alleen hij kan er niet (zomaar) binnen.

Klik op een blokje van een poortnummer voor meer (algemene) feedback. Let onder meer op poorten 22 (ssh) en 23 (telnet), omdat hackers deze graag in de gaten houden. Tref je inderdaad een of meer onverwachte open poorten aan, zoek dan in je router en op je netwerkapparaten welke services deze openingen daadwerkelijk nodig hebben. Eventueel sluit je ze af met je firewall, al dan niet tijdelijk als test.

Alle poorten in stealth (achter router en firewall).
▼ Volgende artikel
Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8
© monticellllo
Huis

Online samenwerken in LibreOffice versie 25.8

De opensource kantoorsuite LibreOffice blaast 40 kaarsjes uit en viert dat met een sprong voorwaarts. Welke vernieuwingen vallen ons op in de recente versie en hoe maken ze de onderlinge samenwerking tussen gebruikers makkelijker?

LibreOffice kent een lange geschiedenis in verschillende vormen die teruggaat tot 1985. Toen verscheen het eerste programma onder de naam StarWriter. Vijftien jaar later belandde de suite bij de open-sourcegemeenschap en werd ondergebracht bij The Document Foundation, die het pakket de naam gaf waaronder we het nu kennen. Het is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig, gratis alternatief voor Microsoft Office. Ook de nieuwste versie blijft trouw aan de klassieke reeks toepassingen, al zijn die verder verfijnd en nauwer met elkaar geïntegreerd. LibreOffice 25.8 is beschikbaar op www.libreoffice.org/download.

De suite bestaat uit zes kernprogramma’s. Writer voor tekstverwerking, Calc als spreadsheet-programma, Impress is presentatiesoftware vergelijkbaar met PowerPoint, Draw is een vectorgebaseerde tekenapplicatie, Base gebruik je voor databases en ten slotte is er de formule-editor Math. Naast deze zes is er nog de component Chart om grafieken te maken binnen Calc, Writer en Impress. Bovendien heeft LibreOffice een bibliotheek met extra functies, sjablonen en steeds vaker ook AI-tools. Op de mogelijkheden van die kernprogramma’s zijn we al dieper ingegaan in een eerder artikel Aan de slag met LibreOffice. Hier bespreken we wat nieuw is en onderzoeken we de mogelijkheden van onderling samenwerken.

Aanpasbare interface

Wanneer je voor het eerst een applicatie opent, toont LibreOffice hoe je de interface kunt aanpassen. Wil je de standaardwerkbalk of wil je tabbladen? Daarnaast kun je kiezen voor een enkelvoudige werkbalk, voor compacte tabbladen, voor de zijbalk en meer. Telkens beslis je of je de gekozen interface alleen op het huidige programma wilt toepassen of op alle programma’s van LibreOffice.

De werkomgeving met tabbladen lijkt het meest op wat we van Microsoft Office gewend zijn.

Uiterlijk aanpassen

Met Extra / Opties / LibreOffice zet je de weergave van LibreOffice op licht, donker of de systeeminstelling. In hetzelfde venster bepaal je de kleuren waarmee spelfouten, tabelgrenzen, niet-afdrukbare tekens in Writer, de documentachtergrond en alle speciale markeeritems worden weergegeven. Door op het pictogram van het puzzelstukje te klikken bij Uiterlijk / LibreOffice-thema kom je bij de thema’s voor deze suite. Als je op de knop Internetpagina klikt, zie je telkens hoe ieder thema in de verschillende basisprogramma’s van LibreOffice eruitziet. Daarbij lees je welke versie van LibreOffice vereist is om het gekozen thema toe te passen. Gebruik de knop Installeren om het gekozen thema binnen te halen. Na een klik op OK past LibreOffice het thema onmiddellijk toe.

Daarnaast ondersteunen Writer, Calc en Impress ook kleurenschema’s voor specifieke documenten. Nadat je een van de drie applicaties hebt geopend, ga je naar Opmaak / Thema. Kies een van de bestaande thema’s uit Rainbow, Beach, Sunset … Je kunt via de knop Toevoegen ook zelf een thema samenstellen. Bevestig met de knop Toepassen. Alle elementen die met stijlen en thema-kleuren werken (koppen, tabellen, grafieken et cetera) worden meteen aangepast.

Met een thema pas je in één keer het volledige uiterlijk van de LibreOffice-applicatie aan.

Wijzigingen tonen

Een eerste opvallende vernieuwing is de manier waarop je tijdens het samenwerken veel duidelijker zicht krijgt op de voorgestelde wijzigingen. Activeer dit via Bewerken / Wijzigingen / Wijzigingen bijhouden of met de sneltoets Ctrl+Shift+C. Vanaf dat moment markeert Writer automatisch alles wat je typt, verplaatst of aanpast.

Met Bewerken / Wijzigingen / Tonen
maak je de aanpassingen zichtbaar. Toevoegingen verschijnen onderstreept of in kleur, verwijderingen worden doorgestreept en opmaakwijzigingen krijgen een ballon of markering in de kantlijn.

De voorgestelde wijzigingen worden zichtbaar.

Wijzigingen beheren

In het venster Wijzigingen beheren (Alt+7) zie je in één oogopslag alle voorgestelde aanpassingen. Klik je in de lijst op een item, dan wordt de bijbehorende wijziging meteen in de tekst gemarkeerd. En omgekeerd: selecteer je een wijziging in de tekst, dan springt Writer automatisch naar de juiste entry in de lijst. Dat was vroeger veel minder overzichtelijk, waardoor correcties in lange documenten lastig te volgen waren.

Nu kun je niet alleen sneller door honderden wijzigingen bladeren, maar ook instellen hoe elk type wijziging wordt weergegeven, van kleur tot markering. Met de knoppen Accepteren en Verwerpen beslis je per wijziging of je alles in één keer verwerkt. Bovendien kun je de lijst filteren op auteur en/of tijdstip, wat vooral bij samenwerking met meerdere gebruikers tijd bespaart.

Je kunt de wijzigingen filteren op auteur en op datum.

Commentaren geïntegreerd in Navigator

Commentaren zijn in de nieuwe versie beter geïntegreerd in de Navigator, waardoor je ze als overzichtslijst kunt gebruiken. Open het zijpaneel Navigator met F5 of via het kompas-pictogram in de zijbalk. Vanuit dit venster navigeer je met één klik naar koppen, afbeeldingen, secties en tabellen. Voeg je in de tekst een commentaar toe via rechtermuisknop en de optie Notitie toevoegen of de sneltoets Ctrl+Alt+C, dan verschijnt deze niet alleen in de tekst, maar ook in de Navigator. Klik je daar op een commentaar, dan springt Writer meteen naar de juiste plaats in het document.

In het panel Navigator vind je alle opmerkingen.

Extern opslaan

Onder het menu Bestand vind je ook de optie Extern opslaan. Hiermee sla je een bestand op een andere locatie op dan je eigen computer. Dit kan bijvoorbeeld een netwerkschijf of gedeelde map zijn, via WebDAV, FTP, SSH of een andere netwerkverbinding, of in een cloudomgeving zoals Nextcloud, Google Drive of OneDrive.

Het voordeel is dat het document direct op een plek staat waar anderen toegang toe hebben, of waar je er zelf vanaf meerdere apparaten bij kunt. Om een externe opslaglocatie in te stellen, klik je bij Extern opslaan op Service beheren. Daarna selecteer je de gewenste online dienst en vul je de gebruikersnaam en het wachtwoord in.

Je kunt verschillende externe bestandsservices aanspreken.

Multi opslaan als

Aanvullend kun je de mogelijkheden van LibreOffice uitbreiden door middel van extensies. Bijvoorbeeld met MultiFormatSave sla je hetzelfde document meteen in meerdere indelingen tegelijk op. Deze extensie ondersteunt het OpenDocument-formaat, het Microsoft Office-formaat en tegelijk de pdf-indeling. Handig bij samenwerking met mensen die Microsoft Office gebruiken, zodat iedereen toch over een kopie beschikt waarmee hij of zij kan werken. Daarnaast is er de extensie MultiFormatSave-Draw die hetzelfde doet voor illustraties. Hiermee bewaar je dezelfde afbeelding tegelijk in het odf-, png-, svg- en pdf-formaat.

Eerst moet je de extensie installeren via het menu Extra / Extensies. Daar klik je linksonder op de knop Haal meer extensies online. Dan kom je in een store om extensies te zoeken en te downloaden. Wanneer de download binnen is, dubbelklik je op het bestand multiformatsave-v1-5-6.oxt in de map Downloads. Er verschijnt een waarschuwing die aangeeft dat je op het punt staat om een extensie te installeren voor LibreOffice. Klik op OK. Daarna moet je LibreOffice opnieuw opstarten. Vanaf nu heb je in het menu Bestand een nieuwe functie: Multi Opslaan als. Als je die functie aanspreekt, krijg je een pop-up waar je verschillende indelingen kunt selecteren. Via Extra / Extensie kun je achteraf ook extensies verwijderen.

Plaats vinkjes bij de verschillende bestandsindelingen die LibreOffice simultaan moet opslaan.

AI-afbeeldingsgenerator

Een nieuwe interessante extensie is Stable Diffusion for LibreOffice. Hiermee kun je via prompts AI-gegenereerde afbeeldingen rechtstreeks toevoegen dankzij de gratis AI Horde backend. Je hebt hiervoor geen account of abonnement nodig, maar wel een internetverbinding. Bovendien krijg je het beste resultaat met Engelse prompts. Dit is een interessante manier om op een eenvoudige manier visuals toe te voegen. Ga naar Extra / Extensies / Haal meer extensies online en gebruik de zoekmachine om Stable Diffusion for LibreOffice te downloaden. De extensie gebruikt een cluster van Stable Diffusion-servers die door vrijwilligers wordt onderhouden, de zogenaamde AIHorde.

Zodra de extensie is geïnstalleerd, kies je Invoegen / Image from text. Dan opent zich de pop-up Stable Horde for LibreOffice waar je de prompt typt. Daarbij geef je zowel de hoogte als de breedte in van de illustratie die je nodig hebt en je klikt op de knop Process. Even later staat de illustratie in het tekstdocument of in de presentatie. Na de installatie vind je de knop naar deze extensie in Writer, Draw en Impress.

Onder de afbeelding komt ook de prompt die je hebt ingegeven.

Echte open standaarden

Wat LibreOffice uniek maakt, is dat het volledig inzet op open standaardformaten die door iedereen gebruikt en geïmplementeerd kunnen worden. Voor elk type document is er een open formaat: odt voor tekstdocumenten, ods voor spreadsheets en odp voor presentaties. Deze formaten zijn vastgelegd door de internationale standaardisatieorganisatie OASIS en officieel erkend door ISO/IEC. Dat betekent dat ze vrij beschikbaar zijn, zonder dat er een bedrijf de spelregels bepaalt.

Daarnaast kan LibreOffice ook werken met de Microsoft Office-formaten zoals docx, xlsx en pptx. Het kan bestanden in die formaten zowel openen als opslaan, zodat uitwisseling met gebruikers van Microsoft Office vlot verloopt. Het belangrijkste voordeel van de open formaten is dat de documenten in LibreOffice er hetzelfde uitzien wanneer je ze opnieuw opent, of wanneer iemand anders ze opent in een toepassing die deze standaard ondersteunt. Je verliest geen opmaak, inhoud of metadata.

Bij de Microsoft-formaten ligt dat genuanceerder. De typische Microsoft-indelingen zoals docx, xlsx en pptx bevatten vaak functies of elementen die alleen door Microsoft Office volledig worden ondersteund. Dit is deels een bewuste strategie. Microsoft hanteert zijn eigen implementatie en voegt soms afwijkingen toe, waardoor bestanden niet altijd 100 procent identiek openen buiten het eigen ecosysteem. Daardoor wordt het overstappen naar alternatieve software bemoeilijkt.

LibreOffice ondersteunt echte open standaarden.

Documenten schoon opslaan

Alle applicaties zijn bovendien in staat om documenten te creëren die de privacy van de gebruiker respecteren. Bij het opslaan kun je namelijk aangeven of je het bestand zonder persoonlijke metadata wilt bewaren, zoals de auteur of de tijdstempels. Dit kan belangrijk zijn als je documenten deelt in een professionele of juridische context. Terwijl het bestand geopend is, ga je naar het menu Bestand / Eigenschappen. Dan kies je het tabblad Algemeen. Je zult zien dat hierbij je naam als auteur al ingevuld is en ook de wijzigingsdatum, de totale bewerkingstijd enzovoort …

Klik op de knop Eigenschappen terugzetten. Hiermee wis je auteur, wijzigingsdatum, bewerkingstijd en woordentelling. Sla het bestand dan opnieuw op. Wil je het programma instellen zodat je de metadata altijd wist bij het opslaan, zodat je dit niet kunt vergeten? Ga naar Extra / Opties. Kies links in de lijst LibreOffice / Beveiligen. In de groep Beveiligingsopties en waarschuwingen klik je op de knop Opties. Daarna vink je de optie aan: Persoonlijke informatie verwijderen bij het opslaan. Bevestig met OK. Vanaf nu worden alle documenten automatisch schoon opgeslagen.

Het is mogelijk om de metadata in LibreOffice te verwijderen.

Samenwerken

Er zijn drie manieren om samen te werken met LibreOffice. De eerste is de klassieke aanpak. Je werkt alleen op je eigen computer en deelt het bestand via e-mail of usb. Andere gebruikers kunnen het document vervolgens aanpassen en opmerkingen toevoegen. Alle wijzigingen zie je overzichtelijk terug in het venster Wijzigingen beheren. De tweede manier is het gebruik van een gedeelde map in de cloud. Iedereen met toegang kan het bestand bewerken, zij het niet tegelijkertijd. Dankzij kleurmarkeringen blijft zichtbaar wie welke aanpassing heeft gedaan. De derde optie is de online variant van LibreOffice. Daarmee werk je in realtime samen aan hetzelfde document. Het grote voordeel is de simultane bewerking, maar het nadeel is dat de installatie en configuratie van deze oplossing wat complexer is.

Zo versleutelen we het bestand op Dropbox, de ander moet dan het wachtwoord kennen.

Online versie

De oplossing om online de opensource tekstverwerker, spreadsheet- of presentatie-applicatie te gebruiken, is een combinatie van een online platform en een online toepassing. LibreOffice 25.8 heeft de mogelijkheden om met anderen samen te werken uitgebreid door koppelingen met cloudoplossingen zoals Nextcloud. De bijbehorende online toepassing heet Collabora Online. Het gaat om een webgebaseerde Office-omgeving op basis van LibreOffice die zich integreert met cloudplatformen zoals Nextcloud. Hiermee kunnen teams, onderzoekers en scholieren in realtime veilig samenwerken, zonder afhankelijk te zijn van commerciële clouddiensten zoals Google of Microsoft. Bovendien is de privacy beter gewaarborgd.

Om te starten heb je een Nextcloud- of ownCloud-account nodig. Wij vonden Nextcloud het meest gebruiksvriendelijk, omdat deze Collabora al standaard aanbiedt. Nextcloud heeft clients voor Windows, macOS, Linux, iOS en Android (https://nextcloud.com/install). De laatste versie (31.0.8) verscheen op 14 augustus 2025. Wil je geen tijd besteden aan installatie en onderhoud, dan kun je kiezen voor een beheerde Nextcloud-hostingdienst. Er zijn verschillende aanbieders en de prijzen variëren volgens opslagcapaciteit. Je kunt er ook voor kiezen om op een eigen server Collabora CODE te installeren (Collabora Online Development Edition, een gratis community-versie), maar dat is meer iets voor specialisten.

Maak eerst een account aan bij Nextcloud.

Compatibel met de courante Office-indelingen

Met Collabora Online krijg je een webversie van LibreOffice, volledig opensource en privacy-vriendelijk. Op https://collaboraonline.com kun je een gratis demo uitproberen. Je vult je naam, e-mailadres en herkomst van je aanvraag in, waarna je een e-mail ontvangt met een link, login en wachtwoord. Vervolgens kom je in een omgeving waar je tekstverwerkingsdocumenten, spreadsheets en presentaties kunt openen. Het gaat om een set online documenten in de odt-, docx-, pdf-, pptx-, xlsx-, odg-, doc- en ods-indeling. Met een dubbelklik opent Collabora Online het bestand rechtstreeks in de browser, zonder dat je iets hoeft te installeren.

Je ziet in Nextcloud welke bestanden je in Collabora kunt openen.

Alle bewerkingen in de browser

Wanneer een document geopend is, herken je meteen de vertrouwde LibreOffice-modules. De interface van Collabora Online is niet 100 procent identiek aan de desktopversie van LibreOffice, maar de functies en compatibiliteit zijn zeer vergelijkbaar. De interface past zich aan de taalinstellingen van je systeem aan (in ons geval Nederlands). Je kunt elk bestand bewerken en opslaan in verschillende formaten. Zo kun je een geopende odp-presentatie bewaren als odf-presentatie, PowerPoint-bestand (.pptx) of PowerPoint 2003-presentatie (.ppt). Een tekstdocument in odt-formaat kun je opslaan als rtf, Word (.docx) of Word 2003-document (.doc). Ook exporteren naar pdf of epub is mogelijk. Alles gebeurt volledig in de internetbrowser, zonder dat je een lokale toepassing nodig hebt. Bovendien ben je niet beperkt tot de demo-bestanden: je kunt zelf ook eigen bestanden uploaden, bewerken en opslaan in deze indelingen.

De interface van Collabora Online werkt ook in het Nederlands.

Delen

In Nextcloud klik je op de Deel-knop en voeg je een gebruiker of groep toe. Je kunt zelfs een openbare link aanmaken. Daarbij bepaal je of de ander het document alleen mag lezen of ook mag bewerken. Vanaf dat moment kunnen meerdere mensen tegelijk in hetzelfde document werken. Elke auteur krijgt een eigen kleur voor de cursor en de selecties en alle wijzigingen verschijnen direct op het scherm. Net als in de desktopversie kun je opmerkingen toevoegen en wijzigingen bijhouden. Ondertussen kun je chatten en altijd teruggaan naar eerdere versies.

Je kunt het document delen met een of meer personen en je kunt een openbare link creëren.
▼ Volgende artikel
Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's
© ID.nl
Huis

Vuurwerk fotograferen met je smartphone: zo krijg je de mooiste foto's

De jaarwisseling 2025/2026 is het laatste keer dat we zelf vuurwerk mogen afsteken. Reken maar dat er dus heel wat siervuurwerk de lucht in gaat op oudejaarsavond! Natuurlijk wil je daar foto's van maken, maar het blijft lastig om dit spektakel goed vast te leggen met een telefoon. Vaak eindig je met bewogen strepen of een overbelichte waas op je scherm. Met de juiste voorbereiding en instellingen maak je dit jaar foto's die wél de moeite waard zijn om te bewaren.

In dit artikel

Vuurwerk fotograferen met je smartphone vraagt om een goede voorbereiding en de juiste instellingen. Je leest hoe je je telefoon stabiel houdt, waarom een schone lens verschil maakt en welke instellingen helpen om lichtsporen scherp vast te leggen. Ook leggen we uit hoe Live Photos op de iPhone en de Pro-modus op Android werken, en waar je op let bij timing en compositie voor een sterker eindresultaat. 

Lees ook: Betere foto's met je smartphone? 5 fouten die je nooit moet maken! (Plus: de beste camera-smartphones 2025)

Begin met een schone lens door er even een microvezeldoekje overheen te halen. Vette vingers veroorzaken namelijk vlekken waardoor het felle licht van het vuurwerk minder goed wordt vastgelegd. Controleer daarnaast of je nog voldoende opslagruimte vrij hebt op je toestel. Omdat je waarschijnlijk veel beelden achter elkaar schiet, loopt je geheugen sneller vol dan je denkt. Vergeet ook niet om je batterij volledig op te laden, want als het koud is, gaat de accu van je smartphone sneller leeg.  

Stabiliteit voor scherpe beelden

Lichtflitsen in het donker fotograferen vraagt om een langere sluitertijd. Hierdoor is elke kleine beweging van je handen direct zichtbaar als een onscherpe vlek. Gebruik bij voorkeur een klein statief of een smartphonehouder om je toestel stil te houden. Heb je die niet bij de hand? Leun dan tegen een muur of lantaarnpaal en houd je smartphone met beide handen stevig vast. Gebruik in geen geval de digitale zoom. Dit verlaagt de kwaliteit van je foto aanzienlijk en maakt de korreligheid alleen maar erger.

©ID.nl

Lichtsporen vastleggen met iPhone

Heb je een iPhone, dan is de functie Live Photos je beste vriend tijdens de jaarwisseling. Zorg dat het ronde icoontje voor Live Photos bovenin je camera-app geel gekleurd is. Nadat je de foto hebt gemaakt, open je deze in de Foto's-app. Tik linksboven op het woordje 'Live' en kies uit het menu voor 'Lange belichting'. Je telefoon voegt dan alle beelden uit de opname samen tot één foto. Hierdoor veranderen de losse lichtpuntjes in vloeiende, lichtgevende banen tegen een donkere lucht. Gebruik hierbij bij voorkeur een statief of zet je iPhone ergens stabiel neer. Wanneer je namelijk los uit de hand fotografeert, worden de bewegingen die je zelf maakt ook meegenomen, en dat kan zorgen voor een wazig eindresultaat.

De Pro-modus op Android gebruiken

Veel Android-telefoons hebben een Pro-modus waarmee je handmatig de sluitertijd aanpast. Open deze stand in je camera-app en zoek naar de letter 'S' (Sluitertijd). Voor vuurwerk werkt een sluitertijd tussen de twee en vier seconden vaak het best. Houd de ISO-waarde laag, bijvoorbeeld op 100, om ruis in de donkere delen te voorkomen. Omdat de sluiter nu langer openstaat, is een statief echt een vereiste. Je krijgt dan de bekende foto's waarbij je de hele weg van de vuurpijl als een lichtspoor ziet.

Timing en compositie bepalen

Het moment waarop je afdrukt is bepalend voor het eindresultaat. Werk je met een normale sluitertijd, dan is de burst-modus handig: houd de ontspanknop ingedrukt wanneer een pijl de lucht in gaat. Zo leg je de hele explosie vast en kies je achteraf de mooiste foto uit de reeks. Denk ook na over de compositie van je beeld. Een foto van alleen de lucht is vaak wat kaal. Probeer elementen uit de omgeving mee te nemen, zoals silhouetten van gebouwen of bomen. Dit geeft context en maakt het plaatje een stuk interessanter.

🎆 Snelle checklist 🎆

Wat?Hoe?
StatiefGebruik een stabiele ondergrond of een houder
FlitserSchakel deze functie handmatig uit
FocusVergrendel de scherpte op de plek van de explosie
BelichtingVerlaag de helderheid voor diepere kleuren
ZoomBlijf op de standaardstand staan voor maximale scherpte
ModusGebruik de burst-functie voor een reeks opnames