ID.nl logo
Zo leg je het beste thuisnetwerk aan
© Reshift Digital
Huis

Zo leg je het beste thuisnetwerk aan

Een goed thuisnetwerk is meer dan wat draadjes in je router en vereist daarom een goed plan. Een verhuizing is daarom een perfect moment voor het aanleggen van een goed thuisnetwerk. Ook als je al een netwerk hebt, kun je misschien een hoop verbeteren.

Eigenlijk is er vrijwel niemand zonder thuisnetwerk. Alle providers leveren tegenwoordig doorgaans in één apparaat een modem en draadloze router met doorgaans vier netwerkaansluitingen. Dit voldoet voor heel simpel gebruik in situaties waarin je nauwelijks bedrade apparatuur hebt en vooral gebruik maakt van wifi. In de praktijk loop je al snel tegen de beperkingen aan en een volwaardig thuisnetwerk kun je het eigenlijk niet noemen. Lees ook: 20 tips voor een optimaal thuisnetwerk.

Want hoe sluit je je pc op de eerste verdieping snel aan op internet en hoe regel je dat je ook op zolder een snelle draadloze verbinding hebt? Voor een goed en flexibel thuisnetwerk heb je een goede infrastructuur nodig, zodat je overal in huis netwerkapparatuur kunt aansluiten. In het ideale geval heb je in iedere kamer een dubbele netwerkaansluiting. Hierop kun je apparaten als pc's, televisies of mediaspelers aansluiten. Als je een bekabeld netwerk goed wilt aanleggen, komt daar wel meer bij kijken dan wat stekkertjes knijpen op een kabel die uit de muur komt. "Wat ik altijd het eerste zeg: monteer het af op een contactdoosje. Een los kabeltje gaat kapot en een stekkertje is storingsgevoelig.", legt Gijs Voerman, netwerkspecialist bij Hollander Techniek, uit.

Kabels juist voor draadloos

Vaste netwerkaansluitingen zijn niet alleen handig voor je bekabelde apparatuur, juist je draadloze apparatuur zoals smartphones, tablets en laptops profiteren van een goede infrastructuur. Doorgaans heb je op je begane grond (waar je draadloze router staat) een prima signaal, maar is er op de eerste verdieping of zolder weinig over van je netwerkdekking. Door je hele huis van netwerkaansluitingen te voorzien ben je ook flexibel in het toevoegen van draadloze accesspoints en heb je overal een goede dekking.

De juiste kabel

Netwerkkabels zijn in vele verschillende soorten te koop, dus zonder de juiste informatie is de kans groot dat je niet de juiste kabel aanschaft. Allereerst worden kabels onderverdeeld in verschillende snelheidscategorieën die aangeduid worden door Cat met een getal erachter. Je zult in winkels Cat 5e, Cat 6, Cat 6a en Cat 7 tegenkomen. Het goede nieuws is dat al deze categorieën geschikt zijn voor de gigabitsnelheid die momenteel het meest gebruikt wordt. Wil je niet teveel geld uitgeven, dan kies je het beste voor Cat5e-kabels. Het voordeel is dat de kabels relatief dun en soepel zijn waardoor ze eenvoudig door een buis zijn te trekken. Het nadeel is dat een snelheid van 1 Gbit/s gelijk het maximale is, voor een toekomstige hogere snelheid heb je een betere kabel nodig. "Cat6 hoef je in ieder geval niet over na te denken. Deze kabels zijn net als Cat 5e gecertificeerd tot een snelheid van 1 gigabit en hebben als nadeel dat ze dikker en duurder zijn.", zegt Voerman. Wil je wel voorbereid zijn op de toekomst, dan heb je Cat 6a of Cat 7 nodig, die beide geschikt zijn voor snelheden tot 10 Gbit/s. Cat 6a is goedkoper en volgens Voerman hierdoor de juiste keuze voor thuis.

Vast of soepel

Voor het aanleggen van je bekabeling koop je netwerkkabel op een rol waar je de juiste lengte afknipt die je in bijvoorbeeld je muur verwerkt. Netwerkkabels zijn beschikbaar met een soepele (stranded) of vaste (solid) kern. Bij een vaste kern bestaan de aders uit één dikker koperdraadje, terwijl bij een soepele kabelde aders uit heel dunne koperdraadjes bestaan. Het is gelukkig niet lastig om te onthouden welke kabel je nodig hebt: ga je de kabels vast in je muur of op een andere manier verwerken om een netwerkaansluiting te maken, dan kies je voor kabels met een vaste kern. "Het is niet anders dan bij je elektrische installatie. In de muren is installatiedraad verwerkt, er komt ook geen snoer in de muur. Alleen het laatste stukje vanaf het stopcontact doe je met een snoer."

©PXimport

Je kunt netwerkkabels op een rol van bijvoorbeeld 100 meter kopen.

Koop koper!

Je weet nu dus dat je een rol netwerkkabel met een vaste kern nodig hebt. Pas wel op, want de ene kabel is ondanks de aanduiding 5e of 6a toch de andere niet. Voor de beste prestaties zijn de aders in een netwerkkabel vervaardigt uit koper. Koper is echter relatief duur en daarom zijn er ook kabels in de handel waarvan de aders gemaakt zijn van aluminium of ijzer omhuld met een dun laagje koper. "Er is een hoop rotzooi op de markt, koop daarom in ieder geval geen merkloos product", waarschuwt Gijs Voerman. Kom je de term CCA (Copper Clad Aluminium) of CCS (Copper Clad Steel) tegen, dan kun je de kabel beter in de winkel laten liggen.

Patchkabels

Voor het aansluiten van apparatuur op je netwerk gebruik je patchkabels, dit zijn netwerkkabels met een soepele kern die aan beide kanten voorzien zijn van een RJ45-stekker. Je kunt patchkabels zelf maken door RJ45-stekkertjes op een soepele kabel te knijpen met een netwerktang. Dat is volgens Voerman geen goed idee: "Ik raad je aan om niet zelf patchkabels te knijpen en kant-en-klare-patchkabels te gebruiken. Storing zit vrijwel altijd in het zelf aangeknepen stekkertje. Professioneel gebruiken we ook enkel kant-en-klare patchkabels." In theorie ben je met zelf gemaakte kabels flexibeler, maar je kunt kant-en-klare patchkabels kopen in iedere denkbare lengte en kleur.

Gooi die kabeltang maar weg!

De reden dat zelfgemaakte patchkabels voor storing zorgen, is doordat de stekkertjes niet goed zijn aangesloten op de kabel. "Storing in de aangeknepen stekker komt doordat er thuis doorgaans goedkopere krimptangen gebruikt worden. Die goedkopere tangen kunnen het stekkertje niet goed aanknijpen, wat tot storingen leidt. Duurdere en betere tangen ontgrendelen pas als het echt goed is aangeknepen. Je ziet dat echter niet en die tang van twintig euro doet het toch? Knijp je bij storing met een goede tang het stekkertje nog een keer na, dan is de storing doorgaans opgelost.", zegt Voerman. Wil je toch per se zelf patchkabels maken, dan vind je een stappenplan op onze website. Zorg dan wel een voor een goede kabeltang die de connectoren goed in één keer tegelijkertijd aandrukt. Maak alleen zelf patchkabels op basis van Cat5e-kabels. Sommige fabrikanten beweren wel dat je ook Cat6- of zelfs Cat6a-patchkabels kunt maken, maar wij raden je dat niet aan.

Kabels trekken

Met alleen het kopen van de juiste kabels ben je er niet, je moet ze vanaf je centrale ruimte naar de verschillende ruimtes voeren. In een nieuwer huis lopen er waarschijnlijk loze leidingen vanuit de meterkast naar de diverse ruimtes. Heb je geen lege leidingen, dan zul je gebruik moeten maken van creatieve oplossingen als geboorde gaten, kabelgoten en holle plinten. Iets wat je nooit moet doen, is een netwerkkabel trekken door dezelfde leiding waar ook elektriciteitskabels doorheen lopen. Voor het trekken van een kabel heb je een trekveer nodig. In een loze leiding zit doorgaans een contactdraad waarmee je kunt achterhalen welke leiding waar uitkomt. Deze draad kun je gebruiken om een trekveer door de leiding te trekken. Bevestig de netwerkkabels aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Met behulp van duct tape kun je de kabel extra vastmaken.

Trek kabels met zijn tweeën. Eén persoon voert de kabel in, terwijl de andere persoon aan de andere kant aan de trekveer trekt. Voerman waarschuwt om niet te ruw met de kabel om te gaan. "Wees tijdens het verwerken lief voor de kabel. Ga er niet op staan, de mantel wordt dan geplet waardoor de karakteristieke impedantie verandert en het signaal gaat reflecteren." Loopt de kabel stroef, ga dan niet heel hard trekken. Je kunt talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om de wrijvingsweerstand van de kabel te verminderen. Gebruik in ieder geval geen zeepsop, groene zeep of afwasmiddel. Dat werkt tijdens het trekken waarschijnlijk wel, maar zal opdrogen tot een plakkerige substantie waar je last van hebt als je de kabel er ooit weer uit wilt halen.

©PXimport

Als je geluk hebt, lopen er in je huis loze leidingen die uitkomen in je meterkast.

Wandcontactdozen

In de ruimtes waar je een netwerkaansluiting wilt hebben, werk je de netwerkaansluiting af met een wandcontactdoos. Wandcontactdozen zijn beschikbaar in een inbouwvariant die past in de inbouwdoos waar de leiding in uitkomt of als opbouwvariant die je op een muur schroeft. Simpele Cat 5e-dozen heb je voor ongeveer een tientje. Cat 6a-varianten zijn duurder en kosten zo'n twintig euro. Daarnaast kun je ook kiezen voor een los binnenwerk dat je kunt combineren met elementen van de fabrikant van de rest van het schakelmateriaal dat je in huis hebt. Dan zijn de raampjes bijvoorbeeld hetzelfde als de raampjes van je stopcontacten. De netwerkkabels worden in beide gevallen middels LSA-stroken (zie kader 'LSA-stroken afmonteren') gemonteerd in de wandcontactdoos. Je kunt ook kiezen voor een wandcontactdoos gebaseerd op keystone-modules. Dit zijn blokjes met een netwerkaansluiting waar je de netwerkkabel op afmonteert.

Deze keystone-modules verwerk je vervolgens in een hiervoor geschikt wandcontactdoosraampje dat je eveneens kunt krijgen van dezelfde fabrikant als de rest van je schakelmateriaal. Het voordeel van deze aanpak is dat er keystone-modules verkrijgbaar zijn die je kunt afmonteren zonder gereedschap en je dan dus geen LSA punch-down tool nodig hebt.

©PXimport

Je kunt je netwerkaansluitingen afwerken met hetzelfde schakelmateriaal als bijvoorbeeld je stopcontacten.

Afwerken in de meterkast

Doorgaans is de meterkast het centrale punt in je netwerk. Ook hier werk je een netwerkkabel netjes met een netwerkaansluiting af, knijp zeker geen stekkertjes op een kabel met een vaste kern. Heb je een beperkt aantal netwerkkabels af te werken, dan kun je dat net als in de andere ruimtes doen met dubbele wandcontactdoosjes in een opbouwvariant. Heb je echter meer kabels, dan is het handiger om met een patchpanel te werken. Dit is een kastje met een groter aantal netwerkaansluitingen waarop je netwerkkabels afmonteert.

Voor thuis in de meterkast is een desktop-patchpanel handig. Anders dan de naam doet vermoeden, kun je een dergelijk patchpanel eenvoudig aan de muur schroeven. Ze zijn beschikbaar in varianten met acht of twaalf poorten. Patchpanels met meer poorten zijn alleen beschikbaar in varianten die je in een patchkast of patchrek moet verwerken en hebben een breedte van 10 of 19 inch. Zelf hebben we een desktop-patchkastje van Digitus gebruikt voor acht aansluitingen.

LSA-stroken afmonteren

In (binnenwerken voor) wandcontactdozen en in patchpanelen worden de netwerkaders gemonteerd via zogenoemde LSA-stroken. Deze aansluitingen bevatten een mesje die de mantel van de aders doorsnijdt en goed contact maakt. Je hebt een speciale LSA punch-down tool nodig om de aders vast te zetten in de LSA-strook. Je kunt een LSA punch-down tool aanschaffen voor zo'n tien euro. Voor thuisgebruik voldoet een goedkoop exemplaar prima.

©PXimport

Sluit alle acht aders aan, de overbodige stukjes draad worden door de punch-down tool afgesneden.

Actieve apparatuur

Nu je het passieve gedeelte van je thuisnetwerk op orde hebt, is het tijd om de actieve infrastructuur aan te sluiten. Je router is de centrale spil in je thuisnetwerk. Dit apparaat is verantwoordelijk voor het toegang geven van alle aangesloten apparaten door ze bijvoorbeeld een IP-adres toe te kennen en ze toegang te geven tot internet. In routers voor thuisgebruik zit tegenwoordig ook altijd een draadloos accesspoint ingebouwd. Als je het apparaat van je internetprovider hebt gekregen, is er vaak ook een modem in hetzelfde apparaat geïntegreerd. Het maakt voor de opbouw van je netwerk niet heel veel uit welke router je als basis gebruikt.

Switch

In je meterkast of centrale punt zijn je netwerkkabels afgemonteerd op wandcontactdozen of een patchpanel. Om de poorten in de gebruiksruimten actief te kunnen gebruiken moet je in de meterkast de poorten met een patchkabel verbinden met een switch. Je hebt per netwerkaansluiting één poort op een switch nodig. In de meeste routers is al een switch met vier poorten ingebouwd; tot vier afgemonteerde poorten heb je dus geen extra switch nodig.

Heb je echter meer aansluitingen afgemonteerd en dat is al het geval als je in drie kamers een dubbele aansluiting monteert, dan heb je een losse switch nodig. Je kunt bijvoorbeeld switches kopen met vijf, acht, zestien en vierentwintig poorten. Switches tot en met zestien poorten kun je vinden in compacte uitvoeringen die je zo op de muur kunt schroeven. Switches met meer poorten zijn doorgaans bedoeld voor montage in een patchkast of patchrek. Een gigabitswitch met acht poorten kost je zo'n twintig tot veertig euro. Koop in ieder geval een gigabitswitch van een bekend merk en let erop of je de switch aan de muur kunt bevestigen. Verbind alle poorten op het patchpanel met een poort van de switch. Tot slot sluit je een patchkabel aan tussen de switch en een poort op de switch van je router.

Upgraden met een switch

Netwerkverkeer tussen aangesloten apparaten blijft binnen de switch en gaat dus niet via de router. Je kunt een switch dan ook gebruiken om een netwerk gebaseerd op een 100 Mbit/s-router up te graden naar gigabit. Hang een gigabit-switch achter de router en je hele achterliggende netwerk wordt geschikt voor gigabit. Uiteraard blijft de verbinding naar internet dan wel beperkt tot 100 Mbit/s. Hetzelfde werkt ook op een switch op het einde van je netwerk. Heb je een 100Mbit/s-netwerk en zet je in je studeerkamer een gigabitswitch, dan kan de apparatuur die je op die switch aansluit met elkaar communiceren op gigabitsnelheden.

Router als accesspoint

Soms is een complete draadloze router interessanter dan een apparaat dat door een netwerkfabrikant als accesspoint verkocht wordt. In een dergelijk apparaat zit vaak geen switch terwijl in een draadloze router wel een switch zit ingebouwd. Handig als je op de netwerkaansluiting waar je het accesspoint op aansluit nog andere netwerkapparatuur wilt aansluiten. Een draadloze router die je als accesspoint inzet, moet je wel zo configureren dat hij niet als tweede router functioneert. Soms biedt de fabrikant daar zelf een aparte modus voor, in dat geval kun je de netwerkkabel doorgaans op de WAN-poort aansluiten. Biedt de fabrikant geen speciale modus, dan moet je zelf zaken als de DHCP-server uitschakelen. Je sluit de netwerkkabel dan aan op één van de normale switchpoorten en gebruikt de WAN-aansluiting dan niet.

Netwerktopologie

Het is voor de opbouw van je netwerk het mooiste om met één hoofdswitch te werken. Kom je op een switch met acht poorten echter één poortje te kort, dan is het prijsverschil tussen een switch met acht poorten en een stap hoger met zestien poorten wel erg hoog. Sluit op de switch van je router dan indien mogelijk een poort aan die niet (altijd) gebruikt wordt. In het ideale geval heb je maar één switch waarop al je bedrade apparatuur is aangesloten. Thuis is dat natuurlijk een beetje onpraktisch, het is bijna onmogelijk om zes netwerkaansluitingen bij je televisie te realiseren. Je kunt in je televisiemeubel zonder probleem een switch neerzetten om alle apparatuur aan te sluiten. Zorg er wel voor dat additionele switches altijd direct verbonden zijn met je primaire hoofdswitch, maak dus geen verdere aftakkingen.

Accesspoint

Om dat je bij een goed thuisnetwerk heel je huis van netwerkaansluitingen hebt voorzien, ben je heel flexibel in het neerzetten van draadloze accesspoints. Zeker als je gebruikt wilt maken van 802.11ac moet je accesspoint relatief dichtbij staan, het liefst zelfs in dezelfde ruimte als waar je je laptop, tablet of smartphone gebruikt. Er zijn ook accesspoints die ook hun energie uit de netwerkkabel kunnen halen, dit wordt Power over Ethernet (PoE) genoemd. Er zijn speciale (dure) switches die dit ondersteunen, maar je kunt ook werken met losse PoE-injectors waarmee je bepaalde ethernetaansluitingen in je netwerk van elektrische spanning kunt voorzien.

Powerline

De nieuwste generatie powerline-adapters haalt in de praktijk een snelheid van maximaal 270 Mbit/s, terwijl de vorige generatie zo'n 130 Mbit/s haalt. In wat mindere omstandigheden wordt het in alle gevallen al snel zo'n 100 Mbit/s. Een powerline-adapter is dus geen echt alternatief voor een netwerkverbinding, maar voor internet of het delen van een printer voldoet powerline doorgaans wel.

©PXimport

Optimalisatie

Nu je je infrastructuur hebt aangelegd en je apparatuur hebt aangesloten, zal je netwerk waarschijnlijk prima werken. Er zijn op je router wel een aantal zaken waar je naar kunt kijken om je netwerk optimaal in te stellen. Log hiervoor in op de webinterface van je router, meestal is deze bereikbaar door 192.168.1.1 in te tikken in het adresveld van je browser. Werkt dit niet, dan kun je het IP-adres van je router achterhalen door een specifiek commando te tikken achter de opdrachtprompt. In Windows 8.1 open je de commandoprompt door in het startscherm opdrachtprompt te tikken. In Windows 7 tik je opdrachtprompt in het zoekveld van het startmenu. Tik vervolgens het commando ipconfig in (gevolgd door een Enter). Het adres achter Standaardgateway is het IP-adres van je router.

©PXimport

Via de Opdrachtprompt kun je het IP-adres van je router achterhalen.

DHCP

Een van de hoofdtaken van je router is ervoor zorgen dat alle netwerkapparatuur met elkaar kan communiceren. Ieder apparaat heeft hiervoor een uniek IP-adres in de reeks van je router, deze reeks is doorgaans 192.168.1.x. Er zijn 254 adressen IP-adressen mogelijk (1 tot en met 254) waarvan er eentje (meestal de eerste) al door je router zelf geclaimd wordt. Je router kent aan ieder apparaat automatisch een IP-adres toe via een DHCP-server. Via de webinterface van je router kun je achterhalen of hoeveel IP-adressen de DHCP-server kan uitdelen. Kijk vooral of het genoeg adressen zijn, want doorgaans is niet de hele reeks van mogelijke adressen gereserveerd.

©PXimport

Controleer of de DHCP-server genoeg adressen heeft gereserveerd.

Vaste IP-adressen en reserveringen

DHCP geeft geen zekerheid dat een apparaat altijd hetzelfde IP-adres krijgt toegewezen, terwijl dat voor apparaten als een NAS of printer wel handig is. Je kunt daarom werken met vaste IP-adressen. Je logt in op de webinterface van het desbetreffende apparaat en stelt een IP-adres in dezelfde reeks als de rest van je netwerk, maar wat buiten het bereik van je DHCP-server ligt zoals 192.168.1.200. In het veld netwerkmasker vul je 255.255.255.0 in. Als er een veld is voor gateway of router vul je het IP-adres van je router in, meestal is dit 192.168.1.1.

Op veel routers kun je daarnaast ook vaste IP-adressen via de DHCP-server toekennen. Deze mogelijkheid tot DHCP-reserveringen wordt door iedere routerfabrikant anders genoemd. Onze ASUS-router spreekt over 'Manually Assigned IP around the DHCP list', terwijl andere fabrikanten het over DHCP Reservations, DHCP-reserveringen of Static Lease hebben. Hoe het ook genoemd wordt, je tikt het MAC-adres van het netwerkapparaat in de ene kolom en het IP-adres dat je wilt toekennen in de andere kolom. Uiteraard moet het adres wel in hetzelfde subnet als de DHCP-server liggen, bijvoorbeeld 192.168.1.200. Het MAC-adres van een netwerkapparaat als een NAS of netwerkprinter is te achterhalen in de webinterface van het desbetreffende apparaat. Het staat doorgaans ook op een sticker achterop het apparaat. Mocht het apparaat momenteel via DHCP een IP-adres toegewezen krijgen, dan kun je de gegevens ook terugvinden in het DHCP-overzicht van je router. Kun je het nog steeds niet vinden? Gebruik dan het tooltje Wireless Network Watcher.

©PXimport

Een vast IP-adres zorgt ervoor dat je je NAS of printer altijd kunt bereiken.

Verder lezen

Zo verbeter je je draadloze thuisnetwerk

Zo versterk je de wifi-verbinding

▼ Volgende artikel
Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad
© diy13 - stock.adobe.com
Huis

Sneller werken en meer overzicht: zo maak je een powertool van je Windows bureaublad

Bij de een is het bureaublad een leeg vlak, bij de ander een bende. Dat kan anders. Met een doordachte indeling, slimme mappen, goede snelkoppelingen en gratis tools. Daarmee verander je die onbenutte ruimte achter je vensters in een krachtig instrument. Zo combineer je de eigen Windows-functies met lichte hulpprogramma's om bijvoorbeeld sneller te werken en beter te focussen.

In dit artikel

In dit artikel lees je hoe je van een rommelig Windows-bureaublad een rustig startpunt maakt voor al je werk. Je ontdekt hoe je pictogrammen en mappen logisch indeelt, snelkoppelingen slimmer inzet en vensters netjes rangschikt met Snap en PowerToys FancyZones. Ook komen virtuele bureaubladen, tools als Rainmeter, Nimi Places en SideSlide voorbij, plus manieren om meldingen en geluid in toom te houden, zodat je geconcentreerd kunt blijven werken.

Lees ook: Slimme tips en handige trucs om alles uit Windows te halen

Voor je iets opbouwt, maak je het bureaublad eerst voorspelbaar en rustig. Controleer hiervoor de zichtbaarheid van symbolen door met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en Beeld / Bureaubladpictogrammen weergeven in of uit te schakelen. Pas meteen de pictogramgrootte aan via Beeld / Grote pictogrammen, Normale pictogrammen of Kleine pictogrammen, zodat de schaal overeenkomt met je monitor. Zet nu de systeemiconen goed door Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen te openen en alleen essentiële items als Deze pc en Prullenbak te tonen.

Wil je tijdens een presentatie of schermdeling snel een leeg bureaublad, gebruik dan de eerder genoemde schakelaar, of roep het bureaublad op met de toetscombinatie Windows-toets+D.

Kies tot slot een rustige achtergrond in Instellingen / Persoonlijke instellingen / Achtergrond en voorkom ruis door geen drukke diavoorstelling te gebruiken. Zo leg je een stabiele basis waarop je straks doelgericht verder bouwt en voorkom je dat de vorm boven de functie gaat.

Via de Windows-instellingen kun je kiezen welke hoofdpictogrammen standaard op je bureaublad worden getoond.

Mappen slim groeperen

De kern van een productief bureaublad is een logische groepering. Maak daarom eens drie hoofdmappen die je werkstroom dekken. Je hoeft dan alleen nog maar met de rechtermuisknop te klikken op het bureaublad en te kiezen voor Nieuw / Map. Noem ze bijvoorbeeld 0_Inbox, 1_Projecten en 9_Archief. De cijfers zorgen dat ze alfabetisch bovenaan blijven.

De inboxmap is je tijdelijke parkeerplaats voor downloads en screenshots die je nog moet verwerken. In de projectenmap komen submappen per project of dossier. De archiefmap is de plek waar afgeronde zaken heengaan, zodat je werkveld schoon blijft. Sleep bestaande snelkoppelingen en losse bestanden het liefst naar de juiste map in plaats van ze overal neer te zetten.

Wil je de mapstructuur ook vanuit verkenner gelijk houden, zet 1_Projecten dan vast aan de zijbalk. Dat doe je door de map te selecteren en te kiezen voor Vastmaken aan Snelle toegang. Zo ontstaat een vaste routine: neerzetten in de inboxmap, ordenen naar de projectenmap en afsluiten in de archiefmap.

Een beter bureaublad begint bij jezelf.

Snelkoppelingen die werken

Goede snelkoppelingen besparen tientallen muisklikken per dag. Maak er één via een klik met rechts op je bureaublad en Nieuw / Snelkoppeling. Kies het doel en geef een beschrijvende naam. Voor documenten en mappen gaat het nog sneller via een klik met rechts en Meer opties weergeven / Kopiëren naar / Bureaublad (snelkoppeling maken).

Open daarna de eigenschappen met een rechtermuisklik en Eigenschappen en stel bij Doel zo nodig parameters in, bijvoorbeeld een specifieke profielmap voor je browser. Gebruik Ander pictogram... om ze visueel goed te kunnen onderscheiden. Kies wel voor rustige pictogrammen die niet schreeuwen om je aandacht.

Sleep apps die je vaak nodig hebt liever naar de taakbalk en kies Aan taakbalk vastmaken, of naar Start met Aan Start vastmaken. Op die manier loopt je bureaublad zelf niet vol. Denk tot slot aan Beginnen in bij Eigenschappen / Snelkoppeling als een tool in de juiste werkmap moet starten. Zo worden snelkoppelingen betrouwbaar gereedschap en geen willekeurige sprongen.

Een snelkoppeling maken van een bestand of map doe je via een rechtermuisklik.

Aanbevolen indeling

Een kenniswerker heeft veel aan een minimalistisch bureaublad met drie hoofdstructuren en een lichte signalering. Kies een effen achtergrond, laat alleen Deze pc en Prullenbak zien via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's / Instellingen voor bureaubladpictogrammen. Plaats ook één Rainmeter-skin met cpu en kalender aan de rechterkant (zie Informatie op achtergrond). Gebruik Snap voor twee vensters naast elkaar en PowerToys Run voor alles wat je start.

Een ontwikkelaar heeft baat bij duidelijke zones en contextscheiding. Maak in FancyZones een breed codevlak en twee smalle vensters voor terminal en documentatie. Koppel terminals aan zones en laat een aparte virtuele desktop bestaan voor logging en monitoring met Rainmeter-meters langs de rand.

Een contentmaker combineert visuele assets en taken. Gebruik Nimi Places of SideSlide om containers te tonen voor de actuele projectmap en assets, zet een grote schrijf- of montagezone centraal en plaats notities of to-do als discrete skins. In alle gevallen geldt: beperk wat permanent zichtbaar is en automatiseer de rest, zodat je aandacht naar het werk gaat en niet naar het decor.

Vensters indelen

Een rustig bureaublad helpt pas echt als vensters snel in de juiste positie vallen. Schakel eerst Snap in via Instellingen / Systeem / Multitasking en zet Uitgelijnde vensters aan. Sleep nu een venster naar een schermrand, zodat je twee of meer apps direct naast elkaar krijgt.

Wil je nog preciezer werken? Installeer dan Microsoft PowerToys via de Microsoft Store en schakel Vensters en indelingen / FancyZones in. Start de zone-editor met de knop Lay-outeditor openen, kies een basisindeling en pas desgewenst tegels aan door ze te splitsen.

Tijdens het slepen houd je de Shift-toets ingedrukt om een venster in een zone te leggen. FancyZones onthoudt je indeling per monitor. Maak bijvoorbeeld een breed schrijfvlak links en twee smalle vensters rechts voor research en chat. Sla profielen op voor verschillende taken en wissel ze in de editor wanneer je context verandert. Door Snap te gebruiken voor het snelle werk en zones voor vaste patronen, minimaliseer je handwerk en maximaliseer je focus.

FancyZones zijn vaste plekken waar je vensters en apps op kunt vastzetten.

Virtuele bureaubladen

Als je vaak tussen werk en privé wisselt, zorgen virtuele bureaubladen voor mentale scheiding. Open de taakindeling via het pictogram op de taakbalk of de toetscombinatie Windows-toets+Tab. Kies Nieuw bureaublad, en geef elk bureaublad een naam door op de miniatuur te rechtsklikken en Naam wijzigen te kiezen.

Plaats apps per thema: schrijven en research bij elkaar, communicatie op een ander, testen en metingen weer apart. Klik in de taakweergave met rechts op de miniatuur en kies Achtergrond kiezen om per desktop een andere achtergrond te zetten. Een subtiele kleurcode werkt verrassend goed als geheugensteuntje.

Verplaats apps tussen desktops door in de taakweergave een venster te slepen, of houd de context netjes door een app opnieuw te openen op het gewenste bureaublad. Wisselen gaat vloeiend via de toetscombinatie Windows-toets+Ctrl+Pijl.

Werk je met meerdere beeldschermen? Geef in dat geval elk scherm een vaste rol per desktop en laat die rol gelijk blijven als je van desktop wisselt. Zo krijg je rust zonder dat je productiviteit inzakt door contextwissels.

Werken met meerdere bureaubladen kan je een hoop extra productiviteit opleveren.

Informatie op achtergrond

Wil je live-informatie zonder vensterdrukte, gebruik dan Rainmeter. Start het programma en open de beheerder door met rechts te klikken op het Rainmeter-pictogram in het systeemvak rechtsonder. Klik vervolgens op Beheren. Laad een basisskin, bijvoorbeeld illustro, door in het tabblad Skins de gewenste module te selecteren en op Laden te klikken.

Positioneer cpu-, geheugen- of netwerkmeters langs een schermrand en zet ze op de achtergrond door met de rechtermuisknop op een van de onderdelen Instellingen / Positie / Op bureaublad te klikken. Met Lay-outs sla je je indeling op, handig als je je laptop vaak ergens mee naartoe neemt. Houd skins minimalistisch en beperk het aantal fonts en kleuren; het is een werkinstrument, geen poster. Door functionele, lichte skins te combineren met een rustige achtergrond krijg je een dashboard dat informeert zonder af te leiden, precies waar het bureaublad in uitblinkt.

Rainmeter is een kleine, portable app die je live informatie over je pc geeft zonder dat het in de weg staat.

Gratis alternatieven voor Fences

Fences is populair, maar je betaalt er wel voor. Je kunt hetzelfde principe ook gratis benaderen. Zo projecteert Nimi Places een map als container op je bureaublad. Je maakt per project een 'place' die live meebeweegt met de onderliggende mapstructuur, inclusief thumbnails en sortering. Het voordeel is direct contextzicht zonder verkenner te hoeven openen. Het nadeel is dat je discipline nodig hebt om het aantal containers klein te houden.

SideSlide werkt omgekeerd: er is één werkvenster dat inklapt aan een schermrand. Je vult het venster met snelkoppelingen, notities en zelfs rss en laat het pas verschijnen als je het nodig hebt. Het voordeel is maximale rust terwijl alles één veeg weg is. Het nadeel is dat je een extra laag moet bedienen.

Kies Nimi Places als je mapinhoud visueel wilt zien en SideSlide als je een schone desktop wilt met een krachtige lade. Beide zijn gratis, licht en portable te gebruiken.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl!

Mappen als 'vensters'

Wil je mappen als 'vensters' op het bureaublad tonen zonder te betalen voor Fences, dan bieden Nimi Places en SideSlide gratis alternatieven. Installeer Nimi Places, zorg dat je het exe-bestand als administrator uitvoert. Kies voor Create place om een container te maken die live de inhoud van een map toont. Sleep de container naar de gewenste plek, zet Always on bottom aan zodat vensters eroverheen kunnen, en kies een sober thema.

Met SideSlide maak je een inklapbaar werkvenster. Open de workspace, sleep mappen en bestanden erin en zet het venster vast aan een schermrand. Klik op het pictogram rechtsboven zodat het pas verschijnt wanneer je de rand aanraakt. Gebruik containers voor projecthotspots, zoals 1_Projecten\KlantA\Assets. Je ziet daarmee direct wat er speelt zonder de verkenner te hoeven openen. Houd het aantal containers laag en kies duidelijke namen in de kopbalk, anders creëer je nieuwe ruis. Door containers te reserveren voor dynamische projectmappen en vaste snelkoppelingen elders te houden, ontstaat een overzichtelijke mix van context en snelheid.

Met SideSlide maak je een soort mini-bureaublad dat verdwijnt en tevoorschijn komt wanneer jij dat wilt.

Meldingen onder controle

Afleiding kost focus, dus demp meldingen en matig het geluidsvolume. Zet meldingsrust aan via Instellingen / Systeem / Meldingen en activeer Niet storen als je geconcentreerd moet blijven. Combineer dit met een focussessie via Instellingen / Systeem / Focus om gedurende een vaste tijd badges en knipperende taakbalk-apps te verbergen.

Voor geluid per app is EarTrumpet een uitstekende gratis aanvulling op de eigen mixer van Windows. Installeer de app via de Microsoft Store en open de mixer via het EarTrumpet-pictogram in het systeemvak. Je ziet en bestuurt het volumeniveau per toepassing en kunt snel van uitvoerapparaat wisselen.

Zet tot slot je taakbalk strak via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Taakbalk / Gedrag van taakbalk door automatisch verbergen aan te zetten en de uitlijning te kiezen die het beste bij je werkzaamheden past. Minder visueel lawaai en direct de juiste volumebalans zorgen ervoor dat audio en notificaties ondersteunen in plaats van storen, precies wat je van een productiviteitsbureaublad verwacht.

Focus is de manier om minder snel afgeleid te worden door meldingen van apps.

PowerToys: tijd besparen

In PowerToys zet je met weinig moeite veel winst neer. Open PowerToys Settings / FancyZones en maak per monitor één indeling met een dominante zone en twee secundaire. Zet Hold Shift key to activate zones while dragging aan, zodat je de standaard-Snap behoudt en zones bewust gebruikt.

Open vervolgens PowerToys / Systeemhulpprogramma's / PowerToys Run en activeer hem. Schakel plug-ins in die passen bij je werk, zoals Calculator, Windows Settings en de Everything-integratie, en verplaats veelgebruikte plug-ins hoger in de prioriteit. In Algemeen zet je Run at startup aan en exporteer je instellingen naar een veilige plek via Back-up. Gebruik Always On Top en Awake alleen als ze je echt helpen, want elk extra hulpprogramma voegt mogelijk visuele signalen toe. Door FancyZones en Run strak in te stellen, krijg je direct voorspelbare vensterplaatsing en razendsnelle toegang tot bestanden en commando's, zonder je bureaublad te belasten met extra pictogrammen.

Klein onderhoud

Wissel je tussen laptop en monitor, dan verspringen bureaubladpictogrammen soms. Maak daarom regelmatig een snapshot van je pictogrammen en herstel die bij nood. Bewaar je Rainmeter-layout via Lay-outs en exporteer je PowerToys-instellingen vanuit PowerToys Instellingen / Algemeen / Back-up maken en herstellen.

Controleer eens per maand dode snelkoppelingen door ze te openen. Vervang netwerkpaden door betrouwbare, gesynchroniseerde padnamen. Herzie je drie hoofdmappen en archiveer oude projectsubmappen, zodat je containers en snelkoppelingen alleen actuele inhoud tonen.

Houd ook je Snap- en FancyZones-profielen bij de tijd als je workflow wijzigt. Door klein, periodiek onderhoud blijft je bureaublad voorspelbaar gedrag vertonen, ook wanneer hardware verandert of je tijdelijk in een andere opstelling werkt.

Maak regelmatig een back-up van je productiviteitstools, zodat je de instellingen niet kwijtraakt als er iets fout gaat.

Bureaublad als startblok

Een productief bureaublad is geen nutteloos onderdeel, maar een werkinstrument. Door eerst orde te scheppen, mappen slim te groeperen en snelkoppelingen bewust in te zetten, kun je het prima inzetten voor je dagelijkse taken. Met Snap en FancyZones vallen vensters direct op hun plek. Virtuele desktops en kalme Rainmeter-skins geven context zonder ruis. Containers vervangen volle vensters wanneer je mapinhoud in één oogopslag wilt zien, terwijl PowerToys Run en Everything pictogrammen overbodig maken. Door meldingen uit te schakelen en het geluidsvolume te dempen, behoud je focus. En met klein onderhoud blijft alles stabiel, ook bij wisselende opstellingen.

Je echte bureaublad ook opgeruimd?

Organizen is het toverwoord
▼ Volgende artikel
CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV
© Samsung
Huis

CES 2026: Samsung toont 's werelds eerste 130-inch Micro RGB TV

Samsung heeft op CES 2026 een nieuwe topklasse televisie gepresenteerd: een 130-inch Micro RGB-tv met modelnaam R95H. Het is volgens de fabrikant het grootste Micro RGB-scherm tot nu toe en tegelijk het eerste in dit formaat.

View post on TikTok

De 130 inch tv valt in de eerste plaats op door zijn formaat. Met een schermdiagonaal van ruim drie meter is het toestel bedoeld voor grote woonruimtes en echte thuisbioscopen. Samsung kiest daarbij voor een ontwerp dat minder nadruk legt op de televisie als apparaat en meer op het scherm als onderdeel van de ruimte. Het frame is dikker dan bij reguliere tv's en bevat ook de luidsprekers, waardoor losse speakers niet per se nodig zijn.

Het ontwerp heet Timeless Frame en is een doorontwikkeling van Samsungs Gallery-concept uit 2013. De tv oogt daardoor meer als een groot raam of wandobject dan als een traditioneel scherm. Volgens Samsung is het idee dat het beeld 'zwevend' binnen het frame wordt gepresenteerd, met geluid dat direct uit de rand van het scherm komt en is afgestemd op het formaat.

Technisch gezien draait de R95H om Micro RGB. In plaats van een klassiek kleurenfilter werkt het scherm met afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. Samsung combineert dit met een nieuwe beeldprocessor en diverse AI-functies die kleur, contrast en details aanpassen per scène. Het resultaat moet vooral zichtbaar zijn in subtiele kleurovergangen en in donkere delen van het beeld, waar bij grote schermen snel detailverlies optreedt.

Het paneel dekt volgens Samsung het volledige BT.2020-kleurenspectrum en is gecertificeerd door de Duitse keuringsinstantie VDE voor kleurnauwkeurigheid. Daarnaast is een nieuwe versie van Samsungs Glare Free-technologie aanwezig, bedoeld om reflecties te beperken in ruimtes met veel omgevingslicht. Ondersteuning voor HDR10+ Advanced is standaard, net als Eclipsa Audio voor ruimtelijk geluid.

De 130-inch Micro RGB-tv ondersteunt Samsungs Vision AI Companion, met functies zoals spraakgestuurd zoeken, aanbevelingen en toegang tot diverse AI-apps, afhankelijk van regio en instellingen. Ook apps en functies zoals Live Translate, generatieve achtergronden en integraties met Microsoft Copilot en Perplexity worden ondersteund, afhankelijk van regio en instellingen.

Samsung heeft nog geen informatie gedeeld over prijs, beschikbaarheid of specifieke uitvoeringen voor consumentenmarkten.

Wat is Micro RGB?

Bij Micro RGB bestaat elke pixel uit afzonderlijke rode, groene en blauwe lichtbronnen. In tegenstelling tot lcd-tv’s is er geen wit backlight met kleurfilters nodig. Daardoor gaat minder licht verloren en kunnen kleuren nauwkeuriger worden aangestuurd. Vooral bij zeer grote schermen zorgt dat voor een groter kleurbereik, gelijkmatigere kleuren en subtielere overgangen tussen tinten.

©Samsung