ID.nl logo
Zo leg je het beste thuisnetwerk aan
© Reshift Digital
Huis

Zo leg je het beste thuisnetwerk aan

Een goed thuisnetwerk is meer dan wat draadjes in je router en vereist daarom een goed plan. Een verhuizing is daarom een perfect moment voor het aanleggen van een goed thuisnetwerk. Ook als je al een netwerk hebt, kun je misschien een hoop verbeteren.

Eigenlijk is er vrijwel niemand zonder thuisnetwerk. Alle providers leveren tegenwoordig doorgaans in één apparaat een modem en draadloze router met doorgaans vier netwerkaansluitingen. Dit voldoet voor heel simpel gebruik in situaties waarin je nauwelijks bedrade apparatuur hebt en vooral gebruik maakt van wifi. In de praktijk loop je al snel tegen de beperkingen aan en een volwaardig thuisnetwerk kun je het eigenlijk niet noemen. Lees ook: 20 tips voor een optimaal thuisnetwerk.

Want hoe sluit je je pc op de eerste verdieping snel aan op internet en hoe regel je dat je ook op zolder een snelle draadloze verbinding hebt? Voor een goed en flexibel thuisnetwerk heb je een goede infrastructuur nodig, zodat je overal in huis netwerkapparatuur kunt aansluiten. In het ideale geval heb je in iedere kamer een dubbele netwerkaansluiting. Hierop kun je apparaten als pc's, televisies of mediaspelers aansluiten. Als je een bekabeld netwerk goed wilt aanleggen, komt daar wel meer bij kijken dan wat stekkertjes knijpen op een kabel die uit de muur komt. "Wat ik altijd het eerste zeg: monteer het af op een contactdoosje. Een los kabeltje gaat kapot en een stekkertje is storingsgevoelig.", legt Gijs Voerman, netwerkspecialist bij Hollander Techniek, uit.

Kabels juist voor draadloos

Vaste netwerkaansluitingen zijn niet alleen handig voor je bekabelde apparatuur, juist je draadloze apparatuur zoals smartphones, tablets en laptops profiteren van een goede infrastructuur. Doorgaans heb je op je begane grond (waar je draadloze router staat) een prima signaal, maar is er op de eerste verdieping of zolder weinig over van je netwerkdekking. Door je hele huis van netwerkaansluitingen te voorzien ben je ook flexibel in het toevoegen van draadloze accesspoints en heb je overal een goede dekking.

De juiste kabel

Netwerkkabels zijn in vele verschillende soorten te koop, dus zonder de juiste informatie is de kans groot dat je niet de juiste kabel aanschaft. Allereerst worden kabels onderverdeeld in verschillende snelheidscategorieën die aangeduid worden door Cat met een getal erachter. Je zult in winkels Cat 5e, Cat 6, Cat 6a en Cat 7 tegenkomen. Het goede nieuws is dat al deze categorieën geschikt zijn voor de gigabitsnelheid die momenteel het meest gebruikt wordt. Wil je niet teveel geld uitgeven, dan kies je het beste voor Cat5e-kabels. Het voordeel is dat de kabels relatief dun en soepel zijn waardoor ze eenvoudig door een buis zijn te trekken. Het nadeel is dat een snelheid van 1 Gbit/s gelijk het maximale is, voor een toekomstige hogere snelheid heb je een betere kabel nodig. "Cat6 hoef je in ieder geval niet over na te denken. Deze kabels zijn net als Cat 5e gecertificeerd tot een snelheid van 1 gigabit en hebben als nadeel dat ze dikker en duurder zijn.", zegt Voerman. Wil je wel voorbereid zijn op de toekomst, dan heb je Cat 6a of Cat 7 nodig, die beide geschikt zijn voor snelheden tot 10 Gbit/s. Cat 6a is goedkoper en volgens Voerman hierdoor de juiste keuze voor thuis.

Vast of soepel

Voor het aanleggen van je bekabeling koop je netwerkkabel op een rol waar je de juiste lengte afknipt die je in bijvoorbeeld je muur verwerkt. Netwerkkabels zijn beschikbaar met een soepele (stranded) of vaste (solid) kern. Bij een vaste kern bestaan de aders uit één dikker koperdraadje, terwijl bij een soepele kabelde aders uit heel dunne koperdraadjes bestaan. Het is gelukkig niet lastig om te onthouden welke kabel je nodig hebt: ga je de kabels vast in je muur of op een andere manier verwerken om een netwerkaansluiting te maken, dan kies je voor kabels met een vaste kern. "Het is niet anders dan bij je elektrische installatie. In de muren is installatiedraad verwerkt, er komt ook geen snoer in de muur. Alleen het laatste stukje vanaf het stopcontact doe je met een snoer."

©PXimport

Je kunt netwerkkabels op een rol van bijvoorbeeld 100 meter kopen.

Koop koper!

Je weet nu dus dat je een rol netwerkkabel met een vaste kern nodig hebt. Pas wel op, want de ene kabel is ondanks de aanduiding 5e of 6a toch de andere niet. Voor de beste prestaties zijn de aders in een netwerkkabel vervaardigt uit koper. Koper is echter relatief duur en daarom zijn er ook kabels in de handel waarvan de aders gemaakt zijn van aluminium of ijzer omhuld met een dun laagje koper. "Er is een hoop rotzooi op de markt, koop daarom in ieder geval geen merkloos product", waarschuwt Gijs Voerman. Kom je de term CCA (Copper Clad Aluminium) of CCS (Copper Clad Steel) tegen, dan kun je de kabel beter in de winkel laten liggen.

Patchkabels

Voor het aansluiten van apparatuur op je netwerk gebruik je patchkabels, dit zijn netwerkkabels met een soepele kern die aan beide kanten voorzien zijn van een RJ45-stekker. Je kunt patchkabels zelf maken door RJ45-stekkertjes op een soepele kabel te knijpen met een netwerktang. Dat is volgens Voerman geen goed idee: "Ik raad je aan om niet zelf patchkabels te knijpen en kant-en-klare-patchkabels te gebruiken. Storing zit vrijwel altijd in het zelf aangeknepen stekkertje. Professioneel gebruiken we ook enkel kant-en-klare patchkabels." In theorie ben je met zelf gemaakte kabels flexibeler, maar je kunt kant-en-klare patchkabels kopen in iedere denkbare lengte en kleur.

Gooi die kabeltang maar weg!

De reden dat zelfgemaakte patchkabels voor storing zorgen, is doordat de stekkertjes niet goed zijn aangesloten op de kabel. "Storing in de aangeknepen stekker komt doordat er thuis doorgaans goedkopere krimptangen gebruikt worden. Die goedkopere tangen kunnen het stekkertje niet goed aanknijpen, wat tot storingen leidt. Duurdere en betere tangen ontgrendelen pas als het echt goed is aangeknepen. Je ziet dat echter niet en die tang van twintig euro doet het toch? Knijp je bij storing met een goede tang het stekkertje nog een keer na, dan is de storing doorgaans opgelost.", zegt Voerman. Wil je toch per se zelf patchkabels maken, dan vind je een stappenplan op onze website. Zorg dan wel een voor een goede kabeltang die de connectoren goed in één keer tegelijkertijd aandrukt. Maak alleen zelf patchkabels op basis van Cat5e-kabels. Sommige fabrikanten beweren wel dat je ook Cat6- of zelfs Cat6a-patchkabels kunt maken, maar wij raden je dat niet aan.

Kabels trekken

Met alleen het kopen van de juiste kabels ben je er niet, je moet ze vanaf je centrale ruimte naar de verschillende ruimtes voeren. In een nieuwer huis lopen er waarschijnlijk loze leidingen vanuit de meterkast naar de diverse ruimtes. Heb je geen lege leidingen, dan zul je gebruik moeten maken van creatieve oplossingen als geboorde gaten, kabelgoten en holle plinten. Iets wat je nooit moet doen, is een netwerkkabel trekken door dezelfde leiding waar ook elektriciteitskabels doorheen lopen. Voor het trekken van een kabel heb je een trekveer nodig. In een loze leiding zit doorgaans een contactdraad waarmee je kunt achterhalen welke leiding waar uitkomt. Deze draad kun je gebruiken om een trekveer door de leiding te trekken. Bevestig de netwerkkabels aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Met behulp van duct tape kun je de kabel extra vastmaken.

Trek kabels met zijn tweeën. Eén persoon voert de kabel in, terwijl de andere persoon aan de andere kant aan de trekveer trekt. Voerman waarschuwt om niet te ruw met de kabel om te gaan. "Wees tijdens het verwerken lief voor de kabel. Ga er niet op staan, de mantel wordt dan geplet waardoor de karakteristieke impedantie verandert en het signaal gaat reflecteren." Loopt de kabel stroef, ga dan niet heel hard trekken. Je kunt talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om de wrijvingsweerstand van de kabel te verminderen. Gebruik in ieder geval geen zeepsop, groene zeep of afwasmiddel. Dat werkt tijdens het trekken waarschijnlijk wel, maar zal opdrogen tot een plakkerige substantie waar je last van hebt als je de kabel er ooit weer uit wilt halen.

©PXimport

Als je geluk hebt, lopen er in je huis loze leidingen die uitkomen in je meterkast.

Wandcontactdozen

In de ruimtes waar je een netwerkaansluiting wilt hebben, werk je de netwerkaansluiting af met een wandcontactdoos. Wandcontactdozen zijn beschikbaar in een inbouwvariant die past in de inbouwdoos waar de leiding in uitkomt of als opbouwvariant die je op een muur schroeft. Simpele Cat 5e-dozen heb je voor ongeveer een tientje. Cat 6a-varianten zijn duurder en kosten zo'n twintig euro. Daarnaast kun je ook kiezen voor een los binnenwerk dat je kunt combineren met elementen van de fabrikant van de rest van het schakelmateriaal dat je in huis hebt. Dan zijn de raampjes bijvoorbeeld hetzelfde als de raampjes van je stopcontacten. De netwerkkabels worden in beide gevallen middels LSA-stroken (zie kader 'LSA-stroken afmonteren') gemonteerd in de wandcontactdoos. Je kunt ook kiezen voor een wandcontactdoos gebaseerd op keystone-modules. Dit zijn blokjes met een netwerkaansluiting waar je de netwerkkabel op afmonteert.

Deze keystone-modules verwerk je vervolgens in een hiervoor geschikt wandcontactdoosraampje dat je eveneens kunt krijgen van dezelfde fabrikant als de rest van je schakelmateriaal. Het voordeel van deze aanpak is dat er keystone-modules verkrijgbaar zijn die je kunt afmonteren zonder gereedschap en je dan dus geen LSA punch-down tool nodig hebt.

©PXimport

Je kunt je netwerkaansluitingen afwerken met hetzelfde schakelmateriaal als bijvoorbeeld je stopcontacten.

Afwerken in de meterkast

Doorgaans is de meterkast het centrale punt in je netwerk. Ook hier werk je een netwerkkabel netjes met een netwerkaansluiting af, knijp zeker geen stekkertjes op een kabel met een vaste kern. Heb je een beperkt aantal netwerkkabels af te werken, dan kun je dat net als in de andere ruimtes doen met dubbele wandcontactdoosjes in een opbouwvariant. Heb je echter meer kabels, dan is het handiger om met een patchpanel te werken. Dit is een kastje met een groter aantal netwerkaansluitingen waarop je netwerkkabels afmonteert.

Voor thuis in de meterkast is een desktop-patchpanel handig. Anders dan de naam doet vermoeden, kun je een dergelijk patchpanel eenvoudig aan de muur schroeven. Ze zijn beschikbaar in varianten met acht of twaalf poorten. Patchpanels met meer poorten zijn alleen beschikbaar in varianten die je in een patchkast of patchrek moet verwerken en hebben een breedte van 10 of 19 inch. Zelf hebben we een desktop-patchkastje van Digitus gebruikt voor acht aansluitingen.

LSA-stroken afmonteren

In (binnenwerken voor) wandcontactdozen en in patchpanelen worden de netwerkaders gemonteerd via zogenoemde LSA-stroken. Deze aansluitingen bevatten een mesje die de mantel van de aders doorsnijdt en goed contact maakt. Je hebt een speciale LSA punch-down tool nodig om de aders vast te zetten in de LSA-strook. Je kunt een LSA punch-down tool aanschaffen voor zo'n tien euro. Voor thuisgebruik voldoet een goedkoop exemplaar prima.

©PXimport

Sluit alle acht aders aan, de overbodige stukjes draad worden door de punch-down tool afgesneden.

Actieve apparatuur

Nu je het passieve gedeelte van je thuisnetwerk op orde hebt, is het tijd om de actieve infrastructuur aan te sluiten. Je router is de centrale spil in je thuisnetwerk. Dit apparaat is verantwoordelijk voor het toegang geven van alle aangesloten apparaten door ze bijvoorbeeld een IP-adres toe te kennen en ze toegang te geven tot internet. In routers voor thuisgebruik zit tegenwoordig ook altijd een draadloos accesspoint ingebouwd. Als je het apparaat van je internetprovider hebt gekregen, is er vaak ook een modem in hetzelfde apparaat geïntegreerd. Het maakt voor de opbouw van je netwerk niet heel veel uit welke router je als basis gebruikt.

Switch

In je meterkast of centrale punt zijn je netwerkkabels afgemonteerd op wandcontactdozen of een patchpanel. Om de poorten in de gebruiksruimten actief te kunnen gebruiken moet je in de meterkast de poorten met een patchkabel verbinden met een switch. Je hebt per netwerkaansluiting één poort op een switch nodig. In de meeste routers is al een switch met vier poorten ingebouwd; tot vier afgemonteerde poorten heb je dus geen extra switch nodig.

Heb je echter meer aansluitingen afgemonteerd en dat is al het geval als je in drie kamers een dubbele aansluiting monteert, dan heb je een losse switch nodig. Je kunt bijvoorbeeld switches kopen met vijf, acht, zestien en vierentwintig poorten. Switches tot en met zestien poorten kun je vinden in compacte uitvoeringen die je zo op de muur kunt schroeven. Switches met meer poorten zijn doorgaans bedoeld voor montage in een patchkast of patchrek. Een gigabitswitch met acht poorten kost je zo'n twintig tot veertig euro. Koop in ieder geval een gigabitswitch van een bekend merk en let erop of je de switch aan de muur kunt bevestigen. Verbind alle poorten op het patchpanel met een poort van de switch. Tot slot sluit je een patchkabel aan tussen de switch en een poort op de switch van je router.

Upgraden met een switch

Netwerkverkeer tussen aangesloten apparaten blijft binnen de switch en gaat dus niet via de router. Je kunt een switch dan ook gebruiken om een netwerk gebaseerd op een 100 Mbit/s-router up te graden naar gigabit. Hang een gigabit-switch achter de router en je hele achterliggende netwerk wordt geschikt voor gigabit. Uiteraard blijft de verbinding naar internet dan wel beperkt tot 100 Mbit/s. Hetzelfde werkt ook op een switch op het einde van je netwerk. Heb je een 100Mbit/s-netwerk en zet je in je studeerkamer een gigabitswitch, dan kan de apparatuur die je op die switch aansluit met elkaar communiceren op gigabitsnelheden.

Router als accesspoint

Soms is een complete draadloze router interessanter dan een apparaat dat door een netwerkfabrikant als accesspoint verkocht wordt. In een dergelijk apparaat zit vaak geen switch terwijl in een draadloze router wel een switch zit ingebouwd. Handig als je op de netwerkaansluiting waar je het accesspoint op aansluit nog andere netwerkapparatuur wilt aansluiten. Een draadloze router die je als accesspoint inzet, moet je wel zo configureren dat hij niet als tweede router functioneert. Soms biedt de fabrikant daar zelf een aparte modus voor, in dat geval kun je de netwerkkabel doorgaans op de WAN-poort aansluiten. Biedt de fabrikant geen speciale modus, dan moet je zelf zaken als de DHCP-server uitschakelen. Je sluit de netwerkkabel dan aan op één van de normale switchpoorten en gebruikt de WAN-aansluiting dan niet.

Netwerktopologie

Het is voor de opbouw van je netwerk het mooiste om met één hoofdswitch te werken. Kom je op een switch met acht poorten echter één poortje te kort, dan is het prijsverschil tussen een switch met acht poorten en een stap hoger met zestien poorten wel erg hoog. Sluit op de switch van je router dan indien mogelijk een poort aan die niet (altijd) gebruikt wordt. In het ideale geval heb je maar één switch waarop al je bedrade apparatuur is aangesloten. Thuis is dat natuurlijk een beetje onpraktisch, het is bijna onmogelijk om zes netwerkaansluitingen bij je televisie te realiseren. Je kunt in je televisiemeubel zonder probleem een switch neerzetten om alle apparatuur aan te sluiten. Zorg er wel voor dat additionele switches altijd direct verbonden zijn met je primaire hoofdswitch, maak dus geen verdere aftakkingen.

Accesspoint

Om dat je bij een goed thuisnetwerk heel je huis van netwerkaansluitingen hebt voorzien, ben je heel flexibel in het neerzetten van draadloze accesspoints. Zeker als je gebruikt wilt maken van 802.11ac moet je accesspoint relatief dichtbij staan, het liefst zelfs in dezelfde ruimte als waar je je laptop, tablet of smartphone gebruikt. Er zijn ook accesspoints die ook hun energie uit de netwerkkabel kunnen halen, dit wordt Power over Ethernet (PoE) genoemd. Er zijn speciale (dure) switches die dit ondersteunen, maar je kunt ook werken met losse PoE-injectors waarmee je bepaalde ethernetaansluitingen in je netwerk van elektrische spanning kunt voorzien.

Powerline

De nieuwste generatie powerline-adapters haalt in de praktijk een snelheid van maximaal 270 Mbit/s, terwijl de vorige generatie zo'n 130 Mbit/s haalt. In wat mindere omstandigheden wordt het in alle gevallen al snel zo'n 100 Mbit/s. Een powerline-adapter is dus geen echt alternatief voor een netwerkverbinding, maar voor internet of het delen van een printer voldoet powerline doorgaans wel.

©PXimport

Optimalisatie

Nu je je infrastructuur hebt aangelegd en je apparatuur hebt aangesloten, zal je netwerk waarschijnlijk prima werken. Er zijn op je router wel een aantal zaken waar je naar kunt kijken om je netwerk optimaal in te stellen. Log hiervoor in op de webinterface van je router, meestal is deze bereikbaar door 192.168.1.1 in te tikken in het adresveld van je browser. Werkt dit niet, dan kun je het IP-adres van je router achterhalen door een specifiek commando te tikken achter de opdrachtprompt. In Windows 8.1 open je de commandoprompt door in het startscherm opdrachtprompt te tikken. In Windows 7 tik je opdrachtprompt in het zoekveld van het startmenu. Tik vervolgens het commando ipconfig in (gevolgd door een Enter). Het adres achter Standaardgateway is het IP-adres van je router.

©PXimport

Via de Opdrachtprompt kun je het IP-adres van je router achterhalen.

DHCP

Een van de hoofdtaken van je router is ervoor zorgen dat alle netwerkapparatuur met elkaar kan communiceren. Ieder apparaat heeft hiervoor een uniek IP-adres in de reeks van je router, deze reeks is doorgaans 192.168.1.x. Er zijn 254 adressen IP-adressen mogelijk (1 tot en met 254) waarvan er eentje (meestal de eerste) al door je router zelf geclaimd wordt. Je router kent aan ieder apparaat automatisch een IP-adres toe via een DHCP-server. Via de webinterface van je router kun je achterhalen of hoeveel IP-adressen de DHCP-server kan uitdelen. Kijk vooral of het genoeg adressen zijn, want doorgaans is niet de hele reeks van mogelijke adressen gereserveerd.

©PXimport

Controleer of de DHCP-server genoeg adressen heeft gereserveerd.

Vaste IP-adressen en reserveringen

DHCP geeft geen zekerheid dat een apparaat altijd hetzelfde IP-adres krijgt toegewezen, terwijl dat voor apparaten als een NAS of printer wel handig is. Je kunt daarom werken met vaste IP-adressen. Je logt in op de webinterface van het desbetreffende apparaat en stelt een IP-adres in dezelfde reeks als de rest van je netwerk, maar wat buiten het bereik van je DHCP-server ligt zoals 192.168.1.200. In het veld netwerkmasker vul je 255.255.255.0 in. Als er een veld is voor gateway of router vul je het IP-adres van je router in, meestal is dit 192.168.1.1.

Op veel routers kun je daarnaast ook vaste IP-adressen via de DHCP-server toekennen. Deze mogelijkheid tot DHCP-reserveringen wordt door iedere routerfabrikant anders genoemd. Onze ASUS-router spreekt over 'Manually Assigned IP around the DHCP list', terwijl andere fabrikanten het over DHCP Reservations, DHCP-reserveringen of Static Lease hebben. Hoe het ook genoemd wordt, je tikt het MAC-adres van het netwerkapparaat in de ene kolom en het IP-adres dat je wilt toekennen in de andere kolom. Uiteraard moet het adres wel in hetzelfde subnet als de DHCP-server liggen, bijvoorbeeld 192.168.1.200. Het MAC-adres van een netwerkapparaat als een NAS of netwerkprinter is te achterhalen in de webinterface van het desbetreffende apparaat. Het staat doorgaans ook op een sticker achterop het apparaat. Mocht het apparaat momenteel via DHCP een IP-adres toegewezen krijgen, dan kun je de gegevens ook terugvinden in het DHCP-overzicht van je router. Kun je het nog steeds niet vinden? Gebruik dan het tooltje Wireless Network Watcher.

©PXimport

Een vast IP-adres zorgt ervoor dat je je NAS of printer altijd kunt bereiken.

Verder lezen

Zo verbeter je je draadloze thuisnetwerk

Zo versterk je de wifi-verbinding

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro
Huis

Waar voor je geld: 5 compacte vrijstaande vaatwassers tot 250 euro

Bij ID.nl zijn we dol op kwaliteitsproducten waar je niet de hoofdprijs voor betaalt. Een paar keer per week speuren we binnen een bepaald thema naar zulke deals. Heb je geen grote keuken maar zou je toch graag een vaatwasser willen? Wij vonden vijf betaalbare vrijstaande vaatvassers met een compact formaat voor je.

In niet iedere keuken is plek voor een vaatwasser en zeker als je geen inbouwruimte meer hebt, kan het lastig zijn om er eentje kwijt te kunnen. Maar er zijn ook vaatwassers met afwijkende formaten die een stuk kleiner zijn en daardoor ook makkelijk passen in een keuken die niet zo heel groot is. Wij vonden vijf betaalbare modellen voor je.

Tomado TDW5501B mini-vaatwasser

De Tomado TDW5501B is een compacte, vrijstaande vaatwasser die geschikt is voor zes couverts. Volgens de specificaties is de breedte 55 cm en bedraagt het geluidsniveau 47 dB. Het apparaat heeft verschillende programma’s, waaronder een kort programma, een eco‑stand en een intensief programma. De energieklasse is D, maar in ruil daarvoor krijg je een machine die weinig ruimte inneemt en eenvoudig op het aanrecht kan worden aangesloten. De startuitstel‑optie maakt het mogelijk de wasbeurt later te laten beginnen. De TDW5501B is ontworpen voor huishoudens met weinig ruimte die toch een volwaardige vaatwasbeurt willen.

Tomado TDW5501W

De TDW5501W is het witte broertje van de TDW5501B. Dit model heeft eveneens een breedte van 55 cm en biedt plaats aan zes couverts. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D, net als bij de zwarte variant. Er zijn meerdere programma's, waaronder een eco- en een kort programma. De vaatwasser is vrijstaand, maar vanwege het lage formaat zet je 'm het best op een aanrecht en sluit je hem aan via een slang op de kraan. Dankzij de startuitstel‑functie kun je zelf bepalen wanneer hij begint met spoelen.

Beko DTC36610W

De Beko DTC36610W is een compacte vrijstaande vaatwasser voor huishoudens met beperkte ruimte. De machine is 55 cm breed en heeft een geluidsniveau van 49 dB. Met energieklasse A+ is hij zuiniger dan veel andere mini‑vaatwassers. Het apparaat is geschikt voor zes couverts en biedt verschillende programma’s om lichte en intensieve vaat schoon te krijgen. Omdat hij niet ingebouwd hoeft te worden, kun je hem gemakkelijk op het aanrecht of in een kleine keuken plaatsen.

Inventum VVW4530AW

De Inventum VVW4530AW is een smalle vrijstaande vaatwasser met een breedte van slechts 44,8 cm. Het toestel is geschikt voor tien couverts en beschikt over een verstelbare bovenkorf en startuitstel, zodat je de indeling en het wasprogramma kunt aanpassen. De energieklasse is E en het geluidsniveau bedraagt 47 dB. Het voordeel van deze vaatwasser is dat hij de normale hoogte heeft van een gewoon model, je schuift hem daardoor eenvoudig onder een werkblad of plaatst hem vrij.

Inventum VVW5520

De Inventum VVW5520 is een mini-vaatwasser voor zes couverts. Het apparaat is onderbouw (dus vrijstaand) en heeft een breedte van 55 cm, een diepte van 50 cm en een hoogte van 44 cm. Het geluidsniveau is 47 dB en de energieklasse D. In de specificaties worden een resttijdindicator, condensdroging en uitgestelde start genoemd. De machine is bedoeld voor kleine huishoudens die niet de ruimte of behoefte hebben aan een grote vaatwasser, bijvoorbeeld als je op kamers woont, een klein gezin hebt of een kleine keuken.

▼ Volgende artikel
Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?
© A Stockphoto
Huis

Wat is wifi 6(E) eigenlijk en merk je echt verschil?

Heb je last van haperende streams of traag internet wanneer iedereen thuis tegelijk online is? Wifi 6 belooft dé oplossing te zijn voor overvolle netwerken en betere prestaties. Maar wat is deze nieuwe standaard precies en merk je in de praktijk echt verschil? We duiken in de voordelen van wifi 6 en de supersnelle wifi 6E-variant. Lees snel verder en ontdek of een upgrade voor jouw situatie de investering waard is.

Ben jij ook klaar met haperende videocalls of films die precies op het spannendste moment beginnen te bufferen omdat iedereen in huis tegelijk online is? Dan wordt het hoog tijd om kennis te maken met wifi 6, dat korte metten maakt met overbelaste netwerken. Maar is deze technologie echt een revolutie voor je dagelijkse internetgebruik of merk je in de praktijk eigenlijk weinig van die veelbelovende specificaties? In dit artikel duiken we dieper in de wereld van wifi 6 en zijn nog krachtiger broertje wifi 6E. We leggen helder uit wat de technische verschillen zijn en helpen je bepalen of een overstap voor jouw huishouden de investering waard is, zodat jij precies weet of je klaar bent voor de toekomst van razendsnel en stabiel draadloos internet.

Tijd voor een nieuwe wifi 6-router? Kijk snel op Kieskeurig.nl!

Efficiëntie is het hoofddoel

Wifi 6 is de huidige standaard voor draadloos internet, technisch ook wel bekend als 802.11ax. Waar voorgaande upgrades zich voornamelijk richtten op het verhogen van de maximale topsnelheid per apparaat, gooit wifi 6 het over een andere boeg. Het hoofddoel van deze technologie is niet alleen snelheid, maar vooral efficiëntie en capaciteit. Je kunt het vergelijken met een verbreding van de snelweg: je mag misschien niet veel harder rijden, maar doordat er meer rijbanen zijn en het verkeer slimmer wordt geregeld, sta je nooit meer in de file, zelfs niet tijdens de spits.

Het antwoord op de vraag of je het verschil echt merkt, hangt sterk af van je thuissituatie. Als je alleen woont en slechts één laptop en een telefoon gebruikt, zal de sprong van wifi 5 naar wifi 6 wellicht aanvoelen als een kleine, nauwelijks merkbare verbetering. Het echte verschil wordt pas duidelijk in een huishouden vol slimme apparaten. Wifi 6 excelleert namelijk in omgevingen waar meerdere mensen tegelijkertijd streamen, gamen en videobellen, terwijl op de achtergrond slimme thermostaten en deurbellen ook verbinding zoeken. De router kan met wifi 6 gelijktijdig data naar meerdere apparaten sturen in plaats van snel tussen alle apparaten te moeten wisselen, wat zorgt voor een stabielere verbinding zonder haperingen. Daarnaast communiceren wifi 6-routers efficiënter met je apparaten over wanneer ze moeten 'slapen' en 'wakker worden', wat een positief effect heeft op de batterijduur van je smartphone en laptop.

©YurolaitsAlbert

Snel over de VIP-strook

Om het plaatje compleet te maken is er ook nog wifi 6E. Dat is een uitbreiding van de wifi 6-standaard die gebruikmaakt van een volledig nieuwe frequentieband: 6 GHz. De traditionele 2,4GHz- en 5GHz-banden die we al jaren gebruiken, zitten inmiddels overvol met signalen van de buren, magnetrons en babyfoons. Wifi 6E opent als het ware een exclusieve VIP-strook waar alleen de allernieuwste apparaten gebruik van mogen maken. Hierdoor heb je geen last van interferentie en haal je extreem hoge snelheden met een zeer lage vertraging. Dat is echter alleen relevant als zowel je router als je ontvangende apparatuur (zoals je nieuwste smartphone) wifi 6E ondersteunen.

Al met al is de overstap naar wifi 6 of 6E zeker de moeite waard als je toe bent aan een nieuwe router en in een druk huishouden woont of in een appartementencomplex waar veel signalen door elkaar lopen. Je zult het verschil vooral merken in de stabiliteit van de verbinding wanneer iedereen thuis tegelijk online is. Voor wie weinig apparaten heeft en tevreden is met de huidige snelheid, is een directe upgrade minder noodzakelijk, al is het wel de standaard voor de toekomst.

🎯 Populairste merken routers in NL

TP-Link |  Netgear | Ubiquity AVM Fritz! | ASUS

Wi-Fi 6-routers worden op Kieskeurig.nl steeds populairder, vooral vanwege hun veel hogere snelheid, betere stabiliteit en het vermogen om veel apparaten tegelijk te verbinden zonder snelheidverlies. Merken als AVM (met de FRITZ!Box-serie), TP-Link (o.a. Deco en Archer), en Linksys (Velop) scoren daarbij hoog.

Aanraders per merk

AVM FRITZ!Box 5590 Fiber AON
Krachtige glasvezelrouter met 4×4 Wi-Fi 6, 2,5G-poort en uitgebreide mesh- en telefoniefuncties. Geschikt voor hoge snelheden via AON of XGS-PON. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,5.

AVM FRITZ!Box 6690 Cable

High-end kabelrouter met ingebouwde DOCSIS-3.1-modem, 4×4 Wi-Fi 6 en een 2,5G-poort voor extra hoge snelheden. Ondersteunt DECT-smart-home, mesh en uitgebreide netwerkfuncties. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,0.

TP-Link Deco X60 3-Pack

Mesh-systeem voor stabiele dekking door het hele huis met Wi-Fi 6-snelheden tot 2402 Mbit/s op 5 GHz. Inclusief WPA3-beveiliging en ouderlijk toezicht. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 9,3.

Linksys Velop Pro 6E 2-Pack

Tri-band mesh-systeem met een snelle 6 GHz-band voor 4K/8K-streaming en lage latency, geschikt voor grotere woningen. Ondersteunt WPA3 en slimme netwerkoptimalisatie. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 8,6.

TP-Link Archer AX73

Zeer snelle dual-band Wi-Fi 6-router met 5400 Mbit/s totale bandbreedte en sterke beveiliging (WPA3). Met vier gigabit-poorten en USB-aansluiting ideaal voor veeleisende huishoudens. Reviewscore op Kieskeurig.nl: 10,0.

🔟 Over de reviewscores op Kieskeurig.nlOp Kieskeurig.nl schrijven consumenten reviews over producten. Elke review moet voldoen aan kwaliteitscriteria: de reviewer moet aangeven of het product gekocht, gekregen of getest is, er mag geen misleidende taal in staan en de inhoud moet betrouwbaar zijn. Zo worden nep- of spamreacties tegengegaan. Bij de beoordeling zie je niet alleen het gemiddelde cijfer, maar ook hoeveel reviews er zijn. Zo krijg je meteen een indruk of de score op basis van één enkele review is of op basis van veel gebruikerservaringen.