ID.nl logo
Zo leg je het beste thuisnetwerk aan
© Reshift Digital
Huis

Zo leg je het beste thuisnetwerk aan

Een goed thuisnetwerk is meer dan wat draadjes in je router en vereist daarom een goed plan. Een verhuizing is daarom een perfect moment voor het aanleggen van een goed thuisnetwerk. Ook als je al een netwerk hebt, kun je misschien een hoop verbeteren.

Eigenlijk is er vrijwel niemand zonder thuisnetwerk. Alle providers leveren tegenwoordig doorgaans in één apparaat een modem en draadloze router met doorgaans vier netwerkaansluitingen. Dit voldoet voor heel simpel gebruik in situaties waarin je nauwelijks bedrade apparatuur hebt en vooral gebruik maakt van wifi. In de praktijk loop je al snel tegen de beperkingen aan en een volwaardig thuisnetwerk kun je het eigenlijk niet noemen. Lees ook: 20 tips voor een optimaal thuisnetwerk.

Want hoe sluit je je pc op de eerste verdieping snel aan op internet en hoe regel je dat je ook op zolder een snelle draadloze verbinding hebt? Voor een goed en flexibel thuisnetwerk heb je een goede infrastructuur nodig, zodat je overal in huis netwerkapparatuur kunt aansluiten. In het ideale geval heb je in iedere kamer een dubbele netwerkaansluiting. Hierop kun je apparaten als pc's, televisies of mediaspelers aansluiten. Als je een bekabeld netwerk goed wilt aanleggen, komt daar wel meer bij kijken dan wat stekkertjes knijpen op een kabel die uit de muur komt. "Wat ik altijd het eerste zeg: monteer het af op een contactdoosje. Een los kabeltje gaat kapot en een stekkertje is storingsgevoelig.", legt Gijs Voerman, netwerkspecialist bij Hollander Techniek, uit.

Kabels juist voor draadloos

Vaste netwerkaansluitingen zijn niet alleen handig voor je bekabelde apparatuur, juist je draadloze apparatuur zoals smartphones, tablets en laptops profiteren van een goede infrastructuur. Doorgaans heb je op je begane grond (waar je draadloze router staat) een prima signaal, maar is er op de eerste verdieping of zolder weinig over van je netwerkdekking. Door je hele huis van netwerkaansluitingen te voorzien ben je ook flexibel in het toevoegen van draadloze accesspoints en heb je overal een goede dekking.

De juiste kabel

Netwerkkabels zijn in vele verschillende soorten te koop, dus zonder de juiste informatie is de kans groot dat je niet de juiste kabel aanschaft. Allereerst worden kabels onderverdeeld in verschillende snelheidscategorieën die aangeduid worden door Cat met een getal erachter. Je zult in winkels Cat 5e, Cat 6, Cat 6a en Cat 7 tegenkomen. Het goede nieuws is dat al deze categorieën geschikt zijn voor de gigabitsnelheid die momenteel het meest gebruikt wordt. Wil je niet teveel geld uitgeven, dan kies je het beste voor Cat5e-kabels. Het voordeel is dat de kabels relatief dun en soepel zijn waardoor ze eenvoudig door een buis zijn te trekken. Het nadeel is dat een snelheid van 1 Gbit/s gelijk het maximale is, voor een toekomstige hogere snelheid heb je een betere kabel nodig. "Cat6 hoef je in ieder geval niet over na te denken. Deze kabels zijn net als Cat 5e gecertificeerd tot een snelheid van 1 gigabit en hebben als nadeel dat ze dikker en duurder zijn.", zegt Voerman. Wil je wel voorbereid zijn op de toekomst, dan heb je Cat 6a of Cat 7 nodig, die beide geschikt zijn voor snelheden tot 10 Gbit/s. Cat 6a is goedkoper en volgens Voerman hierdoor de juiste keuze voor thuis.

Vast of soepel

Voor het aanleggen van je bekabeling koop je netwerkkabel op een rol waar je de juiste lengte afknipt die je in bijvoorbeeld je muur verwerkt. Netwerkkabels zijn beschikbaar met een soepele (stranded) of vaste (solid) kern. Bij een vaste kern bestaan de aders uit één dikker koperdraadje, terwijl bij een soepele kabelde aders uit heel dunne koperdraadjes bestaan. Het is gelukkig niet lastig om te onthouden welke kabel je nodig hebt: ga je de kabels vast in je muur of op een andere manier verwerken om een netwerkaansluiting te maken, dan kies je voor kabels met een vaste kern. "Het is niet anders dan bij je elektrische installatie. In de muren is installatiedraad verwerkt, er komt ook geen snoer in de muur. Alleen het laatste stukje vanaf het stopcontact doe je met een snoer."

©PXimport

Je kunt netwerkkabels op een rol van bijvoorbeeld 100 meter kopen.

Koop koper!

Je weet nu dus dat je een rol netwerkkabel met een vaste kern nodig hebt. Pas wel op, want de ene kabel is ondanks de aanduiding 5e of 6a toch de andere niet. Voor de beste prestaties zijn de aders in een netwerkkabel vervaardigt uit koper. Koper is echter relatief duur en daarom zijn er ook kabels in de handel waarvan de aders gemaakt zijn van aluminium of ijzer omhuld met een dun laagje koper. "Er is een hoop rotzooi op de markt, koop daarom in ieder geval geen merkloos product", waarschuwt Gijs Voerman. Kom je de term CCA (Copper Clad Aluminium) of CCS (Copper Clad Steel) tegen, dan kun je de kabel beter in de winkel laten liggen.

Patchkabels

Voor het aansluiten van apparatuur op je netwerk gebruik je patchkabels, dit zijn netwerkkabels met een soepele kern die aan beide kanten voorzien zijn van een RJ45-stekker. Je kunt patchkabels zelf maken door RJ45-stekkertjes op een soepele kabel te knijpen met een netwerktang. Dat is volgens Voerman geen goed idee: "Ik raad je aan om niet zelf patchkabels te knijpen en kant-en-klare-patchkabels te gebruiken. Storing zit vrijwel altijd in het zelf aangeknepen stekkertje. Professioneel gebruiken we ook enkel kant-en-klare patchkabels." In theorie ben je met zelf gemaakte kabels flexibeler, maar je kunt kant-en-klare patchkabels kopen in iedere denkbare lengte en kleur.

Gooi die kabeltang maar weg!

De reden dat zelfgemaakte patchkabels voor storing zorgen, is doordat de stekkertjes niet goed zijn aangesloten op de kabel. "Storing in de aangeknepen stekker komt doordat er thuis doorgaans goedkopere krimptangen gebruikt worden. Die goedkopere tangen kunnen het stekkertje niet goed aanknijpen, wat tot storingen leidt. Duurdere en betere tangen ontgrendelen pas als het echt goed is aangeknepen. Je ziet dat echter niet en die tang van twintig euro doet het toch? Knijp je bij storing met een goede tang het stekkertje nog een keer na, dan is de storing doorgaans opgelost.", zegt Voerman. Wil je toch per se zelf patchkabels maken, dan vind je een stappenplan op onze website. Zorg dan wel een voor een goede kabeltang die de connectoren goed in één keer tegelijkertijd aandrukt. Maak alleen zelf patchkabels op basis van Cat5e-kabels. Sommige fabrikanten beweren wel dat je ook Cat6- of zelfs Cat6a-patchkabels kunt maken, maar wij raden je dat niet aan.

Kabels trekken

Met alleen het kopen van de juiste kabels ben je er niet, je moet ze vanaf je centrale ruimte naar de verschillende ruimtes voeren. In een nieuwer huis lopen er waarschijnlijk loze leidingen vanuit de meterkast naar de diverse ruimtes. Heb je geen lege leidingen, dan zul je gebruik moeten maken van creatieve oplossingen als geboorde gaten, kabelgoten en holle plinten. Iets wat je nooit moet doen, is een netwerkkabel trekken door dezelfde leiding waar ook elektriciteitskabels doorheen lopen. Voor het trekken van een kabel heb je een trekveer nodig. In een loze leiding zit doorgaans een contactdraad waarmee je kunt achterhalen welke leiding waar uitkomt. Deze draad kun je gebruiken om een trekveer door de leiding te trekken. Bevestig de netwerkkabels aan de trekveer door de gestripte koperdraadjes aan het oogje vast te maken. Met behulp van duct tape kun je de kabel extra vastmaken.

Trek kabels met zijn tweeën. Eén persoon voert de kabel in, terwijl de andere persoon aan de andere kant aan de trekveer trekt. Voerman waarschuwt om niet te ruw met de kabel om te gaan. "Wees tijdens het verwerken lief voor de kabel. Ga er niet op staan, de mantel wordt dan geplet waardoor de karakteristieke impedantie verandert en het signaal gaat reflecteren." Loopt de kabel stroef, ga dan niet heel hard trekken. Je kunt talkpoeder of speciaal kabelglijmiddel gebruiken om de wrijvingsweerstand van de kabel te verminderen. Gebruik in ieder geval geen zeepsop, groene zeep of afwasmiddel. Dat werkt tijdens het trekken waarschijnlijk wel, maar zal opdrogen tot een plakkerige substantie waar je last van hebt als je de kabel er ooit weer uit wilt halen.

©PXimport

Als je geluk hebt, lopen er in je huis loze leidingen die uitkomen in je meterkast.

Wandcontactdozen

In de ruimtes waar je een netwerkaansluiting wilt hebben, werk je de netwerkaansluiting af met een wandcontactdoos. Wandcontactdozen zijn beschikbaar in een inbouwvariant die past in de inbouwdoos waar de leiding in uitkomt of als opbouwvariant die je op een muur schroeft. Simpele Cat 5e-dozen heb je voor ongeveer een tientje. Cat 6a-varianten zijn duurder en kosten zo'n twintig euro. Daarnaast kun je ook kiezen voor een los binnenwerk dat je kunt combineren met elementen van de fabrikant van de rest van het schakelmateriaal dat je in huis hebt. Dan zijn de raampjes bijvoorbeeld hetzelfde als de raampjes van je stopcontacten. De netwerkkabels worden in beide gevallen middels LSA-stroken (zie kader 'LSA-stroken afmonteren') gemonteerd in de wandcontactdoos. Je kunt ook kiezen voor een wandcontactdoos gebaseerd op keystone-modules. Dit zijn blokjes met een netwerkaansluiting waar je de netwerkkabel op afmonteert.

Deze keystone-modules verwerk je vervolgens in een hiervoor geschikt wandcontactdoosraampje dat je eveneens kunt krijgen van dezelfde fabrikant als de rest van je schakelmateriaal. Het voordeel van deze aanpak is dat er keystone-modules verkrijgbaar zijn die je kunt afmonteren zonder gereedschap en je dan dus geen LSA punch-down tool nodig hebt.

©PXimport

Je kunt je netwerkaansluitingen afwerken met hetzelfde schakelmateriaal als bijvoorbeeld je stopcontacten.

Afwerken in de meterkast

Doorgaans is de meterkast het centrale punt in je netwerk. Ook hier werk je een netwerkkabel netjes met een netwerkaansluiting af, knijp zeker geen stekkertjes op een kabel met een vaste kern. Heb je een beperkt aantal netwerkkabels af te werken, dan kun je dat net als in de andere ruimtes doen met dubbele wandcontactdoosjes in een opbouwvariant. Heb je echter meer kabels, dan is het handiger om met een patchpanel te werken. Dit is een kastje met een groter aantal netwerkaansluitingen waarop je netwerkkabels afmonteert.

Voor thuis in de meterkast is een desktop-patchpanel handig. Anders dan de naam doet vermoeden, kun je een dergelijk patchpanel eenvoudig aan de muur schroeven. Ze zijn beschikbaar in varianten met acht of twaalf poorten. Patchpanels met meer poorten zijn alleen beschikbaar in varianten die je in een patchkast of patchrek moet verwerken en hebben een breedte van 10 of 19 inch. Zelf hebben we een desktop-patchkastje van Digitus gebruikt voor acht aansluitingen.

LSA-stroken afmonteren

In (binnenwerken voor) wandcontactdozen en in patchpanelen worden de netwerkaders gemonteerd via zogenoemde LSA-stroken. Deze aansluitingen bevatten een mesje die de mantel van de aders doorsnijdt en goed contact maakt. Je hebt een speciale LSA punch-down tool nodig om de aders vast te zetten in de LSA-strook. Je kunt een LSA punch-down tool aanschaffen voor zo'n tien euro. Voor thuisgebruik voldoet een goedkoop exemplaar prima.

©PXimport

Sluit alle acht aders aan, de overbodige stukjes draad worden door de punch-down tool afgesneden.

Actieve apparatuur

Nu je het passieve gedeelte van je thuisnetwerk op orde hebt, is het tijd om de actieve infrastructuur aan te sluiten. Je router is de centrale spil in je thuisnetwerk. Dit apparaat is verantwoordelijk voor het toegang geven van alle aangesloten apparaten door ze bijvoorbeeld een IP-adres toe te kennen en ze toegang te geven tot internet. In routers voor thuisgebruik zit tegenwoordig ook altijd een draadloos accesspoint ingebouwd. Als je het apparaat van je internetprovider hebt gekregen, is er vaak ook een modem in hetzelfde apparaat geïntegreerd. Het maakt voor de opbouw van je netwerk niet heel veel uit welke router je als basis gebruikt.

Switch

In je meterkast of centrale punt zijn je netwerkkabels afgemonteerd op wandcontactdozen of een patchpanel. Om de poorten in de gebruiksruimten actief te kunnen gebruiken moet je in de meterkast de poorten met een patchkabel verbinden met een switch. Je hebt per netwerkaansluiting één poort op een switch nodig. In de meeste routers is al een switch met vier poorten ingebouwd; tot vier afgemonteerde poorten heb je dus geen extra switch nodig.

Heb je echter meer aansluitingen afgemonteerd en dat is al het geval als je in drie kamers een dubbele aansluiting monteert, dan heb je een losse switch nodig. Je kunt bijvoorbeeld switches kopen met vijf, acht, zestien en vierentwintig poorten. Switches tot en met zestien poorten kun je vinden in compacte uitvoeringen die je zo op de muur kunt schroeven. Switches met meer poorten zijn doorgaans bedoeld voor montage in een patchkast of patchrek. Een gigabitswitch met acht poorten kost je zo'n twintig tot veertig euro. Koop in ieder geval een gigabitswitch van een bekend merk en let erop of je de switch aan de muur kunt bevestigen. Verbind alle poorten op het patchpanel met een poort van de switch. Tot slot sluit je een patchkabel aan tussen de switch en een poort op de switch van je router.

Upgraden met een switch

Netwerkverkeer tussen aangesloten apparaten blijft binnen de switch en gaat dus niet via de router. Je kunt een switch dan ook gebruiken om een netwerk gebaseerd op een 100 Mbit/s-router up te graden naar gigabit. Hang een gigabit-switch achter de router en je hele achterliggende netwerk wordt geschikt voor gigabit. Uiteraard blijft de verbinding naar internet dan wel beperkt tot 100 Mbit/s. Hetzelfde werkt ook op een switch op het einde van je netwerk. Heb je een 100Mbit/s-netwerk en zet je in je studeerkamer een gigabitswitch, dan kan de apparatuur die je op die switch aansluit met elkaar communiceren op gigabitsnelheden.

Router als accesspoint

Soms is een complete draadloze router interessanter dan een apparaat dat door een netwerkfabrikant als accesspoint verkocht wordt. In een dergelijk apparaat zit vaak geen switch terwijl in een draadloze router wel een switch zit ingebouwd. Handig als je op de netwerkaansluiting waar je het accesspoint op aansluit nog andere netwerkapparatuur wilt aansluiten. Een draadloze router die je als accesspoint inzet, moet je wel zo configureren dat hij niet als tweede router functioneert. Soms biedt de fabrikant daar zelf een aparte modus voor, in dat geval kun je de netwerkkabel doorgaans op de WAN-poort aansluiten. Biedt de fabrikant geen speciale modus, dan moet je zelf zaken als de DHCP-server uitschakelen. Je sluit de netwerkkabel dan aan op één van de normale switchpoorten en gebruikt de WAN-aansluiting dan niet.

Netwerktopologie

Het is voor de opbouw van je netwerk het mooiste om met één hoofdswitch te werken. Kom je op een switch met acht poorten echter één poortje te kort, dan is het prijsverschil tussen een switch met acht poorten en een stap hoger met zestien poorten wel erg hoog. Sluit op de switch van je router dan indien mogelijk een poort aan die niet (altijd) gebruikt wordt. In het ideale geval heb je maar één switch waarop al je bedrade apparatuur is aangesloten. Thuis is dat natuurlijk een beetje onpraktisch, het is bijna onmogelijk om zes netwerkaansluitingen bij je televisie te realiseren. Je kunt in je televisiemeubel zonder probleem een switch neerzetten om alle apparatuur aan te sluiten. Zorg er wel voor dat additionele switches altijd direct verbonden zijn met je primaire hoofdswitch, maak dus geen verdere aftakkingen.

Accesspoint

Om dat je bij een goed thuisnetwerk heel je huis van netwerkaansluitingen hebt voorzien, ben je heel flexibel in het neerzetten van draadloze accesspoints. Zeker als je gebruikt wilt maken van 802.11ac moet je accesspoint relatief dichtbij staan, het liefst zelfs in dezelfde ruimte als waar je je laptop, tablet of smartphone gebruikt. Er zijn ook accesspoints die ook hun energie uit de netwerkkabel kunnen halen, dit wordt Power over Ethernet (PoE) genoemd. Er zijn speciale (dure) switches die dit ondersteunen, maar je kunt ook werken met losse PoE-injectors waarmee je bepaalde ethernetaansluitingen in je netwerk van elektrische spanning kunt voorzien.

Powerline

De nieuwste generatie powerline-adapters haalt in de praktijk een snelheid van maximaal 270 Mbit/s, terwijl de vorige generatie zo'n 130 Mbit/s haalt. In wat mindere omstandigheden wordt het in alle gevallen al snel zo'n 100 Mbit/s. Een powerline-adapter is dus geen echt alternatief voor een netwerkverbinding, maar voor internet of het delen van een printer voldoet powerline doorgaans wel.

©PXimport

Optimalisatie

Nu je je infrastructuur hebt aangelegd en je apparatuur hebt aangesloten, zal je netwerk waarschijnlijk prima werken. Er zijn op je router wel een aantal zaken waar je naar kunt kijken om je netwerk optimaal in te stellen. Log hiervoor in op de webinterface van je router, meestal is deze bereikbaar door 192.168.1.1 in te tikken in het adresveld van je browser. Werkt dit niet, dan kun je het IP-adres van je router achterhalen door een specifiek commando te tikken achter de opdrachtprompt. In Windows 8.1 open je de commandoprompt door in het startscherm opdrachtprompt te tikken. In Windows 7 tik je opdrachtprompt in het zoekveld van het startmenu. Tik vervolgens het commando ipconfig in (gevolgd door een Enter). Het adres achter Standaardgateway is het IP-adres van je router.

©PXimport

Via de Opdrachtprompt kun je het IP-adres van je router achterhalen.

DHCP

Een van de hoofdtaken van je router is ervoor zorgen dat alle netwerkapparatuur met elkaar kan communiceren. Ieder apparaat heeft hiervoor een uniek IP-adres in de reeks van je router, deze reeks is doorgaans 192.168.1.x. Er zijn 254 adressen IP-adressen mogelijk (1 tot en met 254) waarvan er eentje (meestal de eerste) al door je router zelf geclaimd wordt. Je router kent aan ieder apparaat automatisch een IP-adres toe via een DHCP-server. Via de webinterface van je router kun je achterhalen of hoeveel IP-adressen de DHCP-server kan uitdelen. Kijk vooral of het genoeg adressen zijn, want doorgaans is niet de hele reeks van mogelijke adressen gereserveerd.

©PXimport

Controleer of de DHCP-server genoeg adressen heeft gereserveerd.

Vaste IP-adressen en reserveringen

DHCP geeft geen zekerheid dat een apparaat altijd hetzelfde IP-adres krijgt toegewezen, terwijl dat voor apparaten als een NAS of printer wel handig is. Je kunt daarom werken met vaste IP-adressen. Je logt in op de webinterface van het desbetreffende apparaat en stelt een IP-adres in dezelfde reeks als de rest van je netwerk, maar wat buiten het bereik van je DHCP-server ligt zoals 192.168.1.200. In het veld netwerkmasker vul je 255.255.255.0 in. Als er een veld is voor gateway of router vul je het IP-adres van je router in, meestal is dit 192.168.1.1.

Op veel routers kun je daarnaast ook vaste IP-adressen via de DHCP-server toekennen. Deze mogelijkheid tot DHCP-reserveringen wordt door iedere routerfabrikant anders genoemd. Onze ASUS-router spreekt over 'Manually Assigned IP around the DHCP list', terwijl andere fabrikanten het over DHCP Reservations, DHCP-reserveringen of Static Lease hebben. Hoe het ook genoemd wordt, je tikt het MAC-adres van het netwerkapparaat in de ene kolom en het IP-adres dat je wilt toekennen in de andere kolom. Uiteraard moet het adres wel in hetzelfde subnet als de DHCP-server liggen, bijvoorbeeld 192.168.1.200. Het MAC-adres van een netwerkapparaat als een NAS of netwerkprinter is te achterhalen in de webinterface van het desbetreffende apparaat. Het staat doorgaans ook op een sticker achterop het apparaat. Mocht het apparaat momenteel via DHCP een IP-adres toegewezen krijgen, dan kun je de gegevens ook terugvinden in het DHCP-overzicht van je router. Kun je het nog steeds niet vinden? Gebruik dan het tooltje Wireless Network Watcher.

©PXimport

Een vast IP-adres zorgt ervoor dat je je NAS of printer altijd kunt bereiken.

Verder lezen

Zo verbeter je je draadloze thuisnetwerk

Zo versterk je de wifi-verbinding

▼ Volgende artikel
Review Fender x Teufel Rockster Cross 2 – Draagbare speaker met gitaarlooks
© Maikel Dijkhuizen
Huis

Review Fender x Teufel Rockster Cross 2 – Draagbare speaker met gitaarlooks

De reguliere Rockster Cross 2 van Teufel kwam afgelopen zomer op de markt. Onlangs bracht de Duitse audiospecialist in samenwerking met Fender een speciale uitvoering uit. Het fraaie 'gitaarversterkerdesign' komt grotendeels uit de koker van het bekende instrumentenmerk. Wat heeft deze bluetooth-speaker nog meer te bieden?

Fantastisch
Conclusie

Zoek je een goed klinkende bluetooth-speaker met een origineel design? Wanneer het stevige prijskaartje van zo'n driehonderd euro geen bezwaar is, schaf je met de Fender x Teufel Rockster Cross 2 een prima exemplaar aan. Andere pluspunten zijn de comfortabele draagriem, powerbankfunctie en stevige constructie.

Plus- en minpunten
  • Origineel uiterlijk
  • Solide constructie
  • Behuizing kan ietwat achterover hellen
  • Powerbankfunctie
  • 3,5mm-geluidsingang
  • Drie actieve audiodrivers
  • Lange batterijduur
  • Goede audiokwaliteit
  • Geluidsopties wijzigen in app
  • Zware behuizing
  • Duur

Wie weleens een gitaarversterker van Fender heeft gezien, weet meteen waar de vormgeving van de Fender x Teufel Rockster Cross 2 op is gebaseerd. Zo bevat het zilverkleurige speakergaas linksboven het sierlijke logo van de Amerikaanse producent. Dat is precies hoe Fender veel van zijn gitaarversterkers vormgeeft.

©Maikel Dijkhuizen

Naast de bluetooth-speaker zitten er een handleiding, usb-c-oplaadkabel en draagriem in de productdoos.

Zwaar, maar toch mobiel

Met een gewicht van 2,4 kilo is deze bluetooth-speaker bepaald geen lichtgewicht. Toch neem je de Rockster Cross 2 vrij eenvoudig mee. De achterzijde bevat namelijk twee handgrepen, waardoor je voldoende grip hebt. Een andere optie is om door middel van twee karabijnhaken de bijgesloten verstelbare draagriem te bevestigen. Het uiterlijk van deze riem lijkt trouwens sprekend op een gitaarband van Fender. Handig, want je draagt dit apparaat dus met je schouder.

De behuizing is zeer sterk en kan dus absoluut een stootje hebben. Het product voldoet aan de IPx5-norm, zodat het wel een spatje regen kan verdragen. Staat de Rockster Cross 2 eenmaal op zijn plek, dan zal de speaker niet zo gauw verschuiven. Het apparaat rust namelijk op vier lange antislipvoetjes. Een interessante optie is dat je de luidspreker ietwat achterover kunt laten hellen. Zet de behuizing dan schuin neer.

©Maikel Dijkhuizen

Dankzij de brede 'gitaarband' neem je de bluetooth-speaker makkelijk mee.

Aansluitingen

Dankzij de aanwezige bluetooth5.3-adapter verbind je vlot een smartphone of tablet. Het is bovendien mogelijk om gelijktijdig twee mobiele toestellen te koppelen. Voor oplaaddoeleinden zit er aan de achterkant een usb-c-poort met powerbankfunctie. Kortom, je laadt onderweg zo nodig jouw smartphone of smartwatch op. Achter hetzelfde klepje vind je trouwens ook een 3,5mm-geluidsingang. Hierop kun je eventueel een bekabelde audiobron aansluiten. Verder is er een behoorlijke accu ingebouwd. Teufel belooft namelijk een luistertijd van 38 uur bij een gemiddeld volumeniveau van 70 decibel. In de beschikbare ecomodus is dat zelfs naar verluidt 46(!) uur, maar dat gaat dan wel ten koste van de audiokwaliteit.

©Maikel Dijkhuizen

Achter het klepje zijn een usb-c-oplaadpoort en 3,5mm-geluidsingang verstopt.

Stevige beats

Voor een adviesprijs van maar liefst 299,99 euro mag je natuurlijk een goede audiokwaliteit verwachten. Gelukkig is dat ook het geval, want deze bluetooth-speaker levert een natuurgetrouw geluid. Twee tweeters en een behoorlijke woofer zijn verantwoordelijk voor de audioweergave. Vanwege deze verschillende actieve drivers is er een duidelijke scheiding tussen de hoge en lage tonen te horen. De muziek klinkt hierdoor erg levendig. Gebruik de Rockster Cross 2 ook gerust om een feestje te bouwen. Hij kan namelijk zeer luid spelen, waarbij de bas zich duidelijk laat gelden.

De bovenzijde telt enkele fysieke knoppen. Daarmee koppel je een nieuwe bluetooth-bron, wijzig je het volume en pauzeer je de muziek. Daarnaast kun je tussen drie geluidsmodi switchen en een tweede Rockster Cross 2 draadloos koppelen. Met laatstgenoemde opstelling luister je naar echt stereogeluid. Je gebruikt jouw smartphone optioneel als veredelde afstandsbediening. Installeer hiervoor de Teufel Go-app, waarna je diverse geluidsinstellingen naar eigen wens aanpast.

©Maikel Dijkhuizen

Deze bluetooth-speaker heeft aan de bovenzijde enkele fysieke bedieningsknoppen.

Fender x Teufel Rockster Cross 2 kopen?

Zoek je een goed klinkende bluetooth-speaker met een origineel design? Wanneer het stevige prijskaartje van zo'n driehonderd euro geen bezwaar is, schaf je met de Fender x Teufel Rockster Cross 2 een prima exemplaar aan. Andere pluspunten zijn de comfortabele draagriem, powerbankfunctie en stevige constructie.

▼ Volgende artikel
Nieuwe pc? Zo neem je al je instellingen mee
© ID.nl
Huis

Nieuwe pc? Zo neem je al je instellingen mee

Wie overstapt naar een andere computer denkt meestal meteen aan het overzetten van programma's en bestanden zoals documenten en foto's. De vele persoonlijke instellingen en voorkeuren die zorgvuldig zijn opgebouwd, raken helaas vaak verloren. Hoe zorg je ervoor dat je je ook op het andere systeem meteen weer helemaal thuis voelt?

Wat gaan we doen?

Als je al een tijd op dezelfde computer werkt, heb je ongetwijfeld niet alleen het besturingssysteem op je eigen manier aangepast, maar ook je favoriete applicaties. Denk aan je vertrouwde bureaubladthema, spellingsinstellingen, woordenlijsten, aangepaste werkbalken en browserextensies. Juist deze (vaak kleine) aanpassingen maken een systeem echt persoonlijk en vlot bruikbaar. Gelukkig kun je heel wat van die personalisaties relatief eenvoudig meenemen. In dit artikel laten we je zien hoe je dat aanpakt voor Windows, kantoorsuites, browsers en andere applicaties. We gaan verder dan synchronisatie via cloudaccounts en laten je zien hoe je met (gratis) tools ook instellingen van losse applicaties veilig migreert.

Lees ook: Vind de perfecte laptop: alles wat je moet weten voor de juiste keuze

Synchronisatie via Windows-account

Windows biedt veel instellingen die je werkomgeving persoonlijker maken, zoals visuele thema's, spellingsvoorkeuren en meer. Sommige vereisen handmatig werk of externe tools, maar een aantal laat zich automatisch synchroniseren via je Microsoft-account. Laten we hiermee beginnen. Zorg dat je met zo'n account bent aangemeld bij Windows. Dit regel je via Instellingen / Accounts / Uw info. Klik daar op In plaats daarvan aanmelden met een Microsoft-account en volg de instructies.

Open daarna Accounts / Windows-back-up en druk op Beheren. Bevestig met Ja, synchroniseren / Gereed. Herstart de module Instellingen en open opnieuw Windows back-up. Schakel Mijn apps onthouden in als je op een andere pc met hetzelfde account dezelfde apps uit de Microsoft Store wilt gebruiken. Open Mijnvoorkeuren onthouden om aan te geven of je ook de onderdelen Accounts, WiFi-netwerken en wachtwoorden, Taalvoorkeuren en woordenlijst en diverse instellingen wilt synchroniseren.

Je kiest zelf hoever de automatische synchronisatie mag gaan.

Handmatige sync Windows

Zo'n accountsynchronisatie is handig, maar niet alle personalisatie-instellingen worden meegenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor geluidsschema's of muisaanwijzers. Of misschien meld je je liever helemaal niet aan met een Microsoft-account, of vertrouw je deze cloudsynchronisatie niet, ook al is er sprake van dataversleuteling. Dan kun je de migratie ook handmatig doen.

We beginnen met het overzetten van een Windows-thema, aangezien dat meerdere onderdelen omvat, zoals lokaal opgeslagen achtergronden, accent- en vensterkleuren, een geluidsschema en de muiscursorstijl. Ga naar Instellingen / Persoonlijke instellingen / Thema's. Dubbelklik op de miniatuur van het gewenste thema, of klik op Bladeren door thema's om er een nieuw te kiezen in de Microsoft Store. Bovenaan kun je het thema aanpassen via de opties Achtergrond, Kleur, Geluiden en Muiscursor. Gebruik telkens het pijltje linksboven om terug te keren. Sla daarna je aangepaste thema op met Opslaan en geef het een naam. Klik vervolgens met rechts op de miniatuur van dit geselecteerde thema en kies Thema voor delen opslaan. Bewaar het als .deskthemepack-bestand (dat eigenlijk een zip-bestand is) op een extern of gedeeld medium. Dubbelklik je op dit bestand in Verkenner van je andere systeem, dan wordt het automatisch uitgepakt en als Windows-thema geïnstalleerd.

Stel je eigen Windows-thema samen en exporteer het.

Lettertypes en screensavers

Misschien heb je ook zelf een of meer extra lettertypes en screensavers geïnstalleerd, en wil je deze overzetten. Dit kan handmatig als volgt. Voor lettertypes typ je %windir%\fonts in de adresbalk van Verkenner. Selecteer met ingedrukte Ctrl-toets alle gewenste lettertypebestanden, klik er met rechts op en kies Kopiëren naar. Sla deze bestanden op een extern of gedeeld medium op. Op de andere pc selecteer je de bestanden, klik je er met rechts op en kies je Installeren (voor alle gebruikers).

Het overzetten van screensavers verloopt op vergelijkbare wijze. Open de mappen %windir%\System32 en %windir%\SysWOW64, selecteer de gewenste scr-bestanden en kopieer ze naar een geschikt medium. Plak ze op de andere pc in %windir%\System32 en bevestig de kopieeractie als administrator. Je installeert een screensaver door er met rechts op te klikken en Installeren te kiezen, of via Instellingen / Persoonlijke instellingen / Vergrendelingsscherm / Schermbeveiliging.

We hebben een PowerShell-script gemaakt dat dit grotendeels automatiseert. Download het bestand exporteer-extrafonts-ss.ps1 (dit is de downloadlink) op je nieuwe pc, klik er met rechts op en kies Run with PowerShell (als administrator). Je vindt de screensavers en de meeste lettertypes nu op je bureaublad (behalve enkele standaardfonts die je in het script kunt aanpassen bij Fonts uitgezonderd), in submappen van FontScreenSaverBackup.

Je kunt screensaver-bestanden kopiëren en eenvoudig weer elders installeren.

Pictogramlay-out

Na verloop van tijd raak je ongetwijfeld gewend aan de lay-out van je bureaubladpictogrammen en snelkoppelingen. Om deze over te zetten naar een andere pc moet je eerst de snelkoppelingen en bestanden (eventueel handmatig) naar het bureaublad van dat systeem kopiëren. Je vindt deze snelkoppelingen (met extensie .lnk) in c:\users\<je-accountnaam>\desktop voor je eigen account en in c:\users\public\desktop voor alle gebruikers. Dit is echter niet iets wat je snel zult doen. Met het gratis en portable DesktopOK kun je de pictogramlay-out makkelijk opslaan en exporteren via DesktopOK / Pictogrammenindeling opslaan als *.DOK. Later kun je deze ook weer importeren via Pictogrammenindeling laden uit *.DOK. Dit werkt ook handig op dezelfde pc als je oorspronkelijke lay-out per ongeluk door de war is geraakt.

In principe kun je ook je vertrouwde pictogramlay-out terugzetten.

Profielen

De makkelijkste manier om je Windows-account naar een andere pc over te zetten is via een Microsoft-account (zie paragraaf 1, Synchronisatie via Windows-account). Toch wordt het gebruikersprofiel niet volledig meegenomen. Onder meer lokale bestanden, programmavoorkeuren buiten de Microsoft Store en appdata-mappen, zoals macro's, sjablonen en scripts, blijven achter.

In afwachting van een (vernieuwde) migratietool die Microsoft binnenkort belooft, kun je TransWiz gebruiken. Met de gratis versie kun je één account tegelijk overzetten, maar je kunt dit gewoon herhalen voor andere profielen. Dit werkt ook bij profielen die aan een Microsoft-account zijn gekoppeld. Schakel desnoods tijdelijk over naar een lokaal account. Na de migratie op de andere pc koppel je het profiel opnieuw aan hetzelfde Microsoft-account via Instellingen / Accounts.

Download TransWiz. Installeer het msi-bestand op beide pc's. Start het programma op je oude pc. Kies I want to transfer data to another computer, klik op Volgende en selecteer het gewenste, niet-actieve account (meld je eventueel tijdelijk aan met een ander account). Klik op Volgende en kies een opslaglocatie voor het zip-bestand. Beveilig dit eventueel met een wachtwoord.

Start TransWiz op het andere systeem, kies I have data I want to transfer to this computer en verwijs naar het zip-bestand. Geef eventueel een andere accountnaam op, kies of dit een standaard- of administratoraccount wordt en stel het wachtwoord in. Na afloop zijn de gegevens overgezet en kun je je aanmelden met het nieuwe profiel.

TransWiz staat op het punt een Windows-profiel te migreren.

Taalinstellingen

Taal en spelling zijn vaak afgestemd op je voorkeuren, dus waarschijnlijk wil je die ook overzetten. De meeste taalinstellingen binnen Windows worden automatisch gesynchroniseerd via je Microsoft-account, maar desnoods doe je dit handmatig, door dezelfde taalpakketten te installeren. Ga hiervoor naar Instellingen / Tijd en taal / Taal en regio en kies Een taal toevoegen.

De toetsenbordindeling is gekoppeld aan de taal, maar je kunt ook handmatig extra indelingen toevoegen. Klik op de drie puntjes naast je voorkeurstaal en kies Taalopties. Scrol naar Geïnstalleerde toetsenborden en klik op Een toetsenbord toevoegen om de gewenste indeling te kiezen. Met Windows-toets+Spatiebalk schakel je vervolgens snel tussen indelingen. Je kunt trouwens ook per app-venster een andere invoermethode instellen via Instellingen / Tijd en taal / Typen / Geavanceerde toetsenbordinstellingen, met de optie Laat me een andere invoermethode instellen voor elk app-venster.

Wanneer je in apps met spellingcontrole, zoals Kladblok, met rechts klikt op een rood onderstreept woord en kiest voor Aan woordenboek toevoegen of Spelling / Aanwoordenlijst toevoegen, dan wordt het woord in Windows toegevoegd aan een gebruikerswoordenboek. Dit vind je in de map %appdata%\Microsoft\Spelling, wellicht in de submap \neutral of in een taal-submap zoals \nl-NL, in het bestand default.dic of custom.dic. Je kunt dit bestand bekijken met een teksteditor en kopiëren naar dezelfde map op je andere toestel om deze woordenlijst(en) over te zetten.

Je wilt vast alle toegevoegde woorden mee naar je andere systeem migreren.

Op zoek naar een nieuwe laptop?

Op Kieskeurig.nl zie je meteen welke het meest in prijs gedaald is

Applicaties

Geïnstalleerde applicaties zomaar overzetten lukt meestal niet, dus zit er weinig anders op dan ze opnieuw te installeren. Voor volledig portable apps volstaat het vaak om de map waarin je ze plaatste te kopiëren.

Er bestaan handige tools waarmee je veel populaire gratis apps met enkele muisklikken op je nieuwe pc installeert. Bijvoorbeeld Ninite en een pakketbeheerder zoals UniGetUI (klik op deze GitHub-pagina in de rechterkolom onder Releases op Latest).

In UniGetUI kies je Pakkettenbundels en klik je op Pakketten toevoegen aan bundel. Gebruik Pakketten ontdekken om apps op te zoeken. Vink de gewenste pakketten aan en klik op Selectie toevoegen aan bundel. Herhaal dit tot je bundel compleet is. Sla deze op via Bundel opslaan als, open de bundel daarna via Bestaande bundel openen, selecteer alle pakketten en bevestig met Selectie installeren.

Stel zelf je applicatiebundel samen om vervolgens alle apps snel te installeren.

Tip: maak een aparte usb-stick

Met al je favoriete portable apps

App-configuraties

Zo installeer je snel veel apps op je nieuwe pc, maar daarmee neem je je persoonlijke instellingen of configuraties nog niet mee. De gratis app CloneApp was hier prima geschikt voor, maar de ontwikkeling is al enkele jaren stopgezet. Je kunt deze nog steeds downloaden en gebruiken, maar weet dat instellingen van nieuwere apps mogelijk niet volledig meer worden meegenomen. De ontwikkelaar biedt intussen een alternatief aan, Appcopier, maar deze tool is vooralsnog beperkt en minder gebruiksvriendelijk.

Je kunt het eventueel handmatig proberen met een tool als FreeFileSync door de belangrijkste configuratiebestanden naar dezelfde maplocaties op je nieuwe pc te kopiëren. Veel van die bestanden zitten in app-specifieke submappen van mappen zoals %AppData%, %LocalAppData% en %ProgramData%, typisch met extensies zoals ini, cfg, conf, config, json, xml, yaml of yml. Het is het proberen waard, maar overschrijf niet zomaar bestaande bestanden op je nieuwe pc.

Upgrades voor CloneApp wachten helaas op een nieuwe ontwikkelaar.

Codes en licenties

Als je op je nieuwe pc programma's installeert die ook al op je oude pc stonden, wil je natuurlijk de softwarelicentie overnemen. Hoe je dat doet, hangt af van de toepassingen zelf. Bij software die aan een account is gekoppeld, hoef je meestal alleen met hetzelfde gebruikersaccount op je nieuwe pc aan te melden. Soms moet je de licentie eerst deactiveren op je oude pc via de instellingen of via een webportaal.

Voor software met een klassieke activatiecode noteer je de licentiecode van de oude installatie. Die vind je vaak in je account, op het doosje of in een mail. Bij de installatie op je nieuwe pc voer je deze opnieuw in. Tools zoals Magical Jelly Bean Keyfinder (gratis beperkte versie) en NirSoft Produkey (gratis) kunnen codes van veel geïnstalleerde programma's uitlezen. Omdat deze tools methoden gebruiken die ook door malware gebruikt wordt, is het normaal dat je virusscanner hierbij een melding geeft.

Sommige apps gebruiken een licentiebestand, met een extensie als lic, dat, key of ini, dat je moet exporteren of kopiëren naar dezelfde locatie op je nieuwe pc. Vaak is opnieuw activeren dan ook nodig.

Veel productsleutels hebben deze tools niet weten te vinden op dit testsysteem.

Lees ook: Technische toolkits voor computerproblemen: dit heb je nodig

Browsers

Je gebruikt waarschijnlijk een of meer browsers die gepersonaliseerd zijn met bijvoorbeeld eigen thema's, bladwijzers, geschiedenis, wachtwoorden en instellingen. De eenvoudigste manier om deze over te zetten, is door de ingebouwde synchronisatie te activeren.

We beginnen met Chrome. Log in met je Google-account (dat vind je rechtsboven), open Instellingen, klik op Jij en Google, ga naar Synchronisatie en Google-services en kies Synchronisatie aanzetten. Druk op de knop Instellingen, kies Beheren wat jesynchroniseert en vink de gewenste onderdelen aan via Synchronisatie aanpassen. Op je nieuwe pc meld je je aan met hetzelfde account en activeer je opnieuw de synchronisatie.

Voor Edge werkt dit op vrijwel dezelfde manier met je Microsoft-account, via Instellingen / Profielen / Synchroniseren. Bij Firefox kan het ook, als je een Mozilla-account hebt, via Instellingen / Synchronisatie.

Heb je geen account, dan wordt het iets omslachtiger. Wachtwoorden kun je exporteren en importeren via de ingebouwde wachtwoordmanager. Voor andere onderdelen gebruik je bijvoorbeeld een gratis tool zoals Hekasoft Backup & Restore (ook portable). Sluit je browsers, start de tool en selecteer de gewenste browser. De app ondersteunt circa 45 browsers. Je ziet meteen hoeveel data er geback-upt wordt. Zorg dat Backup is geselecteerd, klik op Start en kies een naam en locatie voor het back-upbestand (dat ook echt de extensie .backup heeft). Op je nieuwe pc installeer je dezelfde browser, sluit je deze en open je opnieuw de app. Kies Restore en verwijs naar het back-upbestand. Alles werkt netjes via lokale bestanden, zonder cloudverbinding.

Hekasoft Backup & Restore kan met nagenoeg alle browsers overweg.

Synchroniseren Office 365

De kans is groot dat je ook een kantoorpakket gebruikt, en wellicht is dit Microsoft 365 (voorheen Office 365). Persoonlijke instellingen worden dan automatisch gesynchroniseerd tussen systemen, op voorwaarde dat je een geldige licentie hebt en op elk apparaat met hetzelfde Microsoft-account bent aangemeld. Het gaat bijvoorbeeld om je Office-thema, aangepaste woordenlijst, Snelle toegang-werkbalk, Lint-aanpassingen, taalvoorkeuren en (via OneDrive) recente bestanden en persoonlijke sjablonen.

Controleer wel een paar instellingen. Meld je binnen de Office-apps aan met je Microsoft-account (klik desnoods op Aanmelden, rechtsboven). Ga in Windows naar Instellingen /Accounts / Windows-back-up, klik op Beheren bij Uw Microsoft-account synchroniseren met Windows en kies Ja, synchroniseren. Zet vervolgens de optie Mijn voorkeuren onthouden aan en vink bij voorkeur alle opties aan. Gebruik je een werk- of schoolaccount, dan kan je IT-beheerder wel bepaalde synchronisaties beperken (via groepsbeleid).

Voor automatische synchronisatie controleer je enkele instellingen.

Handmatig overzetten Office 365

Je kunt ook specifieke Office-onderdelen handmatig overzetten. Voor sjablonen kopieer je bestanden met extensies als dotx, potx en xltx naar dezelfde map op je nieuwe pc. Deze staan normaal gesproken in C:\Users\<gebruikersnaam>\Documenten\Aangepaste Office-sjablonen. Ook eigen woordenboeken kun je meenemen. Het bestand Custom.dic staat in %AppData%\Microsoft\Uproof, default.dic of custom.dic in %AppData%\Microsoft\Spelling, in de submap \neutral of eventueel andere submappen.

Aanpassingen aan het Lint en werkbalken exporteer je via Bestand /Opties / Lint aanpassen. Klik rechtsonder op Importeren en Exporteren en kies Alle aanpassingen exporteren.

Wil je aangepaste stijlen, marges, regelafstand, macro's of eventueel extra opmaakelementen in Word overnemen, dan kopieer je ook het bestand Normal.dotm uit %AppData%\Microsoft\Templates. Extra macro's kun je ook los exporteren in de VBA-editor (Alt+F11), via Bestand / Bestand exporteren en later Bestand importeren.

Bepaalde Office-voorkeuren, zoals standaard bestandslocaties, zitten in het Windows-register. Een back-up maken kan via de Register-editor (druk op Windows-toets+R en voer regedit uit). Bij recente Word-versies zitten deze in de sleutel Computer\HKEY\_CURRENT\_USER\Software\Microsoft\Office\16.0\Word\Options. Klik met rechts op deze sleutel, kies Exporteren en bewaar het reg-bestand. Dubbelklik op dit bestand op je nieuwe systeem en bevestig tweemaal met Ja om de instellingen te importeren. Je maakt liefst eerst een systeemherstelpunt via Een herstelpunt maken in het Windows-startmenu.

Sommige Office-instellingen zijn opgeslagen in het Windows-register.