ID.nl logo
Hoe weet je of je wachtwoord op straat ligt?
© Reshift Digital
Huis

Hoe weet je of je wachtwoord op straat ligt?

Bedrijven hebben steeds vaker te maken met het verlies van gegevens door menselijk falen of diefstal door criminelen. Tientallen keren per jaar komt er nieuw datalek in het nieuws waarbij wachtwoorden zijn buitgemaakt. Hoe weet je of jouw wachtwoord daar bijzit? En hoe beperk je het risico?

Tip 01: Risico inschatten

Chatten, winkelen en bankieren: we doen steeds meer online. Criminelen weten dat en aangezien er voor hen steeds meer te halen valt, proberen ze constant digitaal in te breken. Daarom worden allerlei databases gehackt, om maar zoveel mogelijk wachtwoorden buit te maken en toegang te krijgen tot gegevens die geld op kunnen leveren. Bij een succesvolle hack kunnen tienduizenden accounts tegelijkertijd buitgemaakt worden. Wanneer het bedrijf de gegevens ook nog eens onversleuteld heeft opgeslagen, kunnen criminelen deze gegevens meteen gebruiken om in te breken.

Toch zijn het lang niet altijd criminelen die voor het lekken van gegevens zorgen. Soms hebben bedrijven hun ict-zaken niet op orde en lekken er gegevens door slecht ontworpen software of een onbeveiligde server. In dat geval is er misschien niet zo veel aan de hand en hebben kwaadwillenden het lek nooit ontdekt. Toch is het in alle gevallen beter om het wachtwoord te wijzigen bij het account van een bedrijf als er een datalek heeft plaatsgevonden.

In mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing geworden. Hierdoor zijn de regels voor het omgaan met persoonlijke gegevens strenger geworden en in Nederland controleert de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) of bedrijven dit wel netjes doen. Als er een datalek is, moet dit ook bij de AP gemeld worden en zij stellen dan een onderzoek in. Op www.autoriteitpersoonsgegevens.nl kun je zien naar welke datalekken de AP onderzoek doet en zien hoe hoog zij het risico van het datalek inschatten.

Tip 02: Wachtwoord gelekt?

Daarnaast is er een aantal sites die grote bestanden met accountgegevens doorzoeken, zodat je kunt checken of je gegevens op straat liggen. Deze sites zijn gemaakt door goedwillende hackers die de databases van inloggegevens doorzoekbaar hebben gemaakt. Hierin kun je zoeken op jouw e-mailadres of gebruikersnaam en zien of jouw wachtwoord in het verleden bij een datalek is buitgemaakt.

Op de website www.haveibeenpwned.com kun je dit controleren. Op de website vul je in de grote zoekbalk jouw e-mailadres in en vervolgens krijg je alle datalekken te zien waar jouw accounts bijzaten. Hierbij staan uiteraard niet jouw wachtwoorden zelf, want dan kunnen kwaadwillenden de site gebruiken om toegang te krijgen tot je accounts. Er is alleen te zien welke accounts gekoppeld aan jouw e-mailadres onderdeel waren van een datalek bij een bedrijf.

Onder het kopje Passwords kun je wel zoeken op wachtwoorden en zien of je wachtwoord onderdeel is van een datalek uit het verleden. Hier staat alleen of en hoe vaak het wachtwoord voorkomt.

©PXimport

Pwned

De typische naam van de website komt van de term ‘owned’ wat door gamers wordt gebruikt als ze een tegenstander verslaan in een spel. ‘Pwned’ is een verwijzing naar het feit dat dit vaak niet goed getypt wordt en spelers de o voor de p verwisselen. Mogelijk is de maker van de website Have I Been Pwned ook een gamer.

Tip 03: Nederlandse lekken

De database van Have I Been Pwned is niet de enige plek waar gelekte data in verzameld wordt en deze database bevat ook zeker niet alle gelekte gegevens. De Nederlandse Politie is bezig met een eigen database. Bij het in beslag nemen van netwerkapparatuur van criminelen, vindt de politie doorgaans gelekte of gestolen gegevens, en wanneer mogelijk maken ze deze doorzoekbaar.

Hoewel deze database kleiner is dan die van Have I Been Pwned, is dit een handige bron om jouw account ook te checken. Je kunt hier kijken of je account erbij zit.

©PXimport

Tip 04: Wachtwoord wijzigen

Wanneer een dienst waar je een account hebt, gehackt wordt, is het altijd beter om meteen het wachtwoord te veranderen. Het kan zijn dat je gegevens niet bij het lek zaten, maar neem altijd het zekere voor het onzekere. Als het goed is, stelt een bedrijf je op de hoogte als er accountgegevens gelekt zijn.

Zorg dat je een nieuw, uniek wachtwoord aanmaakt. Wanneer je op meerdere plekken het gelekte wachtwoord gebruikt, zorg dan dat je álle accounts wijzigt. Gebruik niet voor elk account hetzelfde wachtwoord, sterk variërende wachtwoorden zijn veiliger. Wanneer er een lek is, hoef je alleen dat wachtwoord aan te passen en kunnen kwaadwillenden niet bij andere accounts.

Voor het maken van een veilig wachtwoord, kun je het beste een zin gebruiken. Dan is jouw wachtwoord altijd lang genoeg en kun je makkelijker zorgen voor een afwisseling tussen letters, cijfers en speciale symbolen. Bijvoorbeeld: DitW@chtwoord1SEenVoorbeeld!

©PXimport

Gebruik niet voor elk account hetzelfde wachtwoord, sterk variërende wachtwoorden zijn veiliger

-

Tip 05: Wachtwoordmanager

Om te zorgen dat je overal een veilig wachtwoord hebt, kun je een wachtwoordmanager gebruiken. Op die manier heb je overal een veilig wachtwoord, zonder dat je ingewikkelde codes hoeft te onthouden. Er zijn verschillende gratis wachtwoordmanagers beschikbaar die op een vergelijkbare manier werken. We kunnen het gebruik van 1Password, Sticky Password en LastPass aanraden. Voor dit voorbeeld gebruiken we LastPass.

Ga hiernaartoe om een account aan te maken bij LastPass. Hier moet je in het veld Hoofdwachtwoord een sterk wachtwoord invullen. Dit is het enige wachtwoord dat je hoeft te onthouden, voor al jouw andere accounts onthoudt LastPass het wachtwoord.

Eenmaal ingelogd bij LastPass kun je de accounts gaan beveiligen met een sterk wachtwoord. De wachtwoordmanager loopt in eerste instantie zelf een aantal accounts met je door, zoals die van Facebook, Google en Twitter. Daarna is het belangrijk om zelf na te gaan welke accounts je hebt en hier een nieuw wachtwoord voor aan te maken.

Het is het makkelijkste om dit te doen via de plug-in die beschikbaar is voor alle gangbare browsers. De plug-in vind je hier. Als de plug-in is geïnstalleerd, moet je inloggen met jouw e-mailadres en het hoofdwachtwoord. Wanneer je naar een site gaat waar je moet inloggen, herkent de plug-in de inlogvelden en vult deze aan als de gegevens van de site zijn opgeslagen in LastPass.

Wanneer de gegevens nog niet bekend zijn bij LastPass, kun je het best jouw wachtwoord wijzigen op de site. Wanneer je een nieuw wachtwoord moet invoeren, klik je rechtsboven op de LastPass-plug-in en klik je op Genereer wachtwoord. Hiermee wordt er een veilig wachtwoord gegenereerd dat je kunt kopiëren en plakken naar het veld waar het nieuwe wachtwoord ingevuld moet worden. Zodra het wachtwoord is ingevuld, vraagt de plug-in of de inloggegevens opgeslagen moeten worden. Klik op OK. De volgende keer dat je gaat inloggen, heeft LastPass onthouden wat het wachtwoord is en zal het dit automatisch invullen.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.