ID.nl logo
Hoe Freedom Internet de komende tijd verder wil groeien
© Reshift Digital
Huis

Hoe Freedom Internet de komende tijd verder wil groeien

Freedom Internet startte eind 2019 als een nieuwe provider, ontstaan uit een actiegroep om Xs4all te redden. Onlangs haalde het bedrijf vier miljoen euro ‘groeigeld’ op door aandelen uit te geven. PCM sprak met Freedom Internet-directeur Anco Scholte ter Horst over de toekomstplannen.

Ook Anco Scholte ter Horst vond in 2019 dat Xs4all moest blijven. KPN had in januari aangegeven uit kostenbesparingen te gaan stoppen met het dochtermerk, tot onvrede van veel bestaande Xs4all-klanten en andere betrokkenen. Tienduizenden mensen tekenden een petitie die KPN opriep om Xs4all te behouden vanwege de technisch onderlegde medewerkers, vrije modemkeuze en activisme voor een beter internet. Scholte ter Horst, die jaren terug een hoge functie had binnen de provider, vroeg het actiecomité hoe hij kon helpen en of er al een plan was. 

“Het actiecomité vroeg mij: stel dat het niet lukt om Xs4all te behouden, is er dan ruimte in de markt voor een nieuwe, netwerkonafhankelijke provider met een duidelijke missie? Mij is gevraagd of ik daar een businesscase van wilde maken. Dat heb ik gedaan en kort gezegd hebben we in november 2019 besloten om echt een provider te starten. Toen is aan mij gevraagd of ik de kar wilde trekken. Dat was eerst helemaal niet mijn plan, maar ik vond het een te mooi avontuur om nee te zeggen”, blikt Scholte ter Horst terug op zijn eerste anderhalf jaar als directeur van Freedom Internet.

Sneller dan verwacht

Freedom Internet is een provider die net als de concurrentie vast internet levert, eventueel gecombineerd met televisie en vaste telefonie. Maar ook een die van start kon gaan omdat geïnteresseerden in totaal 2,5 miljoen euro inlegden. En een die sinds de start eigendom is van Stichting Appeltaart, een stichting die ervoor waakt dat Freedom zich aan zijn vooraf opgestelde kernwaarden en -activiteiten houdt.

Natuurlijk moet Freedom groeien en een gezonde winst maken, maar niet alles draait om geld. Freedom is een bedrijf met een missie waarin klanten een belangrijke rol vervullen, legt Scholte ter Horst uit. Dus toen de provider onlangs twee tot vier miljoen euro wilde ophalen om verder te kunnen groeien, klopte het niet bij de bank aan, maar bij zijn klanten. Die konden certificaten aanschaffen om zo deels eigenaar te worden van Freedom. 

Binnen drie weken haalde de provider de maximale vier miljoen euro op via ruim 1800 investeerders. “Het ging absoluut sneller dan verwacht”, vertelt de Freedom-directeur. “We hadden zeventig dagen voor de campagne uitgetrokken en vroegen ons af of het zou lukken, want vier miljoen euro is heel veel geld. Maar binnen één dag hadden al een miljoen euro opgehaald.”

©PXimport

Freedom heeft het groeigeld onder andere nodig omdat het klantbestand van de provider groeit. Exacte cijfers houdt Scholte ter Horst uit concurrentieoverwegingen voor zich, maar het gaat om een toename van ‘vele honderden klanten’ per maand. “En hoe meer klanten je aantrekt, hoe meer mensen je hiervoor nodig hebt.” 

De provider heeft op dit moment twintig mensen in dienst en dat moeten er dus meer worden. Freedom wil het opgehaalde kapitaal ook gebruiken om een groter publiek te bereiken. Niet meer alleen oud-Xs4all-klanten en techgeïnteresseerden, maar een breder publiek. Daarom werkt de provider bijvoorbeeld samen met websites waarop je de abonnementen van internetproviders kunt vergelijken.

“Daar willen wij graag tussen komen te staan, maar wel op een manier die niet aan tracking doet. Dat roept in eerste instantie natuurlijk weerstand op: daar zijn die zeurpieten van Freedom, wat willen die nou? En dus gaan we met zo’n platform in discussie om zonder cookies te kunnen werken, waarbij het platform toch de vergoeding krijgt als het een nieuwe klant aanbrengt.”

Meer bekendheid, meer diensten

Freedom is ook van plan om meer te gaan adverteren, ook op internet. Ook zonder tracking, benadrukt Scholte ter Horst. “Dat is niet onmogelijk, maar wel lastig. We sluiten bijvoorbeeld overeenkomsten en gebruiken de juiste instellingen, zodat we weten dat de data die wij genereren, niet door sociale media hergebruikt kunnen worden voor andere doeleinden.”

Later dit jaar wil Freedom ook zijn monteursdiensten uitbreiden. Freedom laat via een partner op dit moment een monteur langskomen voor basiswerk, zoals het installeren van het Fritz!Box-modem. Straks wil Freedom overal in Nederland ook een monteur kunnen sturen naar klanten die hen ál het overstapwerk uit handen kan neemt, vertelt Scholte ter Horst. 

“Die monteur helpt je bijvoorbeeld bij het instellen van e-mail op de computer, het installeren van antivirussoftware en het beantwoorden van allerlei vragen. Daar trek je een halve dag voor uit en het vereist een ander type monteur.” De provider praat op dit moment met geïnteresseerde partners.

©PXimport

Scholte ter Horst: “We willen een one-stop-shop zijn waarbij we echt goede, veilige e-mail, webhosting en straks ook cloudopslag kunnen bieden uit Nederland.” Zo is de eigen e-maildienst inmiddels live en gericht op niet-Freedom-klanten. Freedom maakt gebruik van de Amsterdamse maildienst Soverin, waarvan het de mailomgeving al gebruikt voor zijn klanten. 

“Soverin is een hele dichte partner van ons”, vertelt Scholte ter Horst. “De technisch directeur van Soverin werkt bijvoorbeeld bij Freedom.” Soverin biedt overigens al jaren een losstaand abonnement aan van 39 euro per jaar en wil zich vooral van de gratis e-maildiensten onderscheiden door niet aan tracking en reclame te doen. Het Freedom-abonnement is identiek, aangevuld met totaal vijf mailboxen en daarom iets duurder.

Huidige uitdagingen

Freedom werkt ook aan subnetten, een functie die volgens Scholte ter Horst al af had moeten zijn. Maar er moeten nog wat technische zaken geüpgraded worden en meer IP-adressen geregeld worden. “Dat is altijd een van onze zorgen: hoe komen we aan voldoende IP-adressen?”, vraagt de Freedom-directeur zichzelf af. 

“Die dingen zijn schaars en ik verwacht dat het de komende jaren aanhoudt. Zolang IPv6 geen gemeengoed wordt, en zolang niet alle providers en webbouwers hun diensten IPv6-geschikt maken, blijft dit probleem bestaan.”

Een andere uitdaging is de beperkte levering van hardware, dat te wijten is aan het wereldwijde chiptekort. Er rollen om uiteenlopende redenen minder chips van de band dan fabrikanten nodig hebben voor hun apparatuur, waardoor er minder van die apparatuur gemaakt kan worden. Zo ziet Scholte ter Horst dat de levertijden op gespecialiseerde servers lang zijn en is het bestellen van modems ook een puzzel geworden. 

Vrije modemkeuze

Freedom koopt zijn modems rechtstreeks in bij fabrikant AVM. “Wij moeten vele honderden modems per maand uitleveren aan klanten, maar krijgen ze slechts mondjesmaat geleverd. Dat vraagt heel veel planning met de fabrikant”, vertelt Scholte ter Horst. “AVM produceert zeker wel, maar wij zijn niet de enige afnemer. Ik ben benieuwd hoe zich dit de komende maanden gaat ontwikkelen.”

Een Freedom-klant die geen trek heeft in een AVM Fritz!Box-modem, hoeft die niet af te nemen. De provider biedt (net als inspiratiebron Xs4all) vrije modemkeuze aan en stimuleert dit ook. Klanten die een eigen modem regelen, betalen maandelijks een paar euro minder voor hun internetpakket. Er hoeft immers geen modem terugverdiend te worden. 

©PXimport

Toezichthouder ACM wil vrije modemkeuze later dit jaar verplichten voor providers. Met name Ziggo is hierop tegen, omdat het van mening is dat een door Ziggo geleverd modem essentieel is voor een goede dienstverlening. 

Scholte ter Horst verwacht niet dat de verplichte vrije modemkeuze de markt gaat opschudden. “Ik denk dat de meeste mensen zich niet afvragen welk modem ze hebben en het modem van de provider gebruiken. De doelgroep die bewust kiest voor een ander model, is onze doelgroep en die bereiken wij al.”

Over op glasvezel

Gevraagd naar de speerpunten van Freedom voor de komende twaalf maanden, hoeft de directeur niet lang na te denken. “We willen onze voetafdruk vergroten, vooral qua glasvezelaansluitingen.” Freedom heeft geen eigen glasvezelnetwerk maar maakt gebruik van de open netwerken van andere partijen. 

“Ik ben nu bezig met het koppelen van veertien glasvezelinitiatieven. Glasvezel Helmond bijvoorbeeld, voor dertig- tot veertigduizend aansluitingen. Onlangs heb ik Eindhoven aangesloten via Primevest, dat zijn dertigduizend huishoudens.” Grote initiatieven krijgen voorrang boven kleinere, bevestigt Scholte ter Horst.

Wat de klant voor die glasvezelaansluiting betaalt, kan per initiatief verschillen. Dit tot frustratie van de Freedom-directeur, die spreekt van een wespennest. “Ik kan als ik realistisch naar het glasvezelnetwerk kijk, bijna overal een basisprijs van 49 euro vragen voor een gigabitverbinding. En als ik dan kijk naar onze grootste groene broeder (KPN, red.), zie ik ineens een hele andere prijsstelling, die totaal over de top is.”

©PXimport

 Een blik op de Freedom-website leert dat klanten via een regionaal initiatief of T-Mobile-glasvezelnetwerk inderdaad 49 euro per maand betalen voor een gigabitverbinding. Een gigabitverbinding via het KPN-netwerk kost maandelijks 84 euro. Een KPN-klant betaalt 57,50 euro per maand voor een gigabitverbinding. 

Scholte ter Horst: “Het is van de zotte dat ik voor het inkopen van een KPN-gigabitverbinding een hoger tarief betaal dan de retailprijs van KPN. Dat is niet oké, en daar komt ook nog eens bij dat KPN voor zijn netwerkverkeer dusdanig vooroorlogse tarieven rekent dat het alle innovatie blokkeert.” En dus heeft Scholte ter Horst onlangs weer een brief naar toezichthouder ACM geschreven. “Ik zie er beweging in, maar het is een lange weg.”

Mobiel internet

Aan plannen voor de nabije toekomst geen gebrek bij Freedom. 2022 zal bij de provider vooral in het teken staan van meer aandacht en klanten werven, toegang krijgen tot meer glasvezelaansluitingen en bestaande diensten verbeteren. Directeur Scholte ter Horst denkt ook al na over nieuwe projecten. “Volgend jaar gaan we ook nadenken over mobiel internet”, bevestigt hij. 

“Op onze wensenlijst om uit te voeren staat dat we een eigen mobiel platform willen starten. We moeten nog een keuze maken of we dat alleen voor data gaan doen of ook voor spraak, dus als een MVNO (Mobile Virtual Network Operator). Dit plan willen we volgend jaar ook echt uitvoeren.”

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.