ID.nl logo
De ins en outs van draadloos opladen
© Reshift Digital
Huis

De ins en outs van draadloos opladen

De theorie klinkt mooi: je legt je smartphone of tablet ‘s avonds op een oplaadmat op je nachtkastje en hij wordt direct opgeladen zonder dat je naar een snoertje hoeft te zoeken. In de praktijk zijn er wel wat vraagtekens. Hoe werkt de techniek achter draadloos opladen en is deze wel veilig? Kun je elk hoesje gebruiken? Met welke standaarden moet je rekening houden bij aanschaf en wat staat ons in de toekomst nog te wachten?

Met het draadloos overbrengen van energie wordt al sinds de 19e eeuw geëxperimenteerd. Een van de bekendste producten waarin het al zo’n dertig jaar wordt toegepast staat wellicht al bij je thuis in de badkamerkast: de elektrische tandenborstel. Via de houder wordt via inductie de accu in de tandenborstel opgeladen. Draadloos opladen wordt steeds breder toegepast. Zo kun je veel recente smartphones en accessoires zoals smartwatches opladen door ze op een oplaadmatje te leggen. Thuis, maar ook op pleisterplaatsen onderweg. En in het groot, zoals voor keukenapparatuur maar ook het opladen van elektrische auto’s, zullen snel nieuwe toepassingen hun opwachting maken. Wat consumentenapparatuur betreft is aan het doolhof van standaarden de laatste jaren gelukkig een einde gekomen. De Qi-standaard van het Wireless Power Consortium is tegenwoordig leidend, wat het aanbod een stuk overzichtelijker maakt. Daarmee begint het nu ook goed van de grond te komen. Tijd om te kijken wat je er mee kunt!

01 Hoe werkt het

Bij draadloos opladen wordt het principe van inductie toegepast, het verband tussen elektriciteit en magnetisme. Het laadstation, bijvoorbeeld een oplaadmatje, bevat een spoel waarin een magnetisch veld wordt opgewekt. In een spoel in de ontvanger, bijvoorbeeld een smartphone, zorgt dat magnetische veld er in omgekeerde zin weer voor dat een stroom wordt opgewekt waarmee de accu wordt opgeladen. Omdat het magnetische veld niet wordt gehinderd door lucht of een laag kunststof kan het ook door de behuizing van het apparaat heen. Er wordt tijdens het laden onderling informatie uitgewisseld, zodat bijvoorbeeld de smartphone om meer of minder vermogen kan vragen. In versie 1.2 van de Qi-standaard wordt naast inductieladen ook magnetische resonantie toegepast. Dat werkt volgens hetzelfde principe als inductie maar met hogere frequenties. Die worden afgestemd tussen lader en ontvanger. Het is wat minder efficiënt maar er kan wel meer vermogen worden overgebracht en over een grotere afstand.

02 Welke standaarden zijn er?

Er is een jarenlange standaardenstrijd rondom draadloos opladen geweest. Uiteindelijk is er, met de Qi-standaard van het Wireless Power Consortium, één standaard overeind gebleven. Vorig jaar werd de strijdbijl min of meer begraven toen Powermat, één van de grootste overgebleven concurrenten, zich bij het Wireless Power Consortium voegde. In zijn producten, zoals draadloze oplaadpunten, ondersteunde het al langer de Qi-standaard naast de eigen pma-standaard. Dat Apple zich sterk maakt voor Qi is ook een belangrijke stap in de richting van één standaard geweest. De Qi-standaard kent drie versies (1.0, 1.1 en 1.2) waarbij de laatste uit 2015 het meest gangbaar is. Er zijn uiteraard nog diverse kleine spelers in deze groeiende markt actief die soms met interessante innovaties komen (zie ook elders, over de toekomst van draadloos laden).

©PXimport

03 Hoe veilig is het?

Draadloos opladen is niet zonder beperkingen maar wel veilig, op voorwaarde dat de producten aan de standaard voldoen. Compatibiliteit met de Qi-standaard is niet genoeg: eigenlijk gaat de voorkeur uit naar producten met Qi-certificering die aan strakke voorwaarden voldoen en ook zijn getest voordat ze op de markt komen. Energie overbrengen is namelijk niet lastig, maar om dat goed te doen wél. Het grootste struikelblok is dat energieoverdracht een stuk minder efficiënt verloopt dan met een kabeltje. De efficiëntie ligt, afhankelijk van de apparatuur en omstandigheden, doorgaans tussen 30 en 80 procent. Dit zorgt voor extra warmteontwikkeling, los natuurlijk van de extra milieubelasting. Een tweede probleem is dat een metalen object in de buurt van het laadstation, zoals een muntstuk, sterk verhit kan raken. Dat werkt eigenlijk volgens hetzelfde principe als een pan die je op een inductiekookplaat zet, maar dan natuurlijk ongewenst. Met metalen objecten wordt overigens in de standaard rekening gehouden: ze worden gedetecteerd en de lader zal hierop het vermogen aanpassen. In versie 1.1 van de standaard werd de detectie van metalen objecten verder verbeterd.

04 Op welke afstand werkt het?

De maximale afstand tussen het laadstation en de ontvanger is veelal beperkt tot zo’n 5 á 8 mm. Daarom kun je beter geen al te dikke hoesjes voor je smartphone gebruiken. En gelet op de werking van draadloos opladen kun je geen hoesjes gebruiken waarin metaal is verwerkt. Bij Qi 1.2 is de afstand overigens wat vergroot (3 tot 4,5 cm) maar daar profiteer je niet altijd van. In de praktijk hangt het vooral af van de kwaliteit van de lader. Bij een goede lader kan er zelfs kleding, een snijplank of dvd-hoesje tussen lader en smartphone zitten, zo laten enkele ludieke filmpjes op YouTube zien. Ook vormt het gebruik van stevige hoesjes zoals de Otterbox Defender daarmee geen probleem, zo hebben we gemerkt. Wel kan, als de afstand groter wordt, het vermogen dat wordt overgebracht teruglopen, zodat het laden wat langer duurt. Een lader van mindere kwaliteit kan overigens ook nog wat andere beperkingen geven. Het kijkt dan bijvoorbeeld wat preciezer waar je het toestel op de oplaadmat neerlegt of er kunnen bijgeluiden optreden, zoals een zacht piepgeluid.

©PXimport

05 Welke smartphones ondersteunen het?

Er zijn al heel veel producten die de Qi-standaard ondersteunen. Veel smartphones met Android van bijvoorbeeld Samsung, Sony, Google, LG en Huawei laden draadloos op. Ook Apple heeft het ingebouwd sinds de iPhone 8 en iPhone X. Geschikte smartphones maar ook laders kun je opzoeken via de productdatabase op de website van het Wireless Power Consortium. Over het algemeen zullen vooral de wat duurdere modellen smartphones het ondersteunen. Het is voor fabrikanten nog net wat te prijzig om het in te bouwen in toestellen in elke prijsklasse. Als het niet in een apparaat zit, kun je het soms achteraf inbouwen (zie kader ‘Draadloos opladen achteraf inbouwen?’).

©PXimport

Draadloos opladen achteraf inbouwen?

Als de techniek voor draadloos opladen niet in je smartphone zit zou je het via een accessoire vaak nog wel kunnen toevoegen. Zo kun je bijvoorbeeld een speciaal hoesje gebruiken, of een draadloze ontvanger onder de behuizing plakken. Dat is een soort stripje dat intern met de batterij wordt verbonden. Het is ook in dit geval verstandig om alleen producten te gebruiken die door Qi zijn gecertificeerd. Veel goedkope draadloze ontvangers op de markt voldoen namelijk niet helemaal aan de standaard. Ze ondersteunen bijvoorbeeld niet altijd de detectie van metalen objecten in de buurt, waardoor het vermogen daar ook niet op aan wordt gepast. Het gevolg is dat het bewuste object of de smartphone zelf veel te heet kan worden.

©PXimport

06 Hoe snel gaat het opladen?

Het maximale vermogen bij draadloos opladen volgens de Qi-standaard is afhankelijk van de gebruikte apparatuur en de omstandigheden, maar ligt meestal rond 5 tot 10 watt. Veel draadloze laders kunnen maximaal 10 watt leveren. De meeste smartphones zullen echter maar tot zo’n 5 watt aan vermogen kunnen ‘ontvangen’. Bij sommige smartphones, zoals enkele recente modellen van LG, Sony en Xiaomi, ligt dat wat hoger, rond 10 watt. Deze modellen ondersteunen dan de zogenaamde Extended Power Profile van de Qi-standaard. De fabrikant vermeldt veelal in de specificaties welk vermogen bij draadloos opladen kan worden opgenomen, maar je kunt het ook in de productdatabase van het Wireless Power Consortium terugzien. Het blijft in alle gevallen ver achter bij moderne snelladers met Quick Charge-technologie. Draadloos laden brengt dus vooral gemak, wil je vooral snel laden dan gaat er niks boven een kabeltje.

07 Wat voor laders zijn er?

Hoe ziet een draadloze lader er uit? Het bekendst zijn natuurlijk oplaadmatjes voor op het bureau of nachtkastje. Die zijn er in talloze varianten. Smartphonefabrikanten maken ze zelf, maar je kunt ook bij fabrikanten als Belkin, mophie of ZENS terecht. Ook praktisch zijn de autohouders met ingebouwde Qi-standaard. Een draadloze lader kan ook prima worden ingebouwd in een meubel. Dat zulke meubels al vrij gangbaar worden blijkt wel uit het feit dat ook Ikea ze verkoopt. Het bedrijf biedt daarnaast onder andere laadplankjes en bureaulampen met ingebouwde technologie. Wel moet gezegd dat Ikea redelijk vooruitstrevend is op smarthome-gebied, waarvoor het recent ook een aparte divisie heeft opgezet. Waar je met zo’n oplaadmatje meteen van verlost bent, is het zoeken van een passend laadsnoertje voor je toestel. Met onder andere micro-usb, usb-c en de Lightning-connector zijn er wat kabeltjes betreft al te veel varianten.

©PXimport

08 Kan ik meerdere apparaten opladen?

De laatste Qi-standaard maakt het mogelijk om meerdere apparaten tegelijkertijd op te laden, al is dat best een uitdaging voor fabrikanten. Zo had Apple het plan om een draadloze mat genaamd AirPower te introduceren om gelijktijdig een iPhone, Apple Watch en AirPods op te laden. De iPhone zou dan een overzicht met de accustatus van alle apparaten geven. Veel mensen keken er reikhalzend naar uit. Het product werd echter twee jaar na de onthulling geannuleerd. De fabrikant zou moeite hebben om oververhitting te voorkomen. En zo’n grote mat waarop je toestellen op een willekeurige plek kunt leggen blijkt ook nog een brug te ver. Oplaadmatjes voor meerdere apparaten geven meestal precies aan waar je apparaten moet positioneren, feitelijk waar de interne spoelen zijn geplaatst. Een bekende oplaadmat is de Boost Up van Belkin die een iPhone en Apple Watch kan opladen en een derde apparaat via een kabeltje. Ook ZENS heeft met de Dual (ongeveer 60 euro) een laadmat voor twee apparaten en nog een variant genaamd Dual+Watch (ongeveer 95 euro) die als derde apparaat een Apple Watch kan opladen.

©PXimport

09 Onderweg draadloos opladen?

Onderweg is de ouderwetse lader met snoertje meestal handiger, maar wie draadloos wil opladen heeft best wat opties. Verschillende internationale hotels, restaurants en koffiehuizen zijn al uitgerust met draadloze oplaadpunten, veelal als gratis service voor klanten. De Aircharge Qi Wireless Charging-app toont ongeveer 5.000 locaties wereldwijd waar je draadloos kunt opladen maar het zijn er ongetwijfeld meer. Ook grote ketens doen mee zoals Ibis Hotels, Novotel, McDonald’s en Starbucks, doch vooral buiten Nederland. Hier is het aantal locaties nog vrij beperkt. Je kunt je eigen oplaadmatje natuurlijk wel gewoon meenemen op reis. Tevens bestaan er powerbanks met draadloze laadfunctie. Die verschillen eigenlijk weinig van gewone powerbanks, behalve dat je er een apparaat bovenop kunt leggen om het op te laden.

©PXimport

10 Invloed op de levensduur?

Welke invloed draadloos opladen op de levensduur van een batterij heeft is nog niet helemaal duidelijk. Door het gemak van draadloos opladen zullen batterijen vaker vol dan leeg zullen zijn, wat in ieder geval positief is voor de levensduur van de meeste batterijcellen, waaronder het vaak gebruikte Lithium-ion. Overladen is door beveiligingen in het laadcircuit van deze batterijen niet mogelijk. Draadloos opladen gaat bovendien wat langzamer en dat is in vergelijking met moderne snel-laders ook weer positief. Het grootste nadeel is de inefficiëntie van de techniek. Veel energie gaat verloren, wat je merkt aan extra warmte, die niet altijd goed wordt afgevoerd. Temperaturen boven de 45 graden Celsius zijn niet gunstig voor de meeste batterijcellen inclusief Lithium-ion. Omdat de meeste smartphones maar tot 5 watt ‘ontvangen’ blijft de warmteontwikkeling binnen de perken. Wat ook helpt is dat laders soms een actieve koeling bieden, zoals een kleine ventilator. Een prettige bijkomstigheid van draadloos opladen is weer dat het risico dat de connector op je smartphone stuk gaat een stuk kleiner is.

11 Opladen over grotere afstand?

In de toekomst kun je apparaten wellicht over een (veel) grotere afstand opladen. Al duurt het nog wel even voordat zulke toepassingen voor thuisgebruik worden goedgekeurd door de instanties. Een van de opvallendste bedrijven die hier mee bezig is, is energous met zijn WattUp-technologie. Bij die technologie wordt energie via radiofrequenties rond 5,8 GHz overgebracht naar apparaten in de ruimte. Een soort wifi-netwerk, maar dan voor het opladen. Er zijn varianten voor verschillende afstanden. Ossia beoogt hetzelfde met de Cota-standaard. Er zijn nog best wat beperkingen. Zo is het vermogen dat op deze manier kan worden overgebracht beperkt en dat neemt ook nog eens drastisch af als de afstand groter wordt. Het zal daarom niet genoeg zijn voor een energie-slurpende smartphone maar wellicht wel voor bijvoorbeeld kleine sensoren, computeraccessoires als muizen en toetsenborden en diverse IoT-devices. Een andere beperking is dat het nog minder efficiënt is dan de gangbare standaarden. Daarnaast is het nog de vraag of het niet te veel storing geeft met andere zendstandaarden en of het veilig genoeg is voor de mens.

©PXimport

12 Grotere vermogens overbrengen?

Een tweede uitdaging bij draadloos opladen, naast het vergroten van de afstand, is het overbrengen van meer vermogen. In de Qi-standaard zou nog wat rek zitten zodat bijvoorbeeld keukenapparatuur draadloos kan werken. Hiervoor heeft Qi de Ki Cordless Kitchen-standaard geïntroduceerd waarmee tot 2.200 watt vermogen kan worden overgebracht. Binnen ongeveer een jaar kunnen we al de eerste producten verwachten. De auto-industrie toont ook veel interesse in draadloos opladen, zodat elektrische auto’s comfortabeler opgeladen kunnen worden: gewoon door ze boven de oplaadmat te parkeren. Onder andere WiTricity is bezig met dergelijke producten waarin het gebruik maakt van magnetische resonantie. Eerder dit jaar nam het met Qualcomm Halo een belangrijke concurrent over. Hierbij werd Qualcomm aandeelhouder en kreeg WiTricity een flink aantal patenten in handen, zodat ook hier de stap naar een echte standaard lijkt te zijn ingezet.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Huis

Tientallen headsets uit verkoop gehaald vanwege mogelijke gezondheidsrisico's

Onderzoekers van consumentenorganisaties hebben in samenwerkin met de Europese Unie tientallen headsets getest. Uit het onderzoek blijkt dat er gevaarlijke stoffen zijn gebruikt die via de oorkussens en de bedrading het lichaam kunnen binnendringen.

De gevaarlijke stof die in deze headsets is toegepast is bisfenol A (bekend onder de afkorting BPA), een stof die al veel voorkomt in plastic en metalen verpakkingen van onder meer voedingsmiddelen en herbruikbare drinkflessen. Het gebruik van verpakkingsmaterialen met BPA voor voedsel is sinds 20 januari 2025 verboden. Kleine doses van dit middel zouden het immuunsysteem kunne verzwakken. Bij zwaar gebruik van de betrokken headsets zouden de gevaarlijke stoffen ook het lichaam kunnen binnendringen, bijvoorbeeld door zweten of langdurig gebruik tijdens het gamen.

Verschillende headsets

Volgens het onderzoek gaat het om verschillende merken headsets die de gevaarlijke stof BPA kunnen bevatten. Volgens het AD gaat het onder meer om de Razen Kraken V3 uit 2021 en de HyperX Cloud III uit 2023 die uitermate slecht scoren. De onderzoekers zeggen dat juist deze exemplaren een te hoge concentratie zorgwekkende stoffen bevatten, zie zich zowel in de interne onderdelen als de oorkussens kunnen bevinden.

Uit voorzorg uit winkels

Een aantal grote winkels zoals MediaMarkt en Bol.com hebben een groot aantal producten uit de schappen gehaald. Bijvoorbeeld een populaire Paw Patrol-koptelefoon die bij de MediaMarkt werd aangeboden via een externe verkoper. De binnenkant van deze koptelefoon was veilig bevonden, maar juist de zachte oorkussens die op de oren rusten, zitten vol gevaarlijke weekmakers en het beruchte BPA. De koptelefoon is vooral bedoeld voor kinderen.

Ook een Nijntje-headset van Hema heeft de test niet doorstaan: hier is BPA aangetroffen in de hoofdband en de oorschelpen. Het aantal gevonden deeltjes ligt boven de veilige norm van het onderzoek.

▼ Volgende artikel
Leer jezelf blind typen met deze gratis tools
© stokkete - stock.adobe.com
Huis

Leer jezelf blind typen met deze gratis tools

Blind typen gaat in het begin traag, maar levert je al snel meer snelheid, minder fouten en rust in je schouders en polsen op. Het goede nieuws: je kunt het gratis leren met slimme, toegankelijke websites. We bespreken welke tools het best werken, hoe je ze instelt en hoe je in een paar weken resultaat boekt.

In dit artikel

In dit artikel laten we zien hoe je blind typen leert met gratis, toegankelijke tools. Je leest waar je begint, hoe houding en toetsenbordindeling je tempo bepalen en welke websites het best werken voor oefenen en testen. Ook leggen we uit hoe je gericht herhaalt, je voortgang meet en in een paar weken merkbaar sneller en nauwkeuriger typt, zonder je schouders en polsen extra te belasten.

Lees ook: Nóg betere notities maken? Dit zijn de handigste add-ins voor OneNote

Blind typen betekent dat je zonder te kijken naar het toetsenbord typt en elke vinger een vaste uitgangspositie en taak geeft. Dat is nu relevanter dan ooit, omdat je waarschijnlijk veel achter een scherm werkt en met toetsenbordtaken uren kunt winnen als je foutloos en ontspannen tikt. Bovendien verlaag je het risico op klachten wanneer je je werk afwisselt en je werkplek goed instelt. In Nederland geldt als ideaal dat je beeldschermwerk regelmatig afwisselt en dat je, als je veel met een laptop werkt, een los toetsenbord en scherm moet kunnen gebruiken. Daarmee ontlast je nek, schouders en polsen, en maak je van elk typemoment een rustige herhalingsoefening. Blind typen draait niet alleen om snelheid; je houding en rust bepalen of je het volhoudt. Met onze tips zet je die basis goed neer, zodat elke oefening daarna effect heeft en je je voortgang betrouwbaar kunt bijhouden.

Basisbegrippen, houding en toetsenbord

Begin met een neutrale zithouding en een toetsenbord dat recht voor je ligt. Plaats het ongeveer een handbreedte van de tafelrand, houd je onderarmen iets schuiner dan horizontaal en laat je polsen ontspannen rusten. Zet je scherm op armlengte en recht voor je, zodat je niet draait met je romp. Met deze basis voorkom je onnodige spierspanning in polsen en ellebogen. Werk je op Windows 11 en wil je accenten en speciale tekens makkelijk invoeren, voeg dan een extra toetsenbordindeling toe via Instellingen / Tijd en taal / Taal en regio / Taalopties / Een toetsenbord toevoegen, bijvoorbeeld United States-International(afbeelding 2). Op de Mac voeg je een invoerbron toe via Systeeminstellingen / Toetsenbord / Tekstinvoer / Wijzig en kies je de gewenste indeling; via het invoermenu wissel je snel van lay-out. Door dit nu te regelen, voorkom je later frustratie wanneer je in de tools tekst met accenten of speciale tekens oefent.

In Windows 11 kun je via de taalinstellingen een extra toetsenbordindeling toevoegen.

Starten met TypingClub

Je zet je eerste echte stappen in TypingClub, omdat die site je vanaf de basis begeleidt en je voortgang bewaart zonder dat je meteen een account hoeft te maken. Open de site en klik op Get Started om de introductielessen te starten; wil je je resultaten opslaan, kies dan Sign up of Login. Volg de aanwijzingen op het scherm en let vooral op de hand- en vingerplaatsing die continu in beeld komt. Herhaal een les totdat je vijf sterren haalt; de korte, speelse opbouw houdt je aandacht vast en bouwt ritme op.

Sla lessen niet over, want elk nieuw teken verankert een stukje spiergeheugen. Gebruik de ingebouwde terugkijkfunctie om je foutenpatroon te zien en doe het wat rustiger aan als je accuratesse onder 95 procent zakt. Na elke sessie noteer je woorden per minuut en nauwkeurigheid in een apart document. Dit maakt je vooruitgang zichtbaar, en het werkt motiverend. Door nu deze basisserie af te ronden, kun je daarna met meer variatie werken en je zwakke letters apart versterken, zonder terug te vallen in oude, onhandige vingerpatronen.

TypingClub is ideaal om te beginnen en te werken aan je vingerzetting.

De juiste houding tijdens het typen

Een goede werkhouding is geen overbodige luxe, maar versnelt je leerproces. Zet je stoel zo dat je knieën en ellebogen ongeveer negentig graden gebogen zijn en je voeten plat op de grond staan. Schuif je toetsenbord recht voor je, ongeveer vijftien centimeter van de rand, zodat je onderarmen steun hebben zonder dat je op je ellebogen leunt. Een lichte helling van het bord is voldoende; te steil dwingt een onnatuurlijke polshouding af. Leg je muis dicht tegen het toetsenbord en maak kleine, ontspannen muisbewegingen. Richt je scherm op armlengte, met de bovenrand net onder ooghoogte, en voorkom spiegelingen door lichtbronnen schuin achter je te plaatsen.

Nieuwe laptop nodig? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

Gerichte herhaling met Keybr

Wanneer de basis staat, schakel je over naar Keybr om je spiergeheugen aan te scherpen. Keybr maakt oefenreeksen die veelvoorkomende letterovergangen laten terugkeren, waardoor je automatisch extra herhaling krijgt op wat nog onwennig is. Je begint in de standaardstand met woorden zonder leestekens. Werk niet langer dan twintig minuten aaneen; korte, vaak herhaalde sessies leveren meer op dan een enkele lange. Wat je eerder in TypingClub leerde over vingerposities, verfijn je hier door de herhalingen op lastige letterparen, zoals ui, ou of ct. Die precisie maakt de overstap naar vrije tekst straks makkelijker, waar je leestekens en hoofdletters in een natuurlijke cadans wilt meenemen.

Met Keybr oefen je je typvaardigheid in een omgeving zonder poespas.

Lees ook: 5 ergonomische toetsenbordsets voor minder dan 100 euro

Testen, gamen en oefenen met Ratatype

Nu je letters en basisritme hebt, voeg je afwisseling en Nederlandse woordenschat toe met Ratatype. Klik op Toets jouw snelheid voor een snelle nulmeting, of kies bij Kies de cursus de Nederlandse versie en klik Start nu met typen. De lessen zijn gratis en Nederlandstalig, met uitleg en oefeningen die aansluiten op onze toetsenbordindeling.

Ratatype biedt ook spelmodi en, na het afronden van een cursus, een optioneel certificaat, handig als je je vaardigheid wilt aantonen bij een sollicitatie. Houd er rekening mee dat er in de gratis stand daglimieten voor tests kunnen gelden en dat een certificaat een kleine vergoeding kost.

Door nu om de zoveel tijd een test te doen en de Nederlandse cursus te doorlopen, voeg je lokale woordpatronen en leestekens toe aan je automatisme. Daarmee ben je klaar voor de laatste stap: echte teksten.

Ratatype biedt een uitgebreide gratis typecursus in het Nederlands.

Monkeytype en 10FastFingers

In deze fase oefen je vloeiende zinnen, afwisselende woordlengtes en echte leestekens. Open het Engelstalige Monkeytype en kies boven de test Quote om doorlopende zinnen te typen, of zet Punctuation aan in de standaardmodus. Klik voor Nederlands op Change / Words filter. Onder Language typ je Dutch, klik je op Dutch en klik je op Set en onderaan op OK voor een nog natuurlijker ritme.

Speel met de testduur, bijvoorbeeld zestig seconden, zodat je zowel tempo als uithoudingsvermogen traint. Wissel dit af met de Nederlandstalige test bij 10FastFingers via Typing Test. Klik daar op het groene hokje met English en kies Dutch. Wat je net in Ratatype aan Nederlands ritme opdeed, verfijn je hier door variatie in zinsbouw en leestekens. Zo sluit je oefening aan op alledaags schrijfwerk.

Monkeytype is ook een fijne tool: geen opsmuk, maar wel Nederlandse teksten.

Je persoonlijke vierwekenplan naar merkbaar resultaat

Je traint het best met korte, consequente sessies. In week 1 werk je dagelijks tien tot vijftien minuten in TypingClub: start met Get Started en herhaal elke les tot vijf sterren, waarbij je het scherm niet verlaat voordat je accuraatheid boven 95 procent ligt. In week 2 ga je dagelijks tien minuten naar Keybr en houd je de standaardinstellingen aan. In week 3 wissel je drie keer per week Ratatype-lessen in de Nederlandse cursus af met twee keer Monkeytype Quote van zestig seconden. Sluit elke training af met één 10FastFingers-meting op Dutch. In week 4 voer je de intensiteit licht op. Elke week borduurt voort op de vorige: eerst oefen je nauwkeurigheid en houding, dan herhaling, daarna realistische tekst. Zo groeit je snelheid zonder dat je foutpercentage omhoogschiet.

10FastFingers biedt een handige test voor snelheid en accuratesse.

Meten, finetunen en volhouden

Daalt de accuraatheid meerdere dagen onder 95 procent, dan schuif je de nadruk tijdelijk naar langzamere Keybr-reeksen met foutloze herhalingen, of pak een paar leuke typespelletjes mee. Heb je last van stijfheid of vermoeide ogen, verkort je sessies en wissel schermwerk af met korte pauzes. Door hier consequent in te blijven, maak je van blind typen een vaardigheid die elke dag tijd oplevert.

Typespelletjes maken oefenen leuker, zoals een volledige les met een letter ingedrukt.

Gratis naar sneller, rustiger en foutloos typen

Alles begint met een goede houding en de juiste toetsenbordindeling. Vanaf dan kun je het basisritme onder de knie krijgen, je spiergeheugen verfijnen en voortdurend testen. Door te blijven oefenen met realistische zinnen en regelmatig een minuutmeting te doen, maak je in vier weken een duidelijke sprong in snelheid én nauwkeurigheid. De logische vervolgstap is onderhoud: drie tot vijf keer per week tien minuten oefenen, afwisselend in Keybr en Monkeytype, en wekelijks één officiële meting. Zo blijft je winst niet tijdelijk, maar groeit je vaardigheid door.

Op zoek naar een bijzondere typemachine?

Bouw hem zelf van LEGO!