ID.nl logo
Certificaat voor je NAS regel je zo
© Reshift Digital
Huis

Certificaat voor je NAS regel je zo

Zelfs als je een NAS alleen binnen je thuisnetwerk gebruikt, is het verstandig om daarmee met https te verbinden. Dat kan via een zogenoemd zelf-ondertekend certificaat, maar die geven wel (steeds meer) beperkingen. In dit artikel laten we zien hoe je een echt Let’s Encrypt-certificaat voor de encryptie gebruikt. We zetten volgens twee methodes een reverse proxy op als veilige tussenschakel, die je uiteraard ook voor andere webdiensten in kunt zetten.

Het is aan te raden om bij het benaderen van je NAS het https-adres te gebruiken. En in apps zet je een vinkje bij https. Dit beschermt je ook beter tegen cryptoware. Wel geeft je browser helaas vaak een niet zo subtiele waarschuwing dat de verbinding onveilig is en plaatst een rood uitroepteken in de adresbalk als je die negeert. In deze masterclass gaan we dat oplossen door de NAS een certificaat te geven dat door je browser en elk ander apparaat wordt geaccepteerd. Misschien heb je al eens met een zelf-ondertekend certificaat (in het Engels self signed certificate genoemd) geëxperimenteerd, waar de Chrome-browser met wat handmatige aanpassingen wel akkoord mee gaat. Maar zo’n zelf-ondertekend certificaat is een stuk lastiger of zelfs onmogelijk om ook goed op je smartphone of tablet te laten werken. Een oplossing voor dergelijke problemen is het gebruik van een echt certificaat, van bijvoorbeeld Let’s Encrypt, dat door vrijwel alle apparaten wordt geaccepteerd zonder aanpassingen. We gaan in deze masterclass een reverse proxy gebruiken als tussenschakel voor je NAS en andere webdiensten. We behandelen twee methodes. Bij de eerste gebruiken we alleen een Synology-NAS, bij de tweede methode een aparte server. Het is heel praktisch als je over een domeinnaam beschikt, zodat je voor de NAS en elke webdienst die je wilt benaderen een apart subdomein kunt gebruiken (zie het kader ‘Reverse proxy met subdomeinen’).

Reverse proxy met subdomeinen

Een reverse proxy is in feite een server die aanvragen aanneemt en doorstuurt naar een doelserver. Het doel kan bijvoorbeeld een webdienst zijn die op dezelfde server (localhost) op een ander poortnummer draait, of helemaal op een andere fysieke server. Ze worden vaak gebruikt om de prestaties van webservers te verbeteren, maar ook om de beveiliging en betrouwbaarheid te verbeteren. In deze masterclass draait de reverse proxy of op de NAS zelf of op een andere server in het lokale netwerk. Toegang naar de reverse proxy gaat via http of https, eventueel met doorverwijzing van http naar https. We sturen via de router door portforwarding-regels poorten 80 en 443 door naar de reverse proxy. Die kan op basis van de zogenoemde hostnaam beslissen naar welke doelserver hij verzoeken moet doorsturen. Op die manier kun je handig verschillende webdiensten beschikbaar maken via diezelfde reverse proxy. Je NAS bijvoorbeeld achter ds.domein.nl en Home Assistant via hass.domein.nl.

01 Domein instellen

Wij gebruiken een domeinnaam bij domeinnaamregistratie- en webhostingbedrijf TransIP en gaan de DNS-instellingen aanpassen bij de hostingprovider via het controlepaneel. Voor het domein, in dit voorbeeld xda.nl, vullen we als naam de subdomeinnaam ds in, zodat de NAS via ds.xda.nl bereikbaar wordt. Het gaat om een A-record, waarbij we als waarde het ip-adres van de internetverbinding thuis invullen. Bewaar de aanpassingen. Het kan na een DNS-wijziging tot 24 uur duren voordat de wijzigingen merkbaar zijn, door caches van onder andere je internetprovider. Heb je geen vast ip-adres? Dan kun je dit bij veel providers op aanvraag regelen. Als alternatief kun je ook dynamisch DNS gebruiken, wat in veel routers en ook de Synology-NAS is ingebouwd. Het werkt zonder domeinnaam en kan ook met een dynamisch ip-adres overweg. Bij de NAS open je daarvoor Configuratiescherm. Ga naar Externe toegang / DDNS en klik op Toevoegen. Bij Serviceprovider kies je Synology. Voer een naam in bij Hostnaam. Hiermee zal steeds je ip-adres worden gekoppeld aan de bewuste naam (zoals naam.synology.me).

©PXimport

02 Poorten doorsturen

Voor het maken van certificaten en bereiken van je NAS via internet moet je enkele poorten doorsturen vanaf je router. Onderstaande instructies zijn voor een AVM Fritz!Box, bij andere routers werkt het net wat anders. Open de gebruikersinterface en ga naar Internet / Toegang verlenen. Op het tabblad Poortvrijgaven kies je Apparaat voor vrijgaven toevoegen. Kies als apparaat de reverse proxy (je NAS of een aparte server) of voer handmatig het ip-adres in. Kies dan Nieuwe vrijgave. Nu kun je bij Toepassing direct de gewenste optie kiezen, zoals HTTP-server of HTTPS-server. Kies eerst HTTP-server. Je ziet dat zowel bij Poort op apparaat als Poort extern gewenst de waarde 80 wordt ingevuld (dat is de standaardpoort voor http-verkeer). Bij de optie HTTP-server is dat poort 443. Voeg ze beide toe zodat respectievelijk poort 80 en 443 worden doorgestuurd. Gebruik je een NAS, dan kun je met de optie Andere toepassing ook poort 5001 doorsturen voor de gebruikersinterface.

©PXimport

03 Externe server of NAS

Je kunt een reverse proxy op je NAS instellen, wat we als eerste methode bespreken, maar ook op een externe server. Het verschil is niet heel groot. Op de Synology-NAS draait namelijk standaard Nginx en de gebruikersinterface van DiskStation Manager (DSM) geeft je mogelijkheden om dit alles te configureren. Je kunt de NAS en diensten die daarop draaien met een certificaat beveiligen. Daarnaast kan de NAS als reverse proxy voor andere diensten in je netwerk fungeren. Hiervoor ga je in Configuratiescherm naar Toepassingsportaal / Reverse Proxy (bij DSM 7.0 Aanmeldingsportaal / Geavanceerd).

Het gebruik van een externe server geeft dezelfde mogelijkheden én extra voordelen. Zo is het veiliger, omdat bij kwetsbaarheden in de reverse proxy de achterliggende NAS buiten spel blijft. Ook is het minder belastend voor de NAS. En op het niveau van de reverse proxy kun je gemakkelijker beperkingen opleggen, zoals het blokkeren van extern verkeer.

©PXimport

Gebruik van Synology-NAS

04 Certificaat maken

Bij deze eerste methode gebruiken we zoals gezegd alleen een Synology-NAS waar je poorten 80, 443 en 5001 naar doorstuurt. We gaan eerst het certificaat voor de NAS maken. Open daarvoor de webinterface van DiskStation Manger en ga naar Configuratiescherm. Zorg dat je in de Geavanceerde modus zit, indien nodig verander je dit rechtsboven. Ga vervolgens naar Beveiliging / Certificaat en kies Toevoegen. Selecteer de optie Een nieuw certificaat toevoegen en klik op Volgende. Voer een beschrijving in, bijvoorbeeld Let’s Encrypt, en selecteer daaronder Krijg een certificaat van Let’s Encrypt. Klik weer op Volgende. Bij Domeinnaam voer je vervolgens de domeinnaam in waarvoor het certificaat moet gaan gelden. In ons voorbeeld is dat ds.xda.nl. Voer ook een e-mailadres in, Let’s Encrypt bewaart dat als onderdeel van je domein. Bij Onderwerp alternatieve naam kun je meer domeinen opgeven waar het bewuste certificaat voor moet gelden, vaak ook Subject Alternative Name genoemd. Je kunt zulke subdomeinen ook altijd later (apart) toevoegen. Klik ten slotte op Toepassen. Hierna wordt het Let’s Encrypt-certificaat aangemaakt en gecertificeerd. Zorg dat poort 80 correct is doorgestuurd, anders krijg je een foutmelding.

©PXimport

05 Certificaat configureren

Je kunt het nieuwe certificaat nu configureren. Klik erop en kies Configureren (bij DSM 7.0Instellingen). Geef aan voor welke doeleinden de NAS dit certificaat moet gebruiken. Achter Systeemstandaard kies je het Let’s Encrypt-certificaat, zodat het voor de gebruikersinterface van DiskStation Manager wordt gebruikt.

Het is verstandig om het nieuwe Let’s Encrypt-certificaat hierna nog als standaardcertificaat in te stellen. Op die manier zetten we het Synology-com-certificaat buitenspel, dat (door de browser) als onveilig wordt beschouwd. Klik daarvoor weer op het Let’s Encrypt-certificaat en klik op het pijltje bij Toevoegen / Bewerken (bij DSM 7.0 Actie / Bewerken). Zet een vinkje bij Instellen als standaardcertificaat en klik op OK.

Verder raden we je aan om http-verkeer om te leiden naar https. Hiervoor ga je in DSM 6.2 in Configuratiescherm naar Netwerk / DSM-instellingen. Zet een vinkje bij Automatisch de http-verbinding omleiden naar https. Bij DSM 7.0 kies je in Configuratiescherm de opties Aanmeldingsportaal / DSM en selecteer je Automatisch de http-verbinding omleiden naar https. Klik dan op Toepassen.

©PXimport

06 Toegang tot de NAS

Standaard wacht de NAS op poort 5001 op versleutelde verbindingen via https://diskstation:5001 of een andere naam afhankelijk van wat je hebt ingesteld. Omdat het certificaat is gemaakt voor ds.xda.nl zul je echter dat adres moeten gebruiken, dus https://ds.xda.nl:5001, anders krijg je alsnog een certificaatfout. Hierbij is toegang op afstand ook mogelijk, buiten je lokale netwerk. We gaan ervan uit dat je dat ook wilt. Maar wil je dat liever niet, dan zou je dat met een eigen DNS-server kunnen oplossen. Je moet er dan voor zorgen dat de domeinnaam (in ons voorbeeld ds.xda.nl) via je eigen DNS-server direct naar het ip-adres van de NAS verwijst (in ons voorbeeld 10.0.10.202). Je kunt er vervolgens, via de instellingen van je router, voor zorgen dat alle clients in het netwerk (via DHCP) die DNS-server gebruiken. Dit valt buiten het bestek van deze masterclass. Gaat het bijvoorbeeld alleen om een pc, dan kun je het eventueel zonder DNS-server regelen via het hosts-bestand (zie het kader ‘Directe toegang tot NAS via hosts-bestand’). Bij de tweede methode die we hierna bespreken kun je eventueel wél, op de reverse-proxy-server zelf, verkeer buiten je lokale netwerk tegenhouden.

©PXimport

Directe toegang tot NAS via hosts-bestand

Wil je dat het internetadres (ds.xda.nl) direct naar het ip-adres van de NAS verwijst? Zonder eigen DNS-server? Dan kun je dat eventueel op de clients zelf instellen. Onder Windows gaat dat via het hosts-bestand. Open daarvoor de map C:\Windows\System32\drivers\etc. Kopieer het bestand hosts naar een bestandslocatie waar je dit mag bewerken. Open het met bijvoorbeeld Kladblok en voeg een regel toe met het ip-adres van de NAS gevolgd door de domeinnaam, bijvoorbeeld: 10.0.10.202ds.xda.nl Kopieer het bestand weer terug naar de genoemde locatie. Als je nu https://ds.xda.nl:5001 bezoekt, dan word je direct naar de NAS in het lokale netwerk gebracht. Het certificaat blijft geldig, het ip-adres heeft daar geen invloed op. Via de Opdrachtprompt kun je met ping ds.xda.nl of nslookup ds.xda.nl controleren dat het lokale ip-adres wordt gebruikt. Een DNS-server is praktischer, omdat het meteen voor elk apparaat in je netwerk werkt, als je de DNS-server kenbaar maakt via DHCP.

©PXimport

Handmatige methode

07 Server-installatie

Bij de handmatige methode ga je Nginx als reverse proxy installeren, waarna je de certificaten op deze server regelt. Zorg er voor dat poorten 80 en 443 naar deze server worden doorgestuurd. Voor de NAS en elke webdienst die je via de reverse proxy wilt benaderen, kun je vervolgens een configuratiebestand met alle vereiste details maken. Eventueel kun je alles in één configuratiebestand zetten, maar aparte bestanden zijn overzichtelijker, zeker bij veel extra opties. Op basis van de hostnaam kun je diensten van elkaar onderscheiden. En als je dat prettig vindt, kun je de toegang op allerlei manieren beperken en bijvoorbeeld gebruikers buiten je lokale netwerk uitsluiten. Dit alles maakt de methode veiliger dan de voorgaande. Nginx is voor veel platforms beschikbaar. Hier gaan we uit van een server met Ubuntu 20.04, maar een Raspberry Pi met het besturingssysteem Raspberry Pi OS is bijvoorbeeld ook een prima optie. Het kan geen kwaad als er al andere toepassingen op draaien, zolang die niet de http-poort (80) en https-poort (443) claimen.

©PXimport

08 Installatie Nginx

Zorg na de installatie van het besturingssysteem dat je bent ingelogd middels ssh. Vervolgens installeer je Nginx met het commando:

sudo apt-get install nginx

Start de webserver met:

sudo service nginx start

Bezoek het ip-adres van de server en controleer of de welkomstpagina van Nginx verschijnt. Voor het maken van Let’s Encrypt-certificaten gaan we Certbot gebruiken. De instructies voor de installatie voor jouw webserver en besturingssysteem vind je hier. Die instructies gaan bij Ubuntu uit van een installatie via Snap. Hier kiezen we voor de mogelijk iets oudere versie van Certbot uit de repository’s van Ubuntu. Je installeert Certbot met het commando:

sudo apt-get install certbot python3-certbot-nginx

Als eerste maken we een configuratiebestand voor de NAS. De standaardmap waarin je deze maakt is /etc/nginx/conf.d. Blader naar de map met de opdracht:

cd /etc/nginx/conf.d

En maak het configuratiebestand met:

nano ds.conf

In eerste instantie hoef je hier alleen onderstaande regels in te zetten:

server {

listen 80;

server_name ds.xda.nl;

}

Controleer de configuratie met:

nginx -t

©PXimport

09 Certificaat maken

We kunnen nu het certificaat maken. Start daarvoor Certbot met certbot. Hierna wordt je e-mailadres gevraagd en moet je akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden. Vervolgens kun je kiezen voor welke servernaam je het certificaat wil maken. Voer het getal in bij het domein, in dit voorbeeld kiezen we 1 voor ds.xda.nl. Als laatste kun je kiezen of http-verkeer moet worden doorgestuurd naar https. Als je daarvoor kiest, en dat raden we aan, zal Certbot de configuratie daarop aanpassen.

Open daarna het configuratiebestand met nano en bekijk wat is toegevoegd:

nano ds.conf

Als laatste stap moeten we alleen nog de regels voor de reverse proxy hieraan toevoegen. Er zijn twee blokken omsloten door server {}. Het onderste blok bevat de doorverwijzing van http naar https. In het bovenste blok voegen we aan de onderkant de volgende regels toe. Achter proxy_pass zet je uiteraard het adres van je NAS.

location / {

proxy_pass https://10.0.10.202:5001;

proxy_redirect http:// https://;

}

Na het maken van deze aanpassing moet je Nginx even herstarten met:

service nginx reload

©PXimport

10 Controleer de configuratie

In afbeelding 10 zie je hoe de complete configuratie er uit ziet. Om je NAS te bezoeken, kun je rechtstreeks https://ds.xda.nl gebruiken. Intern zal de reverse proxy met poort 5001 verbinden. Wil je de toegang om veiligheidsredenen beperken tot gebruikers op het lokale netwerk? Dan kun je in het configuratiebestand binnen het blok van de reverse proxy het volgende toevoegen:

allow 10.0.0.0/24;

deny all;

Hier geven we eerst aan vanaf welke netwerken verkeer wordt geaccepteerd. In dit voorbeeld is dat 10.0.0.0/24 (in CIDR-notatie) maar in jouw situaties kan het bijvoorbeeld ook 192.168.1.0/24 zijn. We blokkeren daarna al het andere verkeer.

Een laatste stap is het automatisch vernieuwen van de certificaten. Voor daarvoor dit commando uit:

crontab -e

En voeg deze regel toe:

0 12 * * * /usr/bin/certbot renew --quiet

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.