ID.nl logo
Review Medion E15443 - Snelle processor, beknibbeld op de rest
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review Medion E15443 - Snelle processor, beknibbeld op de rest

Medion zet de E15443 als de goedkoopste AI-laptop voorzien van Intels nieuwste generatie processors op de markt. En dit is zonder meer de goedkoopste laptop met Core Ultra 5 die je op het moment van schrijven kunt kopen. Is dat gegeven genoeg om deze laptop aan te raden?

Ondermaats
Conclusie

Medion richt zijn communicatie rondom de Medion E15443 op AI voor een laag prijspunt. Toegegeven: dit is zonder twijfel de goedkoopste laptop met Intel Core Ultra 5 die je momenteel kunt kopen. Maar dat betekent niet automatisch dat dit ook een goede laptop is. De algemene prestaties zijn op zich prima, maar de al snel luidruchtige koeling lijkt niet in staat om de processor altijd optimaal te laten presteren. Om een laptop met die snelle processor voor een relatief scherpe prijs mogelijk te maken, is bovendien duidelijk bezuinigd op de rest van de onderdelen. Wat ons betreft te veel voor een laptop die toch alsnog 800 euro kost. Het meest concrete voorbeeld daarvan is de ssd: een langzame sata-ssd van een onbekend Chinees merk hoort simpelweg niet in een moderne laptop thuis. Maar ook de behuizing en ondermaatse usb-c-poort vinden we niet passen bij het prijspunt.

Plus- en minpunten
  • Algemene prestaties
  • Full HD-scherm
  • 16 GB RAM
  • Luide koeling
  • Opvallend trage ssd
  • Geen laden of video via usb-c
  • Bouwkwaliteit matig
  • Kleurweergave
  • 720p-camera

De Medion E15443 laat zich met zijn donkergrijze kunststof behuizing typeren als een doorsnee 15inch-laptop en is op zich aardig vormgegeven. Helaas komt de behuizing niet heel degelijk over en laat deze zich op sommige plekken wel erg makkelijk indrukken terwijl de behuizing daar duidelijk bij kraakt.

©Jeroen Boer - ID.nl

De laptop is strak vormgegeven.

Qua aansluitingen maakt de laptop niet echt indruk. De laptop heeft wel een usb-c-poort, maar zonder de voordelen die zo’n aansluiting doorgaans brengt. Dat de poort werkt op de langzamere Gen 1-snelheid van 5 Gbit/s vinden we niet zo erg; storender is het feit dat de poort geen opladen of DisplayPort ondersteunt. Je kunt deze laptop dus niet op een usb-c-dockingstation aansluiten.

Voor het opladen gebruik je een oplader met een opvallend kort snoertje dat je aansluit op een aparte laadaansluiting. Gelukkig heeft de laptop wel genoeg andere aansluitingen in de vorm van twee usb3.0-poorten, een usb2.0-poort, HDMI, een microSD-kaartlezer en een 3,5mm-headsetaansluiting.

©Jeroen Boer - ID.nl

De Medion E15443 heeft een usb-c-poort, maar die ondersteunt geen opladen of video.

Opvallend is dat naast twee Intel-stickers ook een McAfee-sticker op de behuizing is geplakt, terwijl er slechts een 30dagen-proefversie van deze virusscanner is geïnstalleerd. Verder is er gelukkig geen overbodige software (bloatware) geïnstalleerd.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op het deksel staat het nieuwe Medion-logo.

Upgradebare hardware

De Medion E15443 is een vrij dikke 15inch-laptop en dat komt met een voordeel. Je kunt de laptop namelijk openmaken en upgraden. Binnenin heeft Medion wel een grote sticker over het moederbord en alle onderdelen geplakt. Die kun je voorzichtig lospeuteren, waarna je toegang hebt tot twee geheugensloten, een verwisselbare M.2-ssd en een verwisselbare wifi-module. De laptop is met wat moeite dus te upgraden.

©Jeroen Boer - ID.nl

Binnenin wordt de hardware afgedekt door een grote sticker.

Lekker werken?

De Medion E15443 is een 15inch-laptop en dat brengt een lekker groot 15,6inch-scherm met zich mee. Positief aan het scherm zijn de Full HD-resolutie, de matte afwerking en goede inkijkhoeken. Het is verder helaas geen heel goed scherm. De kleurweergave is erg koel en de maximale helderheid is niet heel hoog.

Boven het scherm is een webcam geplaatst. Dat is een 720p-exemplaar terwijl 1080p toch al een tijdje de standaard is. De camera levert daarom geen heel scherpe beelden. Wel gaat de camera goed om met lastigere lichtomstandigheden, zodat je wel zichtbaar in beeld bent. Op de zijkant van de laptop zit een knopje waarmee je de camera uitschakelt. In uitgeschakelde toestand brandt er een groen lampje naast dit knopje. De luidsprekers zijn op de onderkant geplaatst. Het geluid kan hard, maar mist elke vorm van laagweergave, waardoor muziek schel klinkt en het niet prettig luisteren is. 

Een voordeel van het 15inch-formaat is dat er ruimte is voor een toetsenbord met meer knoppen, en je vindt dan ook een numeriek veld op de Medion E15443. De aanslag van het toetsenbord heeft weinig travel, maar wel een voelbare klik. Het is geen heel goed toetsenbord, maar er is op te werken. Omdat de behuizing zelf nogal meegeeft, moet je alleen niet te hard typen, want dan buigt het toetsenbord ook mee. De toetsen zijn voorzien van achtergrondverlichting die je in twee standen kunt instellen.

Het label 'AI' dat Medion op de laptop plakt, komt ook door de speciale Copilot-knop op het toetsenbord waarmee je Microsofts slimme assistent Copilot zou moeten kunnen oproepen. We gebruiken bewust deze zinsconstructie, want op het moment van testen opent de knop alleen het zoekscherm van Windows.

©Jeroen Boer - ID.nl

De laptop heeft een CoPilot-toets.

Het touchpad is met een afmeting van ongeveer 13 x 8 centimeter lekker ruim en ondersteunt multitouchgebaren met drie en vier vingers. Wel voelt het touchpad net als de rest van de behuizing wat goedkoop aan omdat hij een beetje speling heeft en daarom rammelt als je hem licht aanraakt. 

Prestaties

De Medion E15443 bevat Intels Core Ultra 5 125H in combinatie met 16 GB ram. Dit is een chip met maar liefst 14 cores die zijn onderverdeeld in vier snelle, acht efficiënte en twee low-power efficiënte cores met elk hun eigen kloksnelheden. In de chip is verder een Arc-gpu met 7 cores en een npu (neural processing unit) ondergebracht.

De chip is met zijn vele cores duidelijk ontworpen voor multicoreprestaties, maar die vallen juist wat tegen. In Cinebench R23 halen we na één keert testen een score van 9224 punten, terwijl dat na 10 minuten zakt naar 8377 punten. Dat zou wel wat hoger moeten zijn; we vermoeden dat de koeling niet toereikend is om de chip optimaal te laten presteren. Koeling is sowieso iets waar deze laptop niet echt in lijkt uit te blinken, want de ventilator gaat ook bij wat lichtere taken snel harder blazen.

De singlecore-prestaties in Cinebench R23 zijn met 1667 punten wel zoals verwacht en tonen ook geen verval. In PCMark 10, dat doorsnee kantoorwerkzaamheden simuleert, scoort de laptop een nette 6078 punten. Alledaagse taken kun je dan ook gewoon vlot uitvoeren, maar we zouden ook niet anders verwachten van een gloednieuwe laptop.

De accu heeft een capaciteit van 55 Wh en dat is voor een 15inch-laptop niet echt veel. Toch lijkt de accuduur mee te vallen. In de Modern Office-accutest van PCMark 10 halen we een accutijd van 8 uur en 31 minuten. Naar moderne standaarden niet heel indrukwekkend, maar in de praktijk op zich genoeg. 

Langzame ssd

Bij het testen van de ssd waren we even verbaasd. De ssd haalt in een sequentiële test namelijk een lees- en schrijfsnelheid van maar 555,11 en 507,14 MB/s, terwijl in de Quick System Drive Benchmark van PCmark 10 slechts 99,10 MB/s wordt neergezet. Ter vergelijking: de langzaamste en niet heel goed beoordeelde ssd in onze laatste vergelijkingstest haalde een lees- en schrijfsnelheid van 3717 en 3072 MB/s, terwijl in de Quick System Drive Benchmark 274 MB/s werd gehaald. Het mag wel iets langzamer, maar de scores van deze laptop zijn simpelweg slechte cijfers, en het is lang geleden dat we in een nieuw apparaat een ssd zagen die zo langzaam is.

Er is niks stuk. Het blijkt dat Medion een sata M.2-ssd heeft gebruikt. Heel raar, want je moet tegenwoordig bijna moeite doen om zo’n ssd nog te vinden en ze zijn wat ons betreft bedoeld voor heel goedkope of oudere apparaten met een M.2-slot dat geen NVMe ondersteunt. In een nieuwe laptop op basis van de nieuwste Intel-generatie zou je zo’n ssd simpelweg niet mogen tegenkomen. Het gaat ook nog eens om een exemplaar van een onbekend merk.

Op basis van het typenummer (RS512GSSD310) konden we deze ssd heel moeilijk vinden, maar we vermoeden dat de fabrikant de voor ons onbekende Chinese fabrikant Rayson is. Helaas zat de sticker van de ssd beter vastgeplakt aan de grote zwarte sticker binnen in de laptop dan aan de ssd zelf: het zwarte pcb komt in elk geval overeen met foto’s van de ssd die we op internet vonden. 

De gebruikte ssd is erg langzaam.

Licht gamen mogelijk

Intel heeft met Arc een mooie stap op gpu-gebied gezet, waarbij ook de drivers de laatste tijd flink verbeterd zijn. De Core Ultra 5 is in staat om spellen te spelen, al is een score van 2903 punten in 3DMark Time Spy niet heel hoog. Voluit gamen zit er dus niet in, maar er is zeker wel wat mogelijk.

In Shadow of the Tomb Raider halen we bij een resolutie van 1920 x 1080 pixels op de voorinstelling lowest 40 fps. Intel ondersteunt nog wel een truc, en dat is XeSS, vergelijkbaar met Nvidia’s bekendere DLSS. Hiermee wordt het spel op een lagere resolutie gerenderd en opgeschaald door een AI-algoritme. In de praktijk is dat als je lekker aan het spelen bent vrijwel niet te zien, maar een spel moet dit wel ondersteunen.

Shadow of the Tomb Raider doet dit en met XeSS op Performance halen we 50 fps, waarmee dit spel zeker speelbaar is. Al wordt het natuurlijk geen gaming-gpu waarmee je 60 fps op hogere beeldinstellingen haalt. Spellen met ondersteuning voor XeSS of AMD’s tegenhanger FSR, dat ook op Intel-gpu’s werkt, zullen de voorkeur hebben. 

Licht gamen is zeker dankzij AI-upscalingstechnieken als Intels XeSS mogelijk.

AI en de npu

Medion en Intel prijzen deze laptop aan als een van de eerste laptops die AI naar een breder publiek brengt. Die nadruk op AI komt doordat de laptop Intels nieuwste generatie mobiele processor bevat in de vorm van een Intel Core Ultra 5 125H. Die chip is naast een cpu en gpu ook voorzien van een npu (neural processing unit), waarmee berekeningen die vaak bij AI-toepassingen worden gebruikt worden versneld. Diezelfde soort berekeningen kunnen overigens ook op een gpu worden gedaan, maar de npu moet dat efficiënter kunnen.

In de praktijk kun je hier nog niet zo heel veel mee. Medion en Intel wezen ons voor het testen op het geluidsbewerkingsprogramma Audicity. Hierin kun je AI onder meer gebruiken om muziek te creëren dankzij een OpenVINO-plugin. We hebben deze plugin gebruikt om vijf minuten dancemuziek te genereren. Hierbij kun je diverse taken die hiermee te maken hebben instellen op cpu, gpu of npu.

Er zijn twee taken die ingesteld kunnen worden op npu, waarvan er een standaard op npu staat en de andere op gpu. Op deze standaardinstellingen duurt het genereren van 5 minuten muziek 10 minuten en 20 seconden. Als we beide taken op npu instellen, duurt het 16 minuten en 38 seconden, terwijl het met beide taken op gpu 11 minuten en 23 seconden duurt. Draaien we de taken om qua npu- en gpu-gebruik, dan duurt het genereren 10 minuten en 51 seconden. 

Je kunt de npu bijvoorbeeld gebruiken in Audicity.

De npu doet dus duidelijk iets ten opzichte van de gpu; het wordt immers sneller als je een van de taken toekent aan de npu. De npu is echter wel weer makkelijker over te belasten dan de gpu. Intel prijst de npu vooral aan voor (kleine) taken die op zich al konden, zoals het verwijderen van een achtergrond of onderdrukken van omgevingsgeluid tijdens een videogesprek.

De npu zou als deze optimaal wordt ingezet energiezuiniger zijn voor dergelijke taken dan de cpu of gpu. Bovendien blijft de gpu beschikbaar voor andere taken. Vooralsnog voegt de npu in praktische zin in elk geval niet zo veel toe. Veel van de populaire AI-toepassingen als ChatGPT, Copilot en Midjourney draaien immers in de cloud. Microsoft zou van plan zijn om Copilot lokaal te laten draaien, maar daar is vermoedelijk een krachtiger npu van de volgende generatie voor nodig.

Vooralsnog is de praktische meerwaarde van een 'AI-laptop' nihil. Dat is een neutrale constatering en verder niet van invloed op ons oordeel, want dit geldt voor alle laptops met een Core Ultra-processor. 

Conclusie

Medion richt zijn communicatie rondom de Medion E15443 op AI voor een laag prijspunt. Toegegeven: dit is zonder twijfel de goedkoopste laptop met Intel Core Ultra 5 die je momenteel kunt kopen. Maar dat betekent niet automatisch dat dit ook een goede laptop is. De algemene prestaties zijn op zich prima, maar de al snel luidruchtige koeling lijkt niet in staat om de processor altijd optimaal te laten presteren. Om een laptop met die snelle processor voor een relatief scherpe prijs mogelijk te maken, is bovendien duidelijk bezuinigd op de rest van de onderdelen. Wat ons betreft te veel voor een laptop die toch alsnog 800 euro kost. Het meest concrete voorbeeld daarvan is de ssd: een langzame sata-ssd van een onbekend Chinees merk hoort simpelweg niet in een moderne laptop thuis. Maar ook de behuizing en ondermaatse usb-c-poort vinden we niet passen bij het prijspunt.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.