ID.nl logo
Review Medion E15443 - Snelle processor, beknibbeld op de rest
© Jeroen Boer - ID.nl
Huis

Review Medion E15443 - Snelle processor, beknibbeld op de rest

Medion zet de E15443 als de goedkoopste AI-laptop voorzien van Intels nieuwste generatie processors op de markt. En dit is zonder meer de goedkoopste laptop met Core Ultra 5 die je op het moment van schrijven kunt kopen. Is dat gegeven genoeg om deze laptop aan te raden?

Ondermaats
Conclusie

Medion richt zijn communicatie rondom de Medion E15443 op AI voor een laag prijspunt. Toegegeven: dit is zonder twijfel de goedkoopste laptop met Intel Core Ultra 5 die je momenteel kunt kopen. Maar dat betekent niet automatisch dat dit ook een goede laptop is. De algemene prestaties zijn op zich prima, maar de al snel luidruchtige koeling lijkt niet in staat om de processor altijd optimaal te laten presteren. Om een laptop met die snelle processor voor een relatief scherpe prijs mogelijk te maken, is bovendien duidelijk bezuinigd op de rest van de onderdelen. Wat ons betreft te veel voor een laptop die toch alsnog 800 euro kost. Het meest concrete voorbeeld daarvan is de ssd: een langzame sata-ssd van een onbekend Chinees merk hoort simpelweg niet in een moderne laptop thuis. Maar ook de behuizing en ondermaatse usb-c-poort vinden we niet passen bij het prijspunt.

Plus- en minpunten
  • Algemene prestaties
  • Full HD-scherm
  • 16 GB RAM
  • Luide koeling
  • Opvallend trage ssd
  • Geen laden of video via usb-c
  • Bouwkwaliteit matig
  • Kleurweergave
  • 720p-camera

De Medion E15443 laat zich met zijn donkergrijze kunststof behuizing typeren als een doorsnee 15inch-laptop en is op zich aardig vormgegeven. Helaas komt de behuizing niet heel degelijk over en laat deze zich op sommige plekken wel erg makkelijk indrukken terwijl de behuizing daar duidelijk bij kraakt.

©Jeroen Boer - ID.nl

De laptop is strak vormgegeven.

Qua aansluitingen maakt de laptop niet echt indruk. De laptop heeft wel een usb-c-poort, maar zonder de voordelen die zo’n aansluiting doorgaans brengt. Dat de poort werkt op de langzamere Gen 1-snelheid van 5 Gbit/s vinden we niet zo erg; storender is het feit dat de poort geen opladen of DisplayPort ondersteunt. Je kunt deze laptop dus niet op een usb-c-dockingstation aansluiten.

Voor het opladen gebruik je een oplader met een opvallend kort snoertje dat je aansluit op een aparte laadaansluiting. Gelukkig heeft de laptop wel genoeg andere aansluitingen in de vorm van twee usb3.0-poorten, een usb2.0-poort, HDMI, een microSD-kaartlezer en een 3,5mm-headsetaansluiting.

©Jeroen Boer - ID.nl

De Medion E15443 heeft een usb-c-poort, maar die ondersteunt geen opladen of video.

Opvallend is dat naast twee Intel-stickers ook een McAfee-sticker op de behuizing is geplakt, terwijl er slechts een 30dagen-proefversie van deze virusscanner is geïnstalleerd. Verder is er gelukkig geen overbodige software (bloatware) geïnstalleerd.

©Jeroen Boer - ID.nl

Op het deksel staat het nieuwe Medion-logo.

Upgradebare hardware

De Medion E15443 is een vrij dikke 15inch-laptop en dat komt met een voordeel. Je kunt de laptop namelijk openmaken en upgraden. Binnenin heeft Medion wel een grote sticker over het moederbord en alle onderdelen geplakt. Die kun je voorzichtig lospeuteren, waarna je toegang hebt tot twee geheugensloten, een verwisselbare M.2-ssd en een verwisselbare wifi-module. De laptop is met wat moeite dus te upgraden.

©Jeroen Boer - ID.nl

Binnenin wordt de hardware afgedekt door een grote sticker.

Lekker werken?

De Medion E15443 is een 15inch-laptop en dat brengt een lekker groot 15,6inch-scherm met zich mee. Positief aan het scherm zijn de Full HD-resolutie, de matte afwerking en goede inkijkhoeken. Het is verder helaas geen heel goed scherm. De kleurweergave is erg koel en de maximale helderheid is niet heel hoog.

Boven het scherm is een webcam geplaatst. Dat is een 720p-exemplaar terwijl 1080p toch al een tijdje de standaard is. De camera levert daarom geen heel scherpe beelden. Wel gaat de camera goed om met lastigere lichtomstandigheden, zodat je wel zichtbaar in beeld bent. Op de zijkant van de laptop zit een knopje waarmee je de camera uitschakelt. In uitgeschakelde toestand brandt er een groen lampje naast dit knopje. De luidsprekers zijn op de onderkant geplaatst. Het geluid kan hard, maar mist elke vorm van laagweergave, waardoor muziek schel klinkt en het niet prettig luisteren is. 

Een voordeel van het 15inch-formaat is dat er ruimte is voor een toetsenbord met meer knoppen, en je vindt dan ook een numeriek veld op de Medion E15443. De aanslag van het toetsenbord heeft weinig travel, maar wel een voelbare klik. Het is geen heel goed toetsenbord, maar er is op te werken. Omdat de behuizing zelf nogal meegeeft, moet je alleen niet te hard typen, want dan buigt het toetsenbord ook mee. De toetsen zijn voorzien van achtergrondverlichting die je in twee standen kunt instellen.

Het label 'AI' dat Medion op de laptop plakt, komt ook door de speciale Copilot-knop op het toetsenbord waarmee je Microsofts slimme assistent Copilot zou moeten kunnen oproepen. We gebruiken bewust deze zinsconstructie, want op het moment van testen opent de knop alleen het zoekscherm van Windows.

©Jeroen Boer - ID.nl

De laptop heeft een CoPilot-toets.

Het touchpad is met een afmeting van ongeveer 13 x 8 centimeter lekker ruim en ondersteunt multitouchgebaren met drie en vier vingers. Wel voelt het touchpad net als de rest van de behuizing wat goedkoop aan omdat hij een beetje speling heeft en daarom rammelt als je hem licht aanraakt. 

Prestaties

De Medion E15443 bevat Intels Core Ultra 5 125H in combinatie met 16 GB ram. Dit is een chip met maar liefst 14 cores die zijn onderverdeeld in vier snelle, acht efficiënte en twee low-power efficiënte cores met elk hun eigen kloksnelheden. In de chip is verder een Arc-gpu met 7 cores en een npu (neural processing unit) ondergebracht.

De chip is met zijn vele cores duidelijk ontworpen voor multicoreprestaties, maar die vallen juist wat tegen. In Cinebench R23 halen we na één keert testen een score van 9224 punten, terwijl dat na 10 minuten zakt naar 8377 punten. Dat zou wel wat hoger moeten zijn; we vermoeden dat de koeling niet toereikend is om de chip optimaal te laten presteren. Koeling is sowieso iets waar deze laptop niet echt in lijkt uit te blinken, want de ventilator gaat ook bij wat lichtere taken snel harder blazen.

De singlecore-prestaties in Cinebench R23 zijn met 1667 punten wel zoals verwacht en tonen ook geen verval. In PCMark 10, dat doorsnee kantoorwerkzaamheden simuleert, scoort de laptop een nette 6078 punten. Alledaagse taken kun je dan ook gewoon vlot uitvoeren, maar we zouden ook niet anders verwachten van een gloednieuwe laptop.

De accu heeft een capaciteit van 55 Wh en dat is voor een 15inch-laptop niet echt veel. Toch lijkt de accuduur mee te vallen. In de Modern Office-accutest van PCMark 10 halen we een accutijd van 8 uur en 31 minuten. Naar moderne standaarden niet heel indrukwekkend, maar in de praktijk op zich genoeg. 

Langzame ssd

Bij het testen van de ssd waren we even verbaasd. De ssd haalt in een sequentiële test namelijk een lees- en schrijfsnelheid van maar 555,11 en 507,14 MB/s, terwijl in de Quick System Drive Benchmark van PCmark 10 slechts 99,10 MB/s wordt neergezet. Ter vergelijking: de langzaamste en niet heel goed beoordeelde ssd in onze laatste vergelijkingstest haalde een lees- en schrijfsnelheid van 3717 en 3072 MB/s, terwijl in de Quick System Drive Benchmark 274 MB/s werd gehaald. Het mag wel iets langzamer, maar de scores van deze laptop zijn simpelweg slechte cijfers, en het is lang geleden dat we in een nieuw apparaat een ssd zagen die zo langzaam is.

Er is niks stuk. Het blijkt dat Medion een sata M.2-ssd heeft gebruikt. Heel raar, want je moet tegenwoordig bijna moeite doen om zo’n ssd nog te vinden en ze zijn wat ons betreft bedoeld voor heel goedkope of oudere apparaten met een M.2-slot dat geen NVMe ondersteunt. In een nieuwe laptop op basis van de nieuwste Intel-generatie zou je zo’n ssd simpelweg niet mogen tegenkomen. Het gaat ook nog eens om een exemplaar van een onbekend merk.

Op basis van het typenummer (RS512GSSD310) konden we deze ssd heel moeilijk vinden, maar we vermoeden dat de fabrikant de voor ons onbekende Chinese fabrikant Rayson is. Helaas zat de sticker van de ssd beter vastgeplakt aan de grote zwarte sticker binnen in de laptop dan aan de ssd zelf: het zwarte pcb komt in elk geval overeen met foto’s van de ssd die we op internet vonden. 

De gebruikte ssd is erg langzaam.

Licht gamen mogelijk

Intel heeft met Arc een mooie stap op gpu-gebied gezet, waarbij ook de drivers de laatste tijd flink verbeterd zijn. De Core Ultra 5 is in staat om spellen te spelen, al is een score van 2903 punten in 3DMark Time Spy niet heel hoog. Voluit gamen zit er dus niet in, maar er is zeker wel wat mogelijk.

In Shadow of the Tomb Raider halen we bij een resolutie van 1920 x 1080 pixels op de voorinstelling lowest 40 fps. Intel ondersteunt nog wel een truc, en dat is XeSS, vergelijkbaar met Nvidia’s bekendere DLSS. Hiermee wordt het spel op een lagere resolutie gerenderd en opgeschaald door een AI-algoritme. In de praktijk is dat als je lekker aan het spelen bent vrijwel niet te zien, maar een spel moet dit wel ondersteunen.

Shadow of the Tomb Raider doet dit en met XeSS op Performance halen we 50 fps, waarmee dit spel zeker speelbaar is. Al wordt het natuurlijk geen gaming-gpu waarmee je 60 fps op hogere beeldinstellingen haalt. Spellen met ondersteuning voor XeSS of AMD’s tegenhanger FSR, dat ook op Intel-gpu’s werkt, zullen de voorkeur hebben. 

Licht gamen is zeker dankzij AI-upscalingstechnieken als Intels XeSS mogelijk.

AI en de npu

Medion en Intel prijzen deze laptop aan als een van de eerste laptops die AI naar een breder publiek brengt. Die nadruk op AI komt doordat de laptop Intels nieuwste generatie mobiele processor bevat in de vorm van een Intel Core Ultra 5 125H. Die chip is naast een cpu en gpu ook voorzien van een npu (neural processing unit), waarmee berekeningen die vaak bij AI-toepassingen worden gebruikt worden versneld. Diezelfde soort berekeningen kunnen overigens ook op een gpu worden gedaan, maar de npu moet dat efficiënter kunnen.

In de praktijk kun je hier nog niet zo heel veel mee. Medion en Intel wezen ons voor het testen op het geluidsbewerkingsprogramma Audicity. Hierin kun je AI onder meer gebruiken om muziek te creëren dankzij een OpenVINO-plugin. We hebben deze plugin gebruikt om vijf minuten dancemuziek te genereren. Hierbij kun je diverse taken die hiermee te maken hebben instellen op cpu, gpu of npu.

Er zijn twee taken die ingesteld kunnen worden op npu, waarvan er een standaard op npu staat en de andere op gpu. Op deze standaardinstellingen duurt het genereren van 5 minuten muziek 10 minuten en 20 seconden. Als we beide taken op npu instellen, duurt het 16 minuten en 38 seconden, terwijl het met beide taken op gpu 11 minuten en 23 seconden duurt. Draaien we de taken om qua npu- en gpu-gebruik, dan duurt het genereren 10 minuten en 51 seconden. 

Je kunt de npu bijvoorbeeld gebruiken in Audicity.

De npu doet dus duidelijk iets ten opzichte van de gpu; het wordt immers sneller als je een van de taken toekent aan de npu. De npu is echter wel weer makkelijker over te belasten dan de gpu. Intel prijst de npu vooral aan voor (kleine) taken die op zich al konden, zoals het verwijderen van een achtergrond of onderdrukken van omgevingsgeluid tijdens een videogesprek.

De npu zou als deze optimaal wordt ingezet energiezuiniger zijn voor dergelijke taken dan de cpu of gpu. Bovendien blijft de gpu beschikbaar voor andere taken. Vooralsnog voegt de npu in praktische zin in elk geval niet zo veel toe. Veel van de populaire AI-toepassingen als ChatGPT, Copilot en Midjourney draaien immers in de cloud. Microsoft zou van plan zijn om Copilot lokaal te laten draaien, maar daar is vermoedelijk een krachtiger npu van de volgende generatie voor nodig.

Vooralsnog is de praktische meerwaarde van een 'AI-laptop' nihil. Dat is een neutrale constatering en verder niet van invloed op ons oordeel, want dit geldt voor alle laptops met een Core Ultra-processor. 

Conclusie

Medion richt zijn communicatie rondom de Medion E15443 op AI voor een laag prijspunt. Toegegeven: dit is zonder twijfel de goedkoopste laptop met Intel Core Ultra 5 die je momenteel kunt kopen. Maar dat betekent niet automatisch dat dit ook een goede laptop is. De algemene prestaties zijn op zich prima, maar de al snel luidruchtige koeling lijkt niet in staat om de processor altijd optimaal te laten presteren. Om een laptop met die snelle processor voor een relatief scherpe prijs mogelijk te maken, is bovendien duidelijk bezuinigd op de rest van de onderdelen. Wat ons betreft te veel voor een laptop die toch alsnog 800 euro kost. Het meest concrete voorbeeld daarvan is de ssd: een langzame sata-ssd van een onbekend Chinees merk hoort simpelweg niet in een moderne laptop thuis. Maar ook de behuizing en ondermaatse usb-c-poort vinden we niet passen bij het prijspunt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.