ID.nl logo
Fallout 76 is in zijn kern kapot
© Reshift Digital
Huis

Fallout 76 is in zijn kern kapot

Een gebrek aan ambitie kunnen we Fallout 76 niet verwijten. Een gebrek aan speelbaarheid en simpelweg plezier wel. Dit is wat er gebeurt als een ontwikkelaar alleen maar bezig is met de vraag of ze iets kúnnen doen, in plaats van te bedenken of ze wel het zouden móeten doen.

Fallout 76 is namelijk het eerste deel in de serie dat altijd en alleen online speelbaar is. Ambitieus, maar die fundamentele verandering heeft er ook toe geleid dat Bethesda flink wat heeft moeten aanpassen aan de bekende formule van Fallout. Met een deel van de aanpassingen komt de ontwikkelaar nog enigszins weg, maar onder de streep wegen de baten simpelweg niet op tegen de lasten.

Net als bijna iedere Fallout-game, begin je in een veilige, ondergrondse bunker, een Vault, waar jij als een van de weinige mensen een nucleaire holocaust hebt overleefd. Terwijl je in de andere games daarna altijd op ontdekking gaat door deze verwoeste, retrofuturistische wereld waar beschaving met vallen en opstaan weer opkrabbelt, beland je in Fallout 76 in een verlaten, haast spookachtig West-Virginia waar bijna geen mens meer te vinden is.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Dooie boel

Verhalend wordt weliswaar verklaard waaróm West-Virginia alleen nog maar bevolkt wordt door mutanten en robots, maar dat doet niets af aan het feit dat de wereld van Fallout 76 erg leeg aandoet. Er zijn geen menselijke nederzettingen en quests krijg je voornamelijk via audiologs of berichten op computerterminals.

Bethesda lijkt zelf ook te beseffen dat dat het bemoeilijkt om de wereld op een logische manier te ontdekken en werpt daarom veel zijmissies voor het gemak maar in je schoot. Loop je langs een gebouw waar iets te doen is, dan verschijnt er direct een questmarker die je daarop wijst. Zelf op ontdekking gaan, wat normaal in Fallout via environmental storytelling heel erg wordt aangemoedigd, is nauwelijks meer nodig.

De afwezigheid van andere zinvolle personages verstoort ook de economie van Fallout 76. Waar je in het verleden op een logische manier via quests bottlecaps (geld) of items verdiende en daarmee dan weer broodnodige zaken als gezuiverd water en RadAway tegen stralingsziekte kocht, krijg je nu na het voltooien van quests automatisch een hele zwik items in je inventaris.

Daarnaast verliest Fallout door de afwezigheid van menselijke personages simpelweg heel veel van zijn charme. Omdat veel communicatie via audiologs gaat is het eenrichtingsverkeer. Je kunt niet meer reageren en dus ook veel minder invulling geven aan de rol die je speelt. Behulpzaam zijn, een klootzak spelen of zelfs in de huid van stripboekenheld Silver Shroud kruipen? Vergeet het maar. Zelfs radio dj’s – of je ze nou haatte of niet – wisselen de plaatjes niet meer af. Het maakt van Fallout 76 een behoorlijk zielloze ervaring.

©PXimport

Samen de Apocalyps tegemoet

Nou moet je een game natuurlijk beoordelen om wat ‘ie wel is en niet om wat ie niet is, maar Fallout 76 geeft bar weinig terug voor al die verloren facetten die Fallout 3, New Vegas en 4 juist definieerden. De grote vernieuwing is dat je in een online wereld speelt, samen met andere mensen. Met maar 24 spelers tegelijkertijd in één wereld is de kans dat je elkaar tegenkomt echter klein, zeker bij gebrek aan centrale nederzettingen die als hub dienst doen. De meeste spelers gaan volledig hun eigen gang.

Soms wordt er naar elkaar gezwaaid, in een enkel geval geschoten. Elkaar doodmaken levert echter maar een paar bottlecaps op, terwijl je het risico loopt al je Junk (waar je nieuwe items mee maakt) kwijt te raken. Elkaar uitmoorden is dus allesbehalve lucratief en gebeurt zelden. Het gebeurde ons (iets) vaker dat we kortstondig een team vormden met wildvreemden, hoewel die samenwerkingsverbanden sporadisch vruchtbaar bleken.

De plot van Fallout 76 mag dan summier zijn, het loopt wel als rode draad door je avontuur. Als iemand op een heel ander punt in het verhaal zit, kan samenwerken tot rare situaties leiden. Wij sloegen bijvoorbeeld een heel deel van de main quest over doordat we een stukje meewandelden met een groepje Duitsers, die wat verder in het verhaal waren. Je deelt een wereld, maar toch niet.

Samenspelen met je eigen vrienden werkt daarom een stuk beter, zeker als je dan samen afspreekt om bijvoorbeeld op zoek te gaan naar zijmissies in plaats van elkaars hoofdverhaal in de war te schoppen. Fallout 76 kent geen verschillende klassen zoals veel andere online rpg’s, dus verwacht niet dat je elkaar echt aanvult, maar samen in Power Armors een bende Super Mutants oprollen voelt weldegelijk goed, zeker wanneer iemand opeens een Fat Man uit zijn broekzak tovert en een Mini Nuke rondslingert. De lollige kant van Fallout komt zeker tot zijn recht met vrienden.

Het is echter moeilijk te begrijpen dat Bethesda zóveel heeft opgeofferd voor die paar sporadische momenten dat samenspelen echt voor iets unieks zorgt. Een eenvoudige drop-in drop-out multiplayermodus, zoals in games als Far Cry, had waarschijnlijk evenveel bewerkstelligd zonder de noodzakelijke opofferingen. Nu ondervind je vooral hinder van het altijd online zijn.

©PXimport

Microtransacties in Fallout 76 Fallout 76 bevat microtransacties. Met de zogenoemde Atoms kun je in de Atomic Shop extra outfits, meubels voor je kamp of zelfs poses voor de fotomodus en emotes aanschaffen. Vooral dat laatste is een beetje raar, want waarom moet ik omgerekend drie euro betalen om met een gebaar iemand uit te kunnen nodigen om te koken of te vragen om drinken? Hoewel je Atoms ook verdient via quests en extra uitdagingen, en dus niet alleen met echt geld kan kopen, blijft het merkwaardig om zulke basale dingen op deze manier te ontgrendelen.

Zwevend hoofd

Want buiten de inhoudelijke concessies die gemaakt zijn om een online spelwereld te maken, zijn er ook veel technische opofferingen gemaakt. Altijd online spelen heeft merkbare consequenties voor de laadtijden en stabiliteit van het spel. Opstarten duurt lang, bij onderhoud is Fallout 76 onspeelbaar en er is lang niet altijd een driedubbele nucleaire explosie voor nodig om het spel te laten crashen.

Pauzeren kan niet en bij gebrek aan veilige havens, zoals menselijke nederzettingen, sluit je dus het liefste het spel af als je alleen maar even koffie gaat halen of naar het toilet moet. Zelfs je map raadplegen zorgt er voor dat het hele spel enkele seconden bevriest. Veel van deze zaken zien we ook bij andere games die altijd online zijn, en het is ook niet per definitie erg - mits je er tenminste een toffe ervaring voor terug krijgt. Dat is bij Fallout 76 niet het geval.

Daar bovenop wordt Fallout 76 geplaagd door andere bugs die niet per se aan de internetverbinding liggen. We zijn op vijanden gestuit die ineens met geen mogelijkheid schade konden oplopen, zagen objecten net boven de grond zweven, hebben een tijdje gespeeld als rondvliegend hoofd omdat onze outfit extreem traag inlaadde en de framerate hakkelt als je alleen maar springt.

Bugs van deze aard zijn niet vreemd voor de serie, met als belangrijk verschil dat we ze daar voor lief namen omdat het verder zo leuk was om met onze virtuele knapzak op avontuur te gaan door die prachtige dystopie. Op die goodwill kan Fallout 76 niet rekenen en dan wordt ineens pijnlijk zichtbaar hoe de techniek rammelt en kraakt.

©PXimport

Overleeft ternauwernood

Fallout 76 is daardoor een bittere pil voor Fallout-fans, maar dat betekent niet dat de game helemaal waardeloos is. Als survivalgame is het spel best interessant. De nadruk ligt in dit deel veel meer op overleven. Je krijgt bijvoorbeeld honger en dorst en kan ziek worden van bedorven eten, iets dat in andere Fallout-games hooguit een rol speelde in aparte Survival-modi.

Hoewel je via quests veel noodzakelijke items verdient, is geld over het algemeen wel schaarser. In een winkeltje nog even wat Stimpacks of RadAways inslaan is dan ook minder vanzelfsprekend. Dat soort items moet je dus veel meer in de gigantische spelwereld gaan zoeken, als een echte overlever. Reken er niet op dat je medespelers je aan eten of medicijnen helpen, want waarom zouden ze? Je bent veel meer op jezelf aangewezen.

De sporadische momenten dat Fallout 76 wél indruk maakt, ontstaan dan ook wanneer je als een soort Chuck Noland uit Cast Away maniakaal lacht als je met je laatste middelen water kookt of een maaltijd weet te maken van gemuteerde kakkerlakken die je even daarvoor kapot hebt geslagen. Of wanneer je met je Junk jouw eigen basiskamp verder uitbouwt, iets dat net even wat lekkerder werkt dan in Fallout 4.

Het zijn die momenten dat bijna alle elementen van Fallout 76 wél in elkaar klikken. Overleven in deze onvergefelijke wereld legt nog net wat meer de nadruk op hoe vernietigd de wereld van Fallout is, zonder voortdurend te ginnegappen over colamerken en de Amerikaanse consumptiemaatschappij. De vraag blijft echter: waarom moet ik daar in vredesnaam aldoor voor online zijn?

Fallout 76 is nu verkrijgbaar voor pc, Xbox One en PlayStation 4. Voor deze review is gespeeld op een PlayStation 4 Pro.

Ondermaats
Conclusie

**Prijs** € 39,99,- **Platform** PC, PlayStation 4, Xbox One **Website** [https://fallout.bethesda.net](https://fallout.bethesda.net/)

Plus- en minpunten
  • Survivalmechaniek
  • Levenloze spelwereld
  • Altijd online brengt meer hinder dan voordeel
  • Bugs
  • Microtransacties
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.