ID.nl logo
Assassin’s Creed Odyssey is een smörgåsbord aan bezigheden
© Reshift Digital
Huis

Assassin’s Creed Odyssey is een smörgåsbord aan bezigheden

Assassin’s Creed Odyssey heeft zoveel content dat het in het begin overweldigt. Na verloop van tijd valt echter op hoe alles in elkaar past, hoe alle systemen samenwerken om een levende, ademende spelwereld voor te schotelen waarin je je nooit hoeft te vervelen. Ook al moet je soms zelf de krenten uit de pap vissen.

De eerste pakweg acht uur liep ik als een kip zonder kop rond in het oude Griekenland. Ik probeerde het verhaal te volgen, dat gaat over het hoofdpersonage dat zijn of haar Spartaanse familie probeert terug te vinden. Ik vocht mee in oorlogen; in elk gebied op de kaart vechten de Athenen tegen de Spartanen en jij beslist wie er wint. Ik ontmaskerde en vermoordde leden van een geheimzinnige, lugubere sekte. Ik werkte mij omhoog in een ranglijst van huurmoordenaars; er lopen er tientallen rond in de spelwereld en door ze te verslaan ontgrendel je diverse handige bonussen in de spelwereld. En natuurlijk ging ik de diverse typische AC-icoontjes op de map af, van de hoge punten op de map van waaruit je synchroniseert, tot de vele kampen, forten en gebieden waar talloze vijandelijke soldaten, bandieten en dieren op je wachten.

©PXimport

Ik raakte een beetje gestrest van bovenstaande lijst aan bezigheden. De verschillende elementen worden kort na elkaar geïntroduceerd en het was alsof ik geen orde kon scheppen in de chaos. En toen, na een uurtje of acht ploeteren, voelde ik een klik. Ik begon de meest basale optionele content te negeren en zag hoe de diverse hoofdelementen (de zoektocht naar de familie, de oorlog tussen Athene en Sparta en de mysterieuze sekte) met elkaar in verbinding staan, zowel qua verhaal als qua gameplay.

Soms nam ik een zijmissie aan die vanzelf uitmondde in een hoofdmissie. Een andere keer doodde ik een vooraanstaand persoon van Athene of Sparta om de oorlog voor een van de kampen te beslechten, maar had ik tegelijk een sektelid te pakken. Op die manier staat zoveel in de game met elkaar in verbinding en overtuigt Odyssey je van zijn spelwereld. Je voelt je een onderdeel van deze oude Griekse samenleving en belangrijker nog: je drukt er je stempel op.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Kleur de wereld

En wát voor een spelwereld. Origins is een technisch meesterwerk: een gigantische open wereld waar geen einde aan lijkt te komen. Maar het is ook nogal eentonig qua kleurgebruik, een woestijn is immers vooral vijftig tinten bruin. Odyssey barst daarentegen van de kleuren. Er is een overvloed aan weelderige fauna te vinden, er zijn grote, open zeeën om te verkennen en zeker de verschillende eilanden die daarin liggen hebben vaak een eigen uiterlijk en sfeer. De map is met gemak dubbel zo groot als die van Origins. Je bent vele tientallen uren verder voordat je elk gedeelte van de kaart hebt ingekleurd door er voet aan wal te zetten.

Vooral de bovengenoemde eilanden stelen de show. De diverse regio’s op het vasteland lopen qua setting een beetje in elkaar over – met hier en daar een indrukwekkende stad die de sleur van de vele bossen en groene vlaktes en heuvels doorbreekt – maar wanneer je een flinke tocht over zee hebt gehouden en een eiland bezoekt heb je werkelijk geen idee wat je te wachten staat. Het kan een tropisch pirateneiland zijn met een pittoresk stranddorpje, een dor stuk grond waar een slapende vulkaan is gesitueerd, of het welbekende Kreta, waar Griekse mythologieën hoogtij vieren en je de verrassendste architectuur én wezens tegenkomt. Daarbij biedt elk eiland vaak een eigen ecosysteem en missies die daarbij horen, waardoor het overzichtelijk blijft. Eigenlijk is bijna elk eiland in Odyssey een kleine open wereld op zich.

©PXimport

Maar ook op zee, terwijl je op je zelf samengestelde schip met nauwkeurig uitgekozen bemanning vaart naar waar het verhaal je ook maar heen stuurt, voel je de wind haast door je haren wapperen en voeren de zeemansliederen je mee naar een andere wereld waarin alles mogelijk is. Het varen, inclusief gevechten tussen schepen, keert terug uit Black Flag en is nóg een extra kers op de toch al rijkelijk aangeklede taart die Assassin’s Creed Odyssey heet.

Rpg je mee?

Om terug te komen op die eigen stempel: dat is het resultaat van de westerse rpg-invloeden die steeds meer overhand krijgen in de franchise. Nog meer dan in Origins voer je hier allerlei dialogen, maar krijg je nu ook regelmatig de mogelijkheid om de wending van een gesprek te beïnvloeden. Beledig een persoon en de manier waarop een missie verloopt en de beloning die aan het einde op je wacht kan zomaar veranderen. De manier waarop je hoofd- en zijmissies uitvoert heeft al net zoveel invloed op het einde van het spel; er zijn verschillende eindes die bepaald worden door jouw keuzes.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Het lijken in het begin vooral nuances, maar sommige van die keuzes hebben grote gevolgen. Je bepaalt of Athene of Sparta de overhand in een gebied krijgt door specifieke forten aan te vallen, goederen te verbranden of een vooraanstaand persoon te vermoorden. Een zijmissie op een bepaalde manier uitspelen kan de dood van de missiegever veroorzaken, waardoor hele toekomstige missies niet meer beschikbaar komen of een andere wending krijgen. Je kunt aan het begin zelfs kiezen tussen twee speelbare personages, Alexios en Kassandra, maar afgezien van het betere acteerwerk van de actrice achter Kassandra maakt dat voor het verhaal nauwelijks verschil.

In een poging nog meer avontuur in het spel te injecteren heeft Ubisoft de Exploration-modus toegevoegd. Waar de Guided-modus Assassin’s Creed is zoals je het gewend bent, daar krijg je in de Exploration-modus vaak geen icoontje om aan te geven waar je heen moet voor het klaren van een klus. Een gebied wordt grofweg beschreven en vervolgens moet je het zelf op de kaart vinden. Dit is echter binnen een half minuutje gevonden door even op de kaart te kijken en te zoeken met je adelaar wanneer je in de buurt komt, dus echt veel verschil levert dit niet op. Het is een aardige poging, maar hier had meer uit gehaald kunnen worden.

©PXimport

Aangezien Odyssey een rpg-light is, komt er ook wat grinden aan te pas. Het grootste gedeelte van de game richtte ik mij op het belangrijkste verhaallijnen: de zoektocht naar mijn familie en het uitschakelen van de sekteleden. Voor het slotstuk van dat verhaal moet je echter een behoorlijk hoog level hebben. Elk gebied heeft zoals in Origins een eigen niveau qua vijanden, en als je daar een aantal niveaus onder zit, maken ze gehakt van je. Het resultaat was dat ik met gemak tien uur bezig was met het doen van allerlei randzaken voordat ik het verhaal door kon zetten. Daardoor ontneemt Ubisoft je een beetje de keuze in hoeverre je je op het verhaal wilt richten. Tegelijkertijd ging ik daardoor nog meer van de spelwereld en de diverse zijmissies verkennen, content die ik anders had gemist. Dat was zonde geweest, want er zitten enkele zeer originele situaties in, van een aantal gevechten tegen indrukwekkende wezens tot een leuke persiflage op het battle royale-genre.

This is Sparta!

Ondanks de rpg-invloeden komt er ook genoeg actie te pas aan Odyssey. Sluipen werkt zoals je gewend bent – al gaan niet langer alle vijanden met één steek neer, met alle hectische gevolgen in een willekeurig vijandig fort van dien – maar de combat is behoorlijk uitgebreid. Het systeem uit Origins, waarbij je de schouderknoppen gebruikt om lichte en zware aanvallen in te zetten, blijft intact, maar met de skill-tree speel je allerlei speciale acties vrij die je kunt inzetten met behulp van een adrenalinemeter die zich vult tijdens gevechten.

©PXimport

Deze speciale acties zijn een geweldige toevoeging. Er zijn er meer dan een dozijn te ontgrendelen en er zijn er altijd wel een paar die bij jouw specifieke speelstijl passen. Je kunt een ‘This is Sparta!’-achtige schop uitdelen, schilden van vijanden afpakken en ze ermee op hun hoofd slaan, je zwaard met gif insmeren, in brand zetten of juist je vijanden tijdelijk verblinden om zo stilletjes weg te sluipen middenin een gevecht. Deze moves maken de combat een stuk gevarieerder dan eerdere Assassin’s Creeds. Ook leuk is dat vijanden sommige van deze moves ook tot hun beschikking hebben. Tegelijkertijd zijn er dit keer minder verdedigende opties. Je draagt immers geen schild, dus ben je aangewezen op een goed getimed pareren of tijdig wegduiken.

Waar heb ik mijn paspoort ook alweer gelaten…

Dankzij dat en meer weet Assassin’s Creed Odyssey je langdurig te vermaken. Laat de allerkleinste missies die je op vele prikborden verspreid in de spelwereld kunt vinden vooral voor wat ze zijn. De game loopt over van dat soort automatisch gegenereerde missies, een slimme manier van Ubisoft om het spel in principe oneindig speelbaar te maken, maar het voegt niets toe aan je avontuur. Laat je ook niet uit het veld slaan door het overweldigende eerste gedeelte van de game, waarin alle bovengenoemde elementen in een moordend tempo worden geïntroduceerd en je hoofd begint te tollen.

©PXimport

©PXimport

©PXimport

Na verloop van tijd vind je je eigen flow in de game en zijn er vele tientallen uren aan avonturen te beleven die worden ondersteund door sterk uitgewerkte gameplay, de mogelijkheid om je eigen keuzes te maken en vooral een weergaloos vormgegeven spelwereld waar je in zou willen wonen. Ik overweeg op moment van schrijven serieus een vliegticket naar Griekenland te boeken. Knappe game die dat voor elkaar krijgt.

Assassin’s Creed Odyssey is vanaf 5 oktober verkrijgbaar voor pc, PlayStation 4 en Xbox One. Voor deze recensie is gespeeld op een PlayStation 4 Pro. Bekijk ook alle screenshots die we maakten tijdens het spelen.

▼ Volgende artikel
Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt
© Wesley Akkerman
Huis

Review Poco F8 Ultra – Toptoestel zodra de prijs zakt

De smartphones van Poco zijn over het algemeen goed geprijsd als je kijkt naar wat je ervoor terugkrijgt. De nieuwe Poco F8 Ultra heeft een prijskaartje van minimaal 800 euro. Gaat die regel ook hier op?

Uitstekend
Conclusie

De Poco F8 Ultra oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze variant een paar gram zwaarder maakt dan de zwarte versie). Wel plaatsen we wat kanttekeningen bij de software- en camera-ervaring. De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

Plus- en minpunten
  • Bose-subwoofer
  • Faux denim achterop
  • Stevig, handzaam en licht
  • Vlotte en overzichtelijke software
  • Gemiddeld tot goed softwarebeleid
  • Batterijduur
  • Kleuren kunnen beter
  • Camera laat te wensen over
  • Bloatware en advertenties
CategorieSpecificatie
Display6,9 inch Amoled-display, 120Hz (adaptief), 3500 nits maximale helderheid
ProcessorSnapdragon 8 Elite Gen 5 (3nm)
Geheugen12 GB of 16 GB LPDDR5X (9600 Mbps)
Opslag256 GB of 512 GB (UFS 4.1)
Batterij6500 mAh met 100W HyperCharge en 50W draadloos laden
Camera achter50 MP hoofdcamera (OIS), 50 MP periscooptelelens (OIS), 50 MP ultragroothoek
Camera voor32 MP met autofocus
VideoTot 8K op 30 fps (achter) / 4K op 60 fps (voor)
SoftwareXiaomi HyperOS 3
BouwIP68 waterbestendig, POCO Shield Glass, 218 (Black) - 220 gram (Denim Blue)
Connectiviteit5G, Wifi 7, Bluetooth 6.0, NFC
Extra'sUltrasone vingerafdrukscanner, Infrarood (IR-blaster), Bose audio

Want wat voor smartphone kun je precies aanbieden als je er net wat meer geld tegenaan gooit? Dat idee heeft een unieke telefoon opgeleverd, voorzien van een denimlook én een extra subwoofer achterop. Gewaagde keuzes, maar in een wereld waarin smartphones steeds meer naar elkaar toe groeien, en in hun identiteitscrisis meer en meer op iPhones gaan lijken, geen verkeerde ontwikkeling. Alleen daarom al zijn we enthousiast over de Poco F8 Ultra (Blue Denim-uitvoering).

Het helpt dan ook zeer dan de subwoofer daar niet alleen voor de show zit. Dit compacte speakertje geeft geluiden en audio meer dan genoeg ruimte om beter tot hun recht te komen vergeleken met reguliere smartphonespeakers. Weg is dat blikkige geluid, dat nu ruimte maakt voor warmere tonen en een bredere soundstage. Klinkt de muziek perfect? Dat kun je niet verwachten, maar we zijn desondanks onder de indruk van de Bose-luidspreker.

©Wesley Akkerman

Uniek en tof

De Poco F8 Ultra ligt prettig in de hand en voelt solide aan dankzij het aluminium frame. Met 220 gram is hij ook niet overdreven zwaar. Het fauxdenim op de achterkant draagt daarbij merkbaar bij aan de grip, waardoor hij niet snel uit je handen glipt. Juist door dat eigenzinnige uiterlijk is dit zo'n smartphone die je liever zonder hoesje gebruikt, ook al loop je daarmee iets meer risico op valschade.

Het grote amoled-paneel van 6,9 inch stelt evenmin teleur. Met zijn hoge resolutie (1.200 bij 2.608 pixels) en verversingssnelheid (120 Hertz) kom je niets tekort en oogt alles scherp en vlot. Het contrast is breed en zwartwaarden zijn diep, maar de kleuren kunnen soms net even wat flets ogen. Dat valt alleen op in directe vergelijkingen met andere smartphones; de kans is heel klein dat dit je hier iets van merkt in het dagelijkse gebruik of als je een minder geoefend oog hebt.

©Wesley Akkerman

©Wesley Akkerman

Wat je mag verwachten

Ook al draait de Poco F8 Ultra niet op de krachtigste processor die Qualcomm te bieden heeft, in de praktijk merk je daar weinig van. De Snapdragon 8 Elite Gen 5 voelt vlot aan bij multitasking en kan games zonder moeite aan, al moet je er wel rekening mee houden dat de Gen 5 warm (niet heet, gelukkig) kan worden wanneer je high-end spellen speelt. Niets om je zorgen over te maken, je zult hier namelijk je vingers niet aan branden.

Ook de accu stelt niet teleur. Met een capaciteit van 6.500 mAh haal je in veel gevallen probleemloos twee dagen, al hangt dat vanzelfsprekend af van hoe intensief je de smartphone gebruikt. Speel je veel games, dan loopt hij sneller leeg, maar opladen gaat razendsnel. Met een geschikte 100w-lader, die je zelf moet aanschaffen, zit de accu binnen ongeveer veertig minuten weer helemaal vol.

0,7x

1x

2x

Camera en software

Toch is niet alles goud wat er blinkt. Onder de juiste lichtomstandigheden maakt de Poco F8 Ultra kleurrijke en gedetailleerde beelden. Zoomen is geen probleem en ook de selfiecam lijkt goed om te gaan met verschillende huidtypen. De groothoeklens presteert echter minder goed: kleuren komen minder goed uit de verf en details vallen weg. De avondmodus stelt teleur, met een overdaad aan exposure, gebrekkige kleurenaccuraatheid en trage vastlegging.

Aangezien Poco een dochteronderneming is van Xiaomi, draait het toestel op HyperOS 3.0. De Poco staat daardoor vol met overbodige en dubbele apps, waaronder die van Xiaomi, waarvan je het gros kunt verwijderen. Ook kom je her en der wat reclame tegen. Verder is het besturingssysteem vlot en overzichtelijk, twee eigenschappen die we extreem belangrijk vinden. Je krijgt tot slot 'maar' vier Android-upgrades, evenals zes jaar aan beveiligingsupdates.

5x

10x

Poco F8 Ultra kopen?

Ondanks de kanttekeningen die we plaatsen bij de software- en camera-ervaringen, zijn er eigenlijk weinig redenen om niet voor de Poco F8 Ultra te kiezen. Hij oogt uniek, vindt in de subwoofer een handige toevoeging en voelt stevig aan. De door ons geteste Denim Blue-uitvoering heeft bovendien een faux denimlaagje op de achterkant voor extra grip (wat deze uitvoering wel een paar gram zwaarder maakt dan de Poco F8 Ultra Black). De prijs is misschien gevoelsmatig nog wat hoog, zeker voor dit merk. Maar zakt de prijs richting de 600 euro, dan krijg je een toptoestel dat zijn prijs meer dan waarmaakt en waar je langdurig plezier van hebt.

52137934

▼ Volgende artikel
Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid
© ER | ID.nl
Huis

Spatial audio: de zin en onzin van 3D-geluid

Spatial audio, oftewel ruimtelijke audio, belooft een luisterervaring waarbij het geluid niet alleen van links en rechts komt, maar je volledig omringt. Hoewel de marketingkreten je geregeld om de oren vliegen, is de techniek niet in elke situatie even zinvol. In dit artikel ontdek je wanneer ruimtelijke audio je ervaring verrijkt en wanneer je prima zonder kunt.

Vergeet het statische geluid van je oude vertrouwde stereo-set. Met spatial audio krijgt geluid eindelijk de diepte die het verdient. Dankzij slimme algoritmes die de akoestiek van de echte wereld nabootsen, ontsnapt de audio aan je koptelefoon of soundbar. Geluid beweegt vrij door de kamer, waardoor een helikopter in een film ook echt boven je hoofd lijkt te cirkelen. Het is de overstap van een platte foto naar een hologram, maar dan voor je oren.

Bioscoopervaring thuis

De meest logische toepassing voor spatial audio is zonder twijfel de moderne filmervaring. Wanneer je een blockbuster kijkt die is gemixt in formaten zoals Dolby Atmos, komt de techniek pas echt tot leven. Een helikopter die overvliegt of regen die op een dak klatert, krijgt een verticale dimensie die voorheen onmogelijk was met een standaard hoofdtelefoon of een simpele soundbar.

Voor filmliefhebbers die niet de ruimte hebben voor een volledige surround-installatie met fysieke speakers in het plafond, biedt spatial audio een overtuigend en compact alternatief dat de zogenaamde immersie aanzienlijk vergroot.

Spatial audio in de praktijk

Je komt ruimtelijke audiotechnieken op steeds meer plekken tegen, vaak zonder dat je er specifiek naar hoeft te zoeken. In de filmwereld is Dolby Atmos de absolute standaard, waarbij streamingdiensten zoals Netflix en Disney+ deze techniek inzetten om geluidseffecten via een soundbar dwars door je kamer te laten bewegen.

Muziekliefhebbers vinden soortgelijke ervaringen bij Apple Music en Tidal, waar speciale mixes van bekende albums een breder en dieper geluidsveld bieden dan de originele stereoversie. Ook in de gamingwereld is het inmiddels de norm; Sony gebruikt de Tempest 3D-technologie voor de PlayStation 5 om spelers midden in de actie te plaatsen, terwijl Microsoft met Windows Sonic en Dolby Atmos for Headphones vergelijkbare resultaten behaalt op de Xbox en pc.

©ER | ID.nl

Muziek met een extraatje

Voor muziek is het nut van ruimtelijke audio iets genuanceerder en sterk afhankelijk van de productie. Bij klassieke concerten of live-opnames kan de techniek je het gevoel geven dat je midden in de concertzaal zit, waarbij de akoestiek van de ruimte tastbaar wordt. Ook bij moderne popmuziek die specifiek voor dit formaat is geproduceerd, kunnen artiesten creatiever omgaan met de plaatsing van instrumenten of subtiele geluidseffecten.

Toch blijft voor de purist die zweert bij een eerlijke, ongefilterde weergave van een studio-album de traditionele stereomix vaak de voorkeur genieten, omdat spatial audio de oorspronkelijke balans soms onnatuurlijk kan veranderen.

Gaming en de functionele voorsprong

In de wereld van gaming verschuift de waarde van spatial audio van puur esthetisch naar functioneel. Vooral in competitieve shooters is het horen van de exacte positie van een tegenstander een serieus dingetje. Door gebruik te maken van ruimtelijke audio kun je voetstappen boven, onder of achter je nauwkeurig lokaliseren. Dat geeft niet alleen een intensere spelervaring waarbij je volledig wordt opgeslokt door de spelwereld, maar biedt ook een tactisch voordeel dat met standaard audio simpelweg niet te evenaren is. Hierdoor is de techniek voor fanatieke gamers bijna onmisbaar geworden.

Wanneer kun je het beter uitschakelen?

Ondanks de indrukwekkende demonstraties is spatial audio niet altijd de beste keuze. Voor dagelijks gebruik, zoals het luisteren naar podcasts of het kijken van het journaal, voegt de extra ruimtelijkheid weinig toe en kan het de verstaanbaarheid van stemmen zelfs negatief beïnvloeden. Ook bij oudere opnames die door softwarematige kunstgrepen naar ruimtelijk geluid worden omgezet, ontstaat er vaak een hol en onnatuurlijk resultaat. In dergelijke gevallen is een zuivere stereoweergave nog altijd de meest betrouwbare weg naar een prettige luisterervaring.

Populaire merken voor spatial audio

Verschillende fabrikanten lopen voorop in de adoptie van ruimtelijke audiotechnieken. Apple heeft met de integratie in de AirPods Max en AirPods Pro in combinatie Apple Music de techniek toegankelijk gemaakt voor de massa, terwijl Sony met hun 360 Reality Audio een sterk eigen ecosysteem heeft gebouwd dat vooral schittert bij gaming en specifieke streamingdiensten. Daarnaast is Sonos een dominante speler op het gebied van home-entertainment met soundbars die Dolby Atmos ondersteunen. Bose en Sennheiser zijn eveneens belangrijke namen die met hun geavanceerde algoritmes en hoogwaardige hardware zorgen dat de ruimtelijke beleving ook voor de veeleisende luisteraar geloofwaardig blijft.