ID.nl logo
Computer te warm? Zo voorkom je oververhitting van je pc
© Reshift Digital
Huis

Computer te warm? Zo voorkom je oververhitting van je pc

De meeste computers worden na een tijdje warm. Dat komt door de manier waarop de pc zichzelf koelt. Maar soms kan de temperatuur van de processor extreem oplopen. Hierdoor kan de pc vertragen, crashen en op lange termijn is het mogelijk dat de processor zichzelf letterlijk kapotwerkt. Hoe volg je de temperatuur van het hart van je computer en hoe los je oververhitting op?

Het brein van je computer is de cpu. De central processing unit voert het rekenwerk uit om programma’s te laten draaien en hardware aan te sturen. Hoe meer taken de processor per seconde kan uitvoeren, hoe sneller de computer is. Goed dat je af en toe de temperatuur controleert, maar dit levert bar weinig betrouwbare informatie op. Om een juist beeld te krijgen van de conditie van je pc moet je de cpu over langere tijd bewaken. Dat is vooral belangrijk bij uitvoeren van lange en intensieve taken, zoals het spelen van zware games of videorendering. Leg ook nooit je laptop in de volle zon en gebruik een temperatuurbewakingsprogramma.

Hoe warm is heet?

De normale werktemperatuur van een cpu is afhankelijk van het apparaat en het type. Onder gewone omstandigheden, zelfs bij het spelen van een videogame, praten we over 40 tot 65 graden. Bij een krachtige laptop kan de temperatuur tot 75 graden oplopen, door de krappe ruimte en de beperkte koelmogelijkheden.

Wanneer je de processor op zijn staart trapt, kan de temperatuur tot 80 graden stijgen. Dat is niet alarmerend, mits dit niet te lang duurt. Als de temperatuur van de cpu aanhoudend stijgt tot 90 graden en meer, dan loop je risico om de chip te beschadigen en moet je maatregelen nemen om de belasting op de processor te verminderen.

Gamers weten dat lange gamesessies ook de grafische processor gpu (graphics processing unit) belasten. Deze gebruikersgroep houdt daarom ook graag de temperatuur van die unit in de gaten.

©PXimport

Gevarendrempel

Als je wilt weten wat de maximale temperatuur is van de processor in jouw machine, dan moet je uiteraard het type cpu kennen. Klik op Start en typ in het zoekvak Uitvoeren. In dit venster typ je msinfo32 en dan verschijnt de Systeeminformatie. Vervolgens vind je aan de rechterkant de detailgegevens over de processor van jouw computer. Noteer het type en gebruik Google om de productpagina te raadplegen van jouw specifieke cpu.

Om de maximale temperatuur voor de processor te vinden, kijk je naar de waarde bij Maximale bedrijfstemperatuur of T-junction, TJ Max of TCase bij Package Specifications. Dit getal is het absolute limiet voordat er problemen ontstaan. De vuistregel is om altijd 20 tot 30 graden onder deze gevarendrempel te blijven. Natuurlijk kunnen er uitschieters zijn, maar als je pc voor het grootste deel onder deze grens blijft, is er geen vuiltje aan de lucht. Laptopgebruikers willen we geruststellen. Je hoeft je pas zorgen te maken als de temperatuur richting de 90 graden gaat.

©PXimport

Thermische throttling

Bij een temperatuur van 90 graden of hoger is het mogelijk dat de cpu zelf terugschakelt om te voorkomen dat er nog meer warmte vrijkomt en dat cpu aan zelfdestructie doet. Hierdoor zal een 3 GHz-processor zichzelf beveiligen door terug te schakelen naar bijvoorbeeld 800 MHz, waardoor de prestaties flink teruglopen. Dit terugschakelen wordt throttling of afknijpen genoemd. Eigenlijk is dit onderklokken het tegenovergestelde van overklokken. Er zijn zelfs processors die zichzelf uitschakelen om permanente beschadiging te voorkomen. Vooral bij laptops is thermisch throttling een bekende oorzaak voor onderprestatie.

©PXimport

Temperatuur lezen

In de computer zitten temperatuursensoren die uitlezen hoe warm de hardware-elementen worden. Uiteraard zit er zo’n sensor bij de processor. De gemeten waarden staan vermeld in de UEFI of het BIOS, maar het heeft geen zin om naar de EUFI of het BIOS te gaan, omdat je daarmee de processen afsluit. Je kunt deze waarden ook meten met enkele kleine tools van derden.

Voor Windows is Speccy een prima diagnostische tool die alle specificaties over je computer opsomt, inclusief de cpu-temperatuur. Dit is ook interessant om informatie van het systeem op te graven. Onthoud deze tool mocht je bijvoorbeeld informatie nodig hebben over je besturingssysteem of moederbord.

Ook met MSI Afterburner bewaak je de cpu en de gpu-temperaturen. Dit is eigenlijk ook een overklok-tool. Mac-gebruikers houden de cpu/gpu-temperatuur in de gaten met de widget Fanny.

©PXimport

Mat, standaard en blazen

Loopt de temperatuur van je laptop regelmatig op, dan koop je voor enkele tientallen euro’s een speciaal matje of een standaard die verhitting tegengaat. Ventilatoren trekken stof aan, de kans is groot dat dit ding ondertussen vuil en stof tussen de schoepjes heeft verzameld. In de handel koop je een spuitbus met perslucht om deze smurrie weg te blazen. Vooral bij een desktopcomputer is dit een aanrader, omdat die vaak meerdere ventilatoren heeft. Als je bij de laptop de achterkant durft los te maken, dan kun je met de bus ook het stof uit de ventilator blazen.

©PXimport

Energie-instellingen

Om de processor wat gas te laten terugnemen, ga je naar Instellingen. Daar kies je Systeem / Energiebeheeren slaapstand. Ongeveer in het midden vind je de knop Extra energie-instellingen. Klik op Schema-instellingen wijzigen naast het energieschema dat momenteel actief is.

In het volgende venster selecteer je Geavanceerde energie-instellingen wijzigen. In dit venster scrol je naar Energiebeheer voor processor en je klikt op het plusteken om het menu uit te vouwen. Bij maximale Processorstatus wijzig je de 100% in 80%. Controleer hier ook meteen of de instelling bij Koelbeleid voor systeem op Actief staat.

©PXimport

Bekijk de processen

Om te achterhalen wat de oorzaak is van een oververhitte cpu bekijk je de processen die lopen op je machine. Druk op Ctrl+Shift+Esc om naar taakbeheer te gaan en kijk of je een abnormaal cpu-gebruik vaststelt. Als je op de kolom Processor klikt, zullen de processen worden gerangschikt volgens het percentage waarmee ze de processor belasten. Als je in het tabblad Processen ziet dat er een bepaald proces veel cpu gebruikt, heb je de slokop gevonden. Kijk vooral of er geen verdachte processen lopen, want ook malware kan de oorzaak zijn van overmatig processorgebruik.

©PXimport

Ondervolten

De cpu kan gevoelig zijn voor oververhitting als hij slecht wordt geventileerd of als de koelpasta op de processor is versleten. Er bestaat een manier om de hoge temperaturen en het stroomverbruik te verminderen door een proces dat undervolting heet. Simpel gezegd vermindert undervolting de stroomspanning die naar de cpu wordt geleid.

Hoe meer vermogen, hoe heter de cpu wordt. Hoe minder vermogen, hoe koeler. Een bijkomend voordeel van undervolting voor laptopgebruikers is dat de batterij langer meegaat. Het mooie is dat deze techniek geen merkbare invloed heeft op de prestaties, zelfs niet op activiteiten met hoge intensiteit. Is er dan geen nadeel? Jawel, hoewel dit proces de cpu niet beschadigt, kan overdreven undervolting het systeem onstabiel maken. Maar het is gemakkelijk terug te draaien.

ThrottleStop

ThrottleStop is een lichtgewicht undervolting-tool waarmee je de cpu kunt onderbelasten om de temperatuur te verlagen en throttling te voorkomen. Bovendien kun je deze app gebruiken als cpu-monitor waarmee je de individuele kerntemperatuur afleest.

Of nog handiger, je kunt de cpu-temperatuur in het systeemvak van de pc laten verschijnen. Klik hiervoor op de knop Options onderaan en in het midden vink je het vakje CPU Temp aan. Wanneer ThrottleStop actief is, geeft een klein getal in het systeemvak van de taakbalk de cpu-temperatuur aan.

Throttlestop is een tool (in bètastadium) met ontzettend veel mogelijkheden. We belichten enkele basisfuncties. Linksboven zie je vier bolletjes. Hiermee schakel je tussen vier profielen: Performance, Game, Internet, Battery. Je bent dat linkervenster trouwens snel kwijt, maar je kunt het terughalen door op de knop PKG Power te klikken.

Om een profiel voor bijvoorbeeld Game vast te leggen, selecteer je deze knop en daarna klik je op FIVR (Fully Integrated Voltage Regulators). In dit venster vink je het vakje Unlock Adjustable Voltage aan. Vervolgens verlaag je met de schuifregelaar het undervolt-gedeelte Offset Voltage. Sleep het schuifje niet helemaal naar links, maar begin met 100 millivolt. Daarna klik je op CPU Cache in het gedeelte FIVR Control en deze stel je in op hetzelfde voltage. Het is belangrijk dat CPU Core en CPU Cache altijd hetzelfde Offset Voltage hebben.

©PXimport

Tot de grens

Als je die twee instellingen hebt gemaakt, klik je op Apply en kijk je of het systeem stabiel blijft. Hou ook de cpu-temperaturen in de gaten. In principe kun je doorgaan met het verlagen van de cpu-cache en het cpu-kernvoltage in stapjes van -10 millivolt, waardoor de temperatuur van de cpu verder verlaagt. Als je het punt bereikt waarbij het systeem crasht, start je de pc opnieuw, open je ThrottleStop en breng je de offset-spanning terug naar het punt waarop het systeem stabiel was. Meestal kun je zonder problemen naar -150 millivolt gaan.

Eenmaal klaar met de aanpassingen klik je op OK in het FIVR-configuratiescherm en daarna klik je op Turn On in het hoofdvenster van ThrottleStop. Om het onderklokken uit te schakelen kun je het programma gewoon sluiten of de knop Zero Offset gebruiken. Als je wilt voorkomen dat je ThrottleStop iedere keer handmatig moet openen, kun je het programma instellen zodat het actief wordt bij het opstarten van Windows.

©PXimport

Stop met overklokken

Sommige gebruikers verhogen de snelheid van de cpu via het BIOS om de prestaties van de computer te verbeteren. Helaas zorgt overklokken voor meer warmteontwikkeling van de cpu. Je kunt dit hardwarematig compenseren met een extra koellichaam of een cpu-koeler.

Een cpu-koeler trekt de warmte naar de grondplaat of de warmtepijpen. De energie gaat via de condensor van gas naar vloeistof en koelt af via de koelribben en de ventilator. De afgekoelde vloeistof gaat terug door de verdamper, zodat deze opnieuw kan worden gebruikt. Als je regelmatig overklokt met een ondermaats koelsysteem raakt de cpu oververhit.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy
© ID.nl
Huis

Pushnotificaties vanaf je thuisserver: zo werkt ntfy

Als je services op je eigen thuisserver draait, wil je daar ook eenvoudig meldingen van kunnen ontvangen. Ntfy stelt je in staat om eenvoudig pushnotificaties naar je telefoon of computer te sturen. Bovendien kun je ntfy op je eigen thuisserver draaien, zodat je alles in eigen handen hebt. In dit artikel gaan we ermee aan de slag.

Dit gaan we doen

In dit artikel zetten we een ntfy-server op die je zelf beheert. We regelen eerst de randvoorwaarden: hoe je server van buitenaf bereikbaar wordt (bijvoorbeeld via vpn of portforwarding) en hoe je https netjes afhandelt met een reverse proxy en een certificaat van Let's Encrypt. Daarna bouwen we de basis: configuratiebestand, opslagmappen en een draaiende container met Docker.

Vervolgens maken we gebruikers en rechten aan, zodat niet iedereen zomaar kan publiceren of meelezen. Je test met de webinterface en met de mobiele app, zodat je zeker weet dat meldingen ook echt binnenkomen. Tot slot koppel je ntfy aan je eigen tools: eerst met een simpele curl-oproep vanuit een shellscript, daarna met extra's zoals titel, prioriteit en tags. Als je wilt, breid je dat uit naar meldingen met bijlagen, acties (doorklikken naar een url) en integratie vanuit Python. 

Lees ook: Je oude Windows-pc als thuisserver: zo zet je Jellyfin en Syncthing op

Netwerkmonitoringsoftware, een programma dat je Docker-containers bijwerkt, een smarthomecontroller, back-upsoftware, ze hebben allemaal één ding gemeen: ze moeten je meldingen kunnen sturen als er iets gebeurt. Dat kan op verschillende manieren: via e-mail, instant messaging of pushnotificaties naar je telefoon. Dat laatste verloopt doorgaans via een gecentraliseerde dienst zoals Firebase Cloud Messaging (voorheen Google Cloud Messaging) of Apple Push Notification service.

Pushnotificaties zijn handig omdat ze bijna onmiddellijk aankomen en omdat zowel Android als iOS toestaan om in te stellen hoe je ervan op de hoogte wordt gebracht. Wil je pushnotificaties kunnen ontvangen zonder een server onder controle van een partij zoals Google of Apple, dan moet je ook hiervoor je eigen service installeren. Een opensource-project dat dit implementeert, is ntfy.

Werking van ntfy

Je ntfy-server ontvangt meldingen van je programma's via http over een REST-API en zet deze om in pushnotificaties voor de bijbehorende Android- of iOS-app of voor een webpagina op je computer. De API is in de documentatie van het project beschreven, zodat je ook je eigen software met ntfy kunt laten praten. Het project heeft ook een command-line-interface, zodat je bijvoorbeeld shellscripts op je Linux-server eenvoudig pushnotificaties kunt laten verzenden.

Ntfy gebruikt het bekende publish/subscribe-patroon. Een zender publiceert notificaties op een specifiek onderwerp door data te sturen naar een url via een http POST- of PUT-aanvraag. Het onderwerp wordt gedefinieerd door een segment van de url dat volgt op de domeinnaam. Een ontvanger kan zich dan abonneren op dit onderwerp. Elke keer dat de zender daarna een notificatie op dit onderwerp publiceert, stuurt ntfy de data naar alle ontvangers die zich op dit onderwerp hebben geabonneerd. Door ntfy op je eigen server te installeren, heb je de volledige controle over deze notificaties.

Met ntfy kun je services pushnotificaties laten verzenden naar je telefoon of computer.

Serververeisten

De mobiele app van ntfy moet met je server kunnen communiceren om te vragen of er notificaties zijn. Als je ntfy op een server in je lokale netwerk installeert, moet die dus van buitenaf bereikbaar zijn. Dat kun je met portforwarding in je modem regelen of door je telefoon buitenshuis automatisch met een VPN-server op je lokale netwerk te laten verbinden. Heeft je internetaansluiting thuis geen vast ip-adres, dan moet je ook een DynDNS-updater te draaien.

Een andere optie is om ntfy op een VPS (Virtual Private Server) te installeren. Hierop draai je dan ook een reverse proxy voor https-toegang, die een TLS-certificaat van Let's Encrypt opvraagt. Je hebt dan een domein nodig, waarvoor je een DNS A-record naar het ip-adres van je server laat verwijzen. In de rest van dit artikel gaan we uit van een installatie van ntfy op een lokale server met Debian 13 ("trixie") met behulp van Docker Compose.

Basisconfiguratie

Creëer eerst enkele directory's voor ntfy:

$ mkdir -p containers/ntfy/{cache,etc,lib}

Creëer dan het bestand containers/ntfy/etc/server.yml met de volgende configuratie voor ntfy:

base-url: "https://ntfy.example.com"

cache-file: "/var/cache/ntfy/cache.db"

attachment-cache-dir: "/var/cache/ntfy/attachments"

auth-file: "/var/lib/ntfy/user.db"

auth-default-access: "deny-all"

Vervang het domein achter base-url door het domein waarop je ntfy-server draait. Als je gebruikmaakt van een reverse proxy, dan moet dit de url zijn die door de proxy naar ntfy wordt doorgestuurd. Bovendien moet je dan ook een regel behind-proxy: true toevoegen. In de documentatie van ntfy staan voorbeeldconfiguraties voor nginx, Apache2 en Caddy.

Met auth-default-access: "deny-all" tot slot heeft standaard niemand toegang tot onderwerpen. Elke toegang moet dus expliciet worden toegestaan.

Account bij ntfy.sh

De ontwikkelaar van ntfy draait een publiek beschikbare ntfy-server op ntfy.sh. De webinterface daarvan is bereikbaar op https://ntfy.sh/app. Die kun je gratis gebruiken, bijvoorbeeld om ntfy uit te proberen, maar dat komt met beperkingen. Zo kun je geen onderwerpen reserveren en is er een maximum van 250 notificaties per dag en 2 MB per bijlage. Verder is er geen enkele vorm van authenticatie. De enige manier van beveiliging ligt dus in het geheimhouden van je onderwerpen. Die beperkingen heb je niet als je ntfy zelf installeert. Maar als je liever niet zelf een installatie onderhoudt, kun je een betaald plan nemen. Daarmee ondersteun je ook de ontwikkeling van het opensource-project. Dat begint met een Supporter-plan van 5 dollar per maand (circa 5 euro), waarmee je drie onderwerpen kunt reserveren en 2.500 notificaties mag sturen met maximum 25 MB per bijlage.

Betaal voor gebruik van de publieke ntfy-server en ondersteuning van het opensource-project.

Docker Compose

Definieer nu de container in het bestand docker-compose.yaml:

services:

  ntfy:

    image: binwiederhier/ntfy

    container_name: ntfy

    command: serve

    restart: always

    environment:

      - TZ=Europe/Amsterdam

    volumes:

      - ./containers/ntfy/cache:/var/cache/ntfy

      - ./containers/ntfy/etc:/etc/ntfy

      - ./containers/ntfy/lib:/var/lib/ntfy

    ports:

      - 80:80

Ga je voor de aanpak met een reverse proxy, dan definieer je in ditzelfde bestand ook een container voor die reverse proxy.

Start daarna de container met:

$ docker-compose up -d

Als alles goed gaat, is de webinterface van ntfy daarna bereikbaar op het ingestelde domein of ip-adres. Bovenaan links zie je een melding Notifications are disabled. Klik op Grant now om notificaties in je webbrowser toe te staan, en bevestig dit daarna in het dialoogvenster dat je webbrowser toont.

Sta notificaties in je webbrowser toe.

Lees ook: Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Notificaties testen

Omdat je ntfy zo geconfigureerd hebt dat alle toegang standaard wordt geblokkeerd, kun je nog niets doen in de webinterface. Je dient dus eerst gebruikers aan te maken en die de toelating te geven om op specifieke onderwerpen te publiceren of zich te abonneren. Open daarvoor een shell in de container van ntfy met de opdracht docker exec -ti ntfy /bin/sh. Als je daarna ntfy user list intypt, krijg je te zien dat anonieme, niet geauthenticeerde gebruikers geen enkele permissies hebben. Met de opdracht ntfy user add --role=admin admin voeg je dan een admin-gebruiker met de naam admin toe. Gebruikers met de rol admin kunnen op alle onderwerpen publiceren en zich erop abonneren. Geef de gebruiker een wachtwoord en bevestig.

Klik nu in de webinterface van ntfy links op Settings en dan onder Manage users op Add user. Vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam admin en het wachtwoord dat je zojuist hebt ingesteld. Klik dan links op Subscribe to topic. Kies een naam of klik op Generate name om ntfy een willekeurige naam te laten kiezen en abonneer je dan op het onderwerp met Subscribe. Klik dan op Publish notification en vul hetzelfde onderwerp in. Voer ook een titel en een bericht voor je notificatie in en klik op Send. Als alles goed gaat, verschijnt je testbericht nu in een 'conversatie' met de naam van het onderwerp, en wijst je webbrowser je op een notificatie.

Publiceer notificaties in je webbrowser.

Gebruikersrechten

De webapplicatie is leuk voor een test, maar een mobiele app is vaak handiger. De app van Ntfy voor Android en iOS stelt je in staat om op je telefoon je te abonneren op onderwerpen (publiceren is niet mogelijk) en daarvoor notificaties te ontvangen. Als je de Android-app via F-Droid installeert, is dat zonder ondersteuning voor Firebase; de versie op Google Play gebruikt wél de servers van Google. Je maakt voor je app bij voorkeur een gebruiker aan die alle onderwerpen alleen kan lezen. Dat doe je weer in de shell van de container van ntfy met ntfy user add android om de gebruiker android aan te maken (voer een wachtwoord in) en dan ntfy access android "*" read-only voor de leesrechten.

Open daarna de Android-app en tik op de drie stippen rechtsboven. Kies Settings en stel dan Default server in op het domein van je ntfy-server. Tik daarna op Manage users en Add new user en vul de url van je ntfy-server in, de gebruikersnaam android en het bijbehorende wachtwoord. Tik dan op Add user. Keer dan terug naar het hoofdscherm van de app en klik op het plusicoontje rechtsonder. Voer het onderwerp in dat je tijdens de test in stap 5 hebt gebruikt en tik op Subscribe om je erop te abonneren. Vanaf nu zal de app voor elk ontvangen bericht op dit onderwerp een notificatie tonen. Je krijgt zelfs de al verzonden berichten te zien. Overigens toont de app twee waarschuwingen. Voor betrouwbare notificaties volg je de suggesties om batterijoptimalisaties uit te schakelen en naar WebSockets over te schakelen in plaats van een http-stream.

De Android-app ontvangt een notificatie voor elk bericht dat op een geabonneerd onderwerp wordt verstuurd.

Shellscripts

Nu je hebt getest dat je ntfy-server werkt, is het tijd om je eigen services notificaties te laten uitsturen. Hoe je dat precies configureert, hangt van de service af. Maar je zult altijd eerst een gebruiker met schrijfpermissies voor een specifiek onderwerp moeten aanmaken. Voor een back-upproces dat je op de hoogte moet houden van de status van je back-ups, maak je bijvoorbeeld een gebruiker aan met de opdracht ntfy user add backup in de container van ntfy. Geef die dan schrijfrechten op het onderwerp backup met ntfy access backup backup write-only.

Het publiceren van een bericht op een specifiek onderwerp behelst niet meer dan het sturen van een http POST-aanvraag naar de webserver. Dat kan bijvoorbeeld in een shellscript op je Linux-server met de opdracht curl:

curl -u backup:password -d "Backup successful" ntfy.example.com/backup

Als je in de ntfy-app op je telefoon je op dit onderwerp abonneert, ontvang je deze notificatie nadat het back-upscript is uitgevoerd. Op deze manier is het heel eenvoudig om je eigen shellscripts notificaties te laten verzenden.

Berichten met extra's

Ntfy ondersteunt talloze extra functies om je berichten te laten opvallen of om hun gedrag aan te passen. Je gebruikt deze allemaal door een http-header aan je aanvraag toe te voegen. Zo kun je aan de notificaties van je back-upscript een titel, prioriteit en tags toevoegen. De tags worden als pictogrammen getoond door de mobiele app. Een voorbeeld:

curl -u backup:password -H "Title: Backup failure" -H "Priority: urgent" -H "Tags: warning,skull" -d "Backup unsuccessful" ntfy.example.com/backup

Als de Android-app een bericht met standaardprioriteit ontvangt, doet ze je telefoon kort vibreren en speelt ze een kort geluidje af. Door de prioriteit op urgent te zetten, wordt het standaardnotificatiegeluidje vergezeld van een langer getril van je telefoon, waardoor je onmiddellijk merkt dat dit dringend je aandacht vereist.

Een ntfy-bericht met een titel, prioriteit en pictogrammen.

Plaatjes en lay-out

Ntfy kan ook plaatjes sturen, bijvoorbeeld een foto van een ip-camera die beweging detecteert, maar niet in combinatie met een tekstbericht. Om een bestand naar ntfy te uploaden met curl in een http PUT-aanvraag gebruik je de optie -T en de bestandsnaam. Met de header Filename voeg je de bestandsnaam toe die de ntfy-app je moet tonen. Dat ziet er dan als volgt uit:

curl -u admin:password -T foto.jpg -H "Filename: beweging.jpg" -H "Title: Beweging voordeur" -H "Tags: boom" ntfy.example.com/beweging

Als je een tekstbericht als Markdown opmaakt, kun je wel plaatjes in een tekst opnemen, maar dan moet je naar het bestand linken. Alleen ntfy's webinterface ondersteunt dit; de mobiele app toont gewoon de Markdown-brontekst. Een Markdown-bericht stuur je door de header Markdown: yes of Content-Type: text/markdown aan je http POST-aanvraag toe te voegen. Ntfy ondersteunt overigens alleen beperkte Markdown-functies, zoals vette en schuine tekst, lijsten, links en afbeeldingen.

Je services kunnen ook plaatjes naar ntfy sturen.

Acties

Je ontvangt de notificaties van ntfy in de app in een 'conversatie' per onderwerp. Wanneer je op een notificatie tikt, kopieert dit standaard gewoon de tekst van het bericht naar het klembord. Als je de header Click: URL toevoegt, opent de app die url wanneer je op de notificatie tikt. Zo kun je in een notificatie van je back-upscript bijvoorbeeld een link naar de webinterface van je back-upserver opnemen om het gemelde probleem snel te onderzoeken.

Je kunt ook tot drie 'actieknoppen' definiëren, die dan onderaan een notificatie verschijnen. Door op een van die knoppen te tikken, open je een website of app, activeer je een Android broadcast intent waarop andere apps dan weer kunnen reageren, of zend je een http POST-, PUT- of GET-aanvraag. De manier om dit alles te definiëren is wat omslachtig, maar wordt volledig in de documentatie van ntfy uitgelegd.

Klik op een van de knoppen van het bericht in ntfy om een actie uit te voeren.

Python-code

Curl is natuurlijk niet de enige tool waarmee je notificaties naar je ntfy-server kunt sturen. Sommige tools bieden rechtstreeks ondersteuning voor notificaties via ntfy. Dan hoef je alleen maar het domein van je server, het onderwerp, de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in te vullen. Maar ook in je eigen Python-scripts kun je eenvoudig ondersteuning voor ntfy inbouwen. Dat gaat via het pakket Requests, waarmee je http POST-aanvragen naar de server stuurt. Een eenvoudig voorbeeld ziet er als volgt uit:

import requests

requests.post("http://ntfy.example.com/backup",

    data="Backup unsuccessful",

    headers={

        "Authorization": "Basic Z2VicnVpa2Vyc25hYW06d2FjaHR3b29yZA==",

        "Title": "Backup failure",

        "Priority": "urgent",

        "Tags": "warning,skull"

    })

Met de header Authorization stel je http Basic-authenticatie in. De tekenreeks die na Basic komt, is een Base64-codering van de gebruikersnaam en het wachtwoord met een dubbele punt ertussen. Je creëert die codering op je Linux-systeem met de opdracht echo "Basic $(echo -n 'gebruikersnaam:wachtwoord' | base64)".

Sssssssssschattig

Speciaal voor de kleinste Python-fans

En verder

Ntfy biedt een betrouwbare manier om notificaties van allerlei services te centraliseren, terwijl je zelf de volledige controle behoudt. Het programma blinkt uit in flexibiliteit om het overal in te integreren. Als een service bijvoorbeeld geen http POST-aanvragen ondersteunt, kun je ook http GET-aanvragen doen. En als een service je niet de mogelijkheid geeft om de headers aan te passen, laat ntfy je toe om de berichten inclusief headers in JSON-formaat door te sturen. En als een service webhooks ondersteunt maar daarvoor zijn eigen JSON-formaat gebruikt, kan ntfy die met berichtsjablonen omzetten naar leesbare berichten.

Ook via e-mail is ntfy te integreren. Je kunt bijvoorbeeld berichten die op je ntfy-server aankomen automatisch laten doorsturen naar een SMTP-server om ze ook als e-mail te ontvangen. Maar ook de andere richting is voorzien: ntfy kan dan zelf een ingebouwde SMTP-server draaien, handig voor services die alleen maar notificaties via e-mail ondersteunen. Elk onderwerp op de ntfy-server heeft dan een bijbehorend e-mailadres op je domein. De service hoeft dan alleen maar een e-mail naar dat adres te sturen om berichten op dat onderwerp te publiceren op je ntfy-server. Deze en andere geavanceerde functies zijn uitgebreid gedocumenteerd op de website van ntfy.

De documentatie van ntfy is uitgebreid en praktisch. 

▼ Volgende artikel
Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2
Huis

Nieuwe FromSoftware-game The Duskbloods komt echt alleen naar Switch 2

The Duskbloods, de nieuwe game van Elden Ring- en Dark Souls-ontwikkelaar FromSoftware, zal echt alleen op Nintendo Switch 2 uitkomen.

Dat heeft de ontwikkelaar benadrukt bij het bekendmaken van zijn kwartaalcijfers (via VGC). Daarbij werd ook nog eens benadrukt dat The Duskbloods nog altijd gepland staat om ergens dit jaar uit te komen, net zoals de Switch 2-versie van Elden Ring.

Over de exclusieve Switch 2-release van The Duskbloods: "Het wordt verkocht via een samenwerking met Nintendo, met verkoopverantwoordelijkheden verdeeld per regio. De game komt alleen voor Nintendo Switch 2 beschikbaar." Daarmee is dus duidelijk gemaakt dat Nintendo een nauwe samenwerking met FromSoftware is aangegaan voor de game en dat het spel niet zomaar op andere platforms uit zal komen.

Over The Duskbloods

The Duskbloods werd begin vorig jaar aangekondigd in een speciale Nintendo Direct waarin de eerste Switch 2-games werden getoond, maar sindsdien zijn er geen nieuwe beelden van het spel uitgebracht. Zoals gezegd is de game ontwikkeld door FromSoftware, het Japanse bedrijf dat naam voor zichzelf heeft gemaakt met enorm uitdagende spellen, waaronder de Dark Souls-serie en Bloodborne. Met de openwereldgame Elden Ring scoorde de ontwikkelaar enkele jaren geleden nog een megahit.

Watch on YouTube

The Duskbloods wordt een PvPvE-game, waarbij spelers het dus tegen elkaar en tegen computergestuurde vijanden opnemen. Maximaal acht spelers doen aan potjes mee. Na het kiezen van een personage in een hub-gebied wordt men naar een gebied getransporteerd waar er met andere spelers en vijanden gevochten wordt, al kan men soms ook samenwerken om vijanden te verslaan.

Spelers besturen een 'Bloodsworn', wezens die dankzij een speciaal bloed dat in hun lichaam zit meer krachten tot hun beschikking hebben dan reguliere mensen. Ondertussen is het einde van de mensheid nabij, en bestaat de wereld uit verschillende tijdperken, wat voor een mengelmoes van stijlen zorgt.