ID.nl logo
Computer te warm? Zo voorkom je oververhitting van je pc
© Reshift Digital
Huis

Computer te warm? Zo voorkom je oververhitting van je pc

De meeste computers worden na een tijdje warm. Dat komt door de manier waarop de pc zichzelf koelt. Maar soms kan de temperatuur van de processor extreem oplopen. Hierdoor kan de pc vertragen, crashen en op lange termijn is het mogelijk dat de processor zichzelf letterlijk kapotwerkt. Hoe volg je de temperatuur van het hart van je computer en hoe los je oververhitting op?

Het brein van je computer is de cpu. De central processing unit voert het rekenwerk uit om programma’s te laten draaien en hardware aan te sturen. Hoe meer taken de processor per seconde kan uitvoeren, hoe sneller de computer is. Goed dat je af en toe de temperatuur controleert, maar dit levert bar weinig betrouwbare informatie op. Om een juist beeld te krijgen van de conditie van je pc moet je de cpu over langere tijd bewaken. Dat is vooral belangrijk bij uitvoeren van lange en intensieve taken, zoals het spelen van zware games of videorendering. Leg ook nooit je laptop in de volle zon en gebruik een temperatuurbewakingsprogramma.

Hoe warm is heet?

De normale werktemperatuur van een cpu is afhankelijk van het apparaat en het type. Onder gewone omstandigheden, zelfs bij het spelen van een videogame, praten we over 40 tot 65 graden. Bij een krachtige laptop kan de temperatuur tot 75 graden oplopen, door de krappe ruimte en de beperkte koelmogelijkheden.

Wanneer je de processor op zijn staart trapt, kan de temperatuur tot 80 graden stijgen. Dat is niet alarmerend, mits dit niet te lang duurt. Als de temperatuur van de cpu aanhoudend stijgt tot 90 graden en meer, dan loop je risico om de chip te beschadigen en moet je maatregelen nemen om de belasting op de processor te verminderen.

Gamers weten dat lange gamesessies ook de grafische processor gpu (graphics processing unit) belasten. Deze gebruikersgroep houdt daarom ook graag de temperatuur van die unit in de gaten.

©PXimport

Gevarendrempel

Als je wilt weten wat de maximale temperatuur is van de processor in jouw machine, dan moet je uiteraard het type cpu kennen. Klik op Start en typ in het zoekvak Uitvoeren. In dit venster typ je msinfo32 en dan verschijnt de Systeeminformatie. Vervolgens vind je aan de rechterkant de detailgegevens over de processor van jouw computer. Noteer het type en gebruik Google om de productpagina te raadplegen van jouw specifieke cpu.

Om de maximale temperatuur voor de processor te vinden, kijk je naar de waarde bij Maximale bedrijfstemperatuur of T-junction, TJ Max of TCase bij Package Specifications. Dit getal is het absolute limiet voordat er problemen ontstaan. De vuistregel is om altijd 20 tot 30 graden onder deze gevarendrempel te blijven. Natuurlijk kunnen er uitschieters zijn, maar als je pc voor het grootste deel onder deze grens blijft, is er geen vuiltje aan de lucht. Laptopgebruikers willen we geruststellen. Je hoeft je pas zorgen te maken als de temperatuur richting de 90 graden gaat.

©PXimport

Thermische throttling

Bij een temperatuur van 90 graden of hoger is het mogelijk dat de cpu zelf terugschakelt om te voorkomen dat er nog meer warmte vrijkomt en dat cpu aan zelfdestructie doet. Hierdoor zal een 3 GHz-processor zichzelf beveiligen door terug te schakelen naar bijvoorbeeld 800 MHz, waardoor de prestaties flink teruglopen. Dit terugschakelen wordt throttling of afknijpen genoemd. Eigenlijk is dit onderklokken het tegenovergestelde van overklokken. Er zijn zelfs processors die zichzelf uitschakelen om permanente beschadiging te voorkomen. Vooral bij laptops is thermisch throttling een bekende oorzaak voor onderprestatie.

©PXimport

Temperatuur lezen

In de computer zitten temperatuursensoren die uitlezen hoe warm de hardware-elementen worden. Uiteraard zit er zo’n sensor bij de processor. De gemeten waarden staan vermeld in de UEFI of het BIOS, maar het heeft geen zin om naar de EUFI of het BIOS te gaan, omdat je daarmee de processen afsluit. Je kunt deze waarden ook meten met enkele kleine tools van derden.

Voor Windows is Speccy een prima diagnostische tool die alle specificaties over je computer opsomt, inclusief de cpu-temperatuur. Dit is ook interessant om informatie van het systeem op te graven. Onthoud deze tool mocht je bijvoorbeeld informatie nodig hebben over je besturingssysteem of moederbord.

Ook met MSI Afterburner bewaak je de cpu en de gpu-temperaturen. Dit is eigenlijk ook een overklok-tool. Mac-gebruikers houden de cpu/gpu-temperatuur in de gaten met de widget Fanny.

©PXimport

Mat, standaard en blazen

Loopt de temperatuur van je laptop regelmatig op, dan koop je voor enkele tientallen euro’s een speciaal matje of een standaard die verhitting tegengaat. Ventilatoren trekken stof aan, de kans is groot dat dit ding ondertussen vuil en stof tussen de schoepjes heeft verzameld. In de handel koop je een spuitbus met perslucht om deze smurrie weg te blazen. Vooral bij een desktopcomputer is dit een aanrader, omdat die vaak meerdere ventilatoren heeft. Als je bij de laptop de achterkant durft los te maken, dan kun je met de bus ook het stof uit de ventilator blazen.

©PXimport

Energie-instellingen

Om de processor wat gas te laten terugnemen, ga je naar Instellingen. Daar kies je Systeem / Energiebeheeren slaapstand. Ongeveer in het midden vind je de knop Extra energie-instellingen. Klik op Schema-instellingen wijzigen naast het energieschema dat momenteel actief is.

In het volgende venster selecteer je Geavanceerde energie-instellingen wijzigen. In dit venster scrol je naar Energiebeheer voor processor en je klikt op het plusteken om het menu uit te vouwen. Bij maximale Processorstatus wijzig je de 100% in 80%. Controleer hier ook meteen of de instelling bij Koelbeleid voor systeem op Actief staat.

©PXimport

Bekijk de processen

Om te achterhalen wat de oorzaak is van een oververhitte cpu bekijk je de processen die lopen op je machine. Druk op Ctrl+Shift+Esc om naar taakbeheer te gaan en kijk of je een abnormaal cpu-gebruik vaststelt. Als je op de kolom Processor klikt, zullen de processen worden gerangschikt volgens het percentage waarmee ze de processor belasten. Als je in het tabblad Processen ziet dat er een bepaald proces veel cpu gebruikt, heb je de slokop gevonden. Kijk vooral of er geen verdachte processen lopen, want ook malware kan de oorzaak zijn van overmatig processorgebruik.

©PXimport

Ondervolten

De cpu kan gevoelig zijn voor oververhitting als hij slecht wordt geventileerd of als de koelpasta op de processor is versleten. Er bestaat een manier om de hoge temperaturen en het stroomverbruik te verminderen door een proces dat undervolting heet. Simpel gezegd vermindert undervolting de stroomspanning die naar de cpu wordt geleid.

Hoe meer vermogen, hoe heter de cpu wordt. Hoe minder vermogen, hoe koeler. Een bijkomend voordeel van undervolting voor laptopgebruikers is dat de batterij langer meegaat. Het mooie is dat deze techniek geen merkbare invloed heeft op de prestaties, zelfs niet op activiteiten met hoge intensiteit. Is er dan geen nadeel? Jawel, hoewel dit proces de cpu niet beschadigt, kan overdreven undervolting het systeem onstabiel maken. Maar het is gemakkelijk terug te draaien.

ThrottleStop

ThrottleStop is een lichtgewicht undervolting-tool waarmee je de cpu kunt onderbelasten om de temperatuur te verlagen en throttling te voorkomen. Bovendien kun je deze app gebruiken als cpu-monitor waarmee je de individuele kerntemperatuur afleest.

Of nog handiger, je kunt de cpu-temperatuur in het systeemvak van de pc laten verschijnen. Klik hiervoor op de knop Options onderaan en in het midden vink je het vakje CPU Temp aan. Wanneer ThrottleStop actief is, geeft een klein getal in het systeemvak van de taakbalk de cpu-temperatuur aan.

Throttlestop is een tool (in bètastadium) met ontzettend veel mogelijkheden. We belichten enkele basisfuncties. Linksboven zie je vier bolletjes. Hiermee schakel je tussen vier profielen: Performance, Game, Internet, Battery. Je bent dat linkervenster trouwens snel kwijt, maar je kunt het terughalen door op de knop PKG Power te klikken.

Om een profiel voor bijvoorbeeld Game vast te leggen, selecteer je deze knop en daarna klik je op FIVR (Fully Integrated Voltage Regulators). In dit venster vink je het vakje Unlock Adjustable Voltage aan. Vervolgens verlaag je met de schuifregelaar het undervolt-gedeelte Offset Voltage. Sleep het schuifje niet helemaal naar links, maar begin met 100 millivolt. Daarna klik je op CPU Cache in het gedeelte FIVR Control en deze stel je in op hetzelfde voltage. Het is belangrijk dat CPU Core en CPU Cache altijd hetzelfde Offset Voltage hebben.

©PXimport

Tot de grens

Als je die twee instellingen hebt gemaakt, klik je op Apply en kijk je of het systeem stabiel blijft. Hou ook de cpu-temperaturen in de gaten. In principe kun je doorgaan met het verlagen van de cpu-cache en het cpu-kernvoltage in stapjes van -10 millivolt, waardoor de temperatuur van de cpu verder verlaagt. Als je het punt bereikt waarbij het systeem crasht, start je de pc opnieuw, open je ThrottleStop en breng je de offset-spanning terug naar het punt waarop het systeem stabiel was. Meestal kun je zonder problemen naar -150 millivolt gaan.

Eenmaal klaar met de aanpassingen klik je op OK in het FIVR-configuratiescherm en daarna klik je op Turn On in het hoofdvenster van ThrottleStop. Om het onderklokken uit te schakelen kun je het programma gewoon sluiten of de knop Zero Offset gebruiken. Als je wilt voorkomen dat je ThrottleStop iedere keer handmatig moet openen, kun je het programma instellen zodat het actief wordt bij het opstarten van Windows.

©PXimport

Stop met overklokken

Sommige gebruikers verhogen de snelheid van de cpu via het BIOS om de prestaties van de computer te verbeteren. Helaas zorgt overklokken voor meer warmteontwikkeling van de cpu. Je kunt dit hardwarematig compenseren met een extra koellichaam of een cpu-koeler.

Een cpu-koeler trekt de warmte naar de grondplaat of de warmtepijpen. De energie gaat via de condensor van gas naar vloeistof en koelt af via de koelribben en de ventilator. De afgekoelde vloeistof gaat terug door de verdamper, zodat deze opnieuw kan worden gebruikt. Als je regelmatig overklokt met een ondermaats koelsysteem raakt de cpu oververhit.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.