ID.nl logo
Zo maak je een adblocker met Raspberry Pi en Pi-hole
© Reshift Digital
Huis

Zo maak je een adblocker met Raspberry Pi en Pi-hole

Het is één van de grootste irritaties op internet: advertenties. Je kunt natuurlijk voor elk apparaat een ad-blocker in je browser installeren, maar als je ook je smartphone, slimme televisie en spelcomputer tegen reclames wilt beschermen, dan is een centrale ad-blocker veel handiger. Er zijn dure commerciële oplossingen beschikbaar, maar met een Raspberry Pi van een paar tientjes en Pi-hole bereik je exact hetzelfde. In dit artikel laten we je zien hoe makkelijk dit is.

01 Raspberry Pi aanschaffen

Voor de workshop heb je een Raspberry Pi nodig, het maakt niet uit welke versie je gebruikt. De meest recente versie is Raspberry Pi 3 Model B, die zo’n veertig euro kost. Naast de minicomputer heb je een microSD-kaartje nodig waar je de software op plaatst. Als je computer geen kaartlezer heeft, heb je ook nog een kaartlezer nodig. Daarnaast heb je een micro-usb-kabel en een usb-voeding van 2 ampère nodig. Een behuizing is optioneel, maar wel handig als je het apparaat voor langere tijd wilt inzetten.

©PXimport

02 Raspbian downloaden

Voor Pi-hole kun je het standaard besturingssysteem Raspbian installeren. Ga naar www.raspberrypi.org, klik op Downloads en vervolgens op Raspbian. Pi-hole heeft aan een gestripte versie genoeg, je kunt daarom eventueel onder Raspbian Jessie Lite op Download ZIP klikken. Als je voor de eerste keer met Raspbian aan de slag gaat, is het echter handiger om de normale versie te downloaden omdat je dan de beschikking over een desktopomgeving hebt. Na het downloaden pak je het bestand uit. In deze workshop werken we met de standaardversie van Raspbian met desktopomgeving.

03 DiskImager downloaden

Download het programma Win32DiskImager, installeer het en open het programma. Sluit de SD-kaart aan op je pc en controleer welke schijfletter de SD-kaart krijgt toegewezen. In DiskImager kijk je of de juiste letter wordt getoond en open je het Raspbian disk-image door op het mapje naast de letter te klikken. Klik op Write om het image naar de SD-kaart te kopiëren. Bevestig de actie door op Yes te klikken. Het schrijven van het besturingssysteem kan een paar minuten duren. Als het bericht Write Successful verschijnt, klik je op OK en haal je de SD-kaart uit je pc.

©PXimport

04 Raspbian installeren

Voor de eerste installatie en configuratie van Raspbian moet je een toetsenbord en monitor op je Raspberry Pi aansluiten. De monitor verbind je via een HDMI-kabel aan de aansluiting van de Raspberry Pi. Schuif vervolgens de microSD-kaart in de sleuf van je Raspberry Pi. Om de Raspberry Pi van stroom te voorzien, kun je een stroomadapter aansluiten of eventueel een usb-kabel tussen je Raspberry Pi en je pc aansluiten. Raspbian wordt gestart en regels met code verschijnen op je beeldscherm, wacht totdat het besturingssysteem zich automatisch opent.

05 Raspbian configureren

Voordat je de software Pi-hole op je Raspberry Pi zet, is het handig om even een paar instellingen in Raspbian te wijzigen. Ga naar Menu / Preferences / Raspberry Pi Configuration en geef bijvoorbeeld je locatie, tijdzone en toetsenbordindeling aan. Het is ook handig om je netwerkinstelling alvast even te configureren. Ga naar het netwerk-icoontje bovenin en kies je draadloze netwerk. Meld je aan en je hebt de Raspberry Pi met het internet verbonden. Uiteraard kun je ook een bekabelde netwerkaansluiting gebruiken.

©PXimport

SSH

Je kunt de verdere installatie van Pi-hole middels een SSH-verbinding vanaf je computer doen. Voordat je de monitor, muis en het toetsenbord ontkoppelt, ga je eerst nog even naar de Terminal bovenin. Typ hostname -I om het IP-adres van je Raspberry Pi te weten te komen. Voor Windows moet je een SSH-client downloaden, PuTTY is een bekende. In het veld Host Name typ je het IP-adres, klik vervolgens op Open. In macOS ga je naar de terminal en typ je ssh pi@ip-adres waarbij je natuurlijk je ip-adres invult. De accountnaam is pi en het wachtwoord is raspberry.

06 Bestandssysteem uitbreiden

Om ervoor te zorgen dat je alle beschikbare ruimte op je SD-kaart kunt gebruiken, kun je in de terminal op de Raspberry Pi of in je SSH-client op je pc of Mac het commando sudo raspi-config typen. Selecteer Expand Filesystem en kies vervolgens voor Finish. Je moet hierna je Raspberry Pi opnieuw opstarten, kies daarom voor Yes als je gevraagd wordt dit te doen. Deze stap helpt ook vaak als je problemen tijdens de installatie van Pi-hole ondervindt.

©PXimport

07 Pi-hole installeren

Geef in de terminal de volgende code in: curl -L https://install.pi-hole.net | bash. Klik twee keer op OK en als je bij het venster over de statische IP aankomt, klik je nogmaals op OK. Pi-hole werkt namelijk alleen als de Raspberry Pi over een statisch IP-adres beschikt. Selecteer in het volgende venster of je de Raspberry Pi via ethernet of wifi hebt aangesloten, een selectie maak je door op de spatiebalk te drukken. Wil je naar het volgende venster, dan navigeer je met de pijltjestoetsen en bevestig je een actie met Enter.

©PXimport

08 Statisch IP-adres

Als het venster met de optie Select Protocols verschijnt, kies je voor IPv4, op dit moment werkt de ad-blocker via IPv4 namelijk het beste. Daarna krijg je de vraag of het aangeboden statische IP-adres voor jou oké is. In de meeste gevallen is dit prima en klik je op Yes. Mocht het IP-adres in het bereik vallen van de adressen die je router willekeurig aan apparaten toewijst, dan kan dit een conflict opleveren. In dat geval kies je voor No en voer je zelf een IP-adres in. Als je voor Yes kiest, zal Pi-hole je sowieso nog even waarschuwen voor dit eventuele conflict.

©PXimport

09 Upstream provider

De installatie is bijna klaar, op het einde vraagt Pi-hole of je de Upstream DNS Provider wilt wijzigen. Google is de standaardkeuze en dit is in de meeste gevallen prima, maar je kunt ook de upstream van OpenDNS, Level3, Comodo of Norton gebruiken. Als de tekst Make it so in beeld verschijnt, is de installatie klaar. Noteer het IP-adres van je Pi-hole, dit is het adres wat je apparaten voortaan moeten gebruiken, daarmee gaan we aan de slag in de volgende stappen. Sluit af met OK, er verschijnen nog een paar regels code en dan is het echt gedaan met de installatie.

©PXimport

10 Router of losse apparaten

Om reclames te blokkeren, moet je nu al je internetverkeer via de Pi-hole laten lopen. Dit kan op twee manieren. De eerste manier is dat je op al je apparaten naar je Pi-hole verwijst. Dit heeft als nadeel dat je dit op elk apparaat apart moet instellen. Een andere optie is om je router zo in te stellen dat elke verbinding door de Pi-hole gaat voordat het naar apparaten in je netwerk wordt doorgelaten. We leggen beide opties in de volgende stappen uit.

11 Windows configureren

In Windows 10 ga je naar het configuratiescherm en klik je op Netwerk en Internet / Netwerkcentrum. Klik op Adapterinstellingen wijzigen. Klik met je rechtermuisknop op de verbinding die je wilt wijzigen en selecteer Eigenschappen. Zorg dat je in het tabblad Netwerken bent en selecteer Internet Protocol versie 4. Klik op Eigenschappen / Geavanceerd. Kies het tabblad DNS en voeg het IP-adres van je Pi-hole toe door op Toevoegen te klikken. Sluit af met OK en vergeet deze stappen niet ook bij je eventuele andere netwerkverbindingen te doen.

©PXimport

Macs en smartphones

Op de Mac ga je naar Systeemvoorkeuren / Netwerk. Selecteer je verbinding en klik op Geavanceerd. Kies het tabblad DNS en vul hier het IP-adres in. Op een iPhone vind je de instelling bij Instellingen / Wi-Fi. Klik op de i achter je netwerknaam en verander het adres achter DNS. In Android ga je naar Instellingen en houd je je vinger even op de naam van je netwerk. Tik op Netwerk aanpassen en zet een vinkje voor Geavanceerde opties. Scrol naar beneden en verander DHCP naar Statisch. Onderaan bij DNS 1 geef je je Pi-hole adres in. Bij DNS 2 geef je 8.8.8.8 aan, de DNS-dienst van Google.

12 Administratiepaneel

Ga in je browser naar het IP-adres van je Pi-hole en typ achter het IP-adres /admin. Dit is de configuratiepagina van je Pi-hole. Je ziet hoeveel reclame vandaag al is tegengehouden, hoeveel domeinen geblokkeerd zijn en welke apparaten welke aanvragen hebben gedaan. Onder Top Advertisers zie je van welke domeinen de meeste reclames worden geblokkeerd. Bij Query Log vind je een overzicht van al je internetverkeer, helaas kun je dit niet uitschakelen of bepaalde entries verwijderen.

©PXimport

13 Lokale DNS in je router

De handigste manier is om al het verkeer vanuit je router naar je Pi-hole om te leiden. Ga naar de instellingen van je router en zoek naar het instellingenscherm waar je DHCP-opties kunt wijzigen of waar je instellingen voor IPv4-adressen vindt. Hier vind je dan waarschijnlijk ook de optie om een lokale DNS-server aan te geven. Of deze optie in jouw router wordt aangeboden en of dit überhaupt mogelijk is, kun je alleen ervaren door in de handleiding van je router te kijken of je provider even een mailtje te sturen.

14 DHCP vernieuwen

Het kan zijn dat je op je apparaat nog even de DHCP-lease moet vernieuwen voordat het verkeer via de Pi-hole wordt geleid. In Windows open je de Opdrachtprompt door in de zoek-balk cmd in te toetsen. Typ ipconfig /release en druk op de Entertoets. Als dit succesvol is, typ je vervolgens nog eens het commando ipconfig /renew en sluit je af door op Enter te drukken. Op je Mac vind je deze optie bij Systeemvoorkeuren / Netwerk. Klik op je netwerkverbinding en kies voor Geavanceerd. Klik op TCP/IP en selecteer Vernieuw DHCP-lease.

©PXimport

15 Blacklist en whitelist

Als je bepaalde domeinen wilt whitelisten of blacklisten, dan kun je dat doen in het administratiepanel van je Pi-hole. Websites ‘leven’ van advertentie-inkomsten, dus het is ‘aardig’ om sites die je graag bezoekt te whitelisten. Klik op Whitelist of Blacklist om een domein toe te voegen. Omdat de Pi-hole op DNS-niveau reclames filtert, heeft het geen zin om gewoon een url toe te voegen. Op de website van Pi-block vind je een heldere uitleg hoe je een whitelist of blacklist toepast op je Pi-hole. Hier leggen we uit hoe je onze sites kunt whitelisten.

©PXimport

IPv4 en IPv6

Een heleboel advertenties worden door Pi-hole geblokkeerd, maar er glipt er wel eens eentje tussendoor. In de meeste gevallen gaat het hier dan om advertenties via IPv6. Advertentienetwerken leveren recentelijk steeds meer reclame via IPv6, maar op dit moment werkt de filtering met Pi-hole via IPv4 nog steeds het beste. Het is aan te raden de meldingen op de website www.pi-hole.net af te wachten en in de toekomst je Pi-hole te upgraden naar IPv6-filtering.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.