ID.nl logo
Zo gebruik je de slaapstand en sluimerstand in Windows 10
© Reshift Digital
Huis

Zo gebruik je de slaapstand en sluimerstand in Windows 10

Er zijn meerdere manieren om energie te besparen tijdens het computeren. Een bekende optie is de Slaapstand. In oudere versies van Windows vind je bovendien een Sluimerstand. Wat moet je over deze energiebesparende opties weten?

Tip 1: Slaapstand en sluimerstand

Als je in Windows 10 via de startknop naar aan/uit gaat, krijg je meerdere opties. Afsluiten en Opnieuw opstarten spreken voor zich, maar wat betekenen Slaapstand en Sluimerstand? Beide methoden zorgen ervoor dat je systeem energie bespaart, maar dit gaat wel op een andere manier. De slaapstand kopieert de huidige toestand van Windows naar het werkgeheugen. Vervolgens wordt alle overige hardware uitgeschakeld. Kort door de bocht blijft je werkgeheugen energie verbruiken. De sluimerstand werkt net iets anders. De huidige toestand van Windows wordt bewaard in een bestand (hiberfil.sys) op je harde schijf (of SSD). Het voordeel hiervan is dat je systeem nog minder stroom verbruikt dan in de slaapstand. Overigens vind je in Windows 11 alleen nog een slaapstand.

Hybride slaapstand 

Zoals gezegd heeft je werkgeheugen stroom nodig wanneer de computer in de slaapstand staat. Dat betekent dus ook dat de opgeslagen systeemtoestand verdwijnt bij een stroomstoring. Hiervoor heeft Microsoft de hybride slaapstand uitgevonden: een combinatie van de sluimer- en slaapstand. De staat van je systeem wordt opgeslagen in je werkgeheugen en op je harde schijf. Zo kun je heel vlot opstarten vanuit de slaapstand, maar ook je systeem herstellen nadat je even geen stroom meer had.

Tip 2: Snelheid VS schijfruimte

Als we beide methoden tegenover elkaar zetten, heeft de slaapstand als voordeel dat het veel sneller werkt. Deze energiebesparende stand is sneller actief en je systeem wordt ook veel sneller wakker. Het nadeel is dat er nog steeds stroom wordt gebruikt. Dit is veel minder dan wanneer je je systeem aan zou laten staan, maar net iets meer dan in de sluimerstand. De sluimerstand heeft altijd even nodig om actief te worden. Op een snel testsysteem met SSD neemt dit ongeveer tien seconden in beslag. Dit tegenover twee seconden voor de slaapstand. Een ander nadeel is dat het werkbestand hiberfil.sys vele GB's in beslag kan nemen. Als je een kleine SSD hebt is dit niet prettig.

Tip 3: Sluimerstand in- of uitschakelen

Als je de sluimerstand wilt gebruiken maar deze stand niet beschikbaar is achter je aan/uit-knop in je startmenu, kun je dit onderdeel eenvoudig activeren. Geef in het startmenu van Windows de zoekopdracht Opdrachtprompt en klik met de rechtermuisknop op dit item. Kies Als administrator uitvoeren. Geef de opdracht powercfg -h on gevolgd door een druk op Enter. Met de opdracht dir /ah c:\hiberfil.sys zie je of het 'sluimerstand-bestand' aanwezig is en hoe groot dit bestand is.

Als je de sluimerstand niet langer wilt gebruiken en genoeg hebt aan de slaapstand van Windows 10, kun je het onderdeel met de opdracht powercfg -h off uitschakelen. Het bestand hiberfil.sys verdwijnt automatisch waarna de schijfruimte weer beschikbaar wordt.

©PXimport

Tip 4: Deksel sluiten, slaap- of sluimerstand?

Als je een laptop gebruikt, wil je misschien wel veranderen of deze in slaap- of sluimerstand gaat als je het apparaat dichtklapt. Dat kan en doe je onder Configuratiescherm / Hardware en geluiden / Het gedrag van het sluiten van het deksel bepalen. Op dezelfde pagina in het configuratiescherm vind je ook de instellingen voor de aan/uit- en slaapstandknop. Let wel op, de aanpassingen die je hier maakt worden doorgevoerd voor alle energieschema's.

Als je met nog meer van het energiebeheer aan de slag wilt, kun je een kijkje nemen onder Configuratiescherm / Hardware en geluiden / Energiebeheer De schema-instellingen wijzigen / Geavanceerde instellingen wijzigen. Je vindt daar onder andere de mogelijkheid om het gedrag van de Aan/uit-knoppen en deksel aan te passen per energieschema.

©CIDimport

Meer opties

Wil je meer energiebesparende instellingen, dan kun je naar het Energiebeheer en slaapstand-menu gaan in Windows 10. In Windows 11 kun je in de Instellingen-app naar Aan/uit gaan in het Systeem-menu. Hier kun je bijvoorbeeld instellen wanneer je scherm moet uitgaan als je je pc niet gebruikt of kun je een energiebeheerschema maken, waarmee je als het ware standaardprofielen creëert voor iedere situatie waarin je je pc gebruikt. Ben je van plan games te spelen, dan kies je voor een profiel met een nadruk op prestaties. In dit profiel bespaar je minder energie. Ga je op een gegeven moment weer aan het werk, dan kun je een ander schema kiezen waarmee meer energie wordt bespaard door waar mogelijk de prestaties van je pc iets te verminderen.

Slaapstand verwijderen uit startmenu

Wellicht komt het scenario je bekend voor. Aan het einde van je werkzaamheden wil je je Windows -pc afsluiten en je klikte ongemerkt op Slaapstand. Dat is met name vervelend als je je dit niet realiseert en vervolgens van een desktop-pc de netspanning afhaalt via bijvoorbeeld de schakelaar op stekkerdoos. Omdat het werkgeheugen nu niet meer onder spanning wordt gehouden, verdwijnen de slaapstandgegevens. Wat onder de streep betekent dat je systeem incorrect is afgesloten met mogelijk dataverlies tot gevolg. En dat kan dan weer leiden tot problemen met Windows 10 zelf (en in ieder geval hoogstwaarschijnlijk tot de melding dat Windows niet correct is afgesloten). Op laptops werkt de slaapstand verder lang niet altijd naar behoren, zeker als je deze langdurig gebruikt zonder je dat te realiseren. Kortom: eigenlijk zien we die hele slaapstand-optie liever niet in het startmenu. Weghalen is gelukkig mogelijk! Hoe je dat doet, lees je in dit artikel.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.