ID.nl logo
Waarom ARM-processoren Intel het nakijken geven
© Reshift Digital
Huis

Waarom ARM-processoren Intel het nakijken geven

Het is de vooravond van de grootste verandering op de computermarkt in misschien wel decennia. De een na de andere fabrikant stapt over op een ander soort chiparchitectuur, wat inherent verandert hoe de computer werkt. Voor ons is dat goed nieuws, maar chipgiganten als Intel beginnen hem te knijpen. Laten we eens kijken naar waarom ARM-processoren de laatste tijd zo in opmars zijn.

Computers werken sinds de jaren 70 eigenlijk pakweg hetzelfde. Chipfabrikant Intel bedacht toen de x86-structuur voor processors. Dit is een instructieset voor de processor, die bepaalt hoe bepaalde handelingen worden uitgevoerd. Iedere processor maakt rekensommen, maar x86 vertelt aan de processor hoe deze rekensom moet worden uitgevoerd. Alles dat je op je computer doet is hiervan afhankelijk; van het openen van apps tot het spelen van games.

Het toen nog gigantische IBM nam de x86-chips in gebruik, waarna iedere computermaker dit voorbeeld volgde. In de jaren die volgde veranderde er weinig. De x86-chips kregen wel upgrades naar bijvoorbeeld 64 bit, waardoor software met meer geheugen gebruikt kon worden. Maar de chip in jouw kersverse desktop of laptop leunt nog steeds op de principes die in de jaren 70 werden bedacht.

Hoewel die x86-chips prima bleken te werken voor laptops en desktops, was de situatie compleet anders toen bedrijven zoals Apple en Samsung zo’n 15 jaar geleden aan de eerste smartphone begonnen. De klassieke processors zijn energiehongerig, waardoor een laptop met forse batterij het slechts twee uur op een volle accu volhoudt. Voor zo’n apparaat ruim voldoende, maar telefoons moeten het minimaal een hele dag vol kunnen houden.

Rol van smartphones

De smartphonemarkt investeerde daarom in een ander soort chiparchitectuur, die eerder vooral in zeer specifieke zakelijke apparatuur werd gebruikt: ARM genaamd. De ARM-chip verbruikt minder stroom, wat hem ideaal maakt voor draagbare apparaten. Dat krijgt ARM voor elkaar door op andere wijze instructies naar de processor te sturen. 

Een x86-processor krijgt één verwerking ‘per ronde’ opgestuurd, waardoor deze voor vijf rekensommen ook vijf handelingen moet uitvoeren. ARM probeert zoveel mogelijk verwerkingen te bundelen tot één complexe berekening. Die is zwaarder voor de processor, maar netto gebruik je minder rondes (en dus stroom) om hetzelfde gedaan te krijgen.

Zowel Apple als chipmaker Qualcomm stortten zich vol op het ontwerpen en produceren van ARM-chips om te gebruiken in hun telefoons en later ook tablets. Sindsdien bestaan beide chipvormen naast elkaar. Intel produceert voor het overgrote merendeel van de laptops en desktops zijn eigen x86-processors, terwijl bedrijven als Qualcomm de ARM-markt bedienen voor smartphones, tablets en wearables. Een balans die jarenlang prima leek te werken, totdat deze ineens ruw werd verstoord.

©PXimport

De smartphonemarkt groeide in de afgelopen jaren explosief, waardoor fabrikanten van ARM-chips steeds meer geld konden investeren in het ontwikkelen van hun processorsoort. Telefoons en tablets werden met het jaar vele malen krachtiger: Apple sprak bij nieuwe iPhones vaak van een verdubbeling of zelfs verveelvuldiging van de processorkracht, met apps die in luttele seconden konden opstarten en efficiënter met stroom omgingen.

In diezelfde periode maakte x86-processors ook sprongen, maar daar was het plafond steeds dichterbij. Daarnaast klotste het geld daar niet langer over de plinten: de opkomst van smartphones en tablets zorgde dat de gewone computermarkt langzamerhand kromp. Nieuwe modellen computers en laptops boden relatief kleine verbeteringen en optimalisaties, zonder dat chipmakers gouden bergen konden beloven.

Telkens beter

Op termijn werden die ARM-chips zo snel, dat ze gebruikt konden voor meer dan alleen tablets en telefoons om te gebruiken voor Facebook en WhatsApp. Tablets als de iPad Pro werden capabele werkpaarden, in staat tot multitasking en het draaien van geavanceerde software zoals Office en Photoshop.

Het maakte de tablet een geduchte concurrent van de laptop, met één significant voordeel: een veel langere batterijduur. Het gebruik van een ARM-chip in plaats van een x86-processor zorgt voor een gebruiksduur per acculading tot wel negen uur, in plaats van de twee tot vier uur die we van laptops gewend zijn.

In 2019 besloot Microsoft een gok te wagen door een ARM-versie van zijn hybride Surface Pro-laptopreeks uit te brengen. De Surface Pro X is als tablet te gebruiken, maar is in combinatie met de bijgeleverde toetsenbordhoes een volwaardige Windows-computer. Het was voor Microsoft de grote stap naar ARM, nadat Lenovo in mei dat jaar ook een laptop met een ARM-chip van Qualcomm presenteerde die op Windows moest draaien.

©PXimport

Achter die ARM-versie van de Surface Pro schuilt nogal wat werk: alle Windows-software was tot op heden geschreven voor x86-processors, die informatie op een compleet andere manier verwerken dan hun ARM-tegenhangers. Microsoft moest feitelijk zijn eigen besturingssysteem en aanvullende software helemaal opnieuw opbouwen. En externe ontwikkelaars moeten dus ook hun programma’s herschrijven en publiceren in een compleet nieuwe variant, als ze willen dat deze werken op deze Surface Pro.

Het is met een omweggetje wel mogelijk om sommige oude (x86) apps en games te draaien op de ARM-chip. De computer emuleert dan in feite een ouderwetse processor die bovenop de nieuwe chip draait, zodat de software werkt zoals verwacht. Maar dit vergt forse rekenkracht, waardoor de x86-software log en langzaam werkt op Microsofts ARM-machine. Bovendien werkt emulatie op het moment van schrijven alleen nog met 32bit-software. Emulatiesoftware voor 64 bit bevindt zich op dit moment in de testfase en is nog niet breed beschikbaar.

Experimenteel

Het betekent in de praktijk dat krachtige software zoals Photoshop of moderne games nagenoeg nooit werken op de Surface Pro X. De laptop is een prima machine voor alledaags browsen, maar dat is iets waar smartphones en tablets zich ook voor lenen. Hoewel de ARM-processor buitengewoon krachtig is, loopt Windows op softwarevlak nog te ver achter om zich te meten met x86-chips.

Het maakt de Surface Pro X op dit moment nog een experimentele machine. De langere batterijduur is fijn – een in 2020 uitgebracht model hield het ruim tien uur vol – maar er zijn nog te veel haken en ogen om een serieuze dreiging te vormen voor de oude Intel-chiparchitectuur. De ARM-machine dient als voorproefje van een mogelijke toekomst waarin veel meer software vloeiend werkt op de machine en het een serieus alternatief zal zijn voor een x86-gebaseerde computer.

Concurrentie van Apple

Het grootste gevaar voor de Intel-processor komt op het moment uit de keuken van Apple. De fabrikant introduceerde eind 2020 drie nieuwe computers: een MacBook Air, MacBook Pro en een Mac Mini. Maar waar vorige Macs draaiden op hardware van Intel, heeft Apple ditmaal gekozen om zijn eigen chips te ontwerpen en laten produceren.

De Apple M1 is geïnspireerd door chips die in eerdere iPads werden gebruikt, met acht krachtige processorkernen en acht zuinige alternatieven voor verminderd stroomverbruik. Het is een chip die bij tests de Intel-chips volledig uit het veld blaast. Alleen intens krachtige gameprocessors die een capaciteit van 35 watt vragen kunnen zich meten met de nieuwe Apple-hardware, terwijl de M1 zuiniger dan zelfs de meest energievriendelijke Intel-chips is.

©PXimport

Een laptop met een M1-chip laat apps in minder dan een seconde opstarten en werkt zeer lang op één acculading. Apple spreekt bij de nieuwe MacBook Pro van een accuduur van 15 tot 20 uur – wat door de eerste recensenten in de praktijk wordt bevestigd. Het is een laptop die je ‘s ochtends kunt opladen, om vervolgens twee werkdagen achter elkaar te gebruiken. De nieuwe MacBook Air is bovendien muisstil door het ontbreken van een ventilator. ARM-chips hadden op smartphones en tablets immers ook geen actieve koeling nodig.

Niet-geoptimaliseerde apps moeten net als bij de Surface Pro X nog worden geëmuleerd, maar Apple lijkt op dit vlak wel voor te liggen op zijn concurrent: het onderliggende programma Rosetta 2 krijgt de oude x86-software werkend zonder de processor zwaar te belasten. Het verschil met Intel-laptops wordt duidelijk als je de twee direct met elkaar vergelijkt.

Doordat de gebruikte architectuur identiek is aan die op de iPhone en iPad, is het ook mogelijk om op deze nieuwe M1-laptops iOS-applicaties te draaien. Helemaal vlekkeloos werkt dat nog niet: de Mac heeft geen aanraakscherm, waardoor je bepaalde veegbewegingen met onduidelijke knoppencombinaties moet simuleren. Het betekent desalniettemin dat software uit Apples populairste App Store ineens op laptops te gebruiken is, die het tot op heden moesten doen met de uitgestorven Mac App Store.

Het einde voor Macs met Intel-chips is echter nog niet nabij: het bedrijf verkoopt nog steeds zijn laptops en Mac Mini’s die eerder met de oude x86-architectuur werden geïntroduceerd, naast de huidige Mac Pro en iMacs die nog niet van een Apple-chip zijn voorzien. Apple-topman Tim Cook beloofde dat er nog langere tijd Intel-apparaten zullen worden gemaakt – vermoedelijk om de overgang naar ARM soepel te laten verlopen. Wie afhankelijk is van niet-geoptimaliseerde software die slecht draait op de M1, kan dus nog met een gerust hart een ‘ouderwetse’ Mac kopen.

Spannende tijden

Toch zijn er buitengewoon spannende tijden op komst voor Intel. Naarmate Apple zijn eigen chip beter ondersteunt en meer apps zijn geoptimaliseerd, zal de vraag naar Intel-machines afnemen totdat ze niet meer gemaakt hoeven te worden. Daarmee zal een einde komen aan de samenwerking tussen beide bedrijven, die in 2006 begon toen Apple stopte met het gebruik van PowerPC-processors.

Het vertrek van Apple is niet meteen het einde van de wereld voor Intel en zijn x86-processors. Lenovo, HP en Dell hebben alledrie een groter marktaandeel op de laptopmarkt en zweren nog bij de klassieke technologie. De kans is aanzienlijk groot dat Intel nog jarenlang chips kan leveren aan laptopmakers en zijn marktaandeel op die markt nog wel even zal vasthouden. 

Maar de stap die Apple hier maakt zal veel computermakers op termijn kunnen inspireren. Sterker nog: als zij Apple’s veel langere accuduur van maximaal 20 uur willen evenaren, moeten ze wel overstappen op de nieuwe ARM-architectuur.

©PXimport

Tegelijkertijd legt Microsoft met zijn Surface Pro X de basis voor al die andere laptopmakers. Hun computers gebruiken Windows, wat betekent dat alle software die voor de Surface wordt geoptimaliseerd ooit ook op hun ARM-laptops zal werken, mits ze de stap maken. Het is op dit moment nog een brug te ver voor veel bedrijven, die liever op safe spelen. Maar over een paar jaar zal de keuze voor een ARM-product veel makkelijker zijn om te maken.

Al die ontwikkelingen komen op een buitengewoon slecht moment voor Intel. De fabrikant is al jarenlang marktleider op de processormarkt, maar ziet de concurrentie van andere bedrijven zoals Nvidia en AMD steeds meer toenemen. Tegelijkertijd heeft Intel moeite met het nog kleiner maken van zijn chips doordat ze gebonden zijn aan processors geproduceerd op vlakken van 14 nanometer. De overstap naar een 10nanometer-proces mislukte namelijk door leveringsproblemen en interne strubbelingen na het vertrek van een CEO in 2018. Apple zit met zijn M1 intussen op een chip van slechts 5 nanometer.

Het is reden voor beursanalisten om te vrezen voor een rampzalig 2021 voor Intel. “De basis van het bedrijf neemt alarmerend snel af”, stelt Bernstein-analist Stacy Rasgon bijvoorbeeld. “We moeten er van uitgaan dat 2021 nog veel erger wordt.”

Ook over op ARM?

Een optie voor Intel is om op termijn ook over te stappen op de ARM-architectuur. Dat lijkt voor de hand liggend: ARM Holdings (de makers van ARM) verkoopt immers ook licenties voor de architectuur aan Apple, Qualcomm en andere bedrijven om chips mee te maken. Maar het zou betekenen dat Intel voor het eerst chips maakt die niet zijn gebaseerd op hun eigen technologie, waardoor een groot deel van de marge die nu wordt verdiend verloren gaat. Een desastreuze zet die duizenden banen bij de chipgigant kan vernietigen – maar wellicht onvermijdelijk wordt als ARM’s aandeel op de processormarkt blijft groeien.

In de tussentijd vieren ze feest bij ARM Holdings. Het bedrijf werd in de jaren 80 opgericht door een handjevol processorontwerpers, maar is explosief gegroeid sinds de eerste smartphones op de markt kwamen. In 2016 werd het bedrijf verkocht aan het Japanse SoftBank Group voor 24,3 miljard pond. Dat bleek toen al een flinke onderneming te zijn, maar in 2020 besloot Nvidia het bedrijf te kopen voor 40 miljard dollar. Daarmee is het bedrijf – waar inmiddels ruim 6.000 mensen werken – in handen van de grootste concurrent die Intel op het moment heeft. Wil dat bedrijf ooit overstappen op ARM-chips, dan moeten ze diep in de buidel tasten. Tegelijkertijd zullen ze daarmee hun ‘vijand’ nog groter maken.

Intel nog de grootste Hoewel Intel de hete adem van ARM in zijn nek voelt, is Intel nog steeds de grootste van de twee. Ter illustratie: de chipmaker boekte vorig jaar een omzet van ruim 70 miljard dollar, heeft 110.000 mensen in dienst en ziet zijn omzet met ieder kwartaal toch nog een beetje groeien. Het bedrijf heeft 16,2 procent van de volledige chipmarkt in handen. Dat is ook in vergelijking met bedrijven die andersoortige chips produceren. ARM Holdings boekt met ieder jaar ongeveer 1 miljard dollar aan omzet. Die omzet ligt ook lager doordat ze vooral de technologie in handen hebben. Apple, Qualcomm en andere bedrijven maken zelf vooral de chips in Chinese fabrieken. Daarom redt ARM het ook met minder personeel, al werken er toch ruim 6.000 mensen. In 2019, toen nagenoeg alle computers een x86-chip hadden, werd 28,5 procent van alle verkochte chips gebruikt in een desktop of laptop, vergeleken met 33 procent in smartphones of tablets. Met andere woorden: hoewel het nu spannend is voor Intel, heeft het bedrijf vooralsnog een flink deel van de chipmarkt in handen.

▼ Volgende artikel
Supersnelle wifi in huis? TP-Link Deco BE25 is dé mesh-routerfavoriet van 2025
© TP-Link
Huis

Supersnelle wifi in huis? TP-Link Deco BE25 is dé mesh-routerfavoriet van 2025

Wat maakt een mesh wifi systeem de allerbeste van het jaar? Natuurlijk, je kunt afgaan op specificaties, maar die zeggen niet alles. Je hebt veel meer aan eerlijke reviews. Het TP-Link Deco BE25 Smart Mesh WiFi 7-systeem is door consumenten op Kieskeurig.nl verkozen tot Best Reviewed van het Jaar 2025 in de categorie routers. Wat deze router zo bijzonder maakt, lees je in dit artikel.

Partnerbijdrage - in samenwerking met TP-Link

Best Reviewed 2025: de strengste jury van Nederland

Op Kieskeurig.nl delen elke dag duizenden mensen eerlijke ervaringen met producten die ze écht gebruiken. Die collectieve feedback vormt de basis voor de Best Reviewed‑awards: producten die zich het hele jaar lang in de praktijk hebben bewezen en keer op keer hoge tevredenheid laten zien bij echte gebruikers. Het gaat dus niet om mooie beloftes en marketingtaal, maar om wat mensen dagelijks merken in de praktijk: is het apparaat betrouwbaar? Doet het wat het moet doen? Is het makkelijk in gebruik? De strengste jury van Nederland heeft gesproken: in de categorie Routers werd de TP‑Link Deco BE25 Smart Mesh WiFi 7 uitgeroepen tot dé favoriet van 2025.

Wat maakt de TP-Link Deco BE25 zo bijzonder?

Wat dit mesh-systeem technisch zo aantrekkelijk maakt, is de combinatie van moderne wifi-technologie en slimme netwerkfuncties. De TP-Link Deco BE25 ondersteunt Dual-Band WiFi 7 met een gecombineerde snelheid tot 3,6 Gbps, waardoor bandbreedte-intensieve toepassingen zoals 4K-streaming en online gaming soepel verlopen. Elke unit is bovendien voorzien van twee 2,5 Gbps-bekabelde poorten, wat zorgt voor maximale doorvoercapaciteit en flexibele aansluitmogelijkheden voor bijvoorbeeld een NAS, pc of gameconsole.

Een ander sterk punt is de mogelijkheid tot gecombineerde bekabelde en draadloze backhaul: dit zorgt ervoor dat de verbinding tussen de verschillende wifi-punten niet alleen snel, maar ook uiterst stabiel is, met minder latentie. Dankzij Multi-Link Operation (MLO) wordt data via meerdere frequentiebanden en kanalen tegelijk verzonden, wat zowel de betrouwbaarheid als de snelheid van het netwerk ten goede komt.

Daarnaast zorgt AI-gestuurde roaming ervoor dat je apparaten automatisch verbinden met het sterkste wifi-punt, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Met TP-Link HomeShield beschik je over uitgebreide netwerkbeveiliging, waaronder realtime IoT-beveiliging en ouderlijk toezicht. Tot slot is het systeem universeel compatibel met alle internetproviders, modems én eerdere Deco-modellen, zodat je eenvoudig kunt uitbreiden of upgraden.

Dankzij deze optelsom van slimme functies is de TP-Link Deco BE25 een toekomstbestendige keuze voor iedereen die thuis wil genieten van stabiele, snelle en veilige wifi overal in huis.

©TP-Link

TP-Link Deco BE25: waarom gebruikers zo tevreden zijn

De titel Best Reviewed van het Jaar 2025 is gebaseerd op wat gebruikers in het dagelijks gebruik écht belangrijk vinden: betrouwbaarheid, gebruiksgemak en prestaties. Juist op die vlakken scoort dit mesh-systeem keer op keer hoog.

Dat begint al met het installatieproces. Gebruikers geven aan dat het instellen van de set bijzonder eenvoudig is. "De installatie was erg eenvoudig dankzij de intuïtieve Deco-app, waarbij het systeem binnen een paar minuten operationeel was." Ook de snelheid en prestaties vallen in de smaak. De reacties liegen er niet om: "Ik was gelijk onder de indruk van de snelheid, op sommige plekken in huis haal ik met gemak 400 Mbps." En: "De snelheid is werkelijk top: zelfs in de verste hoeken van het huis blijft de verbinding stabiel en razendsnel."

Dat is mede te danken aan de sterke mesh-dekking en de soepele roaming tussen de units. Een gebruiker vat het krachtig samen: "De mesh WiFi zorgt voor een sterke en stabiele verbinding in het hele huis. Zelfs op zolder blijft de snelheid hoog en zonder haperingen." Anderen merken op dat apparaten automatisch overschakelen naar het dichtstbijzijnde wifi-punt: "Alle apparaten melden zich netjes aan bij het punt dat het dichtste in de buurt is. Telefoons schakelen vloeiend over."

De algehele gebruikservaring wordt bovendien als zeer positief ervaren. Niet alleen vanwege de prestaties, maar ook dankzij de handige app-functies. "Overal in huis een stabiele verbinding. De app biedt handige functies zoals apparaatbeheer en statusweergave," aldus een reviewer. En over de nieuwe WiFi 7-technologie zegt iemand: "Dankzij WiFi 7 profiteer je van extreem hoge doorvoersnelheden en minimale latency, ideaal voor gamen, streamen en zware downloads."

Hoewel er hier en daar kleine opmerkingen zijn - zoals dat de snelheidswinst van WiFi 7 niet altijd zichtbaar is op oudere apparaten - overheerst de positieve toon duidelijk. Wat consumenten vooral waarderen, is hoe de TP-Link Deco BE25 hun wifi-ervaring in huis structureel verbetert: minder uitval, meer snelheid en stabiel internet in elke ruimte. Dat maakt het tot een set waar je echt op kunt bouwen.

©TP-Link

Een eerlijk oordeel

De TP‑Link Deco BE25 combineert technische kracht met eenvoud en gebruiksgemak - precies wat veel consumenten zoeken in hun thuisnetwerk. Door de combinatie van snelle prestaties, brede dekking en een intuïtieve app‑gestuurde installatie verdient dit systeem de titel Best Reviewed van het Jaar 2025. Of je nu een groot huis hebt, meerdere apparaten tegelijk gebruikt of gewoon een stabielere en snellere wifi‑ervaring wilt: de TP-Link Deco BE25 is volgens gebruikers een uitstekende keuze.

Ontdek de TP‑Link Deco BE25 op Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend