ID.nl logo
Deze zaken mogen niet ontbreken in een IT-vacaturetekst
© Reshift Digital
Huis

Deze zaken mogen niet ontbreken in een IT-vacaturetekst

Vraag en aanbod in de IT-vacaturemarkt zijn al jaren scheef. Er zijn enorm veel IT’ers nodig: developers, data scientists, security architects, enzovoort, waardoor kandidaten veel keuze hebben. Wil jij met jouw bedrijf opvallen met je IT-vacature om de beste IT-ers aan te trekken? Neem dan de volgende tips in acht.

Een duidelijke functietitel 

Het zal een grote schare aan mensen aanspreken als er wordt gezocht naar een ‘Echte developmentgoeroe’, maar het schrikt ook mensen af. Bovendien kunnen vacatures met zulke titels vaak minder makkelijk worden gevonden in zoekfuncties, waardoor je er beter voor kunt kiezen om het bij de gewone functietitel te houden. Later in de vacaturetekst kun je dan een keer een speels uitstapje maken. Denk ook aan hoe een kandidaat straks binnenkomt in jullie bedrijf, die persoon wil wel weten wat de functietitel nu werkelijk is.

Informatie over de bedrijfscultuur 

Hoewel het erg populair is om aan te geven dat je eens in de maand een Mario Kart-toernooi organiseert, is het verstandig om wel iets prijs te geven van de bedrijfscultuur die er heerst. Meer feitelijke informatie over wat het bedrijf doet is eigenlijk niet zo interessant (en bovendien makkelijk op Google op te zoeken), maar mensen willen liever weten in wat voor een cultuur ze terechtkomen. Misschien is Mario Kart een brug te ver, maar geef bijvoorbeeld aan of jullie heel direct tegen elkaar zijn of een cultuur hebben waarin het ‘samen’-gevoel heel belangrijk is.

Een goede start

In veel vacatures vind je de opbouw: bedrijf - team - functie - eisen - aanbod. Dat is in een markt waarin bedrijven het voor het zeggen hebben waarschijnlijk effectief, maar IT’ers hebben vaak de ene na de andere recruiter in hun LinkedIn-box zitten. Zij hebben het voor het zeggen, want IT’ers zijn gewild. Het is verfrissend en aansprekend om het precies andersom te doen. Laat als bedrijf zien wat je iemand te bieden hebt, zodat die persoon niet verveelt hoeft door te scrollen naar beneden, maar ten eerste meteen geïnspireerd kan raken door het aanbod en ten tweede uiteindelijk waarschijnlijk wel je hele vacaturetekst leest.

Zij 

Probeer mannelijke aanspreekvormen zoveel mogelijk te vermijden, om te zorgen dat je vrouwen niet buitensluit. Ook zij moeten zich kunnen herkennen in een vacature en daarbij helpt het als ze niet zelf van een ‘hij’ een ‘zij’ hoeven te maken. Houd het liever wat meer neutraal. Het is echt niet nodig om te vermelden hoeveel vrouwen er in het bedrijf of team werken voor een vrouw om zich welkom te voelen, maar dit zit hem soms juist in dit soort klein lijkende dingen.

Doorgroeimogelijkheden

Bij veel functies op vacaturesites staat het vermeld: doorgroeimogelijkheden. Maar, waar naartoe? Het is traditioneel gezien niet heel vanzelfsprekend om al in een vacature te spreken over wat de doorgroeimogelijkheden zijn. Dat is jammer, want eigenlijk zegt de term erg weinig als er niets wordt gespecificeerd. Laat zien dat je als bedrijf al hebt nagedacht over wat iemand in die functie misschien later zou willen doen en geef aan dat dit een mogelijkheid is (maar doe dit wel alleen als dit ook daadwerkelijk een mogelijkheid is).

©PXimport

Opleidingen 

Het leuke aan IT is onder andere dat het veld steeds weer innoveert. Die doorontwikkeling zien we als het goed is niet alleen in technologie, maar ook in mensen. Veel IT’ers willen graag blijven leren: of dat nu is om up-to-date te blijven of voor een eventuele doorgroeimogelijkheid. Vermeld in de vacature welke mogelijke opleidingen er kunnen komen kijken bij deze specifieke functie, zodat een potentiële kandidaat zich eerder getriggerd voelt om te reageren. Wederom is de kracht hier dat je als bedrijf als hebt nagedacht over waar iemand in die functie behoefte aan heeft en dat laat zien dat je deze functie en potentieel ook de persoon die het uitvoert belangrijk vindt.

Vermijd afkortingen 

In de IT slijten er al snel veel afkortingen in, maar dit kan heel vervreemdend werken. Alleen mensen willen hebben die de afkortingen direct begrijpen, is waarschijnlijk niet de beste methode om het kaf van het koren te scheiden. Voor veel mensen zijn vacatures nog steeds vaak onduidelijk en je doet er dan ook goed aan om een vacature begrijpelijk te houden voor iedereen. Zo kunnen mensen sneller en beter een beeld vormen van de functie dan wanneer er eerst moet worden gepuzzeld waar alle afkortingen ook alweer voor staan. 

Noem de arbeidsvoorwaarden 

Veel bedrijven doen geheimzinnig over arbeidsvoorwaarden en salaris, maar voor sollicitanten zijn dit vaak één van de belangrijkste dingen in de vacature. Doe er dus niet te vaag over, maar wees transparant en helder. Is er een 13e maand? Is er een CAO? Hoeveel vrije dagen mag je verwachten? Je kunt hier eventueel ook bij vermelden dat er iedere dag gratis kan worden geluncht of dat er een vergoeding is voor parkeren. De jaarlijkse personeelsfeestjes hoeven hier niet per se bij te worden vermeld, maar houd het behapbaar zodat de kandidaat het makkelijk kan meten aan andere vacatures of zijn of haar huidige baan.

Geef aan wat de functie inhoudt 

Interessant dat een bedrijf op zoek is naar een Junior Developer AI/Robotics, maar wees concreet: hoe ziet een werkdag er in het leven van deze persoon uit? Wederom helpt dit een kandidaat zich voor te stellen als hij of zij dat zou doen, naast dat het een heleboel vragen scheelt. Juist omdat de IT zo breed is, is het handig om alles zo helder mogelijk te maken, om zo te voorkomen dat ofwel het bedrijf ofwel de kandidaat uiteindelijk toch van een koude kermis thuiskomt. 

Geef prijs hoe het sollicitatieproces in zijn werk gaat 

Onder de meeste vacatures staat vermeld dat je voor datum x moet reageren door te mailen naar persoon x en daarmee is het af. Veel mensen, en zeker IT’ers, willen weten waar ze aan toe zijn. Leg bijvoorbeeld uit dat je hoopt in een maand de juiste persoon te hebben aangenomen, geef aan dat welk type assessment er nog wordt voorgeschoteld of zelfs wanneer ongeveer de gesprekken gepland zullen worden. Dat is informatie die je normaal geeft wanneer je een kandidaat wil uitnodigen op gesprek, maar die eigenlijk heel praktisch en handig is voor een potentiële sollicitant om te weten voor hij of zij aan de brief begint.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.