ID.nl logo
Kinderen leren programmeren - Carrière én toffe levensles
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Kinderen leren programmeren - Carrière én toffe levensles

Kinderen zijn heel handig met nieuwe technologie. Ze leren snel nieuwe apparaten te gebruiken. Betekent dat ook dat kinderen weten hoe die technologie werkt? Is het nodig om ze vroeg te leren programmeren? Leren programmeren kan een leuke levensles zijn en niet per se een toekomstige carrièrekeuze.

In de jaren '80 betekende het bezit van een computer meestal dat je een hobbyist was. Dat je bereid was om niet alleen andermans software te gebruiken, maar ook om zelf te experimenteren met programmeren. Wie in dat tijdperk opgroeide en bijvoorbeeld met BASIC of PASCAL leerde werken, leerde tegelijk een aantal waardevolle lessen. Lessen die een kind van nu niet meer automatisch meekrijgt door met een iPad te spelen.

Volgens mediacoach Gemma Steeman is het nog steeds zo dat kinderen veel sneller leren omgaan met computers dan volwassenen. "Ze leren door te experimenteren. Ze zijn niet bang om iets fout te doen en ontdekken daardoor heel snel de mogelijkheden die ze graag gebruiken."

Dat betekent in de praktijk dat ze sneller dan hun ouders weten hoe ze apps moeten downloaden en opstarten. En natuurlijk vooral hoe ze al die spellen kunnen spelen. Toch is dit natuurlijk wat anders dan 'weten hoe een computer werkt'.

©PXimport

Leren programmeren is een belangrijk onderdeel van 'mediawijsheid': de verzameling vaardigheden voor kinderen en volwassenen die helpen om media te gebruiken en te duiden.

Consequenties

Steeman: "Kinderen weten ook niet hoe ze computers slim in kunnen zetten, bijvoorbeeld om taken beter of efficiënter uit te voeren. Ook weten ze niet wat de consequenties zijn van hun gedrag online. Dat komt ook door de ontwikkeling van de hersenen: ze zijn gewoon niet in staat om dat allemaal te overzien." Want voor een kind is het gewoon niet te bevatten dat wat je op internet zet, er ook nooit meer van af kan. En vooral dat anderen (vreemden) het kunnen zien. Voor een kind is het begrip data volkomen abstract. Om nog maar te zwijgen van 'big data' en wat bedrijven allemaal kunnen door gegevens te verzamelen en te analyseren.

©PXimport

Gemma Steeman is mediacoach bij

Belangrijk

Volgens Steeman is het leren programmeren geen manier om kinderen op weg te helpen in een carrière als programmeur. "Het schrijven van programma's is iets wat steeds meer in lagelonenlanden gedaan wordt. Wie later een baan krijgt in de IT, wordt hoogstwaarschijnlijk geen programmeur." Maar we leven in een wereld die volledig doordrongen is door digitale media. Je moet mee kunnen komen en hoe meer je begrijpt van de processen die al die media mogelijk maken, hoe beter.

Ook zijn er heel wat (toekomstige) banen waarbij kennis van programmeren nuttig is, zonder dat je daarvoor programmeur hoeft te zijn. Want hoewel het daadwerkelijke programmeerwerk van grote programma's en games vaak wordt uitbesteed, gebeurt het plannen en het denkwerk van de ontwikkeling wel degelijk ook in ons land. Wie ergens werkt waar computerprogramma's gebruikt of gemaakt worden, heeft dus erg veel aan kennis over de werking van die programma's. Steeman zelf geeft aan dat ze erg veel heeft aan die kennis bij haar werk voor de website MediaWijsheid.nl. "Ik kan niet programmeren, maar wel computercode lezen en dat is bij het werken aan websites een groot voordeel."

©PXimport

Het kunnen lezen van computercode helpt zeker als je websites ontwerpt of bijhoudt.

Het is gewoon leuk!

Veel tv-series en films leren ons dat programmeren betekent: schermen vol onbegrijpelijke wiskundig ogende formules. Maar dat is een vooroordeel. Programmeren is het oplossen van een puzzel. En dankzij allerlei leuke, grafische lesmethoden, is het voor kinderen net zo goed een spel als een les.

Hour of Code bijvoorbeeld is een wereldwijde introductie voor kinderen om te leren programmeren met 'Hopscotch'. In een uur spelen leren ze hoe ze niet alleen computers kunnen gebruiken, maar vooral hoe ze deze naar hun hand kunnen zetten. Door bouwsteentjes te verslepen, laten ze bekende figuren zoals Anna en Elsa uit 'Frozen' of de bekende Angry Birds bewegen. Hopscotch is dé taal voor kinderen op dit moment, die juist door zijn directe grafische feedback meteen laat zien wat een commando of functie doet.

Voor de kinderen die hier echt lol in hebben, zijn er allerlei vervolgprojecten. Het hoeft niet op te houden bij één uur.

©PXimport

Grote studio's zoals Disney lenen bekende figuren aan deze educatieve site.

Levensles

Maar de belangrijkste reden om kinderen (eenvoudige) programma's te laten maken, is dat het een manier van denken aanleert die ze de rest van hun leven kunnen gebruiken. Programmeren is namelijk vooral een levensles: om een computerprogramma te maken, leer je om een probleem op een gestructureerde manier op te lossen. Je begint met een formuleren van het probleem en om dat probleem op te lossen, moet je het in stukjes ophakken. Als je 'probleem' bijvoorbeeld is: een eenvoudig huisje tekenen op het scherm, dan kun je dit opdelen in delen: hoe teken je een vierkant? Een rechthoek? Een driehoek? Hoe zorg ik ervoor dat de driehoek op het vierkant staat en dat de rechthoek op de plaats komt waar de deur moet zijn?

Deze manier van problemen oplossen overstijgt het schrijven van computerprogramma's. Wie een feest organiseert en een groep moet aansturen, moet ook leren om het geheel te overzien en dat in subtaken te verdelen. En het is juist deze manier van analytisch denken die kinderen op een speelse en natuurlijke manier kunnen leren door de computer naar hun hand te zetten.

©PXimport

Met eenvoudige puzzels leert het kind in de app Daisy the Dinosaur spelenderwijs programmeren op de iPad.

Wanneer

Volgens Steeman kunnen kinderen vanaf een jaar of zes al heel wat leren, dankzij speciale programma's. Deze zijn er op gericht om kinderen op een visuele en aantrekkelijke manier te leren om eenvoudige programma's te maken. De kinderen zullen dit niet als 'programmeren' ervaren, maar als een spel waarbij ze de computer opdrachten geven die direct resultaat op het scherm toveren. Veel van dit soort programma's hebben een duidelijke relatie met de wat oudere programmeertaal LOGO (zie kader). Voor de iPad is er bijvoorbeeld de app Daisy the Dinosaur. Met deze app leren kinderen kleine programma's schrijven die het figuurtje Daisy over het scherm laten bewegen. Helaas is de Daisy-app wel Engelstalig.

Op de website van Kennisnet.nl vinden we Ko de Kraker. Net als bij Daisy geeft het kind opdrachten aan het vogeltje Ko, die dankzij correcte programma's zijn geliefde nootjes kan eten.

©PXimport

Ko de Kraker is een vogeltje dat nootjes wil eten. Kinderen schrijven programma's om hem te helpen.

LOGO

Een aantal computerveteranen zal vast even opveren bij het lezen van die naam. LOGO, ontwikkeld in de jaren zestig door Seymour Papert. LOGO werd speciaal voor kinderen bedacht. Het belangrijkste kenmerk is de schildpad-cursor die met eenvoudige commando's is aan te sturen. Commando's geven direct resultaat. 'FORWARD 100' zorgt bijvoorbeeld voor een lijn van 100 pixels in de kijkrichting van de schildpad.

Daarnaast is het een krachtige taal waarbij de programmeur feitelijk zijn eigen commando's maakt die steeds complexere taken uitvoeren.

Het volgende simpele programma laat de schildpad een cirkel tekenen:

TO CIRCLE

REPEAT 360 [FORWARD 1 RIGHT 1]

END

Vanaf dat moment 'kent' de computer het nieuwe commando 'circle' dat ook weer in een nieuw programma te gebruiken is. Heel krachtig en heel overzichtelijk.

©PXimport

Met MSWLogo (gratis) kun je al snel mooie 'turtle graphics' maken.

Simpel

Daarnaast is op dit moment Scratch heel populair: op de site kunnen kinderen programmeren met bouwsteentjes die ze in een venster slepen. Ook hier gaat het om grafische feedback: animaties en simpele spellen.

Toch is het een misverstand om te denken dat kinderen (zeker als ze een jaar of 10, 11 zijn) heel simpele talen moeten leren. Kijk maar eens wat kinderen inmiddels allemaal aan complexe dingen kunnen bouwen in het spel Minecraft. Ze zijn zeker in staat om complexere talen onder de knie te krijgen. We noemden LOGO al. Ook Microsofts Small Basic richt zich volledig op kinderen. Maar ook een 'volwassen' taal is een leuke uitdaging.

©PXimport

Small Basic is een versimpelde, gratis versie van BASIC, speciaal voor kinderen.

Python

Op deze site staat een compleet lesprogramma voor de basisschool, waarin kinderen de taal Python leren. Deze scripttaal (ontwikkeld door Nederlander Guido van Rossum), is eenvoudig te leren en wordt ook in het echt gebruikt. Een perfecte brug dus tussen het klaslokaal en digitale wereld, maar uiteraard niet geschikt voor de allerjongsten.

Dit soort lespakketten zijn minder geschikt voor thuis. Maar volgens Steeman is het een goed idee als ouders samen met school en buitenschoolse opvang in gesprek gaan over programmeren. "Ik ben er niet voor om het verplicht in lesprogramma's op te nemen. Het is echter wel belangrijk dat elk kind er even mee in aanraking komt en als hij of zij dat wil er ook meer mee kan doen. Ouders en scholen kunnen elkaar daar denk ik goed in ondersteunen."

Direct effect

Hoewel Python niet meteen allerlei grafisch vuurwerk produceert, heeft het als groot voordeel dat het een geïnterpreteerde taal is. Dat wil zeggen dat je het resultaat meteen kan zien.

print("Hallo wereld")

>> Hallo wereld

print(3*2)

>> 6

print("3*2")

>> 3*2

Dit is natuurlijk in een leeromgeving heel belangrijk omdat de leerling meteen het resultaat van zijn instructies ziet. Dat is ook de reden dat talen als C++ niet kindvriendelijk zijn. Afgezien van de complexiteit is het ook lastig om programma's steeds te moeten compileren voor je kan zien wat ze doen.

Amsterdam investeert in jonge programmeurs

Als onderdeel van een plan van de gemeente Amsterdam om in de toekomst te behoren tot de top 3 van Europese steden met startups, wil de gemeente investeren in het opleiden van jongeren in deze sector. Daartoe zouden er 'coding academies' moeten worden opgericht waar jongeren en zzp-ers leren coderen en programmeren. Verder zou de gemeente wel op zoek zijn om initiatieven te ondersteunen die erop gericht zijn dat coderen op basisscholen, middelbare scholen en universiteiten even standaard worden als rekenen en taal.

Verder lezen?

Daisy the Dinosaur (iOS)

Ko de Kraker

Microsoft Small Basic

Hour of Code

Microsoft Windows Logo (gratis Windows-versie van LOGO)

ACSLogo (gratis OS X-versie van LOGO)

Hopscotch (iOS)

Kodable (iOS)

Robomind

▼ Volgende artikel
Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht
Huis

Arc Raiders is meer dan 14 miljoen keer verkocht

De extraction shooter Arc Raiders is een groot succes: de game is sinds release 30 oktober vorig jaar meer dan 14 miljoen keer verkocht.

Dat heeft uitgever Nexon deze week aangekondigd bij het bekendmaken van de kwartaalcijfers van het bedrijf. In januari was er daarbij een piek van 960.000 gelijktijdige spelers over alle platforms waarneembaar, en sindsdien zijn er zo'n zes miljoen wekelijkse actieve spelers. Arc Raiders heeft wat Nexon betreft dan ook alle verwachtingen overtroffen.

Arc Raiders kwam zoals gezegd afgelopen oktober uit en is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde bedrijf Embark Studios, dat bestaat uit voormalige Battlefield-ontwikkelaars, waronder de voormalige ceo van DICE, Patrick Söderlund. Hiervoor bracht Embark al de shooter The Finals uit.

Over Arc Raiders

Toen Arc Raiders uitkwam, bleek het spel al snel een hit op Steam en consoles. Dit terwijl de markt voor multiplayershooters zeer competitief is, met franchises als Call of Duty en Battlefield waarvan afgelopen najaar ook nieuwe delen zijn uitgekomen.

De game houdt een derdepersoonsaanzicht aan en betreft een extraction shooter. Spelers gaan in Arc Raiders richting de oppervlakte van de aarde, waar buitenaardse robots genaamd Arcs voor chaos zorgen. Spelers proberen hier waardevolle materialen, wapens en medicijnen te vinden - alleen of in teamverband. Andere spelers lopen echter ook rond op het oppervlak en kunnen je team helpen of juist tegenzitten. Het doel is heelhuids weer ondergronds te geraken met de verzamelde spullen.

▼ Volgende artikel
Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat
© ImageFlow - stock.adobe.com
Huis

Je smartphone als afstandsbediening voor je slimme huis: zo werkt dat

Je smartphone gebruik je wellicht voor allerlei handige zaken, maar wist je dat je je telefoon ook kunt gebruiken om apparaten in je huis te bedienen? Vaak heb je daar niet eens zoveel voor nodig. Maar hoe begin je en waar moet je allemaal op letten?

In dit artikel

Je ziet hoe je je telefoon inzet als afstandsbediening voor verlichting, verwarming, tv en andere slimme functies in huis. We laten je stap voor stap zien hoe je apparaten toevoegt, kamers indeelt, routines bouwt en je slimme huis laat reageren op tijd, locatie en aanwezigheid. Ook lees je waar je op let bij compatibiliteit en hoe je alles netjes en veilig houdt met onderhoud en updates. 

Lees ook: Starten met smarthome in één middag: een stappenplan voor beginners

We gebruiken thuis steeds meer slimme apparaten die het leven moeten vergemakkelijken. Bijna alle apparaten die je op internet aansluit, zoals een televisie of een basisstation voor slimme lampen, kun je op afstand bedienen of in ieder geval via je wifi-verbinding thuis aansturen. Dat hangt natuurlijk af van het merk en type producten dat je gebruikt en via welke protocollen dit gaat, maar het heeft ook te maken met je telefoon.

Wanneer is een apparaat slim?

Een slim apparaat is een lamp, thermostaat, tv, stekker, gordijnmotor of sensor die via wifi, bluetooth of een standaard als Matter verbonden is met internet en op afstand te bedienen is. Dat bedienen kan bijvoorbeeld via een app van de fabrikant van de apparatuur, maar het is ook mogelijk met de app van Google, Google Home. Deze app is op de meeste Android-toestellen aanwezig, maar als dat bij jou niet het geval is, kun je deze downloaden via de Google Play Store. De app is er ook voor de iPhone en werkt vrijwel hetzelfde. We gebruiken in dit artikel de Android-versie voor alle uitleg en afbeeldingen.

Google Home tref je aan in Google Play, maar kan soms al geïnstalleerd zijn. Check sowieso altijd op updates als je de app al hebt.
Google Home

Google Home is de app die al die apparaten verzamelt en bestuurt; je bedient ze met tikken op je scherm, via het snelle bedieningspaneel van Android en met spraak via de Google Assistant. Wanneer je apparaten in de Google Home-app toevoegt, kun je er routines mee bouwen: vaste acties die automatisch of met één tik worden uitgevoerd, zoals alle lampen uit zodra je het huis verlaat of de verwarming lager zodra iedereen slaapt. Inmiddels kun je met Google Home al meer dan 50.000 apparaten aansturen; je herkent ze aan de Works with Google Home of Matter-logo's.

Starten met aansturen

Om je slimme apparaten te kunnen aansturen, gebruik je een Android-telefoon met Android 11 of hoger. Het werkt in principe ook met oudere versies, maar sinds versie 11 kun je de meeste opties voor slimme apparaten direct vanaf je vergrendelingsscherm benaderen en hoef je dus niet eerst de app te openen om je apparaten te bedienen. Installeer de Google Home-app uit de Play Store en meld je aan met je Google-account. Aanmelden is vereist zodat de instellingen voor al je apparaten worden opgeslagen en ook via andere Android-toestellen zijn te bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om een nieuw account aan te maken, dat je dan bijvoorbeeld met je huisgenoten kunt delen. Op die manier kan iedereen in huis bij dezelfde instellingen voor je slimme apparaten en hoef je je persoonlijke data niet met je huisgenoten te delen. Met de Google Home-app kun je eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts, dus het is in theorie mogelijk om meerdere slimme huizen te beheren.

Met de Google Home-app kun je - net als alle andere Google-apps - eenvoudig schakelen tussen meerdere accounts.

Systemen zijn niet altijd compatibel

Voordat je een slim apparaat kunt toevoegen aan Google, moet dat apparaat eerst al zijn ingesteld met de app van de fabrikant, bijvoorbeeld Philips Hue, IKEA Home smart, Tado of de app van je gordijnmotor. Daarna koppel je ze in Google Home. Het is handig om minstens één slimme lamp of slimme stekker te hebben om mee te oefenen, plus bijvoorbeeld een televisie met Chromecast-functionaliteit. Heb je een smartspeaker of smartdisplay met ingebouwde Google Assistant (zoals de Nest Hub), dan kun je die gebruiken als extra microfoon in huis, maar strikt nodig is die niet, omdat je ook via je telefoon tegen de Assistant kunt praten. Apple-gebruikers hebben een vergelijkbaar systeem via Apple HomeKit en de Apple Home-app. Apple gebruikt een gesloten systeem, waardoor je niet kunt communiceren met Google Home en moeten de apparaten die je met een Apple-smartphone wilt aansturen, ook specifiek compatibel zijn met Apple HomeKit. Via Home Assistant - een losstaand protocol voor slimme apparaten - is het mogelijk om een koppeling te maken tussen Android-apparaten en Apple-apparaten, maar daar gaan we in dit artikel niet verder op in.

©sdx15 - stock.adobe.com

Ook Apple heeft een Home-app, maar die is niet compatibel met Android.

Lees ook: Philips Hue SpatialAware: dit is het en zo gebruik je het

Apparaten toevoegen en huis indelen

Om Google Home te gebruiken voeg je je eerste apparaten toe aan de Google Home-app en deel je ze logisch in kamers in, zodat aansturen en automatiseren later veel eenvoudiger wordt. Je opent eerst Google Home, controleert of het juiste huis geselecteerd is; als dit nog niet is aangemaakt, maak je dat aan. Vervolgens voeg je een nieuw apparaat toe met de +-knop, rechts bovenin. Tot slot kies je voor Apparaat.

Een nieuw apparaat toevoegen aan Google Home doe je hier.

Koppelen

Je krijgt nu de mogelijkheid om een apparaat direct toe te voegen door middel van een QR-code, die je vaak achter op een product vindt. Apparaten die Matter of Nest ondersteunen, kun je op deze manier dus direct toevoegen. Wil je een apparaat toevoegen dat geen Matter-ondersteuning biedt, dan kan dat alleen als je het betreffende apparaat hebt geconfigureerd via het systeem van dat merk, bijvoorbeeld een lamp van Philips Hue die aan de Hue-bridge is gekoppeld. In dat geval kies je voor de optie Apps of services koppelen. Vervolgens krijg je een overzicht van alle compatibele diensten die met Google Home werken.

Kies uit de lijst met compatibele merken om een koppeling te maken.

Lees ook: Matter uitgelegd: de nieuwe standaard voor een zorgeloos slim huis

Toestemming verlenen

Om een apparaat via deze route toe te voegen aan Google Home, moet je inloggen bij het account van de fabrikant waarvan je de dienst afneemt, bijvoorbeeld Philips Hue. Er komen nog wat meldingen in beeld omtrent de mogelijkheden die Google krijgt met betrekking tot de data van je externe account.

Wanneer de apparaten zichtbaar zijn als tegels, houd je een tegel even vast en kies je voor het tandwieltje. Vervolgens tik je op Ruimte en kun je het apparaat eventueel nog in een andere ruimte plaatsen. Dat kan door de betreffende ruimte aan te tikken uit de lijst, of zelf een nieuwe ruimte aan te maken. Het is handig om je apparaten onder te verdelen in ruimtes, omdat je - bijvoorbeeld in het geval van lampen - deze per ruimte in één keer kunt uitschakelen. Zo kun je dan bij je bedtijdroutine eerst de lichten in de woonkamer uitschakelen en daarna die op de overloop, zonder dat je je hele huis in duisternis brengt of juist iedere lamp afzonderlijk moet uitzetten.

Soms moet je extra toestemmingen goedkeuren om een apparaat te kunnen gebruiken.

Apparaten handmatig en met spraak bedienen

Heb je al je apparaten toegevoegd en eventueel onderverdeeld in verschillende ruimtes, dan kun je ze nu bedienen via je Google Home-app. Open de app, tik op de knop Alle apparaten bovenaan en je ziet alle tegels van de in Google Home aanwezige apparaten. Tik bijvoorbeeld op een lamptegel om die direct aan of uit te schakelen, of houd de tegel even vast om een schuifregelaar voor helderheid of kleur te zien.

Voor een slimme thermostaat tik je op de thermostaat-tegel en verschuif je de temperatuur hoger of lager; vaak kun je ook kiezen tussen de modi Verwarmen of Verkoelen, maar dat is afhankelijk van de aangeboden functies in het apparaat zelf, want niet alle functies zijn ook altijd te benaderen vanuit Google Home. Ook een andere handige optie is het bedienen van je televisie. Heb je een tv of Chromecast gekoppeld, dan kun je via de tegel media pauzeren of stoppen. Vervolgens activeer je spraakbediening door op je Android-telefoon de Google Assistant op te roepen, bijvoorbeeld via de Assistant-knop, een veegbeweging of door "Hey Google" te zeggen. Vervolg die aanroep dan door concrete opdrachten als "Doe de lampen in de woonkamer uit", "Zet de thermostaat op 20 graden" of "Speel Netflix op tv woonkamer". Omdat de Google Assistant de door jou opgegeven namen en kamers uit Google Home gebruikt, loont het dat je die eerder netjes hebt ingesteld.

Tik je op een slimme lamp in de Google Home-app, dan zie je de opties die geboden worden, bijvoorbeeld het aanpassen van de kleurtoon en de helderheid.

Slimme routines maken

Nu je weet hoe je apparaten direct bedient, laten we je zien dat je ook automatiseringen of routines kunt instellen, zodat combinaties van acties met één tik of automatisch worden uitgevoerd. Om dat voor elkaar te krijgen in de Google Home-app tik je onderaan op de knop Automatisering en kun je kiezen uit een aantal voorgestelde routines, zoals wat er gebeurt als je van huis weggaat, of juist aankomt. Het nadeel hiervan is dat je wel de locatie-instellingen op je telefoon moet aanzetten en je huisadres in Google Home moet instellen, maar we kunnen goed voorstellen dat je daar niet op zit te wachten, privacytechnisch gezien dan. Als je een nieuwe routine wilt maken, tik je rechtsboven op de knop Nieuw > Automatisering. Geef de automatisering eerst een naam, zodat deze alvast kan worden opgeslagen nog voordat je iets instelt. Een routine bestaat altijd uit drie delen: een starter, een voorwaarde (die is optioneel) en een actie. Een starter kun je het beste zien als een gebeurtenis, bijvoorbeeld: het is 20:00, er wordt een beweging gedetecteerd, of de temperatuur van de slimme thermostaat is lager dan 16 graden. Een starter kan ook een spraakopdracht zijn. Stel dat je een 'Alles uit'-routine wilt: je geeft de routine een naam, kiest als trigger bijvoorbeeld het spraakcommando "Ik ga weg" en voegt als acties toe dat alle lampen uit moeten, de thermostaat naar 17 graden gaat en de tv wordt uitgezet.

De opbouw van een routine in Google Home.

Lampen automatisch aanpassen

Voor een filmavond-scenario maak je een automatisering die handmatig start of op een spraakzin als "Filmavond": je selecteert dan bij Actie bewerken de lampen in de woonkamer en zet de helderheid naar bijvoorbeeld 20 procent, je zet eventueel gekleurde lampen op warm wit en schakelt een slimme stekker van de sfeerverlichting in. Heb je gordijnen met een slimme motor, dan voeg je toe dat die naar 100 procent dichtgaan. Tot slot wijs je de tv- of Chromecast-tegel toe om een bepaalde app te starten of in elk geval de tv in te schakelen. Omdat deze routines gebruikmaken van de apparaten en kamers die je eerder hebt ingericht, zie je direct hoe belangrijk een goede basisconfiguratie is.

De kleur en helderheid van de lampen kun je automatisch aanpassen bij het inschakelen van de tv.

Automatiseren op tijd, locatie en aanwezigheid

Nu je basisroutines hebt, ga je een stap verder door je huis zichzelf te laten aanpassen op tijd, locatie en aanwezigheid, zodat je smartphone meer regisseur dan bedieningspaneel wordt. In Automatisering kun je een routine laten starten op vaste tijden, bij zonsopkomst of zonsondergang of wanneer de toestand 'Thuis' of 'Afwezig' verandert. Stel bijvoorbeeld een ochtendroutine in die op werkdagen om 7:00 uur de thermostaat naar 20 graden zet, de gordijnen in de woonkamer op 50 procent opent en de keukenlampen op 60 procent helderheid inschakelt. In de avond kun je een routine laten starten rond zonsondergang, zodat de buitenlamp en de lamp bij de voordeur automatisch aangaan. Aanwezigheidsdetectie gaat nog een stap verder: Google Home kan via de locatie van je telefoon en sensors van bijvoorbeeld een Nest-thermostaat of Nest-speakers bepalen of er iemand thuis is. Wanneer iedereen weg is, kan de Afwezig-routine lampen uitzetten, de thermostaat terugschakelen en eventueel een robotstofzuiger starten. Je stelt dat in via de Instellingen in Google Home onder aanwezigheidsdetectie, waar je toestemming geeft voor gebruik van je telefoonlocatie en aangeeft welke apparaten mogen 'meekijken'.

Concrete scenario's

Nu je de algemene principes beheerst, richt je je op drie alledaagse toepassingen die samen veel comfort opleveren: licht, warmte en entertainment. Voor verlichting maak je in Google Home aparte scènes aan via Automatisering, zoals 'Thuiswerken' met helder wit licht op 80 procent in je werkkamer en 'Ontspannen' met warm licht op 30 procent in de woonkamer. Je roept ze op met "Hey Google, thuiswerken" of via een tegel in het bedieningspaneel. Voor verwarming stel je in de Google Home-app temperatuurschema's in voor je Nest-thermostaat, bijvoorbeeld overdag 20 graden en 's nachts 17 graden; voor warm water kun je eveneens schema's instellen, zodat de slimme boiler niet onnodig aanstaat. De routine 'We zijn weg' verlaagt de temperatuur en zet lampen uit. Voor tv-bediening koppel je je Chromecast of ingebouwde Chromecast-tv aan Google Home en wijs je die toe aan de kamer 'Woonkamer'. Daarna werkt "Hey Google, speel YouTube op tv woonkamer" of je tikt in de app op de tv-tegel om afspelen te pauzeren of te stoppen. Als je deze drie functies eenmaal soepel bedient, zie je hoe makkelijk het is om extra apparaten, zoals gordijnen of een slimme stekker voor je koffiezetapparaat, in bestaande routines in te passen.

Noodzakelijk onderhoud en uitbreiden

Nu je smartphone de centrale afstandsbediening van je slimme huis is, is het belangrijk dat je installatie veilig, overzichtelijk en toekomstbestendig blijft. Controleer regelmatig in Google Home onder Settings en Devices of er geen oude of dubbele apparaten meer staan, bijvoorbeeld een lamp die je hebt vervangen; verwijder ongebruikte apparaten, zodat routines niet breken en blijven hangen omdat een bepaald apparaat niet meer bestaat. Kijk af en toe ook kritisch naar machtigingen: in aanwezigheidsdetectie bepaal je expliciet welke apparaten en telefoons mogen meedoen aan 'Thuis' en 'Afwezig' en dus jouw locatie kunnen opvragen. Dat is misschien niet altijd gewenst. Koop je uitbreidingen, test die nieuwe apparaten eerst in een simpele routine, zoals een losse scène voor één kamer, voordat je ze in al je automatiseringen opneemt. Controleer daarnaast ook op updates: Google Home wordt bijvoorbeeld regelmatig bijgewerkt, zeker nu er ook steeds meer AI-functies worden toegevoegd. En ook je slimme apparatuur: vaak wordt er nieuwe firmware uitgebracht, maar die kun je niet vanuit Google Home updaten; dat moet doorgaans via het slimme apparaat zelf of de aangesloten hub. Tot slot kun je, mocht je later voor het Apple-ecosysteem kiezen, veel apparaten dankzij Matter eenvoudig ook aan Apple Home koppelen, al beheer je ze dan in een aparte app. Door regelmatig op te ruimen, updates te installeren en je routines te finetunen, blijft je slimme huis betrouwbaar en voelt je smartphone echt als een krachtige, maar toch overzichtelijke universele afstandsbediening.

Het updaten van de firmware van aangesloten apparaten gaat doorgaans via de app van de fabrikant zelf, niet via Google Home.
View post on TikTok