ID.nl logo
Review TCL 55A300PRO NXTFRAME - tv, kunstwerk of allebei?
Huis

Review TCL 55A300PRO NXTFRAME - tv, kunstwerk of allebei?

De 55A300PRO NXTFRAME heeft de ambitie om naast tv ook dienst te doen als kunstkader. Dat concept kennen we van de Samsung The Frame. Kan TCL de normaliter erg goede prestaties van zijn miniled-tv’s doortrekken naar dit lifestyle-model?

Uitstekend
Conclusie

Over het design, de kaders en de opstelling zijn we tevreden, al kan TCL nog een beetje aan de afwerking verbeteren. Het belangrijkste minpunt is het matige contrast en de povere prestaties met donkere beelden. Daar hebben andere TCL-modellen geen last van, dus dat verraste ons. Voor een tv die als kunstkader moet dienen, is de matige kijkhoek ook jammer. Het matte scherm is een prima keuze; het gaat reflecties tegen en maakt de kunstbeleving wat tastbaarder. Goede helderheid en prima kleurvolume leveren mooie beelden. Het kunstaanbod is gratis, maar wel wat beperkt, ook al wordt het aangevuld met een ruim AI-kunstaanbod. Je kunt van HDR genieten op deze tv; hij ondersteunt bovendien alle belangrijke formaten, maar de echte punch van die beelden ontbreekt. De B&O-soundbar is een aangename verrassing. Dat DTS:X en Dolby Atmos ontbreken, vinden we geen drama; deze tv is niet gericht op epische filmweergave. Kortom, een goede woonkamer-tv met kunstambities, maar geen thuisbioscoop.

Plus- en minpunten
  • Stijlvol design met verwisselbare lijsten
  • HDMI 2.1 met veel gaming features
  • Degelijke helderheid en prima kleurbereik
  • Dolby Vision IQ Precision Detail én HDR10+-ondersteuning
  • Mat scherm voor minimale reflecties
  • Matig contrast en uniformiteit
  • Gebrek aan nuance in donkere beelden
  • Beperkte kijkhoek
  • Geen ondersteuning voor Dolby Atmos of DTS:X

TCL 55A300PRO NXTFRAME

  • Adviesprijs: 1.499 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (QLED)
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0, 2x v2.1, eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K144), 1x USB, 1x optisch digitaal uit, 2x antenne, Bluetooth (A2DP, HID), ethernet, Wifi (802.11b/g/n/ac)
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+, HDR10, HLG, Google TV (Android 12), USB/DLNA-mediaspeler, Airplay 2, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1231 x 729 x 348 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 23,1 kg (incl. voet)
  • Verbruik (per 1000 uur): SDR 60 kWh (E) / HDR 155 kWh (G)

Mooi in het wit, slank en strak ontwerp: de TCL 55A300PRO kan uitpakken met een stijlvol design. En om de naam NXTFRAME nog wat te benadrukken, kun je gebruikmaken van verwisselbare kaders om hem een andere uitstraling te geven. In de doos zit een licht eiken kleurig kader, er zijn ook zwarte en muntgroene versies beschikbaar als optie.

De kaders zijn magnetisch bevestigd, en je ziet op de hoeken soms een kleine spleet tussen twee onderdelen. Ze komen ook iets te gemakkelijk los. Voor het onderste deel van het kader heeft TCL wel twee kleine schroeven voorzien. Een kunstkader hangt meestal aan de muur, TCL heeft daarom een erg slanke wandbeugel in de doos gestopt. Wie het toestel liever op een tv-meubel plaatst, kan de optionele tv-voet (149 euro) kopen. Wil je helemaal voor de kunst-uitstraling gaan, dan is er een vloerstand op wieltjes beschikbaar (499 euro).

Aansluitingen

Deze TCL is in de eerste plaats gericht op wandmontage. Het is geen verrassing dat alle aansluitingen naar beneden gericht zijn, en er zijn zelfs een reeks gootjes voorzien aan de achterkant zodat je de kabels netjes kunt wegwerken. Het toestel beschikt over vier HDMI-aansluitingen, waarvan twee geschikt zijn voor high-end gaming. Op poort 1 en 2 kun je dankzij de 48Gbps bandbreedte gamen in 4K met maximaal 144 beelden per seconde.

Wie Full HD (1.920 x 1.080) voldoende resolutie vindt, kan zelfs tot 240 beelden per seconde aanleveren. Er is ondersteuning voor ALLM, HDMI VRR, AMD FreeSync en NVIDIA G-Sync compatibiliteit. De input-lag is iets lager dan bij andere TCL-modellen, maar is nog steeds erg goed: 18,0 ms (in 4K60) en 9,7 ms (in 2K120). Poort 1 bevat ook eARC/ARC, maar gezien de bijgeleverde soundbar zal dat zelden gebruikt worden. Verder is er een usb-poort, die alleen voor media dient; TCL ondersteunt het opnemen van live tv niet. Een hoofdtelefoon kan je aansluiten via Bluetooth, en voor de netwerkaansluiting is er wifi en ethernet.

Google TV

Ook deze TCL is uitgerust met Google TV en heeft hiermee het grootste app-aanbod en ondersteuning voor Chromecast. Verder heeft TCL ook AirPlay 2 voorzien. Uitgebreide, gepersonaliseerde aanbevelingen helpen je nieuwe content te ontdekken. Bovenop die prima ervaring heeft TCL voor snelle toegang gezorgd tot de belangrijkste instellingen en ingangen via een handig menu onderaan het scherm. Beide zijn te personaliseren.

Afstandsbediening

De afstandsbediening is uitgevoerd in wit, passend bij de tv. Ze gebruikt een eenvoudigere lay-out zonder numerieke toetsen die we ook al op de C855 aantroffen. De afgeronde vorm ligt goed in de hand, en de toetsen hebben een goede, duidelijke aanslag. Opvallend is wel dat de volumetoets lijkt te ontbreken. Die is aan de zijkant van de afstandsbediening geplaatst, zoals bij een smartphone. Helaas vinden we dat erg onhandig; gelukkig kun je ook de d-pad links- en rechts-toetsen gebruiken om het volume aan te passen.

Kunstwerken uit een kunstmatig brein

De NXTFRAME-app gebruik je om allerlei kunstwerken op het scherm te tonen. TCL levert daarin een aanbod van 378 kunstwerken, zowel klassiek, digitaal als fotografisch. Monet en Van Gogh zijn wel wat oververtegenwoordigd. Het aanbod is gratis, wat fijn is. Daartegenover staat dat het flink wat kleiner is dan dat van de Samsung The Frame waarvoor je een abonnement moet nemen.

Om die achterstand wat in te halen biedt TCL ook AI-kunst aan in verschillende stijlen. Je kiest een stijl en twee trefwoorden en de tv toont je een willekeurige interpretatie. De werken worden niet live gegenereerd maar gewoon gedownload. TCL claimt een bibliotheek van meer dan 100.000 stuks te hebben. De resultaten waren leuk, maar of je het een goede vervanging vindt van meer traditionele kunst is natuurlijk een persoonlijke beslissing.

Mat scherm, maar bescheiden contrast

Kunst ziet er altijd veel beter uit op een mat scherm. Dat benadert beter de indruk van papier of canvas. Een glossy tv-scherm geeft nooit dezelfde ervaring. Het matte scherm heeft veel minder last van reflecties, erg belangrijk voor een tv die je overdag in de woonkamer als kunstkader wilt gebruiken. Er zijn echter ook minpunten aan die beslissing. Dat matte scherm verspreidt reflecties over het hele scherm, waardoor het contrast minder goed is dan bij een glossy scherm. Deze tv gebruikt bovendien een edge led-achtergrondverlichting die op ons testmodel geen al te beste uniformiteit leverde. In heldere beelden valt het mee, maar vooral in donkere beelden zien we hier en daar wat ‘wolken’ in het beeld, willekeurig gevormde heldere plekken.

Die combinatie maakt dat het contrast niet boven de 3.300:1 uitkwam. Dat is niet slecht, maar naar de normen van vandaag geen best resultaat. Vergelijk bijvoorbeeld met de TCL 55765 die vlot 5.000:1 haalt. Met donkere beelden had de 55A300Pro het echt moeilijk. Er ontbreekt veel schaduwnuance en de beelden ogen flets; in sommige gevallen was de wolkvorming ook echt zichtbaar. Bovendien bleek de kijkhoek van het lcd-scherm nogal beperkt; vanuit een hoek verlies je nog meer contrast en dat is uiteraard nadelig voor de beeldkwaliteit.

Doorsnee beeldprestaties

TCL pakt vaak uit met stevige piekhelderheid op zijn modellen, dus het is wat verrassend dat deze matig scoort. We meten 405 nits op het 10% testvenster en ook op het volledig witte beeld. Het kleurbereik is goed, dat haalt 90% P3. De film-beeldmodus is degelijk gekalibreerd, maar de fouten zitten dicht bij de zichtbare grens, toch jammer voor een tv die als kunstkader moet dienen. Correcte kleuren zijn dan des te belangrijker.

Met zijn helderheid en kleurbereik creëert deze TCL mooie SDR-beelden, tenminste zolang de content helder en kleurrijk is (over de problemen met donkere beelden hadden we het al eerder). Voor HDR zijn de prestaties goed, rekening houdend met het beperkte contrast en piekhelderheid dan toch. De punch die HDR-beelden moeten hebben is wat afwezig, maar de weergave is wel correct. De tv ondersteunt Dolby Vision IQ met Precision Detail en HDR10+, waardoor je in die formaten de beste HDR-beelden ziet.

Beeldverwerking

Met dezelfde processor als de TCL C765 om de beeldverwerking aan te drijven, hoeft het niet te verrassen dat we vergelijkbare prestaties zien. De upscaling zorgt voor relatief zachte beelden, met goede ruisonderdrukking. Digitale compressieruis, zichtbaar als blokvorming, is een moeilijkere opgave, maar kleurstroken in zachte gradiënten elimineert de processor goed, zonder veel detailverlies. De lastigste gevallen blijven wel zichtbaar, zeker in donkere scènes. De prestaties voor bewegingsscherpte zijn eerder middelmatig. Snel bewegende voorwerpen hebben een wazige rand, en soms zelfs een sleepspoor. Dat laatste is duidelijker zichtbaar zijn als de achtergrond egaal is. De motion interpolation maakt filmbeelden mooi vloeiend, al aarzelt de processor soms als de camera te snel beweegt.

Je kunt dat gestotter elimineren door het lcd-paneel in 240Hz refreshrate te laten werken. Daarvoor schakel je de instelling “Dynamische versnelling” in. Je verliest dan wat verticale resolutie, maar dat is zelden zichtbaar. Helaas krijgen bewegende voorwerpen dan wel een dubbele rand, dus lijkt het ons toch het beste om de instelling uit te laten staan.

Met bijgeleverde soundbar

Dit model wordt geleverd met een Bang & Olufsen 3.1.2-soundbar van 230W met draadloze subwoofer. De soundbar verbindt zich automatisch draadloos met de tv. De geluidskwaliteit is goed, met een stevige portie bas. Soms is die zelfs iets te sterk, dus doken we in de instellingen om dat aan te passen. De Beosonic-instelling laat je intuïtief kiezen hoe je de klank prefereert. Eens we de bas wat getemperd hadden, bleek de soundbar prima te presteren, zowel voor film als muziek, en met flink wat volume indien gewenst. Opvallend is wel dat hij geen Dolby Atmos of DTS:X ondersteunt; de upfiring luidsprekers op de soundbar worden alleen gebruikt voor virtuele Dolby Atmos. Bij wandmontage hangt de soundbar niet aan de tv, maar moet je die apart bevestigen aan de muur.

Conclusie

Over het design, de kaders en de opstelling zijn we tevreden, al kan TCL nog een beetje aan de afwerking verbeteren. Het belangrijkste minpunt is het matige contrast en de povere prestaties met donkere beelden. Daar hebben andere TCL-modellen geen last van, dus dat verraste ons. Voor een tv die als kunstkader moet dienen, is de matige kijkhoek ook jammer. Het matte scherm is een prima keuze; het gaat reflecties tegen en maakt de kunstbeleving wat tastbaarder.

Goede helderheid en prima kleurvolume leveren mooie beelden. Het kunstaanbod is gratis, maar wel wat beperkt, ook al wordt het aangevuld met een ruim AI-kunstaanbod. Je kunt van HDR genieten op deze tv; hij ondersteunt bovendien alle belangrijke formaten, maar de echte punch van die beelden ontbreekt. De B&O-soundbar is een aangename verrassing. Dat DTS:X en Dolby Atmos ontbreken, vinden we geen drama; deze tv is niet gericht op epische filmweergave. Kortom, een goede woonkamer-tv met kunstambities, maar geen thuisbioscoop.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.