ID.nl logo
Review TCL 55A300PRO NXTFRAME - tv, kunstwerk of allebei?
Huis

Review TCL 55A300PRO NXTFRAME - tv, kunstwerk of allebei?

De 55A300PRO NXTFRAME heeft de ambitie om naast tv ook dienst te doen als kunstkader. Dat concept kennen we van de Samsung The Frame. Kan TCL de normaliter erg goede prestaties van zijn miniled-tv’s doortrekken naar dit lifestyle-model?

Uitstekend
Conclusie

Over het design, de kaders en de opstelling zijn we tevreden, al kan TCL nog een beetje aan de afwerking verbeteren. Het belangrijkste minpunt is het matige contrast en de povere prestaties met donkere beelden. Daar hebben andere TCL-modellen geen last van, dus dat verraste ons. Voor een tv die als kunstkader moet dienen, is de matige kijkhoek ook jammer. Het matte scherm is een prima keuze; het gaat reflecties tegen en maakt de kunstbeleving wat tastbaarder. Goede helderheid en prima kleurvolume leveren mooie beelden. Het kunstaanbod is gratis, maar wel wat beperkt, ook al wordt het aangevuld met een ruim AI-kunstaanbod. Je kunt van HDR genieten op deze tv; hij ondersteunt bovendien alle belangrijke formaten, maar de echte punch van die beelden ontbreekt. De B&O-soundbar is een aangename verrassing. Dat DTS:X en Dolby Atmos ontbreken, vinden we geen drama; deze tv is niet gericht op epische filmweergave. Kortom, een goede woonkamer-tv met kunstambities, maar geen thuisbioscoop.

Plus- en minpunten
  • Stijlvol design met verwisselbare lijsten
  • HDMI 2.1 met veel gaming features
  • Degelijke helderheid en prima kleurbereik
  • Dolby Vision IQ Precision Detail én HDR10+-ondersteuning
  • Mat scherm voor minimale reflecties
  • Matig contrast en uniformiteit
  • Gebrek aan nuance in donkere beelden
  • Beperkte kijkhoek
  • Geen ondersteuning voor Dolby Atmos of DTS:X

TCL 55A300PRO NXTFRAME

  • Adviesprijs: 1.499 euro
  • Wat: Ultra HD LCD-tv (QLED)
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x v2.0, 2x v2.1, eARC/ARC, ALLM, VRR, 4K144), 1x USB, 1x optisch digitaal uit, 2x antenne, Bluetooth (A2DP, HID), ethernet, Wifi (802.11b/g/n/ac)
  • Extra’s: Dolby Vision IQ, HDR10+, HDR10, HLG, Google TV (Android 12), USB/DLNA-mediaspeler, Airplay 2, DVB-T2/C/S2, CI+-slot
  • Afmetingen: 1231 x 729 x 348 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 23,1 kg (incl. voet)
  • Verbruik (per 1000 uur): SDR 60 kWh (E) / HDR 155 kWh (G)

Mooi in het wit, slank en strak ontwerp: de TCL 55A300PRO kan uitpakken met een stijlvol design. En om de naam NXTFRAME nog wat te benadrukken, kun je gebruikmaken van verwisselbare kaders om hem een andere uitstraling te geven. In de doos zit een licht eiken kleurig kader, er zijn ook zwarte en muntgroene versies beschikbaar als optie.

De kaders zijn magnetisch bevestigd, en je ziet op de hoeken soms een kleine spleet tussen twee onderdelen. Ze komen ook iets te gemakkelijk los. Voor het onderste deel van het kader heeft TCL wel twee kleine schroeven voorzien. Een kunstkader hangt meestal aan de muur, TCL heeft daarom een erg slanke wandbeugel in de doos gestopt. Wie het toestel liever op een tv-meubel plaatst, kan de optionele tv-voet (149 euro) kopen. Wil je helemaal voor de kunst-uitstraling gaan, dan is er een vloerstand op wieltjes beschikbaar (499 euro).

Aansluitingen

Deze TCL is in de eerste plaats gericht op wandmontage. Het is geen verrassing dat alle aansluitingen naar beneden gericht zijn, en er zijn zelfs een reeks gootjes voorzien aan de achterkant zodat je de kabels netjes kunt wegwerken. Het toestel beschikt over vier HDMI-aansluitingen, waarvan twee geschikt zijn voor high-end gaming. Op poort 1 en 2 kun je dankzij de 48Gbps bandbreedte gamen in 4K met maximaal 144 beelden per seconde.

Wie Full HD (1.920 x 1.080) voldoende resolutie vindt, kan zelfs tot 240 beelden per seconde aanleveren. Er is ondersteuning voor ALLM, HDMI VRR, AMD FreeSync en NVIDIA G-Sync compatibiliteit. De input-lag is iets lager dan bij andere TCL-modellen, maar is nog steeds erg goed: 18,0 ms (in 4K60) en 9,7 ms (in 2K120). Poort 1 bevat ook eARC/ARC, maar gezien de bijgeleverde soundbar zal dat zelden gebruikt worden. Verder is er een usb-poort, die alleen voor media dient; TCL ondersteunt het opnemen van live tv niet. Een hoofdtelefoon kan je aansluiten via Bluetooth, en voor de netwerkaansluiting is er wifi en ethernet.

Google TV

Ook deze TCL is uitgerust met Google TV en heeft hiermee het grootste app-aanbod en ondersteuning voor Chromecast. Verder heeft TCL ook AirPlay 2 voorzien. Uitgebreide, gepersonaliseerde aanbevelingen helpen je nieuwe content te ontdekken. Bovenop die prima ervaring heeft TCL voor snelle toegang gezorgd tot de belangrijkste instellingen en ingangen via een handig menu onderaan het scherm. Beide zijn te personaliseren.

Afstandsbediening

De afstandsbediening is uitgevoerd in wit, passend bij de tv. Ze gebruikt een eenvoudigere lay-out zonder numerieke toetsen die we ook al op de C855 aantroffen. De afgeronde vorm ligt goed in de hand, en de toetsen hebben een goede, duidelijke aanslag. Opvallend is wel dat de volumetoets lijkt te ontbreken. Die is aan de zijkant van de afstandsbediening geplaatst, zoals bij een smartphone. Helaas vinden we dat erg onhandig; gelukkig kun je ook de d-pad links- en rechts-toetsen gebruiken om het volume aan te passen.

Kunstwerken uit een kunstmatig brein

De NXTFRAME-app gebruik je om allerlei kunstwerken op het scherm te tonen. TCL levert daarin een aanbod van 378 kunstwerken, zowel klassiek, digitaal als fotografisch. Monet en Van Gogh zijn wel wat oververtegenwoordigd. Het aanbod is gratis, wat fijn is. Daartegenover staat dat het flink wat kleiner is dan dat van de Samsung The Frame waarvoor je een abonnement moet nemen.

Om die achterstand wat in te halen biedt TCL ook AI-kunst aan in verschillende stijlen. Je kiest een stijl en twee trefwoorden en de tv toont je een willekeurige interpretatie. De werken worden niet live gegenereerd maar gewoon gedownload. TCL claimt een bibliotheek van meer dan 100.000 stuks te hebben. De resultaten waren leuk, maar of je het een goede vervanging vindt van meer traditionele kunst is natuurlijk een persoonlijke beslissing.

Mat scherm, maar bescheiden contrast

Kunst ziet er altijd veel beter uit op een mat scherm. Dat benadert beter de indruk van papier of canvas. Een glossy tv-scherm geeft nooit dezelfde ervaring. Het matte scherm heeft veel minder last van reflecties, erg belangrijk voor een tv die je overdag in de woonkamer als kunstkader wilt gebruiken. Er zijn echter ook minpunten aan die beslissing. Dat matte scherm verspreidt reflecties over het hele scherm, waardoor het contrast minder goed is dan bij een glossy scherm. Deze tv gebruikt bovendien een edge led-achtergrondverlichting die op ons testmodel geen al te beste uniformiteit leverde. In heldere beelden valt het mee, maar vooral in donkere beelden zien we hier en daar wat ‘wolken’ in het beeld, willekeurig gevormde heldere plekken.

Die combinatie maakt dat het contrast niet boven de 3.300:1 uitkwam. Dat is niet slecht, maar naar de normen van vandaag geen best resultaat. Vergelijk bijvoorbeeld met de TCL 55765 die vlot 5.000:1 haalt. Met donkere beelden had de 55A300Pro het echt moeilijk. Er ontbreekt veel schaduwnuance en de beelden ogen flets; in sommige gevallen was de wolkvorming ook echt zichtbaar. Bovendien bleek de kijkhoek van het lcd-scherm nogal beperkt; vanuit een hoek verlies je nog meer contrast en dat is uiteraard nadelig voor de beeldkwaliteit.

Doorsnee beeldprestaties

TCL pakt vaak uit met stevige piekhelderheid op zijn modellen, dus het is wat verrassend dat deze matig scoort. We meten 405 nits op het 10% testvenster en ook op het volledig witte beeld. Het kleurbereik is goed, dat haalt 90% P3. De film-beeldmodus is degelijk gekalibreerd, maar de fouten zitten dicht bij de zichtbare grens, toch jammer voor een tv die als kunstkader moet dienen. Correcte kleuren zijn dan des te belangrijker.

Met zijn helderheid en kleurbereik creëert deze TCL mooie SDR-beelden, tenminste zolang de content helder en kleurrijk is (over de problemen met donkere beelden hadden we het al eerder). Voor HDR zijn de prestaties goed, rekening houdend met het beperkte contrast en piekhelderheid dan toch. De punch die HDR-beelden moeten hebben is wat afwezig, maar de weergave is wel correct. De tv ondersteunt Dolby Vision IQ met Precision Detail en HDR10+, waardoor je in die formaten de beste HDR-beelden ziet.

Beeldverwerking

Met dezelfde processor als de TCL C765 om de beeldverwerking aan te drijven, hoeft het niet te verrassen dat we vergelijkbare prestaties zien. De upscaling zorgt voor relatief zachte beelden, met goede ruisonderdrukking. Digitale compressieruis, zichtbaar als blokvorming, is een moeilijkere opgave, maar kleurstroken in zachte gradiënten elimineert de processor goed, zonder veel detailverlies. De lastigste gevallen blijven wel zichtbaar, zeker in donkere scènes. De prestaties voor bewegingsscherpte zijn eerder middelmatig. Snel bewegende voorwerpen hebben een wazige rand, en soms zelfs een sleepspoor. Dat laatste is duidelijker zichtbaar zijn als de achtergrond egaal is. De motion interpolation maakt filmbeelden mooi vloeiend, al aarzelt de processor soms als de camera te snel beweegt.

Je kunt dat gestotter elimineren door het lcd-paneel in 240Hz refreshrate te laten werken. Daarvoor schakel je de instelling “Dynamische versnelling” in. Je verliest dan wat verticale resolutie, maar dat is zelden zichtbaar. Helaas krijgen bewegende voorwerpen dan wel een dubbele rand, dus lijkt het ons toch het beste om de instelling uit te laten staan.

Met bijgeleverde soundbar

Dit model wordt geleverd met een Bang & Olufsen 3.1.2-soundbar van 230W met draadloze subwoofer. De soundbar verbindt zich automatisch draadloos met de tv. De geluidskwaliteit is goed, met een stevige portie bas. Soms is die zelfs iets te sterk, dus doken we in de instellingen om dat aan te passen. De Beosonic-instelling laat je intuïtief kiezen hoe je de klank prefereert. Eens we de bas wat getemperd hadden, bleek de soundbar prima te presteren, zowel voor film als muziek, en met flink wat volume indien gewenst. Opvallend is wel dat hij geen Dolby Atmos of DTS:X ondersteunt; de upfiring luidsprekers op de soundbar worden alleen gebruikt voor virtuele Dolby Atmos. Bij wandmontage hangt de soundbar niet aan de tv, maar moet je die apart bevestigen aan de muur.

Conclusie

Over het design, de kaders en de opstelling zijn we tevreden, al kan TCL nog een beetje aan de afwerking verbeteren. Het belangrijkste minpunt is het matige contrast en de povere prestaties met donkere beelden. Daar hebben andere TCL-modellen geen last van, dus dat verraste ons. Voor een tv die als kunstkader moet dienen, is de matige kijkhoek ook jammer. Het matte scherm is een prima keuze; het gaat reflecties tegen en maakt de kunstbeleving wat tastbaarder.

Goede helderheid en prima kleurvolume leveren mooie beelden. Het kunstaanbod is gratis, maar wel wat beperkt, ook al wordt het aangevuld met een ruim AI-kunstaanbod. Je kunt van HDR genieten op deze tv; hij ondersteunt bovendien alle belangrijke formaten, maar de echte punch van die beelden ontbreekt. De B&O-soundbar is een aangename verrassing. Dat DTS:X en Dolby Atmos ontbreken, vinden we geen drama; deze tv is niet gericht op epische filmweergave. Kortom, een goede woonkamer-tv met kunstambities, maar geen thuisbioscoop.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.