ID.nl logo
Review Sony XR55A95L - Topprestaties met QD-OLED
© Sony
Huis

Review Sony XR55A95L - Topprestaties met QD-OLED

In 2022 lanceerde Sony haar eerste televisie met een QD-OLED-paneel. Dit jaar brengt het bedrijf de opvolger uit, de 55 inch XR-55A95L. Deze televisie wordt eveneens aan de top van de line-up geplaatst, en heeft naast het QD-OLED-paneel ook een nieuwe chipset gekregen. Reden genoeg om te testen wat dit model in huis heeft.

Fantastisch
Conclusie

Voor de echte filmliefhebber is de XR-55A95L is het paradepaard van Sony. En dat kunnen we beamen, deze tv is een plezier om naar te kijken. Het is jammer dat hij nog steeds maar twee HDMI 2.1-poorten heeft. De incompatibiliteit tussen 4K120 en Dolby Vision wordt hopelijk later opgelost via de firmware-update. Het nieuwe QD-OLED-paneel levert voortreffelijke helderheid en contrast, en een enorm kleurbereik. Sony zet dat prachtig in, met goede beeldverwerking in zowel SDR als HDR geniet van je accurate weergave. De Acoustic Surface zorgt voor erg goede audio. Het gebruiksgemak van Google TV en het ruime app-aanbod maken de tv compleet. Je moet wel diep in de buidel tasten, want deze Sony is bijzonder hoog geprijsd.

Plus- en minpunten
  • Hoge piekhelderheid en zeer ruim kleurbereik
  • Uitstekend zwart met veel schaduwdetail
  • Zeer goede beeldverwerking
  • Prima audioprestaties met Acoustic Surface en Dolby Atmos
  • Hoge prijs
  • Sterk invallend licht heeft impact op het zwartniveau
  • Slechts twee HDMI 2.1-aansluitingen
  • Dolby Vision en 4K120 niet te combineren via HDMI

Sony XR-55A95L

  • Prijs: 3.700 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 120 Hz QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (2x 48 Gbps, 2x 18 Gbps, ARC/eARC, ALLM, 4K120, VRR), 1x optisch digitaal uit of S-middenspeaker, 2x USB, 3x antenne, Bluetooth
  • Extra’s: HDR10, HLG, Dolby Vision, Dolby Atmos, WiFi (802.11ax) ingebouwd, Google TV (12), Chromecast, Airplay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, CI+-slot, Cognitive processor XR
  • Afmetingen: 1224 x 798 x 275 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 19,0 kg (incl. voet)
  • Verbruik: SDR 77 W (F) / HDR 118 W (G)

Deze Sony is een stuk lichter dan het model van vorig jaar. Die voorganger woog maar liefst 31kg, waarvan 10kg voor rekening van de voet was. Deze nieuwe versie weegt slechts 19kg, inclusief de lichtmetalen voeten. Die kun je monteren op twee posities, een lage en een hoge; die laatste stand gebruik je als je een soundbar wil plaatsen. De tv is ook een centimeter slanker dan het model van 2022. Verder is er niets op de afwerking aan te merken. De achterzijde heeft een diep vierkantjespatroon, en vooraan en van de zijkant is er een smal donkerzilver kader te zien rond het scherm.

©Sony

Aansluitingen

Op het gebied van de aansluitingen is er niets veranderd. We hoopten op vier HDMI 2.1-poorten, maar het blijven er twee. Die ondersteunen ALLM, 4K120, VRR en ARC/eARC (alleen op één van de poorten). In de specificaties vinden we geen pc-varianten van VRR, maar bij de test blijkt deze wel NVIDIA G-Sync-compatible. De input-lag is 17,3ms (4K60) en 8,8ms (2K120), dat is prima voor gamers, maar loopt wat achter ten opzichte van de concurrenten. De andere twee HDMI-poorten blijven steken op versie 2.0.

©Eric Beekmans

De belangrijkste beperking van deze Sony is dat je nog steeds niet Dolby Vision en 4K120 tegelijk op een HDMI 2.1-poort kunt activeren. De chipset in deze tv biedt die mogelijkheid overigens wel, maar daarvoor moet de firmware geüpdatet worden. Volgens Sony komt die update begin 2024 beschikbaar. Bij het instellen van de HDMI-poorten moet je nu kiezen voor de ‘Verbeterd 4K120’-modus als je dat soort signalen aanbiedt, en hou er ook rekening mee dat die mode geen Dolby Vision biedt. De ‘Verbeterd’ en ‘Standaard’ instelling zijn overigens wel Dolby Vision compatibel. De tv is voorzien van een dubbele tv-tuner en één CI+-slot, je kunt dus tv kijken en tegelijk een ander kanaal opnemen als je een externe usb-opslag aansluit. De optisch digitale uitgang gebruikt een mini TOSLINK-connector en kan tevens gebruikt worden voor de S-center luidsprekeraansluiting die je op een Sony-soundbar aantreft. Net zoals voorgaande jaren is er ook een luidsprekeraansluiting waarmee je de tv rechtstreeks op je AV-receiver aansluit om te functioneren als center-speaker.

©Sony

Beeldverwerking

De A95K is uitgerust met een nieuwe chipset, maar gebruikt nog steeds de Sony Cognitive Processor XR titel. Dat doet vermoeden dat de prestaties op dezelfde lijn zullen liggen als bijvoorbeeld de X95L. Tot onze verbazing zijn de zwakkere punten van beeldverwerking niet aangepakt. Zo is MotionFlow nu wel apart instelbaar voor Film (24fps) of video (50-60fps), maar snelle camerabewegingen echt vloeiend maken blijkt nog steeds een lastige opgave te zijn, waarbij vrij veel beeldfouten verschijnen of schokken achterblijven. Het QD-OLED-paneel levert wel uitstekende bewegingsscherpte, wat een groot pluspunt is voor gamers en liefhebbers van sport. Voor film kun je de MotionFlow beter uitschakelen of op een lage stand zetten.

©Sony

De Upscaling en ruisonderdrukking zijn voor de rest prima. Met behulp van Reality Creation kun je het detail er nog wat beter uit laten komen zonder fouten. We merkten wel dat je bij bronnen met veel ruis beter kunt uitwijken naar een iets hogere instelling van de ruisonderdrukking, want de laagste stand is niet erg effectief. Kleurstroken in zachte gradiënten kan hij nog steeds erg goed verbergen, alleen de lastigste problemen blijven dan wat zichtbaar. De Sony XR55A95L is verder uitgerust met een slimme lichtsensor die de helderheid, tooncurve en kleurtemperatuur aanpast. De aanpassing voor kleurtemperatuur schakelen we liever uit, maar de andere functies zijn nuttig, uiteraard vooral als je bij sterk wisselend licht kijkt.

Veel meer licht en kleur

Het nieuwe QD-OLED-paneel trekt onze aandacht eigenlijk het meest. Dit paneel gebruikt nog steeds een driehoekig subpixel-patroon en dat kan zichtbare kleurranden veroorzaken bij witte tekst op zwarte achtergrond, maar is alleen zichtbaar als je minder dan een meter van het scherm zit. Wel iets om in je achterhoofd te houden als je de tv als monitor wil gebruiken. Ook het andere aandachtspunt van QD-OLED is gebleven: invallend omgevingslicht kan de zwartwaarde aantasten. Dat kun je dus beter vermijden. 

©Sony

Over naar de positieve punten. Zoals alle OLED-panelen heeft ook dit een perfect contrast. Het nieuwe paneel heeft in de ‘Professional’-beeldmodus een piekhelderheid van 1.340 nits op het 10% venster en 275 nits op een volledig wit scherm. Dat zijn forse verbeteringen ten opzichte van vorig jaar, en zelfs iets beter dan de Samsung S95C. Het kleurbereik valt net onder de 100% P3 (99,97%). De Sony ondersteunt Dolby Vision, maar geen HDR10+. Dat gebrek compenseert de televisie wel door zelf dynamische tone mapping uit te voeren op HDR10. Het resultaat is uitstekend. De Professional-modus bewaart zeer goed de intentie van het HDR-beeld, levert veel zwartdetail, uitstekende kleuren en voldoende witdetail. Alleen in zeer helder gemasterde scènes kan er een beetje witdetail verloren gaan.

Het nieuwe paneel heeft verder een zeer goede heldere uniformiteit. In donkere testbeelden waren fijne verticale strepen zichtbaar, maar die manifesteerden alleen bij testbeelden, niet in gewone donkere content. De kijkhoek tot slot is bijzonder ruim, bijna perfect.

Bravia Cam, handige toevoeging?

Meegeleverd in de doos zit de BRAVIA Cam. Deze camera klik je eenvoudig bovenop de televisie vast; kabels zijn niet nodig. De camera is bruikbaar in Google Duo voor videobellen, maar Sony heeft hem ook wat extra functies gegeven. Zo kun je de televisie met gebaren besturen. Hoewel dat aanzienlijk beter werkt dan de eerste pogingen die we jaren geleden zagen, blijft het een bijzonder onhandige manier om de tv te bedienen.

©Sony

Wat ons betreft niet zo nuttig dus. Met de camera kan de tv ook beeld en geluid aanpassen op basis van je zitplaats. Ook dat lijkt ons maar matig nuttig, zeker als je met meer mensen tv kijkt. Maar er zijn ook nuttige toepassingen; zit er niemand voor de tv, dan kan de camera de tv uitschakelen. Hij kan ook waarschuwen als je te dicht bij het scherm zit, vooral nuttig als je jonge kinderen in huis hebt. Privacy-zorgen? De camera is uitgerust met een schuifknop die de lens afdekt.

Prima audio

De Acoustic Surface-oplossing van Sony - waarbij het scherm zelf als luidspreker fungeert – vinden we nog steeds een goede keuze. Niet alleen zorgt dit voor een relatief slank ontwerp, maar de klank komt ook recht uit het scherm, letterlijk. Dat draagt bij aan het gevoel van echtheid. Bovendien kan Sony de klank goed sturen op het scherm, zodat je soms echt denkt dat de woorden uit de mond van de spreker komen.

©Eric Beeckmans

De configuratie biedt in totaal 60 watt vermogen, en biedt ruim voldoende volume. Dankzij de ingebouwde woofers achteraan is er ook voldoende bas. De tv ondersteunt Dolby Vision én DTS:X (in tegenstelling tot de X95L) en het surroundgevoel is prima. Voor het beste resultaat kun je de klank met een korte procedure aanpassen op de akoestiek van de ruimte waarin de televisie staat. Zowel film als muziek klonken op deze manier bijzonder aangenaam. 

Google TV, aanbevelingen in overvloed

De chipset in deze Sony is de nieuwe MediaTek MT5897 met quadcore ARM Cortex-A73-processor, 6GB werkgeheugen en de Mali-G57 GPU. Ook deze levert een bijzonder vlotte werking in Google TV. Aan de smart-tv-dienst zelf is verder niets gewijzigd. Je krijgt een hele reeks gecategoriseerde, persoonlijke aanbevelingen uit verschillende diensten. Het app-aanbod is het ruimste op de markt, en van Sony krijg je ook nog toegang tot Bravia Core, hun eigen streamingdienst. Meer detail vind je in ons artikel over Google TV.

©Eric Beeckmans

Sony heeft wel wat aanpassingen in het instellingenmenu gemaakt. Wie de optie ‘Beeld en Geluid’ selecteert, komt terecht in nieuw menu aan de rechterzijde van het scherm. Daar vind je ook de instellingen voor de audio-uitgang en lichtsensor. Op zich is dat wel handig, maar inmiddels heeft Sony zo al drie verschillende menu’s ingebouwd: het Google TV-instellingenmenu, het snelmenu onderaan het scherm, en nu dit nieuwe menu. Dat maakt het aanvankelijk toch wat verwarrend. De beeldmodes zijn nu ook gescheiden per content-type; zo is er ‘Video en afbeeldingen’, ‘Spel’, en ‘PC’. Onder die eerste selectie vind je dan de echte beeldmodes. Zo is ‘Professional’ nu de beste beeldmode voor al je gewone kijkplezier. In ‘Spel’ kies je het beste voor de optie ‘Standaard’. 

©Eric Beeckmans

De afstandsbediening van Sony vinden we nog steeds een van de beste. De toetsen zijn verlicht zodra je de remote oppakt, de vorm is compact, en de selectie toetsen is erg goed. Alleen die drie verschillende toetsen voor ‘instellingen’ vergen wat gewenning, maar ze zijn wel nuttig.

Conclusie

Voor de echte filmliefhebber is de XR-55A95L is het paradepaard van Sony. En dat kunnen we beamen, deze tv is een plezier om naar te kijken. Het is jammer dat hij nog steeds maar twee HDMI 2.1-poorten heeft. De incompatibiliteit tussen 4K120 en Dolby Vision wordt hopelijk later opgelost via de firmware-update. Het nieuwe QD-OLED-paneel levert voortreffelijke helderheid en contrast, en een enorm kleurbereik. Sony zet dat prachtig in, met goede beeldverwerking in zowel SDR als HDR geniet van je accurate weergave. De Acoustic Surface zorgt voor erg goede audio. Het gebruiksgemak van Google TV en het ruime app-aanbod maken de tv compleet. Je moet wel diep in de buidel tasten, want deze Sony is bijzonder hoog geprijsd.

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.