ID.nl logo
Review Samsung QE55S95D - Geen hinderlijke reflecties meer
© Samsung
Huis

Review Samsung QE55S95D - Geen hinderlijke reflecties meer

De Samsung QD-oledmodellen veroveren nu al twee jaar een mooi deel van de premium oledmarkt. In 2024 zien we de technologie opnieuw verbeteren, maar Samsung heeft nog een verrassing voor ons in petto. De QE55S95D is namelijk afgewerkt met een mat scherm dat korte metten maakt met lastige reflecties. Werkt dat inderdaad zo goed als Samsung beweert?

Fantastisch
Conclusie

Samsung heeft deze tv met de keuze voor een mat scherm een interessante troef gegeven. Dankzij het matte scherm kan de S95D zelfs bij onhandige lichtomstandigheden erg goed functioneren. Het is alleen jammer dat Samsung aan dat mooie beeld geen bijpassend goede audio wist te koppelen; voor optimaal filmplezier moet je ook bij deze televisie uitkijken naar een soundbar, en dat is toch een tegenvaller voor een tv met een premium prijskaartje.

Plus- en minpunten
  • Perfect contrast
  • Zeer groot kleurbereik
  • Zeer goede beeldbewerking
  • Vernieuwde Smart Hub
  • Geen ondersteuning voor Dolby Vision
  • Zwakke geluidskwaliteit
  • Prijzig

Samsung QE55S95D

  • Adviesprijs: 2.599 euro
  • Wat: Ultra HD 4K 144 Hz QD-OLED-tv
  • Schermformaat: 55 inch (139 cm)
  • Aansluitingen: 4x HDMI (4x v2.1 (40 Gbps), eARC, ALLM, VRR, 4K120), 1x optisch digitaal uit, 3x USB, 3x antenne, Bluetooth, One Connect Box
  • Extra’s: HDR10, HLG, HDR10+ Adaptive, WiFi (802.11ac) ingebouwd, Tizen Smart Hub, AirPlay 2, USB/DLNA-mediaspeler, DVB-T2/C/S2, dual tuner, CI+-slot, NQ4 AI Gen2 Processor, Smart Calibration
  • Afmetingen: 1225 x 771 x 268 mm (incl. voet)
  • Gewicht: 23,9 kg (incl. voet)
  • Energieverbruik: SDR 82 W (G) / HDR 151 W (G)

In 2023 gaf Samsung de S95C het zogeheten Infinity One-design, een premium stijl die alleen bij topmodellen wordt toegepast. De S95D behoudt dat ontwerp, waarmee het toestel zijn status als 4K-topmodel duidelijk in de verf zet. Het scherm is over het volledige oppervlak amper 11 mm dun, heeft een mooie vlakke achterzijde met streepmotief en is ondanks zijn slanke profiel erg stevig.

Het apparaat is rondom afgewerkt met een metalen kader. Aan de achterzijde vind je links en rechts onderaan een rij brede luidsprekerdrivers. Aansluitingen zoek je tevergeefs op de televisie zelf; er is alleen een poort voor de externe One Connect Box met daarboven een enkele usb-c-poort.

Het toestel staat op een zware zwart-titaniumkleurige voet. Of het slanke scherm nu aan de muur hangt of op de stevige voet op een meubel staat, het zal altijd een blikvanger zijn.

Aansluitingen

De One Connect Box is trouwens ook een eigenschap die aangeeft dat je met een premium televisie van doen hebt. Alle aansluitingen voor de televisie vind je terug op deze slanke unit, die je met één kabel met de tv verbindt. Die kabel zorgt zowel voor stroom als data. Je hoeft dus geen hele reeks kabels naar de tv zelf te leiden. Dat maakt wandmontage erg eenvoudig, maar ook een opstelling met minimale kabels en allerlei invoerbronnen die uit het zicht staan is daarmee in een handomdraai gerealiseerd. Kies je toch voor een eerder klassieke opstelling op je tv-meubel, dan kun je de One Connect Box achteraan op de voet plaatsen. Daarvoor levert Samsung er zelfs een korte verbindingskabel bij.

De box beschikt over vier HDMI 2.1-aansluitingen (40 Gb/s bandbreedte). Ze ondersteunen 4K120, ALLM en VRR (HDMI VRR-, AMD FreeSync- en NVIDIA G-Sync-compatible), ARC/eARC is beschikbaar op poort 3. Gamers hebben naast al deze functies ook een bijzonder lage input-lag, nauwelijks 10,6 ms in 4K60 en 5,3 ms in 2K120. PC-gamers kunnen zelfs voor een verversingssnelheid van 144 Hz kiezen.

Verder zijn er drie usb-poorten, een ethernetaansluiting, een wifi en een bluetooth-verbinding en een optisch digitale audio-uitgang. Met de dubbele tv-tuner voor DVB-T2/C/S2 en een CI+-slot kun je live-tv opnemen en pauzeren als er een externe usb-opslag is aangesloten.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Gebruiksvriendelijke Smart Hub

Veel fabrikanten garanderen de doorstroming van nieuwe versies van het smart-tv-besturingssysteem naar oudere modellen. Dat zien we bijvoorbeeld bij LG, Sony, Philips, TCL en Hisense. Samsung doet daar niet aan mee, en dat is zeker met de nieuwe Smart Hub erg jammer. Sinds de overstap naar een volledige schermvullende interface heeft Samsung wat geworsteld met zijn lay-out en organisatie van de interface. De nieuwe 2024-versie lost naar ons gevoel de belangrijkste pijnpunten op, en het is dan ook jammer dat kopers van een ouder model achterblijven met een minder handige lay-out.

Maar wat is er allemaal veranderd? Functies zoals SmartThings, Workspace, ondersteuning voor Philips Hue en Workout Tracker – kortom zaken die niet rechtstreeks met tv-kijken te maken hebben – staan nu samen in een eigen sectie: Daily+. Het Home-scherm is iets aangepast, maar blijft de thuishaven voor alle content. Aangesloten apparaten en instellingen zijn duidelijk en snel te bereiken. De interface heeft nu een erg snelle responstijd en kleine aanpassingen maken het duidelijk wanneer een toets op de remote meerdere functies heeft.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Aan diensten geen gebrek, zowel internationaal als lokaal. Er is AirPlay2, maar helaas nog geen volledige Chromecast (je kunt wel Netflix en YouTube casten). Met de Ambient Mode wordt de tv een decoratief stuk in de woonkamer. Met de MultiView-functie kun je twee bronnen tegelijk bekijken, en een ruime selectie cloud-gaming-apps zoals Xbox en Utomik maken gamen mogelijk zonder spelconsole of pc. De S95D doet ook dienst als IoT-hub waar je slimme apparaten in je hele huis mee beheert, dankzij de ingebouwde Zigbee Hub en ondersteuning voor Matter.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De meegeleverde afstandsbediening is erg klein en compact. De beperkte selectie aan toetsen is voor sommige mensen misschien wat onwennig, maar voor anderen wellicht juist aantrekkelijk. Lang zoeken naar de juiste toets is niet nodig en dankzij verschillende verbeteringen aan de gebruiksinterface zijn alle functies van de afstandsbediening nu nog duidelijker. De remote heeft een ingebouwde oplaadbare batterij die je kunt opladen via usb-c of met het fotovoltaïsche paneel aan de achterzijde.

©Eric Beeckmans | ID.nl

QD-oled: steeds helderder

Samsung koos voor een derde generatie QD-oledpaneel in de S95D. Dat biedt een verbeterde efficiëntie en helderheid. En ook nu gaat het om een belangrijke stap voorwaarts. De piekhelderheid van de S95D ligt ongeveer 25 à 30 procent hoger dan het model van vorig jaar, en haalt 1793 nits op een 10%-venster, en 337 nits op een volledig wit scherm. Het kleurbereik blijft hoge punten scoren: het haalt net geen 100% P3, en dat is een heel knappe prestatie.

Maar de meest opvallende wijziging aan het nieuwe paneel is de matte afwerking. We zagen een gelijksoortige keuze al bij The Frame, Samsungs lifestyle-tv die mikt op kunst. Het matte scherm verstrooit invallend licht beter, waardoor het scherm geen spiegelend effect meer heeft dat zo eigen is aan glossy schermen. Een kleine spot die vroeger een hinderlijke reflectie in beeld gaf, wordt zo een vage vlek waar het contrast wat minder is. In een heldere kamer waar je bijvoorbeeld een raam in de tv gereflecteerd kon zien, waardoor het bijna onmogelijk was om tv te kijken, stoort nu zodanig minder dat je wel van het beeld kunt genieten.

Zoals gezegd: die verstrooiing van sterk licht benadeelt het contrast wat, maar dat is wat ons betreft een betere oplossing dan te moeten leven met een vreselijk storende reflectie in beeld. In een licht verduisterde omgeving heeft het matte scherm bovendien geen nadelen.

©Samsung

Topbeelden

Meer helderheid is fijn, maar het moet dan wel goed worden ingezet. En daar slaagt Samsung absoluut in. HDR-beelden hebben die prachtige diepte en schittering met intense kleuren die ze zo aantrekkelijk maken. Helaas nog steeds geen Dolby Vision-ondersteuning; dat blijft Samsung hardnekkig weigeren, maar met deze prestaties leek ons dat geen onoverkomelijk gemis.

De Filmmaker-mode is prima gekalibreerd. Het laat alleen de helderste tinten wat uitwijken naar groen-blauw, al valt dat vooral op met een referentie naast het beeld. Heldere nuances blijven prima bewaard, zelfs bij zeer heldere beelden, en ook in donkere beelden brengt de S95D alle details naar boven. Laat 'HDR Toontoewijzing' in de stand 'Statisch' staan, die levert de meest natuurgetrouwe prestaties. Alleen in goed verlichte kamers kun je overwegen om die instelling over te schakelen naar 'Actief'. Het beeld wordt dan wat helderder gemaakt zodat je ook bij veel omgevingslicht de sterktes van het nieuwe paneel kunt uitspelen, al wijk je dan wat af van de intentie van het beeld.

Ook in SDR bleek de Filmmaker-mode bioscoopwaardige beelden op het scherm te zetten. Net als in SDR zijn de helderste wittinten lichtgroen/blauw getint, maar de algemene kleurweergave blijft uitstekend. Ook huidtinten zien er mooi natuurlijk uit. In donkere scènes is er veel schaduwdetail, en dat is een knappe prestatie.

©Samsung

Zeer goede beeldverwerking

De S95D is uitgerust met de Samsung NQ4 AI Gen 2-processor. Die maakt gebruik van twintig neurale netwerken om het beeld te verbeteren. We zien geen uitzonderlijke verbeteringen, maar de kwaliteit van Samsungs beeldverwerking was al erg goed.

Voor ruisonderdrukking heeft Samsung je wel opnieuw de keuze gegeven tussen een standaard en hoge stand, waar je het op vorige versies nog moest stellen met een keuze tussen aan of uit. De standaard-instelling bleek voldoende om alle ruis goed weg te werken, zelfs in relatief zware gevallen. Kleurstroken in zachte gradiënten kan de processor verbergen als ze niet te breed of uitgesproken zijn.

Een lastige Game of Thrones-scène bleek nog steeds iets te moeilijk voor deze televisie. Daar bleven de stroken zichtbaar, al was dat wel iets minder. Upscaling en de-interlacing zijn zeer goed, maar wees voorzichtig met de ruisonderdrukking in beelden van lage resolutie, zoals dvd. Die kunnen wat te zacht worden.

Het QD-oledscherm heeft een zeer goede bewegingsscherpte zonder dubbele of vage randen, en het motion interpolation-algoritme grijpt snel en betrouwbaar in om bij snel bewegende camerabeelden schokken in beeld te vermijden. Activeer daarvoor 'Trilvermindering' onder de beeldscherpte-instellingen, of zet heel die sectie op 'Auto'.

©Samsung

Helaas geen bioscoopgeluid

Beeldkwaliteit heeft de S95D meer dan voldoende, maar dat kunnen we helaas niet zeggen van de audiokwaliteit. Aangezien deze televisie hetzelfde design heeft als vorig jaar en we de opstelling met twee maal drie speakerdrivers op de achterzijde herkenden, was het eigenlijk ook geen verrassing dat de audioprestaties wat teleurstelden.

Met een 4.2.2 70W-opstelling moet meer mogelijk zijn, maar we vermoeden dat het superslanke profiel van deze televisie dat lastig maakt. De klank mist een goede ondersteuning van lage tonen, waardoor muziek en soundtracks vaak wat benepen en scherp klinken. Een echte diepe bas ontbreekt helemaal, en als je het volume verder opendraait, wordt het alleen nog maar erger. Dialogen zijn min of meer het enige sterke punt. Een soundbar is niet alleen aan te raden, maar bijna verplicht als je bioscoopwaardig geluid wilt.

©Samsung

Conclusie

Samsung heeft deze televisie met zijn keuze voor een mat scherm een interessante troef gegeven. Dankzij het matte scherm kan de S95D zelfs onder moeilijke lichtomstandigheden erg goed functioneren. Tel daarbij op de alweer indrukwekkend hogere helderheid van het nieuwe QD-oledpaneel (zeker 25 procent verbeterd ten opzichte van vorige generatie) en de prima beeldverwerking en kalibratie, en het resultaat is een tv met topbeeld. Games, films, sport, HDR: geen opdracht is de QE55S95D te veel.

Het is jammer dat Samsung aan dat mooie beeld geen uitstekende audio wist te koppelen. Voor optimaal filmplezier moet je ook bij deze televisie uitkijken naar een soundbar, en dat is toch een tegenvaller voor een tv met een premium prijskaartje.

De Tizen Smart Hub levert niet alleen veel functionaliteit, maar de nieuwe layout is ook veel gebruiksvriendelijker. De One Connect Box en het One Infinity-design maken van deze tv bovendien een mooie blikvanger die je elegant en bijna zonder zichtbare kabels aan de muur hangt of op je tv-meubel opstelt.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos