ID.nl logo
Gratis films monteren in Windows 10 met DaVinci Resolve
© Reshift Digital
Huis

Gratis films monteren in Windows 10 met DaVinci Resolve

Hoe stel je een leuke en boeiende film samen uit een reeks losse opnamen die je met je camera of smartphone hebt gemaakt? Daarvoor heb je een filmmontage-programma nodig zoals DaVinci Resolve van Blackmagic. Deze software bevat zo enorm veel mogelijkheden, dat je er echt alle kanten mee op kunt en er niet snel op uitgekeken raakt. Het wordt zelfs gebruikt voor bioscoopfilms. Films monteren als een professional? Wij leggen uit hoe je dat doet aan de hand van DaVinci. 

Tip 01: Gratis aan de slag

DaVinci Resolve is een gigantisch uitgebreid programma waarmee professionals uit de filmindustrie de prachtigste films maken. Het kan niet anders of je hebt handenvol televisie-, reclame- en speelfilms gezien die hiermee in elkaar zijn gezet. Laat je daar vooral niet door afschrikken, want het programma is zo opgezet dat je er ook als gewone (amateur)filmer prima mee kunt werken. Laten we dus snel beginnen! Op de website klik je op Download now en kies je DaVinci Resolve 17. Er zijn versies voor Windows, Mac en Linux. In ons geval is dat nog een bètaversie, maar op het moment dat jij dit leest is de officiële versie vast al uit. Om dezelfde reden kan het zijn dat de schermafbeeldingen in dit artikel hier en daar ietsjes afwijken. Je verwacht het misschien niet, maar je mag de software grotendeels gratis gebruiken. Tenzij je voor de nóg uitgebreidere studio-versie kiest, dat is wel betaalde software.

©PXimport

Tip 02: Cut-pagina

Zodra je DaVinci Resolve opstart, verschijnt het projectenvenster. Elke video die je in elkaar sleutelt is een project. Klik daarom rechtsonderin op New Project om een nieuw project te starten, geef het een handige naam en klik op Create. Zodra het hoofdvenster verschijnt, zie je helemaal onderaan de zeven hoofdonderdelen waaruit het programma bestaat. Het beste kun je meteen naar het onderdeel Cut gaan. Dit is in DaVinci Resolve 16 geïntroduceerd en biedt een extra toegankelijke manier van werken waarmee je razendsnel indrukwekkende filmmontages in elkaar zet.

©PXimport

Tip 03: Bestanden inladen

Voor de filmmontage heb je een aantal losse filmopnamen nodig, dus die gaan we nu inladen. Linksbovenin vind je de zogeheten Media Pool. Dat is de plek waar nu nog No clips in media pool staat. Klik met de rechtermuisknop ergens in dit gebied en kies Import media. Blader naar een map waarin jouw filmmateriaal staat en selecteer alle filmpjes die je wilt inladen. Dat mogen trouwens ook foto’s, geluidsopnamen van een externe recorder, geluidseffecten en muzieknummers zijn, maar daar komen we straks deels nog op terug. Je hoeft niet alles in één keer in te laden. Bedenk je later dat je nog meer opnamen nodig hebt, dan voeg je die gewoon alsnog toe. Mocht het venster Change Project Frame Rate? verschijnen tijdens het inladen, klik dan op Change. In de mediapool zie je nu miniaturen van je filmpjes. Terwijl je de muisaanwijzer over een miniatuur beweegt, zie je op die plek meteen een voorvertoning, waardoor je lekker makkelijk het filmpje kunt opzoeken dat je nodig hebt.

©PXimport

Beweeg je muisaanwijzer over een miniatuur en je ziet een voorvertoning

-

Tip 04: Inhoud markeren

Zoek het filmpje op dat je als eerste in de montage wilt gebruiken en dubbelklik erop. Hierdoor verschijnt dit rechts in het grote voorbeeldvenster. Omdat je bijna nooit een volledige clip in de montage gebruikt, is het nu een kwestie van het beginpunt en eindpunt opzoeken van het fragment dat je nodig hebt. Dat kan op drie manieren: door het filmpje af te spelen met de afspeelknoppen; door de rode hendel in het balkje onder de voorbeeldweergave met je muis te verslepen; of door de muis over de miniatuur in de mediapool te bewegen (zonder te klikken of te slepen). Zodra je het beginpunt hebt gevonden, druk je op de I-toets om het zogeheten in-punt te zetten. Bij het eindpunt druk je op de O-toets om aan te geven dat dit het uit-punt is. Wat ook kan, is de witte hendels aan de uiteinden van de balk naar binnen verslepen met je muis, of de menuopties Mark / Mark In en Mark / Mark Out gebruiken. In de balk zie je aan de markering precies welk fragment je hebt uitgekozen, net als aan de verticale strepen op de miniatuur.

©PXimport

Tip 05: Naar de tijdlijn

Daarna sleep je de clip vanuit de mediapool naar de tijdlijn in de onderste helft van het scherm. Of je sleept de voorbeeldweergave hiernaartoe, dat mag ook. Daarna verwerk je op precies dezelfde manier alle overige filmpjes om de montage verder op te bouwen. Je kunt een filmpje achteraan de montage plakken, maar ook tussen twee andere clips neerzetten. Ook in de tijdlijn kun je jouw clips altijd nog bijsnijden. Houd de muisaanwijzer boven het begin of het einde van een filmclip tot een vierkante haak verschijnt en sleep die vervolgens naar binnen of naar buiten om de clip aan die zijde in te korten dan wel uit te breiden. Zie je een dubbele haak, dan maak je de ene clip korter en die ernaast tegelijkertijd langer – of andersom. Tot slot zie je middenin clips twee pijltjes ingesloten door vierkante haken. Sleep je hiermee, dan blijft de cliplengte exact hetzelfde, maar verschuif je het gedeelte van de filmopname dat zichtbaar is in de montage.

©PXimport

Twee tijdlijnen

In het onderdeel Cut zie je in de onderste helft van het scherm twee tijdlijnen. Het maakt niet uit naar welke je jouw clips sleept. Het zijn namelijk niet twee verschillende tijdlijnen, maar twee weergaven van dezelfde tijdlijn. De bovenste smalle tijdlijn laat altijd de volledige filmmontage zien, terwijl de brede tijdlijn eronder een ingezoomd beeld toont. Daardoor heb je tegelijkertijd een overzicht van het geheel én een gedetailleerde weergave van het stukje waaraan je werkt. De rode afspeelkop in de bovenste tijdlijn verplaats je door de hendel te verslepen. Of je klikt ernaast op de liniaal (de kopregel van deze tijdlijn) om meteen naar een specifieke tijdcode te springen. Bij de grote tijdlijn eronder werkt dat anders. Sleep je hier met de rode hendel, dan schuift de filmmontage eronderdoor. De rode verticale tijdlijn zit dus vast in het midden. Vind je dit maar niets, klik dan aan de linkerkant van de tijdlijn op Free Playhead om hetzelfde gedrag te krijgen als bij de bovenste tijdlijn.

©PXimport

Tip 06: Weergaveopties

De Cut-pagina kent maar één voorbeeldweergave en toch bekijk je hiermee zowel losse clips uit de mediapool als de volledige filmmontage in de tijdlijn. Hoe zit dat? Links in de kopregel van de voorbeeldweergave staat een aantal pictogrammen. Klik op het meest linkse pictogram, genaamd Source Clip, om de momenteel in de mediapool geselecteerde clip te bekijken. Of klik op derde knop, Timeline, om de tijdlijn af te spelen. De knop ertussenin heet Source Tape. Hiermee bekijk je alle filmpjes uit de mediapool alsof het één lange (band)opname is. Daardoor kun je nog sneller een specifieke filmopname opzoeken, waarna je overschakelt naar Source Clip om dat ene exemplaar bij te snijden. In de balk onder de voorbeeldweergave verklappen witte balkjes wat de individuele clips zijn. Je mag ook dubbelklikken op een clip in de mediapool of ergens klikken op de tijdlijn om te schakelen tussen Source Clip en Timeline.

©PXimport

Tip 07: Clips knippen

We hebben tot nu toe wel het begin en het einde van filmpjes afgesneden, maar wat nu als je de helft van een filmpje op een andere plek in de tijdlijn wilt neerzetten? Of een stukje beeldmateriaal in het midden wilt weghalen? Speel die filmclip in de tijdlijn dan af tot je op de plek bent waar je hem wilt splitsen. Klik met rechts op de rode hendel van de afspeelkop en klik daarna op het schaartje om de clip doormidden te knippen. Je kunt hier ook de sneltoets Ctrl+\ voor gebruiken. Je hebt nu twee clips, die je onafhankelijk van elkaar kunt gebruiken in de tijdlijn. Sleep een clip gewoon naar de nieuwe plek om hem te verplaatsen. Om een stukje binnenin een clip weg te gooien, splits je hem een tweede keer, waarna je het middelste gedeelte weggooit door het te selecteren en op Delete of Backspace te drukken.

©PXimport

Sleep een clip naar een nieuwe plek om hem te verplaatsen

-

Tip 08: Overgangseffecten

Speel je de tijdlijn af, dan merk je dat individuele fragmenten abrupt in elkaar overgaan. Daar is op zich niets mis mee. Dit heet een hard cut en wordt doorlopend gebuikt in films. Je kunt ook een meer geleidelijke overgang of een speciaal effect instellen. Om dit te doen, klik je linksbovenin het scherm op Transitions en kies je het tabblad Video. Hier vind je een groot aantal overgangseffecten. Voorheen moest je een overgang eerst naar de tijdlijn slepen om het effect te zien, maar vanaf versie 17 gaat dat een stuk makkelijker en sneller. Beweeg de muis gewoon heen en weer over het overgangseffect en je ziet het effect direct live in de voorbeeldweergave! In de Source Clip-stand gebeurt dit aan de hand van twee voorbeeldclips. Is Timeline actief, dan zie je het op jouw eigen beeldmateriaal. Plaats de afspeelkop liefst op de scheiding tussen twee clips (of aan het begin of einde van de montage) voor een realistische weergave. Leuk effect gevonden? Sleep het naar de scheiding tussen twee clips op de tijdlijn. Eventueel verleng of verkort je de tijdsduur van het effect door een van beide uiteinden van de markering te verslepen.

©PXimport

Tip 09: Titels toevoegen

Wil je titels of commentaar toevoegen? Ga dan linksbovenin het scherm naar Titles. Onder het kopje Titles vind je een rijtje statische titels en onder Fusion Titles staan de geanimeerde exemplaren. Bij de eerste categorie houd je de muis op een titel om er een voorbeeld van te zien en bij de tweede categorie beweeg je de muis over het gemarkeerde kader om de animatie af te spelen. Sleep de titel vervolgens naar de tijdlijn. Ditmaal doe je dat wel op een iets andere manier dan tot nu toe. De bedoeling is namelijk dat je jouw titel tegelijk met het filmmateriaal te zien krijgt. Daarom plaats je hem niet tussen twee clips op de tijdlijn, maar zet je hem in het donkergrijze vlak erboven neer. Kortom, je sleept de titel bovenop een bestaande filmclip. Het handigst is het als je eerst de afspeelknop op de gewenste positie neerzet. Want als je de titel daar naartoe sleept, klikt hij vanzelf aan de rode verticale lijn (afspeelkop) vast, alsof deze magnetisch is. Zo plaats je de titel exact op de gewenste positie.

©PXimport

Tip 10: Titel opmaken

Om in te stellen hoelang een titel zichtbaar blijft, versleep je net zoals bij een filmclip de voorzijde of achterzijde. Tijdens het slepen zie je zowel de tijdsduur als de hoeveelheid waarmee je hem inkort of verlengt. Om de titel op te maken, selecteer je hem door erop te klikken. Er verschijnt dan een rood kader omheen. Daarna klik je helemaal rechtsbovenin op Inspector, zodat een deelvenster vol met opties verschijnt. Tik hier je titel in, kies een kleur, stel de lettergrootte in en gebruik eventuele andere opmaakmethoden die je nodig hebt. Met Position plaats je de titel op de gewenste plek, maar dat kan ook door even op de titel in de voorbeeldweergave te kikken en die te verslepen. Sluit deze weergave weer door opnieuw rechtsbovenin op Inspector te klikken en bekijk het stukje montage waarin je de titel hebt aangebracht om te zien of alles naar wens is.

©PXimport

Essentiële sneltoetsen

Monteren gaat aanzienlijk sneller als je gebruikmaakt van sneltoetsen. We noemen er al de nodige in de tips, maar welke zijn nog meer superhandig om snel uit je hoofd te leren? Met de Q-toets schakel je rechtstreeks tussen de Source Clip- en Timeline-voorbeeldweergaven. Ook erg handig bij het afspelen zijn de JKL-toetsen (achteruit afspelen, stoppen, vooruit afspelen), waarbij je bij elke druk op de J-toets of L-toets de afspeelsnelheid verdubbelt. Met Shift+K speel je juist vertraagd af in voorwaartse richting. Ook met de Spatiebalk start en stop je het afspelen. Om het nog makkelijker te maken om heel precies een bepaald punt in een filmclip op te zoeken, loop je met PijltjeLinks en PijltjeRechts beeldje voor beeldje door jouw beeldmateriaal. PijltjeOmhoog brengt je naar het begin van de huidige clip of de clip(s) ervoor. Met PijltjeOmlaag ga je de andere kant op. De Home-toets brengt je naar de start van de montage (die vanaf daar wordt afgespeeld) en met de End-toets spring je naar het einde. Voor een overzicht van alle sneltoetsen ga je in de menubalk naar DaVinci Resolve / Keyboard Customization. Hier kun je de sneltoetsen ook aanpassen of eigen exemplaren maken. Klik op een toets van het virtuele toetsenbord en je ziet direct welke actie eraan is gekoppeld.

©PXimport

Tip 11: Videosporen

Door titels toe te voegen zoals in tip 09 heb je een tweede videospoor aangemaakt, bovenop het eerste spoor waarin jouw filmfragmenten staan. Behalve titels kun je hier ook foto’s of andere filmclips neerzetten. Waarom zou je dat doen? Hogere videosporen dekken lagere videosporen af. Vandaar dat je een titel bovenop jouw film ziet. Dus heb je ergens een foto gemaakt? Dan kun je die in je film laten zien door hem in het bovenste spoor neer te zetten en enkele seconden in beeld te laten. Net zo kun je een filmpje dat op dezelfde locatie maar vanuit een ander standpunt of door iemand anders is gemaakt ook daar neerzetten. Zonder het hoofdspoor steeds op te knippen en alles ertussen te proppen, maak je zo met een minimum aan inspanning een levendige film. En bevalt het niet, dan haal je het gewoon weer weg en komt het onderliggende videospoor vanzelf weer in beeld. Ook leuk: selecteer de bovenste clip of foto, open de Inspector en gebruik Zoom en Position om het te verkleinen en te verplaatsen om een professioneel ogende picture in picture (PIP) te maken! Je mag ook gerust een foto of filmpje boven het hoofdspoor zetten en daar weer een titel bovenop plaatsen. Stapelen is de gewoonste zaak in filmmontages!

©PXimport

Stapelen is de gewoonste zaak in filmmontages

-

Tip 12: Wat hoor ik daar?

Een film bestaat niet alleen uit beeld, er zit ook geluid bij. Is het volume te hard of te zacht? Selecteer de filmclip, ga rechtsbovenin naar Inspector en selecteer het tabblad Audio. Met Volume pas je vervolgens de geluidssterkte aan. Onder het beeldmateriaal zie je de geluidsgolf direct veranderen. Let erop dat je het volume niet te hard zet, want dan raken als eerste de hoge tonen overstuurd. Klik je de inspector weer weg, dan zie je rechts naast de voorbeeldweergave twee VU-meters. Tijdens het afspelen wil je dat deze balkjes zo min mogelijk in het rood komen te staan. Selecteer meerdere clips in de tijdlijn om het volume van allemaal tegelijk te veranderen. Doe dit alleen als clips nagenoeg dezelfde geluidssterkte hebben, want anders gaat het mis. Clips selecteren kan zoals altijd in zowel de onderste als de bovenste tijdlijn.

©PXimport

Tip 13: Extra geluidssporen

Een lekker muziekje en een paar toffe geluidseffecten zijn natuurlijk nooit weg. Net zoals je extra videosporen kunt aanmaken, is het ook mogelijk om geluidssporen toe te voegen. Deze bevinden zich helemaal onderin, dus onder de sporen met videoclips, foto’s en titels. Voeg het geluid of de muziek toe aan de mediapool en sleep het naar de gewenste plek op de donkergrijze ruimte onder het hoofdspoor. Als je veel videosporen hebt, kun je het beste naar de bovenste tijdlijn slepen, omdat er onderin de grote tijdlijn dan geen lege grijze ruimte meer is te zien. Ook bij muziek en geluidseffecten stel je het volume naar smaak in via de inspector, zodat je alle geluidstracks goed met elkaar in balans brengt. Wil je het geluid dat in de filmpjes zelf zit niet gebruiken omdat dit afleidt van de muziek of een voice-over? Klik dan op het luidsprekertje in de kop van elk videospoor dat je niet wilt horen.

©PXimport

Tip 14: Video renderen

Is je montage gereed? Speel haar nog eens in haar totaliteit af om te zien of alles perfect in orde is en dan is het tijd om de eindfilm te genereren. Rechtsbovenin klik je op Quick Export, waarna je op tabblad H.264 ziet met welke instellingen deze film wordt aangemaakt. Dat kan bijvoorbeeld Full HD of 4K zijn, afhankelijk van het bronmateriaal dat je hebt gebruikt. Klik op Export en DaVinci Resolve gaat voor je aan de slag om de film te renderen. Wil je rechtstreeks naar YouTube, Vimeo of Twitter publiceren, dan kan dat ook. Behalve het eindresultaat is het belangrijk dat je ook het project zelf opslaat. Dat bevat namelijk de complete montage die je zojuist in elkaar hebt gesleuteld en die wil je natuurlijk niet kwijtraken. Hoewel we er niet eerder over hebben gesproken, is het sowieso aan te raden om ook tijdens het monteren regelmatig je werk op te slaan. Daarmee voorkom je dat je alles kwijtraakt, mocht bijvoorbeeld je pc crashen. Het project (tussendoor) opslaan doe je met File / Save Project of de sneltoets Ctrl+S.

Sla behalve het eindresultaat ook het project zelf op

-

Tip 15: Bestanden spoorloos

De mediabestanden die je in de mediapool hebt geladen zitten niet fysiek in een project. Wil je de montage later nog een keer aanpassen, dan moeten alle gebruikte mediabestanden zich nog op precies dezelfde plek bevinden, want anders kan DaVinci Resolve ze niet vinden. Gooi zoiets als losse filmpjes dus niet zomaar weg omdat je denkt dat ze nu toch in de montage zitten. Heb je deze bestanden naar een andere map verplaatst en heropen je het project, dan kleuren deze miniaturen rood in de mediapool. Geen paniek: dit is makkelijk te herstellen. Selecteer de ontbrekende bestanden in de mediapool, klik met recht en kies Relink Selected Clips. Blader naar de nieuwe locatie en daarna kan het programma er gewoon weer bij.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?
© Octopus16 - stock.adobe.com
Huis

Wat doet de stoomfunctie van een wasmachine en wanneer heeft het zin?

De stoomfunctie is inmiddels op veel wasmachines te vinden. Fabrikanten gebruiken deze techniek vooral om kreuk te verminderen, geurtjes aan te pakken en kleding snel op te frissen. De werking is vrij simpel. De machine verhit een kleine hoeveelheid water en laat de stoom op een precies moment in de trommel. Dat kan tijdens een normaal wasprogramma of via een apart stoomprogramma. Die twee toepassingen hebben elk een ander effect, waardoor het handig is om het verschil te kennen.

In dit artikel

De stoomfunctie op een wasmachine klinkt handig, maar wat doet deze functie nu precies? Je leest hoe stoom wordt ingezet tijdens wasprogramma's en opfrisbeurten, wat het effect is op kreuk en geurtjes en wanneer een hygiëneprogramma zin heeft. Ook leggen we uit wat je er in de praktijk van kunt verwachten.

Lees ook: Ecostand op wasmachines: hoe werkt dat en wat bespaar je ermee?

Hoe stoom tijdens een wasprogramma werkt

Bij de meeste wasprogramma's wordt stoom in de laatste fase ingezet. De warme damp ontspant de vezels, waardoor de was minder gekreukt uit de trommel komt, vaak nog voordat het centrifugeren begint. Dat effect zie je vooral bij synthetische stoffen en gemengde materialen. Katoen blijft gevoeliger voor kreuk en reageert minder sterk op stoom. Ook de belading speelt een rol. Zit de trommel vol, dan kan de stoom minder goed bij het wasgoed komen en is het effect dus kleiner.

De manier waarop stoom wordt verspreid, verschilt per wasmachine. Sommige modellen blazen de damp van bovenaf in de trommel, andere via de bodem. Het principe is hetzelfde, maar de maar de manier waarop de damp door de trommel wordt verspreid varieert per merk. Belangrijk om te weten is dat stoom het water en het wasmiddel niet vervangt Het ondersteunt de was, maar maakt stoffen niet op zichzelf schoon.

View post on TikTok

Extra hygiëne met een stoomprogramma

Naast stoom tijdens een gewone wasbeurt beschikken veel machines ook over aparte hygiëneprogramma's. Deze werken met een gecontroleerde temperatuur die hoog genoeg is om allergenen te verminderen, maar lager blijft dan bij een kookwas. Vooral pollen en huisstofmijt worden op deze manier aangepakt. Fabrikanten noemen soms percentages voor bacteriereductie, al zijn die gebaseerd op tests met kleine lapjes stof. In een volle trommel valt het effect lager uit. Stoom vormt daarmee vooral een extra aanvulling: hygiënischer dan een koud opfrisprogramma, maar geen volwaardige vervanging van een intensieve wasbeurt.

Kleding opfrissen zonder wasbeurt

Het opfrisprogramma is voor veel mensen de meest gebruikte toepassing van stoom. De trommel draait hierbij rustig, terwijl de stof warm en licht vochtig blijft. Stoom-opfrisprogramma's duren meestal zo'n 20 tot 30 minuten, afhankelijk van het merk, de vulling van de trommel en het gekozen programma. Sommige machines geven precies 20 minuten aan, bij andere loopt het op tot ongeveer een half uur. Geuren die zich in textiel vastzetten, zoals rook, kooklucht of andere vervelende geurtjes die in textiel zijn blijven hangen, verdwijnen doorgaans goed. Vlekken en vetresten worden hiermee niet verwijderd. De techniek werkt vooral bij kleding die je kort hebt gedragen en verder schoon is. Doordat er weinig water wordt gebruikt en de trommel minder intensief beweegt, blijft de belasting voor de stof beperkt.

Energieverbruik en slijtage van kleding

Het maken van stoom kost warmte en dus energie. Toch ligt het totale verbruik meestal lager dan bij een volledige wasbeurt, omdat er nauwelijks water door de machine stroomt. Voor kleding is een stoomprogramma relatief mild. De vezels worden minder zwaar belast dan tijdens een normale was, al kunnen elastische materialen bij zeer frequent gebruik gevoeliger reageren op warmte. Dat effect verschilt per stof en per merk.

©Sergei Klopotov

Wat stoom wel én niet doet

De stoomfunctie werkt vooral in specifieke situaties. Kreukvermindering zie je vooral bij synthetische stoffen en een niet te volle trommel. Hygiëneprogramma's helpen allergenen te verminderen, maar vervangen niet de klassieke wasbeurt. Opfrisprogramma's verwijderen geuren, maar laten vlekken ongemoeid. In de praktijk levert stoom vooral gemak op. Je hoeft minder te strijken, kleding blijft langer fris en je kunt een kort programma gebruiken voor was die nog niet echt vies is.

Conclusie

De stoomfunctie is een handige aanvulling op de gewone was. Kleding komt frisser uit de trommel, je kunt kleding vaker dragen zonder dat je een compleet wasprogramma  hoeft te dragen en de extra hygiëne van stoom is ideaal tegen allergenen. De techniek neemt de rol van water en wasmiddel niet over, maar stoom voegt wel extra gemak toe voor wie minder wil strijken en kleding langer mooi wil houden.

Echte wasmachinereviews, van echte consumenten

Op Review.nl kun je lezen wat echte gebruikers vinden van producten. Weten wat hun oordeel over de nieuwste wasmachines van Samsung, LG en Haier is? Lees hier de Review.nl-wasmachine-testresultaten. P.S. Je kunt je ook zelf aanmelden om de nieuwste producten te testen!

 5x Wasmachines met stoomfunctie

De Hisense WF3S9043BW3/BLX is een moderne wasmachine die opvalt door zijn opvallend lage energieverbruik, met een label dat maar liefst 30% zuiniger is dan de standaard A-klasse. Met een trommelinhoud van 9 kilogram biedt het apparaat voldoende ruimte voor de was van een groot gezin. De machine haalt een toerental van 1400 rotaties per minuut en zet stoom in voor een extra diepe, hygiënische reiniging van het textiel. Voor wie weinig tijd heeft, zijn er handige opties zoals het Power Wash-programma van 49 minuten of een ultrakorte cyclus van een kwartier.

De Samsung WW11DB7B34GBU3 Bespoke EcoBubble heeft een trommelcapaciteit van 11 kilogram. Voor een diepgaande reiniging beschikt de machine over een gespecialiseerd stoomprogramma dat afrekent met allergenen en bacteriënt. Naast de fysieke prestaties biedt het apparaat slimme functies via de SmartThings-app. Dankzij de EcoBubble-technologie wordt het wasmiddel krachtig de stof in geblazen, waardoor kleding ook op lagere temperaturen grondig schoon wordt en de kwaliteit van het textiel behouden blijft.

De AEG LR7604UC4 uit de 7000-serie (vulgewicht 10 kilo) is ontworpen om kleding langer mooi te houden door vaker te stomen in plaats van te wassen, wat slechts twee liter water per cyclus verbruikt. Met het Steam Refresh-programma zijn muffe geurtjes en kreukels binnen 25 minuten verdwenen, terwijl de UniversalDose-lade ervoor zorgt dat wasmiddelcapsules sneller oplossen voor een beter resultaat bij koude wasbeurten. De PreciseWash-technologie optimaliseert de instellingen automatisch op basis van het gewicht, wat een besparing tot 40% op tijd en energie oplevert bij kleinere ladingen. Voor de dagelijkse was biedt het MixLoad-programma een snelle oplossing door gemengd textiel in 69 minuten grondig te reinigen op slechts 30 graden.

De Siemens WG44G2ZWNL (vulcapaciteit 9 kilo) heeft een zeer zuinig energielabel A en biedt dankzij het speedPack L maximale tijdsbesparing. Voor hardnekkige vlekken past het antiVlekken-systeem de temperatuur en spoeltijd automatisch aan. De stoomfunctie, genaamd smartFinish, strijkt zelfs sterk gekreukte items in slechts 20 minuten glad. De innovatieve waveTrommel zorgt ervoor dat zijde en andere fijne stoffen behoedzaam worden behandeld. Dankzij de koolborstelloze iQdrive-motor is de machine niet alleen stil en efficiënt, maar ook nagenoeg slijtagevrij.

De Bosch Serie 4 WAN282E4FG (vulgewicht 8 kilo) is een uiterst efficiënte wasmachine met energielabel A. Met de Iron Assist-functie wordt kleding gedurende 20 minuten met stoom behandeld, wat kreukels tot wel 50% vermindert. Sensoren van Active Water Plus zorgen ervoor dat het waterverbruik exact wordt afgestemd op de hoeveelheid wasgoed, terwijl de SpeedPerfect-optie de wastijd met 65% verkort voor een snelle, schone resultaat. Voor extra hygiëne doodt het Hygiene Plus-programma bacteriën al op 40 graden, wat ideaal is voor babykleding of mensen met een allergie. De bijvulfunctie maakt het mogelijk om een vergeten kledingstuk tijdens de wasbeurt alsnog toe te voegen.

Wasmiddel!

(groot inkopen, dan grijp je nooit mis)
▼ Volgende artikel
Wat betekent IP68 eigenlijk?
© ID.nl
Huis

Wat betekent IP68 eigenlijk?

Bij de specificaties van een nieuwe smartphone, smartwatch of bluetooth-speaker zie je vaak de term 'IP68' staan. In marketinguitingen wordt dit veelal vertaald naar 'waterdicht' of 'stofbestendig'. Dat klinkt geruststellend, maar de praktijk is weerbarstiger. Kun je met een IP68-telefoon daadwerkelijk zwemmen, of biedt de certificering slechts bescherming tegen een val in het toilet?

De term IP68 is een technische classificatie die exact aangeeft in welke mate de behuizing van elektronica bestand is tegen invloeden van buitenaf. De afkorting IP staat voor Ingress Protection (of soms International Protection). Het is een internationale standaard die duidelijkheid moet scheppen over de robuustheid van een apparaat. De code bestaat altijd uit twee cijfers, waarbij het eerste cijfer iets zegt over vaste stoffen en het tweede cijfer over vloeistoffen.

©ID.nl

Het eerste cijfer: bescherming tegen stof

In de code IP68 staat het eerste cijfer, de 6, voor de bescherming tegen vaste deeltjes zoals stof en zand. Deze schaal loopt van 0 (geen bescherming) tot 6 (maximale bescherming). Een apparaat met een 6 als eerste cijfer is dus volledig stofdicht.

In een testomgeving betekent dit dat er, zelfs na acht uur blootstelling aan circulerend stof, niets de behuizing is binnengedrongen. Voor de levensduur van je toestel is dit heel belangrijk, aangezien opgehoopt stof aan de binnenkant kan zorgen voor slechtere koeling of zelfs kortsluiting.

©ID.nl

Het tweede cijfer: bescherming tegen water

Voor veel consumenten is het tweede cijfer doorslaggevend bij de aankoop. Dit getal geeft de weerstand tegen vocht aan. Bij IP68 is dit een 8. Hoewel de schaal in specifieke industriële gevallen doorloopt tot 9, is 8 doorgaans de hoogste score die je bij consumentenelektronica tegenkomt.

Om de waarde van die 8 te begrijpen, is het goed om te weten dat een 4 slechts staat voor spatwaterdichtheid (bijvoorbeeld regen) en een 7 aangeeft dat een toestel incidenteel ondergedompeld kan worden (tot 1 meter diep).

Een IP68-certificering gaat een stap verder. Het betekent dat het toestel hermetisch is afgesloten en geschikt is voor langdurige onderdompeling dieper dan 1 meter. Fabrikanten mogen bij dit cijfer zelf specificeren wat de exacte limiet is. Vaak garanderen merken zoals Samsung of Apple dat een toestel 30 minuten lang op een diepte van 1,5 tot wel 6 meter kan overleven. Het is daarom altijd slim om de specifieke productpagina van het apparaat te raadplegen voor de exacte waarden.

Laboratorium versus de praktijk

Hoewel de specificaties suggereren dat je probleemloos het water in kunt duiken met je elektronica, is enige nuance op zijn plaats. De tests voor deze certificeringen worden namelijk uitgevoerd onder strikte laboratoriumcondities. Hierbij wordt gebruikgemaakt van vers, stilstaand kraanwater. De werkelijkheid is vaak anders.

©ID.nl

Wanneer je bijvoorbeeld met een telefoon gaat zwemmen, beweeg je door het water. Hierdoor ontstaat waterdruk die lokaal hoger kan zijn dan de druk in een stilstaande testtank. Hierdoor kan water alsnog langs de afdichtingen worden geperst. Daarnaast is de samenstelling van het water een risicofactor. Zeewater bevat zout en zwembadwater bevat chloor. Beide stoffen kunnen de lijmranden en rubberen afdichtingen van een toestel aantasten. Zodra deze afdichtingen uitdrogen of poreus worden, is de waterdichtheid niet langer gegarandeerd. Ook zeep en shampoo onder de douche verlagen de oppervlaktespanning van water, waardoor vocht makkelijker binnendringt.

Slijtage en garantievoorwaarden

Een ander belangrijk aspect is de factor tijd. Een gloednieuw toestel dat net uit de doos komt, voldoet perfect aan de IP68-normen. Na verloop van tijd kan de bescherming echter afnemen door normale slijtage, temperatuurschommelingen of kleine valpartijen die onzichtbare haarscheurtjes veroorzaken. Een toestel met een barst in het scherm of de achterkant is per definitie niet meer waterdicht.

©ID.nl

Tot slot is er een belangrijk voorbehoud rondom de garantie. Vrijwel alle fabrikanten sluiten waterschade uit van de fabrieksgarantie, ondanks de IP68-rating. In de meeste moderne smartphones zitten vochtsensoren. Als deze verkleuren door contact met water, zal een reparatieverzoek doorgaans worden afgewezen. De fabrikant kan achteraf namelijk niet controleren of het toestel op 1,5 meter diepte is geweest (wat zou moeten kunnen) of op de bodem van een diep zwembad heeft gelegen.

Conclusie

IP68 biedt een goede bescherming bij alledaagse ongelukjes. Valt je telefoon per ongeluk in de wasbak, het toilet of een plas water, dan is de kans op schade met deze certificering zeer klein. Maar zie IP68 vooral als een vangnet voor noodgevallen. Gebruik je je telefoon onder water, bijvoorbeeld in zee voor onderwaterfotografie, dan kun je beter het zekere voor het onzekere nemen en een speciale waterdichte hoes gebruiken.

3x IP68-smartphones

Vrijwel alle high-end smartphones hebben tegenwoordig deze certificering. Dit is de standaard voor toestellen in het duurdere segment.

Samsung Galaxy S25-serie: Samsung voorziet zijn toptoestellen al jaren standaard van IP68. Dit geldt voor de gehele lijn (S25, S25+ en S25 Ultra).

Apple iPhone 17-serie: Hoewel Apple vaak spreekt over 'maximale diepte van 6 meter diep tot 30 minuten' (wat de IP68-norm overstijgt), vallen ze technisch onder de IP68-classificatie. Dit geldt voor zowel de standaardmodellen als de Pro-versies. Lees hier onze Apple iPhone 17 review.

Google Pixel 10 Pro XL: Ook de nieuwere generaties telefoons van Google zijn volledig stof- en waterdicht volgens deze norm. Lees hier onze Google Pixel 10 Pro XL review.

3x IP68-smartwatches (5ATM)

Bij smartwatches is het opletten: IP68 is vaak niet genoeg om mee te zwemmen (vanwege de armslag-druk). Daarom hebben goede horloges vaak ook een '5ATM' of 'WR50' rating. De onderstaande modellen combineren deze eigenschappen of hebben een gelijkwaardige bescherming.

Samsung Galaxy Watch 8: Deze horloges hebben expliciet zowel een IP68- als een 5ATM-rating, waardoor ze officieel geschikt zijn om mee te zwemmen. Lees hier onze Samsung Galaxy Watch 8 Classic review.

Google Pixel Watch 3: Ook dit horloge draagt de IP68-classificering in combinatie met 5ATM waterbestendigheid. Lees hier onze Google Pixel Watch 3 review.

Apple Watch Ultra 2:Let op: Apple gebruikt officieel de zwaardere zwemstandaard (WR100; WR staat voor water-resistant) en noemt daarbij vaak IP6X voor stofdichtheid. In de volksmond valt deze watch in de "beter dan IP68"-categorie voor water, maar technisch is de rating anders omschreven. Het horloge is echter uitstekend waterdicht. Lees hier onze Apple Watch Ultra 2 review.

3x bluetooth-speakers (IP68 vs. IP67)

Hier zit een addertje onder het gras. De overgrote meerderheid van de "waterdichte" speakers (zoals de populaire JBL Flip 6 of UE Boom 3) heeft een IP67-rating. Dat betekent: dompeldicht tot 1 meter. IP68 (dieper dan 1 meter) is bij speakers zeldzaam omdat je een speaker zelden diep onder water duwt. Toch zijn er inmiddels modellen die de stap naar IP68 maken of zeer dicht in de buurt komen:

JBL Charge 6: In de nieuwste generaties stappen fabrikanten zoals JBL bij specifieke modellen over naar IP68 om de robuustheid te benadrukken. (Let op: check altijd de doos, de voorganger Charge 5 was nog IP67).

Tribit StormBox Micro 2: Een zeer populaire, compacte speaker die vaak wordt geprezen om zijn volledige waterdichtheid (IP67, maar in tests vaak robuuster bevonden).

Soundcore Motion X600: Deze speaker staat bekend om zijn ruimtelijke geluid: de muziek lijkt van alle kanten te komen in plaats van uit één punt. Ondanks zijn chique uiterlijk is hij met een IPX7-rating volledig waterdicht, dus hij kan prima mee naar het park of strand.

Advies: Voor een bluetooth-speaker is IP67 in de praktijk ruim voldoende (hij overleeft een val in het zwembad). Staar je voor speakers dus niet blind op die '8' aan het eind; een '7' is hier ook uitstekend.

Een verfrissende duik?

(in het zwembad of in zee)