ID.nl logo
Audio/videoformaten op een rijtje
© Reshift Digital
Huis

Audio/videoformaten op een rijtje

Bent u een actieve en allround multimedia-gebruiker? Dan is het u opgevallen dat er enorm veel audio- en videoformaten worden gebruikt. In het bijzonder als u veel multimediabestanden beluistert en bekijkt met behulp van de webbrowser, dan kunnen er de meest vreemde dingen gebeuren. En wat te denken van het converteren, importeren en exporteren van geluid en beeld? Bij deze presenteren we u dan ook een overzicht van de meest gebruikte audio- en videoformaten...

Bent u een actieve en allround multimedia-gebruiker? Dan is het u opgevallen dat er enorm veel audio- en videoformaten worden gebruikt. In het bijzonder als u veel multimediabestanden beluistert en bekijkt met behulp van de webbrowser, dan kunnen er de meest vreemde dingen gebeuren. En wat te denken van het converteren, importeren en exporteren van geluid en beeld? Bij deze presenteren we u dan ook een overzicht van de meest gebruikte audio- en videoformaten...

 

Audioformaten

We beginnen – relatief eenvoudig – met de meest gebruikte audioformaten. In principe kunnen alle audioformaten (tenzij u het verschil écht kunt horen) dezelfde geluidskwaliteit weergeven. Ware het niet dat de uiteindelijke geluidskwaliteit wordt bepaald door (1) de hoeveelheid opslagruimte, (2) de gebruikte bitrate, (3) de mate van compressie en (4) de eigenschappen van de geluidstroom (= sample rate, mono, stereo). Merk op: onderling hebben deze vier eigenschappen álles met elkaar te maken! De truc is dan ook het gebruiken van het juiste audioformaat op het juiste moment. Een audio-track afkomstig van een audio-CD heeft niets te zoeken op een website en – omgekeerd – ‘mono streaming low bandwidth internetradio’ gaat u niet op een audio-CD branden. Hoewel? Alles is mogelijk...

 

AAC

AAC staat voor ‘Advanced Audio Coding’ en het levert betere compressieresultaten op dan MP3. AAC is populair geworden als het standaard bestandsformaat voor de iPod, hetgeen mede is te danken aan de DRM-techniek (= ‘Digital Rights Management’), waarmee auteursrechten kunnen worden veiliggesteld: “Het aangekochte AAC-bestand draait alleen op de geautoriseerde afspeelapparaten.” AAC wordt overigens ook wel aangeduid als ‘MPEG-4 Part 3’, hetgeen de relatie met MP3 verklaart. In de dagelijkse praktijk zijn beveiligde AAC-bestanden vrij onhandig om de omgang. Surft u dan ook naar de website voor een kopie van het hulpprogramma ‘Magic AAC to MP3 Converter’. Uiteraard beschikt u dan over iTunes en legale AAC-bestanden die kunnen worden afgespeeld op úw computer.

 

CDA

Met de extensie CDA (= ‘Compact Disc Audio’) slaan we de plank eigenlijk compleet mis, want het CDA-bestand van slechts 44 bytes bevat slechts een plaatsbepaling voor de daadwerkelijke ruwe (= ‘RAW’) audiogegevens die op het CD-plaatje staan. Zulks in verband met het rippen door onder andere Windows Media Player 11... Die audiogegevens op het CD-plaatje zijn akelig eenvoudig te begrijpen, want iedere losse audio-track is gesampled op 44,1 kHz in 16 bits in stereo. Het rekensommetje wordt dan ook 44100 x 2 x 2 = 176400 bytes / 1024 = 172,27 KB. En meer smaken zijn er niet... Surft u naar de website voor een kopie van de tool ‘Audiograbber’, waarmee u een audio-CD naar diverse bestandsformaten kunt rippen, waarbij u ook de eigenschappen (= sample rate, bits, kanalen) van het geluid kunt aanpassen. Omgekeerd is ook mogelijk, want als u aan de hand van losse muziekbestanden een audio-CD wilt branden, dan kunt u Windows Media Player 11 of Nero Burning Rom gebruiken.

 

M4A

M4A mag ook worden aangeduid als ‘MPEG-4 Audio’. M4A kennen we – net als AAC – van de iTunes Store, alwaar het wordt gebruikt om onbeveiligde (= ‘DRM-free’) muziekbestanden aan te bieden. De iTunes Store levert ook M4P-bestanden, waarvoor we u verwijzen naar de reeds genoemde extensie AAC.

 

MP3

MP3 is een verwijzing naar ‘MPEG-1 Audio Layer 3’ en het gaat om een audioformaat dat ongeveer gelijktijdig is – zoals de naam al aangeeft – geïntroduceerd met ‘MPEG-1 Video’; zij het dat VCD en SVCD gebruik maken van ‘MPEG-1 Audio Layer 2’. MP3 maakt gebruik van ‘lossy compression’, wat aangeeft dat er mogelijk informatie verloren kan gaan tijdens het coderen van het geluid. (Het alternatief is ‘lossless compression’, waarbij géén informatie verloren gaat. Zonder verlies dus, zoals bij RAR en ZIP...) Hoeveel informatie er verloren gaat? Dat is geheel afhankelijk van de ingestelde bitrate én van het gebruikte codeerprogramma. Verder opgemerkt dat er ‘CBR’ (= ‘Constant Bit Rate’) en ‘VBR’ (= ‘Variable Bit Rate’) kan worden gecomprimeerd. CBR garandeert een constante datastroom en VBR maakt slim gebruik van ‘stille momenten’ om bits te besparen die dan tijdens ‘drukke momenten’ kunnen worden ingezet. Bitrates van 128 Kbit/seconde en 160 Kbit/seconde mogen als standaard worden beschouwd. Even rekenen... 128 x 1024 / 8 = 16385 /1024 = 16 KB. En 5 minuten x 60 seconden x 16 KB per seconde = 4800 KB / 1024 = 4,68 MB. Surft u eens naar de website om vrijblijvend kennis te maken met ‘Magix MP3 Maker 12’. Dit programma moet u hebben geprobeerd, want het is dé standaard op het gebied van MP3-bewerking!

 

RA

RA staat voor ‘Real Audio’ en het is een bestandsformaat dat is ontwikkeld door RealNetworks om – met behulp van de ‘RealPlayer’ – te worden gebruikt als streaming audio voor op internet. Inderdaad, dan praten we over realtime internetradio!

 

WAV

WAV is min of meer een afkorting voor ‘Wave Audio Format’ en het gaat om een – meestal niet gecomprimeerde – PCM-bitstroom (= ‘Pulse Code Modulation). Een als PCM opgeslagen WAV met een sample rate van 44,1 kHz, 16-bits en stereo is identiek aan een audio-track van een audio-CD, wat maar aangeeft hoe dicht de standaard bij elkaar liggen... In tegenstelling tot een audio-track op een audio-CD, kan WAV op een groot aantal manieren worden gecodeerd: (1) met verschillende sample rates, (2) 8-bits of 16-bits, (3) stereo of mono. Daarbij hoeft niet alleen het PCM-formaat gebruikt te worden: “MP3 en WMA zijn ook mogelijk!” Snel meer weten? Dan moet u gewoon de Geluidsrecorder van Windows zélf eens proberen. En als u op zoek gaat naar een mooi audiobewerkingsprogramma, dan surft u naar ‘www.oldversion.com’ voor de tool ‘Cool Edit Pro’; tegenwoordig ‘Adobe Audition’. WAV is voor geluid, wat AVI is voor video: “Een bestandsformaat waarmee u altijd en overal terechtkunt.” En dat is dan ook meteen de énige reden dat WAV nog bestaat, want als bestandstype heeft het feitelijk afgedaan...

 

WMA

WMA staat voor ‘Windows Media Audio’ en het is het Microsoft-alternatief voor MP3 en RealAudio (= ‘RA’). WMA staat voor een goede kwaliteit (48 kHz, stereo) bij een lage bitrate (CBR, VBR, AVR) en tevens is rekening gehouden met beveiligingsaspecten (DRM, DES, RC4). WMA kan ook voor streaming doeleinden worden ingezet. De WMA-standaard is opgepikt door veel fabrikanten, waardoor het mogelijk is om WMA-bestanden af te spelen met behulp van DVD-spelers, mobiele telefoons, enzovoort...

 

Videoformaten

Wat we u over de audioformaten hebben verteld, kunt u zijdelings meenemen naar de videoformaten. U moet namelijk weten dat videobestanden kunnen bestaan uit – naast elkaar, maar intussen wel los – beeld en geluid. Afhankelijk van het videoformaat dat u gebruikt, kunnen we verschillende audioformaten worden ‘ingepakt’. En vergelijking met audio, worden de problemen (...) bij video gigantisch uitvergroot. Als u denkt dat een ongecomprimeerde audio-track afkomstig van een audio-CD met 5 minuten x 60 seconden x 172,27 KB per seconde = 51681 KB / 1024 = 50,47 MB veel ruimte in beslag neemt, dan heeft u het helemaal mis. Wat te denken van 5 minuten x 60 seconden x 25 frames x 768 PAL DVD-hoogte x 576 PAL DVD-breedte x 3 RGB-bytes = 9953280000 / 1024 / 1025 = 9492 MB? Inderdaad, dat past – nog zonder audio erbij – niet eens op een Dual Layer DVD! U kunt dus eenvoudig verzinnen dat video sowieso passend moet worden gemaakt om überhaupt werkbaar te kunnen blijven. Trucs zijn dan het verlagen van de resolutie, het terugbrengen van het aantal frames per seconde en – uiteraard – een goede compressietechniek. Daarbij worden – zeker op internet – concessies gedaan voor wat betreft de beeldkwaliteit, hetgeen weer álles te maken heeft met de gemiddelde brandbreedte van de gemiddelde internetgebruiker.

 

3GP

Het 3GP-bestandsformaat is een eenvoudige uitvoering van MPEG-4, welke speciaal is ontwikkeld voor gebruik met de mobiele telefoon. 3GP is bedoeld voor lage resoluties en weinig opslagruimte. Surft u naar de website voor het gratis hulpprgramma ‘Free 3GP Video Converter’, waarmee u 3GP-bestanden naar onder andere AVI kunt converteren.

 

ASF

ASF is de afkorting van ‘Advanced Systems Format’ en ook ‘Advanced Streaming Format’. ASF maakt deel uit van het zogeheten Windows Media Framework en het is bedoeld om streaming multimedia op niet alleen internet te zetten: “Ook direct vanaf de harde schijf moet ASF kunnen worden afgespeeld.” De meest gebruikte subcoderingen die u thans ‘in’ een ASF-bestand tegenkomt zijn WMA voor audio en WMV voor video.

 

AVI

AVI is de afkorting van ‘Audio Video Interleave’. De term ‘interleave’ kennen we nog van de oude langzame harde schijven, waarbij het een manier was om gegevens op niet-aansluitende sectors neer te zetten, om zodoende de doorvoersnelheid te kunnen optimaliseren. In geval van AVI slaat de term interleave op het ‘afspeeltijdtechnisch’ samenvoegen van audio en video. Immers, geluid en beeld moeten synchroon lopen... Voor dat samenvoegen van audio en video wordt gebruik gemaakt van het RIFF-mechansime (= ‘Resource Interchange File Format’), dat omschrijft hoe verschillende blokken gegevens in één bestand kunnen worden geplaatst. (Merk op: RIFF is een afgeleide van IFF dat is ontwikkeld door Electronic Arts voor de Commodore Amiga!) RIFF maakt het niet alleen mogelijk om audio en video te mengen, maar óók om verschillende audio- en videoformaten te gebruiken. Dat laatste is dan het spel dat we spelen met de audio- en de videocodecs. Helaas heeft dit weer tot gevolg dat de ene AVI de andere AVI niet is, wat zoveel betekent als dat u nooit 100 procent zeker weet of u een AVI-bestand kunt afspelen. Gelukkig is er de tool ‘GSpot’, waarmee u te weten kunt komen welke audio- en videocodec er nodig zijn om het AVI-bestand van dienst correct te kunnen openen. Als u uw systeem in één keer wilt voorzien van de meest gebruikte audio- en videocodecs, dan adviseren we het codec pack ‘K-Lite Mega’. Videobewerkingstechnisch is AVI een heerlijk bestandsformaat, want als u bent voorzien van de benodigde audio- en videocodecs dan kunt u er álle kanten mee op, omdat het algemeen wordt ondersteund. Een van de meest populaire videobewerkingsprogramma’s voor AVI is ‘VirtualDub’. Een interessant conversieprogramma voor niet alleen AVI-bestanden is ‘Total Movie Converter’.

 

DIVX

DivX is een versie van MPEG-4 en het is razend populair geworden als een van de eerste compressietechnieken waarmee een DVD-Video zonder al te veel kwaliteitsverlies op een CD-plaatje kon worden gebrand. DivX wordt ondersteund door enorm veel DVD-spelers. De truc is wel om een DVD-Video dan makkelijk te converteren naar DivX en daarvoor gebruikt u dan een tool als ‘Alive DVD Ripper’. DivX is – net als XviD – een zeer populair downloadformaat in de nieuwsgroepen en het wordt veel gebruikt in combinatie met de nieuwe lichting harddisk-multimediaspelers.

 

DVD

We praten hier natuurlijk over DVD-Video. MPEG-2 ‘NTSC’ voor DVD-Video gebruikt de resoluties 720 x 480, 704 x 480, 352 x 480 en 352 x 240. MPEG-2 ‘PAL’ voor DVD-Video gebruikt de resoluties 720 x 576, 704 x 576, 352 x 576 en 352 x 288. Een normale PAL DVD-Video heeft een resolutie van 720 x 576, waarbij er 25 frames per seconde worden afgepeeld. Het type datastroom is MPEG-2 met een variabele videobitrate. Het audioformaat kan eveneens variëren, zo ook de bitrate ervan. Verder kan een DVD-Video meerdere videostromen, meerdere audiostromen, meerdere ondertitelstromen en interactieve elementen bevatten. Als u in de voor DVD-Video strategische map ‘VIDEO_TS’ kijkt, dan zult u zien dat de – grote – VOB-bestanden de feitelijke multimediagegevens bevatten. U kunt een DVD-Video samenstellen aan de hand van uw eigen audio-/videobestanden met behulp van bijvoorbeeld Windows DVD Maker – van Windows Vista – of Nero Vision. Als u een DVD-Video wilt ‘rippen’, dan moet u eens kijken naar de tool ‘Xilisoft DVD Ripper Platinum’. DVD-Video’s – evenals ‘VIDEO_TS’-mappen – kunt u afspelen met behulp van Windows Media Player 11 en met ‘CyberLink PowerDVD’. Surft u eens naar de webpagina ‘www.videohelp.com’, alwaar onder andere de tools ‘IfoEdit’ en ‘VobEdit’ kunt vinden. Om geweldig en achter de schermen inzicht te krijgen in de manier waarop een DVD-Video is opgebouwd! Een DVD-Video vindt u – als bestand(en) – normaal gesproken terug in de vorm van een DVD-image of een ‘VIDEO_TS’-map. Eventueel als MPG-bestand gepresenteerd, wordt gebruik gemaakt van de hierboven genoemde omschrijving.

 

FLV

FLV staat voor ‘FLash Video’ en dan denken we aan Macromedia Flash, thans Adobe Flash. FLV is geadopteerd door onder andere Google Video en Yahoo Video en YouTube, wat eenvoudig verklaart waarom dit multimediaformaat zo snel zo populair is geworden. Als u FLV-bestand wilt kunnen afspelen heeft u een Flash Player nodig en die wordt – bijna – automatisch geïnstalleerd als uw webbrowser tegen een SWF- of een FLV-bestand aanloopt, dus dat mag het probleem niet zijn.

 

MOV

MOV is de bestandsextensie die bij te QuickTime-multimediaformaat van Apple hoort; zie ook ‘MP4’. Binnen de QuickTime-omgeving zijn MOV en MP4 uitwisselbaar, zij het dat MP4 tegenwoordig (lees: buiten de Apple-wereld) populairder is geworden. Als u MOV-bestanden wilt bekijken, dan heeft u de ‘QuickTime Player’ nodig, welke u gratis kunt downloaden.

 

MP4

MP4 is een directe verwijzing naar MPEG-4 en het gebaseerd op het MOV-bestandsformaat (= QuickTime) van Apple. In combinatie met de ‘QuickTime Pro’ is MP4 een bestandsformaat dat zich uitstekend leent voor conversiedoeleinden. MP4 wordt gebruikt door de iPod Video en MP4-bestanden vindt u in de iTunes Store.

 

MPG

MPG is het drie-letterige alternatief voor MPEG en dat staat weer voor ‘Moving Picture Experts Group’. Drie bekende MPEG-standaards zijn (1) MPEG-1 oftewel de omschrijving voor de VCD, (2) MPEG-2 oftewel de omschrijving voor SVCD en DVD en (3) MPEG-4 oftewel streaming video met DVD-kwaliteit en extra interactieve multimedia-mogelijkheden. Verder noemen we – zijdelings – MPEG-1 Audio Layer 3 oftewel MP3... De truc van MPEG zit hem in het feit dat er tussen veel videoframes weinig verschillen worden genoteerd; vaak kijkt u meerdere seconden naar dezelfde achtergrond. En informatie die reeds aanwezig is, hoeft niet nogmaals te worden bewaard! Dit gegeven kan worden gecombineerd met compressietechnieken die de gelijkwaardige beelden nog eens extra comprimeert en dan weet u meteen hoe MPEG in elkaar steekt. MPG-/MPEG-bestanden kunnen verschillende soorten MPEG-gegevenstromen bevatten, dus het is even afwachten of uw PC ermee overweg kan. Als er een allround afspeelprogramma op uw computer is geïnstalleerd, dan mogen MPG-/MPEG-bestanden geen probleem opleveren. Windows Media Player 11 kan overweg met MPG-/MPEG-bestanden, waarbij er voor wat betreft de extensie nog véél meer mogelijkheden zijn. Een ander interessant afspeelprogramma is ‘Nero ShowTime’.

 

RM, RV

De extensies RM (= ‘Real Media’) en RV (= ‘Real Video’) worden niet zelden door elkaar heen gebruikt. Zij het dat RM een bundeling is van RA (= ‘Real Audio’) en RV. De bedenker van dit voor streaming doeleinden en live internettelevisie ontwikkelde bestandsformaat is RealNetworks. Real Video wordt afgespeeld met behulp van de ‘RealPlayer’ en is niet bedoeld om te worden bewaard op uw harde schijf. RV is dan ook een – laten we zeggen – ‘vluchtig’ bestandsformaat. Gelukkig zijn er tools waarmee u RA, RM en RV in realtime kunt grabben en bewaren. Probeert u de tool ‘Audio Video Streaming Capture Suite’ maar eens, welke u kunt vinden op de website ‘www.applian.com’!

 

SVCD

SVCD staat voor ‘Super Video Compact Disc’ en het rust op een gespecificeerde MPEG-2 standaard. Als extensie komt u SVCD niet tegen, wel als imagebestand dat u op een CD-plaatje kunt branden. MPEG-2 ‘NTSC’ voor SCVD gebruikt de resolutie 480 x 480. MPEG-2 ‘PAL’ voor SVCD gebruikt de resolutie 480 x 576. Een PAL SVCD heeft een resolutie van 480 x 576, waarbij er 25 frames per seconde worden afgepeeld. Het type datastroom is MPEG-2 met een vaste of variabele videobitrate van 2600 kbit/seconde. Het audioformaat is MPEG-1 Audio Layer 2 met een vaste bitrate van maximaal 384 kbit/seconde. U kunt een SVCD tegenkomen in de vorm van een MPG-bestand en dan wordt gebruikt gemaakt van de hierboven genoemde specificaties.

 

VCD

VCD staat voor ‘Video Compact Disc’ en het rust op een gespecificeerde MPEG-1-standaard. Let wel, VCD is géén bestandsextensie! Een VCD wordt samengesteld door een brandpakket en als los bestand is het een CD-image. MPEG-1 ‘NTSC’ voor VCD gebruikt de resolutie 352 x 240. MPEG-1 ‘PAL’ voor VCD gebruikt de resolutie ‘352 x 288’. Een PAL VCD heeft een resolutie van 352 x 288, waarbij er 25 frames per seconde worden afgepeeld. Het type datastroom is MPEG-1 met een vaste videobitrate van 1150 kbit/seconde. Het audioformaat is MPEG-1 Audio Layer 2 met een vaste bitrate van 224 kbit/seconde. U kunt een VCD tegenkomen in de vorm van een MPG-bestand en dan wordt gebruikt gemaakt van de hierboven genoemde specificaties.

 

WMV

WMV (we kennen de versies 7, 8 en 9) staat voor ‘Windows Media Video’ en is (gebaseerd op MPEG-4) in principe het Microsoft-alternatief voor DivX, RealVideo (= ‘RV’), XviD en natuurlijk MPEG-4. Versie 9 van WMV is intussen een algemeen erkende videocompressiestandaard die is opgepikt door meerdere fabrikanten; met onder andere een iets aangepaste resolutie zien we WMV 9 ook terug op niet-Microsoft-afspeelapparaten. WMV is verrassend allround met zowel CBR, VBR als ABR (= ‘Average Bit Rate’) en er worden evenzo verrassende compressieresultaten geboekt: “Bij een gelijkwaardige beeldkwaliteit serieus kleiner dan MPEG-4!” Afhankelijk van wijze waarop een WMV-bestand is gecodeerd, kan het ook worden gebruikt voor streaming-doeleinden op internet. Programma’s als Windows Movie Maker, Windows Media Player 11 en (te vinden in het Downloadcentrum van Microsoft) Windows Media Encoder kunnen geweldig overweg met WMV. Met een speciale vermelding voor Windows Media Encoder, want dat is een tool die uw aandacht beslist verdient! Als u WMV-bestanden niet kunt importeren, dan attenderen we u op de freeware utility ‘STOIK Video Converter’, welke is te vinden op de webpagina ‘www.stoik.com/products/svc’.

 

XVID

XviD is de freeware versie van DivX en daarom al snel razend populair geworden op de P2P-netwerken en in de nieuwsgroepen. Wat mede te danken is aan het feit dat XviD – in tegenstelling tot DivX – op alle platforms draait. Net als DivX (en MPEG-4) wordt XviD ondersteund door de nodige DVD-spelers, wat betekent dat u complete speelfilms van CD kunt afspelen. XviD is, net als DivX, een afgeleide van MPEG-4.

 

Offline en online

Na het bovenstaande nog iets over offline en online multimediabestanden. Het verschil tussen offline en online zit hem in het direct kunnen adresseren van – let op! – het complete multimediabestand. Offline staat het multimediabestand op een harde schijf, op een geheugenkaart of op een CD-/DVD-plaatje. Met behulp van het bestandssysteem kunt u dan razendsnel de positie ‘in’ het multimediabestand bepalen, om vanaf die plek verder te spelen. Met behulp van trucs kunt u een multimediabestand zélfs achterstevoren afspelen! Dat alles kan eenvoudig, omdat álle gegevens direct kunnen worden geadresseerd. Staat een multimediabestand daarentegen online, dan zijn er twee problemen: (1) het niet direct op uw afspeelapparaat kunnen benaderen van alle gegevens en (2) de tijd die nodig is om de gegevens te kunnen downloaden. Dat eerste maakt het – bijna – onmogelijk om door het multimediafragment te bladeren voordat het van online naar offline is gehaald (= compleet gedownload). Dat tweede is van belang, omdat u tijdens het downloaden van een multimediafragment in realtime wilt kunnen meeluisteren en/of meekijken: “De downloadbitrate moet dan minimaal gelijk zijn aan de afspeelbitrate!” Een multimediafragment dat u direct tijdens het downloaden kunt afspelen noemen we ‘streaming’. Niet alle audio- en videoformaten lenen zich voor streaming, waarbij de tussenkomst van het afspeelprogramma verschil kan uitmaken. Immers, audio en video zijn chronologisch gecodeerd en zo beschouwd is het in principe altijd mogelijk – zij het met horten en stoten – om direct te beginnen met afspelen.

 

Afspeelapparaten

Tot slot nog iets over de alternatieve afspeelapparaten en dan praten we over Archos, Apple TV, Creative Zen Vision, iPod, iPhone, XBox en Zune. Nog los van de verschillende mobiele telefoons en de DVD-spelers die méér kunnen afspelen dan DVD-Video alléén. Welnu, voor de meeste van deze alternatieve afspeelapparaten geldt dat ze versies van de hierboven genoemde audio- en videoformaten kunnen afspelen, zij het dat de bitrate en de resolutie zo nu en dan aan specifieke voorwaarden moeten voldoen. Niet persé iets waarover u zich zorgen hoeft te maken, want op internet vindt u allerlei conversietools die u graag behulpzaam zijn...

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.
▼ Volgende artikel
Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is
Huis

Liebherr IRd 3900: waarom dit de favoriete inbouwkoelkast van 2025 is

Wat maakt een koelkast de allerbeste van het jaar? Niet een glanzende folder vol beloftes, maar de dagelijkse ervaringen van echte gebruikers. De Liebherr IRd 3900 is door consumenten van Kieskeurig.nl bekroond met de prestigieuze Best Reviewed van het Jaar-award 2025. Van de slimme EasyFresh-technologie tot het fluisterstille ontwerp en de praktische indeling: lees waarom dit model als de absolute favoriet uit de bus kwam en waarom gebruikers er zo enthousiast over zijn.

Partnerbijdrage - in samenwerking met Liebherr

Wie een inbouwkoelkast zoekt, heeft enorm veel keuze, maar één model wist het afgelopen jaar de harten van de Nederlandse consument echt te veroveren. Met zijn doordachte design, gebruiksvriendelijke bediening en bewezen betrouwbaarheid is de Liebherr IRd 3900 uitgeroepen tot Best Reviewed van het Jaar 2025. In dit artikel lees je wat deze inbouwkoelkast zo bijzonder maakt – en waarom gebruikers er zo lovend over zijn.

De stem van de consument: Best Reviewed 2025

De beste keuze volgens consumenten – dat is waar het bij Best Reviewed 2025 om draait. Want niets zegt zo veel als de ervaring van andere gebruikers. Jaarlijks delen duizenden consumenten hun eerlijke mening op Kieskeurig.nl. Hun reviews vormen de basis voor de Best Reviewed-awards. De producten die deze titel verdienen, hebben zich een heel jaar lang bewezen in de praktijk: ze blinken uit in kwaliteit, gebruiksgemak en klanttevredenheid. Absolute consumentenfavorieten dus – en in de categorie inbouwkoelkasten is de Liebherr IRd 3900 de winnaar geworden.

Van EasyFresh tot verstelbare indeling

De Liebherr IRd 3900 is een inbouwkoelkast die laat zien waarom het Duitse merk al jaren bekendstaat om betrouwbaarheid en technische vernieuwing. Deze koelkast combineert een strak, tijdloos design met praktische functies die het dagelijks leven makkelijker maken. Dankzij het EasyFresh-systeem blijven groenten en fruit langer vers: de ideale luchtvochtigheid in de lade voorkomt uitdroging en zorgt dat smaak en textuur behouden blijven. Dat maakt het apparaat niet alleen zuinig in gebruik, maar helpt ook voedsel langer goed te houden en verspilling te beperken.

©Liebherr

Wie de deur opent, merkt direct de doordachte indeling. Het interieur en de deurvakken zijn over de volledige hoogte verstelbaar, zodat je er moeiteloos alles in kwijt kunt wat koel moet blijven: of dat nu hoge flessen zijn of een brede ovenschotel. Fijn daarbij is dat de glazen draagplateaus tot wel 30 kg kunnen dragen. Daarbij zorgt de heldere LED-plafondverlichting voor een perfect overzicht, zelfs wanneer de koelkast vol is. De bediening verloopt via een intuïtief Touch-display, waarmee je supersnel de temperatuur of functies kunt aanpassen. Bovendien is de IRd 3900 voorbereid op SmartHome-toepassingen (accessoire). Liebherr biedt, na registratie, maar liefst 10 jaar garantie op dit model – dat doe je als merk natuurlijk alleen maar wanneer je helemaal overtuigd bent van je product.

©Liebherr

Waarom gebruikers enthousiast zijn

Die combinatie van slimme technologie en gebruiksgemak is ook precies wat consumenten zo waarderen. Uit tientallen reviews op Kieskeurig.nl blijkt dat gebruikers de IRd 3900 een uitzonderlijk hoge gemiddelde score van 9,1 geven. De koelkast wordt geroemd om zijn stille werking – "Dan zet je hem aan en hoor je nagenoeg niets! Heerlijk stille koelkast!" – en om de praktische indeling die volgens velen "fijn en flexibel" is. Ook wat betreft dagelijks gemak scoort de IRd 3900 hoog. "Door het digitale display makkelijk in te stellen naar de gewenste koeltemperatuur", zegt een van de reviewers. Een ander voegt daar nog aan toe: "Mooie heldere verlichting … Makkelijke display, goed zichtbaar en makkelijk te bedienen." Daarnaast valt op dat veel reviewers de energiezuinigheid en afwerking noemen als pluspunten: het apparaat voelt degelijk aan en doet precies wat het belooft.

©Liebherr

Een optelsom van kwaliteiten

De reden dat de Liebherr IRd 3900 de titel Best Reviewed van het Jaar 2025 heeft gewonnen, ligt dus in de optelsom van al deze kwaliteiten. Hij combineert gedegen techniek met praktische voordelen die in het dagelijks leven écht verschil maken. Of het nu gaat om de versheid van producten, het handige display of het overzichtelijke interieur: deze inbouwkoelkast weet consumenten te overtuigen in alles wat ertoe doet. En dat maakt de Liebherr IRd 3900 niet alleen een technisch sterk product, maar vooral een betrouwbare huisgenoot waar mensen jarenlang plezier van hebben.

Een eerlijk oordeel

Natuurlijk is geen enkel product perfect. Gebruikers op Kieskeurig.nl zijn ook kritisch: sommige kopers vinden de groente- en fruitlade aan de kleine kant of noemen dat er sneller condens kan ontstaan. Een paar mensen geven ook aan dat je even moet wennen aan het instellen via het display, en dat de montage van de deur wat meer aandacht vraagt. Tegelijk zie je waarom dat voor de meeste kopers geen struikelblok is. Ze benadrukken vooral hoe stil de koelkast is, hoe ruim hij aanvoelt en hoe makkelijk je de indeling aanpast aan wat je in huis haalt. Daardoor wegen die minpunten voor veel mensen niet op tegen wat je dagelijks merkt: rust in de keuken, goed overzicht en een indeling die je naar eigen wens kunt aanpassen.

Ontdek alle pluspunten van de Liebherr IRd 3900

Op Kieskeurig.nl