ID.nl logo
Sennheiser IE 600: hifi-oordopjes voor een breder publiek
© Reshift Digital
Huis

Sennheiser IE 600: hifi-oordopjes voor een breder publiek

Eerder lanceerde Sennheiser de IE 300 en IE 900, voor respectievelijk 249 en 1.299 euro. Daar tussenin zit nog een alternatief: de 699 euro kostende IE 600. Dit model moet hifi-opties naar een breder publiek brengen, maar gaat dat ten koste van de audio-ervaring? Lees het in deze Sennheiser IE 600 review.

De Sennheiser IE 600 is in allerlei opzichten een opmerkelijk product. We realiseren ons terdege dat bijna 700 euro betalen voor bedrade oordoppen niet voor iedereen weggelegd is. Dat kan verschillende redenen hebben: je kunt het er niet aan uitgeven of je wíl het er niet aan uitgeven.

Dat neemt niet weg dat Sennheiser met de IE 600 een interessant hifi-product aflevert. Wellicht dat meer mensen via deze oordoppen in aanraking komen met hifi en de mogelijkheden die de high-end producten aan te bieden hebben. Maar wat maakt dit setje nou juist zo interessant?

Speciale behuizing uit de 3d-printer

Uiteraard speelt de audiobeleving de grootste rol. Maar voordat we daar aanbelanden, bespreken we eerst het design en de specificaties. Zo komt de behuizing uit een 3d-printer. Het materiaal dat de audiofabrikant hiervoor gebruikt is ZR01 amorf zirkonium. Dat zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar dit materiaal heeft glasachtige atomaire structuur dat drie keer zo hard en buigbestendig is als hoogwaardig staal. Dit metaal zorgt ervoor dat de oordopjes beschermd zijn tegen roest en gebruikerssporen, waardoor ze “decennialang meegaan”, aldus Sennheiser.

Zo’n claim is natuurlijk niet te controleren binnen een tijdsbestek van enkele weken dagelijks luisteren. Enige context is dus op z’n plek en Sennheiser is niet te beroerd die te geven. Zo gebruikt de Marsrover van NASA, de Noord-Amerikaanse ruimteagentschap, dit materiaal voor haar boorkop. Daardoor hebben we tenminste het vertrouwen dat het wel snor zit met de duurzaamheid en dat de oordoppen niet snel beschadigen. 

De oordoppen voelen overigens ontzettend hard en koud aan, maar zitten desondanks vrij stevig en redelijk comfortabel in je gehoorgang.

©PXimport

Twee soorten kabels

Sennheiser levert genoeg accessoires mee om de IE 600 optimaal te gebruiken. Zo krijg je verschillende oordoppen mee, gemaakt van siliconen of traagschuim. Het is tof om te zien dat de oordoppen MMCX-kabels ondersteunen. Zo kun je de kabels gemakkelijk vervangen, indien nodig. Daarnaast zijn er twee soorten kabels: de 3,5mm-audiojack en de Pentaconn-standaard van 4,4 mm. Je hoeft dus geen genoegen te nemen met het één of ander, als je een bepaalde voorkeur hebt. De kabels bieden de optie aan de oordoppen ongebalanceerd of gebalanceerd aan te sturen.

Audio-experts zijn het erover eens dat een gebalanceerde luisterervaring veel beter is dan een ongebalanceerde. Er zit minder ruis op de lijn, de impedantie is lager en van enige vervorming is weinig sprake. Om er écht optimaal gebruik van te kunnen maken, dien je te investeren in high-end of hifi-hardware. Denk dan aan de juiste muziekspelers of dac’s die je tussen een apparaat en de set oordoppen plaatst. 

Wanneer je hifi-producten als deze Sennheiser overweegt, dan ben je wellicht al voorzien. Is dit echter je eerste keer en wil je meer uit je audio halen, dan komt er een hoop op je af.

©PXimport

Is het de moeite waard?

We richten ons even op de leek; we weten zeker dat de gemiddelde hifi-liefhebber al antwoord heeft op de vraag of investeren in dergelijke producten het waard is of niet. We kunnen nu iets flauws roepen als “het is maar net wat je eruit wil halen”, maar in feite komt het daar wel op neer. Naast goede hardware en een setje oordoppen zoals de Sennheiser IE 600, heb je namelijk ook goede muziekbestanden nodig die in de hoogste resolutie afgespeeld kunnen worden. Je kunt daarvoor een persoonlijke collectie aanmaken of je sluit een abonnement af op een hifi-streamingdienst.

Per oordop biedt Sennheiser één driver aan. In de markt voor hifi-oordoppen waait er al snel een laaiende discussie op over het gebruik van drivers in oordoppen. De één vindt dat een enkele driver moet kunnen, terwijl er ook fabrikanten zijn drie vier tot tien drivers propt in de compacte behuizing. Sennheiser houdt het dus op één driver, de zogenaamd TrueResponse-driver. Die is 7 mm groot, waardoor er genoeg ruimte is voor hogere tonen. 

Lagere tonen zijn van nature iets minder aanwezig, maar de klankkamers in de oordoppen weten het geluid subtiel te versterken waar nodig.

©PXimport

Audio-ervaring van hoog niveau

Oké, genoeg over de specificaties, de behuizing en de onderdelen, hoe klinkt de Sennheiser IE 600? We benoemen het nog één keer: de ervaring hangt sterk af van de hardware die je gebruikt en het soort muziekbestanden dat je afspeelt. Zo zit er bijvoorbeeld – even voor de leek – een gigantisch verschil tussen liedjes luisteren via Spotify en Tidal, via hetzelfde apparaat. Dat komt door het verschil in kwaliteit, maar ook door de oordoppen. Die brengen meestal een relatief neutraal geluid ten gehore, waardoor de audiobeleving grenst aan de ervaring die een artiest voor ogen heeft.

Klinkt nog steeds een beetje vaag. Want hoe klinkt het dan? Nou, ten eerste ontzettend helder. Je hoort fijne details op de achtergrond en de verschillende lagen komen allemaal mooi naar voren, zonder elkaar in de weg te zitten. De bas is niet heel sterk aanwezig, zoals dat bij draadloze consumentenoordoppen wel het geval kan zijn. Maar dat is een duidelijke keuze. 

Het betekent niet dat het basgeluid afwezig is, integendeel. Maar hij is minder hard en dreunt echt niet sterk door, waardoor je over het algemeen – ongeacht het genre – een prettige luisterervaring overhoudt.

©PXimport

Daarmee valt de IE 600 goed tussen de IE 300 en IE 900 in. Daar waar de IE 900 nóg neutraler klinkt en de IE 300 logischerwijs een stuk minder, betaal je hier niet de hoofdprijs voor een sound die heel fijn je oren in walst. De audio klinkt wat warmer in vergelijking met het duurdere model en gaat daarin nooit een grens over. 

Muziek klinkt daardoor altijd levendig en natuurlijk, evenals gecontroleerd en erg precies. De soundstage klinkt daardoor zowel heel breed als intiem. Het maakt daarin niet uit naar welke muziek je luistert; vrijwel alles klinkt mooi met de IE 600 in.

Sennheiser IE 600 – conclusie

700 euro voor een setje oordoppen is een hoop geld. Maar het is geen 1.300 euro, terwijl je wel een flinke hifi-ervaring in huis haalt. Mocht je interesse hebben in dit soort producten en wil je eens ervaren hoe muziek kan klinken door neutralere oordoppen, dan is dit een prettig startpunt wanneer je óók meteen iets nieuws in huis wil halen. 

De Sennheiser IE 600 lijkt het beste van twee werelden samen te brengen: een hifi-muziekbeleving en een relatief lage prijs. Mochten de oordoppen inderdaad “decennialang meegaan”, dan klinkt 700 euro niet als een verkeerde investering. 

Uitstekend
Conclusie

**Adviesprijs** € 699,- **Kleuren** Grijs **Verbinding** Bekabeld **Type kabels** 3,5mm-jack, 4,4mm-Pentaconn (MMCX) **Gewicht** 6 gram **In de doos** Twee soorten kabels, oordoppen, opberghoes, meerdere soorten dopjes **Website** [www.sennheiser.com](https://nl-nl.sennheiser.com/ie-600)

Plus- en minpunten
  • Neutrale(re) sound
  • Twee soorten kabels
  • Meer oordoppen
  • Audiobeleving
  • Duurzame behuizing
  • Prijs
  • Stroeve behuizing
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.