ID.nl logo
Review Repeat Audio Prince - Hoofdtelefoon met een duurzaam verhaal
Huis

Review Repeat Audio Prince - Hoofdtelefoon met een duurzaam verhaal

Wat krijg je als je lego combineert met een koptelefoon? De Repeat Audio Prince. Zonder gekheid, omdat je de Repeat Audio Prince zelf moeiteloos in elkaar zet, is het ook mogelijk deze losse onderdelen te bestellen bij een defect. Hoe de koptelefoon in praktijk bevalt lees je in deze Repeat Audio Prince review.

Uitstekend
Conclusie

Natuurlijk, de Repeat Audio Prince is niet zo sexy als de iPods Max, klinkt niet zo goed als de Sony WH1000-XM5 en is niet zo scherp geprijsd als een JBL Tune. Maar in tegenstelling tot de andere merken biedt Repeat Audio wél een duurzaam verhaal. Bovendien biedt Repeat Audio dit zonder dat je tekortkomt op geluidskwaliteit, afspeelmodi, draagcomfort, accuduur en functies. Sterker nog, Repeat Audio laat zien dat je nog best een stoer ontwerp kunt bieden met een toegankelijk modulair ontwerp.

Plus- en minpunten
  • Gebalanceerd geluid
  • Toegankelijk modulair ontwerp
  • Accuduur
  • Omgevingsgeluidmodus
  • Oorschelp kwam los
  • Geen app
  • Ruisonderdrukking niet heel indrukwekkend

Het avontuur begint wanneer je de doos met de Repeat Audio Prince voorgeschoteld krijgt. Deze rechthoekige verpakking is toch veel te plat om een over-ear koptelefoon in  te plaatsen? Wanneer je de verpakking opent zie je dat de losse onderdelen netjes zijn gepresenteerd, met een handleiding in de binnenzijde van de doos.

Dat is overigens niet iets waar je je door moet laten afschrikken. Kun je aan een knop draaien en een usb-stekkertje aansluiten, dan kun je de koptelefoon binnen enkele minuten in elkaar zetten. Assemblage kan ook niet verkeerd gaan. Daar kwam ik zelf ook achter toen ik de oorschelp op de hoofdband zet. Aanvankelijk deed ik dit ondersteboven, waardoor ik het stekkertje niet kon aansluiten waarmee de oorschelpen verbonden worden. Zo kan er niks verkeerd gaan.

Lees ook: de beste koptelefoons van nu

Kunnen wij het maken?
Nou en of!

Duurzamere koptelefoon

Dat je de koptelefoon eenvoudig in elkaar zet maakt het voor Repeat Audio ook mogelijk de losse onderdelen aan te bieden op de site. Ideaal als je koptelefoon defect raakt, het onderdeel dat niet meer werkt kun je eenvoudig opnieuw bestellen en vervangen.

En daarmee laat Repeat Audio een duurzaam geluid horen. Letterlijk en figuurlijk. En duurzaamheid is juist een gebied waarin veel verbeterd kan worden. Vooral sinds de komst van draadloze in-ears, die door de kleine accuutjes snel slijten en daarna weggegooid kunnen worden omdat deze accu’s onvervangbaar zijn.

Fijn is ook dat Repeat Audio ook voor mooi materiaal kiest voor de koptelefoon. Natuurlijk zijn er plastic onderdelen. Maar de hoofdband en oorkussens beschikken over een leren afwerking, maar ook is er metaal in de afwerking gebruikt. Dat geeft wel een stoere look, zoals Sennheiser dat ook met zijn Momentum 3-koptelefoons laat zien. Net als de Momentum 3-koptelefoon is er wel een minpunt: het ontwerp laat het niet toe om dubbel te vouwen. Ook een draagetui ontbreekt.

Het duurzame geluid komt ook uit een andere hoek: de aanwezigheid van de 3,5 mm jack. Dankzij de audio-aansluiting kun je gewoon muziek blijven luisteren, ook als de accu van je koptelefoon leeg of versleten is.  Of je koptelefoon aansluiten op audio-apparatuur zonder bluetooth. Dit is een gebied waarop bijvoorbeeld FairPhone flink de plank mis slaat als het aankomt op duurzaamheid met de  Fairbuds XL, door zowel de audiopoort als zinnige argumenten achterwege te laten.

Bediening gaat traditioneel met knopjes.
De oorkussens zijn comfortabel.

Repeat Audio Prince: koptelefoon-ontwerp in praktijk

Zoals ik al zei, de koptelefoon is makkelijker in elkaar te zetten dan een simpele legoset. Toch zijner in de bouwkwaliteit kleine verbeterpuntjes. Zo klikt het oorkussen niet vast wanneer je deze aan de oorschelp-speakers draait. Hierdoor kwam het voor dat ik koptelefoon-onderdelen van de grond moest rapen toen ik in aan de kassa van een winkel de koptelefoon even afschoof.

De constructie zorgt er ook voor dat tikbediening op de oorschelp niet tot de mogelijkheden behoort. Jammer, maar begrijpelijk. De bediening gebeurt met knopjes aan de onderzijde van de oorschelpen. Links zijn er naast de usb-c-poort een knop waarmee de koptelefoon aan zet of in pairingmodus zet en een knop waarmee je de ruisonderdrukkings- en transparantiemodus bedient. Rondom de audiopoort van de rechteroorschelp vind je een plus- en minknopje om het geluidsvolume te bedienen. Door een van de knoppen ingedrukt te houden kun je het volgende of vorige nummer afspelen.

Zelfs het voeren van een gesprek is mogelijk met je koptelefoon en muziek op.

-

Zo klinkt de Repeat Audio Prince

De Repeat Audio Prince koptelefoon doet het qua geluidskwaliteit prima. De geluidskwaliteit is vooral gebalanceerd afgesteld, zodat hoge-, midden- en lage tonen elkaar niet overstemmen en alle geluidsdetails hoorbaar blijven. Het maakt de koptelefoon geschikt voor all-round gebruik, van muziek tot podcasts en videochats, want ook de microfoon maakt je goed verstaanbaar.

Luister je graag opzwepende dancemuziek of heb je om andere redenen meer voorkeur voor meer nadruk op een krachtig geluid of basgeluid, dan is deze koptelefoon wat minder geschikt. Een merk als JBL scoort hier beter in. Repeat Audio biedt ook geen app aan, waardoor bijvoorbeeld een equalizer niet voorhanden is om het geluid naar eigen wens af te stemmen. Het benadrukt wel dat Repeat Audio met zijn gebalanceerde afstemming hier een juiste keuze mee heeft gemaakt.

De Repeat Audio Prince gebruikt de aptX-codec voor audio via het bluetooth signaal, dat in staat is geluid in hoge kwaliteit door te geven. Voor Apple-apparaten dat (net als alle andere koptelefoons) AAC.

Er zijn twee luistermodi beschikbaar: ruisonderdrukking en een modus die juist omgevingsgeluid door laat komen. De ruisonderdrukking valt in praktijk wat tegen. Er blijft toch wat omgevingsgeluid doorheen lekken. De modus die juist omgevingsgeluid versterkt werkt ontzettend goed. Je hoort al het omgevingsgeluid, terwijl je nog gewoon je muziek beluistert. Zelfs het voeren van een gesprek is mogelijk met je koptelefoon en muziek op.

Functioneel in orde, ook zonder app

De Repeat Audio Prince biedt met een volle accu ongeveer 35 uur luistertijd. Daarmee scoort de koptelefoon goed. Hiervoor moet de omgevingsgeluidmodus of ruisonderdrukking wel uitgeschakeld zijn. Dat doe je door het ANC-knopje ingedrukt te houden. Staat een van deze afspeelmodi aan, dan heb je ongeveer 30 uur accuduur.

Tevens ondersteunt de koptelefoon bluetooth multipoint, waardoor het mogelijk is om met meerdere apparaten tegelijk te verbinden. Bijvoorbeeld je smartphone en laptop. Handig als je bijvoorbeeld op het ene apparaat muziek luistert en je gebeld wordt op je smartphone. Geluid loopt naadloos over.

Conclusie: Repeat Audio Prince kopen?

Natuurlijk, de Repeat Audio Prince is niet zo sexy als de AirPods Max, klinkt niet zo goed als de Sony WH1000-XM5 en is niet zo scherp geprijsd als een JBL Tune. Maar in tegenstelling tot de andere merken biedt Repeat Audio wél een duurzaam verhaal. Bovendien biedt Repeat Audio dit zonder dat je tekortkomt op geluidskwaliteit, afspeelmodi, draagcomfort, accuduur en functies. Sterker nog, Repeat Audio laat zien dat je nog best een stoer ontwerp kunt bieden met een toegankelijk modulair ontwerp.

Meld je aan voor het Koptelefoonwijzer Eindrapport 2024

Door het invullen van jouw naam en e-mailadres meld je je aan voor ontvangst van de Kieskeurig.nl Koptelefoonwijzer-resultaten. Tevens ben je ingeschreven voor de Kieskeurig.nl nieuwsbrief.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.