ID.nl logo
Review Samsung Galaxy Watch Ultra – Een Apple Watch Ultra voor Android-gebruikers
© ID.nl
Gezond leven

Review Samsung Galaxy Watch Ultra – Een Apple Watch Ultra voor Android-gebruikers

In navolging van eeuwige concurrent Apple verkoopt nu ook Samsung een Ultra-smartwatch. Niet alleen de naam is geleend, ook het ontwerp toont duidelijke overeenkomsten. Opmerkelijk, maar de slimme horloges bijten elkaar niet. Apple's model werkt namelijk alleen met een iPhone en die van Samsung enkel met Android-smartphones. In deze Samsung Galaxy Watch Ultra-review lees je onze bevindingen met de premium smartwatch.

Goed
Conclusie

Het moge duidelijk zijn dat Samsung zich heeft laten inspireren door Apple. Onder de streep is de Samsung Galaxy Watch Ultra gelukkig wel een goede – maar dure – keuze als je een Android-smartphone gebruikt en een heel complete smartwatch zoekt.

Plus- en minpunten
  • Degelijk en op alles voorbereid
  • Accu gaat meerdere dagen mee
  • Slimme software
  • Werkt met alle Android-smartphones
  • Lijkt te veel op Apple Watch Ultra
  • Verschillende smartphone-apps nodig voor één gadget
  • Slaapregistratie soms niet accuraat
  • Werkt niet met de iPhone

Je kunt de Galaxy Watch Ultra kopen in drie kleuren met uiteenlopende bandjes qua kleur en uitstraling. Het horloge heeft ondersteuning voor zowel bluetooth als 4G. Dankzij die 4G-ondersteuning kun je de smartwatch ook zonder gekoppelde smartphone gebruiken, mits je een e-simkaart met aparte databundel aanschaft voor het horloge.

Groot, degelijk ontwerp

"Hé, heb jij nu ook een Apple Watch Ultra?" is een vraag die we in de afgelopen week meermaals gesteld kregen. Op de uitleg dat dit een Samsung-horloge is, volgde steevast het antwoord dat hij dan wel héél erg lijkt op die van Apple. Dat kunnen we niet ontkennen. Wat niet wegneemt dat de smartwatch goed in elkaar zit. De behuizing is stevig en het meegeleverde bandje draagt erg prettig. Het oledscherm oogt kleurrijk en kan erg helder, wat handig is in de buitenlucht. We moesten wel wennen aan een rond scherm in een vierkante behuizing. Aan de rechterkant zitten drie fysieke knoppen om snelle acties te starten.

©Rens Blom

Het horloge is fors om de pols.

Houd er rekening mee dat de Galaxy Watch Ultra een grote en zwarte smartwatche is, grofweg vergelijkbaar met Apple's model. Wat betekent dat hij goed tot zijn recht komt om een bredere pols, maar lomp oogt om een smallere pols.

©Rens Blom

De smartwatch heeft een duidelijk afleesbaar scherm.

Sportiever dan dat jij bent

Van een Ultra-smartwatch mag je heel wat verwachten. Samsung lost die belofte in. De Galaxy Watch Ultra kan tegen extreme temperaturen (-20 tot 55 graden Celsius), is waterdicht tot liefst honderd meter diepte en moet nog steeds werken op een hoogte van 9000 meter boven zeeniveau. De hoogste berg ter wereld tikt 8848 meter aan. Kortom: dit horloge is sportiever dan dat jij bent.

Al onze sportieve activiteiten in Nederland worden in ieder geval netjes en nauwkeurig bijgehouden. Een voorbeeld: bij het meten van onze vaste sportsessie binnen op een circuit komt de Galaxy Watch Ultra bijna op dezelfde statistieken (zoals het aantal verbrande calorieën) uit als de trainingsapparatuur. Die apparatuur is eerder heel nauwkeurig gebleken. De smartwatch noteert overigens een iets kortere trainingstijd, vermoedelijk omdat de trainingsapparatuur rekening houdt met de tijd om tussen de apparaten te wisselen.

©Rens Blom

Van boven naar beneden: het horloge tijdens het sporten, de sportstatistieken van het horloge en vervolgens die van de trainingsapparatuur.

De enige statistiek die de Galaxy Watch Ultra wel eens mis heeft, is onze slaapduur. Op onderstaande schermafbeelding zie je bijvoorbeeld dat het horloge noteert dat we op een avond om 23:20 in bed zijn gaan liggen en 12 minuten later in slaap gevallen zijn. Maar we zijn om 22:00 in bed gaan liggen, hebben het horloge op dat tijdstip ook in de bedmodus gezet (om het scherm op zwart en notificaties op stil te zetten) en zijn gaan slapen. De smartwatch zit er dus ruim een uur naast. De tijd van opstaan klopt wel.

©Rens Blom

Verzamelde statistieken in de smartphone-app komen duidelijk over.

De accu van het horloge gaat bij ons – in de normale modus en met het scherm altijd aan – net geen twee volle dagen mee. Bij zuiniger gebruik, zoals het scherm alleen aan laten springen bij beweging, haal je makkelijk twee dagen, zelfs bijna drie. Een oplaadkabeltje zit in de doos.

©Rens Blom

De Galaxy Watch Ultra laadt niet bijster snel op.

Uitgebreide app

We gaven het in het begin al aan: de Samsung Galaxy Watch Ultra werkt alleen met een Android-smartphone. Dat kan een toestel van Samsung zijn, maar ook een smartphone van een ander merk (met uitzondering van Apple, dat moge duidelijk zijn). Samsung biedt je dus meer keuze, maar maakt je er wel op attent dat het horloge alleen volledig tot zijn recht komt als het gekoppeld is aan een Samsung-smartphone. Alleen dan kun je bijvoorbeeld de snurkdetectie gebruiken, een functie die wij niet gemist hebben.

De smartphone-apps (twee ja) die bij het horloge horen zijn prettig in gebruik en bieden veel mogelijkheden. Wij zijn er erg tevreden over. Zo zijn we in app één blij met de uitgebreide functies om te sleutelen aan wijzerplaten, om tot die ene wijzerplaat te komen die precies doet wat je wilt.

©Rens Blom

Veel functies en visuele elementen van het horloge zijn naar eigen smaak aan te passen.

De gezondheidsinformatie die de Galaxy Watch Ultra overdag en eventueel 's nachts verzamelt, zie je ook helder terug in app nummer twee. De apps werken – zo hebben we ervaren – helemaal naar behoren op een niet-Samsung-smartphone.

Op het horloge zelf is Google Wear OS geïnstalleerd, dat toegang geeft tot bekende apps als WhatsApp, Google Maps en Spotify.

Conclusie: Samsung Galaxy Watch Ultra kopen?

Het moge duidelijk zijn dat Samsung zich bij de ontwikkeling van de Galaxy Watch Ultra sterk heeft laten inspireren door de Apple Watch Ultra. Dat levert een smartwatch op die (te) herkenbaar oogt, maar technisch gelukkig erg goed in elkaar zit. Dit horloge meet alles wat je wilt weten, en dan nog haal je er waarschijnlijk lang niet alles uit. Met die Ultra-naam zit het dus wel goed, zeker aangezien de accu een paar dagen meegaat. Onder de streep is de Samsung Galaxy Watch Ultra gelukkig wel een goede – maar dure – keuze als je een Android-smartphone gebruikt en een heel complete smartwatch zoekt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.