ID.nl logo
Review Polar Ignite 3 - Stijlvol alternatief
Gezond leven

Review Polar Ignite 3 - Stijlvol alternatief

Polar noemt de Ignite 3 een fitness- en wellnesshorloge. Het lijkt vooral geïnspireerd door de Garmin Venu 2-serie, de ook al minder harde serie gps-smartwatches van dat merk. Betekent dit dat de tijd van bikkelhard sporten en zweten ook bij Polar voorbij is en je met de Ignite 3 vooral een heel smaakvolle activiteiten-tracker aan de pols hebt? En is het voor de echte sporter dan nog wel een goede keuze?

Goed
Conclusie

Met de Ignite 3 levert Polar niet zijn beste gps-smartwatch zover af maar wel een opvallende. Het ontwerp, het ongekend lage gewicht en het mooie AMOLED-scherm zullen zeker kopers aanspreken en overtuigen.

Plus- en minpunten
  • Design
  • Gewicht
  • Scherm
  • Polar Flow
  • Maar één knop voor bediening (naast touch)
  • Software
  • Geen multisport
  • Geen navigatie
  • Niet-standaard oplader

Dat Polar met de Ignite innoveert begint al bij de kleuren. Waar zwart en metaalkleuren al jaren het aanbod dicteren is de Ignite 3 in meerdere kleuren beschikbaar en elk met bijpassend gekleurd bandje. Behalve “night black”, gewoon zwart dus, zijn er een zandkleurige behuizing met een grijze band, een paarse behuizing met paarse band en een koperkleurige behuizing met zwarte band.

Voor elk wat wils dus en zeker aantrekkelijk voor wie wel een sportieve smartwatch ambieert maar geen enorm masculien apparaat aan de pols wil hebben. En masculien is de Polar Ignite 3 zeker niet, het is een van de dunste smartwatches ooit! De kunststof behuizing met een subtiel gevormde metalen rand is slechts 9,5 mm dik en weeg ook nog eens slechts 35 gram. Een ongekende prestatie al komt die wel met een nadeel zoals we later zullen zien. Maar het design van de Ignite 3 is erg geslaagd.

Lees ook: Helpt een smartwatch je gezonder te leven?

AMOLED

De Polar Ignite 3 beschikt over een mooi 416 x 416 pixels scherp AMOLED-scherm. Om de batterij te besparen schakelt het kort na elke aanraking of moment dat het horloge opmerkt dat er gekeken wordt, terug in een standaard stand waarop alleen heel licht de klok en de wijzers te zien zijn. Geen always-on dus maar prima voor het dagelijks gebruik.

Polar weet hiermee een accuduur te bereiken van 100 uur bij normaal gebruik en 30 uur training. Officieel is na vijf dagen de Ignite 3 helemaal leeg en moet opgeladen worden, verstandiger is dit al een dag eerder te doen. Opvallend detail, de oplaadkabel van de Ignite 3 heeft weer een andere connector en ook weer anders dus dan van de recent geteste Polar-modellen zoals de Pacer Pro en Vantage V2. De nieuwe connector is kleiner en trefzekerder dan die van de genoemde modellen, maar dat kon ook al snel. Deze hele industrie zit op draadloos opladen te wachten, wie durft?!

Interface loopt achter

Helaas zet  de frisse opmaak van de buitenkant zich niet binnen de Ignite door. Hier biedt de Ignite 3 dezelfde interface als op alle andere Polar-smartwatches en die interface begint steeds meer te knellen. Het is niet strak, het is vaak niet mooi en het is soms ook ronduit onduidelijk. En dat is extra lastig omdat de Ignite maar één fysieke knop heeft en de bediening dus vooral via het aanraakscherm gebeurt. En swipen is veel meer dan bediening via knoppen afhankelijk van een goede en duidelijke interface. Bij knoppen weet je als gebruiker na enige tijd de voor jou belangrijkste combinaties ongezien uit te voeren en heb je bovendien de haptische feedback als bevestiging. Bij bediening via aanraken ontbreekt iedere merkbare feedback van het apparaat waardoor dit minder efficiënt en ook minder trefzeker is. In de testperiode mist we hierdoor de registratie van twee trainingen. Wel alles geveegd en gedrukt op het scherm, maar niet goed opgepakt door de Ignite 3.

Waar dat aan ligt blijft gissen. Hoewel Polar aangeeft een snellere processor te gebruiken in de Ignite, heel snappy reageert het apparaat niet altijd. Ook wat deze prestaties betreft kan de Polar software dus wel een makeover gebruiken.

Sport en wellness

 De Ignite 3 biedt zoals elk horloge van dit merk een veelheid aan opties voor sport-, wellness- en ook activiteittracking. Dat gaat van het aantal trappen en stappen per dag, via registratie van de slaap gedurende de nacht, ademhalingsoefeningen, naar specifieke registraties van route, snelheid en hartslag bij sportieve prestaties.

Het aantal ondersteunde sporten is groot en omvat zowel binnen- als buitensport maar multisporten ontbreken. Polar biedt een aantal aanvullende analyses zoals van nachtelijk herstel, trainings- en voedingsadviezen en de mogelijkheid voor specifieke doelen zoals een halve of hele marathon te trainen. Een stap vooruit is de introductie van Voice Guidance. Deze biedt gesproken Nederlandstalige feedback tijdens het sporten en soms ook bij de bediening van het horloge. Denk hierbij aan het starten en stoppen van een training, maar ook de afstand, een gemiddelde snelheid of het binnen of buiten een hartslagzone trainen. Hiervoor is het wel nodig dat de Ignite een verbinding met een smartphone heeft. De Ignite heeft immers zelf geen luidspreker en evenmin is het mogelijk een headset direct op de smartwatch aan te sluiten.

Matige GPS, geen navigatie

Er is echter ook een flinke tegenvaller bij de Ignite 3 en dat is nota bene de GPS. Hoewel Polar een nieuwe chip gebruikt die naast GPS ook Glonas, Galileo en andere positiesystemen ondersteunt, is deze onvoldoende nauwkeurig. Bij registratie door meerdere GPS-apparaten tegelijk is er altijd verschil tussen de apparaten maar de afwijking die de Ignite 3 soms laat zien is te groot en te vaak. Hopelijk is het een softwareprobleem dat zich laat oplossen maar het kan ook de prijs zijn die op dit moment nog betaald moet worden om tot een zo dun en lichtgewicht smartwatch te komen. Hoewel het geen relatie zal hebben met de matige GPS, ook kaarten en navigatie ontbreken op de Ignite 3. Via FitSpark biedt Polar dagelijks kant-en-klare trainingsadviezen afgestemd op de conditie, eerdere trainingen en het herstel tijdens de nacht.

Polar Flow blijft een van de beste

De synchronisatie van geplande en voltooide trainingen evenals spontane fietstochtjes of wandelingen, gebeurt via Polar Flow. Dit is de combinatie van een website en apps voor iOS en Android zoals eigenlijk alle merken sporthorloges die inmiddels wel biedt. Door regelmatig het gps-sporthorloge met de smartphone te verbinden blijven alle gegeven gesynchroniseerd en kun je bijvoorbeeld een training plannen. Flow is en blijft een prima onderdeel van het aanbod van Polar dat de koper van een van haar sporthorloges bovendien onbeperkt gratis kan gebruiken.

Conclusie: Polar Ignite 3 kopen?

Met de Ignite 3 levert Polar niet zijn beste gps-smartwatch zover af maar wel een opvallende. Het ontwerp, het ongekend lage gewicht en het mooie AMOLED-scherm zullen zeker kopers aanspreken en overtuigen. Zolang zij voldoende hebben aan een gps-sporthorloge dat vooral leuke statistiekjes en inzichten oplevert zoals het aantal stappen dat je zet per dag en het aantal calorieën dat je verbruikt, zal ook niemand teleurgesteld zijn.

Voor echte duursporters of iedereen die zich echte sportieve doelstellingen heeft gesteld, is de Ignite 3 niet de goede keuze. Voor hen is een horloge met vijf knoppen voor de bediening, net even snellere software en vooral een nauwkeurigere GPS te belangrijk. Met Polar Flow en nieuwe functies zoals SleepWise blijft Polar innoveren en biedt het samen met de apps en websites een zeer goede aanvulling op de functionaliteit van de Ignite 3.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.