ID.nl logo
Review Apple Watch Series 10 review – Niet de gehoopte revolutie
© Bastiaan Vroegop
Gezond leven

Review Apple Watch Series 10 review – Niet de gehoopte revolutie

Toen Apple de iPhone X uitbracht, ging dat gepaard met een grootse stap voorwaarts. De verwachtingen voor de tiende Apple Watch lagen daarom hoog, vooral toen er geruchten opdoken over een compleet nieuw ontwerp. De werkelijkheid blijkt uiteindelijk minder revolutionair: dit is hetzelfde horloge dat we al jaren kennen, maar dan groter, dunner en met vooral één belangrijke nieuwe functie.

Uitstekend
Conclusie

De Apple Watch Series 10 is een bescheiden upgrade van een horloge. Enerzijds is dat jammer, want de Apple Watch kan wel een keer een echt grote opschudding gebruiken. Aan de andere kant is het gewoon weer een prima horloge.

Plus- en minpunten
  • Nog steeds een prima smartwatch
  • Groter scherm toont iets meer info bij workouts
  • Detectie van slaapapneu is veelbelovend
  • Verder een conservatieve upgrade
  • Geen zichtbare verbeteringen qua accuduur

De Apple Watch is qua design misschien wel Apples meest eenduidige apparaat ooit. Al sinds de eerste editie in 2014 heeft het horloge hetzelfde ontwerp, met zijn gebolde zijkanten en zwarte, vierkante oled-scherm in het midden. Ja, de smartwatch heeft met de jaren kleinere randen en een groter display gekregen, maar jaar op jaar waren het kleine aanpassingen op basis van het jaar ervoor.

Bij de presentatie van de Series 10 sprak Apple over een 'compleet nieuw design', maar eigenlijk herhaalt het bedrijf hier zijn strategie van de afgelopen tien jaar. Het enige echt grote verschil zit eigenlijk in de omvang. Het scherm is qua grootte nu vergelijkbaar met de Apple Watch Ultra, waardoor je meer informatie kunt aflezen. Bij dagelijks gebruik merkten we daar alleen wat van in de Workout-app, die tijdens het sporten één regel aan extra informatie laat zien.

Daarnaast kun je ook het ingebouwde toetsenbord beter bedienen op het schermpje, hoewel je daar beperkt bent tot de Engelse taaloptie. Apple gebruikt een vorm van AI om te voorspellen wat je schrijft en om foutieve inputs te voorkomen, iets dat in het Nederlands nog niet werkt.

©Bastiaan Vroegop

Dunner, maar toch lomp

Het horloge is ook dunner. Ergens is dat logisch: techbedrijven zoals Apple proberen continu hun gadgets dunner en compacter te maken. Maar in combinatie met het nu grotere display voelt het ook wat vreemd. Een dun horloge voelt logisch in een minimalistisch ontwerp, maar deze Watch is naast dun op een andere manier weer veel groter geworden. Onder de streep voelt het horloge ondanks zijn beperkte dikte hierdoor wat lomp aan.

Het ingebouwde scherm gebruikt een nieuw type oled-scherm dat beter vanuit zijwaartse hoeken afgelezen kan worden - iets dat bij dagelijks gebruik werkelijk een meerwaarde heeft. Het is makkelijker om vanuit je ooghoek een binnenkomend berichtje te lezen, zonder dat je daar het horloge helemaal jouw kant op moet draaien. Ook is de tijd vanuit meer hoeken beter leesbaar, iets dat toch wel essentieel voelt op een horloge.

De smartwatch heeft nieuwe wijzerplaten om gebruik te maken van het grotere scherm, waarbij cijfers en foto's zo breed mogelijk worden afgebeeld om nadruk te leggen op de dunnere schermranden. De nieuwe wijzerplaat Reflecties beweegt zijn achtergrond mee met de bewegingen van je pols, waardoor het lijkt alsof je naar een glinsterend analoog horloge kijkt. Erg trippy.

©Bastiaan Vroegop

Slaapapneu

En dan is er de belangrijkste nieuwe gezondheidsfunctie: de herkenning van slaapapneu. Sensoren in de Apple Watch Series 10 kunnen via een algoritme detecteren of je tijdens je nachtrust symptomen van slaapapneu hebt en wellicht even met de huisarts moet afspreken. Tijdens de presentatie benadrukte Apple het belang hiervan: het gros van de getroffenen zou namelijk helemaal niet weten van hun apneu-problemen, omdat het tijdens het slapen gebeurt. Door een horloge te dragen zou je weleens kunnen ontdekken of jij één van deze onwetende getroffenen bent.

Of dat goed werkt is lastig testen zonder zelf toevallig slaapapneu te hebben, wat niet het geval was. Wel kunnen we benadrukken dat de snellere oplaadtijd het makkelijker maakt om het horloge 's nachts te dragen. Apple belooft tachtig procent lading na een kwartier op de oplader, wat ook ruwweg aansluit op onze ervaringen. We lieten het horloge tijdens het douchen en aankleden opladen, waarna er weer voor zo'n 24 uur aan accutijd in zat. Door even snel op te laden red je het dus al snel tot de volgende dag.

©Bastiaan Vroegop

Keuzestress

Daar komt bij dat de Series 10 de line-up ietwat vertroebelt. Vroeger was de keuze snel gemaakt: je haalde een Apple Watch SE als je een budgetmodel zocht en een Series als je een middenmoter wilde, of je investeerde in een Ultra bij gebruik van extreme sporten. Daarbij was de SE de kleinste en de Ultra het grootste model.

Het scherm van de Series 10 is echter pakweg net zo groot als bij de Ultra 2. Daarnaast kun je het nieuwe horloge ook kopen met een titanium-behuizing, waarbij de prijs omhoogschiet van 449 naar 799 euro – slechts honderd euro goedkoper dan de Ultra 2. Ga je dan voor het wat lompere Ultra-ontwerp met een langere accuduur en extra actieknop, of toch voor de dunnere Series 10? de keuze is lastiger dan voorheen.

©Bastiaan Vroegop

Conclusie

De Series 10 is een wat timide update voor de Apple Watch geworden. Het horloge is iets groter en dunner, maar in grote lijnen ruwweg hetzelfde als zijn voorgangers. De detectie van slaapapneu is veelbelovend, maar het is tegelijkertijd een erg specifieke functie waar je niet direct een horloge voor zult kopen. Wij zouden de Series 10 alleen halen als je echt toe bent aan een nieuwe smartwatch en binnen het ecosysteem van Apple wilt blijven.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard
Huis

Gerucht: Nexon werkt aan Starcraft-shooter voor Blizzard

Het Zuid-Koreaanse zou een shooter gebaseerd op Starcraft in ontwikkeling hebben voor IP-eigenaar Blizzard.

Dat claimt The Korean Economic Daily. Een team binnen Nexon dat gespecialiseerd is in shooters zou zich op dit moment volledig richten op de nog onaangekondigde game. De ontwikkeling zou nog niet lang geleden zijn gestart, en dus zou de shooter nog lang op zich laten wachten.

Verdere details zijn er nog niet, behalve dat Choi Jun-ho ook bij het project betrokken zou zijn. Hij maakte eerder de populaire Shinppu-mapmod voor Starcraft.

Starcraft

Er gaan al langer geruchten over een shooter gebaseerd op Starcraft. Vorig jaar meldde Bloomberg-journalist Jason Schreier al in zijn boek 'Play Nice: The Rise, Fall and Future of Blizzard Entertainment' dat Blizzard aan een shooter zou werken. Volgens Schreier is de shooter van Nexon echter niet gerelateerd aan de shooter van Blizzard - het zouden om twee afzonderlijke projecten gaan.

De Starcraft-reeks bestaat uit real-time strategygames. De eerste verscheen in 1998, en een vervolg kwam in 2010 uit. Blizzard heeft al vaker geprobeerd shooters gebaseerd op de Starcraft-franchise te maken, maar die werden vooralsnog altijd geannuleerd.

Mogelijke onthulling op Blizzcon

Voor het eerst in enkele jaren organiseert Blizzard op 12 en 13 december de Amerikaanse beurs Blizzcon, waar alles rondom de uitgever wordt gevierd. Het is mogelijk dat één van de hierboven genoemde shooters daar wordt onthuld.

▼ Volgende artikel
Review: Mario Tennis Fever is een leuke set
Huis

Review: Mario Tennis Fever is een leuke set

Je vraagt je bij elke Mario-sportgame toch weer af: bereikt het de highs van die oeroude Game Boy-games van Camelot, zoals Mario Tennis en Mario Golf)? Het antwoord is, wat mij betreft, steevast  ‘nee’. Maar tussen ‘perfect’ en ‘niet perfect’ zit nog altijd een breed spectrum aan kwaliteit. En Fever? Die nestelt zich moeiteloos aan de betere kant van dat spectrum.

De drie toernooien die deze game rijk is, daar ben je een uurtje zoet mee. Waarschijnlijk zonder een set te verliezen. De Adventure Mode? Een paar uurtjes meer dan dat, en hoewel ook die nergens uitdagend wordt vertelt het wel een vermakelijk verhaal over Mario en Luigi die als baby’s hun tennis-skills moeten oppoetsen vanwege… bijzondere redenen.

Er zijn ook drie Challenge Towers met allerlei unieke uitdagingen die eventjes vermaken. In mix-up vinden we tennis, maar dan met regels en omstandigheden die alleen het Mushroom Kingdom kan bieden, en dat was het wel zo’n beetje. Wie Mario Tennis Fever alleen speelt is een weekend zoet en heeft zich prima vermaakt. Maar sportgames zijn er, natuurlijk, om je competitieve aard los te laten op vrienden, familie, kroost of online uitdagers.

Leuk

Daarom wil ik het ook niet al te uitgebreid over die singleplayermodi hebben. Ja, Nintendo heeft z’n best gedaan. Ja, er is weinig aan te merken op de minigames en kleine tussenscènes die de Tennis Academy te bieden heeft en de ontwikkelaars verdienen het dat het hier even aangestipt wordt. Nooit sla je stijl achterover van briljante ideeën of concepten, en er wordt geen druppeltje zweet gemorst van de spanning. Maar ‘leuk’ is eigenlijk een perfect, allesomvattend begrip om deze kant van de game te omschrijven.

De echte graadmeter echter, is de kern van de gameplay. Hoe speelt het? Hoe diep gaat het? Hoeveel personages, gekke rackets en super-power-mega-skillmoves zijn er in dit pakketje gepropt en hoe verhouden die zich tot elkaar? Na mening middag ballen overslaan of in dubbelspel terugslaan met mijn zoontje van 9, zijn we eruit: Mario Tennis Fever heeft ontzettend lekkere gameplay.

Content is king

Content is in de eerste instantie de name of the game. Er zitten bijna veertig personages in de game, meer dan een dozijn verschillende banen en de hoofdattractie is de aanwezigheid van tientallen Fever-rackets, die elk hun eigen unieke skill met zich meebrengen. De bananentros die Donkey Kong een ‘racket’ noemt strooit bananen over de baan, met het vulkaanracket plopt er een (je raadt het nooit) vulkaan op uit de baan en het Thwomb-racket zorgt ervoor dat het iconische stenen blok uit de Mario-serie plots uit de lucht valt – hopelijk op een tegenstander. Een zogeheten Fever-shot is verder ook geen hogere wiskunde. Om de zoveel tijd is je metertje vol en ram je dat ding over de baan heen.

Extra fijn is dat het gros van dit alles vrij te spelen is waar je maar wil. Laat je de singleplayermodi links liggen en speel je gewoon wat potjes tegen elkaar? Geen probleem, om de zoveel potten krijg je een nieuw racket, personage, of kleurtjes voor je favoriete tennissers.  

Watch on YouTube

Plak er een voldoende op

Enfin, tot zover de uitleg en alles wat hier te vinden is. Leuk spelletje, plak er een voldoende op en klaar, toch? Nou nee, want hoewel alles hierboven zijn eigen rol speelt, zijn het de diepere lagen daaronder die Mario Tennis  Fever tot grotere hoogten dan ‘plak er even een voldoende op’ stuwen. Al die personages? Die beschikken over hun eigen stats en eigenaardigheden. Wario laadt z’n powershots razendsnel op, Bowser Jr. legt veel meer precisie in z’n topspincurve dan anderen en Shy Guy slaat zijn topspins zonder gehinderd te worden door zijn positie op de baan.

En die banen? Die hebben elk hun eigen ondergrond, waar ballen anders op stuiteren en doorschieten, terwijl spelers zelf ook sneller of minder snel zijn, gebaseerd op het gras of het hardcourt waar ze op spelen. Die Fever-rackets? Oprecht allemaal een andere smaak. Ook daar merk dat extra stukje diepgang waar een wat luiere Mario-sportgame niet aan zou denken: wanneer je een Fever-shot terugslaat vóórdat op jouw zijde van het net landt, kun je met een stuit op de helft van de tegenstander zomaar eens het bijbehorende effect teruggeven. Prettig vervelend als je denkt die koter een modderplas op zijn helft te bezorgen, om ‘m vervolgens zelf om je oren te krijgen als hij de bal vakkundig over je heen lobt en ‘ie alsnog op jouw achterveld terecht komt. Een (modder)koekje van eigen deeg noemen ze dat geloof ik.

Mario Tennis Fever

Slide
Slide
Slide
Slide

Geen Lego, wel Duplo

Al die extra aandachtspuntjes en omstandigheden zijn ook nog eens gebouwd op een fundering van onkreukbare basisgameplay. Topspins, slices, curveballen, lobs en powershots: alles wat je van een tennisgame mag verwachten zit erin. De grote maar is alleen: het gebeurt allemaal zonder de nuance van een échte topgame. Vergelijk het een beetje met Lego en Duplo. Zelfde principe, zelfde soort blokken, maar iets vets bouwen met Lego hit net even anders dan iets vets bouwen met die grote Duplo-blokken. Zo verhoudt deze game zich ook tot de toppers uit het tennisgenre, zoals Virtua Tennis en Topspin. Is veelgevraagd, ik weet het, maar het is wel het verschil tussen goed of geweldig. En Mario Tennis Fever eindigt in het eerste kamp.

Is mijn zoontje naar school, dan heb ik namelijk geen enkele reden om Mario Tennis Fever verder te spelen. Zoals gezegd is al die singleplayercontent niet meer dan ‘even leuk’. En computergestuurde tegenstanders geven zelfs op het hoogste niveau nooit écht tegengas. Bovendien zijn de personages net te groot voor deze banen om het volgende niveau van verfijning te bereiken. Top, zo’n lob. Maar vanwege de dus relatief kleine banen blijft het geen zekerheidje dat je iemand ermee verschalkt die tegen het net aan staat. Aanzienlijke kans dat ie gewoon op tijd de achterlijn haalt, als ie ook maar een klein beetje inzicht heeft. Het zorgt ervoor dat Mario Tennis Fever een absoluut geslaagde game is, met heerlijke multiplayer. Maar wie de eindeloze diepgang en speeluren van, bijvoorbeeld, een Mario Kart World hier zoekt, staat sneller dan gewenst buitenspel. Oh wacht, verkeerd sport…

Mario Tennis Fever is vanaf 11 februari beschikbaar voor Nintendo Switch 2.

Goed
Conclusie

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Plus- en minpunten
  • Flinke hoeveelheid content en modi
  • Sterke basisgameplay
  • Uiteenlopende Fever-rackets
  • Nog altijd sterke multiplayer
  • Daagt je nooit écht uit
  • Diepgang niet eindeloos