ID.nl logo
Hamsteréééén! Met deze indeling benut je elke centimeter van de voorraadkast
© 2020 Erin Cadigan Photography
Gezond leven

Hamsteréééén! Met deze indeling benut je elke centimeter van de voorraadkast

Denk jij in de supermarkt ook altijd dat de rijst op is, om er thuis vervolgens achter te komen dat je nog drie ongeopende pakken hebt staan? Dan zit jouw voorraadkast waarschijnlijk tot de nok vol, zelfs als je een trapkast of kelder tot je beschikking hebt. Nog lang niet uitgehamsterd? Dan kun je er met een handige indeling nog veel meer in de voorraadkast kwijt.

Dit artikel in het kort: Zo organiseer je een voorraadkast | Aan de slag met vocht | Ongedierte in de trapkast of kelder bestrijden

Ook interessant voor jou: Met deze schoonmaakroutine ga je als een speer door het huis

Meten = weten

Alles uit de ruimte halen? Dan is het handig om alles ook echt letterlijk uit de ruimte te halen. Alle planken leeg, de vloer uitmesten en bij ieder hoekje en gaatje kunnen. Pas dan weet je hoeveel vierkante meter je tot je beschikking hebt en hoeveel plek er nog onder de laagste traptreden zit. Is de voorraadkast redelijk rechttoe-rechtaan, dan kun je met standaard stellingkasten meestal goed uit de voeten, maar zit je met schuine wanden? Dan is het slimmer om met een uitbreidbaar planken- of kastensysteem te werken. Kasten op maat zijn het meest ideaal, maar wel wat prijziger.

  • Wil je aan beide kanten van de kelder of trapkast planken hebben, pas dan wel op dan je er zelf ook nog bij kunt. Ideaal is een tussenruimte van 70 centimeter, zodat je kunt bukken zonder dat je klem komt te zitten.

  • Let bij de indeling van de stellingkasten op de ruimte tussen de planken, ze hoeven natuurlijk niet allemaal dezelfde hoogte te hebben. Door te variëren kun je er bijvoorbeeld ook een wijnrek of doos met kerstspullen kwijt.

©Indievive Weddings

Ruimtebesparend en goed georganiseerd: giet pasta en ander voedsel over in glazen potten. Zo zie je ook goed hoeveel je er nog van op voorraad hebt.

7 tips voor het organiseren van de voorraadkast

  1. Deel de planken van de voorraadkast zó in dat de spullen die je vaak gebruikt, vooraan staan.

  2. Haal ingrediënten zoveel mogelijk uit de verpakking, dit scheelt ook weer ruimte.

  3. Maak gebruik van grote glazen voorraadpotten voor rijst, pasta en havermout en noteer met een uitwisbare stift de inhoud. Zo kun je er met gemak meerdere verpakkingen in kwijt en het staat ook nog leuk.

  4. Krijgen knutselspullen, verjaardagsslingers en de kerstversiering ook een plekje in de kast? Stop deze dan in transparante opbergboxen zodat je meteen vindt wat je zoekt en de voorraadkast opgeruimd en overzichtelijk is ( en blijft!).

  5. Komen de strijkplank en stofzuiger ook in de voorraadkast of kelder te staan, dan is het handig om hiervoor een plekje tegen de muur vrij te houden. Hang de strijkplank hoog op aan beugels op de muur of aan de binnenkant van de deur en kijk of de stofzuiger net onder die laatste trede van de trap past.

  6. Aan de deur kun je ook je voorraad boodschappentassen kwijt of die paraplu waar je altijd naar misgrijpt.

  7. Het scheiden van afval leidt in veel kelders en trapkasten tot een chaos. Reserveer daarom op de planken ruimte voor een krat of opbergbak voor plastic, papier en glas. Zo kun je eenvoudig sorteren en blijft het toch uit het zicht.

Vocht en geurtjes in de kast of kelder

In een voorraadkast of kelder zitten maar zelden ramen of ventilatieroosters, dus het gevaar van vocht en bijkomende geurtjes ligt wel op de loer. Bovendien zijn schimmels dol op donkere, vochtige ruimtes. Niet gezond en niet goed voor je boodschappenvoorraad en andere opgeslagen spullen.

Probeer daarom regelmatig de deur even open te zetten en plaats ventilatieroosters in de deur en eventueel in de muren naar buiten. Een kelderraam op een hogere plek in de muur is ook effectief. Naast deze natuurlijke ventilatie, is extra mechanische ventilatie ook slim. In een niet al te grote kelder is een mobiele ontvochtiger ideaal, omdat je deze kunt verplaatsen naar de meest vochtige plekken. Gaat het om een grotere kelder met veel vocht, dan is het slim om een specialist om advies te vragen.

©Shaiith - stock.adobe.com

Muizen zijn dol op voedselresten, let hier dus goed op.

Ongedierte in de voorraadkast

De combinatie van vocht en jouw lekkere eten maakt de voorraadkast dé place to be voor muizen en zelfs ratten. Ieeeuw! Zie je tussen de voorraadpotten en pakken pasta kleine, donkere uitwerpselen, dan weet je dat je strijd aan zult moeten gaan met het ongedierte. Bij voorkeur door zo lief mogelijk voor de dieren te blijven natuurlijk, maar wel met een permanent resultaat. Een aantal tips:

  • Muizen komen vooral af op eten. Sluit verpakkingen en voorraadpotten dus goed af. Ze zijn ook dol op dierenvoer zoals hondenbrokken en vogelvoer. Giet deze over in afsluitbare bewaardozen. En vergeet niet regelmatig de voorraadkast te stofzuigen.

  • Check de kelder of voorraadkast op kieren, spleten en gaten, hoe klein ook: muizen kunnen zich al door een gaatje van een halve centimeter wurmen.

  • Muizen zijn niet dol op katten, alleen al van de geur nemen ze het hazenpad. Geen kat in huis? Dan zou je er eentje kunnen laten logeren bij jou thuis, een maand is genoeg om de geur door het huis te verspreiden.

  • Er zijn speciale stekkers die een ultrasoon geluid of elektromagnetische golven verspreiden, maar deze werken alleen in een kleinere ruimte. Heb je alleen in de kelder of trapkast last, dan valt het zeker te proberen.

  • Een wat effectievere manier is het zetten van een muizenval; je kunt kiezen voor een dodelijke en niet-dodelijke variant. Gebruik bij de eerste variant alleen een val die meteen dodelijk is en gebruik geen lijmplankjes. Leg iets lekkers voor de muis in de val (ze zijn gek op pindakaas, chocoladepasta en havermout)

  • Heb je te maken met een heuse muizenplaag of heb je het idee dat je met ratten te maken hebt? Dan is het zinvol om ongediertebestrijding in te schakelen.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.