ID.nl logo
Zijn sextoys veilig? Wat als je allergisch bent?
© RESHETNIKOV MIKHAIL
Gezond leven

Zijn sextoys veilig? Wat als je allergisch bent?

Vibrators, dildo's, geisha-balletjes en andere sextoys: ben je op zoek naar wat spannends, dan heb je heel veel keus. Maar niet elk speeltje is even veilig - en dan hebben we het niet over verkeerd gebruik en verkeerde plekken, zeg maar. In dit artikel kijken we vooral naar de materialen die gebruikt worden voor de productie van sextoys. Hoe kom je erachter of het speeltje dat jij wilt gebruiken, niet schadelijk is voor je lichaam?

Na het lezen van dit artikel weet je:

  • Meer over de wet- en regelgeving rondom seksspeeltjes
  • Hoe je kunt controleren of een seksspeeltje veilig is
  • Of je sekstoys kunt gebruiken als je allergisch bent Wil je liever meer weten over de kwaliteit van sekstoys? Lees dan ons artikel over het verschil tussen goedkope en duurdere seksspeeltjes.

We vallen meteen met de deur in huis: zijn sekstoys veilig? In principe niet. Dat wil zeggen: er is geen wet- en regelgeving op seksspeeltjes: deze industrie is niet gereguleerd. Hoewel er hier en daar wel wat keurmerken zijn en sinds enige tijd ‘zelfs’ een ISO-norm (3533), is er geen verplichting voor bedrijven om dit ook te organiseren. Het komt erop neer dat iedereen een seksspeeltje kan maken en daar eigenlijk allerlei materialen voor kan gebruiken, ook als die schadelijk zijn voor het lichaam. Denk daarbij bijvoorbeeld aan PVC. Dit materiaal zit vol met weekmakers die gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Klinkt niet echt als iets dat je juist op die gevoelige plekken wilt gebruiken.

Poreuze materialen

Ook kan het gebruik van poreuze materialen een probleem zijn: deze bevatten minieme gaatjes waar allerlei viezigheid in kan gaan zitten die je er bij het schoonmaken niet helemaal uitkrijgt, waardoor het een voedingsbodem kan worden voor bacteriën en andere narigheid.

Er zijn wel lichaamsveilige sekstoys, maar daarvoor moet je wel goed zoeken. Elke fabrikant kan wel zeggen dat hij of zij een ‘body safe’ sekstoy maakt, maar: niemand checkt dus of die claim wel klopt. Wat je wél kunt doen om ervoor te zorgen dat je een zo veilig mogelijke toy koopt, is goed kijken naar waarvan het gemaakt is. Zoek naar materialen die veilig zijn. Alleen silicone is niet genoeg: je hebt een sextoy met ‘medical grade silicone’ nodig. En dan ook nog 100 procent: het mag geen mix zijn met andere silicone (wat wel veel voorkomt). Verderop gaan we hier wat dieper op in.

©pixel-shot.com (Leonid Yastremskiy)

Materialen die je moet vermijden

Vermijd toys die gemaakt zijn met ftalaten (phthalates in het Engels). Andere materialen om voor op te passen zijn: PVC, vinyl, TPE, TPR, latex, elastomer, Sil-a-gel, jelly, rubber en thermoplastic. De zojuist genoemde materialen kunnen zorgen voor problemen met je hormoonhuishouding, met je voortplantingsorganen, bacteriële infecties, misselijkheid, huidirritaties en zelfs verschillende vormen van kanker.

Lees ook: Van steen tot siliconen: hiervan werden en worden sextoys gemaakt


💡 Laat je niet misleiden door sekstoys die aangeven dat er geen parabenen of ftalaten in het product zitten, want dit betekent niet dat er geen andere, schadelijke materialen in het speeltje voorkomen!


Materialen die wél kunnen

Het klinkt alsof er niks meer kan, maar dat valt mee: roestvrijstaal, glas, keramiek, hout en ABS-plastic zijn naast het medical grade silicone veilige materialen. Deze materialen bevatten geen weekmakers, laten geen narigheid achter in het lichaam en zijn niet poreus, waardoor je ze echt goed kunt schoonmaken. Daarnaast is ook de hygiëne belangrijk: zorg dat je glijmiddel kiest dat veilig is en kan worden gebruikt in combinatie van het materiaal waarvan je sekstoy is gemaakt (vooral watergebaseerde glijmiddelen zijn veilig), maar zorg ook dat je elk speeltje na elk gebruik grondig schoonmaakt met water en milde zeep.

Kun je op een sekstoy helemaal niet vinden waarvan hij is gemaakt, dan kun je waarschijnlijk beter elders shoppen. Twijfel je, dan kun je het altijd aan de fabrikant of verkoper zelf vragen. Shoppen naar body safe-producten zorgt ervoor dat je straks een mooie collectie seksspeeltjes hebt die geen vage geurtjes hebben, die je goed kunt schoonmaken, die lang meegaan en vooral: die je niet ziek kunnen maken of op andere manieren zorgen voor ongemakken. 

Allergisch Misschien ben je allergisch voor bepaalde materialen. Rubber is een materiaal waarvan bekend is dat het voor veel allergische reacties zorgt. Latex is een ander voorbeeld: niet iedereen reageert daar even goed op. Over het algemeen geven medical grade silicone en borosilicaat glas geen allergische reacties, dus kun je daar het beste voor kiezen. Het allerbelangrijkste is echter om goed naar je lijf te luisteren. Kies een veilig materiaal, maar houd ook in de gaten of je je er echt goed bij blijft voelen. Overigens kun je ook allergische reacties hebben op bijvoorbeeld glijmiddel: sommige varianten bevatten kokosolie of amandelolie, of stoffen die zaaddodend zijn, maar ook zeer chemisch. Ben je op zoek naar condooms zonder latex, dan kun je kiezen voor varianten met polyurethaan. 

©pixel-shot.com (Leonid Yastremskiy)

Veilige sekstoys zoeken

Twijfel je nog steeds, dan kun je zelf ook wat extra onderzoek doen om te kijken met wat voor toy je te maken hebt (dank Konfettie.eu): lees goed wat er op de verpakking staat, ruik eraan (ruikt het plastic-achtig, dan kun je het beter links laten liggen), knijp in het silicone en kijk of het niet wit uitslaat. De ultieme test (maar dat zul je in de praktijk eigenlijk nooit doen) is het product in brand steken: hierbij zal je merken dat goed silicone wel verbrandt, maar niet smelt. Er zijn ook websites die je kunnen helpen. Dangerous Lily, test sekstoys op onveilige materialen. Je kunt ook eventueel websites gebruiken die body safety hoog in het vaandel hebben staan en een soort curator zijn van sekstoys, zoals Self Studies. Helaas is het op de vele bekende online sekswarenhuizen zoals Easytoys en Pabo niet gezegd dat de speeltjes allemaal body safe zijn.

Het is jammer dat het zo’n oerwoud is waar je je doorheen moet banen, op zoek naar een geschikte sekstoy. Tegelijkertijd weet je zo wel dat de kans groter is dat je duurzaam kiest, waardoor je dat oerwoud om in te duiken weer een tijdje kunt uitstellen: tenzij je natuurlijk graag meer wilt!

Checklist: veilige sextoys vinden & veilig gebruiken

Checken en doen:Let vooral op:
De verpakkingStaat erop dat het speeltje body safe is?
Het materiaal. Is de toy gemaakt van een van de materialen in de kolom rechts, dan zit je goed.Roestvrijstaal | glas | keramiek | hout | ABS-plastic |medical grade silicone
Doe de testRuik eraan (plasticlucht? Dat is geen goed teken) | Knijp erin (in het geval van silicone dat wit uitslaat? Niet gebruiken) |
Zoek een geschikt glijmiddelBij voorkeur op waterbasis
Na gebruik schoonmakenMet water en milde zeep

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.