ID.nl logo
Wegen = weten: zo kies je de weegschaal die bij je past
© Krakenimages.com - stock.adobe.c
Gezond leven

Wegen = weten: zo kies je de weegschaal die bij je past

Een personenweegschaal is meer dan een hulpmiddel om je gewicht bij te houden. Tegenwoordig zijn er modellen die inzicht geven in je lichaamsvet, spiermassa en andere gezondheidsaspecten. Maar hoe kies je de juiste? Dit artikel legt uit welke soorten er zijn, welke extra's handig kunnen zijn en waar je op moet letten bij de aanschaf.

In dit artikel lees je:

  • Wat de verschillen zijn tussen analoge, digitale en slimme weegschalen;
  • Waar je op moet letten wanneer je een weegschaal kopen wilt;
  • Welke extra functies je op een moderne weegschaal kunt vinden;
  • Hoe vetmeting met een weegschaal werkt;
  • Of je je beter in de ochtend of in de avond kunt wegen.

Lees ook: Dit zijn de 9 sporten waarmee je het makkelijkst afvalt

Soorten personenweegschalen

De klassieke analoge weegschaal is eenvoudig en betrouwbaar. Deze modellen werken zonder batterijen en hebben een wijzerplaat die je gewicht aanwijst. Hoewel ze minder nauwkeurig kunnen zijn dan digitale modellen, blijven ze populair juist omdat ze zo simpel in gebruik zijn en een heel leven mee kunnen.

Digitale weegschalen hebben een duidelijk display en werken meestal op batterijen. Ze zijn nauwkeuriger dan analoge varianten en geven het gewicht vaak tot op honderd gram nauwkeurig weer. Sommige modellen bieden extra functies, zoals een geheugenfunctie of de mogelijkheid om meerdere gebruikersprofielen in te stellen.

Slimme weegschalen gaan nog een stap verder. Deze modellen zijn gekoppeld aan een app op je smartphone en kunnen naast je gewicht ook andere gegevens meten, zoals vetpercentage, spiermassa en zelfs botmassa. Voor wie actief bezig is met zijn gezondheid, bieden slimme weegschalen een schat aan informatie en de mogelijkheid om te zien hoe je gewicht, spiermassa of vetmassa zich ontwikkelen over langere tijd.

Waar let je op bij de aankoop?

Bij de aanschaf van een weegschaal is het allerbelangrijkste natuurlijk dat hij nauwkeurig is. Digitale en slimme modellen zijn wat dat betreft de beste keuze, maar ook hier kunnen kleine afwijkingen voorkomen. Controleer daarnaast het maximale gewicht dat de weegschaal aankan. De meeste modellen ondersteunen tot 150 of 180 kilo, maar er zijn ook weegschalen die geschikt zijn voor zwaardere gebruikers, bijvoorbeeld bij bol.

Denk ook aan het weegoppervlak, dus het vlak waar je je voeten op zet. Een groter oppervlak zorgt voor meer stabiliteit, wat vooral fijn is voor mensen met grotere voeten of wie minder vast op de benen staat. Gebruiksgemak speelt eveneens een rol. Kies bijvoorbeeld voor een model met een goed leesbaar scherm of een weegschaal die automatisch uitschakelt om batterij te besparen.

Extra functies kunnen handig zijn, afhankelijk van je doelen. Wil je alleen je gewicht meten, dan heb je voldoende aan een eenvoudige digitale of analoge weegschaal. Voor een completer beeld van je gezondheid zijn slimme weegschalen een goede keuze. Houd er rekening mee dat extra functies de prijs verhogen. Een analoge weegschaal koop je al voor een paar tientjes, terwijl de prijs van slimme modellen kan oplopen tot honderden euro's.

Extra functies en technologie

Naast het meten van gewicht hebben veel moderne weegschalen extra opties die handig kunnen zijn:

Lichaamssamenstelling meten

Slimme weegschalen maken gebruik van bio-elektrische impedantie om je lichaamsvet, spiermassa, watergehalte en botmassa te berekenen. Bij deze techniek stuurt de weegschaal een zwakke elektrische impuls door je lichaam. Vet, spieren en water bieden verschillende weerstand, waardoor een schatting wordt gemaakt van de samenstelling. Dit proces is volledig pijnloos. Voor een nauwkeuriger beeld van je hele lichaam zijn modellen met handvaten aan te raden, hoewel de meeste thuisgebruikers voldoende hebben aan voetmetingen.

BMI berekenen

Sommige slimme weegschalen berekenen ook je Body Mass Index (BMI). Dit gebeurt door je gewicht te combineren met je lengte, die je eenmalig invoert in de bijbehorende app of op de weegschaal zelf. De BMI is een eenvoudige maatstaf om te bepalen of je gewicht in verhouding staat tot je lengte. Het is een handige toevoeging, maar houd er rekening mee dat het geen rekening houdt met de verhouding tussen vet- en spiermassa.

Meerdere gebruikers

Veel weegschalen ondersteunen meerdere profielen. Hierdoor kan elk gezinslid zijn eigen metingen bijhouden, zonder dat gegevens door elkaar worden gehaald.

Geheugenfunctie

Een ingebouwd geheugen maakt het mogelijk om je vorige metingen terug te kijken. Dit is ideaal als je trends wilt volgen of doelen wilt stellen.

Verbinding met apps

Slimme weegschalen synchroniseren vaak met apps zoals Apple Health, Google Fit of Fitbit. Hier kun je al je gezondheidsdata overzichtelijk opslaan en analyseren.

©ID.nl

HOE WERKT VETMETING MET EEN WEEGSCHAAL?

Veel moderne weegschalen meten niet alleen je gewicht, maar ook je vetpercentage. Dit doen ze via bio-elektrische impedantie. Bij deze techniek stuurt de weegschaal een zwakke elektrische stroom door je lichaam. Omdat vet, spieren en water verschillende weerstand bieden, kan de weegschaal een schatting maken van de verdeling van deze componenten.

Je hoeft hiervoor niet per se een weegschaal met handvaten te gebruiken. De meeste modellen meten via de voeten, maar ze berekenen alleen het vetpercentage van het onderste deel van je lichaam. Voor een nauwkeuriger totaalbeeld zijn modellen met handvaten beter. Deze sturen stroom door je hele lichaam en geven daardoor een completere analyse. Houd er wel rekening mee dat deze metingen altijd een schatting zijn.

's Ochtends wegen of 's avonds wegen?

Voor betrouwbare resultaten is het belangrijkste dat je jezelf op vaste momenten weegt. Het maakt minder uit of dit 's ochtends of 's avonds is, zolang je maar consequent blijft in je timing. Wel geven ochtendmetingen doorgaans de meest stabiele cijfers - je hebt dan immers nog niets gegeten of gedronken, of bijvoorbeeld intensief gesport. Weeg je toch liever 's avonds? Zorg dan dat je dit steeds op hetzelfde tijdstip doet en onder vergelijkbare omstandigheden.

TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN EEN WEEGSCHAAL

Voor de meest betrouwbare resultaten:

  • Zorg dat de weegschaal op een harde en vlakke ondergrond staat.
  • Weeg jezelf altijd op hetzelfde tijdstip.
  • Sta stil en rechtop tijdens het wegen, zonder te bewegen.

Conclusie

De keuze van je weegschaal hangt af van je persoonlijke doelen. Een eenvoudige analoge of digitale weegschaal is prima als je alleen je gewicht wilt bijhouden. Wil je ook inzicht in je lichaamsvet, spiermassa en andere metingen? Dan is een slimme weegschaal die je aan een app kunt koppelen de beste keus. Het belangrijkste is dat je weegschaal consistent meet en gebruiksvriendelijk is, zodat je hem daadwerkelijk regelmatig gebruikt. Kies voor een weegschaal met functies die je echt wilt gaan gebruiken. Een enorm geavanceerde weegschaal waarvan je de functies maar voor een deel benut is zonde van het geld en kan je uiteindelijk meer frustreren dan motiveren.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.