ID.nl logo
Wat is emotie-eten (en vooral: wat kun je ertegen doen?)
© Nikita - stock.adobe.com
Gezond leven

Wat is emotie-eten (en vooral: wat kun je ertegen doen?)

Probeer je af te vallen, maar kun je de chips, koekjes en chocolade 's avonds maar niet weerstaan? Dikke kans dat je snackt vanuit een bepaalde emotie. Diëtist en dieetpsycholoog Eveline van de Waterlaat geeft advies.

In dit artikel leggen we je uit wat emotie-eten is en waardoor het wordt getriggerd. We vertellen je wanneer het een probleem wordt en wat je eraan kunt doen. Ook we leggen uit hoe je emotionele honger van lichamelijke honger kunt onderscheiden.

In ons Afvaldossier lees je meer artikelen over gezonde voeding, beweging en sporten, maar ook over apps, gadgets en connected health-apparaten

Wat is emotie-eten?

Bij emotie-eten wil je een emotie die een probleem oplevert ontkennen, verzachten of 'goedpraten' met eten. “De meeste mensen herkennen emotie-eten wel in enige mate,” zegt Eveline van de Waterlaat, diëtist, dieetpsycholoog en schrijver van het boek Nu afvallen en nooit meer aankomen (ook verkrijgbaar via Bol.com), “maar het wordt pas echt een probleem als je er last van krijgt en als het met veel negatieve emoties gepaard gaat.”

In onze cultuur staan eten en drinken vaak voor gezelligheid, ontspanning en leuke dingen doen. Het roept gevoelens op die fijn zijn en verbondenheid geven. Als we te maken hebben met negatieve gevoelens, grijp je bij emotie-eten ook naar eten om te proberen dat fijne gevoel te creëren. Het is een enorme valkuil als je juist wilt afvallen of gezond leven.

Van de Waterlaat: “In plaats van negatieve gevoelens te begrijpen en op te lossen, kies je ervoor om ze te omzeilen door te eten. Ook kan het zijn dat je die negatieve gevoelens simpelweg ontkent. Als je het probleem van je overgewicht ontkent, kun je namelijk gewoon lekker blijven eten. En ook in positieve situaties kun je gaan eten. Bijvoorbeeld als je blij bent of als je je lekker wilt ontspannen. Uiteindelijk eindigt zo’n positieve aanleiding toch weer in negativiteit en schuldgevoel.”

Hoe ontstaat emotie-eten?

Emotie-eten hangt vaak samen met jojo-gedrag (meer weten daarover? Lees dan dit artikel). Er is een emotionele prikkel die bepaald eetgedrag veroorzaakt. Dit gedrag is er in de loop der jaren ingeslopen en gaat zich herhalen. Meestal zijn die gevoelens of emoties negatief. “Dat kan heel diep gaan,” zegt de dieetpsycholoog. “Het kan komen door opvoeding, bijvoorbeeld als je moeder in je jeugd ook een emotie-eter of altijd aan het diëten was.” Een andere oorzaak is chronische stress en moeite hebben om je gevoelens te uiten en te identificeren.

Bij emotie-eten gaat de honger niet over door te eten, dus eigenlijk heb je geen behoefte aan eten. Het onderliggende probleem is niet het eten zelf. “Het is vergelijkbaar met een soort junk,” zegt Van de Waterlaat. “Even alles verdoven of wegdrukken, en even niet voelen.” Het maakt afvallen een haast onmogelijke opgaaf.

“Je kunt gaan emotie-eten uit verveling, of doordat je je niet gezien voelt,” legt de dieetpsycholoog uit. “Het kan ook zijn dat je een baan hebt waarbij je onvoldoende uitdaging ervaart. Of dat je veel stress hebt met de kinderen en dat niet met je partner kunnen bespreken. Wat ik heel vaak zie in mijn praktijk bij emotie-eten is gedrag in een vorm van perfectionisme, pleasen en jezelf op de laatste plaats zetten.”

©lenushkab - stock.adobe.com

Emotie-eten: smal, medium, large en extra-large

Van de Waterlaat heeft het over small- en mediumvarianten van emotie-eten. Die doemen vaak op bij een heftige gebeurtenis of juist bij iets leuks zoals vakanties en feestjes. De dieetpsycholoog: “Bij de large en extra-large emotie-eters is vaak sprake van een oude pijn uit het verre verleden. Die pijn voel je nu, vaak onbewust, nog steeds. De pijn van leegte, gebrek en angst wordt gecompenseerd door iets dat wel fijn voelt, in dit geval eten.”

Snacktrek: hoe werkt emotie-eten in je lijf?

Wat er precies gebeurt in je lichaam bij emotie-eten is onduidelijk. Waarschijnlijk zorgen alle genoemde oorzaken voor (chronische) stress. Chronische stress verhoogt je cortisol-gehalte. De één is hier gevoeliger voor dan de ander. Dit cortisol-gehalte verhoogt je behoefte aan voedingsmiddelen met veel calorieën. Funest als je wilt afvallen.

Cortisol geeft een signaaltje aan je hersenen waardoor je honger krijgt. Je krijgt dan met name trek in voedingsmiddelen met veel vet en suiker. Oftewel: snacktrek! Ook zijn er aanwijzingen dat suikerrijke voedingsmiddelen je cortisol kunnen verhogen. Daardoor kom je in een vicieuze cirkel terecht. Ook alcohol zou je cortisol kunnen verhogen.

Is emotie-eten schadelijk?

“Dat hoeft niet, maar als het een probleem wordt wél,” zegt Van de Waterlaat. “Je merkt dat vooral vrouwen een verminderd zelfbeeld krijgen. Niet alleen omdat ze zwaarder worden, maar ook omdat ze het idee krijgen: het lukt mij niet. We denken vaak dat we gewoon wat meer discipline of doorzettingsvermogen moeten hebben en als het dan niet lukt, voelt het als falen. Daarnaast kom je ervan aan. Als je er steeds meer last van krijgt, kan het ook overgaan in een eetstoornis.”

©somemeans - stock.adobe.com

Binge-eating bij mannen en bij vrouwen

Emotie-eten lijkt op het eerste oog veel vaker voor  te komen bij vrouwen dan bij mannen. Maar het percentage binge-eating (binge eating disorder: BED, ofwel eetbui-stoornis) bij vrouwen en mannen is bijna gelijk: 1-4 % van de vrouwen en 1-3% bij mannen. “Waarschijnlijk hebben mannen meer last van emotie-eten dan gedacht wordt,” zegt de dieetpsycholoog, “maar ze praten er minder over. Je ziet dat de druk van het schoonheidsideaal ook bij mannen meer een rol gaat spelen.”

Wanneer wordt emotie-eten een eetstoornis?

Emotie-eten kan uiteindelijk tot een eetbuistoornis lijden wanneer je frequent, namelijk minimaal één keer per week gedurende minimaal drie maanden, forse eetbuien hebt en gevoelens van controleverlies ervaart. “Bij een eetbui-stoornis is de lijdensdruk forser en is er een extreem gevoel van schaamte- en schuldgevoel. De ernst van de stoornis wordt bepaald door de frequentie van de eetbuien,” legt Van de Waterlaat uit. “Een gemiddelde van één tot drie eetbuien per week is qua ernst licht; veertien of meer keer per week is zeer ernstig.”

Wat kun je doen tegen emotie-eten?

“Het jezelf niet kwalijk nemen. Daar begint het mee,” zegt de dieetpsycholoog. “En het krijgen van inzicht. Vaak komt het doordat we onze emoties of gevoelens niet goed kunnen duiden. Dan ontstaat er onrust en stress in je lichaam. Dan moet je gaan onderzoeken in je lichaam: waar heb ik nu echt behoefte aan? Hoe vaker je daarmee gaat oefenen, hoe meer je in het moment kunt ontdekken wat je behoefte is, en daarnaar luisteren.”

De uitdaging zit 'em dus in jezelf en je persoonlijkheid leren kennen. Daarnaast is de uitdaging om voor voldoende ontspanning, beweging en gezonde basisvoeding te zorgen. Van de Waterlaat: “Je ziet vaak emotie-eten als je de rest van de dag niet goed hebt gegeten; de gedachte dat gezond eten die dag toch al mislukt is, speelt hierbij een grote rol. Ook voldoende slaap en de slaapkwaliteit zijn heel belangrijk.”

Het verschil tussen lichamelijke honger en emotionele honger herkennen

Dit is één van de eerste dingen die dieetpsycholoog Eveline van de Waterlaat bespreekt met cliënten in haar praktijk die willen afvallen: het verschil tussen lichamelijke en emotionele honger. Hoe kun je dat onderscheiden van elkaar? Check dan onderstaande tabel.

Lichamelijke hongerEmotionele honger
Komt geleidelijk opzettenKomt plotseling opzetten
Voel je vooral in je lichaam onder je nek, bijvoorbeeld een borrelende maag.Voel je vooral in je lichaam boven je nek, bijvoorbeeld de smaak van ijs in je mond.
Komt een paar uur na een maaltijd opzettenIs niet gerelateerd aan tijd
Gaat weg wanneer je gegeten hebt en vol zitHoudt aan ondanks een vol gevoel na het eten
Eten zorgt voor een verzadigd gevoelEten zorgt voor een schuldgevoel en schaamte

Bron tabel: Slank Denken, Slank Leven, Doris Wild Helmering D. Hales

Vind je het moeilijk om een ongezond voedingspatroon te doorbreken? Hulp vragen kan ook de oplossing zijn. Bijvoorbeeld bij een coach, psycholoog of een diëtist die gespecialiseerd is in emotie-eten.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.