ID.nl logo
Verbeter het rendement van je warmtepomp met een buffervat
Energie

Verbeter het rendement van je warmtepomp met een buffervat

Heb je een warmtepomp maar wil je nog verder verduurzamen? Als je er de ruimte voor hebt, kun je een buffervat plaatsen. Met zo’n opslagtank haal je vaak meer rendement uit de warmtepomp. Bovendien kun je zo’n buffer inzetten om verschillende warmtebronnen zoals zonnecollectoren en de warmtepomp naadloos te laten samenwerken.

Je warmtepomp combineren met een buffervat heeft veel voordelen: Er wordt warmte opgeslagen Je haalt meer rendement uit je warmtepomp Je warmtepomp gaat langer mee Een buffervat kan dienen als energie-hub Als je dit artikel doorgelezen hebt, ben je helemaal bij over de combinatie warmtepomp-buffervat. ** 💡 Ook interessant voor jou: onze uitgebreide verzameling artikelen over warmtepompen.**

Om het rendement van de warmtepomp te verbeteren, adviseert de technicus vaak om een buffervat te plaatsen. Dit is een voorraadvat dat tussen de warmtepomp en het verwarmingssysteem wordt geïnstalleerd en waarin het teveel aan energie wordt opgeslagen in de vorm van warm water. Op het moment dat je opnieuw warmte nodig hebt, wordt de energie van dit buffervat aangesproken. Zo’n buffervat is goed geïsoleerd en kan gemakkelijk 2 tot 3 dagen de warmte vasthouden. Het kan zelfs langer, maar dit is afhankelijk van hoe goed het voorraadvat is geïsoleerd.

Warmteopslag

Zo’n buffervat bestaat in verschillende volumes tot 2000 liter. Je kunt een buffervat vergelijken met een batterij die energie opslaat voor wanneer je die nodig hebt. Op die manier kun je bijvoorbeeld als je thuiskomt de warmte naar een bepaalde kamer van het huis laten stromen door de thermostaat in die ene kamer aan te passen. Deze extra energie wordt dan vanuit de buffer verzonden in plaats van dat de warmtepomp alle kamers in het huis moet opwarmen.

©Vaillant

Het allSTOR buffervat van Vaillant. | Foto: Vaillant

Hoger rendement en langere levensduur

Een buffervat heeft belangrijke voordelen. Het verhoogt het rendement van de warmtepomp, omdat je er warmte mee opslaat om die te herverdelen naar verschillende toestellen.

Daarbij kan de compressor van de warmtepomp langer aan één stuk doordraaien. De levensduur van de compressor wordt niet zozeer bepaald door het aantal draaiuren, maar door het aantal starts en stops. Een buffer beperkt de cyclus van de warmtepomp omdat hij minder aan en uit moet springen (het zogeheten pendelen). Omdat een buffervat het pendelen vermindert, stijgt de levensduur van de warmtepomp.

Het feit dat de compressor langer aan een stuk kan doordraaien, verhoogt tegelijk de prestatiecoëficient (COP), want iedere start zorgt voor een piek in het stroomverbruik (meer over COP lees je in ons artikel Wat kost een warmtepomp en (vooral) wat bespaar je ermee? Bovendien kun je dankzij het buffervat de warmtepomp vaker tijdens de daluren gebruiken, zodat je profiteert van het goedkoper elektriciteitstarief.

©Remeha

Een buffervat zorgt vaak voor een beter rendement van de warmtepomp. | Foto: Remeha

Buffervat als energie-hub voor verschillende warmtebronnen

Wil je het pand met verschillende warmtebronnen verwarmen dan kun je een buffervat gebruiken om duurzame energie op te slaan van die verschillende bronnen. Het buffervat wordt dan de warmte-hub. Laten we het voorbeeld nemen van iemand die een warmtepomp samen met zonnecollectoren heeft geïnstalleerd, en misschien is er ook nog een pelletkachel. Om misverstanden te vermijden: met zonnecollectoren bedoelen we thermische zonnepanelen die warmte opslaan en niet de fotovoltaïsche zonnepanelen die gebruikt worden om elektriciteit te produceren.

Het probleem van deze verschillende warmtebronnen is dat de opwekking van de energie niet altijd aansluit bij het moment van de energievraag. Bij een gemiddeld gezin is de energievraag ’s avonds het grootst, terwijl de energieproductie van zonnecollectoren overdag gebeurt. Met een buffervat kun je de energie die overdag werd opgewekt door de thermische zonnepanelen. Die warmte kun je dan ’s avonds gebruiken en hiermee beperk je het gebruik van andere energiebronnen.

Op een thermische buffervat kun je zonnecollectoren en een warmtepomp aansluiten.

Buffertank – thermische opslag - warmwaterboiler Er worden vaak verschillende termen door elkaar gehaald: buffertank, thermische opslag en warmwaterboiler. Een echte buffertank is ontworpen om de cyclus van de warmtepomp te verminderen. Hij bevat warm cv-water. In het jargon noemt men dat ‘zwart water’. Het stroomt door de radiatoren en de vloerverwarming en is uiteraard niet geschikt als sanitair warm water. Een vat voor thermische opslag kun je gebruiken om verschillende warmtebronnen, zoals zonne-energie en de warmtepomp, te combineren. Dit is handig als je van plan bent meerdere systemen te laten samenwerken. Warm kraanwater komt niet rechtstreeks uit de warmteopslag. Dit tapwater wordt opgewarmd doordat het een warmtewisselaar passeert die de warmte van het bufferwater overdraagt aan het leidingwater. Ten slotte is er de bekende warmwaterboiler, die is ontworpen om bruikbaar warm water vast te houden, klaar voor gebruik in de keuken en de badkamer.

60°C is bacterievrij

Natuurlijk kun je dit opgewarmd water om hygiënische redenen niet rechtstreeks gebruiken voor warm tapwater. Er bestaan ook hygiëne buffervaten die water op een veilige manier opwarmen tot 60°. Deze temperatuur is belangrijk omdat bacteriën houden van temperaturen tussen 20°C en 50°C - dat is de temperatuur voor cv-water of vloerverwarming. Vanaf 60°C kunnen bacteriën niet overleven. In zo’n hygiëne buffervat stroomt het tapwater door een spiraal van roestvrij staal waardoor het geschikt is voor tapwater.

In de het buffervat zit een roestvrij stalen warmtewisselaar. | Foto: Viessmann

Hoe groot moet een buffervat zijn?

Hoe groot moet de buffertank zijn? De vuistregel is dat er ongeveer 15 liter nodig is per kilowatt warmtepompcapaciteit. Voor een gemiddeld huis met drie slaapkamers wordt meestal een warmtepomp van 10 kW gebruikt. Hier heb je dus een buffertank van 150 liter nodig. Die heeft een volume van 120 cm hoog en 55 cm diameter. Hij weegt 33 kg als hij leeg is en 185 kg als hij vol is. Een buffervat van 100 liter kost ongeveer 780 euro, buffervaten van 180 liter kosten tussen 785 en 1360 euro. Hoe meer volume, hoe hoger de prijs.

Is een buffervat altijd nodig en heeft een buffervat ook nadelen?

Hoe zit het met de nadelen? Een buffervat is alweer een extra investering. Bovendien heeft niet iedereen zomaar de ruimte in huis voor zo’n buffervat, zeker niet als het gaat om de grotere modellen. Daarom kunnen bepaalde types buiten worden geplaatst. En er bestaan zelfs exemplaren die gemaakt zijn om in te graven in de tuin.

Een buffervat in combinatie met een warmtepomp kan het rendement verbeteren, maar als de warmtepomp al een hoog rendement heeft, dan is een buffervat eigenlijk niet nodig. Tenzij je de buffer wilt aansluiten op een warmtepomp en op zonnecollectoren. Bij warmtepompen die hun vermogen voortdurend aanpassen aan de vraag, de zogeheten modulerende warmtepompen, heb je in principe ook geen buffertank nodig. Ze werken in stilte op de achtergrond en als je besluit om de verwarming in een bepaalde kamer aan te zetten of om de temperatuur te verhogen, dan zal het vermogen van deze modulerende warmtepomp automatisch toenemen om aan de nieuwe vraag te voldoen.

Weten welke warmtepomp geschikt is voor jouw huis?

Vul de Warmtepompvergelijker in op Kieskeurig.nl en je weet het meteen
Watch on YouTube

Meer video's zien? Abonneer je op het YouTube-kanaal van ID.nl.

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.