ID.nl logo
Wat is een warmtepomp?
© Getty Images/iStockphoto
Energie

Wat is een warmtepomp?

Hoe is het mogelijk dat een warmtepomp, wanneer het buiten vriest, toch nog warmte kan halen uit de buitenlucht? En verbruikt een warmtepomp dan helemaal geen energie? In een paar minuten praten we je bij over de werking van een warmtepomp.

We zijn gewend om bij verwarmen aan verbranding te denken. De meeste huisinstallaties hebben een gasbrander of een stookoliebrander. Bij een warmtepomp mag je het woord ‘brander’ vergeten: er wordt namelijk niets verbrand. De warmtepomp haalt de warmte uit de omgeving en geeft die energie af aan het water van het verwarmingssysteem. Die omgevingswarmte is gratis, dat is dus interessant. Bovendien heeft dit toestel een slimme manier om door middel van druk de opgenomen energie enorm te verhogen.

Het idee van de warmtepomp komt eigenlijk uit de koeltechniek. En je begrijpt alles beter als we even met de koelkast vergelijken. Je legt een fles frisdrank die nog op kamertemperatuur is in de koelkast. De koelkast haalt de warmte uit de frisdrank en geeft die af aan de achterkant van de koelkast. Daarom moet een ingebouwde koelkast altijd een ventilatierooster hebben bovenaan in het keukenblok, want aan de achterkant moet de koelkast de opstijgende warmte kwijt.

Volgens dit principe zou je ook een kamer kunnen verwarmen. Stel dat je een lege koelkast half door een raam zou plaatsen met de koelkastdeur open, dan onttrekt de koelkast warmte aan de buitenlucht om die af te geven in de kamer. Uiteraard is dit een theoretisch experiment, maar het gaat om het idee.

Een warmtepomp werkt volgens hetzelfde principe, maar slimmer. De warmtepomp is ook een toestel dat warmte onttrekt aan de omgeving met een lage temperatuur om die warmte aan de andere kant aan een hogere temperatuur af te geven.

De koelkast onttrekt de energie aan zijn binnenkant en geeft de warmte aan de achterkant af.

De vier belangrijkste onderdelen van een warmtepomp zijn: een verdamper, een compressor, een condensor en een expansieventiel (ook wel expansieklep genoemd). Deze vier onderdelen maken deel uit van een volledig afgesloten circuit. Dit circuit is gevuld met een speciaal koudemiddel. Een belangrijke eigenschap van dit koudemiddel is dat het al verdampt op hele lage temperatuur, bij -20 graden Celsius.

Laten we uitgaan van het voorbeeld waarbij een warmtepomp zijn energie haalt uit de buitenlucht. Via een ventilator maakt de verdamper contact met de buitenlucht. In deze verdamper verdampt het vloeibare koudemiddel. De temperatuur buiten is bijvoorbeeld 5°C en het koudemiddel verdampt al bij -20°. Bovendien is de druk in de verdamper ook laag: 1,5 bar. Op die manier zal het koudemiddel dus warmte overnemen van de buitenlucht.

Dit koudemiddel wordt opgezogen door de elektrische compressor. Daarbij drukt de compressor dit koudemiddelgas samen tot 25 bar. Door deze compressie stijgt de temperatuur van het gas tot wel 60°C. Als je met een fietspomp het uiteinde dichtknijpt en je verhoogt de druk, dan merk je dat de pomp warm wordt.

In de condensor condenseert het koudemiddel bij 25 bar en dit onderdeel wisselt de warmte uit met het water van de vloerverwarming of het sanitair warmwatersysteem. Hierdoor kun je genieten van een warme woning en een warme douche.

In de warmtepomp stroomt het koudemiddel dat door condensatie ondertussen weer vloeibaar is geworden naar het expansieventiel. Hier zakt de druk van 25 bar naar 1,5 bar en daalt de temperatuur van het koudemiddel weer naar -20°C. Ten slotte komt het koudemiddel op lage druk opnieuw in de verdamper en de cirkel is rond.

Zo werkt de warmtepomp.

Bar De temperatuur waarop een vloeistof verdampt noemen we ook het kookpunt. Dat kookpunt wordt niet alleen bepaald door de temperatuur, maar ook door de druk. Bijvoorbeeld: een pannetje water kookt op zeeniveau op 100°C. Hetzelfde pannetje water kookt op de Mount Everest al bij 70°C, omdat de (lucht-)druk daar erg laag is. Doen we het water in een hogedrukpan (een snelkookpan), dan kookt het water bij 120°C. Door die hoge temperatuur van het water is het gerecht sneller klaar. Als je dus een verdamppunt vermeldt, dan moet je ook altijd zeggen bij hoeveel druk. Dat wordt uitgedrukt in bar. Druk speelt een belangrijke rol als we het hebben over warmtepompen.

Een warmtepomp verplaatst dus niet zomaar warmte: de compressor zorgt door drukverhoging dat de temperatuur die uit de buitenlucht wordt gehaald ontzettend toeneemt. In het voorbeeld van hierboven beschreven we een warmtepomp die energie haalt uit de buitenlucht, maar er zijn ook warmtepompen die de warmte uit grondwater of uit een meertje halen. De meeste rendabele, maar ook de duurste systemen gebruiken de aardwarmte en daarvoor wordt er een sonde in de bodem aangebracht tot op een diepte van 100 meter of meer.

Het principe van een lucht-waterwarmtepomp met een binnen- en een buiten-unit.

Het element dat het meeste stroom verbruikt in een warmtepomp is de compressor, maar voor iedere kW die dit onderdeel verbruikt, levert de warmtepomp 5kW energie. De winst is dus 5 op 1. Een warmtepomp is relatief duur in aankoop, maar je bespaart op stookkosten. Omdat een warmtepomp geen fossiele brandstof verbrandt, is er ook minder CO2-uitstoot. Daar staat tegenover dat zo’n warmtepomp meer elektriciteit verbruikt dan de klassieke cv-ketel. Als die elektriciteit wordt opgewekt met behulp van fossiele brandstof dan daalt de milieuwinst van deze oplossing. De elektriciteit die in Nederland uit het stopcontact komt, is nog maar voor een derde groene stroom. Heb je voldoende budget, dan zou je dit (deels) kunnen opvangen door ook fotovoltaïsche zonnepanelen te plaatsen. Omwille van milieuredenen en om op gas te besparen heeft de Nederlandse regering trouwens beslist dat huiseigenaren vanaf 2026 bij vervanging van de cv-ketel moeten overstappen naar een duurzamer alternatief zoals de warmtepomp.

Met zonnepanelen zorg je dat de warmtepomp nog milieuvriendelijker wordt.

Weten welke warmtepomp bij jou past?

Doe de check op Kieskeurig.nl en je weet het binnen 5 minuten!
▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.