ID.nl logo
Je huis isoleren? Gebruik de Rd-waarde om het beste materiaal te kiezen
© sveta - stock.adobe.com
Energie

Je huis isoleren? Gebruik de Rd-waarde om het beste materiaal te kiezen

Als je aan de slag gaat met isolatie, dan heb je vaak keuze uit allerlei materialen en oplossingen. De prijsverschillen lopen enorm uiteen, maar is een duurdere isolatiesoort ook altijd beter? Daar komt de Rd-waarde om de hoek kijken. Dat getal biedt je een houvast om materialen met elkaar te vergelijken en zo de beste keus te maken.

Isoleren is een vak apart, maar met wat basiskennis kun je prima zelf thuis aan de slag. In dit artikel leer je: Waar de Rd-waarde voor staat | Hoe je de juiste isolatiewaarde berekent | Wat de isolatiewaarde is van veelgebruikte materialen.

Ook interessant voor jou:
Helder verhaal: 10 vragen over HR++-glas
Wat kost isoleren en wat levert het op?

Over de Rd-waarde

 Bij de Rd-waarde (ook bekend als R-waarde) staat de ‘R’ voor de Engelse term resistance, oftewel weerstand. Logisch ook, want hoe hoger de weerstand van een materiaal is, hoe moeilijker kou erdoorheen komt. De ‘d’ geeft aan dat de waarde is afgegeven (declared) door de fabrikant. De weerstand betreft bij isolatie de zogeheten thermische weerstand.

Hoe hoger de Rd-waarde, hoe moeilijker het is voor temperatuurstromen, dus kou en warmte, om door een materiaal te bewegen. Zo heeft een dun plaatje aluminium, zoals in een caravan, een lage Rd-waarde. Vandaar dat je het in een caravan zonder verdere isolatie flink koud krijgt in de winter, en bloedheet in de zomer. Je snapt het al: is de Rd-waarde te laag, dan stook je je (figuurlijk) blauw.

Hogere thermische weerstand met isolatie

Je fictieve caravan kun je isoleren door er isolatieplaten tegenaan te plakken. Die hebben een veel hogere thermische weerstand dan een aluminium wandje. Welk isolatiemateriaal moet je kiezen om de kou (of hitte) het best te weren?

In een nieuwbouwhuis is tegenwoordig alles geoptimaliseerd om een zo goed mogelijke isolatie (thermische weerstand) te bereiken. Een ouder huis zelf isoleren, betekent dat je goed moet kijken naar de Rd-waarde van het isolatiemateriaal dat je gaat kopen. En daarbij komt de vermelding van die waarde op de verpakking van isolatiemateriaal dus goed van pas.  

©Phovoir

Totale weerstand berekenen

Om het nog iets ingewikkelder te maken, is er niet alleen de Rd-waarde om naar te kijken. Het totaal van alle Rd-waardes van een constructies is de Rc-waarde. Dat getal is bijvoorbeeld een optelsom van de Rd-waarden van het isolatiemateriaal in een spouwmuur plus een buitenmuur.

Een voorbeeld: de Rd-waarde van bakstenen is 0,5. Stel dat je op de kale bakstenen muur een isolatieplaat met een Rd-waarde van 5 plakt, dan wordt de totale waarde Rc dus 5,5. Ga je aan meerlaagse isolatie doen, dan kun je alle Rd-waarden van de afzonderlijke materialen bij elkaar op blijven tellen.

©Nigel Spooner Staffordshire Images

Wat is nu een goede Rc-waarde? Daarvoor kun je onderstaande richtlijnen aanhouden:

WaardeIsolatie
Rc = 1,3Matige isolatie
Rc = 2,5Goede isolatie
Rc = 4,0Zeer goede isolatie
Rc = 6,0 t/m 10,0Isolatiewaarde voor een energieneutrale woning

Zelf aan de slag

Wil je zelf gaan isoleren? Wees dan realistisch in je doelen. In een oude woning zul je niet net zulke hoge Rc-waardes kunnen bereiken als in een nieuwbouwhuis. Het is wat dat betreft ook een kostenoverweging hoe ver je wilt gaan met isolerende maatregelen. Hey geld dat je investeert in isolatie verdient zich uiteindelijke wel vaak terug, als besparing op je stookkosten.

©netrun78 - stock.adobe.com

Nog een waarde: lambda

Wil je zelf de Rd-waarde berekenen van een materiaal? Dan komt de zogeheten lambda-waarde om de hoek kijken, die je op de verpakking soms terugvindt. Hierbij geldt: hoe lager de lambda-waarde, hoe minder warmte verloren gaat (en hoe beter de warmte dus wordt vastgehouden). In dit geval is een lage waarde dus beter dan een hoge.

Als je de lambda-waarde combineert met de dikte van het isolatiemateriaal, kun je de Rd-waarde berekenen. Dit doe je door de dikte in meters te delen door de lambda-waarde. Stel: je hebt een isolatieplaat van 15 centimeter dik met een door de fabrikant vermelde lambda-waarde van 0,037. Dan is de Rd 0,15:0,037 = 4,05.

Let op de cijfertjes

Waar het onder de streep om gaat: als je een isolatiemateriaal met een hogere Rd-waarde kiest, heeft dat materiaal een hogere warmteweerstand en zorgt het dus voor een betere isolatie. Of ga voor het materiaal met de laagste lambda-waarde en zorg ervoor dat je er een goede dikke laag van kunt aanbrengen.

De lambda-waarde van verschillende materialen
De materialen staan op volgorde van zeer sterk isolerend tot steeds slechter isolerend.

MateriaalLambda-waarde λ [W/mK]
Resolhardschuim0,018
PUR0,022
Glaswol0,031
Kurk0,038
Stro0,056
PVC0,19
Baksteen0,22-0,81
Gewapend beton1,7
Harde steen2,21
Staal50
Zink110
Koper380

Bron: Lambda.be

Slimme thermostaat

Zelf in een goed geïsoleerd huis kun je extra besparen op je gasrekening door met een slimme thermostaat alleen de kamers te verwarmen die je gebruikt.

Vraag een offerte aan voor isolatie:

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.