ID.nl logo
Duurzaam en kostenbesparend verwarmen: welke warmtepomp past bij jou?
© Stiebel Eltron
Energie

Duurzaam en kostenbesparend verwarmen: welke warmtepomp past bij jou?

Met het oog op duurzaamheid en de onstabiele energieprijzen is het slim om zuinig om te gaan met gas. Je bespaart geld en draagt bij aan een gezonder milieu door te kiezen voor een duurzame energiebronnen.

Partnerbijdrage - In samenwerking met Stiebel Eltron

Met een warmtepomp kies je voor een milieuvriendelijke en energiezuinige oplossing voor zowel verwarming als het opwarmen van water. En warmtepompen kunnen in veel gevallen ook koelen: fijn in de warmere maanden. Er zijn diverse soorten warmtepompen beschikbaar, elk geschikt voor verschillende woonsituaties. In dit artikel bespreken we een aantal sets in meer detail.

De voordelen van een warmtepomp zijn talrijk: ze bieden een energiezuinige en duurzame manier om je huis te verwarmen en warm water te produceren. Bovendien zorgen ze voor een aangename en constante temperatuur in je woning als deze klaar is voor lage-temperatuurverwarming. Dit alles op een energiebesparende manier zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen. Een warmtepomp maakt namelijk gebruik van de energie die al in natuurlijke bronnen zit, zoals de aarde of de buitenlucht.

Lucht-water warmtepompen 

Lucht-water warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht en gebruiken deze om water te verwarmen. Dit zijn over het algemeen de populairste typen warmtepompen. Ze zijn relatief eenvoudig te installeren en te onderhouden, en geschikt voor zowel nieuwbouw- als renovatiewoningen.

 Belangrijke voordelen van lucht-water warmtepompen zijn onder andere:

  • Eenvoudige installatie, wat resulteert in lagere installatiekosten vergeleken met andere warmtepompen.

  • Geen kosten aan bodembronsysteem.

  • Tot wel 5 keer meer warmteproductie dan de energie die ze verbruiken, waardoor het een zeer energiezuinige en duurzame optie is.

  • Relatief onderhoudsvrij en een lange levensduur.

  • Kan zowel binnen als buiten worden geplaatst.

  • Lucht-water warmtepompen kunnen in de zomer vaak worden gebruikt om je huis (beperkt) te koelen.

©Stiebel

Welke warmtepomp kies je? 

Bij de keuze van een warmtepomp zijn verschillende factoren van belang, zoals:

  • De grootte van je woning: de capaciteit van de warmtepomp moet hierop aansluiten om voldoende warmte te kunnen leveren.

  • Wat is er al in de bestaande woning: integratie van intelligente regeling, zonnecollectoren of bestaand ventilatiesysteem. Kies de functionaliteit die voor jou het belangrijkst is.

  • Subsidiemogelijkheden: de overheid biedt subsidies voor de aanschaf van warmtepompen, afhankelijk van het type warmtepomp.

  • De staat en locatie van je woning: een goed geïsoleerde woning heeft minder warmte nodig, en de ligging ten opzichte van zonuren speelt ook een rol in het type warmtepomp dat je kiest.

©Stiebel Eltron

Hybride warmtepompsystemen: bivalent alternatief en bivalent parallel

Bivalent alternatief: in een bivalent alternatief systeem werken de warmtepomp en de cv-ketel afwisselend. De warmtepomp neemt de verwarmingstaak op zich tijdens milde buitentemperaturen (tussen de 7 en 18 graden buitentemperatuur), terwijl de ketel wordt geactiveerd bij lagere temperaturen (alles onder de 7 graden). Bivalent parallel: bij een bivalent parallel systeem werkt zowel de warmtepomp als de oude ketel tegelijkertijd om de benodigde warmte te leveren. Dit zorgt voor betere bijdrage van het verwarmen door de warmtepomp, vooral tijdens zeer koude dagen. De warmtepomp draagt bij aan energiebesparing, terwijl de ketel er staat voor de extreme omstandigheden zoals -10 graden. Dit zie je vaker terug bij systemen die all-electric ready zijn.

Warmtepomp-oplossingen van Stiebel Eltron

Stiebel Eltron heeft voor elke situatie de perfecte oplossing met vier verschillende opstellingen. De basis van de eerste drie sets wordt verzorgd door de WPL 09 ACS classic. Deze warmtepomp kan standalone als all-electric warmtepomp draaien, maar ook worden gebruikt in een hybride opstelling met een cv-ketel. De vierde set heeft een zwaardere warmtepomp voor nog meer comfort en verwarmingsvermogen. Zo kun je, afhankelijk van je verwarmingsbehoefte en het huidige isolatieniveau van je huis, de beste optie kiezen.

WPL 09 ACS classic flex Set

Dit is een flexibele en handige warmtepompset die bij -7 graden buitentemperatuur een verwarmingsvermogen van 4,5 kW biedt. Met de hydraulische module HM Trend kan de warmtepomp aangesloten worden op je huidige cv-ketel, zonneboiler, warmtepompboiler of elektrische boiler met pv voor verwarmen en koelen. In het geval van een cv-ketel wordt het tapwater door de cv-ketel verzorgd en springt de ketel indien nodig bij om het verwarmingswater verder te verwarmen. Dit is ook dé hybride set waarmee je zelf bepaalt wanneer je overstapt op gasloos. Kortom: je bent met deze set all-electric ready.

  • All-electric ready: verwarmen door de warmtepomp en enkel op de koudste dagen bijvoorbeeld rond de 0 graden gezamenlijk met de gasketel.

  • Buitenunit WPL 09 ACS classic: compact, krachtig, en energiezuinig (A++), met afmetingen van 74 centimeter hoog, 102 centimeter breed, 52 centimeter diep en 62 kilo.

  • Binnenunit HM Trend: eenvoudig te monteren aan de muur, met afmetingen van 90 centimeter hoog, 59 centimeter breed, 41 centimeter diep en 27 kilo. 

WPL 09 ACS classic compact Set 1.1

Ook deze set biedt een verwarmingsvermogen van 4,5 kW bij een buitentemperatuur van -7 graden. Het is een kant-en-klare installatie met bijna alle benodigde componenten voor de installateur, inclusief regeltechniek voor de warmtepomp, een pomp om je huis te verwarmen en een tapwatervat van 178 liter. Dit tapwatervat is geschikt voor een huishouden van 4 personen. Hiermee kun je gelijk gasloos gaan en zo extra besparen.

  • Prefab installatie: bevat bijna alle benodigde componenten, inclusief regeltechniek, pomp en tapwatervat.

  • Energiezuinig: buitenunit WPL 09 ACS is compact (74 centimeter hoog, 102 centimeter breed, 52 centimeter diep, 62 kilo, A++).

  • HSBB 180: binnenunit met een hoogte van 130 centimeter, breedte van 60 centimeter, diepte van 92 centimeter, en een gewicht leeg/gevuld van 99/291 kilo.

  • Geen buffer nodig: het regelbereik van de warmtepomp zorgt ervoor dat je geen extra buffer hoeft toe te passen, waardoor de installatie efficiënt werkt zonder speciale aanpassingen.

WPL 09 ACS classic compact plus Set 1.1

Deze set is gelijk aan de vorige met toevoeging van een 80 liter parallelle buffer. Deze buffer stelt je in staat om extra warmte op te slaan. Overtollige warmte wordt bewaard voor later gebruik, waardoor de set nog energiezuiniger wordt. Met de speciale naregeling zorgt dit voor een consistent en comfortabel binnenklimaat.

  • Prefab installatie: bevat bijna alle benodigde onderdelen, inclusief regeltechniek, pomp, parallel buffer, en een tapwatervat van 178 liter voor een huishouden van 4 personen.

  • De parallel buffer: de 80 liter parallelle buffer maakt de complete installatie robuuster en betrouwbaarder doordat deze minder gevoelig is voor storingen op diverse fronten. Denk hierbij vooral aan de warmtecirculatie door je woning.

  • Energiezuinig: buitenunit WPL 09 ACS is compact (74 centimeter hoog, 102 centimeter breed, 52 centimeter diep, 62 kilo, A++).

  • HSBC 180: binnenunit met een hoogte van 191 centimeter, breedte van 60 centimeter, diepte van 91 centimeter, en een gewicht leeg/gevuld van 134/407 kilo.

WPL-A 07 HK Premium compact duo Set 2

Is de energieprestatie nog belangrijk voor je en wil je meer tapwatercomfort dan is de A+++ warmtepomp ook voor tapwater een must have. Met 270 liter tapwater en een 100 liter parallel buffer biedt deze set een verwarmingsvermogen van 7 kW bij een buitentemperatuur van -7 graden. De overtollige warmte wordt in een nog grotere buffer bewaard voor later gebruik, waardoor de set extra energiezuinig wordt. Met de speciale naregeling zorgt dit voor een consistent en comfortabel binnenklimaat.

  • Prefab installatie: bevat bijna alle benodigde onderdelen, inclusief regeltechniek, pomp, parallel buffer, en een tapwatervat van 270 liter voor een huishouden van 6 personen.

  • De parallel buffer: de 100 liter parallelle buffer maakt de complete installatie robuuster en betrouwbaarder doordat deze minder gevoelig is voor storingen op diverse fronten. Denk hierbij vooral aan de warmtecirculatie door je woning.

  • Energiezuinig: buitenunit WPL-A 07 is (90 centimeter hoog, 127 centimeter breed, 59 centimeter diep, 62 kg, A+++).

  • HSBC 300: binnenunit met een hoogte van 191 centimeter, breedte van 68 centimeter, diepte van 91 centimeter, en een gewicht leeg/gevuld van 250/641 kilo.

Meer informatie over de warmtepomp-oplossingen van Stiebel Eltron vind je op www.stiebel-eltron.nl

©Stiebel Eltron

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.