ID.nl logo
Met Gitea bouw je je eigen GitHub
© Reshift Digital
Huis

Met Gitea bouw je je eigen GitHub

Dankzij Gitea kun je relatief eenvoudig je eigen GitHub-alternatief bouwen, waar je je programmacode een plek kunt geven. Dat is erg praktisch, ook voor het bijhouden van problemen en documentatie. Bovendien dient het als back-up.

Op GitHub kun je eenvoudig je projecten een plekje geven en delen met de wereld. Maar je kunt zoiets ook zelf bouwen, bijvoorbeeld met Gitea. Deze lichtgewicht software kun je eenvoudig zelf hosten. Waarom zou je dat doen? Ten eerste is het een veilig idee om je ontwikkelbestanden in eigen beheer te hebben. Weliswaar kun je deze op GitHub ook wel privé houden, maar een foutje is snel gemaakt. Sommigen zijn ook niet blij met het feit dat GitHub is overgenomen door Microsoft. Het werkt bovendien – zeker lokaal – ook een stukje sneller. Ten slotte zijn er geen beperkingen meer, zoals je die met een gratis account wel op GitHub hebt.

©PXimport

Licht en flexibel

Gitea is gratis, opensource en uitgegeven onder MIT-licentie, wat erop neerkomt dat vrijwel alles wordt toegestaan. Het pakket biedt uiteraard versiebeheer met Git en een grafische webinterface voor het beheer. Je kunt problemen bijhouden, op basis van meldingen van gebruikers. Dit ken je wellicht van GitHub. Ook kun je uitgebreidere documentatie maken in de vorm van een wiki. Toegang tot de repository is mogelijk via http(s) en ssh. Het is geschreven in de programmeertaal Go en hierdoor platformonafhankelijk. Je kunt het draaien via het uitvoerbare bestand dat onder meer voor Linux, Windows en macOS verkrijgbaar is. Hier installeren we het onder Ubuntu 20.04 LTS met de hulp van Snap. Kleinere systemen als een Raspberry Pi of een NAS kunnen ook als basis dienen. Voor niet al te grote projectgroepen is eenvoudige hardware meer dan toereikend. Ook in vergelijking met GitLab, een van de bekendere alternatieven, liggen de systeemeisen voor Gitea een stuk lager.

Installatie

Op https://docs.gitea.io/en-us staat uitgebreide documentatie voor Gitea. Ook vind je hier verschillende installatiemethoden. Wij kiezen hier voor een installatie onder Ubuntu middels Snap. Zorg dat Snap is geïnstalleerd:

sudo apt install snapd

Daarna installeer je Gitea met:

sudo snap install gitea

Open hierna een browser met het ip-adres van het bewuste systeem en poortnummer 3000. In ons voorbeeld is dat http://10.0.10.53:3000. We kiezen als database voor SQLite3 dat geen verdere configuratie vereist. Bij Gitea base URL en SSH server domein veranderen we localhost naar het ip-adres van de bewuste server. Het maken van een administrator-account onder het kopje Instellingen beheerdersaccount is optioneel, maar wel raadzaam. De eerste geregistreerde gebruiker wordt anders automatisch de beheerder.

©PXimport

De mogelijkheden van Gitea zijn overwegend vergelijkbaar met GitHub

-

Repository maken

Je kunt binnen de webinterface van Gitea een nieuwe repository maken, door op de overzichtspagina achter Repositories op het plusteken te klikken. Vul de gevraagde details in, met minimaal een naam voor de repository en een vinkje achter Zichtbaarheid als deze repository privé moet zijn (achter de checkbox staat namelijk Maak repository privé). Klik dan op Nieuwe repository. Je kunt deze nu klonen, maar ook gebruiken voor een bestaand project, zoals we hierna zullen doen.

©PXimport

Remote repository toevoegen

We nemen een bestaand project als uitgangspunt. We gaan Gitea als remote repository toevoegen onder de naam origin met:

git remote add origin http://10.0.10.53:3000/gertjan/demo.git

Vervolgens synchroniseren we de masterbranch met de remote server:

git push -u origin master

Eventuele andere branches kun je op vergelijkbare wijze synchroniseren. Verdere wijzigingen kun je met een nieuwe push synchroniseren. Je zult merken dat om je gebruikersnaam en wachtwoord worden gevraagd. Dit kun je oplossen door op je systeem de juiste ssh-sleutels aan te maken en deze toe te voegen in Gitea.

Beschrijving toevoegen

Het is nuttig om een beschrijving te hebben van een project. In je werkdirectory maak je daarvoor een tekstbestand met de naam README.md. Gebruik bijvoorbeeld de editor nano:

nano README.md

Hier zet je in Markdown-formaat een beschrijving in. Je kunt de tekst op verschillende manieren opmaken. Gebruik bijvoorbeeld een of meerdere hekjes voor een header en twee sterretjes voor en na een tekst om die vet te maken. Voeg het bestand hierna toe aan je staging area, om het met de tweede opdracht naar je lokale repository te zetten:

git add README.md

git commit -m "Beschrijving toegevoegd"

Werk vervolgens je remote repository op Gitea bij:

git push -u origin master

Als je je projectpagina op Gitea bezoekt, zie je dat de beschrijving direct getoond wordt.

©PXimport

Extra mogelijkheden

Gitea geeft je veel extra features. De mogelijkheden zijn overwegend vergelijkbaar met GitHub en ook de interface lijkt erop. Je kunt om te beginnen op het tabblad Code alle programmabestanden bekijken, evenals de verschillende vertakkingen (branches). Als je binnen dit tabblad naar Commits gaat, zie je alle veranderingen die je hebt gedaan met de korte beschrijving. Als je er op klikt, zie je wat er precies was veranderd.

Het tabblad Kwesties geeft jou en anderen de mogelijkheid om problemen met je code te melden. Je kunt zo’n kwestie vervolgens tot in detail configureren. Je kunt bijvoorbeeld een timer starten zodat je weet hoelang je aan de oplossing werkt, een vervaldatum toevoegen om jezelf een deadline te stellen en afhankelijkheden toevoegen, als je voor het oplossen afhankelijk bent van een andere kwestie. Als het probleem is opgelost, kun je de kwestie sluiten.

Op het tabblad Pull-aanvragen geef je als medeontwikkelaar aan dat je een bepaalde feature hebt afgerond en dat die mag worden toegevoegd aan de master. Ook zulke aanvragen geven weer de mogelijkheid voor verdere discussie. Verder kun je onder andere uitgebreidere documentatie schrijven op het tabblad Wiki.

▼ Volgende artikel
Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning
© Vadym - stock.adobe.com
Gezond leven

Gerucht: Slimme brillen van Meta krijgen gezichtsherkenning

Meta zou in de loop van dit jaar gezichtsherkenningstechnologie aan diens slimme brillen willen toevoegen.

Dat claimt The New York Times van bronnen te hebben vernomen. De gezichtsherkenningstechnologie zou ergens later dit jaar naar de slimme Ray-Ban- en Oakley-brillen van het bedrijf komen.

Volgens The New York Times zouden de brillen met de technologie gezichten in de omgeving kunnen identificeren via de ingebouwde camera. Daar zouden de brillen profielen van socialmediaplatforms van Meta, zoals Facebook en Instagram, voor gebruiken. Vervolgens zouden dragers van de bril informatie over de persoon in kwestie krijgen.

Logischerwijs zorgt het gerucht voor wat ophef rondom privacy. Meta zou dan ook nog overwegen dat het alleen mogelijk wordt om de technologie in te zetten bij mensen waar de drager een connectie mee heeft op social media. Maar het is nog niet uitgesloten dat Meta er voor kiest dat met de bril ook vreemden herkend kunnen worden via openbare profielen.

Het lijkt waarschijnlijk dat de functie er komt; The New York Times citeert een interne memo van Meta waarin te lezen valt dat het een goed moment is om de functie te lanceren gezien de huidige politieke onrust. Dit omdat veel organisaties die bezwaar zouden maken tegen dergelijke technologie, het te druk zouden hebben met andere problemen. Meta zelf heeft het gerucht aan The New York Times bevestigd noch ontkend.

▼ Volgende artikel
RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt
© ID.nl
Huis

RAM(p)-scenario: waarom tech in 2026 duurder wordt

Je merkt het aan laptops, smartphones en gameconsoles: de prijzen lopen dit jaar op. Inflatie speelt mee, maar dat is niet de voornaamste reden. Waar chipmakers, vooral de geheugenfabrikanten, tot voor kort vooral produceerden voor de traditionele (consumenten)markt, gaat er nu steeds meer capaciteit naar grote AI-datacenters. Daardoor worden geheugen en opslag schaarser. En als iets schaarser wordt, stijgt de prijs. Hoe dat zit en wat dat voor jou betekent, lees je hier.

AI als Rupsje Nooitgenoeg

Zie de geheugenchipindustrie als een bakkerij met een beperkt aantal ovens. Jarenlang werd de capaciteit van die ovens gebruikt voor standaardbrood: regulier DRAM-geheugen (Dynamic random access memory)en NAND-opslag (flashgeheugen) voor consumententech. Nu vragen AI-servers om een nieuw soort brood: high bandwidth memory (HBM). HBM is speciaal geheugen dat direct naast de rekenchip zit, zodat data veel sneller heen en weer kan. En de vraag is groot: marktanalisten verwachten dat datacenters in 2026 een heel groot deel van de geproduceerde geheugenchips gaan opslokken, met schattingen die richting 70 procent gaan Het gevolg is simpel: als meer ovens worden gereserveerd voor dat 'speciale brood', kan er minder standaardbrood gebakken worden. En dat betekent dus dat gewoon geheugen fors duurder aan het worden is.

©Bron prijsdata: Tweakers

RAM-tekort is niet de enige oorzaak

Dat de prijzen van geheugen en opslag in korte tijd zo gestegen zijn, ga je dus voelen: want dit zijn basis-onderdelen in bijna elke laptop of smartphone. Daar komt nog bij dat ook cpu's tijdelijk lastiger te leveren (en in sommige gevallen duurder) waren. Ook van andere onderdelen (denk: printplaten, batterijen en stroomregelchips) is de prijs omhoog aan het gaan. Daarnaast maken nieuwe standaarden zoals Wifi 7 en USB 4 sommige onderdelen bovendien complexer en daarmee duurder.

Geheugenchip en geheugen, wat is het verschil?

Een geheugenchip is het fysieke onderdeel dat uit de fabriek komt: zo'n klein rechthoekig blokje dat je op een printplaat ziet zitten. Je kunt het zien als bakstenen en een muur. De geheugenchips zijn de bakstenen. Een RAM-module is de muur, opgebouwd uit meerdere bakstenen op één printplaat. Een typische module bevat meerdere chips die samen die 8, 16 of 32 GB vormen. En precies daarom werkt een tekort aan chips zo snel door. Als er minder chips beschikbaar zijn, kun je minder RAM-modules maken, minder ssd's vullen en minder chips plaatsen in laptops, telefoons en tablets.

©Batorskaya Larisa

Laptops, smartphones en consoles: daarom worden ze duurder

De onderstaande tabel laat zien globaal zien welk deel van het budget naar de verschillende onderdelen gaat. Daarbij moet wel aangetekend dat het om een schatting van percentages gaat; harde cijfers hierover zijn moeilijk te vinden.  Hierdoor zie je beter waar de pijn van de huidige geheugen- en chiptekorten het hardst wordt gevoeld.

OnderdeelLaptopSmartphone (premium)Gameconsole (PS5 Pro/Xbox)
Geheugen & opslag10% - 25%10% - 20%35% of meer
Processor (CPU/SoC)15% - 30%25% - 35%30% - 40%
Scherm / Display10% - 20%15% - 25%N.v.t.
Behuizing / Koeling5% - 10%5% - 10%10% - 15%
Batterij5% - 10%5% - 10%N.v.t.

Kijk je puur naar deze tabel, dan zou je verwachten dat vooral gameconsoles heel sterk in prijs gaan stijgen. Maar volgens kenners van de markt zouden consolebouwers hun best doen om in ieder geval voorlopig de prijs gelijk te houden – juist omdat de Switch 2 net uit is en de Xbox Series en PS5 al meerdere prijsverhogingen hebben gehad. De klap daar zal eerder opgevangen worden door alles eromheen: denk aan accessoires en abonnementen zoals PlayStation Plus.

Bij laptopfabrikanten en smartphonemakers ligt dat anders. Die hebben geen andere producten in het ümfeld die ingezet kunnen worden om de kosten van het belangrijkste product niet al te veel te hoeven verhogen. De stijgende kosten van geheugen, opslag en processor zullen daar dus wel impact gaan hebben, zo is de verwachting.

Welke prijsstijgingen kun je verwachten?

Het blijft een inschatting, maar verschillende marktonderzoeken komen grofweg op hetzelfde neer. Voor een nieuwe laptop moet je dit jaar rekening houden met een extra kostenpost van ongeveer 100 tot 200 euro, afhankelijk van het segment en de gekozen configuratie. Bij smartphones gaat het vaker om 50 tot 100 euro per model. Het precieze bedrag verschilt per merk, maar de tendens is duidelijk: als consument ga je meer betalen.

Hogere prijzen of minder waar voor je geld

Die impact heeft grofweg twee smaken. Enerzijds zal vooral premium tech duurder worden, maar krijg je daar wel meer voor terug; anderzijds zullen bij mid-range tech de prijzen waarschijnlijk minder hard stijgen, maar krijg je daar tegelijkertijd minder waar voor je geld. Krimpflatie.

Premiumtech: duurder, maar meer mogelijkheden

Hier spelen twee dingen: niet alleen zijn chips minder goed leverbaar, er wordt tegelijkertijd hard gewerkt aan nieuwe productietechnieken (zoals de 2-nanometer chiptechnologie van marktleider TSMC). De productie van zo'n nieuwe chip is een ingewikkeld en duur proces. Dat drijft de prijs op.

Wel is het zo dat je als consument profiteert van de mogelijkheden van de nieuwste generatie chips. Die kunnen langer hoge prestaties volhouden en toch koeler blijven, simpelweg omdat de chip efficiënter met energie omgaat. Dat merk je echt in de praktijk. Dus ja, je betaalt meer, maar je krijgt er ook meer voor terug.

©StocksJust4You - stock.adobe.com

Mid-range: niet duurder, wel mindere specs

Bij de middenklasse proberen merken de prijs aantrekkelijk te houden. Als onderdelen duurder worden, moeten ze ergens compenseren. Je krijgt dan voor ongeveer dezelfde adviesprijs als het model van vorig jaar een smartwatch of telefoon met minder opslag, minder RAM of trager werkgeheugen dan de generatie van vorig jaar. Of het model wordt uitgekleed: extra's (bijvoorbeeld een snellere opslagvariant, betere camera, luxere afwerking) verdwijnen.

En de budgetmodellen?

Hele goedkope modellen hebben het extra lastig. Daar zit weinig marge op, dus een stijging van onderdelenprijzen hakt er direct in. Het principe is hetzelfde als bij mid-range, maar het pakt hier vaker scherper uit: er is minder ruimte om kosten op te vangen, dus je merkt het sneller in RAM, opslag of snelheid. Daarnaast kunnen fabrikanten in het laagste segment ook kiezen om instapmodellen te schrappen, of om 'nieuwe' modellen uit te brengen die intern weinig veranderen. Dat betekent vaak ook: minder keuze voor jou.

Conclusie

Tech is in 2026 duurder geworden omdat de chipindustrie zich steeds meer richt op AI-datacenters. Daardoor verschuift productiecapaciteit naar specialistisch geheugen, en stijgen de prijzen van standaardgeheugen en opslag.

Het advies voor jou is vooral praktisch: als je nu al weet dat je extra RAM, een grotere ssd of een nieuwe smartphone, laptop of gameconsole nodig hebt, wacht dan niet te lang. De signalen uit de markt wijzen erop dat prijzen en beschikbaarheid voorlopig onder druk blijven staan. Dat maakt vergelijken weer belangrijker dan de afgelopen jaren. Kijk niet alleen naar de prijs, maar kijk extra goed naar de specificaties. En kijk daarbij vooral naar RAM en opslag: daar zie je de effecten van wat er nu speelt het snelst terug.