ID.nl logo
Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets

Je zou het misschien niet zeggen, maar de fiets hierboven is een hypermoderne fiets. Hij zit namelijk tjokvol gadgets. Sleutels zijn niet nodig: het slot opent automatisch. De lampen gaan vanzelf aan als je opstapt. Het ingebouwde alarm houdt dieven op afstand en de verborgen gps-zender houdt je locatie bij. Hebben? Dat kan! Zo maak je van je oude brik een slimme fiets.

Ook leuk om te lezen: onze tips voor het kopen van een elektrische fiets. Wist je trouwens dat er enorme kwaliteitsverschillen zitten in de accu's van elektrische fietsen? En dat het ook nog uitmaakt hoe en hoe vaak je hem oplaadt? Computer!Totaal voert samen met Kieskeurig.nl en BesteProduct.nl een grote accutest uit. Houd de komende tijd de website in de gaten voor de resultaten!

Tip 01: Verlichting

Je een ongeluk trappen om je dynamo aan te zwengelen zodat je een beetje zichtbaar bent in het donker? Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat kan veel gemakkelijker. Bijvoorbeeld met de See.Sense Icon set. Dat zijn lampjes die met behulp van een bewegingssensor reageren op de omgeving. Rijd je op een rotonde of benadert een auto je ’s avonds, dan schijnen de Icon-lampjes feller zodat het verkeer om je heen je beter ziet. Je kunt ze ook laten knipperen maar dat is in Nederland niet toegestaan.

De lampjes zijn via een rubberband gemakkelijk te bevestigen op elke fiets. Ze worden opgeladen via een usb-kabel en zijn via bluetooth verbonden met je smartphone. Met de See.Sense-app kun je de helderheid van de lampjes instellen en de firmware updaten. De lampjes produceren zo veel licht, dat ze ook overdag zichtbaar zijn. De fietslampen kunnen via je mobiel ook een van je contacten een noodberichtje sturen als je valt. Of een waarschuwing geven op je telefoon als de bewegingssensor merkt dat iemand er met je fiets vandoor gaat. De Icon-lampjes gaan daarnaast automatisch aan als je fietst in het donker. De Icon’s van See.Sense zitten dus boordevol mogelijkheden, die het fietsen veiliger en aangenamer maken. Ze zijn alleen wel prijzig: een setje kost 119,99 pond, dat is zo’n 138 euro.

©PXimport

Tip 02: Slim slot

Een slimme fiets kan natuurlijk niet zonder een ‘slim’ slot. Eentje die je niet hoeft te openen met een sleuteltje (kun je dat ook niet meer kwijtraken), maar die reageert op je telefoon. De SL 460 Smartlock (71 euro) van het Duitse bedrijf Trelock is een mooi voorbeeld. Die kun je via NFC verbinden aan je telefoon. Let op: niet iedere smartphone heeft een NFC-chip ingebouwd, daarvoor heeft Trelock een E-key voor 60 euro extra. Wil je het ringslot sluiten, dan druk je een knop aan de zijkant in en trek je het hendeltje naar beneden. Openen doe je met je smartphone. Je opent de app en houdt de telefoon tegen het vlak aan de zijkant van het slot aan. Na een druk op de knop, schiet het slot open. Nog een voordeel is dat er geen sleutelgat is dat door een dief kan worden geforceerd. Daarnaast kun je het slot delen met maximaal acht personen om de fiets uit te lenen. Die kunnen dan dezelfde app gebruiken.

De SL 460 werkt snel en gemakkelijk. Hij werkt zonder batterij, het slot krijgt z’n stroom via de NFC-verbinding van de smartphone. De Trelock Smartlock heeft geen ART-keurmerk maar ziet er net zo stevig uit als een ringslot met ART-2-keurmerk.

©PXimport

Er is geen sleutelgat dat door een dief kan worden geforceerd

-

Tip 03: Nog slimmer slot

Er is één ding dat de SL 460 niet kan, maar de Linka Lock (169 euro) wel … en dat is automatisch openen. De Linka werkt met bluetooth en kan volledig automatisch openen als je binnen twee meter afstand van je fiets komt. Dat voel heel futuristisch en is ook nog eens heel handig, want je hoeft je telefoon niet meer uit je zak te halen. Vertrouw je het niet? Dan kun je die functie ook uitschakelen en het slot openen met de Linka-app.

Wil je het Linka-slot sluiten, dan druk je twee keer op het knopje aan de zijkant. Het gaat dan met een zachte zoem automatisch dicht. Ben je je telefoon vergeten of werkt je bluetooth-verbinding even niet, dan heb je een noodcode als back-up. Heb je bijvoorbeeld de code 3625 bedacht, dan druk je het knopje aan de zijkant eerst drie keer in, dan zes keer etc. Het slot opent ook dan voor je. Verder heeft de Linka een ingebouwd alarm (110 dB) dat reageert op beweging. En je kunt de toegang tot het slot delen met anderen.

De Linka moet worden opgeladen met een usb-kabel (volgens de fabrikant hoeft dat maar één keer per jaar). Ook dit slot ziet er stevig uit maar heeft geen ART-keurmerk.

©PXimport

Tip 04: Alarm

Het slot dat we in de vorige tip bespraken heeft een ingebouwd alarm, maar je kunt ook een los alarm aanschaffen. De Chinese webwinkel DealExtreme verkoopt bijvoorbeeld een model voor 4,22 euro dat reageert op schokkerige bewegingen. Je kunt het apparaatje eenvoudig bevestigen aan het frame van je fiets. Wil je het alarm activeren, dan druk je twee seconden de B-knop in. Het alarm reageert op beweging en geeft een ‘gil’ van 110 dB. Om het alarm uit te schakelen, moet je een zelf gekozen code invoeren. Het alarm werkt op een 9V-batterij. Heb je een lichte fiets, dan is het misschien handiger om te investeren in bijvoorbeeld een slot met ingebouwd alarm of een gps-tracker (zie tip 5), omdat het alarm niet reageert als de tweewieler wordt opgetild (het kan geen versnelling meten maar alleen trilling).

©PXimport

Tip 05: Tracker

Met een gps-tracker kun je je fiets overal volgen. Mocht je fiets worden gestolen, dan vertelt de ingebouwde gps-chip je precies waar je tweewieler is. De Vclone van Velocate is een gps-tracker vermomd als een achterlamp met reflector. Op het oog zie je geen verschil tussen een gewoon achterlicht en de Vclone. Maar binnenin dit apparaat zitten een gps-chip en simkaart verstopt, die ervoor zorgen dat je je fiets overal ter wereld met je smartphone kunt volgen. De installatie van de Vclone is niet anders dan die van een achterlicht: je schroeft hem met twee moertjes vast aan de achterkant van je fiets. Je downloadt en start daarna de bijbehorende app, waarna je op een kaart meteen de positie van je fiets ziet (mits hij verbinding heeft met minimaal drie satellieten).

Via een bluetoothverbinding kun je met de app het achterlicht ook aanzetten (helaas is daarvoor geen knopje meer aanwezig op de Vclone). Ook kun je instellen dat je een seintje krijgt als iemand je tweewieler steelt. De Vclone wordt via een usb-snoer opgeladen, en dat is nog best lastig. Aan het uiteinde van het snoer zit namelijk geen stekkertje, maar hangen twee draadjes die je door twee gaatjes onder de Vclone moet steken. Niet echt gebruiksvriendelijk. Daarnaast is het best prijzig: tussen de 149 en 240 euro, afhankelijk van het abonnement.

©PXimport

In de achterlamp zit een gps-tracker verstopt zodat je je fiets kunt volgen

-

Tip 06: Goedkopere tracker

Een veel goedkopere optie is de Chinese Mini GPS Tracker (18,30 euro). Die is misschien niet per se gemaakt voor een fiets, en niet zo mooi vermomd als de Vclone, maar werkt ook prima. Je kunt hier zelf een (prepaid)simkaart in stoppen. Als je het bijbehorende telefoonnummer belt, stuurt het kastje je een sms met daarin de coördinaten, het tijdstip, de snelheid en een link naar Google Maps. De Mini GPS (64 x 46 x 17 mm en 50 gram) is goed te verstoppen onder het zadel.

©PXimport

Tip 07: Navigatie

Er zijn allerlei producten te koop voor fietsnavigatie, met prijzen tussen de 150 en 600 euro. Maar voor wie het goedkoop wil houden hebben we twee woorden: Google Maps. Deze navigatie-app is gratis en voor smartphones met iOS en met Android beschikbaar. Zodra je in de app een bestemming hebt gekozen, klik je daaronder op het fiets-icoontje en krijg je een fietsroute voorgeschoteld. Klik je onderaan het scherm op Stappen en meer, dan krijg je van iedere afslag een foto te zien. Je kunt de kaarten trouwens downloaden naar je telefoon, zodat je onderweg geen data verbruikt (klik op het hamburgericoon en kies Offline kaarten). Met een waterdichte fietshouder kun je je smartphone veilig monteren op je stuur.

Tip 08: Usb-aansluiting

Als je je telefoon heel veel gebruikt en lange tochten maakt, is het handig als je hem onderweg kunt opladen. Cortina verkoopt een stuurpen met ingebouwde powerbank voor 85 euro, verkrijgbaar via de fietshandel. De stuurpen kan worden aangesloten op iedere dynamo en ziet er fraai uit. Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt. Het inbouwen van de stuurpen is wel even een klusje, maar het resultaat is heel netjes. We mochten de stuurpen testen op een fiets van TSO Fietsen in Groningen. Tijdens die rit bleek hoe simpel het werkt: telefoon aansluiten op de usb-ingang en gaan. Het laden gaat niet heel snel, maar het zorgt er in elk geval voor dat je telefoon op peil blijft.

Ook een mooie optie is de Cycle2Charge (59,90 euro plus 10 euro verzendkosten). Dit is een klein apparaatje dat netjes bovenop het balhoofd van een Ahead-stuurpen kan worden gemonteerd. Heb je geen Ahead-stuurpen, dan kan hij met een adapter ook op een gewoon stuur worden geplaatst. Met een snoertje sluit je de Cycle2Charge op je 5V-dynamo aan, zodat het apparaatje de energie om kan zetten in stroom voor je telefoon. Je sluit simpelweg je mobiel op de usb-ingang aan. De Cycle2Charge kan tegen een stootje en is gemakkelijk te installeren.

©PXimport

Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt

-

Tip 09: Alles in één

Het alles in één pakket van Cobi vervangt je telefoonhouder, usb-lader, navigatie, fietslampjes en bel, en maakt er één slim geïntegreerd systeem van. Het hart van het systeem is je smartphone, die met een ingebouwde accu (op te laden via usb) wordt gevoed. Via de afstandsbediening op je stuur bedien je de Cobi-app. Daarmee kun je een fietsroute vastleggen, je lampen aan- of uitzetten, je muziek bedienen en zelfs telefoontjes plegen. De lampen kunnen ook automatisch inschakelen als je fietst in het donker. En – heel gaaf – met je achterlicht kun je je richting aangeven. Het Cobi-systeem heeft ook een alarm, dat je via bluetooth een seintje stuurt als iemand je fiets pakt.

Het systeem werkt heel prettig en ziet er gelikt uit. Het kost alleen wel een flinke duit: 299 euro. Daarnaast is het wat fragiel en daardoor misschien minder geschikt in een grote stad of drukke fietsenstalling.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.

▼ Volgende artikel
We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2
Huis

We geven Mario Tennis Fever weg voor de Switch 2

Samen met onze vrienden van bol geven we wekelijks een nieuwe game weg, en deze week is dat natuurlijk Mario Tennis Fever.

Fever verscheen namelijk deze week voor de Nintendo Switch 2 en is volgens onze Simon een uitstekende Mario-sportgame. Met z'n Fever Rackets - die speciale slagen vol onvoorspelbare effecten mogelijk maken - goede basisgameplay en flink wat content weet Fever boven de afgelopen delen uit te stijgen:

Mario Tennis Fever barst van de content. De vele personages, banen en rackets geven unieke, diepere lagen aan de gameplay en multiplayerpotjes gaan met grote glimlach en een berg vertier gespeeld worden. Jammer voor de wat volwassenere spelers dat die volgende laag diepgang nét niet geraakt wordt. Daarvoor is het singleplayeraanbod niet genoeg, de tegenstanders niet uitdagend genoeg en ontbreekt er hier en daar net wat finesse. Maar ga zo door, Nintendo. Mario Tennis Fever zit namelijk wél in de richting van die tijdloze Camelot-klassiekers waar we zo naar hunkeren.

Winnen

Wat moet je doen om te winnen? Ga naar de website van bol, vind de productcode in de url (bestaande uit zestien cijfers) en vul die hieronder in het invulformulier in! Vergeet ook niet je naam en emailadres in te vullen, dan sturen we je zo snel mogelijk een code om de game fysiek op bol.com te bestellen!

Werkt het formulier niet? Klik dan hier.

Watch on YouTube