ID.nl logo
Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets

Je zou het misschien niet zeggen, maar de fiets hierboven is een hypermoderne fiets. Hij zit namelijk tjokvol gadgets. Sleutels zijn niet nodig: het slot opent automatisch. De lampen gaan vanzelf aan als je opstapt. Het ingebouwde alarm houdt dieven op afstand en de verborgen gps-zender houdt je locatie bij. Hebben? Dat kan! Zo maak je van je oude brik een slimme fiets.

Ook leuk om te lezen: onze tips voor het kopen van een elektrische fiets. Wist je trouwens dat er enorme kwaliteitsverschillen zitten in de accu's van elektrische fietsen? En dat het ook nog uitmaakt hoe en hoe vaak je hem oplaadt? Computer!Totaal voert samen met Kieskeurig.nl en BesteProduct.nl een grote accutest uit. Houd de komende tijd de website in de gaten voor de resultaten!

Tip 01: Verlichting

Je een ongeluk trappen om je dynamo aan te zwengelen zodat je een beetje zichtbaar bent in het donker? Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat kan veel gemakkelijker. Bijvoorbeeld met de See.Sense Icon set. Dat zijn lampjes die met behulp van een bewegingssensor reageren op de omgeving. Rijd je op een rotonde of benadert een auto je ’s avonds, dan schijnen de Icon-lampjes feller zodat het verkeer om je heen je beter ziet. Je kunt ze ook laten knipperen maar dat is in Nederland niet toegestaan.

De lampjes zijn via een rubberband gemakkelijk te bevestigen op elke fiets. Ze worden opgeladen via een usb-kabel en zijn via bluetooth verbonden met je smartphone. Met de See.Sense-app kun je de helderheid van de lampjes instellen en de firmware updaten. De lampjes produceren zo veel licht, dat ze ook overdag zichtbaar zijn. De fietslampen kunnen via je mobiel ook een van je contacten een noodberichtje sturen als je valt. Of een waarschuwing geven op je telefoon als de bewegingssensor merkt dat iemand er met je fiets vandoor gaat. De Icon-lampjes gaan daarnaast automatisch aan als je fietst in het donker. De Icon’s van See.Sense zitten dus boordevol mogelijkheden, die het fietsen veiliger en aangenamer maken. Ze zijn alleen wel prijzig: een setje kost 119,99 pond, dat is zo’n 138 euro.

©PXimport

Tip 02: Slim slot

Een slimme fiets kan natuurlijk niet zonder een ‘slim’ slot. Eentje die je niet hoeft te openen met een sleuteltje (kun je dat ook niet meer kwijtraken), maar die reageert op je telefoon. De SL 460 Smartlock (71 euro) van het Duitse bedrijf Trelock is een mooi voorbeeld. Die kun je via NFC verbinden aan je telefoon. Let op: niet iedere smartphone heeft een NFC-chip ingebouwd, daarvoor heeft Trelock een E-key voor 60 euro extra. Wil je het ringslot sluiten, dan druk je een knop aan de zijkant in en trek je het hendeltje naar beneden. Openen doe je met je smartphone. Je opent de app en houdt de telefoon tegen het vlak aan de zijkant van het slot aan. Na een druk op de knop, schiet het slot open. Nog een voordeel is dat er geen sleutelgat is dat door een dief kan worden geforceerd. Daarnaast kun je het slot delen met maximaal acht personen om de fiets uit te lenen. Die kunnen dan dezelfde app gebruiken.

De SL 460 werkt snel en gemakkelijk. Hij werkt zonder batterij, het slot krijgt z’n stroom via de NFC-verbinding van de smartphone. De Trelock Smartlock heeft geen ART-keurmerk maar ziet er net zo stevig uit als een ringslot met ART-2-keurmerk.

©PXimport

Er is geen sleutelgat dat door een dief kan worden geforceerd

-

Tip 03: Nog slimmer slot

Er is één ding dat de SL 460 niet kan, maar de Linka Lock (169 euro) wel … en dat is automatisch openen. De Linka werkt met bluetooth en kan volledig automatisch openen als je binnen twee meter afstand van je fiets komt. Dat voel heel futuristisch en is ook nog eens heel handig, want je hoeft je telefoon niet meer uit je zak te halen. Vertrouw je het niet? Dan kun je die functie ook uitschakelen en het slot openen met de Linka-app.

Wil je het Linka-slot sluiten, dan druk je twee keer op het knopje aan de zijkant. Het gaat dan met een zachte zoem automatisch dicht. Ben je je telefoon vergeten of werkt je bluetooth-verbinding even niet, dan heb je een noodcode als back-up. Heb je bijvoorbeeld de code 3625 bedacht, dan druk je het knopje aan de zijkant eerst drie keer in, dan zes keer etc. Het slot opent ook dan voor je. Verder heeft de Linka een ingebouwd alarm (110 dB) dat reageert op beweging. En je kunt de toegang tot het slot delen met anderen.

De Linka moet worden opgeladen met een usb-kabel (volgens de fabrikant hoeft dat maar één keer per jaar). Ook dit slot ziet er stevig uit maar heeft geen ART-keurmerk.

©PXimport

Tip 04: Alarm

Het slot dat we in de vorige tip bespraken heeft een ingebouwd alarm, maar je kunt ook een los alarm aanschaffen. De Chinese webwinkel DealExtreme verkoopt bijvoorbeeld een model voor 4,22 euro dat reageert op schokkerige bewegingen. Je kunt het apparaatje eenvoudig bevestigen aan het frame van je fiets. Wil je het alarm activeren, dan druk je twee seconden de B-knop in. Het alarm reageert op beweging en geeft een ‘gil’ van 110 dB. Om het alarm uit te schakelen, moet je een zelf gekozen code invoeren. Het alarm werkt op een 9V-batterij. Heb je een lichte fiets, dan is het misschien handiger om te investeren in bijvoorbeeld een slot met ingebouwd alarm of een gps-tracker (zie tip 5), omdat het alarm niet reageert als de tweewieler wordt opgetild (het kan geen versnelling meten maar alleen trilling).

©PXimport

Tip 05: Tracker

Met een gps-tracker kun je je fiets overal volgen. Mocht je fiets worden gestolen, dan vertelt de ingebouwde gps-chip je precies waar je tweewieler is. De Vclone van Velocate is een gps-tracker vermomd als een achterlamp met reflector. Op het oog zie je geen verschil tussen een gewoon achterlicht en de Vclone. Maar binnenin dit apparaat zitten een gps-chip en simkaart verstopt, die ervoor zorgen dat je je fiets overal ter wereld met je smartphone kunt volgen. De installatie van de Vclone is niet anders dan die van een achterlicht: je schroeft hem met twee moertjes vast aan de achterkant van je fiets. Je downloadt en start daarna de bijbehorende app, waarna je op een kaart meteen de positie van je fiets ziet (mits hij verbinding heeft met minimaal drie satellieten).

Via een bluetoothverbinding kun je met de app het achterlicht ook aanzetten (helaas is daarvoor geen knopje meer aanwezig op de Vclone). Ook kun je instellen dat je een seintje krijgt als iemand je tweewieler steelt. De Vclone wordt via een usb-snoer opgeladen, en dat is nog best lastig. Aan het uiteinde van het snoer zit namelijk geen stekkertje, maar hangen twee draadjes die je door twee gaatjes onder de Vclone moet steken. Niet echt gebruiksvriendelijk. Daarnaast is het best prijzig: tussen de 149 en 240 euro, afhankelijk van het abonnement.

©PXimport

In de achterlamp zit een gps-tracker verstopt zodat je je fiets kunt volgen

-

Tip 06: Goedkopere tracker

Een veel goedkopere optie is de Chinese Mini GPS Tracker (18,30 euro). Die is misschien niet per se gemaakt voor een fiets, en niet zo mooi vermomd als de Vclone, maar werkt ook prima. Je kunt hier zelf een (prepaid)simkaart in stoppen. Als je het bijbehorende telefoonnummer belt, stuurt het kastje je een sms met daarin de coördinaten, het tijdstip, de snelheid en een link naar Google Maps. De Mini GPS (64 x 46 x 17 mm en 50 gram) is goed te verstoppen onder het zadel.

©PXimport

Tip 07: Navigatie

Er zijn allerlei producten te koop voor fietsnavigatie, met prijzen tussen de 150 en 600 euro. Maar voor wie het goedkoop wil houden hebben we twee woorden: Google Maps. Deze navigatie-app is gratis en voor smartphones met iOS en met Android beschikbaar. Zodra je in de app een bestemming hebt gekozen, klik je daaronder op het fiets-icoontje en krijg je een fietsroute voorgeschoteld. Klik je onderaan het scherm op Stappen en meer, dan krijg je van iedere afslag een foto te zien. Je kunt de kaarten trouwens downloaden naar je telefoon, zodat je onderweg geen data verbruikt (klik op het hamburgericoon en kies Offline kaarten). Met een waterdichte fietshouder kun je je smartphone veilig monteren op je stuur.

Tip 08: Usb-aansluiting

Als je je telefoon heel veel gebruikt en lange tochten maakt, is het handig als je hem onderweg kunt opladen. Cortina verkoopt een stuurpen met ingebouwde powerbank voor 85 euro, verkrijgbaar via de fietshandel. De stuurpen kan worden aangesloten op iedere dynamo en ziet er fraai uit. Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt. Het inbouwen van de stuurpen is wel even een klusje, maar het resultaat is heel netjes. We mochten de stuurpen testen op een fiets van TSO Fietsen in Groningen. Tijdens die rit bleek hoe simpel het werkt: telefoon aansluiten op de usb-ingang en gaan. Het laden gaat niet heel snel, maar het zorgt er in elk geval voor dat je telefoon op peil blijft.

Ook een mooie optie is de Cycle2Charge (59,90 euro plus 10 euro verzendkosten). Dit is een klein apparaatje dat netjes bovenop het balhoofd van een Ahead-stuurpen kan worden gemonteerd. Heb je geen Ahead-stuurpen, dan kan hij met een adapter ook op een gewoon stuur worden geplaatst. Met een snoertje sluit je de Cycle2Charge op je 5V-dynamo aan, zodat het apparaatje de energie om kan zetten in stroom voor je telefoon. Je sluit simpelweg je mobiel op de usb-ingang aan. De Cycle2Charge kan tegen een stootje en is gemakkelijk te installeren.

©PXimport

Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt

-

Tip 09: Alles in één

Het alles in één pakket van Cobi vervangt je telefoonhouder, usb-lader, navigatie, fietslampjes en bel, en maakt er één slim geïntegreerd systeem van. Het hart van het systeem is je smartphone, die met een ingebouwde accu (op te laden via usb) wordt gevoed. Via de afstandsbediening op je stuur bedien je de Cobi-app. Daarmee kun je een fietsroute vastleggen, je lampen aan- of uitzetten, je muziek bedienen en zelfs telefoontjes plegen. De lampen kunnen ook automatisch inschakelen als je fietst in het donker. En – heel gaaf – met je achterlicht kun je je richting aangeven. Het Cobi-systeem heeft ook een alarm, dat je via bluetooth een seintje stuurt als iemand je fiets pakt.

Het systeem werkt heel prettig en ziet er gelikt uit. Het kost alleen wel een flinke duit: 299 euro. Daarnaast is het wat fragiel en daardoor misschien minder geschikt in een grote stad of drukke fietsenstalling.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.