ID.nl logo
Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets
© PXimport
Zekerheid & gemak

Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets

Je zou het misschien niet zeggen, maar de fiets hierboven is een hypermoderne fiets. Hij zit namelijk tjokvol gadgets. Sleutels zijn niet nodig: het slot opent automatisch. De lampen gaan vanzelf aan als je opstapt. Het ingebouwde alarm houdt dieven op afstand en de verborgen gps-zender houdt je locatie bij. Hebben? Dat kan! Zo maak je van je oude brik een slimme fiets.

Ook leuk om te lezen: onze tips voor het kopen van een elektrische fiets. Wist je trouwens dat er enorme kwaliteitsverschillen zitten in de accu's van elektrische fietsen? En dat het ook nog uitmaakt hoe en hoe vaak je hem oplaadt? Computer!Totaal voert samen met Kieskeurig.nl en BesteProduct.nl een grote accutest uit. Houd de komende tijd de website in de gaten voor de resultaten!

Tip 01: Verlichting

Je een ongeluk trappen om je dynamo aan te zwengelen zodat je een beetje zichtbaar bent in het donker? Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat kan veel gemakkelijker. Bijvoorbeeld met de See.Sense Icon set. Dat zijn lampjes die met behulp van een bewegingssensor reageren op de omgeving. Rijd je op een rotonde of benadert een auto je ’s avonds, dan schijnen de Icon-lampjes feller zodat het verkeer om je heen je beter ziet. Je kunt ze ook laten knipperen maar dat is in Nederland niet toegestaan.

De lampjes zijn via een rubberband gemakkelijk te bevestigen op elke fiets. Ze worden opgeladen via een usb-kabel en zijn via bluetooth verbonden met je smartphone. Met de See.Sense-app kun je de helderheid van de lampjes instellen en de firmware updaten. De lampjes produceren zo veel licht, dat ze ook overdag zichtbaar zijn. De fietslampen kunnen via je mobiel ook een van je contacten een noodberichtje sturen als je valt. Of een waarschuwing geven op je telefoon als de bewegingssensor merkt dat iemand er met je fiets vandoor gaat. De Icon-lampjes gaan daarnaast automatisch aan als je fietst in het donker. De Icon’s van See.Sense zitten dus boordevol mogelijkheden, die het fietsen veiliger en aangenamer maken. Ze zijn alleen wel prijzig: een setje kost 119,99 pond, dat is zo’n 138 euro.

©PXimport

Tip 02: Slim slot

Een slimme fiets kan natuurlijk niet zonder een ‘slim’ slot. Eentje die je niet hoeft te openen met een sleuteltje (kun je dat ook niet meer kwijtraken), maar die reageert op je telefoon. De SL 460 Smartlock (71 euro) van het Duitse bedrijf Trelock is een mooi voorbeeld. Die kun je via NFC verbinden aan je telefoon. Let op: niet iedere smartphone heeft een NFC-chip ingebouwd, daarvoor heeft Trelock een E-key voor 60 euro extra. Wil je het ringslot sluiten, dan druk je een knop aan de zijkant in en trek je het hendeltje naar beneden. Openen doe je met je smartphone. Je opent de app en houdt de telefoon tegen het vlak aan de zijkant van het slot aan. Na een druk op de knop, schiet het slot open. Nog een voordeel is dat er geen sleutelgat is dat door een dief kan worden geforceerd. Daarnaast kun je het slot delen met maximaal acht personen om de fiets uit te lenen. Die kunnen dan dezelfde app gebruiken.

De SL 460 werkt snel en gemakkelijk. Hij werkt zonder batterij, het slot krijgt z’n stroom via de NFC-verbinding van de smartphone. De Trelock Smartlock heeft geen ART-keurmerk maar ziet er net zo stevig uit als een ringslot met ART-2-keurmerk.

©PXimport

Er is geen sleutelgat dat door een dief kan worden geforceerd

-

Tip 03: Nog slimmer slot

Er is één ding dat de SL 460 niet kan, maar de Linka Lock (169 euro) wel … en dat is automatisch openen. De Linka werkt met bluetooth en kan volledig automatisch openen als je binnen twee meter afstand van je fiets komt. Dat voel heel futuristisch en is ook nog eens heel handig, want je hoeft je telefoon niet meer uit je zak te halen. Vertrouw je het niet? Dan kun je die functie ook uitschakelen en het slot openen met de Linka-app.

Wil je het Linka-slot sluiten, dan druk je twee keer op het knopje aan de zijkant. Het gaat dan met een zachte zoem automatisch dicht. Ben je je telefoon vergeten of werkt je bluetooth-verbinding even niet, dan heb je een noodcode als back-up. Heb je bijvoorbeeld de code 3625 bedacht, dan druk je het knopje aan de zijkant eerst drie keer in, dan zes keer etc. Het slot opent ook dan voor je. Verder heeft de Linka een ingebouwd alarm (110 dB) dat reageert op beweging. En je kunt de toegang tot het slot delen met anderen.

De Linka moet worden opgeladen met een usb-kabel (volgens de fabrikant hoeft dat maar één keer per jaar). Ook dit slot ziet er stevig uit maar heeft geen ART-keurmerk.

©PXimport

Tip 04: Alarm

Het slot dat we in de vorige tip bespraken heeft een ingebouwd alarm, maar je kunt ook een los alarm aanschaffen. De Chinese webwinkel DealExtreme verkoopt bijvoorbeeld een model voor 4,22 euro dat reageert op schokkerige bewegingen. Je kunt het apparaatje eenvoudig bevestigen aan het frame van je fiets. Wil je het alarm activeren, dan druk je twee seconden de B-knop in. Het alarm reageert op beweging en geeft een ‘gil’ van 110 dB. Om het alarm uit te schakelen, moet je een zelf gekozen code invoeren. Het alarm werkt op een 9V-batterij. Heb je een lichte fiets, dan is het misschien handiger om te investeren in bijvoorbeeld een slot met ingebouwd alarm of een gps-tracker (zie tip 5), omdat het alarm niet reageert als de tweewieler wordt opgetild (het kan geen versnelling meten maar alleen trilling).

©PXimport

Tip 05: Tracker

Met een gps-tracker kun je je fiets overal volgen. Mocht je fiets worden gestolen, dan vertelt de ingebouwde gps-chip je precies waar je tweewieler is. De Vclone van Velocate is een gps-tracker vermomd als een achterlamp met reflector. Op het oog zie je geen verschil tussen een gewoon achterlicht en de Vclone. Maar binnenin dit apparaat zitten een gps-chip en simkaart verstopt, die ervoor zorgen dat je je fiets overal ter wereld met je smartphone kunt volgen. De installatie van de Vclone is niet anders dan die van een achterlicht: je schroeft hem met twee moertjes vast aan de achterkant van je fiets. Je downloadt en start daarna de bijbehorende app, waarna je op een kaart meteen de positie van je fiets ziet (mits hij verbinding heeft met minimaal drie satellieten).

Via een bluetoothverbinding kun je met de app het achterlicht ook aanzetten (helaas is daarvoor geen knopje meer aanwezig op de Vclone). Ook kun je instellen dat je een seintje krijgt als iemand je tweewieler steelt. De Vclone wordt via een usb-snoer opgeladen, en dat is nog best lastig. Aan het uiteinde van het snoer zit namelijk geen stekkertje, maar hangen twee draadjes die je door twee gaatjes onder de Vclone moet steken. Niet echt gebruiksvriendelijk. Daarnaast is het best prijzig: tussen de 149 en 240 euro, afhankelijk van het abonnement.

©PXimport

In de achterlamp zit een gps-tracker verstopt zodat je je fiets kunt volgen

-

Tip 06: Goedkopere tracker

Een veel goedkopere optie is de Chinese Mini GPS Tracker (18,30 euro). Die is misschien niet per se gemaakt voor een fiets, en niet zo mooi vermomd als de Vclone, maar werkt ook prima. Je kunt hier zelf een (prepaid)simkaart in stoppen. Als je het bijbehorende telefoonnummer belt, stuurt het kastje je een sms met daarin de coördinaten, het tijdstip, de snelheid en een link naar Google Maps. De Mini GPS (64 x 46 x 17 mm en 50 gram) is goed te verstoppen onder het zadel.

©PXimport

Tip 07: Navigatie

Er zijn allerlei producten te koop voor fietsnavigatie, met prijzen tussen de 150 en 600 euro. Maar voor wie het goedkoop wil houden hebben we twee woorden: Google Maps. Deze navigatie-app is gratis en voor smartphones met iOS en met Android beschikbaar. Zodra je in de app een bestemming hebt gekozen, klik je daaronder op het fiets-icoontje en krijg je een fietsroute voorgeschoteld. Klik je onderaan het scherm op Stappen en meer, dan krijg je van iedere afslag een foto te zien. Je kunt de kaarten trouwens downloaden naar je telefoon, zodat je onderweg geen data verbruikt (klik op het hamburgericoon en kies Offline kaarten). Met een waterdichte fietshouder kun je je smartphone veilig monteren op je stuur.

Tip 08: Usb-aansluiting

Als je je telefoon heel veel gebruikt en lange tochten maakt, is het handig als je hem onderweg kunt opladen. Cortina verkoopt een stuurpen met ingebouwde powerbank voor 85 euro, verkrijgbaar via de fietshandel. De stuurpen kan worden aangesloten op iedere dynamo en ziet er fraai uit. Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt. Het inbouwen van de stuurpen is wel even een klusje, maar het resultaat is heel netjes. We mochten de stuurpen testen op een fiets van TSO Fietsen in Groningen. Tijdens die rit bleek hoe simpel het werkt: telefoon aansluiten op de usb-ingang en gaan. Het laden gaat niet heel snel, maar het zorgt er in elk geval voor dat je telefoon op peil blijft.

Ook een mooie optie is de Cycle2Charge (59,90 euro plus 10 euro verzendkosten). Dit is een klein apparaatje dat netjes bovenop het balhoofd van een Ahead-stuurpen kan worden gemonteerd. Heb je geen Ahead-stuurpen, dan kan hij met een adapter ook op een gewoon stuur worden geplaatst. Met een snoertje sluit je de Cycle2Charge op je 5V-dynamo aan, zodat het apparaatje de energie om kan zetten in stroom voor je telefoon. Je sluit simpelweg je mobiel op de usb-ingang aan. De Cycle2Charge kan tegen een stootje en is gemakkelijk te installeren.

©PXimport

Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt

-

Tip 09: Alles in één

Het alles in één pakket van Cobi vervangt je telefoonhouder, usb-lader, navigatie, fietslampjes en bel, en maakt er één slim geïntegreerd systeem van. Het hart van het systeem is je smartphone, die met een ingebouwde accu (op te laden via usb) wordt gevoed. Via de afstandsbediening op je stuur bedien je de Cobi-app. Daarmee kun je een fietsroute vastleggen, je lampen aan- of uitzetten, je muziek bedienen en zelfs telefoontjes plegen. De lampen kunnen ook automatisch inschakelen als je fietst in het donker. En – heel gaaf – met je achterlicht kun je je richting aangeven. Het Cobi-systeem heeft ook een alarm, dat je via bluetooth een seintje stuurt als iemand je fiets pakt.

Het systeem werkt heel prettig en ziet er gelikt uit. Het kost alleen wel een flinke duit: 299 euro. Daarnaast is het wat fragiel en daardoor misschien minder geschikt in een grote stad of drukke fietsenstalling.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Waarom moeilijk doen? Beheer je thuisserver met CasaOS
© Vatcharachai
Huis

Waarom moeilijk doen? Beheer je thuisserver met CasaOS

Met een NUC of Raspberry Pi zet je snel een thuisserver op, bijvoorbeeld door allerlei services in Docker-containers te draaien en bestanden op je netwerk te delen. CasaOS maakt dit wel heel eenvoudig dankzij een toegankelijk dashboard waarmee je diensten kunt installeren en beheren.

In dit artikel laten we zien hoe je met CasaOS een thuisserver kunt beheren:

  • Installeer CasaOS op een Raspberry Pi, NUC of Linux-systeem
  • Beheer bestanden en deel mappen
  • Installeer en draai Docker-containers vanuit de ingebouwde App Store
  • Importeer extra applicaties via third-party-appstores of Docker Compose-bestanden

Lees ook deze oplossingen voor als je thuisserver het laat afweten: De beste remedies tegen downtime van je thuisserver

Een thuisserver draaien is nog nooit zo eenvoudig geweest. Een Raspberry Pi of NUC kosten niet veel en draaien relatief energiezuinig 24/7 in je thuisnetwerk. Je installeert er een Linux-distributie op en deelt de bestanden die op de aangesloten schijf staan met je netwerk. Daarbovenop draai je dan allerlei opensource-services, bijvoorbeeld als Docker-containers. Het is een beproefd recept met mooie resultaten.

CasaOS maakt dit proces nog eenvoudiger om te realiseren. Het biedt een gebruiksvriendelijke webinterface aan waarmee je met één klik allerlei services op een Linux-server installeert. In dit artikel doen we dat op een Intel NUC met Debian 12 (codenaam Bookworm), het door CasaOS aanbevolen besturingssysteem. Raadpleeg het kader ‘Systeemeisen’ voor andere opties.

1 CasaOS installeren

In dit artikel gaan we ervan uit dat je al Debian 12, of een van de andere aanbevolen besturingssystemen, op ondersteunde hardware hebt geïnstalleerd. Je dient op je besturingssysteem ook een gewoon gebruikersaccount (zonder beheerrechten) te hebben, die het commando sudo kan uitvoeren. Raadpleeg de documentatie van je besturingssysteem voor de instructies hiervoor.

Update daarna de pakketbronnen en upgrade de geïnstalleerde pakketten:

sudo apt update && sudo apt upgrade

Daarna start je de installatie van CasaOS met de volgende regel, waarmee je het installatiescript downloadt en vervolgens met rootrechten uitvoert:

wget -qO- https://get.casaos.io | sudo bash

Het installatiescript controleert allerlei systeemvereisten en installeert ook pakketten die nodig zijn voor CasaOS. Dat kan enige tijd duren. Als alles naar behoren verloopt, krijg je op het einde in je terminalvenster het ip-adres te zien waarop de webinterface van CasaOS bereikbaar is.

Installeer CasaOS in Debian 12.

2 Eerste keer inloggen

Wanneer je dit ip-adres in je browser bezoekt, krijg je de vraag om een account aan te maken. Klik op Go, kies een gebruikersnaam en wachtwoord, en klik daarna op Create. Je ziet daarna het dashboard. Dat toont standaard de huidige datum en tijd, de systeemstatus (CPU en RAM), de gebruikte opslag, netwerkstatistieken en enkele knoppen om extra apps te installeren of te activeren.

De icoontjes linksboven geven je toegang tot je account (naam en wachtwoord aanpassen, en uitloggen), de instellingen, en de terminal en logs. De terminal laat je toe om via je browser met SSH in te loggen op de computer waarop CasaOS draait. Vul de gebruikersnaam en het bijbehorende wachtwoord in van een geldig account op de computer en klik dan op Connect om een inlogsessie te starten. Doorgaans zul je dit niet vaak nodig hebben: CasaOS is juist ontworpen om zoveel mogelijk via de gebruiksvriendelijke webinterface te gebruiken.

Via het dashboard van CasaOS heb je toegang tot allerlei apps en widgets.

3 Instellingen

Als je op het instellingenicoontje klikt, kun je een reeks algemene instellingen aanpassen. Zo kies je hier of je de zoekbalk wilt zien en welke zoekmachine je daarin gebruikt, en configureer je de taal van CasaOS (Nederlands behoort tot de opties). Ook de achtergrondafbeelding is te wijzigen naar een van de andere meegeleverde afbeeldingen of een bestand dat je zelf uploadt.

Als je bovenaan geen aanbevelingen voor apps te zien wilt krijgen, schakel dit hier dan uit. Het automatisch aankoppelen van usb-schijven die je aansluit, is hier ook uit te schakelen. Daarnaast zie je hier of je de nieuwste versie van CasaOS draait en kun je de computer herstarten of uitschakelen.

Onderaan heb je een widget met de naam Widgetinstellingen. Hier kun je de widgets met de tijd, systeemstatus, opslagstatus en netwerkstatus individueel in- en uitschakelen. De meeste van die widgets laten ook nog lichte aanpassingen toe. Klik je bijvoorbeeld op de widget met de tijd, dan schakel je over van 24- naar 12-uursnotatie. Bij Opslag en Netwerkstatus schakel je over naar een andere schijf of netwerkkaart.

De instellingen van CasaOS zijn beperkt, maar bieden de belangrijkste configuratiemogelijkheden.

Systeemeisen

CasaOS kan op diverse Linux-distributies geïnstalleerd worden. De ontwikkelaars bevelen Debian 12 aan, maar ook Ubuntu Server 20.04 en Raspberry Pi OS zijn officieel ondersteund. Vanuit de community is er bovendien ondersteuning voor Elementary 6.1 en Armbian 22.04. Als hardware-architectuur worden x86-64 (AMD64) ondersteund (bijvoorbeeld een Intel NUC of de ZimaBoard van de makers van CasaOS), en ARM64 en ARMv7 (64- en 32bit-ARM-processoren, zoals die van de Raspberry Pi).

4 Bestanden

CasaOS biedt diverse apps aan, weergegeven als tegels in het dashboard. Standaard zijn er al twee apps geïnstalleerd: App Store en Files. Als je op die laatste klikt, kom je in een interface van een bestandsbeheerder, die standaard de inhoud van de map DATA toont, die CasaOS in de Root-directory van het bestandssysteem heeft gemaakt.

Daarin zijn ook de volgende subdirectory’s gemaakt: AppData (waarin de gegevens van de containers terechtkomen), Documents, Downloads, Gallery en Media. Overigens krijg je ook gewoon toegang tot het hele bestandssysteem van je Linux-distributie via deze app: links bovenaan brengt het menu-item Root je naar de Root-directory.

In elke map kun je bovenaan op Uploaden of aanmaken klikken om een bestand of map te uploaden, of een nieuw bestand of nieuwe map aan te maken. In een lege map krijg je deze mogelijkheden ook wat zichtbaarder te zien als icoontjes in het midden van de mapweergave.

Een klik op een bestand geeft een voorvertoning, zodat je bijvoorbeeld een Word- of pdf-document rechtstreeks in je browser kunt bekijken. Uiteraard kun je de bestanden ook downloaden. Bij een map klik je op de drie puntjes rechts bovenaan en dan op Downloaden om een zip-bestand met de volledige inhoud van de map te downloaden.

De webgebaseerde bestandsbeheerder van CasaOS geeft je toegang tot het hele bestandssysteem.

5 Mappen delen

Verder maakt CasaOS het delen van mappen op het netwerk heel eenvoudig. Klik op de drie puntjes rechts bovenaan de gewenste map en kies dan Delen in het contextmenu dat verschijnt. De map wordt onmiddellijk gedeeld en je krijgt te zien via welk netwerkpad de map toegankelijk is in Verkenner (Windows) of in Finder (macOS).

Merk op dat CasaOS nu zonder enige authenticatie mappen op je netwerk deelt. Iedereen op je netwerk kan dus als anonieme gebruiker toegang krijgen tot de gedeelde map. De app Files toont een groen icoontje over de rechteronderhoek van het icoontje van de map om aan te duiden dat hij gedeeld is. Onder Gedeeld (helemaal linksonder van de webpagina) krijg je een overzicht van alle gedeelde mappen. Je stopt het delen met een klik op de drie puntjes bij de map en dan Delen stoppen.

CasaOS maakt bestanden op het netwerk delen heel eenvoudig.

6 App Store

Wanneer je de app Files afsluit met een klik op het kruisje helemaal rechts bovenaan, keer je terug naar het dashboard. Klik vervolgens op App Store om de applicatiewinkel van CasaOS te openen. Je krijgt hier een honderdtal apps te zien, die je eenvoudig installeert. Bovenaan loopt een slideshow van enkele aanbevolen apps.

Je kunt de hele lijst met apps doorbladeren of links bovenaan de lijst All veranderen naar een specifieke categorie waarvoor je de apps wilt zien. En ernaast kun je de apps filteren tot de door CasaOS of de community aangeboden apps. Uiteraard kun je ook eenvoudig zoeken door een naam of term uit de beschrijving in te typen in het zoekveld.

In de App Store vind je een honderdtal apps en diensten die je in CasaOS kunt installeren.

7 App installeren

Klik je op een van de apps in de lijst, dan krijg je een korte beschrijving, en een of meerdere screenshots te zien. Vaak staat er ook bij hoeveel MB geheugen de app nodig heeft. Klik op de blauwe knop Installeren om de app met de standaardconfiguratie te installeren. Op de achtergrond downloadt CasaOS dan een Docker-image van de app en installeert deze als een container op je Linux-server.

Dit gebeurt allemaal transparant op de achtergrond. Wil je meer flexibiliteit, klik dan op het pijltje-omlaag helemaal rechts in de knop Installeren en kies dan de optie Aangepaste installatie. Je krijgt nu alle mogelijke eigenschappen van de container te zien en kunt deze individueel aanpassen. Zo kun je een ander Docker-image of andere tag kiezen, en omgeleide poorten, volumes en omgevingsvariabelen configureren. Je kunt de container ook toegang tot specifieke apparaten geven, een specifieke opdracht laten uitvoeren en een limiet instellen op de hoeveelheid geheugen die de container mag innemen.

Installatie van een app start op de achtergrond een container op.

8 Apps gebruiken

Na de installatie van een app draait de software in een Docker-container en toont het dashboard van CasaOS onder App een extra icoontje. Klik hierop om de webinterface van de app in een nieuw tabblad van je browser te openen. Zowel het icoontje als de url van de webinterface zijn instellingen die via de optie Aangepaste installatie te vinden waren.

De meeste apps zullen de eerste keer vragen een account aan te maken. De container slaat zijn data overigens op in een submap van de map /DATA/AppData met de naam van de container.

Klik je op de drie puntjes rechts bovenaan van het icoontje van een geïnstalleerde app, dan open je een contextmenu met meer mogelijkheden. Zo kun je de app hier verwijderen, herstarten of afsluiten. Ook kun je controleren of er een nieuwe versie van de container beschikbaar is en deze bijwerken. En als je op Instellingen klikt, krijg je dezelfde containereigenschappen te zien als bij de optie Aangepaste installatie. Je kunt deze eigenschappen nu ook aanpassen, opslaan, en dan de container opnieuw aanmaken.

Via CasaOS pas je allerlei containerinstellingen van een app aan.

9 Containerbeheer

Als je in het contextmenu van een app op Instellingen klikt, zie je rechts bovenaan ook twee icoontjes links van het kruisje om het instellingenvenster te sluiten. Met het meest linkse icoontje open je een terminal in de container. Op deze manier kun je Linux-opdrachten in de container uitvoeren, bijvoorbeeld om problemen op te lossen. Het tabblad Logboeken daarnaast toont je de loguitvoer van de container.

Met het meest rechtse icoontje in het instellingenvenster exporteer je de huidige containerconfiguratie naar een yaml-bestand voor Docker Compose. Hiermee kun je op elke andere Linux-machine met Docker Compose de app opstarten. Eventueel moet je dan wel het pad met de data voor de container aanpassen.

Op deze manier kun je de app ook naar een andere computer met CasaOS verplaatsen. Klik daar in CasaOS op App Store, vervolgens bovenaan rechts op Aangepaste installatie en daarna op het icoontje bovenaan rechts naast het kruisje. Upload je Docker Compose-bestand van de app en bevestig. Daarna worden de containereigenschappen ingevuld en kun je deze nog wijzigen voordat de container geïnstalleerd wordt.

Importeer een app in CasaOS via een Docker Compose-bestand.

10 Willekeurige containers installeren

Op dezelfde manier kun je in CasaOS willekeurige containers installeren, ook als CasaOS daarvoor geen app aanbiedt, door in de App Store bovenaan op Aangepaste installatie te klikken en dan op het importeerknopje. Als de documentatie van de software een Docker Compose-bestand beschrijft, kun je dit op dezelfde manier als in de vorige paragraaf uploaden, of de Docker Compose-code in het tekstveld plakken. En als de documentatie een Docker-opdracht beschrijft om de container te starten, plak die dan in het tekstveld van het tabblad Docker CLI.

Na een klik op Bevestigen worden alle containereigenschappen ingevuld en kun je deze nog aanpassen. Als de documentatie geen Docker Compose-code of Docker-opdracht beschrijft, vul dan al deze eigenschappen handmatig in. De belangrijkste zijn het Docker-image en de tag, die bepalen welk image er wordt uitgevoerd. Vul ook de titel in, want die wordt getoond in de lijst met apps. Na een klik op Installeren wordt de container geïnstalleerd en verschijnt hij bij je andere apps in het dashboard van CasaOS.

Kopieer en plak een Docker-opdracht om een container in CasaOS te importeren.

11 Andere appstores

Als een app niet in de officiële appstore van CasaOS beschikbaar is, betekent dat niet dat je onmiddellijk zelf een Docker-container hoeft aan te maken. CasaOS ondersteunt namelijk ook andere appstores. Open hiervoor de App Store, klik rechts bovenaan de lijst met apps op het aantal apps en kies dan Meer apps. Vul de url van de extra appstore in en klik op Toevoegen.

Deze zogenoemde third-party-appstores voor CasaOS worden door communityleden beheerd. Zo is er de Big Bear CasaOS-appstore met allerlei interessante apps, of de CasaOS LinuxServer-appstore met meer dan honderd containerimages van de populaire site LinuxServer.io.

Installeer containerimages van LinuxServer.io in CasaOS.

12 En verder

CasaOS heeft zijn beperkingen. Zo is de ondersteuning voor aangepaste netwerken voor de apps beperkt. Wil je een completer platform om containers te draaien, kies dan voor Portainer of Proxmox Virtual Environment. Maar beide oplossingen zijn ook complexer om te gebruiken.

Wat CasaOS aantrekkelijk maakt, is de gebruiksvriendelijke interface: de eenvoud waarmee je zonder dat je Linux-opdrachten hoeft in te typen allerlei diensten op een Raspberry Pi of Intel NUC kunt draaien. Bovendien ben je niet beperkt tot de apps die CasaOS aanbiedt. Je kunt zelf Docker-containers toevoegen en er bestaan meerdere third-party-appstores met extra apps.

Ook interessant: Overal toegang tot je Pi: ontdek Raspberry Pi Connect

ZimaOS

De ontwikkelaars van CasaOS werken ook aan ZimaOS, momenteel alleen nog maar beschikbaar als bètaversie. ZimaOS biedt hetzelfde gebruiksgemak als CasaOS met een dashboard en appstore, maar je installeert het als een volledig besturingssysteem in plaats van in een bestaande Linux-installatie. Het besturingssysteem is te installeren op een ZimaBoard en andere hardware van de makers, evenals op een Intel NUC of andere Intel-compatibele computer met UEFI-bootmodus. De Raspberry Pi wordt niet ondersteund.

Watch on YouTube

▼ Volgende artikel
Review Engwe Mapfour N1 Air – Deze e-bike til je zo op
© Rens Blom
Mobiliteit

Review Engwe Mapfour N1 Air – Deze e-bike til je zo op

De Engwe Mapfour N1 Air is een e-bike van 17 kilo, wat opvallend licht is voor een elektrische fiets. De Chinese fabrikant hanteert bovendien geen zware prijs: je koopt de Mapfour N1 Air voor circa 1400 euro. In deze review delen we onze ervaringen na twee maanden fietsen op de e-bike.

Uitstekend
Conclusie

De Engwe Mapfour N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe Mapfour N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.

Plus- en minpunten
  • Stoer, lichtgewicht ontwerp
  • Comfortabele fietservaring
  • Scherpe prijs
  • Onhandig achterlichtje
  • Geen geïntegreerd slot
  • Geen bagagedrager

Engwe is nog geen bekend merk in Nederland, maar doet flink zijn best om daar verandering in te brengen. Een interessante strategie, als je weet dat er het afgelopen jaar best wat bekendere e-bikemerken failliet verklaard zijn. Is de markt verzadigd of boden de gestopte merken niet waar de consument op zit te wachten? Engwe denkt in ieder geval dat de (Nederlandse) fietser op zoek is naar een lichtgewicht e-bike die oogt als een normale fiets. Het merk stuurde zo'n Mapfour N1 Air naar ons op voor een grondige test.

Montage is snel gepiept

De Engwe Mapfour N1 Air komt in een grote doos, is zorgvuldig verpakt en grotendeels in elkaar gezet. De montage afronden kun je het beste met twee personen doen, zodat de een de fiets goed kan vasthouden en de ander twee handen vrij heeft om het stuur of het wiel aan de fiets te bevestigen. De handleiding is aan de beknopte kant, maar als we het vergelijken met de eerder geteste Engwe P275 ST, dan verloopt de montage van de Mapfour N1 soepeler.

©Rens Blom

Eenmaal gemonteerd staat er een fiets voor ons die vanwege zijn stang in het midden meer bedoeld is voor mannen dan voor vrouwen. Voor vrouwen is er de Mapfour N1 Air ST – even duur en met een lagere instap.

De zadelpen van de fiets is in hoogte verstelbaar en het stuur is indien gewenst wat meer naar voren of achteren te kantelen, zodat je je armen minder of juist meer kunt strekken. De banden zijn van gemiddelde dikte en hebben het de afgelopen maanden goed volgehouden. Deze Mapfour N1 Air is nadrukkelijk géén fatbike met dikke banden.

©Rens Blom

E-bike van 17 kilo

Sterker nog, de Mapfour N1 Air lijkt meer een normale fiets dan op een e-bike. De accu (uit de fabriek van Samsung) is onzichtbaar weggewerkt in de onderkant van het frame, en springt netjes los als je het sleuteltje in het gat draait. Een fraaie methode. Een andere reden dat deze e-bike wel een normale fiets lijkt, is zijn gewicht. Compleet gemonteerd – zoals je erop fietst – weegt de Engwe Mapfour N1 Air circa 17 kilo. Dat is tot tien kilo lichter dan een gemiddelde e-bike, en dat verschil merk je duidelijk. Bij het draaien van de fiets voordat we opstappen tot de fiets een duwtje geven als we hem een helling naar het treinstation op rijden; deze fiets is echt licht.

We kunnen de Mapfour N1 Air prima optillen en voor onze borst houden, iets dat we liever niet doen met de meeste andere e-bikes. Engwe heeft zijn fiets voorzien van een koolstofvezelframe, dat naast licht ook stevig is. Na twee maanden toeren door dorpen en weilanden oogt de fiets nog als nieuw. We hebben ook niets te klagen over de bouwkwaliteit. Aardig wat mensen in onze directe omgeving vroegen ons de afgelopen tijd welke fiets we aan het testen waren, en gaven complimenten over het sportieve uiterlijk.

©Rens Blom

Functies

Dat de lichtgewicht Mapfour N1 Air er fraai uitziet is mooi, maar natuurlijk slechts een deel van het verhaal. De fietservaring wordt bepaald door een combinatie van factoren. En net als bij de P275 ST scoort Engwe ook hier wisselend. Positief zijn we over de kwaliteit van het (vrij smalle) zadel, de trappers en het krachtige losse voorlicht, dat je aan- en uitzet via een knop op het stuur. Die knop hoort bij het relatief grote en goed afleesbare schermpje, waarop je ook je snelheid, mate van trapondersteuning en andere relevante informatie ziet. Het schermpje laat zich eenvoudig bedienen. Er zit ook netjes een bel op het stuur.

©Rens Blom

Minder blij worden we van het achterlicht op de Mapfour N1 Air. Dat gemonteerde rode lichtje werkt op basis van een klein zonnepaneeltje, en laadt enkel op via licht van de zon. Een onhandig concept voor de vele Nederlanders die hun e-bike in een doorgaans donkere berging stallen. Toen wij op een donkere avond naar een restaurant fietsten, bleek de accu van het achterlicht leeg  en was er geen mogelijkheid om het licht alsnog aan te zetten of op te laden. Om ons zichtbaar te maken in het verkeer en een boete te voorkomen, hingen we daarom maar een spotgoedkoop oplaadbaar lampje aan ons zadel. Het gemonteerde achterlicht opladen lukte pas dagen later, toen de zon scheen en we de fiets buiten konden neerzetten. Ons advies aan wie deze fiets koopt: hang er een eigen, oplaadbaar, achterlicht bij zodat je te allen tijde verlicht op pad kunt.

©Rens Blom

En hoewel het een kwestie van smaak is, zijn we ook minder gecharmeerd van de afwerking boven het achterwiel. De Mapfour N1 Air ziet er speels uit, maar biedt geen ruimte voor een fietstas, krat boodschappen of klein kind achterop. Bij de Engwe P275 ST waren we juist blij met de brede bagagedrager met een draaggewicht van 25 kilo.

Bij de Mapfour N1 Air heeft de Chinese fabrikant meer gefocust op slimme functies. Je kunt een gratis app op je smartphone installeren, waaraan je je fiets kunt koppelen via bluetooth. Vanuit de app kun je bijvoorbeeld het voorlicht aan- en uitzetten (niet heel nuttig) en de fiets softwarematig op slot zetten. Probeert iemand je fiets te stelen, dan krijg je een melding op je telefoon én klinkt er een sirenegeluid uit de luidspreker van de fiets. Dat werkt prima en is zo een mooie aanvulling op je fiets op slot zetten via een kettingslot.

Over op slot zetten gesproken: de Mapfour N1 Air heeft geen geïntegreerd slot. Ook geen simpel slot. Je doet er dus goed aan om een hangslot te regelen.

De fietservaring

Als gezegd hebben we twee – koudere – maanden gefietst op de Engwe Mapfour N1 Air. Dat is ons overwegend goed bevallen. De fiets ligt prettig op de weg, slipt niet zomaar weg en rijdt voor ons – als man van 185 centimeter lang – comfortabel. We hebben wel gemerkt dat de remmen prima werken, maar niet de meest geavanceerde zijn. Het kan dus lonen om zelf betere remmen te monteren. De e-bike heeft zeven Shimano-versnellingen, waartussen je handmatig kunt wisselen. Wij hebben vooral in de zevende versnelling gefietst, zodat we rustig kunnen trappen als de e-bike ondersteuning geeft.

©Rens Blom

Die trapondersteuning is dik in orde en gaat netjes tot 25 kilometer per uur. Met een windje tegen helpt een wat hogere trapondersteuning om alsnog soepel vooruit te komen – een typische situatie waarin je blij bent dat je op een elektrische fiets rijdt. Bij onze kortere fietstochtjes in dorpen en aangrenzende weilanden houdt de Mapfour N1 Air het circa 70 tot 80 kilometer vol op zijn 360Wh-accu. Let op: dat is dus in januari en februari geweest. In lente- en zomermaanden kan de accuduur wat beter zijn, omdat een accu meer houdt van die temperaturen. Engwe belooft zelf een accuduur van 100 kilometer. Die belofte zou dus waar kunnen zijn. De accu opladen duurt een paar uur en kan gewoon in je woonkamer aan het stopcontact – een voordeel van de uitneembare accu.  

©Rens Blom

De accu is netjes weggewerkt in het onderste frame.

Tijdens onze testperiode zijn we niet tegen problemen aangelopen. Als de fiets wel een mankement vertoont, kun je contact opnemen met Engwe. Het bedrijf biedt twee jaar garantie. Reserve-onderdelen zien we op moment van schrijven nog niet te koop staan. Houd er ook rekening mee dat je lokale fietsenmaker misschien moeite heeft met het repareren van een e-bike van een minder bekend merk dat geen samenwerkingen heeft met dealers in Nederland.

Conclusie: Engwe Mapfour N1 Air kopen?

De Engwe Mapfour N1 Air is een stoer ogende e-bike die opvallend licht is, zonder afbreuk te doen aan de bouwkwaliteit of fietservaring. De e-bike rijdt prettig, biedt een prima accuduur voor woon-werkverkeer of pleziertochtjes en heeft veel functies. Houd er wel rekening mee dat de accuduur niet uitzonderlijk lang is en dat de fiets geen geïntegreerd slot heeft. Gelet op de adviesprijs van 1500 euro – maar al een tijd te koop voor 1400 euro – vinden we dat de Engwe Mapfour N1 Air een goede prijs-kwaliteitsverhouding biedt.