ID.nl logo
Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Van oud brik tot e-bike: zo bouw je een slimme fiets

Je zou het misschien niet zeggen, maar de fiets hierboven is een hypermoderne fiets. Hij zit namelijk tjokvol gadgets. Sleutels zijn niet nodig: het slot opent automatisch. De lampen gaan vanzelf aan als je opstapt. Het ingebouwde alarm houdt dieven op afstand en de verborgen gps-zender houdt je locatie bij. Hebben? Dat kan! Zo maak je van je oude brik een slimme fiets.

Ook leuk om te lezen: onze tips voor het kopen van een elektrische fiets. Wist je trouwens dat er enorme kwaliteitsverschillen zitten in de accu's van elektrische fietsen? En dat het ook nog uitmaakt hoe en hoe vaak je hem oplaadt? Computer!Totaal voert samen met Kieskeurig.nl en BesteProduct.nl een grote accutest uit. Houd de komende tijd de website in de gaten voor de resultaten!

Tip 01: Verlichting

Je een ongeluk trappen om je dynamo aan te zwengelen zodat je een beetje zichtbaar bent in het donker? Dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. Dat kan veel gemakkelijker. Bijvoorbeeld met de See.Sense Icon set. Dat zijn lampjes die met behulp van een bewegingssensor reageren op de omgeving. Rijd je op een rotonde of benadert een auto je ’s avonds, dan schijnen de Icon-lampjes feller zodat het verkeer om je heen je beter ziet. Je kunt ze ook laten knipperen maar dat is in Nederland niet toegestaan.

De lampjes zijn via een rubberband gemakkelijk te bevestigen op elke fiets. Ze worden opgeladen via een usb-kabel en zijn via bluetooth verbonden met je smartphone. Met de See.Sense-app kun je de helderheid van de lampjes instellen en de firmware updaten. De lampjes produceren zo veel licht, dat ze ook overdag zichtbaar zijn. De fietslampen kunnen via je mobiel ook een van je contacten een noodberichtje sturen als je valt. Of een waarschuwing geven op je telefoon als de bewegingssensor merkt dat iemand er met je fiets vandoor gaat. De Icon-lampjes gaan daarnaast automatisch aan als je fietst in het donker. De Icon’s van See.Sense zitten dus boordevol mogelijkheden, die het fietsen veiliger en aangenamer maken. Ze zijn alleen wel prijzig: een setje kost 119,99 pond, dat is zo’n 138 euro.

©PXimport

Tip 02: Slim slot

Een slimme fiets kan natuurlijk niet zonder een ‘slim’ slot. Eentje die je niet hoeft te openen met een sleuteltje (kun je dat ook niet meer kwijtraken), maar die reageert op je telefoon. De SL 460 Smartlock (71 euro) van het Duitse bedrijf Trelock is een mooi voorbeeld. Die kun je via NFC verbinden aan je telefoon. Let op: niet iedere smartphone heeft een NFC-chip ingebouwd, daarvoor heeft Trelock een E-key voor 60 euro extra. Wil je het ringslot sluiten, dan druk je een knop aan de zijkant in en trek je het hendeltje naar beneden. Openen doe je met je smartphone. Je opent de app en houdt de telefoon tegen het vlak aan de zijkant van het slot aan. Na een druk op de knop, schiet het slot open. Nog een voordeel is dat er geen sleutelgat is dat door een dief kan worden geforceerd. Daarnaast kun je het slot delen met maximaal acht personen om de fiets uit te lenen. Die kunnen dan dezelfde app gebruiken.

De SL 460 werkt snel en gemakkelijk. Hij werkt zonder batterij, het slot krijgt z’n stroom via de NFC-verbinding van de smartphone. De Trelock Smartlock heeft geen ART-keurmerk maar ziet er net zo stevig uit als een ringslot met ART-2-keurmerk.

©PXimport

Er is geen sleutelgat dat door een dief kan worden geforceerd

-

Tip 03: Nog slimmer slot

Er is één ding dat de SL 460 niet kan, maar de Linka Lock (169 euro) wel … en dat is automatisch openen. De Linka werkt met bluetooth en kan volledig automatisch openen als je binnen twee meter afstand van je fiets komt. Dat voel heel futuristisch en is ook nog eens heel handig, want je hoeft je telefoon niet meer uit je zak te halen. Vertrouw je het niet? Dan kun je die functie ook uitschakelen en het slot openen met de Linka-app.

Wil je het Linka-slot sluiten, dan druk je twee keer op het knopje aan de zijkant. Het gaat dan met een zachte zoem automatisch dicht. Ben je je telefoon vergeten of werkt je bluetooth-verbinding even niet, dan heb je een noodcode als back-up. Heb je bijvoorbeeld de code 3625 bedacht, dan druk je het knopje aan de zijkant eerst drie keer in, dan zes keer etc. Het slot opent ook dan voor je. Verder heeft de Linka een ingebouwd alarm (110 dB) dat reageert op beweging. En je kunt de toegang tot het slot delen met anderen.

De Linka moet worden opgeladen met een usb-kabel (volgens de fabrikant hoeft dat maar één keer per jaar). Ook dit slot ziet er stevig uit maar heeft geen ART-keurmerk.

©PXimport

Tip 04: Alarm

Het slot dat we in de vorige tip bespraken heeft een ingebouwd alarm, maar je kunt ook een los alarm aanschaffen. De Chinese webwinkel DealExtreme verkoopt bijvoorbeeld een model voor 4,22 euro dat reageert op schokkerige bewegingen. Je kunt het apparaatje eenvoudig bevestigen aan het frame van je fiets. Wil je het alarm activeren, dan druk je twee seconden de B-knop in. Het alarm reageert op beweging en geeft een ‘gil’ van 110 dB. Om het alarm uit te schakelen, moet je een zelf gekozen code invoeren. Het alarm werkt op een 9V-batterij. Heb je een lichte fiets, dan is het misschien handiger om te investeren in bijvoorbeeld een slot met ingebouwd alarm of een gps-tracker (zie tip 5), omdat het alarm niet reageert als de tweewieler wordt opgetild (het kan geen versnelling meten maar alleen trilling).

©PXimport

Tip 05: Tracker

Met een gps-tracker kun je je fiets overal volgen. Mocht je fiets worden gestolen, dan vertelt de ingebouwde gps-chip je precies waar je tweewieler is. De Vclone van Velocate is een gps-tracker vermomd als een achterlamp met reflector. Op het oog zie je geen verschil tussen een gewoon achterlicht en de Vclone. Maar binnenin dit apparaat zitten een gps-chip en simkaart verstopt, die ervoor zorgen dat je je fiets overal ter wereld met je smartphone kunt volgen. De installatie van de Vclone is niet anders dan die van een achterlicht: je schroeft hem met twee moertjes vast aan de achterkant van je fiets. Je downloadt en start daarna de bijbehorende app, waarna je op een kaart meteen de positie van je fiets ziet (mits hij verbinding heeft met minimaal drie satellieten).

Via een bluetoothverbinding kun je met de app het achterlicht ook aanzetten (helaas is daarvoor geen knopje meer aanwezig op de Vclone). Ook kun je instellen dat je een seintje krijgt als iemand je tweewieler steelt. De Vclone wordt via een usb-snoer opgeladen, en dat is nog best lastig. Aan het uiteinde van het snoer zit namelijk geen stekkertje, maar hangen twee draadjes die je door twee gaatjes onder de Vclone moet steken. Niet echt gebruiksvriendelijk. Daarnaast is het best prijzig: tussen de 149 en 240 euro, afhankelijk van het abonnement.

©PXimport

In de achterlamp zit een gps-tracker verstopt zodat je je fiets kunt volgen

-

Tip 06: Goedkopere tracker

Een veel goedkopere optie is de Chinese Mini GPS Tracker (18,30 euro). Die is misschien niet per se gemaakt voor een fiets, en niet zo mooi vermomd als de Vclone, maar werkt ook prima. Je kunt hier zelf een (prepaid)simkaart in stoppen. Als je het bijbehorende telefoonnummer belt, stuurt het kastje je een sms met daarin de coördinaten, het tijdstip, de snelheid en een link naar Google Maps. De Mini GPS (64 x 46 x 17 mm en 50 gram) is goed te verstoppen onder het zadel.

©PXimport

Tip 07: Navigatie

Er zijn allerlei producten te koop voor fietsnavigatie, met prijzen tussen de 150 en 600 euro. Maar voor wie het goedkoop wil houden hebben we twee woorden: Google Maps. Deze navigatie-app is gratis en voor smartphones met iOS en met Android beschikbaar. Zodra je in de app een bestemming hebt gekozen, klik je daaronder op het fiets-icoontje en krijg je een fietsroute voorgeschoteld. Klik je onderaan het scherm op Stappen en meer, dan krijg je van iedere afslag een foto te zien. Je kunt de kaarten trouwens downloaden naar je telefoon, zodat je onderweg geen data verbruikt (klik op het hamburgericoon en kies Offline kaarten). Met een waterdichte fietshouder kun je je smartphone veilig monteren op je stuur.

Tip 08: Usb-aansluiting

Als je je telefoon heel veel gebruikt en lange tochten maakt, is het handig als je hem onderweg kunt opladen. Cortina verkoopt een stuurpen met ingebouwde powerbank voor 85 euro, verkrijgbaar via de fietshandel. De stuurpen kan worden aangesloten op iedere dynamo en ziet er fraai uit. Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt. Het inbouwen van de stuurpen is wel even een klusje, maar het resultaat is heel netjes. We mochten de stuurpen testen op een fiets van TSO Fietsen in Groningen. Tijdens die rit bleek hoe simpel het werkt: telefoon aansluiten op de usb-ingang en gaan. Het laden gaat niet heel snel, maar het zorgt er in elk geval voor dat je telefoon op peil blijft.

Ook een mooie optie is de Cycle2Charge (59,90 euro plus 10 euro verzendkosten). Dit is een klein apparaatje dat netjes bovenop het balhoofd van een Ahead-stuurpen kan worden gemonteerd. Heb je geen Ahead-stuurpen, dan kan hij met een adapter ook op een gewoon stuur worden geplaatst. Met een snoertje sluit je de Cycle2Charge op je 5V-dynamo aan, zodat het apparaatje de energie om kan zetten in stroom voor je telefoon. Je sluit simpelweg je mobiel op de usb-ingang aan. De Cycle2Charge kan tegen een stootje en is gemakkelijk te installeren.

©PXimport

Tijdens het fietsen laad je de ingebouwde accu op, die vervolgens je smartphone voedt

-

Tip 09: Alles in één

Het alles in één pakket van Cobi vervangt je telefoonhouder, usb-lader, navigatie, fietslampjes en bel, en maakt er één slim geïntegreerd systeem van. Het hart van het systeem is je smartphone, die met een ingebouwde accu (op te laden via usb) wordt gevoed. Via de afstandsbediening op je stuur bedien je de Cobi-app. Daarmee kun je een fietsroute vastleggen, je lampen aan- of uitzetten, je muziek bedienen en zelfs telefoontjes plegen. De lampen kunnen ook automatisch inschakelen als je fietst in het donker. En – heel gaaf – met je achterlicht kun je je richting aangeven. Het Cobi-systeem heeft ook een alarm, dat je via bluetooth een seintje stuurt als iemand je fiets pakt.

Het systeem werkt heel prettig en ziet er gelikt uit. Het kost alleen wel een flinke duit: 299 euro. Daarnaast is het wat fragiel en daardoor misschien minder geschikt in een grote stad of drukke fietsenstalling.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend
▼ Volgende artikel
De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten
© DENYS PRYKHODOV
Huis

De iPad als smarthome-hub is verleden tijd: dit moet je weten

Met de introductie van een nieuwe Home-architectuur heeft Apple de ondersteuning voor de iPad als centrale woninghub stopgezet. Gebruikers moeten nu overstappen op een Apple TV of HomePod om hun slimme apparaten op afstand te bedienen en automatiseringen uit te voeren.

Het idee was altijd zo handig: die oude tablet die toch maar in de kast lag te verstoffen kreeg een tweede leven als het brein van je woning. Je plakte hem tegen de muur of zette hem op een standaard in de keuken, en plotseling kon je overal ter wereld je lampen bedienen. Toch merkten veel gebruikers dat de betrouwbaarheid vaak te wensen overliet, met apparaten die niet reageerden of automatiseringen die simpelweg weigerden te starten. Apple heeft nu de knoop doorgehakt en de tablet officieel uit de lijst van ondersteunde hubs geschrapt. In dit artikel leggen we uit waarom deze besluitvorming logisch is en wat dat voor jouw huidige opstelling betekent.

Overstap naar een stabiele architectuur

De reden dat de tablet niet langer als hub fungeert, ligt diep in de softwarematige fundering van de Woning-app verborgen. Met de komst van de nieuwe architectuur in iOS 16.2 heeft Apple de manier waarop apparaten met elkaar communiceren volledig herzien. Waar de iPad voorheen als een soort tussenstation fungeerde dat af en toe signalen doorgaf, vereist het nieuwe systeem een apparaat dat altijd aan de stroom hangt en een constante, bekabelde of zeer stabiele draadloze verbinding heeft.

We hebben in onze tests gemerkt dat een iPad die in de slaapstand gaat of waarvan de batterij net onder een bepaald percentage zakt, de communicatie met de rest van het huis direct verstoort. Bovendien ontbreekt in de iPad de hardware voor Thread, een netwerkprotocol dat zorgt dat apparaten razendsnel en zonder vertraging op elkaar reageren. Wanneer je nu op een knop drukt, hoor je bij een moderne hub direct de klik van de schakelaar, terwijl de iPad daar voorheen merkbare seconden over kon doen.

©PHILIPPE RAMAKERS

Soms werkte het wel...

In een heel specifieke context kon de iPad nog wel dienstdoen, mits je geen behoefte had aan de nieuwste snufjes. Voor een simpel huishouden met slechts een paar lampen die alleen via bluetooth of een eigen bridge werkten, was de tablet een prima interface. Het gaf toch een gevoel van controle om een visueel overzicht te hebben op een groot scherm in de woonkamer. Je kon de iPad inzetten als een soort veredelde afstandsbediening die ook toevallig de automatiseringen draaide wanneer je zelf niet thuis was.

Dit werkte vooral goed in kleine appartementen waar de afstand tussen de tablet en de slimme verlichting minimaal was, waardoor de bluetooth-verbinding stabiel bleef. De koopintentie voor een iPad was in die tijd vaak gebaseerd op deze multifunctionaliteit, maar die vlieger gaat met de huidige eisen voor een modern slim huis niet meer op.

Mobiliteit is niet goed voor een hub

Een centraal zenuwstelsel van een woning hoort niet verplaatsbaar te zijn, en dat is precies waar het in de praktijk misging met de iPad. Zodra iemand de tablet van de lader haalde om even op de bank een video te kijken, liep de verbinding met de beveiligingscamera buiten gevaar. We zien vaak dat een hub die op wifi werkt in plaats van via een ethernetkabel, kwetsbaar is voor storingen van andere apparaten in de buurt.

De iPad is ontworpen als een persoonlijk apparaat dat energie bespaart zodra het scherm uitgaat, wat natuurlijk haaks staat op de rol van een server die 24 uur per dag paraat moet staan. In grotere woningen merkten we bovendien dat de iPad simpelweg het bereik niet had om apparaten op de bovenverdieping aan te sturen, iets wat een systeem met meerdere verdeelde hubs veel beter oplost.

©IHAR ULASHCHYK

Signalen om over te stappen

Er zijn een paar duidelijke situaties waarin je de iPad als hub direct moet vervangen door een volwaardige slimme speaker of mediaspeler. Als je van plan bent om apparaten aan te schaffen die met de Matter-standaard werken, heb je eigenlijk geen keuze meer, aangezien de iPad dit protocol niet ondersteunt als hub. Ook wanneer je merkt dat je automatiseringen vaker niet dan wel werken zodra je de voordeur achter je dichttrekt, is dat een teken dat de iPad de verbinding niet stabiel kan houden.

Een ander breekpunt is de behoefte aan beveiligde video-opslag in iCloud. Voor het streamen en analyseren van beelden van je deurbel is simpelweg meer rekenkracht en een constantere verbinding nodig dan een (vaak oudere) tablet kan bieden. Tot slot is het onmogelijk om de woning te upgraden naar de nieuwste softwareversies zonder een ondersteunde hub, waardoor je bijvoorbeeld nieuwe functies en beveiligingsupdates misloopt.

De juiste opvolger kiezen

Het toetsen van je eigen woonsituatie begint bij de vraag hoeveel apparaten je wilt aansturen en of je ook behoefte hebt aan een fysieke interface. Voor de meeste mensen is een mediaspeler zoals de Apple TV de beste keuze, omdat deze (de duurdere versies in elk geval) met een kabel aan je router verbonden kan worden voor de meest betrouwbare verbinding.

Heb je echter geen televisie in de buurt van je slimme apparaten, dan is een compacte speaker die ook als hub fungeert een slimmer alternatief. Je plaatst deze eenvoudig op een centrale plek in huis waar de microfoons ook je stemcommando's kunnen opvangen. Kijk hierbij goed naar de ruimte die je hebt; een kleine speaker past op elk nachtkastje, terwijl een volwaardige mediaspeler vaak een vaste plek in het tv-meubel vereist.

Nee, de iPad is definitief geen woninghub meer

De iPad kan officieel niet meer als hub worden ingesteld in de vernieuwde Woning-app van Apple omdat de hardware niet voldoet aan de eisen van de nieuwe woningarchitectuur. Voor het bedienen van je huis op afstand en het configureren van automatiseringen heb je nu minimaal een HomePod of een Apple TV nodig (mocht je wel bij Apple willen blijven). Deze apparaten bieden ondersteuning voor Thread en Matter, wat zorgt voor een snellere en betrouwbaardere communicatie tussen je slimme apparaten. Hoewel de iPad een handig bedieningspaneel blijft voor op de muur, vinden de processen achter de schermen nu plaats op hardware die altijd met het stroomnetwerk en internet is verbonden.