ID.nl logo
Hoe de techniek DMARC domeinspoofing moet voorkomen
© Reshift Digital
Huis

Hoe de techniek DMARC domeinspoofing moet voorkomen

Je hebt wellicht weleens phishingmails ontvangen waarbij het afzendadres wel degelijk van je bank afkomstig leek. Een geval van domeinspoofing dus en laat dat nou net de praktijken zijn die het e-mailprotocol DMARC moet voorkomen, met als bouwstenen SPF en DKIM.

DMARC staat voor Domain-based Message Authentication, Reporting & Conformance en is een protocol voor e-mailverificatie, e-mailbeleid en e-mailrapportage dat grotendeels steunt op de SPF- en DKIM-validatieprotocollen. DMARC maakt het mailservers makkelijker om na te gaan of een bericht daadwerkelijk van de vermeende zender afkomstig is en wat er dient te gebeuren indien dat niet zo is.

Het oude SMTP (Simple Mail Transport Protocol) is, zoals de naam al aangeeft, een simpel protocol om e-mails te verzenden. Er is geen sprake van enige encryptie of verificatie, wat maakt dat berichten makkelijk kunnen worden onderschept en gespooft (bijvoorbeeld via een man-in-the-middle-opzet). Er werden weliswaar enkele oplossingen aan clientzijde bedacht, zoals S/MIME en PGP, maar die vereisen de actieve medewerking van de gebruikers. 

Extensies en internetstandaarden die het SMTP-protocol en transport zelf beveiligen zijn daarom een betere werkwijze. SSL gebruiken voor SMTP-verbindingen bleek niet zo praktisch wegens poort-issues. STARTTLS is een betere aanpak aangezien de SMTP-client en -server over het TLS-gebruik (Transport Layer Security) kunnen onderhandelen en hierbij ook de mailheaders worden versleuteld.

Helaas beschermt TLS de berichten alleen wanneer het wordt verstuurd tussen twee servers die beide TLS ondersteunen.

©PXimport

SPF (Sender Policy Framework)

Inmiddels werden er nog andere technieken ontwikkeld die het vooral op e-mailspoofers gemunt hebben. SPF (Sender Policy Framework) is er één van, een techniek die steunt op DNS (Domain Name System). Er wordt hierbij immers een txt-record opgenomen in de nameserver-configuratie van het domein. Je vindt de syntaxregels hier

Zo’n record zou onder meer de volgende regel kunnen bevatten:

domeinnaam.nl TXT "v=spf1" a:email.domeinnaam.nl -all

Deze geeft aan dat de host email.domeinnaam.nl (alleen) berichten mag verzenden namens @domainnaam.nl en is dus bedoeld om e-mailspoofing tegen te gaan. Je kunt je eigen SPF-record en ook die van andere instanties hier testen

Het volstaat hier een domeinnaam te vullen (bijvoorbeeld telegraaf.nl), waarna je het SPF-record te zien krijgt, gevolgd door een analyse en een veiligheidsbeoordeling.

©PXimport

DKIM (DomainKeys Identified Mail)

DKIM (DomainKeys Identified Mail) is een complementair e-mailverificatieprotocol dat door het toevoegen van een handtekening wil voorkomen dat berichten tijdens het transport tussen de mailservers kunnen worden gewijzigd of vervalst. Meer informatie hierover vind je op dkim.org.

De mailservers of e-mailgateway moeten wel met DKIM overweg kunnen. Na het instellen van de DKIM-functie wordt er dan een sleutelpaar gegenereerd. De private sleutel komt terecht op de mailserver, terwijl de publieke sleutel in het DNS wordt opgenomen met de nodige parameters. Dat kan er in eenvoudige vorm als volgt uitzien:

selector._domainkey.domeinnaam.nl TXT "v=DKIM1; p=<publieke-sleutel>"</publieke-sleutel>

DKIM werkt namelijk op basis van een selector, met een willekeurige naam, die het zo mogelijk maakt dat je meerdere DKIM-sleutels voor je domein opneemt.

Op basis van de private sleutel wordt dan een cryptografische handtekening gegenereerd, die aan de mail wordt toegevoegd als DKIM-header. De ontvanger kan dan in het DNS de bijbehorende publieke sleutel opzoeken en controleren. Is er geen match, dan wordt de e-mail geweigerd.

Je kunt hier een DKIM-record testen. Naast een domeinnaam dien je hier wel nog een geldige DKIM-selector in te vullen. Zo’n selector kun je in de e-mailheader terugvinden. In Outlook bijvoorbeeld open je hiervoor de gewenste mail en kies je Bestand / Eigenschappen, waarna je in het veld Internetheaders zoekt naar de DKIM-ingang (indien aanwezig). Je leest de selector-naam af achter de parameter s=.

©PXimport

Hoe werkt DMARC?

Met SPF en DKIM zijn we al een heel eind richting DMARC opgeschoven. Op dmarc.org/wiki/FAQ vind je een uitgebreide lijst met vragen en antwoorden.

DMARC gebruikt de verificatieprotocollen SPF en DKIM als bouwstenen. Zo controleert DMARC of het <header from>-veld van het bericht overeenkomt met het <envelope from>-veld dat via SPF wordt gecheckt. Ook gaat DMARC na of dat veld eveneens overeenkomt met de parameter d=<domeinnaam> uit de DKIM-handtekening.

Een belangrijke meerwaarde van DMARC is dat je via beleidsregels niet alleen kunt aangeven hoe streng je die SPF- en DKIM-controles wilt interpreteren (met parameters als aspf=r en adkim=s, waarbij r voor relaxed en s voor strict staat), maar vooral ook dat je precies kunt aangeven wat er moet gebeuren als deze controles niet blijken te kloppen. In het DMARC-txt-record zou je bijvoorbeeld iets als het volgende kunnen zetten:

_dmarc.domeinnaam.nl IN TXT "v=DMARC1; p=quarantine; rua=dmarc@domeinnaam.nl; ruf=dmarc@domeinnaam.nl sp=reject"

©PXimport

Recordanalyse

Een blik op bijvoorbeeld Flowmailer maakt meteen duidelijk wat deze record-ingang inhoudt. Zo geef je met de parameter p= aan wat de ontvangende mailserver met berichten moet doen die de bovenvermelde controles niet hebben doorstaan: niets, afwijzen of ter verdere controle in quarantaine plaatsen.

Absoluut interessant zijn ook de parameters rua= en ruf=, die elk verwijzen naar een andersoortige rapportage, respectievelijk aggregated en forensic, waarbij de laatste het meest gedetailleerd is. De ontvangende mailserver stuurt deze rapporten dan automatisch door naar de in het DMARC-record vermelde e-mailadressen.

Net als bij SPF en DKIM kun je ook het DMARC-record voor een domeinnaam testen op mxtoolbox.com/dmarc.aspx. Voor all-roundtests kun je terecht op powerdmarc.com/analyzer en internet.nl.

DMARC mag dan de nodige configuratie vergen, het is in elk geval een extra, zinvolle blokkade tegen e-mailspoofing (en dus ook phishing). Jammer dus dat de implementatie van DMARC op de mailservers van Nederlandse en Belgische e-commercebedrijven relatief langzaam verloopt.

De ontwikkeling van DMARC 2012: Eerste publicatie van de DMARC-standaard (RFC 7489), onder meer door Google, Microsoft, Yahoo! en PayPal. 2013: Krijgt de status van internet-draft. 2018: Opgenomen in de ‘pas-toe-of-leg-uit-lijst’ met open standaarden van het Forum Standaardisatie van de Rijksoverheid. In deze lijst tref je onder meer nog aan: SPF, DKIM en DNSSEC.

▼ Volgende artikel
Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld
Huis

Ontwerp van Nothing Phone (4a) onthuld

Het Britse bedrijf Nothing heeft het design van de aankomende nieuwe smartphone Phone (4a) onthuld.

Dat deed het bedrijf gisteren via social media. De smartphone komt op 5 maart uit. In de tweet hieronder is het ontwerp alvast te zien, met de typische drukke achterkant die we inmiddels gewend zijn van het bedrijf.

De aankomende Phone (4a) heeft een zogeheten 'Glyph Bar'. Dit is een micro-led-paneel aan de zijkant, die mensen zelf kunnen programmeren om ze in verschillende patronen te laten knipperen. Het gaat om de vierkantjes aan de rechterzijde, naast het camera-eiland. De led-lampjes zijn volgens het bedrijf 40 procent feller dan die op de Phone (3a).

Over de precieze technologie van de Nothing Phone (4a) zijn nog geen aankondigingen gedaan, maar volgens geruchten krijgt de smartphone een Snapdragon 7s Gen 4-chip. Er zal ook een duurdere en snellere Phone (4a) Pro verschijnen, al is daar het uiterlijk nog niet van onthuld.

Officieel wordt de Phone (4a) op 5 maart onthuld.

View post on X
▼ Volgende artikel
Waarom je monitor op het moederbord aansluiten je pc vertraagt
© Provokator
Huis

Waarom je monitor op het moederbord aansluiten je pc vertraagt

Je sluit je nieuwe monitor aan, de pc start op, maar de prestaties in zware programma's en games vallen vies tegen. In dit artikel ontdek je waarom de aansluiting op je moederbord de grafische kracht van je computer negeert en hoe je dat direct oplost voor maximale rekenkracht.

Het is een klassieke fout bij het opbouwen van een werkplek: de videokabel in het eerste gat steken dat je tegenkomt aan de achterzijde van je computerkast. Vaak belandt de kabel dan in een van de poorten van het moederbord, terwijl de krachtige videokaart een verdieping lager ongebruikt blijft. Dit misverstand ontstaat omdat beide aansluitingen identiek ogen, maar de interne route die de data aflegt verschilt als dag en nacht. Daarom leggen we je uit hoe je het volledige potentieel van je hardware benut en waarom die extra investering in je grafische kaart anders weggegooid geld is.

De interne omweg via de processor

Als je de HDMI- of DisplayPort-kabel in het moederbord plugt, dwing je de computer om de geïntegreerde grafische chip van de processor te gebruiken (mits die is ingeschakeld via het BIOS). Wij hebben dat uiteraard nog even getest en merkten dat alles inderdaad veel minder soepel aanvoelt zodra de processor deze dubbelrol moet vervullen. In plaats van dat de data direct naar de gespecialiseerde kernen van de videokaart gaat, moet de processor nu zowel de algemene berekeningen als de visuele output verwerken.

Dat veroorzaakt een een hoop warmte in de behuizing en de ventilatoren van de CPU beginnen sneller te loeien om de extra last op te vangen. Het is al met al een onhandige route waarbij de dure videokaart onderin je kast simpelweg geen signaal doorgeeft aan je scherm.

©stas_malyarevsky

Hier moet je de HDMI-kabel dus níét in steken als je de beste prestaties wilt.

Aansluiting heeft wel degelijk een functie

Er zijn echter specifieke scenario's waarin deze aansluiting juist je beste vriend is, bijvoorbeeld tijdens het stellen van een diagnose als er iets opeens niet werkt. Als je pc bijvoorbeeld geen beeld geeft via de videokaart, is inpluggen op het moederbord de enige manier om te controleren of de rest van je systeem nog wel functioneert.

Ook voor een eenvoudige kantoormonitor, die alleen wordt gebruikt voor tekstverwerking en e-mail, volstaat de interne chip van de processor en is een dedicated videokaart niet eens nodig. Deze route bespaart energie en houdt de pc stiller, omdat de zware videokaart (als die er is) in een diepe slaapstand kan blijven. Voor een secundair scherm waarop je alleen statische informatie zoals een chatvenster of Spotify in beeld hebt, kan deze configuratie zelfs een slimme manier zijn om de hoofdvideokaart te ontlasten van onnodige basistaken.

Verlies grafische rekenkracht

Zodra je echter een zware taak start, zoals videobewerking of een moderne game, loopt de pc direct tegen een muur aan. De geïntegreerde graphics hebben namelijk geen eigen snel geheugen en snoepen zodoende rekenkracht van het werkgeheugen van je systeem. Je merkt dat aan haperende beelden, een lage framerate en textures die traag laden.

Zo kan het gebeuren dat een krachtige gaming-pc, die normaal gesproken honderd frames per seconde (100 fps) haalt, via de moederbordaansluiting terugvalt naar een onwerkbare diavoorstelling van minder dan 10 fps. De hardware is aanwezig, maar de snelweg naar het scherm is afgesloten, waardoor je in feite maar een fractie van de capaciteit krijgt waarvoor je hebt betaald.

Situaties waarin je deze aansluiting sowieso moet vermijden

Het aansluiten op het moederbord is een absolute dealbreaker voor iedereen die met visuele content werkt of veeleisende games speelt. Als je voor honderden euro's een videokaart hebt aangeschaft, is het een kostbare vergissing om de monitor ergens anders in te pluggen.

Ook bij het gebruik van een 4K-monitor kan de interne chip de verversingssnelheid vaak niet bijbenen, waardoor je naar een schokkerig beeld zit te kijken terwijl je hardware veel vloeiender kan presteren. Voor creatieve professionals die software gebruiken voor 3D-rendering is het gewoon onmogelijk om te werken; de software zal vaak zelfs een foutmelding geven omdat de benodigde grafische bibliotheken niet worden ondersteund door de standaard processor-chip.

De snelle poorten zitten meestal verder naar onderen en zijn doorgaans horizontaal gepositioneerd.

Zo vind je de juiste poort

Kijk eens goed naar de achterkant van je computerkast om te bepalen of je de volle snelheid benut. De aansluitingen van het moederbord staan altijd verticaal in een blok met andere poorten, zoals usb en ethernet. De aansluitingen van de videokaart zitten een stuk lager en staan horizontaal in een aparte sleuf. Zit je kabel in het bovenste blok, dan werk je op de 'reservemotor'.

Verplaats de kabel naar de horizontale poorten onderaan en je zult direct horen dat de pc anders reageert bij het opstarten. Soms moet je na deze wissel de pc even herstarten, zodat de drivers de nieuwe configuratie herkennen en de resolutie optimaal kunnen instellen voor jouw specifieke beeldscherm.

Klaar voor optimale prestaties?

Het aansluiten van een monitor op het moederbord in plaats van de videokaart zorgt ervoor dat de grafische rekenkracht van de pc onbenut blijft omdat het systeem terugvalt op de beperkte interne chip van de processor. Dat leidt tot een drastische afname in prestaties bij games en zware software, aangezien de gespecialiseerde hardware van de videokaart volledig wordt gepasseerd. Voor een optimale ervaring moet je de monitor altijd in de horizontale poorten van de videokaart prikken. Alleen in noodgevallen of bij eenvoudiger kantoortaken is de moederbordaansluiting een bruikbaar alternatief.