ID.nl logo
Het Europese CE-logo versus het Chinese CE-logo: een onderscheidend onderscheid
Zekerheid & gemak

Het Europese CE-logo versus het Chinese CE-logo: een onderscheidend onderscheid

Het Europese CE-logo dat we alleen op producten vinden die zijn goedgekeurd voor veilig gebruik in de Europa ken je waarschijnlijk wel. Maar wat veel mensen niet weten is dat er nog zo'n logo bestaat dat sprekend lijkt op de bekende Europese versie, maar toch een heel andere betekenis heeft. In dit artikel duiken we dieper in de betekenis en de verschillen tussen deze twee logo's.

Het Europese CE-logo, een bekend symbool in de wereld van productie en handel, staat voor "Conformité Européene" oftewel Europese Conformiteit. Het logo is een verklaring van de fabrikant dat het product voldoet aan de essentiële eisen van de relevante Europese gezondheids-, veiligheids- en milieubeschermingswetgeving. Je kunt het zien als een zegel van goedkeuring dat aangeeft dat het product veilig is voor gebruik en verkoop binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Het Europese CE-logo is verplicht bij alle producten die binnen de EER op de markt verschijnen, het is geen vrijblijvend beeldmerk, maar het is ook geen keurmerk; het wordt dus niet toegepast op producten die op een bepaalde manier zijn getest, bijvoorbeeld zoals het Kema Keurmerk (inmiddels Dekra) dat wel is.

Verplicht

Het Europese CE-logo is verplicht op een groot scala aan producten, te weten:

Verplicht Het Europese CE-logo is verplicht op een groot scala aan producten en apparaten, te weten:

  • speelgoed
  • machines
  • bouwproducten
  • elektrische en elektronische apparatuur
  • drukvaten en gastoestellen
  • meet- en weegapparatuur
  • persoonlijke beschermingsmiddelen zoals mondmaskers en veiligheidsbrillen
  • vuurwerk en explosieven voor civiel gebruik
  • transportmiddelen zoals motorvoertuigen, liften of kabelbanen)
  • medische hulpmiddelen

Nòg een CE-logo

Wat je echter vast nog niet wist is dat er een ander CE-logo bestaat, dat ook nog eens een vrijwel exacte kopie is van het 'originele' Europese CE-logo. Chinese fabrikanten hebben namelijk een eigen CE-logo ontwikkeld. De betekenis van dàt logo zegt echter helemaal niks over veiligheid of enige vorm van goedkeuring, maar staat domweg voor 'China Export' en heeft dus een heel ander doel. Het Chinese CE-logo is een merkteken dat aangeeft dat het product is vervaardigd voor export uit China. Het is geen indicatie van naleving van enige veiligheids- of kwaliteitsnormen en wordt niet erkend door de Europese Unie of enige andere regelgevende instantie buiten China. Kortom: elk product dat in China wordt gemaakt en vanuit dat land naar andere landen wordt geëxporteerd, kan dus zijn voorzien van dat Chinese CE-logo. Het Chinese CE-logo is jaren geleden gelanceerd zodat producenten gemakkelijk kunnen aantonen dat het product in China is gemaakt. De keuze voor een CE-logo door China is alles behalve toevallig. De Chinezen weten maar al te goed dat een bekend logo vertrouwen opwekt bij de consument. En dus kwamen ze jaren geleden voor een logo dat net geen exacte kopie is van het CE-keurmerk.

Zoek de verschillen

Als je het niet weet is het echter heel gemakkelijk om niet te kunnen zien wat het verschil is. Als je even snel kijkt zie je namelijk niet wat er anders is aan dat Chinese logo ten opzichte van de originele versie. Het belangrijkste verschil tussen de twee logo's - naast hun betekenis - is het ontwerp. Hoewel ze op het eerste gezicht identiek lijken, is er een subtiele variatie in de afstand tussen de "C" en de "E". In het Europese CE-logo is de afstand groter en zijn de letters verbonden in een halve cirkel, terwijl in het Chinese CE-logo de letters dichter bij elkaar staan en parallel zijn. Dat beste kunnen we illustreren met de onderstaande afbeelding.

Links het Europese logo, rechts het misleidende 'Chinese Export'-logo.

In bovenstaand voorbeeld is links het originele 'Conformité Européene'-logo, rechts het Chinese 'China Export'-logo. Als je dat logo dus ziet staan op een product, bijvoorbeeld op een adapter of vlakbij een stekker - de plek waar zo'n logo meestal staat - moet je goed kijken naar de ruimte tussen de letters 'C' en 'E'. Bij het originele Europese logo staan de letters verder uit elkaar en ligt de 'E' eigenlijk tegen de volledige cirkel van de 'C' aan. Bij het Chinese logo liggen die letters juist weer dichter op elkaar en loopt de virtuele doorgetrokken cirkellijn precies tot aan het einde van het liggende middelste streep je van de 'E'.

Een andere valkuil is ook dat het Chinese logo er misschien juist 'netter' uitziet, omdat de letters mooier ten opzichte van elkaar zijn uitgelijnd; de Europese versie ziet er door de grotere afstand door sommigen juist minder 'professioneel' uit. Toch is het linker logo het officiële beeldmerk voor producten die zijn toegestaan om op de Europese te worden uitgebracht.

Grote gevolgen

De subtiele verschillen tussen deze logo's kunnen echter grote gevolgen hebben. Een product met het Chinese CE-logo dat wordt verkocht in de EER, kan worden beschouwd als niet-conform en kan worden onderworpen aan sancties en boetes. Voor consumenten, maar ook voor importeurs en distributeurs is het dus belangrijk om het onderscheid tussen deze twee logo's te begrijpen. Consumenten zouden bovendien gevaar kunnen oplopen als ze zo'n product via bijvoorbeeld een webshop bestellen waarvan niet duidelijk is waar het zich bevindt.

Ook wanneer er gevaarlijke problemen ontstaan met een product dat niet is voorzien van het Europese CE-logo, kan het nog lastig voor een consument uitpakken om bijvoorbeeld recht te halen bij een fabrikant en op ondersteuning te rekenen.

Niet illegaal

Het grootste probleem van het CE-logo dat door Chinese bedrijven kan worden gebruikt, is dat het niet illegaal is om zo'n beeldmerk op producten te zetten. Bovendien zou het ook kunnen voorkomen dat je op een product twee van dit soort logo's kunt aantreffen; het echte Europese kenmerk en de Chinese versie. Het blijft dus altijd goed opletten, maar zelfs het oorspronkelijke Europese logo kan natuurlijk worden nagemaakt. Zorg er dus altijd voor dat je je producten bestelt bij een webshop dat zich bij voorkeur in Europa heeft gevestigd om er zeker van te zijn dat je geen malafide product(en) in huis haalt.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.