ID.nl logo
Felixprinters en de toekomst van 3D-printing
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Felixprinters en de toekomst van 3D-printing

Het Nederlandse Felixprinters begon jaren geleden met de verkoop van duurdere 3D-printers, die plastic objecten maken. Inmiddels levert het bedrijf ook een printer die eten creëert en komt er een model aan dat biomateriaal zoals stamstellen kan printen. PCM reisde af naar IJsselstein om meer te leren over de toekomst van 3D-printing.

Op een onopvallend bedrijventerrein aan de rand van IJsselstein zit Felixprinters gevestigd in een even onopvallend gebouw. Stap door de voordeur naar binnen en je staat in een grote hal waar zo’n tien vaste medewerkers de hele dag in de weer zijn met het bouwen en testen van 3D-printers. Het magazijn met talloze rollen filament, het materiaal van 3D-prints, vinden we ook op de begane grond. De kasten op de eerste verdieping van het kantoor staan vol maquettes, vazen en andere objecten uit de eigen 3D-printers. Op de bureaus zijn kleinere printers aan het werk, in de hoek zoemt een model zo groot als een wasmachine.

“Dat is de Felix Pro XL”, wijst Wilgo Feliksdal. Hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis van het familiebedrijf, de bestaande toepassingen van 3D-printing en de toekomstplannen van Felixprinters. Feliksdal heeft ook tips voor wie een 3D-printer wil kopen voor hobby- of zakelijk gebruik.Wilgo is directeur van Felixprinters en houdt zich er sinds 2010 mee bezig, in eerste instantie naast zijn baan bij het ROC. Sinds eind 2013 richt hij zich fulltime op het bedrijf. Als directeur stuurt hij het bedrijf aan, houdt hij contact met klanten en leveranciers over de hele wereld en bezoekt hij met zijn team beurzen om zijn printers aan te prijzen.

'Wat is een 3D-printer?'

De eerste 3D-printers stammen uit de jaren tachtig. Ze werden gebruikt voor industriële doeleinden. In de decennia erna verbeterden de printers in gebruiksgemak, mogelijkheden en printkwaliteit. Daarnaast werden ze betaalbaarder en dus ook interessanter voor hobbyisten. Zo groeide ook het aantal fabrikanten van 3D-printers. Kortom: de bekendheid nam toe. Ook bij Guillaume Feliksdal, die ongeveer tien jaar geleden afstudeerde aan de Technische Universiteit Delft op de mechaniek van een looprobot. Hij kocht een 3D-printer om zelf onderdelen te printen voor die looprobot. Hij liet zijn aanwinst zien aan zijn vader Wilgo.

“Guillaume vroeg me of ik wist wat een 3D-printer was, maar ik had geen idee. Toen hij een video liet zien, sloeg de vonk direct over”, vertelt Wilgo. Omdat Guillaume niet tevreden was over de nauwkeurigheid van de printer en kwaliteit van de geprinte onderdelen, begon hij zelf een bedrijf in 3D-printers. Wilgo, toen fulltime werkend bij een ROC, hielp hem in de avonduren en vakanties. “Toen ik op een mooie manier kon uittreden bij het onderwijs, ben ik me ook honderd procent gaan richten op ons bedrijf Felixprinters.

In 2011 hebben we ons ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en even later hebben we een kantoorpand gehuurd in De Meern”, vertelt hij. Felixprinters verkocht de eerste twee jaar DIY-pakketten, waarbij de gebruiker een doos met printeronderdelen kreeg en de 3D-printer zelf in elkaar zette.

Bouwen, testen en leveren

“We zagen de markt verschuiven van DIY-kits naar geassembleerde printers. Dat wilden we zelf doen op één locatie met onze eigen mensen”, vertelt Feliksdal over de keuze om De Meern te verruilen voor het pand in IJsselstein. Op de begane grond bouwen de medewerkers nu elke dag verschillende soorten 3D-printers, om ze daarna grondig te testen. Volgens Feliksdal neemt het in elkaar zetten van een printer ongeveer twee dagen in beslag en duurt het testen drie dagen. “Dat komt deels doordat de printer als eindproef een object print waar hij meer dan 24 uur mee bezig is.” Felixprinters streeft ernaar printers binnen drie dagen uit te leveren aan zijn klanten. Dat lukt op dit moment niet, zegt Feliksdal. Hij is voorstander van een kleine voorraad, omdat voorraad aanhouden geld kost, maar constateert dat de spoeling nu wel erg dun is. “Elke printer die we nu bouwen, is al besteld door een klant.”

De productie hier in IJsselstein opvoeren is lastig en werkzaamheden uitbesteden aan China ziet Feliksdal niet zo zitten. “Ik coördineer het graag hier zodat ik zicht op het werk heb en we flexibel zijn.” Het mijden van China heeft niets te maken met zorgen over de kwaliteit of kopieergedrag, stelt hij. “Als ik met mijn printerconcept naar een Chinese fabriek ga en het proces daar kan coördineren, weet ik zeker dat ik de juiste kwaliteit krijg. En wat betreft kopiëren: je moet het mensen niet te makkelijk maken, maar je kunt het ook niet tegenhouden.”

©PXimport

Klanten en toepassingen

De klanten van Felixprinters zitten over de hele wereld en gebruiken de printers voor uiteenlopende doeleinden. Feliksdal heeft goed contact met een architect in Dubai, die schaalmodellen van bijvoorbeeld moskeeën print en aan zijn opdrachtgevers toont. “En vanmorgen had ik een klant op bezoek die auto-onderdelen print van oldtimers, niet-dragende onderdelen die niet meer verkrijgbaar zijn. Zo print hij bijvoorbeeld het dashboard en zet hij die in een Land Rover.” Er zijn ook klanten die machineonderdelen printen om modellen te testen, bijvoorbeeld een grijper. Scholen gebruiken de printers ook voor technische lessen en projecten, aldus Feliksdal.

Hobbyisten vormen een kleiner deel van het klantenbestand. Dat komt volgens de directeur voornamelijk door de prijzen van zijn printers. Het goedkoopste model, de Tec 4, kost als DIY-pakket ongeveer duizend euro en geassembleerd 1500 euro, allebei exclusief btw. “Er zijn veel hobbyisten die zeggen: met een printer van honderd euro kan ik ook dingen printen. Wij bedienen een heel ander marktsegment.” Felixprinters verkoopt ook een Pro 3-serie (vanaf 2200 euro), de grotere Pro L (7000 euro) en heeft de Pro XL als topmodel van ongeveer 12.000 euro. Die modellen zijn volgens het bedrijf goedkoper dan vergelijkbare printers van de concurrentie.

Denkt Feliksdal dat zijn 3D-printers de komende jaren nog goedkoper kunnen worden? “Ja, dat denk ik wel. Maar ik denk niet dat je een printer met deze prestaties over één of twee jaar voor de helft van de prijs kunt kopen.”

Modulaire printers

Eem bedrag van duizend tot 12.000 euro voor een 3D-printer betalen is niet mis. Bij Chinese webwinkels en in Nederlandse winkels vind je 3D-printers voor een paar honderd euro. Het prijsverschil uit zich volgens Feliksdal op verschillende manieren. “Een belangrijk salesargument is dat onze printers te upgraden zijn. Een klant die acht jaar geleden een Felixprinter kocht, kan hem upgraden naar de laatste stand van techniek.”

Nieuwe onderdelen zijn los verkrijgbaar voor uiteenlopende prijzen. Een voorbeeld is de printkop, een belangrijk onderdeel van een 3D-printer. De Felix Pro 2 heeft een nieuwe, betere printkop dan zijn voorganger. Als je een Pro 1 hebt, kun je die nieuwe printkop kopen en op je printer bevestigen. Update de software en je hebt op dat vlak een Pro 2”, zegt Feliksdal. Hij noemt de technische levensduur van een Felixprinter daarom oneindig.

©PXimport

“Als we niet veranderen van modulaire filosofie, is een printer over honderd jaar ook nog te upgraden”, stelt Feliksdal. Maar de kans dat een printer daadwerkelijk zolang meegaat is klein, beaamt hij. Op het metalen frame na slijten alle onderdelen, vooral de bewegende delen zoals de motor en kabels. Feliksdal heeft geen harde getallen voor de slijtage, maar stelt dat veel klanten ‘tientallen kilometers’ filament geprint hebben voordat er een onderdeel vervangen moet worden. Filament is het printmateriaal en wordt op rollen vanaf een kilo verkocht. Tientallen kilometers printen zonder problemen is een knappe prestatie, bevestigen meerdere deskundigen desgevraagd aan PCM.

Opvallend is dat de goedkoopste Felixprinters slechts een jaar garantie hebben en de dure drie jaar. Dat is relatief kort voor dergelijke complexe en dure apparatuur. Feliksdal: “De garantie is beperkt, de ondersteuning levenslang. Na het verstrijken van de garantie kun je een vervangend onderdeel kopen, ook als je printer tien jaar oud is.”

Een ander kenmerk dat Felixprinters moet onderscheiden van de concurrentie, is de software. Afhankelijk van het model printer gaat het om de gratis software Repetier Host of het betaalde Simplify3D. Deze opensource-besturingssystemen zijn door technici van Felixprinters aangepast voor de eigen apparaten. “Denk aan een stukje software dat ervoor zorgt dat de printer stopt als een verhittingsonderdeel niet goed werkt, zodat hij niet kan oververhitten”, verklaart Feliksdal. Volgens hem gebruikt een deel van de goedkopere 3D-printers van de concurrentie de standaardsoftware zonder aanpassingen, waardoor de printer mogelijk minder veilig, nauwkeurig en gebruiksvriendelijk kan zijn.

3D-printen met biomateriaal

Gevraagd naar zijn toekomstplannen, vertelt Feliksdal dat zijn bedrijf zich blijft richten op 3D-printers die bijvoorbeeld plastic objecten printen, net als de huidige modellen. De modulariteit en vervangbaarheid blijven belangrijke kenmerken. Het bedrijf komt ook met twee nieuwe printers. “We zijn met een gigantisch groot project bezig, namelijk een printer die eten kan maken. Deze foodprinter is bedoeld voor de levensmiddelenindustrie en wordt nu opgeleverd bij een klant, die hem in zijn productielijn gaat integreren.” Hoe die printer eruitziet en werkt, wil Feliksdal niet zeggen. Bij welk bedrijf de printer geplaatst wordt evenmin. Wel bevestigt hij dat het 3D-geprinte eten ‘al heel rap’ verschijnt, in ieder geval in 2020.

Felixprinters komt verder met een bioprinter, die voorlopig ook in het thuishonk gebouwd wordt. Een medewerker toont een werkend prototype, dat oogt als een kruising tussen een compacte 3D-printer en een microscoop.

©PXimport

De Felix Bio-printer is bedoeld voor medici en wetenschappers, die de injectiespuitjes van de printer vullen met een biomateriaal naar keuze. “Met deze printer en het juiste biomateriaal kunnen experts bijvoorbeeld organen en lichaamsdelen printen”, legt Feliksdal uit. Geïnteresseerden kunnen hem de printer voorbestellen, de levering staat gepland voor begin 2020. Feliksdal zegt dat zijn printer in EU-verband gebruikt wordt om stamcelstructuren te maken die de potentie hebben om de ziekte van Alzheimer te bestrijden.

Met deze drie typen 3D-printers – klassiek, eten en biomateriaal – en een focus op bedrijven hoopt Felixprinters de komende jaren blijven groeien. “We kijken ook continu naar de toegevoegde waarde van een 3D-printer. Het gaat niet om het printen van een paar legoblokjes, maar of de klant geld kan verdienen aan de printer.” Heel andere richtingen, bijvoorbeeld huizen 3D-printen, lijken voorlopig niet aan de orde. Feliksdal: “Een huis 3D-printen is op zich niet heel moeilijk, al heb je wel een enorme printer nodig. Ik zie er wel mogelijkheden in, maar dan moet je je daar wel echt op richten omdat het om een concept met enorm logistiek proces gaat. Voorlopig hebben we het al druk genoeg.”

▼ Volgende artikel
Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat
Huis

Nieuwe Resident Evil Requiem-beelden tonen wat je te wachten staat

Capcom heeft eerder deze week een livestream uitgezonden waarin nieuwe beelden werden getoond van het aankomende horrorspel Resident Evil Requiem. Ook werd er meer informatie gegeven over de game.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

Nadat eind vorig jaar al werd aangekondigd dat spelers niet alleen Grace Ashcroft zullen besturen, maar ook Leon S. Kennedy - een bekend gezicht voor mensen die eerdere delen hebben gespeeld - werd er tijdens de livestream uitgebreid gameplay van dit personage getoond.

Twee verschillende hoofdpersonages

Daarbij werd de nadruk gelegd op de verschillende speelstijlen van Leon en Grace. Op verschillende momenten gedurende de game wordt er automatisch tussen deze personages gewisseld, en ze zullen elk compleet andere gameplay bieden.

De segmenten met Leon - onder andere bekend uit Resident Evil 2 en Resident Evil 4 - zijn erg op actievolle schietgevechten gericht. Leon kan daarnaast ook de kelen van vijanden doorsnijden. Hij heeft ook een bijl waarmee hij aanvallen kan afweren. Grace's segmenten zijn juist erg gericht op spanning en horror en draaien vooral om het vermijden van intense gevechten.

Tijdens de livestream werd ook onthuld dat de game niet alleen naar consoles en pc komt, maar dat leden van Nvidia GeForce Now de game ook kunnen spelen. Ook werd er gepraat over de verschillende moeilijkheidsgraden - zo is er een extra makkelijke moeilijkheidsgraad voor mensen die weinig ervaring hebben met dit type spellen.

De complete livestream kan hieronder worden bekeken. In verband met de volwassen inhoud van de livestream kan het mogelijk zijn dat je op de link in de video moet klikken om naar YouTube te gaan en te bewijzen dat je volwassen bent.

Vanaf 27 februari verkrijgbaar

Resident Evil Requiem verschijnt op 27 februari (pre-orderen kan nu al) voor PlayStation 5, Xbox Series X en S, Nintendo Switch 2 en pc. Het is het negende hoofddeel in de horrorserie die al sinds de jaren negentig bestaat. In de loop der jaren is de franchise meermaals flink op de schop gegaan. Zo richtte Resident Evil 4 zich meer op actie, en zijn horrorelementen sinds Resident Evil 7: Biohazard weer teruggekeerd. Resident Evil Requiem lijkt dan ook een combinatie van al deze elementen te gaan bieden.

Op 27 februari zullen overigens ook Resident Evil 7 en Resident Evil Village (het achtste deel) op Nintendo Switch 2 uitkomen. Daarnaast verschijnt Village later deze maand op PlayStation Plus en Xbox Game Pass.

Watch on YouTube
▼ Volgende artikel
Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten
© chadchai - stock.adobe.com
Huis

Slechte wifi thuis? Dit zijn de 3 grootste wifi-fouten die je signaal verpesten

Je kijkt een spannende serie en opeens bevriest het beeld. Dat bekende draaiende cirkeltje… er zijn weinig dingen zó frustrerend. Gelukkig ligt de oplossing vaak binnen handbereik. De snelheid van je internet hangt namelijk sterk samen met de manier waarop je thuis met je apparatuur omgaat. Door een paar veelgemaakte fouten te vermijden en de juiste techniek te kiezen, merk je vaak direct dat je netwerk stabieler wordt, zonder dat daar een duurder abonnement voor nodig is.

In het kort

In dit artikel lees je welke drie wifi-fouten het vaakst zorgen voor traag internet of haperingen: een onhandige plek voor je router, drukte op 2,4 GHz en verouderde firmware of hardware. Je ziet ook hoe je zelf een rustiger kanaal vindt en wanneer het slim is om te kiezen voor 5 GHz of 6 GHz. Tot slot leggen we uit wat wifi 6 en wifi 7 doen en waarom een netwerkkabel van minimaal cat5e verschil kan maken.

Lees ook: Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Fout 1: De router op de verkeerde plek neerzetten

Een router wint qua looks zelden een schoonheidsprijs. De neiging om het apparaat uit het zicht te plaatsen is daarom groot. Toch is een verkeerde locatie de meest gemaakte fout die je bereik merkbaar (en soms zelfs dramatisch) kan verkleinen.

Dat zit zo.  Je kunt wifi-signalen vergelijken met het licht van een gloeilamp. Als je die lamp in een houten kast of achter een dikke bank zet, blijft de rest van de kamer donker. Obstakels zoals muren, meubels en zelfs grote kamerplanten blokkeren de onzichtbare golven. Vooral metaal en water zijn beruchte boosdoeners; een router naast een aquarium of achter een radiator plaatsen is vragen om problemen.

Ook de hoogte is bepalend. Veel mensen zetten de router op de grond, maar op de grond zit het signaal sneller 'achter' meubels en andere blokkades. Zet het apparaat liever op een kast of boekenplank op ooghoogte voor een vrije weg naar je apparaten.

©ID.nl

Fout 2: Storing door andere apparatuur over het hoofd zien

Je staat er waarschijnlijk niet bij stil, maar veel apparaten in huis gebruiken dezelfde onzichtbare digitale snelweg als je internetverbinding. De magnetron, sommige babyfoons en zelfs de draadloze koptelefoon van de buren vechten om een plekje op de 2,4GHz-band. Ook andere wifi-netwerken in de buurt kunnen voor digitale files zorgen.

De meeste moderne routers ondersteunen gelukkig ook de 5GHz-frequentie. Deze band is veel breder en heeft minder last van andere apparatuur. Het handmatig selecteren van het 5GHz-netwerk levert vaak direct een snelheidswinst op. Heb je een router met wifi 6e of wifi 7, dan kun je soms ook de 6 GHz-band gebruiken. Die is vaak rustiger, maar het bereik is meestal wat kleiner dan bij 5 GHz.

Tip: geef je netwerken duidelijke namen

Veel routers zenden meerdere wifi-netwerken tegelijk uit: 2,4 GHz voor bereik, 5 GHz voor snelheid en soms ook 6 GHz voor extra ruimte in drukke omgevingen. Als al die banden onder één naam vallen, kiest je smartphone of laptop automatisch. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd: je toestel kan blijven “plakken” aan 2,4 GHz terwijl 5 GHz op dat moment sneller en stabieler is.

Door je netwerken een herkenbare naam te geven, maak je de keuze simpel. Geef de 2,4 GHz-band bijvoorbeeld de naam thuis-2g, de 5 GHz-band thuis-5g en, als je die hebt, de 6 GHz-band thuis-6g. Dan zie je in één oogopslag welk netwerk je pakt. Zit je ver van de router, dan is 2,4 GHz vaak de veiligste optie. Zit je dichtbij en wil je vooral snelheid, dan ligt 5 GHz of 6 GHz meer voor de hand. Zo kun je bij haperingen of traag internet meteen testen of een andere band het probleem oplost, zonder dat je in instellingen hoeft te graven.

View post on TikTok

Fout 3: Verouderde software en hardware blijven gebruiken

Technologie verandert razendsnel en dat geldt ook voor de beveiliging en snelheid van je netwerk. Veel huishoudens werken nog met de router die ze jaren geleden bij hun eerste abonnement kregen. Deze oude techniek kan de moderne eisen van streaming en videobellen simpelweg niet meer bijbenen. Daarnaast vergeten veel gebruikers om de firmware van hun apparaat te updaten. Fabrikanten brengen deze software-updates uit om prestaties te verbeteren en lekken te dichten. Een verouderd systeem is niet alleen trager, maar ook een makkelijker doelwit voor hackers.


1️⃣2️⃣3️⃣Stappenplan: de beste wifi-kanalen scannen

Als je buren ook allemaal op hetzelfde wifi-kanaal zitten, ontstaat er interferentie. Je kunt dit zelf eenvoudig oplossen door een rustiger kanaal te zoeken.

1) Download een app zoals WiFi Analyzer (Android) of NetSpot (Windows, macOS, Android & iOS).

2) Open de app en bekijk de grafiek van de omgeving. Je ziet hier welke kanalen drukbezet zijn door netwerken in de buurt. Noteer het kanaalnummer dat het minst wordt gebruikt. Vaak zijn kanaal 1, 6 of 11 op de 2,4GHz-band de beste keuzes.

3) Log in op de webinterface van je router via je browser (meestal via een adres als 192.168.1.1). Zoek naar de draadloze instellingen en wijzig het kanaal van 'Automatisch' naar het door jou gekozen nummer. Sla de instellingen op en test of je verbinding stabieler aanvoelt.

Het verschil tussen wifi 6 en wifi 7

Sta je op het punt om een nieuwe router of laptop te kopen? Dan kom je de termen wifi 6 en wifi 7 tegen. Wifi 6 was een grote stap vooruit omdat het beter omgaat met veel apparaten tegelijk op één netwerk. Het zorgt voor een efficiëntere verdeling van de data. Wifi 7 is de allernieuwste standaard en gaat nog een flinke stap verder. Het maakt gebruik van extreem brede kanalen en kan verbinding maken via meerdere frequenties tegelijkertijd. Dit wordt Multi-Link Operation genoemd. Hierdoor is de vertraging merkbaar lager en kun je hogere snelheden halen, vooral op korte afstand en met geschikte apparaten. Voor een gemiddeld huishouden is wifi 6 momenteel een uitstekende keuze, terwijl wifi 7 echt voor de toekomst is gebouwd.

Heel belangrijk: de juiste bekabeling

Draadloos internet begint voor de meeste mensen bij een kabel: heb je een los modem en een losse router, dan vormt de kabel ertussen de basis. Gebruik je hier een oude kabel, dan wordt de snelheid al beperkt voordat het signaal de lucht in gaat. Controleer of er Cat 5e, Cat6 of Cat6a op de kabel staat, dan zit je meestal goed. Cat5 haalt soms maar 100 Mbps door kwaliteit/afmontage. Heb je cat5 liggen? Vervang dat dan in ieder geval door cat5e; dat is een veilige keuze voor gigabit. Een kleine investering in een kwalitatieve netwerkkabel kan een wereld van verschil maken voor de uiteindelijke wifi-snelheid op je telefoon.

Slechte wifi? Oplossen is makkelijker dan je denkt

Alles bij elkaar komt goed wifi minder neer op toeval dan veel mensen denken. Met een slimme plek voor je router, een rustige frequentie en actuele software haal je vaak al verrassend veel winst. Combineer dat met een fatsoenlijke netwerkkabel en je voorkomt dat de dat de verbinding al beperkt wordt voordat het signaal draadloos wordt verspreid. Door deze stappen een voor een toe te passen, los je de meest voorkomende wifi-problemen op zonder dat een duurder internetabonnement nodig is, en maak je van een haperende verbinding weer een stabiele basis voor alles wat je online doet.

Consumenten testen: TP-Link Deco BE25 WiFi 7 mesh set

Op Review.nl, het testplatform waarop consumenten nieuwe technologie uitproberen en hun bevindingen delen, krijgt de TP-Link Deco BE25, een router met dualband wifi 7,  een stevige 8,7 op Review.nl. En dat betekent iets: want omdat op Review.nl producten getest worden door een panel van echte gebruikers, zie je hoe iets in een normaal huishouden presteert.

Wat opvalt is hoe vaak testers terugkomen op de snelheid en stabiliteit. De overstap naar wifi 7 levert volgens veel gebruikers merkbaar meer rust in het netwerk op, vooral in huizen waar voorheen op zolder, in de tuin of achterin de woonkamer nauwelijks een bruikbaar signaal was. De Deco BE25 vult dat soort gaten zichtbaar op. Apparaten blijven stabiel verbonden, streamen gaat zonder haperingen en ook gamers merken volgens de testers dat de latency laag blijft. Wie een gigabitverbinding heeft, ziet die snelheid nu ook daadwerkelijk terug op plekken waar dat eerst niet haalbaar was.

Een tweede punt dat veel lof krijgt, is de installatie. De meeste testers spreken over een proces van enkele minuten. De app begeleidt je stap voor stap, herkent automatisch de nieuwe units en geeft advies over de beste plek voor elk wifipunt. Daardoor voelt het hele systeem toegankelijk, ook voor wie zichzelf niet technisch vindt. Eenmaal ingesteld blijkt het netwerk bovendien weinig onderhoud nodig te hebben: de app verdeelt verkeer slim, laat je apparaten prioriteren en biedt opties voor gastnetwerken en ouderlijk toezicht.

Het ontwerp en de functionaliteit leveren wel discussie op. Een deel van de testers vindt de units wat groot en mist montageopties of extra ethernetpoorten. Ook melden sommige gebruikers dat smartphones niet altijd direct naar het dichtstbijzijnde wifipunt schakelen. Toch wordt dat in de meeste reviews gezien als een detail naast de verbeterde dekking en het gemak van dagelijks gebruik.

Alles bij elkaar laat het testpanel zien dat de Deco BE25 vooral scoort op prestaties waar consumenten echt iets van merken: hogere snelheden, betere dekking en een probleemloos installatieproces. Voor veel huishoudens voelt het als een upgrade die een onrustig wifi-netwerk verandert in een betrouwbaar en snel geheel.