ID.nl logo
Felixprinters en de toekomst van 3D-printing
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Felixprinters en de toekomst van 3D-printing

Het Nederlandse Felixprinters begon jaren geleden met de verkoop van duurdere 3D-printers, die plastic objecten maken. Inmiddels levert het bedrijf ook een printer die eten creëert en komt er een model aan dat biomateriaal zoals stamstellen kan printen. PCM reisde af naar IJsselstein om meer te leren over de toekomst van 3D-printing.

Op een onopvallend bedrijventerrein aan de rand van IJsselstein zit Felixprinters gevestigd in een even onopvallend gebouw. Stap door de voordeur naar binnen en je staat in een grote hal waar zo’n tien vaste medewerkers de hele dag in de weer zijn met het bouwen en testen van 3D-printers. Het magazijn met talloze rollen filament, het materiaal van 3D-prints, vinden we ook op de begane grond. De kasten op de eerste verdieping van het kantoor staan vol maquettes, vazen en andere objecten uit de eigen 3D-printers. Op de bureaus zijn kleinere printers aan het werk, in de hoek zoemt een model zo groot als een wasmachine.

“Dat is de Felix Pro XL”, wijst Wilgo Feliksdal. Hij vertelt over de ontstaansgeschiedenis van het familiebedrijf, de bestaande toepassingen van 3D-printing en de toekomstplannen van Felixprinters. Feliksdal heeft ook tips voor wie een 3D-printer wil kopen voor hobby- of zakelijk gebruik.Wilgo is directeur van Felixprinters en houdt zich er sinds 2010 mee bezig, in eerste instantie naast zijn baan bij het ROC. Sinds eind 2013 richt hij zich fulltime op het bedrijf. Als directeur stuurt hij het bedrijf aan, houdt hij contact met klanten en leveranciers over de hele wereld en bezoekt hij met zijn team beurzen om zijn printers aan te prijzen.

'Wat is een 3D-printer?'

De eerste 3D-printers stammen uit de jaren tachtig. Ze werden gebruikt voor industriële doeleinden. In de decennia erna verbeterden de printers in gebruiksgemak, mogelijkheden en printkwaliteit. Daarnaast werden ze betaalbaarder en dus ook interessanter voor hobbyisten. Zo groeide ook het aantal fabrikanten van 3D-printers. Kortom: de bekendheid nam toe. Ook bij Guillaume Feliksdal, die ongeveer tien jaar geleden afstudeerde aan de Technische Universiteit Delft op de mechaniek van een looprobot. Hij kocht een 3D-printer om zelf onderdelen te printen voor die looprobot. Hij liet zijn aanwinst zien aan zijn vader Wilgo.

“Guillaume vroeg me of ik wist wat een 3D-printer was, maar ik had geen idee. Toen hij een video liet zien, sloeg de vonk direct over”, vertelt Wilgo. Omdat Guillaume niet tevreden was over de nauwkeurigheid van de printer en kwaliteit van de geprinte onderdelen, begon hij zelf een bedrijf in 3D-printers. Wilgo, toen fulltime werkend bij een ROC, hielp hem in de avonduren en vakanties. “Toen ik op een mooie manier kon uittreden bij het onderwijs, ben ik me ook honderd procent gaan richten op ons bedrijf Felixprinters.

In 2011 hebben we ons ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en even later hebben we een kantoorpand gehuurd in De Meern”, vertelt hij. Felixprinters verkocht de eerste twee jaar DIY-pakketten, waarbij de gebruiker een doos met printeronderdelen kreeg en de 3D-printer zelf in elkaar zette.

Bouwen, testen en leveren

“We zagen de markt verschuiven van DIY-kits naar geassembleerde printers. Dat wilden we zelf doen op één locatie met onze eigen mensen”, vertelt Feliksdal over de keuze om De Meern te verruilen voor het pand in IJsselstein. Op de begane grond bouwen de medewerkers nu elke dag verschillende soorten 3D-printers, om ze daarna grondig te testen. Volgens Feliksdal neemt het in elkaar zetten van een printer ongeveer twee dagen in beslag en duurt het testen drie dagen. “Dat komt deels doordat de printer als eindproef een object print waar hij meer dan 24 uur mee bezig is.” Felixprinters streeft ernaar printers binnen drie dagen uit te leveren aan zijn klanten. Dat lukt op dit moment niet, zegt Feliksdal. Hij is voorstander van een kleine voorraad, omdat voorraad aanhouden geld kost, maar constateert dat de spoeling nu wel erg dun is. “Elke printer die we nu bouwen, is al besteld door een klant.”

De productie hier in IJsselstein opvoeren is lastig en werkzaamheden uitbesteden aan China ziet Feliksdal niet zo zitten. “Ik coördineer het graag hier zodat ik zicht op het werk heb en we flexibel zijn.” Het mijden van China heeft niets te maken met zorgen over de kwaliteit of kopieergedrag, stelt hij. “Als ik met mijn printerconcept naar een Chinese fabriek ga en het proces daar kan coördineren, weet ik zeker dat ik de juiste kwaliteit krijg. En wat betreft kopiëren: je moet het mensen niet te makkelijk maken, maar je kunt het ook niet tegenhouden.”

©PXimport

Klanten en toepassingen

De klanten van Felixprinters zitten over de hele wereld en gebruiken de printers voor uiteenlopende doeleinden. Feliksdal heeft goed contact met een architect in Dubai, die schaalmodellen van bijvoorbeeld moskeeën print en aan zijn opdrachtgevers toont. “En vanmorgen had ik een klant op bezoek die auto-onderdelen print van oldtimers, niet-dragende onderdelen die niet meer verkrijgbaar zijn. Zo print hij bijvoorbeeld het dashboard en zet hij die in een Land Rover.” Er zijn ook klanten die machineonderdelen printen om modellen te testen, bijvoorbeeld een grijper. Scholen gebruiken de printers ook voor technische lessen en projecten, aldus Feliksdal.

Hobbyisten vormen een kleiner deel van het klantenbestand. Dat komt volgens de directeur voornamelijk door de prijzen van zijn printers. Het goedkoopste model, de Tec 4, kost als DIY-pakket ongeveer duizend euro en geassembleerd 1500 euro, allebei exclusief btw. “Er zijn veel hobbyisten die zeggen: met een printer van honderd euro kan ik ook dingen printen. Wij bedienen een heel ander marktsegment.” Felixprinters verkoopt ook een Pro 3-serie (vanaf 2200 euro), de grotere Pro L (7000 euro) en heeft de Pro XL als topmodel van ongeveer 12.000 euro. Die modellen zijn volgens het bedrijf goedkoper dan vergelijkbare printers van de concurrentie.

Denkt Feliksdal dat zijn 3D-printers de komende jaren nog goedkoper kunnen worden? “Ja, dat denk ik wel. Maar ik denk niet dat je een printer met deze prestaties over één of twee jaar voor de helft van de prijs kunt kopen.”

Modulaire printers

Eem bedrag van duizend tot 12.000 euro voor een 3D-printer betalen is niet mis. Bij Chinese webwinkels en in Nederlandse winkels vind je 3D-printers voor een paar honderd euro. Het prijsverschil uit zich volgens Feliksdal op verschillende manieren. “Een belangrijk salesargument is dat onze printers te upgraden zijn. Een klant die acht jaar geleden een Felixprinter kocht, kan hem upgraden naar de laatste stand van techniek.”

Nieuwe onderdelen zijn los verkrijgbaar voor uiteenlopende prijzen. Een voorbeeld is de printkop, een belangrijk onderdeel van een 3D-printer. De Felix Pro 2 heeft een nieuwe, betere printkop dan zijn voorganger. Als je een Pro 1 hebt, kun je die nieuwe printkop kopen en op je printer bevestigen. Update de software en je hebt op dat vlak een Pro 2”, zegt Feliksdal. Hij noemt de technische levensduur van een Felixprinter daarom oneindig.

©PXimport

“Als we niet veranderen van modulaire filosofie, is een printer over honderd jaar ook nog te upgraden”, stelt Feliksdal. Maar de kans dat een printer daadwerkelijk zolang meegaat is klein, beaamt hij. Op het metalen frame na slijten alle onderdelen, vooral de bewegende delen zoals de motor en kabels. Feliksdal heeft geen harde getallen voor de slijtage, maar stelt dat veel klanten ‘tientallen kilometers’ filament geprint hebben voordat er een onderdeel vervangen moet worden. Filament is het printmateriaal en wordt op rollen vanaf een kilo verkocht. Tientallen kilometers printen zonder problemen is een knappe prestatie, bevestigen meerdere deskundigen desgevraagd aan PCM.

Opvallend is dat de goedkoopste Felixprinters slechts een jaar garantie hebben en de dure drie jaar. Dat is relatief kort voor dergelijke complexe en dure apparatuur. Feliksdal: “De garantie is beperkt, de ondersteuning levenslang. Na het verstrijken van de garantie kun je een vervangend onderdeel kopen, ook als je printer tien jaar oud is.”

Een ander kenmerk dat Felixprinters moet onderscheiden van de concurrentie, is de software. Afhankelijk van het model printer gaat het om de gratis software Repetier Host of het betaalde Simplify3D. Deze opensource-besturingssystemen zijn door technici van Felixprinters aangepast voor de eigen apparaten. “Denk aan een stukje software dat ervoor zorgt dat de printer stopt als een verhittingsonderdeel niet goed werkt, zodat hij niet kan oververhitten”, verklaart Feliksdal. Volgens hem gebruikt een deel van de goedkopere 3D-printers van de concurrentie de standaardsoftware zonder aanpassingen, waardoor de printer mogelijk minder veilig, nauwkeurig en gebruiksvriendelijk kan zijn.

3D-printen met biomateriaal

Gevraagd naar zijn toekomstplannen, vertelt Feliksdal dat zijn bedrijf zich blijft richten op 3D-printers die bijvoorbeeld plastic objecten printen, net als de huidige modellen. De modulariteit en vervangbaarheid blijven belangrijke kenmerken. Het bedrijf komt ook met twee nieuwe printers. “We zijn met een gigantisch groot project bezig, namelijk een printer die eten kan maken. Deze foodprinter is bedoeld voor de levensmiddelenindustrie en wordt nu opgeleverd bij een klant, die hem in zijn productielijn gaat integreren.” Hoe die printer eruitziet en werkt, wil Feliksdal niet zeggen. Bij welk bedrijf de printer geplaatst wordt evenmin. Wel bevestigt hij dat het 3D-geprinte eten ‘al heel rap’ verschijnt, in ieder geval in 2020.

Felixprinters komt verder met een bioprinter, die voorlopig ook in het thuishonk gebouwd wordt. Een medewerker toont een werkend prototype, dat oogt als een kruising tussen een compacte 3D-printer en een microscoop.

©PXimport

De Felix Bio-printer is bedoeld voor medici en wetenschappers, die de injectiespuitjes van de printer vullen met een biomateriaal naar keuze. “Met deze printer en het juiste biomateriaal kunnen experts bijvoorbeeld organen en lichaamsdelen printen”, legt Feliksdal uit. Geïnteresseerden kunnen hem de printer voorbestellen, de levering staat gepland voor begin 2020. Feliksdal zegt dat zijn printer in EU-verband gebruikt wordt om stamcelstructuren te maken die de potentie hebben om de ziekte van Alzheimer te bestrijden.

Met deze drie typen 3D-printers – klassiek, eten en biomateriaal – en een focus op bedrijven hoopt Felixprinters de komende jaren blijven groeien. “We kijken ook continu naar de toegevoegde waarde van een 3D-printer. Het gaat niet om het printen van een paar legoblokjes, maar of de klant geld kan verdienen aan de printer.” Heel andere richtingen, bijvoorbeeld huizen 3D-printen, lijken voorlopig niet aan de orde. Feliksdal: “Een huis 3D-printen is op zich niet heel moeilijk, al heb je wel een enorme printer nodig. Ik zie er wel mogelijkheden in, maar dan moet je je daar wel echt op richten omdat het om een concept met enorm logistiek proces gaat. Voorlopig hebben we het al druk genoeg.”

▼ Volgende artikel
Hoe kies je de juiste powerbank?
© Tevarak Phanduang | NaMaKuki_2016
Huis

Hoe kies je de juiste powerbank?

Je bent onderweg en ziet dat je telefoon nog maar vijf procent batterij heeft. Op dat moment is een powerbank precies wat je nodig hebt. Alleen: welke? De juiste keuze begint met twee vragen: hoeveel energie heb je onderweg nodig en hoe snel moet die energie eruit kunnen?

In dit artikel

Je leest hier hoe je een powerbank kiest die past bij jouw gebruik. Je ziet waarom mAh op de verpakking niet alles zegt en hoe je met wattuur (Wh) beter ziet hoeveel energie een powerbank kan opslaan en afgeven.  Ook leggen we uit waar laadsnelheid vandaan komt, wat usb-c en Power Delivery doen en waarom de juiste kabel bij hogere vermogens belangrijk is. Tot slot krijg je tips voor het opladen van een tablet of laptop.

Lees ook: Slimme tips om energie te besparen op je smartphone

Capaciteit: mAh is handig, maar reken in Wh

In de specificaties van powerbanks zie je bijna altijd een getal in milliampère-uur (mAh). Maar daarbij moet je je wel realiseren dat dat niet het hele verhaal is. Fabrikanten geven die mAh vaak op bij de interne batterijspanning van de cellen in de powerbank (meestal rond 3,6 tot 3,7 volt). Jouw telefoon laadt meestal via 5 volt, en bij snelladen soms op 9 of 12 volt. Die omzetting kost energie.

Zie de powerbank als een watertank met een kraan die je moet omzetten naar een andere maat aansluiting. Dat omzetten levert altijd wat verlies op. Daarom haal je in de praktijk niet 10.000 mAh uit 10.000 mAh. Reken grofweg met een bruikbare opbrengst die vaak ergens rond de 60 tot 80 procent ligt, afhankelijk van de kwaliteit van de elektronica en hoe je laadt. Met 10.000 mAh kun je een gemiddelde smartphone daarom meestal geen twee keer volledig vullen, maar eerder ongeveer anderhalf keer. Heb je een telefoon met een kleinere accu, dan kom je dichter bij de opgegeven twee keer; met een grotere accu haal je dat juist minder snel.

Wil je wat preciezer rekenen, kijk dan naar wattuur (Wh). Dat is de eenheid die echt iets zegt over hoeveel energie erin zit. Een eenvoudige omrekening helpt: Wh = (mAh × volt) / 1000. Staat er op de powerbank bijvoorbeeld 10.000 mAh bij 3,7 V, dan is dat ongeveer 37 Wh aan energie in de cellen, voordat je het omzetverlies meeneemt.

Powerbanks vergelijken

In de winkel zie je bijna altijd mAh als capaciteitsaanduiding. Zoals je hierboven hebt kunnen lezen is dat niet perfect. Maar omdat fabrikanten dezelfde soort cellen gebruiken en allemaal op dezelfde manier rekenen, kun je mAh wel gebruiken om powerbanks onderling te vergelijken. Heb je een powerbank gevonden die je wat lijkt, dan kun je bovenstaande berekening gebruiken om een meer realistisch beeld van het aantal keer opladen te krijgen.

View post on TikTok

Hoeveel capaciteit heb je echt nodig?

Als je vooral een extra lading voor je telefoon zoekt op een lange dag, dan zit je met 10.000 mAh in de praktijk vaak goed. Is 'bijna vol' al al genoeg, dan kan 5.000 mAh ook, maar reken er dan niet op dat je elke moderne smartphone die helemaal leeg is weer volledig volgeladen krijgt. Ga je een weekend weg of laad je meerdere apparaten op, dan is 20.000 mAh een logische stap. Je hebt dan meer oplaadcapaciteit, maar houd er wel rekening mee dat dat ook betekent dat de powerbank groter en zwaarder is.

Voor tablets geldt hetzelfde principe, alleen is de interne accu meestal groter dan die van een telefoon. Daardoor lijkt een powerbank die voor je telefoon prima is, bij een tablet ineens snel leeg. Dat is niet vreemd: je giet simpelweg meer water in een grotere emmer. Voor laptops ligt het net even anders: daar draait het niet alleen om capaciteit, maar vooral om het vermogen (wattage). Daar komen we zo op terug.


🔋Tot zover ging het over de hoeveelheid energie (mAh/Wh). De volgende stap is de afgifte: met welk vermogen (watt) kan de powerbank die energie aan je telefoon, tablet of laptop leveren? 


Snelheid: wattage maakt het verschil

Capaciteit zegt iets over hoe vaak je kunt laden. Snelheid gaat over wattage: hoeveel vermogen de powerbank kan leveren. Dat vermogen is vooral relevant als je snel wilt bijladen, of als je een tablet of laptop wilt opladen. USB-c is daarbij de norm geworden, en USB Power Delivery (PD) is de techniek waarmee lader en toestel afspraken maken over spanning en stroom. Je powerbank en je telefoon of laptop stemmen dat onderling af, zodat laden snel kan zonder dat het onveilig wordt. Daarvoor moeten de poort en je kabel het wel ondersteunen. Let daarom ook op de aansluitingen: usb-c heb je nodig voor snelladen met Power Delivery, terwijl usb-a vooral handig is als je oudere kabels of accessoires gebruikt.

©vadish - stock.adobe.com

Eén powerbank voor telefoon én laptop: waar je op let

Een laptop opladen vraagt meer dan een telefoon. Bij een telefoon kom je vaak weg met 10 tot 20 watt. Een laptop heeft meestal 45 watt of meer nodig, en veel modellen werken prettiger met 65 watt of hoger, zeker als je tijdens het laden ook blijft werken. De beste snelcheck is simpel: kijk naar het wattage van je eigen laptoplader. Dat is je richtgetal. Zit je daar ver onder, dan kan het laden extreem traag worden, of je laptop accepteert de lader helemaal niet.

Ook de juiste kabel is belangrijk. Voor hogere vermogens is niet elke usb-C-kabel geschikt. Tot ongeveer 60 watt (meestal 20 V bij 3 A) gaat het vaak goed met een kabel die expliciet 3 A ondersteunt. Ga je boven de 60 watt, dan heb je doorgaans een usb-c-kabel nodig die 5 A aankan. Zulke kabels hebben meestal een kleine chip in de stekker, een zogeheten e-marker. Die chip vertelt aan de powerbank en je laptop dat de kabel veilig meer stroom kan verwerken. Zie het als een identiteitsbewijs: zonder e-marker schakelt het systeem vaak terug naar een lagere stand, zodat het laden langzamer gaat en de kabel niet te warm wordt. Kijk in de specificaties of op de kabel zelf of er 3 A (tot circa 60 W) of 5 A (voor hogere vermogens) staat; dat is de snelste check. 

Formaat en gewicht: energie weegt nu eenmaal wat

Meer capaciteit betekent meestal meer cellen, en dus meer gewicht. Een powerbank van 20.000 mAh zit vaak ergens in de buurt van 350 tot 500 gram. Dat voelt in een jaszak al snel log. In een rugtas valt het mee. Stel jezelf dus de vraag: wil je elke dag een kleine powerbank mee voor noodgevallen, of is dat voor jou niet genoeg en ga je dus voor een grotere powerbank? 

Veiligheid: kies niet alleen op prijs

Bij draagbare accu's wil je geen twijfel over veiligheid. Een powerbank hoort bescherming te hebben tegen oververhitting, overladen en kortsluiting, maar bij heel goedkope modellen is dat niet altijd goed geregeld. De kans dat het misgaat is klein, alleen zijn de gevolgen groot als het wél gebeurt. Kies daarom liever een merk dat laat zien hoe het met veiligheid omgaat en dat testnormen en keurmerken gewoon vermeldt. Je hoeft die standaarden niet uit je hoofd te leren, maar het helpt als een merk concreet zegt welke testen en keurmerken het gebruikt. 

Zo kies je de juiste powerbank

 De juiste powerbank kies je door stap voor stap te bepalen wat je nodig hebt: eerst de hoeveelheid energie (liefst in Wh, met mAh als praktische indicatie), daarna de laadsnelheid (wattage en PD), en pas daarna pas de vorm en het gewicht. Voor dagelijks gebruik zit je vaak goed met een compacte powerbank rond 10.000 mAh met usb-c en Power Delivery. Wil je meer capaciteit zodat je meerdere keren kunt opladen (of ook je tablet opladen), dan is 20.000 mAh logischer. Houd er dan wel rekening mee dat de powerbank zwaarder wordt. Wil je ook een laptop kunnen laden, kijk dan naar het wattage van je laptoplader en kies een powerbank die dat vermogen via usb-c PD kan leveren, inclusief een kabel die geschikt is voor dat hogere vermogen.

▼ Volgende artikel
Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion
Huis

Chloe en Max keren terug in Life is Strange: Reunion

Uitgever Square Enix heeft de game Life is Strange: Reunion aangekondigd, een nieuw deel in de Life is Strange-franchise.

Begin deze maand gingen er al geruchten over het spel, omdat de naam al gemeld werd op de website van PEGI, de Europese organisatie die leeftijdskeuringen geeft aan spellen. Inmiddels is de game dus officieel aangekondigd en valt hieronder de eerste trailer te zien.

De allereerste Life is Strange-game draaide om hoofdpersonage Max Caulfield en haar vriendschap met Chloe Price. Vervolgen Life is Strange 2 en Life is Strange: True Colors draaiden echter om andere personages. In het in 2024 uitgekomen Life is Strange: Double Exposure keerde Max al terug, en in het aanstaande Reunion zijn beide dames weer te zien.

Terug naar Caledon University

Sterker nog: Life is Strange Reunion moet de saga rondom Max en Chloe in zijn geheel afronden. Het is dus waarschijnlijk dat dit de laatste game wordt waarin beide vriendinnen te zien zijn. Spelers doen wederom Caledon University aan, waar Max als een fotografiedocente werkt. Wanneer ze na een weekendje weg terugkeert, staat de school echter in brand, wat desastreuse gevolgen heeft voor het gebouw en de studenten.

Max kan zelf echter ternauwernood ontsnappen dankzij een speciale kracht waardoor ze de tijd kan terugspoelen - een kracht die terugkeert uit het oorspronkelijke spel. Max heeft vervolgens drie dagen de tijd om uit te zoeken hoe de brand ontstond en het tegen te houden. Tegelijkertijd arriveert ook Chloe op Caledon, die geplaagd wordt door de nachtmerries van een verleden die ze nooit heeft meegemaakt.

Spelers besturen in deze verhalende adventuregame afwisselend Max en Chloe, waarbij men gebruik kan maken van de terugspoelkrachten van Max en Chloe's praatgrage mond om meer info te achterhalen.

Vanaf 26 maart beschikbaar

Life is Strange: Reunion verschijnt op 26 maart voor PlayStation 5, Xbox Series X en S en pc. De standaard versie gaat 49,99 euro kosten, maar er komen ook een Deluxe Edition (59,99 euro), Twin Pack met Life is Strange: Double Exposure (69,99 euro) en Collector's Edition (prijs in euro's nog niet bekend, 99,99 dollar) beschikbaar.

Watch on YouTube
Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.