ID.nl logo
Huis

ESXi-server: virtualisatie op oude pc

Wanneer je nog een oude pc hebt staan, kun je er in een paar stappen een ESXi-server van maken. Daarop kun je gelijktijdig meerdere besturingssystemen gebruiken met behulp van virtualisatie. Behalve leuk is dat ook heel handig, bijvoorbeeld om vanaf de tablet dingen op je pc te doen.

Virtualisatie op oude hardware (in plaats van via een bestaand OS op je huidige pc) noemen we bare-metal-virtualisatie, en de bekendste software is ESXi van VMware. Alle grote bedrijven gebruiken het en ook nog in hun meest kritische omgevingen. ESXi is namelijk zeer robuust en toch eenvoudig te gebruiken.

Bovendien is ESXi gratis, wat het ook aantrekkelijk maakt om thuis te gebruiken. Er is eigenlijk maar één belangrijk kenmerk om goed te onthouden en te overwegen voor je jouw eigen pc ombouwt tot ESXi-server: op een ESXi-server kun je niet gewoon computeren! Je hebt áltijd een ander apparaat nodig (een andere pc of een tablet) om de virtuele machines op de ESXi-server te gebruiken.

Systeemeisen ESXi

De minimale systeemeisen van ESXi zijn bescheiden: een harde schijf of SSD van 256 GB, een 64-bit-dualcore-processor en 4 GB RAM-geheugen. Maar: vooral meer geheugen is welkom. Verder moet je in het BIOS twee technieken inschakelen. Druk bij de start van de pc op DEL of F2 (of welke toets dat ook is op jouw systeem) om het BIOS te openen. Ga naar de processorinstellingen en zoek naar termen als NX Technology, XD Support of Execute Disable Bit. Zet die opties op Enabled. Ook een optie getiteld Intel (Intel VT) Virtualization Technology of AMD (AMD-V) Virtualization Technology moet op Enabled staan.

Voordat je ESXi installeert, raden we met klem aan om een back-up te maken van de hele pc. In elk geval wordt de harde schijf waarop je ESXi installeert tijdens de installatie gewist. Voor het geval er nog meer schijven aan hangen: bij een installatie als deze is een totale back-up (image) altijd beter. 

©PXimport

ESXi downloaden

Om ESXi te downloaden bij VMware, moet je een account aanmaken. Ga naar de site van VMware en klik op Download Now. Log in of maak een nieuw account via Create an Account. Ben je ingelogd, dan kom je direct op de pagina License en Download. Neem de licentiecode over, die heb je later nodig. Klik bij ESXi ISO image (Includes VMware Tools) op Manually Download en doe hetzelfde bij VMware vSphere Client.

Bewaar beide bestanden op de pc. Plaats een lege cd in de cd-brander en open Windows Verkenner. Blader naar het iso-bestand en klik erop met de rechtermuisknop, kies Schijfkopiebestand branden. Zet een vinkje bij Schijf controleren na branden en bevestig met Branden. Haal de cd eruit als die klaar is en schrijf er met een cd-markeerstift op dat dit de VMware ESXi 6.0-installatieschijf is.

Boot de pc vanaf de ESXi-installatieschijf en wacht even, na zes seconden start automatisch de installatie. Wacht tot je bij het scherm Welcome to the VMware ESXi Installation bent, druk dan op Enter om verder te gaan en daarna op F11 om de licentie te accepteren.

Selecteer in de volgende stap de harde schijf om ESXi te installeren. Als er meerdere schijven zijn ontdekt, kun je met de pijltjestoetsen wisselen. Druk op Enter als bevestiging en doe dit daarna nogmaals om de standaard toetsenbordindeling te accepteren.

©PXimport

De volgende stap is erg belangrijk. Hier bepaald je het root-wachtwoord voor de server. Deze heb je later vaker nodig. Typ het wachtwoord bij Root password en herhaal het bij Confirm password. Druk dan op Enter om verder te gaan. Druk tot slot op F11 om de installatie nu echt uit te voeren. ESXi wist nu de installatieschijf en kopieert er de eigen bestanden naartoe. Zodra je de melding ESXi has been succesfully installed ziet, verwijder je de installatie-cd en druk je op Enter om het systeem opnieuw te starten.

De server opstarten

Wacht tot de ESXi-server is opgestart, je kunt het verloop onderin het scherm volgen. In het grijze deel van het openingsscherm zie je wat systeeminformatie, belangrijker is de informatie in het geelgekleurde deel. Daar staan twee url’s voor het downloaden van tools plus enkele functietoetsen waarmee je ESXi kunt beheren. Bij de bovenste url kun je het huidige IP-adres van de server aflezen. Neem de url over in de adresbalk van de browser. Je maakt nu verbinding met de webservice op de ESXi-server en ziet er wat verdere informatie.

IP-adres toewijzen

Het belangrijkste om nu te doen is de server een vast IP-adres te geven. Zoals je op de voorpagina kunt zien, is het huidige IP-adres uitgegeven via DHCP en dat kan dus zo maar veranderen. Bepaal welk IP-adres de server het beste kan krijgen en neem anders het IP-adres over dat deze nu heeft. Druk op F2 om de configuratieopties te starten. Druk op Enter om te bevestigen dat je als root inlogt en typ daarna het wachtwoord, bevestig met Enter.

Ga met de pijltjestoets op het toetsenbord omlaag naar Configure Management Network / IPv4 Configuration. Ga naar Set status IPv4 adress and network configuration. Druk op de spatiebalk om deze configuratieoptie te kiezen. Druk weer op het pijltje omlaag en pas bij IPv4 Address het IP-adres aan en eventueel ook Subnet Mask en Default Gateway, al moet je die laatste twee alleen aanpassen als je de ESXi-server ook echt naar een heel ander netwerk verplaatst. Druk op Enter om de aanpassingen te bevestigen. Druk daarna op Esc om de managementconsole te verlaten en bevestig met Y dat je de configuratiewijziging wilt doorvoeren.

Lees verder op de volgende pagina.

©PXimport

Wil je de ESXi-server uitschakelen, dan kan dat vanuit de vSphere Client via een rechtsklik op de server in de linkerkolom van het programma. Bevestig via Ja dat de server niet in maintenance mode staat, geef een korte reden voor het uitschakelen en schakel de server uit via OK. Je kunt het ook doen rechtstreeks op de server. Druk op F12, bevestig dat je de root bent door op Enter te drukken en typ dan het wachtwoord. Druk dan op Enter en F2. Zorg er wel voor dat vooraf alle actieve virtuele machines of gepauzeerd zijn of uitgeschakeld.

Uitschakelen

Het gebruik van Windows of Linux als virtuele machine op ESXi is niet anders dan wanneer het op de pc zelf zou staan. Je kunt onderdelen toevoegen, applicaties installeren, je eigen achtergrondje erop zetten. Maar ook beveiliging blijft nodig, zoals de installatie van een antivirusprogramma, en het regelmatig updaten van het besturingssysteem en de geïnstalleerde programma’s.

Voor de virtuele machine maakt het niet uit dat hij virtueel is, hij weet het niet eens. Heb je eens een probleem met een virtuele machine, de bekende toetscombinatie Ctrl+Alt+Del geef je via het menu VM / Guest / Send Ctrl + Alt + Del. En een virtuele machine hard uitzetten gaat via de rode stopknop op het console: Shutdown Guest.

VMware Tools

Om de prestaties en het gebruiksgemak van een virtuele machine te verbeteren, zijn er de VMware Tools. Deze installeer je in de virtuele machine. De tools zijn er voor zowel Windows als Linux. Start de virtuele machine en open de console. Klik dan op VM / Install/Upgrade VMware Tools. De installatie loopt dan verder vanzelf. Heel handig, met de VMware Tools geïnstalleerd is het niet meer nodig telkens toetsenbord en muis los te maken van de virtuele machine. Beweeg de muis naar buiten de virtuele machine en je kunt direct de pc weer gebruiken.

Behalve met vSphere Client kun je ook op andere manieren verbinding maken met één van de virtuele machines. Je kunt TeamViewer installeren in een virtuele machine of de standaard Remote Desktop (Extern Bureaublad) gebruiken. Voor beide zijn er apps voor iOS, Android en Windows Phone. Verder heeft VMware enkele ESXi-apps zoals de vSphere Client voor iOS en WatchList voor Android, maar beide kunnen wel een goede update gebruiken want erg uitgebreid zijn ze niet. Als alternatief download je het gratis vmwViewer of koop je voor een paar euro de app vmwPAD (beide gebruiken onder water VNC).

©PXimport

ESXi-server afsluiten

Wil je de ESXi-server uitschakelen, dan kan dat vanuit de vSphere Client via een rechtsklik op de server in de linkerkolom van het programma. Bevestig via Ja dat de server niet in maintenance mode staat, geef een korte reden voor het uitschakelen en schakel de server uit via OK. Je kunt het ook doen rechtstreeks op de server. Druk op F12, bevestig dat je de root bent door op Enter te drukken en typ dan het wachtwoord. Druk dan op Enter en F2. Zorg er wel voor dat vooraf alle actieve virtuele machines of gepauzeerd zijn of uitgeschakeld.

Tekst: Edmond Varwijk

 vSphere Client

De server is nu klaar voor gebruik. Om virtuele machines aan te maken, gebruiken we de vSphere Client die we eerder al bij VMware hebben gedownload. Installeer het programma en start het op. Vul bij IP address/Name het IP-adres van de ESXi-server in, bij User name vul je root in en bij Password het bijbehorende wachtwoord. Klik dan op Login. Er verschijnt een waarschuwing dat de server een onbekend certificaat gebruikt om de verbinding te beveiligen. Zet een vinkje bij Install this certificate and do not display any security warnings en klik op Ignore. Even later ben je ingelogd op de vSphere Client en kun je de ESXi-server gaan gebruiken.

ESXi licentie

ESXi is gratis, maar je hebt wel een licentie nodig. De licentie heb je eerder al genoteerd of kun je alsnog aanvragen door te klikken op Assign a license to the ESXi host en daarna met je VMware-account in te loggen. Kopieer de licentiesleutel naar de pc. Klik dan in vSphere Client op het tabblad Configuration en selecteer links in de lijst met opties Software / Licensed Features. Klik op Edit en daarna op Assign a new license key to this host. Klik op Enter key en plak hier de licentiesleutel. Bevestig met twee keer OK.

©PXimport

Datastores

Voordat je een eerste virtuele machine maakt, is het handig het daarvoor benodigde installatie-iso-bestand naar de ESXi-server te kopiëren. Klik op Configuration / Storage en daarna met de rechtermuisknop op datastore1. Kies Browse datastore. De opslag op de ESXi-server wordt nu geopend in een soort Verkenner-venster. De centrale storage op de ESXi-server is nog leeg.

Klik op Create a new folder en maak een map aan met de naam ISOs. De map komt rechts in het Verkenner-venster te staan. Dubbelklik op de map. Maak een map met de naam van het besturingssysteem dat je wilt installeren. Dubbelklik dan weer op die map en klik daarna op Upload files to this folder / Upload file. Selecteer nu het iso-bestand en bevestig dat je het wilt uploaden naar de ESXi-server.

Virtual machine aanmaken

Zijn de iso’s geüpload, klik dan op Getting started / Create a new virtual machine. Doorloop de stappen van de wizard, meestal voldoet de standaardkeuze. Geef de virtuele machine de naam van het besturingssysteem en selecteer datastor1 als plek om deze te bewaren. Selecteer bij Guest Operating System het besturingssysteem dat je gaat installeren, ESXi kiest dan automatisch de juiste instellingen. Is alles klaar, klik dan op Finish.

In de linkerkolom van vSphere Client staat nu de nieuwe virtuele machine. Klik erop met de rechtermuisknop en kies Edit settings. Klik op CD/DVD drive 1 en selecteer rechts eerst Datastore ISO file, en selecteer daarna via Browse het installatie-iso-bestand. Zet dan een vinkje bij Connect at power on. Bevestig met OK. Klik nu opnieuw met de rechtermuisknop op de virtuele machine en kies Open console. Klik op Power on, de groene driehoek bovenin de console. Even later zal de virtuele machine beginnen met de installatie van het besturingssysteem.

©PXimport

Om iets in de virtuele machine te kunnen doen met toetsenbord of muis, klik je met de muis in het venster van de virtuele machine. Wil je weer terug naar de pc, dan wil dat niet. Daarvoor moet je eerst toetsenbord en muis weer loskoppelen van de virtuele machine. Dit doe je door gelijktijdig de Ctrl-toets en Alt-toets in te drukken op het toetsenbord.

Driverproblemen ESXi

Het meest voorkomende probleem wanneer ESXi op een pc wordt geïnstalleerd, is het ontbreken van drivers. Vaak gaat het dan om een netwerkkaart (vaak Realtek of Marvell) of de SATA/AHCI-controller. Dit probleem los je op door de drivers aan de ESXI-ISO toe te voegen en daarmee de installatie te herhalen. Controleer eerst welke hardware niet wordt ondersteund. Zoek daarna online de ontbrekende driver. Dit moet een Linux-driver zijn, veel ervan zijn ook bij VMware te downloaden. Daarna gebruik je een Powershell-script om de drivers aan de ISO toe te voegen. Uitleg en tools vind je hier

Lees verder op de volgende pagina.

▼ Volgende artikel
Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste
Huis

Derde The Last of Us-seizoen is mogelijk de laatste

De baas van HBO Max lijkt te suggereren dat het aankomende derde seizoen van de serie The Last of Us de laatste wordt.

In een interview met Deadline werd HBO-baas Casey Bloys gevraagd naar de mogelijkheid dat het derde seizoen van de live-action verfilming van de gamereeks de laatste wordt. Daarop antwoordde hij dat "het er wel op lijkt". Hij voegde echter wel toe dat de showrunners dit uiteindelijk beslissen.

Mogelijk toch een vierde seizoen?

Eerder suggereerde showrunner Craig Mazin al dat de serie mogelijk vier seizoenen zou tellen, en dat er geen manier was om het verhaal uit de tweede game in een derde seizoen te concluderen. Het is niet duidelijk of dat nog steeds het geval is, of dat de plannen misschien zijn gewijzigd.

Wel heeft Mazin altijd gezegd dat hij alleen het verhaal uit de games zou verfilmen, en dat er niet meer bij verzonnen zou worden om de serie langer te laten lopen. Het eerste seizoen van de serie behandelt de gebeurtenissen uit de eerste game, en het vorig jaar verschenen tweede seizoen een gedeelte van de gebeurtenissen uit de tweede game.

Over The Last of Us

De The Last of Us-reeks draait om een wereld waarin een schimmel zich via mensen verspreid, en waardoor de geïnfecteerde mensen zich als een soort gewelddadige zombies op nog gezonde mensen storten. In deze wereld volgen gamers en kijkers Joel, een man die zijn kind heeft verloren en het meisje Ellie door de Verenigde Staten moet vervoeren.

Fans hopen al geruime tijd dat ontwikkelaar Naughty Dog een derde game binnen de reeks maakt, maar dat is vooralsnog niet bevestigd. Wel was er een multiplayergame gesitueerd in de The Last of Us-wereld in ontwikkeling, maar die game werd geannuleerd.

Nieuw op ID: het complete plaatje

Misschien valt het je op dat er vanaf nu ook berichten over games, films en series op onze site verschijnen. Dat is een bewuste stap. Wij geloven dat technologie niet stopt bij hardware; het gaat uiteindelijk om wat je ermee beleeft. Daarom combineren we onze expertise in tech nu met het laatste nieuws over entertainment. Dat doen we met de gezichten die mensen kennen van Power Unlimited, dé experts op het gebied van gaming en streaming. Zo helpen we je niet alleen aan de beste tv, smartphone of laptop, maar vertellen we je ook direct wat je erop moet kijken of spelen. Je vindt hier dus voortaan de ideale mix van hardware én content.

▼ Volgende artikel
Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer
© Andrii - stock.adobe.com
Huis

Docker op je NAS: zo draai je Plex, Home Assistant en meer

Een NAS is voor de meeste gebruikers veel meer dan een netwerkschijf. Je kunt er eenvoudig extra toepassingen op draaien, bijvoorbeeld voor extra back-upmogelijkheden, productiviteit, multimedia en thuisautomatisering. Daarvoor is het vaak ook krachtig genoeg. Toepassingen kunnen bovendien bestanden op je NAS benutten. De makkelijkste manier om toepassingen te installeren en beheren is via Docker. We laten zien hoe je hiermee werkt op een NAS van Synology of QNAP.

In dit artikel

Je leest hoe Docker op een NAS werkt en waar je op moet letten bij Synology en QNAP. Je ziet hoe je images binnenhaalt, containers opzet en opslag goed regelt met bind mounts en volumes, zodat configuratie en data netjes op je NAS blijven staan. Ook leggen we uit hoe poortkoppelingen werken, wanneer Docker Compose handiger is dan losse containers en hoe je met Portainer het beheer overzichtelijker maakt.

Lees ook: Bouw je eigen dashboard met Homepage: al je webapplicaties overzichtelijk op één plek

Je hebt meestal geen zware server nodig voor toepassingen als Plex, Jellyfin, SABnzbd of Home Assistant. Een NAS is meestal krachtig genoeg. Soms is hooguit wat extra geheugen wenselijk. Zo heb je behalve je opslag ook al je toepassingen centraal. Mis je softwareopties op je NAS, bijvoorbeeld voor back-up of synchronisatie, dan is dat óók eenvoudig op te lossen met extra software. Maar hoe installeer je zulke toepassingen? Soms kun je een pakket installeren, bijvoorbeeld van SynoCommunity. Maar je moet dan precies de juiste variant vinden en er kunnen afhankelijkheden zijn, zoals php of Apache. Met Docker ben je veel flexibeler. Toepassingen zijn niet meer afhankelijk van de inrichting van je NAS en worden bovendien sneller bijgewerkt. Maar hoe werk je hier in de praktijk mee op een NAS? In dit artikel laten we dat zien. We beginnen met algemene uitleg over het werken met Docker op een NAS. Daarna behandelen we het downloaden van images en het maken en configureren van containers. We richten ons daarbij voornamelijk op Synology en QNAP. Heb je een NAS van een ander merk, dan zul je merken dat veel principes hetzelfde zijn. Bij het merk Ugreen lijkt de software bovendien sterk op die van Synology.

Containers of virtuele machines

Bij Docker draait een toepassing in een lichte en geïsoleerde container. De image, het uitgangspunt van een container, bevat alles wat de toepassing nodig heeft. Gegevens worden buiten de container opgeslagen, bijvoorbeeld in een gedeelde map op de NAS zelf. Een update is eenvoudig: je herbouwt gewoon de container op basis van een nieuwe image. Er zijn ook alternatieven, zowel bij QNAP als Synology. Zo kun je met virtuele machines werken, via Virtual Machine Manager (Synology) of Virtualization Station (QNAP). Maar in zo'n virtuele machine moet je een heel besturingssysteem installeren. Daar is een NAS niet altijd krachtig genoeg voor. Iets praktischer zijn de lichtgewicht Linux-containers die je bij QNAP kunt opzetten, maar dat vraagt meer technische kennis. Gevorderde gebruikers kunnen daarnaast bij QNAP vaak Kubernetes inzetten voor containerbeheer. Dat biedt veel mogelijkheden voor schaalbare omgevingen, maar is voor de meeste thuistoepassingen onnodig complex. Om snel een toepassing op je NAS te installeren, is Docker vrijwel ongeslagen.

Wat heb je nodig?

Niet alle modellen van Synology en QNAP ondersteunen Docker. Synology vereist een model met x86-cpu van Intel of AMD. Bij ARM-modellen kun je het soms via een omweg installeren, maar dat is niet officieel en ook niet zonder risico's. Verder hangt het van het model af. Vooral de Plus-series (zoals de DS224+ en DS923+) en hogere modellen ondersteunen Docker. Je kunt het eenvoudig controleren door in Synology Package Center te zoeken naar Container Manager (DSM 7.2 of hoger) of (als je een oudere DSM-versie hebt) naar Docker. Bij QNAP is de toepassing, onder de naam Container Station, beschikbaar via App Center. Het is geschikt voor de meeste niet al te oude modellen. Zowel bij Synology als QNAP is 2 GB werkgeheugen aanbevolen, maar we raden minimaal 4 GB RAM aan. Voor dit artikel gebruiken we een wat oudere Synology DS918+ en QNAP TS-453Be. Beide komen nog goed mee en beschikken over recente software.

Container Manager kun je vinden in Synology Package Center.

Opslag bij Docker

Belangrijke gegevens zoals configuratiebestanden, databases en cachebestanden worden in principe buiten een container bewaard. Dat kan op twee manieren. Normaal zal Docker voor de paden in de container die persistent moeten zijn een anoniem volume gebruiken. Dat krijgt een lange hash als naam. Je kunt ook zelf een naam toewijzen. We noemen dat dan een named volume. Die kun je makkelijker herkennen of hergebruiken in andere containers. De tweede optie is een zogeheten bind mount. Je koppelt dan de persistente paden in de container aan mappen op de host (het systeem waarop Docker draait), zoals je NAS. Zeker bij een NAS van Synology is dat het meest praktisch. Synology verbergt in de webinterface namelijk volumes, ook al zijn ze er wel! Bij een bind mount zie je de bestanden altijd netjes in de gedeelde mappen, zodat jij ze zelf kunt raadplegen of back-uppen.

QNAP maakt volumes met opslag voor een container wél zichtbaar.

Opslag bij een NAS

Voor het organiseren van je bestanden op een NAS gebruik je standaard al gedeelde mappen. Ga je met Docker werken, dan zul je óók zo'n map gebruiken voor de opslag voor je containers. Synology maakt die map standaard onder /docker. Bij QNAP is dat (meestal) /Container. Stel dat je WordPress wilt installeren. Het persistente pad in de container is in dit geval /var/www/html. Daar worden alle websitebestanden opgeslagen. Bij Synology zul je dan een map zoals /docker/wordpress maken die je bij de configuratie koppelt aan het container-pad /var/www/html. Er kunnen ook meerdere paden zijn. SearXNG gebruikt in de container bijvoorbeeld /etc/searxng voor de configuratie (zoals settings.yml) en /var/cache/searxng voor data en cachebestanden. Beide kun je dan koppelen met de NAS, bijvoorbeeld onder /docker/searxng/config en /docker/searxng/cache. Gebruik eventueel de bestandsbeheerder (zoals File Station) om de mappen vooraf aan te maken of aangemaakte bestanden te bekijken!

Het is handiger om gegevens van containers in een gedeelde map te bewaren.
Bestanden op je NAS gebruiken

Het mooie van Docker op een NAS is dat je een container toegang kunt geven tot bestanden op die NAS, zoals foto's, video's, documenten en back-ups. Je koppelt daarvoor gewoon de gewenste gedeelde mappen of submappen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de muziekspeler NaviDrome direct toegang tot de muziek op de NAS geven. De muziek kun je daarna netjes georganiseerd bekijken en afspelen via de vlotte webinterface. Het werkt ook samen met verschillende bekende apps. Ook bijvoorbeeld voor video's zijn goede toepassingen beschikbaar, zoals Plex en Jellyfin. Of probeer eens een toepassing als Immich of Photoprism voor je fotobibliotheek.

Met NaviDrome kun je heel handig de muziek op je NAS beluisteren.

Werken met poorten

Containers gebruiken vaak één of meerdere poorten voor bijvoorbeeld een webinterface. Een voorbeeld is de webserver nginx met http-poort 80. Bij de configuratie koppel je die interne poort 80 aan een poort op de host en daarmee je lokale netwerk. Je kunt soms hetzelfde poortnummer (in dit voorbeeld 80) kiezen, maar dat hoeft niet. In dit geval is dat ook af te raden. Liever gebruik je een hogere, vrije poort. Let goed op de bezette poorten van de NAS zelf. Dat zijn er vaak best veel. Een voorbeeld is de veelgebruikte poort 8080 die QNAP voor de webinterface gebruikt. Bij Synology zie je een overzicht van gebruikte poorten in Configuratiescherm / Infocenter op het tabje Service. Bij QNAP ga je naar Systeem / Systeemstatus / Systeemdiensten. Een blok als 6000-6999 is bij beide merken een goede optie. Heb je een container gestart, dan moet je deze vaak even de tijd geven om te starten voordat je de webinterface kunt benaderen via de ingestelde poort.

Je maakt een koppeling tussen poorten op de host en poorten in de container.

Docker Compose

Bij een NAS kun je een container relatief makkelijk via een wizard starten. Maar de details die je opgeeft, zoals poorten en volumes, kun je naderhand niet aanpassen. Wil je iets veranderen, dan zul je een nieuwe container moeten maken met de juiste instellingen. Bij zowel Synology als QNAP kun je ook werken met Docker Compose. Bij Synology heet dit een project, QNAP noemt het een toepassing. Je kunt dan de instellingen voor één of meerdere containers beheren in één yaml-bestand, meestal met de naam docker-compose.yml. Een groot voordeel is dat je dan eenvoudiger achteraf de configuratie kunt aanpassen. Het werken met meerdere containers is bovendien veel overzichtelijker. Je groepeert ze samen in één bestand, ook wel 'stack' genoemd. En je kunt alle containers in één handeling starten, stoppen of verwijderen. Bij problemen zul je overigens wel nog steeds de individuele containers moeten inspecteren (zie kader 'Problemen oplossen').

Via een wizard kies je vooraf de gewenste instellingen voor een container.
Problemen oplossen

Heb je een probleem met een container? Open dan het overzicht met containers. Klik vervolgens op de naam van de container. De logboeken die je hier kunt bekijken, geven vaak goede aanwijzingen voor problemen. Ook als je met Docker Compose werkt, zul je bij problemen de individuele containers moeten inspecteren. Soms is het ook weleens handig om opnieuw te beginnen. Stop daarvoor eerst de relevante containers, verwijder de volumes én bestanden die in de gekozen gedeelde mappen zijn gemaakt en start je project opnieuw.

Synology: Docker installeren

Docker is meestal niet standaard geïnstalleerd. Je logt eerst in bij DSM, het besturingssysteem van je NAS. Vervolgens installeer je de toepassing via

Package Center. De toepassing heet Container Manager (sinds DSM 7.2) of (bij een eerdere versie) Docker. Bij de installatie wordt gevraagd om een brugnetwerk te configureren. Dat is het netwerk waarop containers intern communiceren. Je hoeft dit subnet (172.17.0.0/16) niet te veranderen, tenzij dit conflicteert met jouw eigen netwerk (wat heel zeldzaam is).

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

Synology: images downloaden

Om een container met een bepaalde toepassing te starten, heb je een image nodig. Open daarvoor Container Manager en ga naar Register. Hier kun je images op naam opzoeken. Dubbelklik dan op een image om deze te downloaden. Vaak zul je de officiële of populairste optie kiezen. De images van LinuxServer.io zijn ook altijd goed. Omdat ze dezelfde opbouw en documentatie volgen, zijn ze herkenbaar en makkelijk te gebruiken. Je kunt bij het downloaden een tag kiezen. Vaak kies je latest voor de laatste stabiele versie. Alle images die je hebt gedownload, vind je terug onder Image. Als er updates zijn, kun je die daar ook downloaden. Je containers blijven overigens draaien op de versie waarmee ze zijn gemaakt. Pas als je een nieuwe container start, wordt de nieuwe image gebruikt.

Je kunt direct binnen Container Manager de gewenste images downloaden.

Synology: container maken

We gaan als voorbeeld een container voor SearXNG maken, een privacyvriendelijke zoekmachine die live resultaten bij andere zoekmachines ophaalt. Ga hiervoor naar Container en kies Maken. We gebruiken de image searxng/searxng. Bij het maken van de container hoef je bij Algemene instellingen niet veel te veranderen. Wel handig is de optie Automatisch opnieuw starten inschakelen, voor hogere beschikbaarheid. Op het tweede scherm, bij Geavanceerde instellingen, zie je onder het kopje Poortinstellingen dat deze toepassing in de container poort 8080 gebruikt. Bij Lokale poort kies je de lokale poort (op de host), zoals 8080 (of iets anders, als deze al in gebruik is). Na het maken van de container kun je de zoekmachine bereiken via de gekozen lokale poort, zoals http://ip-NAS:8080. Onder het kopje Volume-instellingen maak je zoals eerder toegelicht een bind mount. Koppel /docker/searxng/config met /etc/searxng en koppel /docker/searxng/cache met /var/cache/searxng. Via het venster kun je naar de map op de NAS bladeren om deze aan te wijzen (en eventueel ook aan te maken).

We maken koppelingen tussen gedeelde mappen en volumes in de container.

Synology: lokale bestanden gebruiken

Een van de voordelen is dat toepassingen bestanden op de NAS kunnen gebruiken. We noemden NaviDrome al, een populaire muziekspeler. Bij het maken van deze container koppel je poort 4533 aan de lokale poort, zoals 4533. Bij de volumes moet je opletten. NaviDrome gebruikt /data voor gegevensopslag en /music voor muziek. Koppel bij Volume-instellingen daarom bijvoorbeeld /docker/navidrome/data aan /data. Staat je muziek op de NAS onder /music/albums, dan koppel je precies die map aan /music in de container. Kies hier eventueel voor alleen leestoegang, omdat deze toepassing geen bestanden hoeft te wijzigen. Na het starten van de container zul je het programma even de tijd moeten geven om alle muziek te indexeren.

We geven NaviDrome toegang tot muziek op de NAS.

Synology: project maken

Wil je bij Synology met Docker Compose werken dan ga je naar Project en kies je Maken. Je kunt bij Bron kiezen om zelf een docker-compose.yml te uploaden, maar ook een nieuw bestand maken. Dat laatste heeft meestal de voorkeur. Je kunt de configuratie dan in het venster plakken en meteen nog wat persoonlijke aanpassingen maken. We nemen WordPress als voorbeeld dat twee containers heeft: één voor WordPress zelf en één voor een database (zoals MySQL of MariaDB). Je zet ze samen in één project en beheert ze daarna als geheel, in plaats van als twee losse containers. Bij Naam van project vullen we in wordpress (alleen kleine letters). Bij Pad kiezen we een gedeelde map op de NAS, zoals /docker/wordpress. Bij Bron kiezen we voor het maken van een docker-compose.yml. Hieronder zie je het voorbeeld voor de officiële image voor WordPress, waar we wat aanpassingen in gaan maken voor de NAS:

services:

  wordpress:

    image: wordpress

    restart: always

    ports:

      - 8080:80

    environment:

      WORDPRESS_DB_HOST: db

      WORDPRESS_DB_USER: exampleuser

      WORDPRESS_DB_PASSWORD: examplepass

      WORDPRESS_DB_NAME: exampledb

    volumes:

      - wordpress:/var/www/html

  db:

    image: mysql:8.0

    restart: always

    environment:

      MYSQL_DATABASE: exampledb

      MYSQL_USER: exampleuser

      MYSQL_PASSWORD: examplepass

      MYSQL_RANDOM_ROOT_PASSWORD: '1'

    volumes:

      - db:/var/lib/mysql

volumes:

  wordpress:

  db:

Begin met het maken van een nieuw project.

Synology: configuratie aanpassen

Hoewel de configuratie werkt, zijn enkele aanpassingen wel wenselijk. In het voorbeeld worden twee named volumes gebruikt, terwijl bind mounts handiger zijn, zeker bij Synology. Daarom halen we de onderste drie regels weg. We maken op de NAS de mappen /docker/wordpress/db en /docker/wordpress/html aan. Ten slotte passen we het volume aan voor de twee containers. Voor WordPress wordt dit als volgt:

- /volume1/docker/wordpress/html:/var/www/html

Voor de database passen we het aan naar:

- /volume1/docker/wordpress/db:/var/lib/mysql

Controleer op jouw NAS of de volumenaam volume1 klopt. Kies ook een betere gebruikersnaam en een sterker wachtwoord voor de database. Let wel op: wat je bij WORDPRESS_DB_USER en WORDPRESS_DB_PASSWORD invult, moet hetzelfde zijn als bij MYSQL_USER en MYSQL_PASSWORD. MySQL maakt met die toegangsgegevens de database, terwijl WordPress ze gebruikt om daar toegang toe te krijgen.

Je kunt de configuratie via een YAML-bestand aanpassen.

Nieuwe NAS? Kijk en vergelijk op Kieskeurig.nl

QNAP: Docker installeren

Om Docker te installeren op je NAS van QNAP log je eerst in bij het besturingssysteem QTS. Daarna installeer je de toepassing via App Center. Je vindt het onder de naam Container Station. De installatie wijst zichzelf. Als je de toepassing de eerste keer start, wordt gevraagd waar je gegevens van containers op wilt slaan. Je kunt de standaardmap /Container accepteren.

Installeer de toepassing via de downloadtool van je NAS.

QNAP: image zoeken en gebruiken

Voor het zoeken van een image open je Container Station en klik je op Verkennen. Hier kun je images op naam opzoeken. Voor Docker gebruik je de resultaten van Docker Hub, de centrale verzamelplek voor Docker-images. Kies bij de gewenste image de optie Implementeer. Je kunt dan een tag kiezen (zoals latest). Vervolgens kun je direct de container configureren. Dit behandelen we in de volgende stap. Voor een overzicht van alle gedownloade images kun je naar Installatiekopieën. Wij installeren ook in dit voorbeeld een container voor SearXNG.

Gebruik voor Docker de resultaten van Docker Hub.

QNAP: container configureren

Bij de configuratie van de container kan de optie Standaardpoort voor web-URL wat verwarrend zijn. In feite maakt Container Station op basis van die poort een klikbare link die je in de webinterface ziet om de container te openen in je browser. Je kunt het dus zien als een soort shortcut. Je moet daaronder dus nog steeds de benodigde poorten openstellen. In dit voorbeeld vul je dus achter Host een poortnummer in, zoals 8000 (8080 is bij QNAP bezet!). Verander de poort bij Container (8080) niet. Vul bij Standaardpoort voor web-URL ook 8000 in, zodat de shortcut ook werkt.

Om andere opties in te kunnen stellen, zoals opslag, klik je op Uitgebreide instellingen.

Let bij de configuratie van de container vooral op de lokale poort.

QNAP: opslag configureren

SearXNG heeft in de container de persistente paden /etc/searxng en /var/cache/searxng. Bij QNAP kun je prima met (anonieme of named) volumes werken. In dit voorbeeld zullen we dat doen voor de wegwerpbare cachebestanden. Voor de configuratiebestanden maken we via File Station vooraf een map aan onder /Container/searxng/config. Achter Volume vullen we nu de naam searxngcache in, in het deel waar bij Container het pad /var/cache/searxng staat. Hier wordt dan een named volume voor gemaakt. We verwijderen de andere optie (met het pad /etc/searxng). Via het pijltje achter Voeg volume toe kiezen we Gekoppelde hostlocatie binden. Blader dan achter Host naar de zojuist gemaakte map (/Container/searxng/config). Achter Container vul je het pad /etc/searxng in. SearXNG zal zijn configuratie nu in de gekozen map bewaren en de cache in een named volume. Rond het maken van de container af. Die zal daarna worden gestart. Onder Volumes zie je alle volumes die zijn gemaakt, zoals searxngcache. Merk op dat In gebruik hier betekent dat het volume is gekoppeld aan een container, en dus niets over de status van de container zegt! Je kunt ongebruikte volumes eventueel verwijderen.

We gebruiken een named volume voor cache en een bind mount voor de configuratie.

QNAP: toepassingen

QNAP ondersteunt het werken met Docker Compose. Hiervoor ga je naar Toepassing en kies je Maken. Bij Naam van de toepassing vul je een herkenbare naam in. Daaronder kun je de yaml-code invullen. Voor SearXNG, ingesteld zoals hiervoor met een bind mount voor de configuratiebestanden en een named volume voor cache, vul je het in zoals hieronder. Let op het absolute pad /share/Container/searxng/config. Dat is hoe je naar die map moet verwijzen. De code is als volgt:

services:

  searxng:

    image: searxng/searxng

    container_name: searxng

    restart: unless-stopped

    ports:

      - "8000:8080"

    volumes:

      - /share/Container/searxng/config:/etc/searxng

      - searxngcache:/var/cache/searxng

volumes:

  searxngcache:

Het maken van eventuele aanpassingen is niet heel intuïtief. Je gaat hiervoor naar Toepassingen en klikt achter de toepassing op het instellingenicoontje. Kies dan de optie Opnieuw maken. Je kunt nu de yaml-code bewerken. Na het maken van de aanpassingen zal een nieuwe container worden opgebouwd met deze nieuwe configuratie.

QNAP ondersteunt ook het werken met Docker Compose.
Beheer containers op je NAS met Portainer

Het kan om meerdere redenen praktisch zijn om Portainer te installeren op je NAS, een grafische webinterface voor het beheer van je containers. Het is wat overzichtelijker en er blijft, zeker in vergelijking met Container Manager van Synology, minder verborgen. Je kunt Portainer gewoon via Docker installeren. Het is handig eerst een map te maken voor Portainer, waar het zijn configuratie persistent kan bewaren. Maak dan een project in Container Manager met de onderstaande configuratie:

services:

  portainer:

    image: portainer/portainer-ce:latest

    container_name: portainer

    restart: always

    ports:

      - "9443:9443"   # HTTPS toegang

      - "9000:9000"   # (optioneel, oudere HTTP-poort)

    volumes:

      - /var/run/docker.sock:/var/run/docker.sock

      - /volume1/docker/portainer:/data

Bij QNAP kun je dezelfde configuratie gebruiken, maar vervang dan /volume1/docker/portainer:/data door /share/Container/portainer:/data. Na het starten zie je op https://ip-NAS:9443 (of http://ip-NAS:9000) de webinterface van Portainer. De eerste keer wordt gevraagd om een wachtwoord aan te maken. Portainer heeft (ook) een kleine leercurve, maar het geeft je veel opties, en werkt op elk systeem hetzelfde.

Je kunt nu in Portainer alles rondom Docker beheren, zoals containers en images.