ID.nl logo
De beste Atx-behuizingen die je nu kunt kopen
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

De beste Atx-behuizingen die je nu kunt kopen

De juiste behuizing kiezen valt niet mee. In de praktijk blijkt dat simpelweg afgaan op de foto’s van de fabrikant vrij riskant is en daarom helpen we je graag op weg. Wij haalden van zeven fabrikanten hun spannendste atx-model van 80 tot 100 euro in huis en voelden die goed aan de tand.

Stel je zelf een pc samen, dan moet je de onderdelen inbouwen in een behuizing. Een geschikte behuizing uitkiezen is grotendeels een kwestie van smaak. Omdat de markt voor behuizingen zeer volwassen is zien we tegenwoordig (absolute onderkant van de markt daargelaten) nagenoeg geen dramatisch slechte behuizingen meer, waardoor je je veelal prima door emotie kan laten leiden. Hoewel wij hier wel op zoek zijn naar de objectief beste behuizingen, willen we vast meegeven dat geen van de zeven door ons uitgezochte modellen een onvoldoende verdienen. De juiste keuze vereist dus het afzetten van de plus- en minpunten tegen jouw unieke situatie.

Desondanks lopen de producten sterk uiteen, zowel kwalitatief als op het gebied van eigenschappen, en kunnen we door een uitgebreide hands-on ervaring met behuizingen objectief onderscheid maken tussen redelijke, goede en uitstekende producten.

Testverantwoording

We benaderen behuizingen met een praktische blik: zijn de materialen goed, is het inbouwen een soepele ervaring of juist lastig, zitten er stoffilters op, is de standaardkoeling afdoende, en worden mechanische schijven gedempt of laten ze de hele kast resoneren. Een soepele inbouwervaring waarderen we voor zowel nieuwkomers als ervaren computerbouwers, waarbij we extra punten geven voor behuizingen die je helpen ook de afwerking van de interne bekabeling netjes te krijgen. We beoordelen zowel de standaard aanwezige koeling als de potentiele koeling voor gebruikers van high-endsystemen.

Goedkoop = duurkoop?

Behuizingen tussen de 80 en 100 euro noemen wij de middenklasse. Er zijn tal van luxere opties voor de liefhebber, en het kan ook veel goedkoper. Een behuizing heeft in de regel weinig impact op de prestaties van je systeem - tenzij hij voor oververhitting zorgt - en dan klinkt een kast van slechts 30 euro als een interessante besparing. Toch raden we aan om niet te veel te beknibbelen. Degelijke behuizingen zijn bijna altijd stiller, blijven langer in goede staat en gaan jaren mee, ze hebben zelden scherpe randjes waar je je vingers aan open kan halen, en bieden vaak slimme extra’s die het inbouwen en afwerken van de kabels van je pc makkelijker maken. Tel daar nog wat stoffilters bij op en de paar tientjes blijken je al snel wat uurtjes bouwen en onderhoud te besparen.

Cooler Master MasterCase MC500

Denk je aan een pc-behuizing, dan denk je al snel aan Cooler Master. Twee jaar geleden kwam de Taiwanese kastengigant met het MasterCase-concept, allerlei verschillende varianten op basis van één chassis. Iedere variant kun je daarnaaast uitbreiden met extra’s als een andere afwerking van de voor- of bovenkant, extra ruimte voor harde schijven, of verschillende led-elementen.

De MC500 is weliswaar slechts het 84 euro kostende basismodel, maar met twee grote ventilatoren, een solide glazen zijpaneel en volop ruimte mis je weinig. Wil je nog een dvd-station gebruiken? Dan is dit is de enige behuizing in deze vergelijking die daar ruimte voor biedt. Het meest overtuigende aspect is echter de kwaliteit; wat chassis betreft is dit de meest degelijke behuizing in de vergelijking. Niet gek, gezien het feit dat dit chassis ook aan de basis staat van meer dan 200 euro kostende MasterCases.

Inhoudelijk valt er heel weinig te klagen, het is een uitstekende basis waarmee je alle kanten op kan. De MC500 is wel ruimschoots de grootste in de test, fijn voor uitgebreide systemen, maar eigenlijk onnodig groot voor de meeste gangbare systemen. Ook zie je dat hij ontworpen is om verder aangekleed te worden, bijvoorbeeld met de (optionele) extra kap bovenop. De basisuitstraling is hierdoor wat Spartaans. Spreekt het grotere formaat je echter aan en is het grote gewicht geen probleem, dan mag je deze bovenaan je lijstje zetten.

©PXimport

Cooler Master MasterCase MC500

Prijs
€ 84,-
Websitewww.coolermaster.com9Score90

  • Pluspunten

  • Uitstekende bouwkwaliteit

  • Veel inbouwmogelijkheden

  • Veel optionele extra’s

  • Minpunten

  • Groter dan noodzakelijk

  • Zwaar

Corsair Spec Omega

Met de Spec Omega gaat Corsair in tegen de nieuwe standaard in deze prijsklasse waarin alles strakker en onopvallender moet. Met agressieve lijnen, een opvallende voet, led-balk in de voorzijde en verlichte ventilator is de Spec Omega echt een verschijning. De behuizing is bovendien in meerdere kleurstellingen te krijgen.

Dit soort futuristische ontwerpen is echter alleen met kunststoffen te realiseren, waardoor de subjectieve bouwkwaliteit lager ligt dan bij de kasten die meer metaal gebruiken, bijvoorbeeld de Cooler Master, Phanteks, NZXT en Fractal. Het gebruikte kunststof is echter van prima kwaliteit en veel beter dan bijvoorbeeld de Thermaltake View 28. Ook intern is de Spec Omega stevig, maar mist hij wel de wat luxere afwerking van de concurrenten en dat zie je bij een afgebouwd systeem. De twee ventilatoren geven voldoende koeling, maar extreem veel ademruimte heeft de kast niet. Zwaarder dan een systeem met mid-range videokaart zouden we niet overwegen zonder extra ventilatie.

Het is duidelijk dat je je in de eerste plaats aangetrokken dient te voelen tot dit opzichtige design. De Spec Omega is zeker geen slechte kast, maar het is wel de duurste in de vergelijking. En als we voorbij dat unieke ontwerp kijken dan zien we niets wat deze kast beter doet dan de concurrenten. Liefhebbers van een wat meer ingetogen uitstraling zouden we aanraden de Corsair Carbide 275R te bekijken. Helaas kwam die te laat voor deze test, maar voor twee tientjes minder zien we daar een chique alternatief met luxere interne afwerking.

©PXimport

Corsair Spec Omega

Prijs
€ 99,-
Websitewww.corsair.com7Score70

  • Pluspunten

  • Opvallend, uniek design

  • Kwalitatief ok

  • Ruim voldoende inbouwopties

  • Minpunten

  • Maximale koeling beperkt

  • Intern minder luxe

  • Prijs-kwaliteitverhouding wat minder

NZXT S340 Elite

De NZXT S340 Elite is inmiddels anderhalf jaar op de markt, wat het één van de oudere modellen in de vergelijking maakt. De S340 Elite heeft als weinig andere de ontwikkelingen in de markt voor behuizingen weten te beïnvloeden. De S340 Elite bracht glas onder het 100 euro prijspunt en dankzij handige interne trucjes kun je heel eenvoudig en snel een strak afgewerkt systeem bouwen.

Nog altijd is het een kwalitatief solide, eenvoudig te bouwen computerbehuizing met een redelijke standaardkoeling en een bescheiden geluidsproductie. Dankzij het slimme design kun je met de NZXT nog steeds eenvoudig een net ogend systeem neerzetten. Voor vr-liefhebbers zijn de aanwezige hdmi-aansluiting en de magnetische puck om je vr-headset (of hoofdtelefoon) aan te hangen handige extraatjes.

Met voldoende koeling, een mooie balans tussen afmetingen en interne ruimte voor praktische systemen, en een stalen afwerking van de voorzijde blijft de NZXT S340 Elite een solide keuze. En ook deze kast is in meerdere kleurstellingen te koop.

NZXT S340 Elite

Prijs
€ 89,-
Websitewww.nzxt.com9Score90

  • Pluspunten

  • Solide behuizing

  • Slim interieur

  • Meerdere kleurstellingen

  • Minpunten

  • Mist echt onderscheidende features

Gehard glas

Het zal computerkopers zijn opgevallen dat sinds 2016 meer cases gebruik maken van gehard glas. Voorheen was dit “tempered glass” een premium feature, maar inmiddels kun je het ook aantreffen op kasten onder de 100 euro. Gehard glas is veel steviger dan het traditionele acryl, blijft langer mooi, en is ook veel makkelijker schoon te maken. Behuizingen die voor een venster glas gebruiken in plaats van acryl hebben bij ons dan ook wat streepjes voor.

Phanteks P400S Tempered Glass

De Phanteks P400S is een iets jongere behuizing die vergelijkbaar is met de NZXT S340 Elite. Ook hier treffen we een behuizing aan die een mooie balans biedt tussen voldoende interne ruimte voor praktische systemen en een buitenkant die niet onnodig groot is. Net als elke andere Phanteks-kast geven we complimenten voor het netjes afgewerkte interieur waarmee het bouwen van een strak ogende computer eenvoudig is. Voor 89 euro gaat Phanteks vervolgens nog verder. Er zit een fan-controller op de behuizing, waarmee je de snelheden van de ventilatoren eenvoudig kunt aanpassen en een rgb-led-controller waarmee je led-strips (één is meegeleverd) naar wens kunt laten kleuren. De kast is in meerdere kleurstellingen verkrijgbaar. Dit zijn natuurlijk sterke extra’s.

Met een voorzijde van metaal en metalen kappen die je kunt gebruiken om de bovenzijde strak af te werken of te laten ventileren zit Phanteks met deze kast heel dicht tegen het label ‘perfecte case’. Helaas laat Phanteks enkele steekjes vallen, bijvoorbeeld in de wat slordige afwerking van enkele randjes. De Phanteks P400S blijft als geheel echter een uitstekende koop - als het ontwerp je aanspreekt. Voor een relatieve nieuwkomer op de markt is dat een heel behoorlijk resultaat.

©PXimport

Phanteks P400S Tempered Glass

Prijs
€ 89,-
Websitewww.phanteks.com9Score90

  • Pluspunten

  • Zeer goede bouwkwaliteit

  • Fan- en led-controller ingebouwd

  • Meerdere kleurstellingen

  • Minpunten

  • Afwerking hier en daar minder

  • Beschikbaarheid soms beperkt

Sharkoon TG5 RGB

Sharkoon doet ook al enige jaren mee met behuizingen, veelal in het budgetsegment. Met de TG5 RGB zetten ze hoger in en dat doen ze vooral met veel extra’s, bijvoorbeeld door vier rgb-ventilatoren te bieden in plaats van de reguliere twee stuks. Veel moderne moederborden hebben een rgb-aansluiting en deze Sharkoon kan die gebruiken om de verlichting van de vier fans en de extra aanwezige led-strip te synchroniseren met het binnenwerk van je computer. Het effect daarvan is indrukwekkend. De verlichting kan ook worden aangepast met de kleine controller.

Hoewel het chassis net niet op hetzelfde niveau is als sommige andere is het meer dan ruim voldoende, en ook de afwerking en inbouwopties zijn keurig te noemen. De ventilatoren zijn niet de meest luxe of stilste modellen, maar vier echt luxe rgb-ventilatoren kosten meer dan deze complete behuizing. De Sharkoon TG5 RGB is weliswaar niet de beste case ooit, maar als je veel rgb wilt voor een scherpe prijs is dit wel een heel sterke deal.

©PXimport

Sharkoon TG5 RGB

Prijs
€ 85,-
Websitewww.sharkoon.com8Score80

  • Pluspunten

  • Vier rgb-fans en led-strip

  • Sterke prijs-kwaliteitverhouding

  • Minpunten

  • Mist wat luxe

  • Niet de stilste

Thermaltake View 28

Thermaltake staat bekend om echt opvallende behuizingen en de View 28 is geen uitzondering. Direct valt op dat dit model tegen de tradities in gaat, met onder andere een gebogen venster dat zowel de zijkant als de bovenkant van je behuizing doorzichtig maakt. Niet alleen geeft dit meer inzicht in het binnenwerk van je computer, maar de open bovenkant zorgt er ook voor dat je onderdelen heel eenvoudig in de View 28 kunt inbouwen.

Helaas zien we ook wel een paar stevige minpunten die ons enthousiasme flink temperen. Een gebogen glazen paneel is voorbehouden aan high-end behuizingen en dus treffen we hier een kwalitatief mindere acrylversie aan. De binnenkant is ook wat meer Spartaans dan de hoogst scorende modellen in deze test. Maar uiteindelijk is het echter vooral de voorzijde die de score echt drukt. Hoogglans pianozwart kunststof is een magneet voor stof en vette vingers en het krast bij het minste geringste.

Hoewel de drie Riing rgb-fans, een fan- en led-controller en een opvallende rgb-feature op de voorzijde mooi zijn, vinden we de View 28 kwalitatief toch de minst overtuigende in de vergelijking. We weten dat smaken verschillen, maar wanneer een kortere testperiode al voldoende is voor zeer sterke twijfels over hoe de behuizing er over een half jaar uit zal zien, is meer dan een vijfje wat ons betreft niet haalbaar.

©PXimport

Thermaltake View 28

Prijs
€ 89,-
Websitewww.thermaltake.com5Score50

  • Pluspunten

  • Opvallend, uniek design

  • Veel rgb-actie

  • Ruim voldoende inbouwopties

  • Minpunten

  • Kwalitatief teleurstellend

  • Hoogglans plastic voorzijde erg kwetsbaar

Fractal Design Meshify C

De Meshify C van het Zweedse Fractal weet onze blik goed te vangen met zijn unieke doch ingetogen ontwerp, nette metalen poten en vooral bescheiden en chique voorkomen. Dit ondanks dat het met enige marge de compactste behuizing in deze vergelijking is. De Meshify C biedt desondanks nagenoeg alle inbouwmogelijkheden - ook voor zware systemen - die de concurrenten bieden en de resulterende ruimtebesparing op of onder je bureau vinden we een grote plus. Enkel voor complexere waterkoeling wordt het wat krap.

Hoewel het chassis van Cooler Master een zwaardere kwaliteit heeft, en de Phanteks extra’s als fan- en led-controllers biedt is het de uitstekende balans van zaken die de Meshify C ons doet overtuigen. Exterieur en interieur is van degelijke kwaliteit, inbouwen en afwerken is kinderlijk eenvoudig, de twee ventilatoren voldoen, en extra koelopties voor de zwaarste systemen zijn aanwezig.

Wel vinden we het jammer dat de kabels van de behuizing aan het voorpaneel vast zitten. Hierdoor is schoonmaken van de voorzijde die op termijn altijd stof zal vangen onnodig lastiger. Ook had een fan-controller voor dit bedrag niet misstaan. Toch is de Meshify C een schoolvoorbeeld van wat een gebalanceerde, bescheiden afgemeten en degelijke kast van 80 tot 100 euro dient te zijn. Hierbij is de keuze tussen varianten met gesloten zijkant, donker of juist licht glas, of zelfs een witte variant de kers op de taart.

©PXimport

Fractal Design Meshify C

Prijs
€ 89,-
Websitewww.fractal-design.com9Score90

  • Pluspunten

  • Compacte afmetingen

  • Degelijke, chique afwerking

  • Degelijk en praktisch binnenwerk

  • Minpunten

  • Bereikbaarheid stoffilter voorzijde

  • Weinig extra’s

Conclusie

Het bepalen van de beste behuizing is nagenoeg onmogelijk. De Thermaltake View 28 stelt kwalitatief teleur en opvallende features zijn niet voldoende om dat te compenseren. De Corsair Spec Omega is kwalitatief prima, maar het is ook de duurste in de test zonder dat we daar echt iets bijzonders voor krijgen afgezien van een opvallend design. De Sharkoon TG5 RGB is niet de meest luxe behuizing, maar wel degelijk genoeg en de aanwezigheid van vier rgb-fans en een led-strip maakt het de beste koop voor liefhebbers van veel rgb-verlichting.

Wil je graag een strakke voorzijde dan kom je uit bij de NZXT S340 Elite en Phanteks P400S. Beide kasten zijn voornamelijk van staal en erg degelijk. Ze zijn allebei verkrijgbaar in verschillende kleuren. NZXT zet in op de vr-gebruiker en Phanteks gaat juist voor handige extra’s als fan- en led-controllers, al kunnen we de kleine schoonheidsfoutjes van de laatste hier niet onbenoemd laten.

De Fractal Design Meshify C zal de logische keuze zijn voor de grootste groep gebruikers. Deze case combineert een goede kwaliteit aan de buitenkant, een degelijk interieur en goed inbouwgemak, en heeft de kleinste afmetingen terwijl je er feitelijk toch elk soort computer in kunt bouwen. Enkele kleuropties maken het aantrekkelijke plaatje compleet.

Kwalitatief is de Cooler Master MC500 de beste in de test. Als grootste in de vergelijking is de case ook de beste keuze voor complexere systemen. De keerzijde is dat hij voor de meeste gangbare systemen weer net een maatje te groot is.

Tussen de objectief sterkere modellen is eigenlijk geen duidelijke winnaar aan te wijzen, je zult echt moeten afwegen welke van de plus- en minpunten voor jou belangrijk zijn. En natuurlijk welke kast je het mooist vindt!

©PXimport

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.