ID.nl logo
Beginnerscursus Raspberry Pi 2
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

Beginnerscursus Raspberry Pi 2

In februari is een nieuwe variant van de minicomputer Raspberry Pi uitgebracht. Het computertje is tot zesmaal krachtiger. Je kunt hem als een mini-pc'tje gebruiken, maar ook als mediaspeler of als het hart van je eigen domoticasysteem. In dit artikel introduceren we je de nieuwe Raspberry Pi 2.

De Raspberry Pi is een klein computertje met een ARM-processor, slechts zo groot als een creditcard. En het mooie: je koopt hem voor nog geen veertig euro. Het is ontwikkeld door de Brit Eben Upton, die als doel had om kinderen kennis te laten maken met programmeren en elektronica zonder hun ouders op kosten te jagen. De Raspberry Pi werd echter populair onder een heel andere groep gebruikers: computerhobbyisten zagen er onmiddellijk allerlei toepassingen voor.

©PXimport

Een digitaal fotolijstje aansturen is maar een van de vele toepassingen van een Raspberry Pi.

Op een Raspberry Pi installeer je Linux, waarna je er software op installeert en configureert om de gewenste taken uit te voeren. Zo kun je het minicomputertje gebruiken als bestandsserver, mailserver, printserver, VPN-router, mediacenter, telefooncentrale of als gewone minicomputer. En met extra hardware of elektronicacomponenten zijn de toepassingen nog indrukwekkender. Met een lcd-schermpje maak je er een digitaal fotolijstje van, met de cameramodule bouw je de Pi om tot een beveiligingscamera, met extra sensoren maak je er een weerstation van en het is zelfs mogelijk om er een heel domoticasysteem mee aan te sturen. We hebben met de eerdere versie van de Raspberry Pi al wat workshops gedaan, die je hier terugvindt.

Waar koop ik een Raspberry Pi 2?

De Raspberry Pi 2 is in heel wat webwinkels te vinden. Webwinkels die zich vooral op de Raspberry Pi en andere hobbyelectronica richten, zijn SOS Solutions, Kiwi Electronics, iPrototype en Gadgetpark. Ook algemene eletronicawinkels zoals RS Online, Conrad, Reichelt en Alternate bieden het apparaatje aan. De Raspberry Pi 2 is in de meeste webwinkels te vinden voor rond de 40 euro. Veel winkels bieden voor enkele tientjes meer een startersbundel aan, met een voeding, SD-kaartje (eventueel met besturingssysteem voorgeïnstalleerd), behuizing en eventueel een HDMI- en netwerkkabel en muis en toetsenbord. Let op dat je het juiste model koopt. Officieel heet het nieuwe model 'Raspberry Pi 2 Model B'.

©PXimport

Met een starterskit koop je onmiddellijk alle benodigdheden bij je Raspberry Pi 2.

01 Unboxing

Het eerste wat opvalt op de Raspberry Pi 2 zijn de vier usb-poorten (usb 2.0) en de ethernetpoort (100 Mbit/s). Leg die zijde aan de rechterkant. Aan de linkerzijde zit een microSD-kaartslot, waarboven een DSI-aansluiting (display serial interface) geplaatst is. Voor huis-, tuin- en keukengebruik is de HDMI-aansluiting echter handiger, of de 3,5 mm jack-aansluiting voor analoge audio en video via tulpstekker. Tussen de HDMI- en jack-aansluiting zit de aansluiting voor de Raspberry Pi-cameramodule. In de linkeronderhoek zie je een micro-usb-aansluiting om de Pi van stroom te voorzien. Tot slot zie je aan de zijde ertegenover 40 GPIO-pinnen waarmee je allerlei elektronica kunt aansturen.

©PXimport

De Raspberry Pi 2 komt in een antistatische zak in een kartonnen doosje.

02 Kaal

Met de Raspberry Pi koop je alleen een kaal moederbordje. Om het te kunnen gebruiken, heb je nog een heleboel andere componenten nodig. Allereerst een behuizing. Je hebt de keuze uit heel wat modellen, maar let erop dat je een behuizing voor de Raspberry Pi 2 of Raspberry Pi Model B+ (zij hebben dezelfde aansluitingen) koopt. Je kunt trouwens ook zelf een behuizing van Lego maken. Het besturingssysteem zet je op een microSD-kaart.

03 Kabels

Met een ethernetkabel sluit je je Pi op het netwerk aan. Doe je het liever draadloos, sluit dan een wifi-adapter op een van de usb-poorten aan. Zoek wel eerst op de wiki van de Raspberry Pi of de adapter ondersteund is. De andere usb-poorten zijn beschikbaar om een toetsenbord en/of muis op aan te sluiten. Voor heel wat toepassingen is dat echter niet nodig, bijvoorbeeld als je de Pi als server inzet.

Wil je je Pi als mediacenter of minidesktopcomputer gebruiken, dan moet je ook een scherm aansluiten. Sluit je televisie- of computerscherm via een HDMI-kabel op het computertje aan. Heb je nog een oude televisie met analoge Composiet-video, sluit dan een kabel met aan de ene kant een jack-connector en aan de andere kant een RCA-connector aan. Wil je alleen je luidsprekers aansluiten om muziek af te spelen, gebruik daarvoor dan een klassieke audiokabel met jack-connector.

Om de Pi van stroom te voorzien, gebruik je een voedingsadapter zoals voor je telefoon. Zorg echter dat die zeker 1 ampère stroom kan voorzien. Sluit je veel usb-apparaten aan, doe dat dan met een gevoede usb-hub.

©PXimport

Er zijn behuizingen in alle kleuren voor de Raspberry Pi 2: voor elk wat wils!

04 NOOBS

Nu moeten we nog een besturingssysteem op de microSD-kaart van de Pi installeren. Als je de microSD-kaart ooit al gebruikt hebt, dan is het verstandig om hem eerst even te formatteren. Gebruik daarvoor het programma SD Formatter, dat je op de website van de SD Association downloadt. Installeer de software, steek je microSD-kaart in de kaartlezer van je computer en kijk welke schijfletter Windows aan het kaartje toekent. Start SD Formatter op, selecteer de juiste schijfletter en klik op Format.

Ga daarna naar de downloadpagina van de Pi en download het zipbestand van NOOBS (New Out Of the Box Software). Pak het zipbestand uit en kopieer alle bestanden erin naar je microSD-kaartje. Als alles gekopieerd is, verwijder dan het kaartje veilig en steek het in het microSD-kaartslot van je Pi.

©PXimport

Met SD Formatter formatteer je (micro)SD-kaartjes.

05 Eerste opstart

Sluit nu alle benodigde kabels aan. Om te starten is dat een toetsenbord en muis op de usb-poorten, een netwerkkabel op de ethernetaansluiting en een HDMI-kabel van je televisie- of computerscherm naar de Pi. Als laatste sluit je de voedingsadapter op de micro-usb-aansluiting aan en steek je die in het stopcontact.

Als alles goed gaat, start je Pi nu op en toont hij op het scherm een lijst van de besturingssystemen die je kunt installeren. Stel eerst onderaan de juiste taal (Nederlands staat ertussen) en toetsenbordindeling in. Kies daarna een besturingssysteem om te installeren. Voor de meeste toepassingen is Raspbian aan te raden, maar voor een mediacenter kies je OpenELEC_Pi2 of RaspBMC.

©PXimport

Sluit alle kabels op de Raspberry Pi 2 aan.

06 Installatie

Vink Raspbian aan en klik in de menubalk op Installeer (i). Bevestig met Ja. De installatie zelf duurt even, maar je krijgt ondertussen op het scherm wat tips te zien, zoals de standaardgebruikersnaam (pi) en het wachtwoord (raspberry). Deze gegevens heb je na installatie nodig om in te loggen. Als de installatie voorbij is, klik je op OK, waarna de Pi herstart.

De eerste keer voert Raspbian het programma raspi-config uit, waarmee je een aantal zaken kunt configureren. Wil je de Pi ook als desktopsysteem gebruiken, ga dan met de pijltjestoetsen naar Enable Boot to Desktop/Scratch, druk op Enter en kies Desktop Log in as user 'pi' at the graphical desktop.

Wil je raspi-config afsluiten, ga dan met de tabtoets naar Finish en druk op Enter. Je kunt later op elk moment de configuratie opnieuw veranderen door op de opdrachtprompt van Raspbian raspi-config in te typen en met een druk op Enter te bevestigen.

De Pi uitschakelen gaat met de opdracht sudo halt of (als je het desktopsysteem gebruikt) door linksboven Menu / Shutdown te kiezen. Als er geen meldingen meer op het scherm verschijnen en alleen het rode ledje op de Pi nog brandt, trek je de voedingsadapter uit het stopcontact.

©PXimport

De installatie van Raspbian is vrij snel achter de rug.

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.