ID.nl logo
Huis

AMD Ryzen Threadripper 1920X en 1950X review

Na de Ryzen-processors bracht AMD de Ryzen Threadripper uit, wat plat gezegd twee AMD Ryzen 7-processors zijn, in één chip verweven tot de krachtigste AMD-cpu van dit moment. Maar hoe krachtig zijn ze? Lees dat in deze AMD Ryzen Threadripper 1920X en 1950X review.

De AMD Ryzen-processors mogen toch wel een succesje genoemd worden, want voor het eerst in járen bracht AMD weer een lijn met processors uit die er echt toe doen, met een aantrekkelijke prijs-prestatieverhouding. Waar de Ryzens 3, 5 en 7 het uitvechten met de Intel Core i3, i5 en i7 zijn de Ryzen Threadrippers echte ‘high-end desktop’-chips (ook wel HEDT genoemd) die het opnemen tegen de nieuwe generatie Intel Core i9’s.

Processors voor de (semi)professionele gebruiker in tal van specialisaties, van grafische professionals (foto, video, rendering, ontwerp) tot wetenschappers van wie de complexe berekeningen op een eenvoudige consumentensysteem uren of dagen zouden duren. Nu meer en meer mensen zich ‘creator’ noemen, en videomateriaal in 4K en/of 60 fps gangbaar wordt, valt er genoeg te zeggen voor een werkpaard van formaat.

Dat Threadrippers in de basis twee gekoppelde 8-core Ryzen 7’s zijn, zien we terug in de immens grote tweedelige processor en de TR4-socket waarin deze wordt geplaatst. Het topmodel in de Threadripper-serie heeft daadwerkelijk zestien actieve cores, bij de voordeligere modellen is daar een deel van uitgeschakeld.

Net als Ryzen maakt Threadripper gebruik van SMT, de tegenhanger van Intels Hyper-Threading, om het totale aantal threads te verdubbelen. Zo ontstaan een 16-core 32-thread oftewel 16/32 model 1950X, 12/24 1920X, en 8/16 1900X.

De koppeling tussen de twee Threadripper-delen noemt AMD de Infinity Fabric: een nieuwe, razendsnelle (en geheugensnelheid afhankelijke) brug tussen de verschillende interne delen. Het is eigenlijk een doorontwikkeling van de HyperTransport-technologie, zij het beter schaalbaar, wat slimmer en sneller dan in vorige processor-generaties.

Specificaties

Een van de grote voordelen van Threadripper is het enorme aantal pci-express-lanes, wat het combineren van een groot aantal grafische kaarten en het gebruik van snelle m.2-nvme-ssd’s mogelijk maakt. Dit is een van de voornaamste redenen dat men soms uitwijkt naar een HEDT-platform. De 8-core Threadripper 1900X is daarmee een meer betaalbare oplossing voor hen die wel gebruik willen maken van al die pci-express-lanes.

Maar als het je om de rekenkracht te doen is, liggen de kosten van een dergelijk systeem aanzienlijk hoger dan die van een Ryzen 7- of Intel Core i7-systeem. In deze review richten wij ons echt op de zware jongens van de serie, de 1920X (799 euro) en de 1950X (979 euro).

©PXimport

Voor we naar de testresultaten en de bespreking gaan, lopen we door wat zaken waar je rekening mee moet houden bij je eventuele aanschaf. AMD Threadripper-processors maken gebruik van socket TR4, die we op moederborden met de X399-chipset aantreffen. Op het moment van schrijven ben je daar minimaal 329 euro voor kwijt, al kun je ook rustig 599 euro spenderen aan een nog uitgebreider moederbord als je dat zou willen.

Dat zijn fikse bedragen, zeker wanneer je beseft dat je voor grofweg 150 euro een prima moederbord kan vinden voor de Intel Core i7-8700K of AMD Ryzen 7 1800X. De eigenschappen van de meeste X399-borden zijn echter indrukwekkend. Vele hebben de mogelijkheid om drie m.2-nvme-ssd’s te plaatsen. Of ze hebben wel vier of vijf pci-express-16x-sloten voor grafische kaarten of nóg meer nvme-ssd-opslag in te plaatsen. En steevast zien we fabrikanten gebruikmaken van kwalitatief goede onderdelen op gebied van geluid en stroomvoorziening.

Compatibiliteit

Het bijkomend voordeel van die grotere luxe is dat er op dit moment geen X399-moederbord wordt verkocht van een slechte kwaliteit: je kunt zonder zorgen en zonder je zwaar te verdiepen in de materie simpelweg de eigenschappen afwegen.

Threadripper profiteert ervan dat Ryzen al iets langer op de markt was, bijvoorbeeld: geen van de X399-moederborden gaf problemen met de diverse door ons geteste geheugenkits, wat aan het begin van de Ryzen-lancering wel anders was. Desondanks is het met absolute zekerheid uitsluiten van compatibiliteitsproblemen onbegonnen werk, het blijft daarom raadzaam de ‘compatibility list’ of de ‘qualified vendor’s list’ (qvl) van de fabrikant te raadplegen.

Onthoud ook dat Threadripper een vierkanaals geheugencontroller heeft en dus kan profiteren van een opstelling met vier of acht geheugenmodules. Threadripper biedt officieel ondersteuning tot DDR4 op 2666 MHz, al bieden de meeste moederborden ondersteuning voor nog snellere types en eerdere tests wezen ook uit dat zowel Ryzen als Ryzen Threadripper daarvan kunnen profiteren.

Koeling

De meeste componenten die je zou willen gebruiken in een betere consumenten-pc kun je ook in een Threadripper-systeem toepassen. Van typische mechanische harde schijven tot sata- en nvme-ssd’s, en van voedingen tot kasten. Maar omdat AMD Ryzen Threadripper een ongekend grote processor is passen de meeste koelers er niet op.

Hoewel AMD in de verpakking een bracket meelevert waarmee de meeste gangbare waterkoelers gebruikt kunnen worden, zijn er ook speciaal ontworpen luchtkoelers voor Threadripper. De Noctua NH-U12S TR4-SP3 en NH-U14S TR4-SP3 zijn daar twee van, die ook door ons goed uit de test kwamen. Het bewijst dat een echte high-end werkmachine zeker niet luidruchtig hoeft te zijn. Je hebt meer rekenkracht dan een typische mkb-server van een paar jaar geleden, maar zonder dat het systeem veel koeling nodig heeft.

Threadripper benchmarks

©PXimport

In de specificaties van de tabel zien we dat AMD Threadripper krachtigere specificaties heeft dan de directe concurrent: meer cores, meer cache en meer pci-express-lanes per euro die je uit wilt geven. De Intel Core i9-7900X heeft een hogere turbo-kloksnelheid per core, en op papier een lager ‘thermal design power’ (tdp, het vermogen dat het koelsysteem van een chip kan afvoeren). Maar wanneer we naar het daadwerkelijk gemeten stroomverbruik kijken, blijkt het verbruik van de Core i9-7900X gelijk aan de 1950X te zijn.

In de resultaten van de synthetische benchmarks zien we een beeld dat de benchmarks die de werkelijke wereld benaderen ook zullen onderschrijven: in bepaalde situaties is er geen alternatief voor meer cores. Beide AMD Threadripper-processors maken gehakt van de Core i9 in bijvoorbeeld Passmark of Cinebench.

Ook Blender, een renderapplicatie, toont dat de AMD Threadrippers betere prestaties bieden, per euro flink beter dan de i9. Als we naar de twee mainstream-processors kijken, bijvoorbeeld naar de test van Adobe Premiere (dat representatief is voor andere video-applicaties), dan zien we dat de Threadripper-processors gewoon flink sneller zijn.

Zoals Max Verstappen ongetwijfeld zal onderschrijven, is een topprestatie neerzetten niet simpelweg een kwestie van meer vermogen aan je systeem toevoegen. Waar Cinebench een regelrechte dragrace is, kunnen we Photoshop het circuit van Monaco noemen, waarbij de extra cores van de AMD Threadrippers of Intel Core i9’s niet echt tot hun recht komen.

De Intel Core i7-8700K (die minder cores heeft, maar via het meest recente productieprocedé van Intel gemaakt is én de hoogste kloksnelheid per core heeft) kan het tijdens de zware bewerkingen van de Photoshop-benchmark nog prima bijbenen. Zeker wanneer we de lagere kosten van het Z370-platform waar Core i7-8700K op draait en het lagere stroomverbruik in acht nemen, valt daar de meerwaarde van de Threadrippers wat tegen.

Alternatieven

Het raakt elke processor wanneer je er maar genoeg benchmarks op los laat: de wet van de afnemende meeropbrengst. Voor de meest bescheiden taken kunnen we de meerwaarde van vier cores of threads al in twijfel trekken. Gamers profiteren al weinig van meer dan vier cores/threads, maar zeer zelden van meer dan acht.

En hoewel zwaar grafisch werk één van de traditionelen pilaren van een HEDT-systeem is, zien we in de tabel dat dat niet altijd opgaat: wie in zijn dagelijks werk vooral met Photoshop bezig is, profiteert amper van een investering in een Threadripper-processor ten opzichte van een AMD Ryzen 7 of Intel Core i7 (zeker niet nu Intel 6-core-processors in het consumentensegment heeft). Je moet wel een buitensporig hoog uurtarief hebben, willen de luttele seconden die je wint wezenlijk verschil maken.

Voor de videobewerkers daarentegen die echt op zoek zijn naar een render-beest (of wie zijn machine gebruikt voor complexe, zeer tijdrovende rekentaken) bieden processors als de Intel Core i9 en de AMD Ryzen Threadripper wel flinke tijdwinst boven de consumentenprocessors. Dat zien we terug in de benchmarks van Premiere, Blender en de synthetische tests.

En hoewel de Intel Core i9-7900X hier en daar een test wint, wint de vergelijkbaar geprijsde AMD Ryzen Threadripper 1950X vaker, mét indrukwekkende verschillen. De Threadripper 1950X is de aantrekkelijkere processor van de twee voor praktisch elk scenario.

Als alternatief kun je zo’n 200 euro besparen met een Threadripper 1920X, waarmee je in de praktijk een ongeveer even capabele machine maakt als met een Core i9. Laat het van je budget afhangen of je die besparing de moeite waard vindt. Als je namelijk zo veeleisend bent, klinkt tien tot dertig procent hogere prestaties misschien aantrekkelijker dan die 200 euro.

Wanneer je enkel om extra prestaties geeft en exorbitant hoge prijskaartjes geen bezwaar vindt, dan heeft Intel inmiddels ook 14-, 16- en 18-core-processors uitgebracht. Maar daar heeft AMD (nog) geen antwoord op. Hoger dan de Threadripper 1950X gaat AMD niet.

Conclusie

De AMD Ryzen Threadripper-processors zijn rond hun prijspunt heel interessant. Alleen voor wie elke seconde geld waard is, kan met nóg duurdere Intel Core i9’s nog snellere machines bouwen. Wanneer je hard moet werken om een systeem met processor van 800 tot 1000 euro te ‘verantwoorden’ (omdat je nou eenmaal pittige eisen stelt aan je video-editing- of render- machine) dan biedt AMD met de Ryzen Threadripper de aantrekkelijkste prijs-prestatieverhouding op dit moment. En de prestaties zijn natuurlijk het belangrijkste, maar van het uiterlijk van deze fysiek indrukwekkende processor (en de fantastische verpakking) gaat ons tech-hartje echt sneller kloppen.

AMD Ryzen Threadripper 1920X

Prijs: € 799,-
Website: amd.com8Score80

  • Pluspunten

  • Indrukwekkende prestaties video, rendering, calculaties

  • Betere prestatie-per-euro dan Intel Core i9-7900X

  • Minpunten

  • Beperkte meerwaarde basisgebruik pc

  • Beperkte meerwaarde Adobe Photoshop

  • Hoge kosten X399/TR4-platform

AMD Ryzen Threadripper 1950X

Prijs: € 979,-
Website: amd.com9Score90

  • Pluspunten

  • Indrukwekkende prestaties video, rendering, calculaties

  • Meer-prestatie boven 1920X overtuigend

  • Betere prestaties dan gelijk geprijsde Intel Core i9-7900X

  • Minpunten

  • Beperkte meerwaarde basisgebruik pc

  • Beperkte meerwaarde Adobe Photoshop

  • Hoge kosten X399/TR4-platform

▼ Volgende artikel
Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?
Huis

Wanneer is een tv écht te groot voor je woonkamer?

Iedereen droomt weleens van een thuisbioscoop, maar groter is niet altijd beter. Een te groot scherm kan bijvoorbeeld zorgen voor vermoeide ogen of korrelig beeld. Ontdek hoe zaken als kijkafstand, de resolutie en de kijkhoek bepalen of een televisie daadwerkelijk in je woonkamer past.

In de felverlichte showroom van de elektronicawinkel lijkt die enorme 75-inch televisie waanzinnig indrukwekkend, maar eenmaal aan de muur in een doorsnee Nederlandse doorzonwoning kan zo'n gapend zwart vlak de ruimte volledig domineren. Veel consumenten denken onterecht dat een groter scherm automatisch garant staat voor een betere kijkervaring, ongeacht de afmetingen van de kamer. Toch is er een harde technische grens waarbij groot verandert in té groot, met hoofdpijn en onscherp beeld als direct gevolg. In dit artikel leer je precies hoe je die grens bepaalt en de ideale televisie kiest.

De kern van het probleem: resolutie en blikveld

Het probleem van een te grote tv is niet alleen esthetisch, maar vooral fysiologisch en technisch. Het draait allemaal om de verhouding tussen de resolutie (het aantal beeldpunten) en je blikveld. Zelfs bij moderne 4K-televisies zijn de pixels niet oneindig klein. Als je een enorm scherm neemt en daar te dicht op zit, trek je het beeld als het ware uit elkaar. Hierdoor verliest het beeld zijn scherpte en samenhang; je hersenen moeten harder werken om de losse informatie tot één geheel te smeden.

Een veelgehoorde misvatting is dat je simpelweg went aan elk formaat. Hoewel de eerste shock van een groot scherm inderdaad verdwijnt, blijft de fysieke belasting overeind. Als een scherm meer dan 40 graden van je horizontale blikveld inneemt, kun je niet meer het hele plaatje in één oogopslag zien. Je ogen moeten dan constant van links naar rechts scannen om de actie te volgen, vergelijkbaar met het kijken naar een tenniswedstrijd vanaf de eerste rij. Dat zorgt voor vermoeide ogen en kan op den duur zelfs leiden tot misselijkheid, ook wel 'cybersickness' genoemd.

©Gorodenkoff

Wanneer werkt een groot formaat wél goed?

Er zijn specifieke scenario's waarin een wandvullend scherm niet alleen kan, maar zelfs de voorkeur heeft. Dat geldt vooral als je de televisie primair gebruikt voor hoogwaardige content. Denk hierbij aan films op 4K Blu-ray of streamingdiensten die uitzenden in de hoogste bitrate, en uiteraard gaming op moderne consoles. In deze gevallen is de bronkwaliteit zo hoog dat je dichterbij kunt zitten zonder fouten in het beeld te zien.

Daarnaast werkt een groot formaat goed als de kijkafstand het toelaat. In moderne woningen met een open plattegrond of een loft-indeling staat de bank vaak wat verder van de muur. Als je kijkafstand meer dan 3 meter is, valt een 55-inch televisie al snel in het niet en moet je turen om details te zien. Een 65-inch of groter model herstelt in dat geval de balans en zorgt voor die gewenste bioscoopervaring, waarbij het scherm groot genoeg is om je onder te dompelen zonder dat je individuele pixels ziet.

Wanneer werkt dit níet goed?

De nadelen van een te grote tv worden pijnlijk duidelijk bij 'gewoon' tv-kijken. Veel lineaire televisieprogramma's, zoals het journaal, talkshows of sportuitzendingen via de kabel, worden niet in 4K uitgezonden, maar in Full HD of zelfs nog lager. Een enorme tv vergroot dat signaal genadeloos uit. Op een te groot scherm zie je dan plotseling ruis, compressieblokjes en onscherpe randen die op een kleiner scherm onzichtbaar zouden blijven. Het beeld oogt daardoor onrustig en rommelig.

Ook in de fysieke ruimte kan het tegenvallen. Een tv die uit staat is een groot, zwart en reflecterend vlak. In een compacte woonkamer zuigt een te groot scherm alle aandacht naar zich toe, zelfs als hij uitstaat. Zoiets verstoort de balans in je interieur en kan de kamer kleiner laten aanvoelen dan hij eigenlijk is. Daarnaast is de plaatsing van sfeerverlichting vaak lastiger; een gigantisch scherm blokkeert lichtinval of reflecteert lampen op een storende manier.

©RDVector

Als je té dicht op je televisie zit, kun je de kleurenleds van elkaar onderscheiden.

Dealbreakers: hier ligt de grens

Er zijn een paar harde grenzen die aangeven dat je beter een maatje kleiner kunt kiezen. Als je een van de onderstaande punten herkent, is dat een duidelijk signaal.

Je moet je hoofd fysiek draaien

Als je tijdens het kijken naar een film ondertiteling leest en daardoor de actie boven in het scherm mist, of als je je nek daadwerkelijk moet draaien om van de linker- naar de rechterhoek te kijken, is het scherm te groot voor je kijkafstand. Je verliest het overzicht.

De tv past fysiek niet op het meubel

Dit klinkt misschien logisch, maar wordt vaak genegeerd. Als de pootjes van de tv net aan op de rand van je tv-meubel balanceren, of als het scherm breder is dan het meubel zelf, oogt dat niet alleen goedkoop, het is ook onveilig. Een scherm dat buiten de kaders van het meubel steekt, is enorm kwetsbaar voor (om)stoten.

Je ziet pixels of rastervorming

Ga op je favoriete plek op de bank zitten. Zie je bij normaal HD-beeld een soort hordeur-effect of individuele blokjes? Dan zit je te dichtbij voor dat specifieke formaat. Dat is geen kwestie van wennen; het is een mismatch tussen resolutie, inch-maat en kijkafstand.

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om te bepalen of een tv past, moet je de rolmaat erbij pakken en even kritisch naar je eigen kijkgedrag kijken. De algemene vuistregel voor 4K-televisies is: meet de afstand van je ogen tot het scherm in centimeters en deel dat door 1,2 tot 1,5. De uitkomst is de ideale schermdiagonaal.

Zit je bijvoorbeeld op 2,5 meter (250 cm) van je scherm? Dan kom je uit op een schermdiagonaal tussen de 166 cm (65 inch) en 208 cm (82 inch). Maar let op: dat geldt alleen voor pure 4K-content. Kijk je veel normale televisie (praatprogramma's, nieuws)? Hanteer dan factor 2. Bij 250 cm afstand kijkt een scherm van 125 cm diagonaal (ongeveer 50 inch) dan vaak prettiger en rustiger. Ben je een fanatieke gamer of filmfanaat? Dan kun je de grens opzoeken. Ben je een casual kijker? Kies dan veilig voor een formaatje kleiner.

©BS | ID.nl

In het kort

Een televisie is te groot wanneer het beeld onscherp oogt of wanneer je fysiek je hoofd moet draaien om alles te kunnen volgen. Hoewel een groot scherm indrukwekkend lijkt, vergroot het bij standaard televisie-uitzendingen ook alle beeldfouten uit. De ideale grootte is een balans tussen kijkafstand en de kwaliteit van wat je kijkt. Meet daarom altijd de afstand tussen bank en muur, en wees realistisch over je kijkgedrag. Zo voorkom je hoofdpijn en blijft tv-kijken ontspannend.

▼ Volgende artikel
Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt
Huis

Microsofts Xbox Developer Direct heeft de code gekraakt

Het is ergens in 2025 als Fable voor het eerst, een soort van, getoond wordt. Beelden volgen elkaar in rap tempo op. We zien de dame die de hoofdrol lijkt te spelen, geen HUD en vooral heel veel mooie filmpjes. Daarna begint het wild speculeren, de klachten over het hoofdpersonage, de vraagtekens over de gameplay. Gelukkig was daar gister de Xbox Developer Direct, waar Microsoft eens te meer bewees de code gekraakt te hebben.

Vóór de pandemie, toen de Electronic Entertainment Expo (E3) nog bestond en online showcases, Directs en State of Plays nog niet echt een ding waren, wisten gameboeren hun spellen prima te verkopen. Ontwikkelaars verschenen op het podium tijdens liveshows, praatten over hun games, speelden live een demo (wat net zo vaak goed als faliekant misging) en dergelijke presentaties werden afgewisseld met teasers, hypetrailers en (nog verder terug) zelfs weleens grafieken en verkoopcijfers. Hoe anders is de wereld anno nu.

Watch on YouTube

Trailers vol trailers

Klaar zitten voor The Game Awards, een gemiddelde Direct, Showcase of Summer Game Fest is leuk, maar niet hetzelfde als ‘toen’. Want de formule is inmiddels bekend. Een half uur, een uurtje, een paar uur lang wordt er de ene na de andere trailer op je hersenen afgevuurd. Wat is ‘reclame’ en wat niet? Geen idee. Standaard zijn de animegames die elkaar zo rap opvolgen dat de gemiddelde kijker niet eens meer weet waar de ene game begint en de ander ophoudt. Meestal zit er een klapper aan het begin, waarna het grote wachten op de klapper aan het einde begint.

Vraag iemand een week later wat ie gezien heeft, en meer dan de helft van de getoonde games is waarschijnlijk uit het geheugen verdwenen.  En al die flarden van beelden zonder fatsoenlijke uitleg leiden vaker wel dan niet tot hetzelfde als die ene soort van trailer van Fable: speculaties, wild geroep en vraagtekens. Het komt de online discussie rondom games niet ten goede.

©Playground Games

Hoe anders was de inmiddels traditionele Xbox Developer Direct. Langer dan een uur, voor maar vier games. Die games kregen zodoende alle tijd, net als de ontwikkelaars. Gameplaybeelden zijn niet aan te slepen, verscheidene modi worden uitgebreid besproken en zelfs de kleinste details krijgen meer dan genoeg ademruimte. Zo horen we tijdens de Forza Horizon 6-presentatie dat het nummer van je eigen hangar (78) gekozen is omdat de game zich afspeelt in Japan, en die cijfers daar een positieve lading hebben. Fijn om te horen hoe scherp het oog voor detail van een ontwikkelaar is. Dat zegt iets over het project. En het is ook iets wat je never nooit in een hypetrailer van anderhalve minuut langs had zien komen.

Trailers vol trailers

En dus zit ik gisteravond te genieten. Niet eens per se van de games, want ze vallen net niet in mijn straatje. Forza Horizon 6 vind ik héél indrukwekkend en de game zal ongetwijfeld miljoenen spelers perfect bedienen, maar ik ben niet zo van het racen. Game Freak - de makers van Pokémon die eindelijk hun vleugels uitslaan met graphics uit dit decennium - komen met Beast of Reincarnation. Het ziet er oké uit. Double Fine vindt in mij ook geen fan en een multiplayer-pottenbakgame (Kiln) is niet iets wat hoog op mijn lijstje stond. Zelfs afsluiter Fable wist me met z’n levenssimulaties ook niet te overtuigen. Maar, nogmaals, wat heb ik genoten. Van ontwikkelaars die ruim de tijd kregen. Van de games, die van alle kanten belicht werden. Van de antwoorden die we kregen.

©Playground Games

Want wat ik nou precies van die games vond, is niet eens zo heel belangrijk. Veel belangrijker is dat iedereen dit keer in ieder geval een uitgebreid beeld kreeg van wat deze games nu precies worden. Een Xbox Developer Direct creëert geen valse hype. Van die vier getoonde games, weten we nu eigenlijk alles wat we redelijkerwijs moeten weten. Zoals bijvoorbeeld dat Fable een character creation-modus heeft, om maar iets te noemen. En plots zie je de discussies rondom de games gaan om… de inhoud. En niet op wilde speculaties rondom hoofdpersonages die helemaal niet vast blijken te staan. Love it.