ID.nl logo
8 ultrawide monitoren getest
© Reshift Digital
Zekerheid & gemak

8 ultrawide monitoren getest

Ultrawide monitoren zijn relatief nieuw, maar wel snel heel populair geworden. Niet zo gek, want het zijn knappe alleskunners. Een moderne ultrawide monitor van 34 of 35 inch met de UWQHD-resolutie (3440 × 1440 pixels) biedt heel veel werkruimte en het forse oppervlak zorgt ook voor een indrukwekkende entertainment- en game-ervaring.

We testen de wat grotere ultrawides (34 en 35 inch) met een hoge resolutie. Modellen van 29 inch of met een resolutie van 2560 × 1080 zijn voor sommige doeleinden leuk, maar als je een goede beeldscherpte zoekt én echt productief wilt zijn in creatieve taken, dan is de Ultra Wide Quad High Definition (3440 x 1440p) ideaal. Deze schermen hebben overigens niet de voordeligste prijs-pixelverhouding. Wil je een lage prijs, dan kijk je beter naar andere opties: grote 4K-schermen kosten vaak minder dan de ca. 499 euro die je voor een instap-ultrawide met UWQHD kwijt bent, en twee kleine schermen kosten eveneens minder.

De betere ultrawides zoals die wij testen, richten zich dan ook meer op een premium ervaring. Denk aan een goede beeldkwaliteit, luxe eigenschappen zoals curves en hoge snelheden en strakke afstellingen. Ze staan fraai op het bureau, en op alle schermen zijn mogelijkheden zoals hoogteverstelling, muur- of beugelmontage, usb-hubs en audio-passthrough aanwezig.

De test

We hebben de schermen breed getest, met aandacht voor zaken als de gamut en nauwkeurigheid van kleuren voor fotografen, en voor gamers juist aandacht voor de snelheid en contrast. Grijsbalans, stroomverbruik, maximale helderheid en dimbaarheid zijn voor bijna iedereen een relevante meting. Zaken als gammawaardes en kleurtemperatuur zijn belangrijk, maar veelal eenvoudig via het scherm zelf naar eigen inzicht (zonder calibratieapparatuur) aantrekkelijk te maken. Verder wijzen we erop dat sommige schermen weliswaar speakers hebben, maar dat je voor een aantrekkelijk geluid toch echt losse speakers of een headset wilt.

Alle acht monitoren uit deze test zijn curved, dat is gezien hun breedte meestal wel zo prettig. We kunnen alvast verklappen dat alle acht schermen ‘goed’ zijn!

Ips-panelen (In-Plane Switch)

Ips-panelen werden traditioneel gebruikt voor goede doch prijzige schermen. Er was een groot verschil met de tn-panelen die vroeger gebruikelijk waren in dunne schermen: ips heeft betere kleuren, betere zwartwaardes, veel betere kijkhoeken en een allround nettere presentatie van het beeld. Traditioneel was ips trager en geen logische keuze voor gaming, maar tegenwoordig bestaan er ook snelle ips-schermen. Deze techniek blijft ook ongeslagen wat kijkhoeken betreft, ook in vergelijking met de va-schermen in deze vergelijking. Doe je vooral veel werk en/of creatieve taken, dan is ips het overwegen waard, de beeldkwaliteit wordt namelijk ook subjectief vaak als het beste ervaren. Wil je ook gamen en de kosten binnen de perken houden, dan kom je toch snel bij va-panelen uit.

LG 34UC99

In je zoektocht naar een ultrawide-monitor kun je niet om LG heen. De grote Koreaan was de eerste fabrikant die een ultrawide-monitor uitbracht, en momenteel zijn er meer LG-ultrawides te koop dan van alle andere merken bij elkaar opgeteld. Dat maakt het des te opvallender dat een echt snel ultrawide-scherm van LG (100 Hz of sneller) op moment van schrijven nog niet te koop was. Deze 34UC99 komt op een respectabele 75 Hz, maar in deze vergelijking met nog snellere opties houdt dat in dat LG het vooral moet hebben van zakelijke gebruikers en creatieve professionals.

Vanwege de verwachtingen van de 99 in de productnaam – die staat voor het hoogst gepositioneerde model – moeten we wel opmerken dat de afstelling af fabriek niet helemaal topmodel waardig is. De afstelling van de kleuren is goed, maar de witbalans wijkt best af, waardoor wit wat blauwig oogt. Nog opvallender is dat de photo-modus dat effect enkel versterkt en de totale prestatie eerder wat slechter dan beter maakt. Na handmatige kalibratie is het beeld uitstekend, maar standaard verwachten we meer dan ‘best redelijk’.

Qua uiterlijk is de LG keurig, één van de meest ingetogen modellen in de vergelijking. Wat stevigheid ontlopen de ultriwides elkaar niet, dus daar wint noch verliest LG punten. Met een minimale backlight bleed en nette uniformiteit laat de LG 34UC99 een goed gevoel achter, en met zijn usb-c-aansluiting zullen ook mobiele werkers die hun laptop met één kabel willen koppelen zich aangetrokken voelen. Het is zonder twijfel een goed en capabel scherm, maar gezien de prijs die met snelle allrounders concurreert, hadden we ofwel een hogere snelheid voor gamers, ofwel een strakkere fabriekskalibratie voor professionals willen zien.

©PXimport

LG 34UC99

Prijs
€ 799,-
Websitewww.lg.com8Score80

  • Pluspunten

  • Prachtig, zeer capabel paneel

  • Net, ingetogen design

  • Beperkte backlight bleed

  • Goede uniformiteit

  • Minpunten

  • Handmatige kalibratie gewenst

  • ‘Slechts’ 75 Hz

Usb-c

Een recente toevoeging aan de monitor-aansluitingen is de usb-c-input. Met deze aansluiting kun je zowel een laptop direct op het scherm aansluiten, als het scherm en de ingebouwde usb-hub van energie voorzien. Een dergelijke aansluiting is dus ideaal voor een mobiele laptop werker met een (compatibele!) laptop: één kabel in je laptop en je hebt een volledige, volwaardige werkplek.

Dell U3419W

Zodra je de Dell U3419W uit de doos haalt, voel je dat het één en al degelijkheid is; iets waar Dell met z’n Ultrasharp-monitoren al jaren indruk mee weet te maken. Bouwkwaliteit en afwerking zijn uitstekend, en hij zal de zakelijke gebruiker nog wat meer aanspreken dan de LG uit deze test. Dat moet ook wel, want deze Dell is het enige 60Hz-paneel in de vergelijking en tevens de enige die geen FreeSync noch G-Sync ondersteunt. Serieuze gamers kijken dus beter elders. Dell zet daar net als LG dan ook wel een usb-c-functie tegenover.

Het ips-paneel is prachtig en dat blijkt ook uit de testresultaten. De afstelling is bovendien al vanuit de fabriek fantastisch: de beste in de vergelijking. Een specifieke sRGB-modus ontbreekt, maar daar heb je niets aan wanneer het scherm af fabriek al praktisch perfect staat afgesteld. Ook wat uniformiteit betreft is de Dell de beste in de vergelijking, en zoals we van een goed ips-scherm verwachten, zijn de kijkhoeken top.

Vlak voor de finish zien we echter twee forse scheurtjes in het nieuwe ultrawide-vlaggenschip van Dell die hem van een hoofdprijs weerhouden. Onze sample had bijvoorbeeld last van backlight bleeding. Niet extreem, maar wel meer dan vijf andere modellen in deze test. En als je weleens in het donker werkt, is het een nadeel. Iets om andere reviews van dit model op na te slaan, want backlight bleeds zijn een bekend sample-specifiek fenomeen.

Een tweede scheurtje is de vraagprijs, die momenteel erg hoog is met 999 euro. Voor het verschil in prijs kun je een goede colorimeter aanschaffen voor een perfecte afstelling van een ander scherm, en dan vervagen de meeste sterke plusjes van deze Dell. We weten gelukkig van Dell dat de adviesprijzen rond lancering (en dit product is op het moment van schrijven net uit) erg fors zijn en dat straatprijzen veelal snel op meer redelijke punten belanden. Zodra de prijs zakt naar de hoogte van onder andere de LG (ca. 700 euro), dan heb je daar een ultiem ips-ultrawide-scherm voor, zeker voor de zakelijke gebruikers in (verlichte) kantooromgevingen, waar eventuele backlight bleeds geen probleem zijn.

©PXimport

Dell U3419W

Prijs
€ 999,-
Websitewww.dell.nl8Score80

  • Pluspunten

  • Strak, degelijk design

  • Uitstekend paneel

  • Uitstekende fabriekskalibratie

  • Minpunten

  • Iets te veel backlight bleed

  • Hoge prijs

  • 60 Hz

  • Geen FreeSync of G-Sync

G-Sync en FreeSync

G-Sync en FreeSync zijn de technologieën van respectievelijk Nvidia en AMD om de verversingssnelheid niet vast in te stellen, maar het scherm te laten verversen wanneer het volgende frame van het spel gegenereerd is. Dit gaat het zogeheten tearing tegen en in theorie is de gameweergave soepeler wanneer je de juiste sync-technologie combineert met jouw videokaart. De technieken zijn aan elkaar gewaagd, al beperken sommige fabrikanten hun FreeSync-implementatie tot een (te) beperkt fps bereik. Dat staat Nvidia voor G-Sync niet toe, maar die vraagt dan weer flink geld voor de G-Sync-upgrade. Van beide technieken profiteer je het meest bij een lage fps-waarde (35-55), wat ze op de 3440x1440-schermen een waardevolle toevoeging maakt voor mensen die graag een potje gamen, maar niet de allerduurste grafische kaart hebben.

Acer X34P

De Acer X34P had op papier vooraf de sterkste papieren: een ips-paneel, 120 Hz en G-Sync-ondersteuning (wat gezien de dominantie van Nvidia videokaarten op dit moment vaker een voordeel zal zijn dan FreeSync). Het fysieke design is duidelijk gefocust op gamers, met z’n agressieve lijnen en rode details. Toch had het ips-paneel in theorie een voordeel kunnen zijn boven de va-alternatieven voor iedereen die naast gamen ook frequent professioneel grafisch werk doet.

Het paneel zelf is zonder meer capabel, dit behoort tot de beste die monitorenland ons te bieden heeft. Helaas heeft Acer de standaard-afstelling enorm laten varen, want we zien op veel punten onnodig grote afwijkingen. Vanuit de fabriek meten we de gamma op 2,62 waar 2,20 de doelstelling is (de meeste andere schermen blijven daar binnen één tiende vanaf), de gemiddelde kleurafwijking is als enige in deze test meer dan de grens van 3,0 Delta E die we gemakshalve de ‘goed’-grens kunnen noemen, en de maximale kleurafwijkingen van 5 à 6 Delta E zijn onnodig groot. Ook over de grijsafwijking zijn we niet echt te spreken en het scherm staat ook iets te warm afgesteld.

Met een beetje handigheid in de menu’s kom je best ver, maar het is lastig verteren dat je de monitor op een gamma van 1,9 af moet stellen om op een meting van 2,2 te komen. Een aantal nette resultaten, zoals de uniformiteit, uitstekende kijkhoeken en slechts marginale backlight bleed maken wel wat goed, maar om deze pittige test te winnen vinden we de standaard-afstelling gewoon niet goed genoeg.

Uiteraard wat nuance, want de resultaten zijn verre van slecht, dit is nu eenmaal een pittig en capabel speelveld. Als je beschikking hebt tot een colorimeter zouden we dit scherm zelfs sterk aanbevelen, want strak afgesteld is dit 120Hz-ips-paneel daadwerkelijk de ultieme allround-monitor waar we naar op zoek zijn. Acer mag zichzelf even aankijken waarom deze 999 euro kostende monitor niet veel beter afgesteld geleverd wordt, want nu kost het ze de overwinning.

©PXimport

Acer X34P

Prijs
€ 999,-
Websitewww.acer.com9Score90

  • Pluspunten

  • Snel 120Hz-scherm

  • Capabel ips-paneel

  • G-Sync voor Nvidia-gpu’s

  • Minpunten

  • Fabriekskalibratie zeer teleurstellend

Zijn curves beter?

Enkele jaren terug waren curved televisies een echte hype. Maar dit concept heeft in die branche niet echt doorgezet, wat te begrijpen is gezien de minder aantrekkelijke muurmontage en de nadelen als je er niet recht voor zit. De ultrawides van 34 en 35 inch in deze test profiteren echter wel van een curve: je zit er altijd recht voor en veel dichter op, wat de curve een natuurlijker beeld helpt geven. In onze ervaring maakt de exacte sterkte van de curve vervolgens niet heel veel uit, al is iets sterker net wat fijner. De geteste Samsung-monitor heeft een wat sterkere curve (1500 R) dan de overige modellen (1800-1900 R). Houd er wel rekening mee dat in sommige werkomgevingen (bijvoorbeeld waarbij veel met loodrechte lijnen gewerkt dient te worden, grafisch design of bijvoorbeeld in de bouw) de ervaring is dat de curve soms erg wennen is of zelfs totaal ongewenst. In de meeste gevallen noemen wij het echter een voordeel.

Samsung CF791 (C34F791WQ)

De eerste indruk van Samsung C34F791 is erg positief. Samsung z’n inmiddels bekende Quantum Dot brengt dit scherm er als één van de weinige toe in staat om ruim voorbij het sRGB-spectrum te gaan. Voor zover je daar veel aan hebt, want het gros van alle applicaties blijft tot sRGB beperkt, en dan krijg je feitelijk meer verzadigde kleuren, die niet iedereen aanspreken. Maar om het eenvoudig te houden: de kleuren spatten er echt af.

Deze Samsung heeft een net wat sterkere curve dan de rest met z’n 1500R-curve ten opzichte van de 1800-1900 R van de rest. De frisse zilvergrijze kleurstelling en het chique design ogen goed, en mocht je af en toe naar het geluid van je monitor luisteren komt dat hier nog redelijk voor de dag. Daarbij krijg je een capabel 100Hz-paneel met FreeSync-ondersteuning en een uitzonderlijk goed contrast, plus de minste backlight bleed in de hele test. En gezien deze Samsung met 769 euro aan de onderkant van het gemiddelde in deze test zit, zijn we dus aardig positief.

Heel veel laat de Samsung niet de wensen over. De kleurmetingen van een paar kleuren overschrijden de magische grens van 3 Delta E, maar het zijn slechts kleine kanttekeningen op een verder goede prestatie. De net wat warme witbalans (wit oogt net wat gelig) en de middelmatige uniformiteit van 18% afwijking in wit-helderheid tussen het midden en de hoek rechtsonder valt net wat op. Ook zijn de horizontale kijkhoeken nipt minder dan de va-concurrentie.

Zoek je naar een op FreeSync gebaseerde allrounder, dan gaat het tussen deze Samsung en de ASUS. Die laatste biedt wat meer OSD-functionaliteit, heeft een nipt betere afstelling en uniformiteit maar kost ook wat meer. Al zullen de sterk verschillende designs vermoedelijk de uiteindelijke doorslag geven.

©PXimport

Samsung CF791

Prijs
€ 769,-
Websitewww.samsung.nl9Score90

  • Pluspunten

  • Indrukwekkende kleurweergave

  • Vlotte 100Hz-weergave

  • Contrast en (gebrek aan) backlight bleed

  • Minpunten

  • Uniformiteit middelmatig

  • Afstelling kan hier en daar nog wat strakker

Va-panelen (Vertical Alignment)

Va-panelen worden vaak gezien als de gulden middenweg tussen de dure, mooie ips-panelen en de goedkope tn-panelen met matige kijkhoeken. Wat kijkhoeken en kosten is het inderdaad de middenweg tussen die twee, maar va-panelen zijn ongeëvenaard en ruim beter dan ips- en tn-schermen als het op contrast aankomt. Daarbij zijn va-panelen veelal ook wat sneller dan ips-schermen, en we zien de va-panelen in deze test dan ook zonder uitzondering 100 of 120 Hz bieden. Gaat het je puur om de subjectieve beeldkwaliteit, zakelijke of creatieve prestatie en kijkhoeken (en dus niet om de snelheid), dan blijft ips toch nog steeds de techniek om naar te kijken.

Philips 349X7FJEW

Dit scherm van Philips is de goedkoopste in deze test. Toch krijg je daar op papier een sterk product voor terug: va-paneel, 100 Hz, FreeSync, en volgens Philips worden al z’n monitoren vanuit de fabriek strak gekalibreerd. Dat laatste moeten we zeker toegeven, de fabrieksafstelling wat kleur- en grijswaardes betreft is uitstekend. Een gemiddelde van 1 Delta E en wit-temperatuur van 6502 K geeft de Philips direct uit de doos de indruk van een uitstekend afgesteld scherm. We vragen ons wel af waarom er nog een sRGB-modus op zit, want die is minder goed dan de ‘factory default’.

Op een paar punten zien we de wat lagere prijsstelling van Philips wel doorschemeren. Zo is de constructie nipt wat minder solide, al moet je deze acht naast elkaar zetten om dat te ervaren. De maximale helderheid is met 272 cd/m2 op zich voldoende, maar wel lager dan de rest. De uniformiteit van het door ons geteste exemplaar is ronduit matig: bijna 24% verschil in wit-helderheid is te veel, en daarbij zien we nog aardig wat backlight bleed. De laagste prijs lijkt een sterk argument, maar het blijft 649 euro en daarvoor verwachten we beter. De eveneens goedkope BenQ komt niet zo strak gekalibreerd als de Philips, maar laat niet dit soort grote steken vallen.

Toch is ook deze Philips is er één om te overwegen, dat staat niet ter discussie. Maar wij denken dat iemand die overweegt om dik 600 euro aan een scherm uit te geven, liever nog honderd euro meer betaalt voor bijvoorbeeld de Samsung die gemiddeld een stuk beter scoort en geen grote steken laat vallen. Hierdoor valt deze Philips voor ons een beetje tussen wal en schip. Hij is niet slecht, op een aantal fronten uitzonderlijk goed zelfs, maar voor hetzelfde geld zien we een wat beter gebalanceerd alternatief, en voor iets meer geld zien we overtuigend betere opties.

©PXimport

Philips 349X7FJEW

Prijs
€ 649,-
Websitewww.philips.com7Score70

  • Pluspunten

  • Goed paneel

  • Uitstekende kalibratie af fabriek

  • Minpunten

  • Maximale helderheid mag hoger

  • Uniformiteit matig

  • Backlight bleed

Hdr (High Dynamic Range)

De term hdr (High Dynamic Range) zien we steeds vaker terugkomen, het is in televisieland al redelijk ingeburgerd. Deze techniek biedt extreme (piek)helderheden, ongekend contrast en indrukwekkendere kleuren. De integratie van hdr in desktop-computers en -monitoren gaat een stuk trager dan bij televisies. Dat is deels te danken aan het feit dat Windows er sinds kort pas redelijk mee overweg kan en deels aan het gebrek aan aanbod van (goede) hdr-monitoren. Voor een indrukwekkende hdr-weergave moet een monitor in staat zijn die extreme pieken van helderheid en kleuren weer te geven, en vooral dat laatste laat nog wel wat te wensen over.

BenQ EX3501R

Deze BenQ ultrawide-monitor heeft een vriendelijke prijs (679 euro), maar we zien wel een vlot 100Hz-va-paneel en FreeSync-ondersteuning. Hij mist weliswaar iets van de luxe afwerking van de Dell, of iets van de gamer-bling van de Acer of ASUS, het BenQ zet toch een alleszins degelijk en aantrekkelijk fysiek plaatje neer voor dat bescheiden bedrag. Hij is wat minder in hoogte verstelbaar dan de rest, maar dat drukt de pret voor ons niet en de geringe diepte vinden we juist een praktische plus.

De EX3501R is de enige ultrawide die hdr-ondersteuning biedt, maar daar is het ook wel mee gezegd. Hoewel hij zich bij Windows aanbiedt als hdr-paneel, kent het scherm niet de helderheid en het kleurbereik dat nodig is voor een echte hdr-ervaring.

Maar niet getreurd, want als we dat feit terzijde leggen (we hebben er tenslotte ook geen last van) resteert toch vooral een goed product voor deze prijs. De usb-c-ingang is fijn (zij het met te beperkte oplaad functionaliteit). Hoewel de BenQ niet echt de beste afstelling heeft en geen van de resultaten echt uitblinkt, zien we hem nergens grote fouten maken. De fabriekskalibratie is gewoon goed, witbalans is goed, maximale en minimale helderheid zijn goed, de uniformiteit is ongeveer van het niveau van de wat duurdere va-opties en de kijkhoeken zijn prima. Onze sample had zelfs nul backlight bleed: heel erg fijn wanneer je in het donker werkt.

Geen enkel element springt er dus echt uit als ‘wow’, maar gezien elk element niet of nauwelijks onder doet voor de duurdere alternatieven zien we in deze BenQ EX3501R wel de betaalbare topper die we hoopten te vinden. Beter kan, maar als je 679 euro eigenlijk wel genoeg vindt en op zoek bent naar een scherm dat goed is in grafische taken en waarop je vlot een potje kunt gamen, dan zit je hier aan het juiste adres.

©PXimport

BenQ EX3501R

Prijs
€ 679,-
Websitewww.benq.com9Score90

  • Pluspunten

  • Fysiek en paneel solide

  • Relatief goedkoop

  • Laat geen grote steken vallen

  • Minpunten

  • Hdr komt niet lekker uit de verf

  • Usb-c met beperkt laadvermogen (10 W)

Snelheid: meer dan Hertzen

In deze test zien we de nodige schermen van 100 en 120 Hz, dat is significant sneller dan de traditionele 60Hz-monitoren. Het verschil tussen een monitor met 60 of 75 Hz en een met 100 of 120 Hz ervaar je (zeker bij een vergelijking ertussen) direct. Maar: het gat tussen 100 en 120 Hz is dan weer niet zo groot dat je dat direct merkt. Daarbij komt er meer kijken bij een snelle game-ervaring dan enkel de verversingssnelheid, denk aan de responstijd, de kwaliteit van de overdrive en de gevolgen van eventuele overshoot wanneer de monitor juist te agressief in probeert te spelen op snelle bewegingen. 120 Hz klinkt aantrekkelijk, maar de verschillen tussen de monitoren met 100 en 120 Hz in deze test blijven tot het minimum beperkt.

ASUS ROG Swift XG35VQ

Als ergens ROG op staat dan weet je gelijk dat het niet de goedkoopste optie is. Met de vrij hoge prijs (boven de 800 euro) voor dit 100Hz-va-paneel FreeSync, willen we wel graag een uitzonderlijke ervaring. Fysiek gezien stelt ASUS niet teleur, want de XG35VQ valt het meest op van allemaal: rgb-lichteffecten achterop, een logo dat op de tafel geprojecteerd wordt en dat je met een beetje creativiteit naar eigen wens kunt aanpassen, en een agressief design met veel lijnen en details waar je simpelweg niet omheen kan.

Ook het beeld zelf maakt indruk. De opvallend goede maximale helderheid komt goed tot zijn recht als je frequent in heel heldere ruimtes zit. Het contrast is goed, de gamma-, kleur- en grijsafstelling zijn erg goed, en de uniformiteit is aan de goede kant van gemiddeld voor de va-panelen. Hoewel deze ASUS ‘slechts’ 100 Hz heeft (naast de 120 Hz van de Acer en AOC) is dit in de praktijk niet te merken. Het scherm laat een zeer snelle indruk achter. De witbalans is een tikkeltje aan de koude kant, maar voor gaming is onze ervaring dat dat fijner is dan een warmere setting en ook voor fotografie blijft deze setting goed bruikbaar.

Onder aan de streep heeft ASUS eigenlijk alleen z’n prijs een beetje tegen. Zo is de Samsung een stuk goedkoper en niet iedereen zal meer willen betalen voor een iets strakkere afstelling. De extra licht-, game- en OSD-opties zijn echter wel pluspunten voor gamers. Het geteste model van AOC is nog iets duurder voor praktisch dezelfde prestatie, maar daar zit wel een G-Sync-module in (die de fabrikant rond de 150 dollar kost, vergeleken met praktisch nul voor FreeSync). Voor gamers met een AMD-videokaart die niet om een paar tientjes verlegen zitten, is dit het beste scherm.

©PXimport

ASUS ROG Swift XG35VQ

Prijs
€ 835,-
Websitewww.asus.com9Score90

  • Pluspunten

  • Vlot, capabel paneel

  • Goede afstelling

  • Veel extra’s voor gamers

  • Minpunten

  • Prijzig

AOC AGON AG352UGC6

Deze ultrawide van AOC is mooi om te zien. De achterzijde is wel vrij agressief vormgegeven met flink wat verlichting erin, maar als dat je niet aanspreekt zet je dat uit. Hij oogt dan vrij neutraal (althans van de voorzijde) met een strakke aluminium voet die lekker hoog te stellen is voor de liefhebber. Zet je de achterzijde in het zicht, dan is het voor een niet-gamer vermoedelijk wat te veel van het goede. Op het gebied van mogelijkheden laat AOC ook geen punten liggen: alle gangbare opties zijn aanwezig, zoals een VESA-mount, usb-hub, audio-passthrough en zelfs een handige ophanging voor je headset. Nog een pré voor dit scherm is G-Sync. Dat is natuurlijk alleen van meerwaarde voor bezitters van een Nvidia-videokaart, maar aan de bovenkant van de markt (en daar zitten de ultrawide-monitoren van deze bedragen toch), domineert Nvidia wel.

De afstelling wat kleur betreft loopt nipt achter op de concurrerende modellen van ASUS en Samsung, maar de verschillen zijn klein en de absolute waardes zijn gewoon goed. Wat uniformiteit betreft is het grofweg gelijkwaardig, de standaard grijsafwijking had echter wel kleiner gemogen. Gamma en maximale helderheid zijn goed, de dimbaarheid is uitstekend en de witbalans is vanuit de fabriek al nagenoeg perfect. Het stroomverbruik ligt iets hoger, maar dat is een bekende consequentie van de G-Sync-scaler.

Zaken als kijkhoeken, backlight bleed en snelheid zijn zoals verwacht erg goed, wat dit scherm zelfs in dit sterke speelveld positief op laat vallen. Goedkoop is hij niet, maar vergeleken met ASUS en Samsung is de meerprijs niet groot als je G-Sync kunt gebruiken – en als je een Geforce kaart hebt, dan wil je dat met deze resolutie absoluut hebben.

Het enige wat we wel aan AOC willen meegeven is dat hun On Screen Display (OSD) echt werk nodig heeft, want die oogt en voelt ontzettend knullig aan. Wat dat betreft mogen ze wel even bij ASUS gaan spieken hoe dat gebruiksvriendelijker en inhoudelijk sterker kan. Niet iets wat je dagelijks in de weg zit, maar het doet onnodig af aan de verder uitstekende prestaties van dit scherm.

©PXimport

AOC AGON AG352UGC6

Prijs
€ 849,-
Websiteeu.aoc.com9Score90

  • Pluspunten

  • Vlot, capabel paneel

  • Goede afstelling

  • 120 Hz en G-Sync

  • Minpunten

  • Meerprijs G-Sync

  • OSD matig

Conclusie

Wat ons betreft gaat de strijd voor ultieme allrounder tussen Samsung, ASUS en AOC. Met alle drie zit je goed. Samsung is goedkoper en doet het qua kleuren erg goed, ASUS is wat duurder en biedt wat gamer-bling en inhoudelijke extra’s voor gamers tegen een meerprijs en ze passen beide goed bij een AMD-videokaart. Nvidia-kopers komen uit bij de AOC AG352. Mocht je de beschikking hebben over een colorimeter, dan kun je het beste de Acer aanschaffen. Als Acer z’n kalibratie standaard goed zou hebben, was het de overduidelijke winnaar.

Moet het per sé goedkoper? De BenQ EX3501R maakt de hdr-belofte weliswaar niet waar, maar is met 679 euro wel een gebalanceerde, capabele alleskunner voor een wat vriendelijker prijs dan de concurrentie.

In de tabel hieronder vind je alle testresultaten terug.

©PXimport

▼ Volgende artikel
Supersnelle wifi in huis? TP-Link Deco BE25 is dé mesh-routerfavoriet van 2025
© TP-Link
Huis

Supersnelle wifi in huis? TP-Link Deco BE25 is dé mesh-routerfavoriet van 2025

Wat maakt een mesh wifi systeem de allerbeste van het jaar? Natuurlijk, je kunt afgaan op specificaties, maar die zeggen niet alles. Je hebt veel meer aan eerlijke reviews. Het TP-Link Deco BE25 Smart Mesh WiFi 7-systeem is door consumenten op Kieskeurig.nl verkozen tot Best Reviewed van het Jaar 2025 in de categorie routers. Wat deze router zo bijzonder maakt, lees je in dit artikel.

Partnerbijdrage - in samenwerking met TP-Link

Best Reviewed 2025: de strengste jury van Nederland

Op Kieskeurig.nl delen elke dag duizenden mensen eerlijke ervaringen met producten die ze écht gebruiken. Die collectieve feedback vormt de basis voor de Best Reviewed‑awards: producten die zich het hele jaar lang in de praktijk hebben bewezen en keer op keer hoge tevredenheid laten zien bij echte gebruikers. Het gaat dus niet om mooie beloftes en marketingtaal, maar om wat mensen dagelijks merken in de praktijk: is het apparaat betrouwbaar? Doet het wat het moet doen? Is het makkelijk in gebruik? De strengste jury van Nederland heeft gesproken: in de categorie Routers werd de TP‑Link Deco BE25 Smart Mesh WiFi 7 uitgeroepen tot dé favoriet van 2025.

Wat maakt de TP-Link Deco BE25 zo bijzonder?

Wat dit mesh-systeem technisch zo aantrekkelijk maakt, is de combinatie van moderne wifi-technologie en slimme netwerkfuncties. De TP-Link Deco BE25 ondersteunt Dual-Band WiFi 7 met een gecombineerde snelheid tot 3,6 Gbps, waardoor bandbreedte-intensieve toepassingen zoals 4K-streaming en online gaming soepel verlopen. Elke unit is bovendien voorzien van twee 2,5 Gbps-bekabelde poorten, wat zorgt voor maximale doorvoercapaciteit en flexibele aansluitmogelijkheden voor bijvoorbeeld een NAS, pc of gameconsole.

Een ander sterk punt is de mogelijkheid tot gecombineerde bekabelde en draadloze backhaul: dit zorgt ervoor dat de verbinding tussen de verschillende wifi-punten niet alleen snel, maar ook uiterst stabiel is, met minder latentie. Dankzij Multi-Link Operation (MLO) wordt data via meerdere frequentiebanden en kanalen tegelijk verzonden, wat zowel de betrouwbaarheid als de snelheid van het netwerk ten goede komt.

Daarnaast zorgt AI-gestuurde roaming ervoor dat je apparaten automatisch verbinden met het sterkste wifi-punt, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Met TP-Link HomeShield beschik je over uitgebreide netwerkbeveiliging, waaronder realtime IoT-beveiliging en ouderlijk toezicht. Tot slot is het systeem universeel compatibel met alle internetproviders, modems én eerdere Deco-modellen, zodat je eenvoudig kunt uitbreiden of upgraden.

Dankzij deze optelsom van slimme functies is de TP-Link Deco BE25 een toekomstbestendige keuze voor iedereen die thuis wil genieten van stabiele, snelle en veilige wifi overal in huis.

©TP-Link

TP-Link Deco BE25: waarom gebruikers zo tevreden zijn

De titel Best Reviewed van het Jaar 2025 is gebaseerd op wat gebruikers in het dagelijks gebruik écht belangrijk vinden: betrouwbaarheid, gebruiksgemak en prestaties. Juist op die vlakken scoort dit mesh-systeem keer op keer hoog.

Dat begint al met het installatieproces. Gebruikers geven aan dat het instellen van de set bijzonder eenvoudig is. "De installatie was erg eenvoudig dankzij de intuïtieve Deco-app, waarbij het systeem binnen een paar minuten operationeel was." Ook de snelheid en prestaties vallen in de smaak. De reacties liegen er niet om: "Ik was gelijk onder de indruk van de snelheid, op sommige plekken in huis haal ik met gemak 400 Mbps." En: "De snelheid is werkelijk top: zelfs in de verste hoeken van het huis blijft de verbinding stabiel en razendsnel."

Dat is mede te danken aan de sterke mesh-dekking en de soepele roaming tussen de units. Een gebruiker vat het krachtig samen: "De mesh WiFi zorgt voor een sterke en stabiele verbinding in het hele huis. Zelfs op zolder blijft de snelheid hoog en zonder haperingen." Anderen merken op dat apparaten automatisch overschakelen naar het dichtstbijzijnde wifi-punt: "Alle apparaten melden zich netjes aan bij het punt dat het dichtste in de buurt is. Telefoons schakelen vloeiend over."

De algehele gebruikservaring wordt bovendien als zeer positief ervaren. Niet alleen vanwege de prestaties, maar ook dankzij de handige app-functies. "Overal in huis een stabiele verbinding. De app biedt handige functies zoals apparaatbeheer en statusweergave," aldus een reviewer. En over de nieuwe WiFi 7-technologie zegt iemand: "Dankzij WiFi 7 profiteer je van extreem hoge doorvoersnelheden en minimale latency, ideaal voor gamen, streamen en zware downloads."

Hoewel er hier en daar kleine opmerkingen zijn - zoals dat de snelheidswinst van WiFi 7 niet altijd zichtbaar is op oudere apparaten - overheerst de positieve toon duidelijk. Wat consumenten vooral waarderen, is hoe de TP-Link Deco BE25 hun wifi-ervaring in huis structureel verbetert: minder uitval, meer snelheid en stabiel internet in elke ruimte. Dat maakt het tot een set waar je echt op kunt bouwen.

©TP-Link

Een eerlijk oordeel

De TP‑Link Deco BE25 combineert technische kracht met eenvoud en gebruiksgemak - precies wat veel consumenten zoeken in hun thuisnetwerk. Door de combinatie van snelle prestaties, brede dekking en een intuïtieve app‑gestuurde installatie verdient dit systeem de titel Best Reviewed van het Jaar 2025. Of je nu een groot huis hebt, meerdere apparaten tegelijk gebruikt of gewoon een stabielere en snellere wifi‑ervaring wilt: de TP-Link Deco BE25 is volgens gebruikers een uitstekende keuze.

Ontdek de TP‑Link Deco BE25 op Kieskeurig.nl

▼ Volgende artikel
Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij
© Tarsier Studios/Tijn Kranen
Huis

Review: In Reanimal mag je samen naar de gemuteerde kinderboerderij

Achtpotige mottenballen, levende huidplooien en gemuteerde pelikanen: in het ‘schattige’ Reanimal kom je het allemaal tegen. Gelukkig sta je er niet alleen voor, want je kunt er voor kiezen om samen met een medespeler via coöp dit levende schilderij in te duiken - al is het resultaat vooral dat je sámen geen snars van het verhaal snapt.

Het Zweedse Tarsier Studios heeft al even geoefend met het concept van Reanimal. De game heeft namelijk een hoop weg van hun vorige games, Little Nightmares 1 en 2: ook hier wandel je door een stel surrealistische, levende horrorschilderijen.

Hoewel het niet letterlijk om een schilderij gaat, kan ik het gevoel niet anders beschrijven. Je beweegt je door een reeks prachtige omgevingen gevuld met bizarre monsters, die vooral de logica volgen van nachtmerries en kinderangsten. Reanimal lijkt in de verte wel een verhaal te willen vertellen, maar Tarsier beseft dondersgoed dat minimalisme het alleen maar griezeliger maakt.

Watch on YouTube

Simpel doch effectief

De mist hangt over het waterlichaam. Er zit een kind in een bootje. Als je aan de knoppen zit te morren, heb je door dat jij het kind bestuurt - tijd om naar dat rode licht in de verte te varen. Als je dichterbij komt, blijkt het een boei te zijn, met daarnaast spartelend in het water een vriendje. Ze klimt bij je in de boot. Als je een tweede controller aansluit of online speelt, is dit je coöp-partner. Zo niet, dan blijft het een computergestuurde vriend die vooral gezelschap biedt.

Terwijl je samen van boei naar boei vaart, doemt er in de verte een rotspartij op. Oh, die ziet er groot uit. Wacht, die is écht groot! Als je eenmaal bij het strand komt, ram je je bootje het zand in. Zo, die ligt lekker stevig.

Als je een dichte deur tegenkomt, snap je als gamer wel wat je missie is: zoek maar naar een sleutel. Vervolgens blijf je zonder echte reden maar een pad volgen, al kom je er gaandeweg achter dat je andere kinderen probeert te redden van monsters.

©THQ Nordiq/Tarsier Studios

Een versleten screenshotknop

Het verhaal staat dus niet echt voorop - en eerlijk gezegd staat diepgaande gameplay óók niet echt voorop. Maar wat maakt deze game dan in godsnaam zo indrukwekkend? Dat komt allemaal neer op fenomenaal ontworpen omgevingen en geniaal ontworpen monsters.

Het helpt daarbij dat Reanimal een ontzettend goed gevoel van schaal weet over te brengen: je voelt je piepklein, en grote dingen in de spelwereld voelen gigantisch. Daar komt ook een sterk staaltje camerawerk bij kijken. Op precies de juiste momenten wordt de camera naar achteren getrokken om te onthullen dat er in de achtergrond al de hele tijd een of ander gemuteerd boerderijdier op je ligt te wachten.

Op de PlayStation 5, waar we de game op hebben gespeeld, ziet Reanimal er prachtig uit. Op een zeldzame lelijke texture na is het spel gevuld met visuele meesterwerkjes. Je kunt op ieder willekeurig moment een screenshot maken, en het bij wijze van spreken inlijsten en ophangen. In vijf uur speeltijd heb ik 108 screenshots gemaakt, mede vanwege de mooie lichtinval.

Slide
Slide
Slide
Slide

Niet meer dan een middag

Daar is dan ook meteen het grootste struikelblok: in vijf uurtjes was ik wel door de game heen, terwijl ik het best rustig aan deed. Het spel gaat voor vier tientjes over de toonbank - toch best een hoge prijs voor zo’n korte game. In coöp doe je er misschien nog iets langer over, maar ik zou er niet op rekenen.

In de omgeving zijn er nog enige collectibles te vinden: posters met concept art en dierenmaskers, waar je je personages mee kan aankleden. Dat is best leuk, want die art is belachelijk mooi en die maskers worden steeds absurder. Gelukkig spat de kwaliteit er wel van af, want iedere omgeving is een kunstwerk op zich.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Lekker rondkijken

Om nog even op die coöp-gameplay terug te komen: we hebben hier niet te maken met een game als Portal 2, waarbij de puzzels zijn gebouwd om als duo op te lossen. Hoewel de functie een van de selling points is, heb je absoluut geen tweede speler nódig.

De coöp-modus is zowel online als lokaal beschikbaar, al is er geen matchmaking. Je moet de lobbycode invoeren van de persoon met wie je wil spelen, dus met een vreemdeling spelen is er niet bij. We hebben de functie daardoor niet uitvoerig kunnen testen, maar het lijkt prima te werken.

Voor de puzzels heb je ook geen twee sets hersenen nodig: het zijn vrij simpele puzzels die er vooral voor zorgen dat je aandacht naar de mooie locaties getrokken wordt. Ingewikkelder hoeft het ook niet te zijn, want als je echt je hersens had moeten gaan kraken, dan had het die melancholische droomsfeer misschien wel kapotgemaakt.

©Tarsier Studios/Tijn Kranen

Hypnotiserend

Tarsier Studios weet precies wat Reanimal moet zijn: hypnotiserend, surrealistisch, schattig en tegelijkertijd doodeng. Het minimalistische verhaal is lastig te volgen, maar de gevoelens raken wél - al is het einde wat abrupt. Het grijpt je niet bij de keel, maar glijdt langzaam om je strot heen en knijpt zonder dat je het doorhebt.

Het voelt als de vreemdste plekken uit Silent Hill, of de Dark Place uit Alan Wake 2, maar het heeft ook weer wat weg van Coraline en Guillermo Del Toro’s Pinocchio. Het deed me misschien nog het meest denken aan deze concept trailer van Silent Hills, een game die helaas nooit het daglicht heeft mogen zien.

Stel je voor dat je door een bioscoop heen loopt, waar een dood (of gehypnotiseerd) publiek zit te kijken naar iets dat je alleen kan vergelijken met de videoband uit The Ring. Als je naar buiten komt, staat er een grote spinachtige man met een ijscowagen op je te wachten om je op te grissen. Als je eenmaal aan hem bent ontsnapt, wordt je geconfronteerd met de volgende griezelige omgeving en een nieuw, prachtig, tragisch en doodeng gemuteerd monster. In Reanimal snap je misschien niet precies wat er gebeurt, maar je gaat het zeker niet vergeten.

Reanimal is vanaf 13 februari verkrijgbaar voor PlayStation 5, Xbox Series-consoles, Nintendo Switch 2 en pc. Voor deze review is de game op PlayStation 5 gespeeld.

Goed
Conclusie

De visie achter Reanimal is duidelijk: geen ingewikkelde puzzels of verhaallijnen, maar een gestroomlijnde, sfeervolle koortsdroom met gedetailleerde plaatjes (en monsters) die nog lang in je hoofd blijven hangen. Tarsier Studios had de game kunnen opvullen met meer omgevingen of meer simplistische puzzels, maar dat zou wellicht alleen maar aan de ervaring af doen. Reanimal is daardoor wat aan de simpele en korte kant, maar de game blijft na het uitspelen wel nog veel langer door je hoofd spoken.

Plus- en minpunten
  • Kunstzinnige monsters en omgevingen
  • Mooie graphics
  • Co-op-functie is een welkome toevoeging
  • Gameplay maar weinig diepgaand
  • Kort en een tikje anticlimactisch
  • Niet erg uitdagend