ID.nl logo
Zekerheid & gemak

5 Imaging programma's

Misschien herkent u dit wel: Windows doet niets meer en een harde klap op de kast helpt deze keer niet. Reden tot paniek? Nee hoor, met een schijfimage hebt u de boel binnen vijf minuten weer aan de praat. Wij testen vijf pakketten waarmee u zo'n image kunt maken.

" Is het u ook al eens overkomen? Uw pc is crasht en u hebt geen backup gemaakt. Dat gebeurt u geen tweede keer! Bij het maken van een backup kunt u er voor kiezen om alleen van uw belangrijke documenten een kopie te maken, want Windows kunt u immers opnieuw installeren. Óf u maakt een backup van uw hele systeem, dus een exacte kopie van de harde schijf of partitie, inclusief bootsectoren, bestandstabellen en systeem- en registerbestanden. Zo'n kopie noemen we een image of beeldbestand. Het grote voordeel van zo'n compleet beeldbestand is dat u de boel sneller weer draaiend hebt als er iets fout gaat. Bovendien is het stukken veiliger dan het ingebouwde systeemherstel van XP zelf, want als Windows weigert, doet systeemherstel het ook niet meer. Ook in andere gevallen kan een image uitkomst bieden. Denk bijvoorbeeld aan een virus, corrupte partitietabellen en bootsectoren, en zelfs corrupte of per ongeluk gewiste bestanden. In minder ernstige situaties kan een image eveneens goed van pas komen, bijvoorbeeld als u de harde schijf in uw pc wilt vervangen. U maakt dan van de oude harde schijf een image en schrijft deze meteen weg op de nieuwe schijf. Simpeler kan haast niet. Om een image te maken en terug te zetten hebt u speciale imagingsoftware nodig. Wil deze goed werken, dan zijn een aantal punten van belang. Voordat we de pakketten bekijken, bespreken we eerst aan welke eisen goede imagingsoftware moet voldoen. Eisen aan images maken Bij imagingsoftware is het vooral belangrijk dat het gemaakte beeldbestand naderhand probleemloos kan worden teruggezet. Maar ook andere factoren spelen een rol bij de kwaliteit van een imagingpakket, bijvoorbeeld de snelheid waarmee de image wordt gemaakt, en of de software zuinige - lees gecomprimeerde - images creëert. Bijna onmisbaar vinden we de mogelijkheid om een imagebestand in hapklare brokken op te splitsen, zodat we hem over verschillende cd's kunnen verdelen. Eveneens belangrijk is welke apparaten de software ondersteunt; kan het pakket bijvoorbeeld overweg met ide- en scsi-harde schijven, externe schijven via usb en firewire, zip- en jaz-schijven, cd-r(w) en dvd-r(w) en netwerkschijven (ook in peer-to-peer)? Heb je een systeem met een wat exotischere volume-indeling zoals een ext2-, ext3- of een ReiserFS-Linux-indeling, dan moet het uiteraard ook mogelijk zijn om daar een image van te maken - bij voorkeur op een slimme manier, zodat bijvoorbeeld alleen de sectoren die daadwerkelijk gegevens bevatten in de image opgenomen worden. Is gemak een criterium, dan zijn ook images die je vanuit je vertrouwde (Windows-)omgeving kunt maken best handig. Nog leuker wordt het als je de software vanuit Windows kunt 'schedulen', zodat het systeem op gezette tijden zelf een veiligheidskopie maakt. Eisen aan images terugzetten Ook voor het terugzetten van een image hebben we ons verlanglijstje: zo verwachten we van een flexibel imagingpakket dat we vanuit Windows afzonderlijke bestanden kunnen selecteren die we al dan niet willen terugzetten; gaat het om een herstelopdracht van de volledige systeempartitie, dan kunnen we leven met een herstart in een special (MS-dos)omgeving. Ook praktisch: de mogelijkheid om de partitiegrootte aan te passen als je de image op een andere partitie of schijf wilt installeren. In bepaalde gevallen komt zelfs een omschakeling naar een ander bestandssysteem van pas: bijvoorbeeld als je een partitie met fat16 naar een partitie groter dan 4 GB wilt overhevelen - een omzetting naar fat32 is in dat geval erg handig. Drive Image 7.0 Drive Image 7.0 heeft enkele nuttige vernieuwingen ten opzichte van de vorige versie, maar een nadeel is dat het pakket alleen werkt onder Windows 2000 en Windows XP. Gebruikt u een andere Windows-versie, dan moet u genoegen nemen met de bijgeleverde 2002-versie. De software ondersteunt verschillende doelapparatuur: u kunt uw images kwijt op dvd-r(w)'tjes en op usb- en firewire-schijven. Ook netwerklocaties worden ondersteund, maar daarvoor moet u zich wel aanmelden bij de V2i-protector service (een minder fraai ge'ntegreerd onderdeel van Drive Image). Verder pakt deze nieuwe versie uit met 'hot imaging', een andere benaming voor de rechtstreekse aanmaak van images (en van de actieve systeempartitie) onder Windows. Images restoren kan ook vanuit Windows, op de systeempartitie na; daarvoor hebt u de opstart-cd van Drive Image nodig. Deze loodst u door een speciale pqre-opstartomgeving. Pqre is een uitgeklede versie van Windows XP, aangevuld met enkele handige tools als ping, ipconfig, chkdsk en eigen tooltjes om informatie over partities op te vragen en partitietabellen aan te passen. Drive Image zelf start nogal traag op, maar met de vernieuwde interface is niets mis. U kunt kiezen uit een basisweergave en een venster voor geavanceerdere opdrachten. De wizards kunnen in gebruiksvriendelijkheid niet direct tippen aan die van True Image (zie verderop), maar voor de gemiddelde pc-gebruiker zijn ze meer dan voldoende. Ook over de opties zijn we te spreken; zo kunt u zelf de maximale imagegrootte bepalen en de image na creatie laten checken, een wachtwoord aan de image hangen, slechte sectoren van de bronschijf tijdens de backup negeren en de SmartSector-technologie uitschakelen. Overigens is het verstandig deze laatste optie in te schakelen, anders worden er lege sectoren mee gekopieerd - zonde van de ruimte! Het is ook mogelijk om selectief bestanden uit een image terug te halen: dat gaat het makkelijkst door de image aan een schijf(letter) te koppelen, zodat u de nodige bestanden vanuit de Verkenner kunt ophalen. Met de ingebouwde taakplanner kunt u de aanmaak van images ook automatiseren. Klein slordigheidje van Drive Image: blijkbaar zoekt het pakket in een onbestaande /NL-map naar de (Engelstalige) hulpbestanden, zodat u die map zelf moet aanmaken én de helpbestanden daar naartoe moet slepen om de help-functie te kunnen gebruiken. ImageMaker 1.1 ImageMaker is een gratis programma - tenminste, als u tevreden bent met de iets oudere en bijzonder magere 1.1-versie. De installatie verloopt simpel, evenals de interface: veel meer dan twee knoppen (Make image en Restore image) biedt de software niet. Maakt u een image, dan beperkt dat zich tot het aanduiden van de gewenste partitie en een locatie waarop u de image wilt bewaren. Van compressie (dit zit wel in de betaalde versie 1.2) en bestanden met een maximumgrootte opsplitsen is dan ook geen sprake. Lastig is dat ImageMaker ook alle lege sectoren meeneemt in de image, waardoor u al snel enorme images krijgt. En dan hebben we het nog niet gehad over hoeveel tijd dit alles kost. Een ander nadeel van dit programma is dat het alleen overweg kan met harde schijven en geen andere randapparatuur ondersteunt. Het terugzetten van de image verloopt net zo rechtlijnig als het maken ervan: u geeft de image en de doelpartitie aan en het programma gaat aan de slag. Bestanden selectief herstellen is niet mogelijk en een image doorzoeken kan evenmin. Het grote voordeel is natuurlijk wel dat u uw image-opdrachten rechtstreeks vanuit Windows kunt uitvoeren. Norton Ghost 2003 Norton Ghost is misschien wel het bekendste imagingprogramma, maar begint toch de eerste tekenen van ouderdom te vertonen. Versie 2003 mag dan bijna alle mogelijke randapparatuur én bestandsindelingen ondersteunen, voor de eigenlijke creatie of het terugzetten van een image start Ghost de pc nog steeds in een MS-dosomgeving op. Dat is niet meteen duidelijk vanuit Windows NT/2000/XP, maar daarin komt het programma je tegemoet in de vorm van een kleine virtuele opstartpartitie, waarin PC Dos 7.1 huist. Niettemin blijkt Ghost binnen die omgeving bijzonder snel in het maken en terugzetten van images. De opdrachten en parameters voor zo'n image gaan gelukkig wél via een Windows-module - en die lijkt bedrieglijk eenvoudig: kiest u het basisvenster, dan verschijnen alleen de opties Backup, Restore en View Log. Schudt u daarmee een wizard wakker, dan moet u al snel kiezen: óf u gaat akkoord met de basisinstellingen en kunt alleen maar hopen dat alles naar wens gaat, óf u opent het tabblad met geavanceerde opties en stort zich in een behoorlijk technisch avontuur vol usb-, scsi- en cd-stuurperikelen. Jammer dat ook relatief eenvoudige en interessante opties als 'compressie' in datzelfde tabblad verborgen zitten. Hebt u bijvoorbeeld liever een 'high' compressie dan de 'fast0'-variant die standaard geselecteerd staat, dan moet u dat hier zelf aanpassen. Ook kunt u zelf een maximumgrootte voor de images instellen, maar die optie zit nóg dieper verborgen. Uiteraard heeft Norton Ghost 2003 ook de nodige extra's aan boord: zo kunt u schijven rechtstreeks klonen en met een handige browser selectief bestanden uit een image terug zetten. Een bootdiskette hoort er natuurlijk bij, maar ook hier verschijnt het MS-dos-spook: u moet de diskette zelf van de gewenste stuurprogramma's voorzien en ook eventuele parameters voor het eigenlijke MS-dos Ghost-programma moet u zelf zien te ontdekken. Van een ingebouwde taakplanner voor automatische images ontbreekt helaas elk spoor. True Image 6.0 True Image van Acronis is met een serieuze inhaalslag bezig en daar heeft de gebruiksvriendelijkheid van het pakket zeker mee te maken; zowel bij het aanmaken, terugzetten als doorbladeren van een image schieten wizards u te hulp. De makers adviseren om vooraf sowieso een opstartdiskette of -cd aan te maken, die hebt u hard nodig als uw systeem weigert op te starten en u alsnog toegang tot een eerder gemaakte image wilt krijgen. Wij hadden echter één probleem: de 'reddings-cd' weigerde tijdens onze test op te starten. Een image maken gaat gelukkig wel van een leien dakje: er verschijnt eerst een overzicht van de aanwezige partities en/of schijven die je alleen hoeft aan te klikken. Handig is dat je de actieve systeempartitie kunt selecteren en dat je ook zelf de compressiegraad van de image en een maximumgrootte voor het imagebestand kunt bepalen. Enige controle was echter wel op zijn plaats geweest: tik je bijvoorbeeld een ongeldige waarde in, dan maakt True Image daar imagebestanden van 1 byte van! Over de restore-opties zijn we dan weer wél te spreken: zo kunt u rechtstreeks vanuit Windows individuele bestanden terughalen. True Image koppelt dan een tijdelijke schijf(letter) aan de gemaakte image, zodat u via de Verkenner de nodige bestanden naar de doelschijf kunt slepen. Uiteraard kunt u ook hele partities - zelfs verschillende tegelijk - herstellen. Ook prettig is de optie om de grootte van de doelpartitie aan te passen door de visuele voorstelling met de muis te vergroten en te verkleinen. Het doelvolume mag dan niet in gebruik zijn - True Image zal in dat geval de pc opnieuw opstarten. Toch blijft voorzichtigheid geboden: onze test-pc blijft op dat onderdeel namelijk geregeld hangen. True Image 7.0 Wij hebben de bètaversie van True Image 7.0 getest, maar bij publicatie van deze PCM ligt het pakket waarschijnlijk al in de winkels. Onze testversie is in ieder geval behoorlijk stabiel en rekent definitief af met de tekortkomingen van zijn voorganger. Zo werkt de reddings-cd nu wel - maar alleen als we de optie Safe version aanvinken (dat wil zeggen zonder stuurprogramma's voor usb-, pc card- en scsi-schijven). In eerste instantie lijkt het alsof de drie hoofdmodules uit versie 6.0 (creëren, terugzetten en bekijken van een image) slechts zijn opgepoetst, maar wie beter kijkt, zal zien dat er aardig is gesleuteld. Bij ons verloopt de creatie van een image in de hoogste compressie dertig procent sneller dan bij versie 6.0. Opvallend is het gloednieuwe New disk deployment, waarmee je met behulp van een paar handige wizards voortaan rechtstreeks (dus zonder tussenstap van een image) partities van de ene schijf naar de andere kunt klonen. Ook handig is de ingebouwde taakplanner, waarmee we zelfs incrementele backups kunnen inplannen: True Image zal dan alleen de achteraf aangepaste sectoren aan de image toevoegen. Als extra zekerheid heeft het pakket nu ook een module ingebouwd waarmee je de gemaakte images kunt controleren. Het neusje van de zalm is de Acronis Secure Zone: een verborgen partitie op je harde schijf waarop je een image van een partitie kunt bewaren die voor andere toepassingen - dus ook virussen - ontoegankelijk is. Nog voor u Windows opnieuw opstart, kunt u de image over de partitie terugzetten en draait alles weer. Conclusie In deze test kunnen we in ieder geval een duidelijke verliezer aanwijzen, ImageMaker 1.1 - hoewel we niet moeten vergeten dat het hier om een gratis programma gaat. Een winnaar aanduiden is wat moeilijker. Experimenteert u graag, dan hebt u aan Norton Ghost een leuk speeltje, maar de onhandige MS-dos-omwegen spreken ons minder aan. Wilt u snel aan de slag met dat pakket, dan hebt u de handleiding echt wel nodig. Heel wat gebruiksvriendelijker vinden we True Image 6.0 - op enkele slordigheidjes na. De bètaversie van opvolger 7.0 rekent niet alleen af met wat oude tekortkomingen, maar biedt tegelijk een aantal extraatjes als een taakplanner, incrementele back-ups en een veilige zone. Daardoor wint True Image 7.0 het met een neuslengte voorsprong van de gedoodverfde favoriet Drive Image 7.0 (dat overigens alleen onder Windows 2000 en Windows XP draait) en krijgt het pakket het predikaat PCM Keuze Beste Product. De PCM Keuze Beste Koop gaat naar True Image 6.0. Dat Easy Computing het pakket in een Nederlandstalige uitvoering voor een zacht prijsje aan de man brengt, heeft daar veel mee te maken. Begin 2004 komt Easy Computing met een Nederlandstalige variant van versie 7.0. ***Kader Structuur! Imagingpakketten lijken gebruiksvriendelijk, wat de verleiding om lukraak te beginnen erg groot maakt. Toch is het verstandig om gestructureerd te werken: voer bij voorkeur eerst een schijfcontrole uit op het volume waarvan u een image wilt maken. U voorkomt dan dat het imagingprogramma er door een schijffout mee uitscheidt. Verder is het handig om vooraf het volume te defragmenteren. Dat werkt niet alleen sneller, uw image behoudt die optimalisatie ook bij het terugzetten. Wat uiteraard ook niet mag ontbreken is een up-to-date antivirusprogramma. Maar let op: tijdens het wegschrijven van de image kunt u het beste geen anti-viruspakket actief laten draaien en ook het gebruik van low-level schijftools is dan niet aan te raden. Verder is de precieze locatie(s) van uw image van belang. Het heeft immers geen zin om de image op dezelfde partitie te zetten - geeft die partitie er de brui aan, dan bent u meteen ook uw image kwijt! Een andere partitie kan uiteraard wel, maar ook dat is fataal als uw harde schijf crasht of uw pc gestolen wordt. Kiest u voor een extra veilige aanpak, dan kunt u de image in brokken van 650 MB naar een andere partitie wegschrijven en die vervolgens op cd of dvd zetten. Vergeet niet te controleren of de schijfjes werken en bewaar ze op een veilige plaats. Een handig - zij het iets duurder - alternatief vormen externe usb 2.0- en firewire-schijven; die werken niet alleen sneller, maar staan tegelijk een volautomatische imagingprocedure toe - mits uw imagingpakket daarvoor ondersteuning biedt. ***/kader "

▼ Volgende artikel
Waar voor je geld: 5 goede platenspelers voor minder dan 225 euro
© Natalia - stock.adobe.com
Huis

Waar voor je geld: 5 goede platenspelers voor minder dan 225 euro

In de rubriek Waar voor je geld gaan we op zoek naar bijzondere producten voor een mooie prijs. Vinyl is de laatste jaren weer helemaal terug, maar die kun je natuurlijk alleen afspelen op een platenspeler. Wij vonden vijf platenspelers voor minder dan 255 euro.

Denver VPB-262

De Denver VPB-262 is een compacte platenspeler met een retro-uitstraling en een houten afwerking, bedoeld als all-in-one oplossing. Hij heeft ingebouwde stereospeakers, waardoor je geen extra versterker of speakers nodig hebt om platen af te spelen. De platenspeler ondersteunt drie snelheden – 33⅓, 45 en zelfs 78 toeren – en kan daardoor zowel singles als lp’s en oudere schellakplaten afspelen.

Voor extra flexibiliteit is Bluetooth aanwezig, zodat je ook draadloos muziek vanaf je smartphone of tablet kunt afspelen via de ingebouwde speakers. Daarnaast is er een line-out aansluiting om de speler aan te sluiten op een externe geluidsinstallatie. De VPB-262 maakt gebruik van een keramische cartridge met robijnnaald en beschikt over een automatische stopfunctie aan het einde van de plaat.

Sony PS-LX310BT

De Sony PS-LX310BT is een volautomatische platenspeler. Dit betekent dat je met een druk op de knop de arm naar de plaat kunt bewegen om het afspelen te starten. Aan het einde van de plaat keert de arm automatisch terug naar zijn beginpositie. De speler is aangedreven met een snaar. Een kenmerkende functie is de ingebouwde Bluetooth-zender, waarmee je het geluid van je vinyl draadloos kunt doorsturen naar een Bluetooth-speaker, -soundbar of -hoofdtelefoon.

Mocht je de voorkeur geven aan een bekabelde opstelling, dan kan dat ook via de RCA-uitgang. De platenspeler heeft een ingebouwde phono-voorversterker. Dit maakt het mogelijk om de speler direct aan te sluiten op een versterker of actieve luidsprekers die geen speciale phono-ingang hebben. De aluminium draaischijf is ontworpen om trillingen te minimaliseren en een stabiele rotatie te waarborgen. De meegeleverde stofkap beschermt de plaat en de naald tegen stof.

Audio-Technica AT-LP60XBT

De Audio-Technica AT-LP60XBT functioneert als een volautomatische, snaaraangedreven platenspeler. Het bedieningsgemak staat hierbij centraal: met knoppen voor start en stop kun je het afspeelproces eenvoudig beheren. De arm plaatst zichzelf op de groef en keert na afloop van de plaat vanzelf weer terug. Net als de Sony beschikt dit model over een geïntegreerde Bluetooth-functionaliteit. Dit maakt het mogelijk om draadloos verbinding te maken met maximaal acht verschillende Bluetooth-apparaten, zoals luidsprekers of een koptelefoon.

Voor een standaard opstelling is er een RCA-uitgang beschikbaar. De ingebouwde phono-voorversterker is uitschakelbaar, waardoor je de keuze hebt tussen aansluiting op een phono- of een lijningang van je versterker. De draaischijf is vervaardigd uit gegoten aluminium. Het meegeleverde element is een Dual Magnet-cartridge met een vervangbare naald. De stofkap is scharnierend en afneembaar.

Denon DP-29F

Dit model, de Denon DP-29F, is een snaaraangedreven en volautomatische platenspeler. Je bedient de speler met de start- en stopknoppen, waarna de toonarm automatisch naar het begin van de plaat beweegt en aan het einde weer terugkeert. Een belangrijk kenmerk is de ingebouwde, inschakelbare RIAA phono-equalizer. Dankzij deze voorversterker kun je de DP-29F direct aansluiten op een versterker of receiver via een standaard AUX- of lijningang, zonder dat een aparte phono-ingang nodig is.

De draaischijf is gemaakt van gegoten aluminium en de platenspeler wordt geleverd met een MM-element (Moving Magnet), zodat je na het aansluiten direct kunt beginnen met luisteren. Het geheel wordt beschermd door een stofkap die het mechanisme en je platen vrijhoudt van stof en vuil.

Lenco LBT-188

Ook deze Lenco is uitgerust met een snaaraandrijving. Een opvallende functie van dit model is de ingebouwde Bluetooth-zender. Hiermee heb je de mogelijkheid om het geluid van je vinylplaten draadloos te streamen naar een compatibele Bluetooth-luidspreker of -hoofdtelefoon. Daarnaast is de platenspeler voorzien van een USB-aansluiting, waarmee je hem aan een computer kunt koppelen. Dit stelt je in staat om je platencollectie te digitaliseren.

De Lenco LBT-188 beschikt over een geïntegreerde phono-voorversterker, wat betekent dat je hem direct kunt aansluiten op de aux-ingang van vrijwel elke versterker of set actieve speakers. De toonarm is voorzien van een instelbaar contragewicht voor een nauwkeurige naalddruk. Het geheel wordt geleverd met een afneembare, doorzichtige stofkap die de draaitafel en de plaat beschermt.

▼ Volgende artikel
Wasbaar dekbed: handig of juist niet?
© ID.nl
Huis

Wasbaar dekbed: handig of juist niet?

Een wasbaar dekbed combineert de vulling en de hoes tot één geheel, waardoor je nooit meer hoeft te worstelen met losse dekbedhoezen. Het klinkt als een uitkomst: even in de wasmachine, drogen, klaar. Maar werkt dat in de praktijk echt zo prettig als het lijkt? En past zo'n alles-in-één-oplossing wel bij jouw manier van slapen en wassen? We zetten alles voor je op een rij.

In dit artikel

Een dekbed dat je zó uit de kast op bed legt, zonder gedoe met hoezen – het klinkt ideaal. Maar werkt dat in de praktijk echt zo prettig? In dit artikel lees je wat een wasbaar dekbed precies is, wanneer het handig is én in welke situaties je toch beter bij je vertrouwde dekbed en overtrek blijft.

Lees ook: Dekbed in de wasdroger: helpt een tennisbal echt?

Nooit meer elke week dat gedoe met je beddengoed

Iedereen kent het wel: je staat te kl&^!@en met een dekbed dat niet in de hoes wil glijden. Het is een klusje waar bijna niemand blij van wordt. Het wasbare dekbed - ook wel bekend als 'coverless duvet' of 'dekbed zonder overtrek' - belooft daar een einde aan te maken. De buitenkant fungeert eigenlijk als een vaste hoes: je slaapt er direct onder, zonder extra overtrek. Maar dat roept wel de vraag op: hoe houd je zo'n all-in-one dekbed fris en schoon? En hoe makkelijk krijg je het eigenlijk weer droog?

Dekbed en hoes inéén

Een wasbaar dekbed is in feite een dekbed met een vaste, zachte buitenlaag waar je direct onder slaapt. De vulling – meestal van zachte vezels – is slim doorgestikt, zodat het dekbed zijn vorm behoudt en overal even comfortabel aanvoelt. In Nederland worden dit soort dekbedden op de markt gebracht door onder andere Zelesta en Happybed.

Eindelijk je bed verschonen zonder stress

Voor sommige mensen is dit dekbed een echte uitkomst. Als je minder kracht hebt of snel last krijgt van je gewrichten, is het heerlijk dat je niet hoeft te trekken en te schudden. Ook in krappe ruimtes - zoals een caravan of camper - is het handig dat je niet hoeft te manoeuvreren met losse hoezen. Voor een logeerbed is het bovendien ideaal: je pakt het uit de kast, legt het neer en het ziet er meteen netjes en uitnodigend uit.

Wasbaar dekbed zonder overtrek: hygiënisch of juist niet?

Een veelgehoorde gedachte is dat een wasbaar dekbed minder hygiënisch zou zijn dan een dekbed met losse hoes. Maar juist het tegenovergestelde is waar: omdat je telkens het hele dekbed met vulling en al in de wasmachine stopt, blijft alles een stuk frisser. Heb je een dekbed met een aparte hoes, dan was je die hoes waarschijnlijk eens per week of twee weken, maar het dekbed zelf, dat doen de meeste mensen misschien maar een paar keer per jaar in de wasmachine.

Zolang je wasmachine meewerkt …

Geen gedoe met opmaken dus, maar het wassen kan nog wel een uitdaging zijn. Een tweepersoons wasbaar dekbed neemt flink wat ruimte in en past lang niet in elke wasmachine. In een kleinere trommel kan de vulling het water en wasmiddel nauwelijks opnemen. Het wordt dan wel nat, maar niet echt schoon. Ook het drogen vraagt wat extra geduld: doordat de vulling vastzit aan de buitenkant, duurt het langer voordat het hele dekbed echt goed droog is.

Voor wie een wasbaar dekbed niet handig is

Een wasbaar dekbed klinkt misschien als dé oplossing, maar het is niet voor iedereen even praktisch. Heb je een kleine wasmachine met een trommel van minder dan 8 kilo, dan is de kans groot dat een tweepersoons dekbed er simpelweg niet in past. En zonder droger kan het behoorlijk lastig zijn om zo'n gevuld dekbed weer goed droog te krijgen. Blijft het te lang vochtig, dan loop je bovendien het risico dan het dekbed muffig gaat ruiken.

Ook als je het 's nachts snel warm hebt, is het goed om even stil te staan bij het materiaal. De meeste wasbare dekbedden zijn gemaakt van polyester, wat minder goed ademt dan bijvoorbeeld katoen of wol. Dat kan broeierig aanvoelen, zeker in de zomer. En houd je van variatie in kleur en stijl op bed? Met dit type dekbed ben je gebonden aan één look. De buitenkant is namelijk ook meteen het uiterlijk van je bed, en wisselen van stijl betekent meteen een nieuw dekbed kopen.

Zo bepaal je of een wasbaar dekbed iets voor jou is

Of een wasbaar dekbed bij je past, hangt vooral af van je gewoontes. Wil je regelmatig een andere look in je slaapkamer? Heb je genoeg ruimte én de juiste apparatuur (zoals een wasmachine met een grote trommel) om zo'n dekbed goed te wassen en te drogen? In een druk huishouden, waar de wasmachine al overuren draait, kan een dekbed met lange droogtijd onhandig zijn. Maar woon je alleen of heb je een goede droger, en wil je vooral minder gedoe met bedden opmaken? Dan kun je jezelf met een wasbaar dekbed ergernis besparen.