ID.nl logo
Zekerheid & gemak

5 Imaging programma's

Misschien herkent u dit wel: Windows doet niets meer en een harde klap op de kast helpt deze keer niet. Reden tot paniek? Nee hoor, met een schijfimage hebt u de boel binnen vijf minuten weer aan de praat. Wij testen vijf pakketten waarmee u zo'n image kunt maken.

" Is het u ook al eens overkomen? Uw pc is crasht en u hebt geen backup gemaakt. Dat gebeurt u geen tweede keer! Bij het maken van een backup kunt u er voor kiezen om alleen van uw belangrijke documenten een kopie te maken, want Windows kunt u immers opnieuw installeren. Óf u maakt een backup van uw hele systeem, dus een exacte kopie van de harde schijf of partitie, inclusief bootsectoren, bestandstabellen en systeem- en registerbestanden. Zo'n kopie noemen we een image of beeldbestand. Het grote voordeel van zo'n compleet beeldbestand is dat u de boel sneller weer draaiend hebt als er iets fout gaat. Bovendien is het stukken veiliger dan het ingebouwde systeemherstel van XP zelf, want als Windows weigert, doet systeemherstel het ook niet meer. Ook in andere gevallen kan een image uitkomst bieden. Denk bijvoorbeeld aan een virus, corrupte partitietabellen en bootsectoren, en zelfs corrupte of per ongeluk gewiste bestanden. In minder ernstige situaties kan een image eveneens goed van pas komen, bijvoorbeeld als u de harde schijf in uw pc wilt vervangen. U maakt dan van de oude harde schijf een image en schrijft deze meteen weg op de nieuwe schijf. Simpeler kan haast niet. Om een image te maken en terug te zetten hebt u speciale imagingsoftware nodig. Wil deze goed werken, dan zijn een aantal punten van belang. Voordat we de pakketten bekijken, bespreken we eerst aan welke eisen goede imagingsoftware moet voldoen. Eisen aan images maken Bij imagingsoftware is het vooral belangrijk dat het gemaakte beeldbestand naderhand probleemloos kan worden teruggezet. Maar ook andere factoren spelen een rol bij de kwaliteit van een imagingpakket, bijvoorbeeld de snelheid waarmee de image wordt gemaakt, en of de software zuinige - lees gecomprimeerde - images creëert. Bijna onmisbaar vinden we de mogelijkheid om een imagebestand in hapklare brokken op te splitsen, zodat we hem over verschillende cd's kunnen verdelen. Eveneens belangrijk is welke apparaten de software ondersteunt; kan het pakket bijvoorbeeld overweg met ide- en scsi-harde schijven, externe schijven via usb en firewire, zip- en jaz-schijven, cd-r(w) en dvd-r(w) en netwerkschijven (ook in peer-to-peer)? Heb je een systeem met een wat exotischere volume-indeling zoals een ext2-, ext3- of een ReiserFS-Linux-indeling, dan moet het uiteraard ook mogelijk zijn om daar een image van te maken - bij voorkeur op een slimme manier, zodat bijvoorbeeld alleen de sectoren die daadwerkelijk gegevens bevatten in de image opgenomen worden. Is gemak een criterium, dan zijn ook images die je vanuit je vertrouwde (Windows-)omgeving kunt maken best handig. Nog leuker wordt het als je de software vanuit Windows kunt 'schedulen', zodat het systeem op gezette tijden zelf een veiligheidskopie maakt. Eisen aan images terugzetten Ook voor het terugzetten van een image hebben we ons verlanglijstje: zo verwachten we van een flexibel imagingpakket dat we vanuit Windows afzonderlijke bestanden kunnen selecteren die we al dan niet willen terugzetten; gaat het om een herstelopdracht van de volledige systeempartitie, dan kunnen we leven met een herstart in een special (MS-dos)omgeving. Ook praktisch: de mogelijkheid om de partitiegrootte aan te passen als je de image op een andere partitie of schijf wilt installeren. In bepaalde gevallen komt zelfs een omschakeling naar een ander bestandssysteem van pas: bijvoorbeeld als je een partitie met fat16 naar een partitie groter dan 4 GB wilt overhevelen - een omzetting naar fat32 is in dat geval erg handig. Drive Image 7.0 Drive Image 7.0 heeft enkele nuttige vernieuwingen ten opzichte van de vorige versie, maar een nadeel is dat het pakket alleen werkt onder Windows 2000 en Windows XP. Gebruikt u een andere Windows-versie, dan moet u genoegen nemen met de bijgeleverde 2002-versie. De software ondersteunt verschillende doelapparatuur: u kunt uw images kwijt op dvd-r(w)'tjes en op usb- en firewire-schijven. Ook netwerklocaties worden ondersteund, maar daarvoor moet u zich wel aanmelden bij de V2i-protector service (een minder fraai ge'ntegreerd onderdeel van Drive Image). Verder pakt deze nieuwe versie uit met 'hot imaging', een andere benaming voor de rechtstreekse aanmaak van images (en van de actieve systeempartitie) onder Windows. Images restoren kan ook vanuit Windows, op de systeempartitie na; daarvoor hebt u de opstart-cd van Drive Image nodig. Deze loodst u door een speciale pqre-opstartomgeving. Pqre is een uitgeklede versie van Windows XP, aangevuld met enkele handige tools als ping, ipconfig, chkdsk en eigen tooltjes om informatie over partities op te vragen en partitietabellen aan te passen. Drive Image zelf start nogal traag op, maar met de vernieuwde interface is niets mis. U kunt kiezen uit een basisweergave en een venster voor geavanceerdere opdrachten. De wizards kunnen in gebruiksvriendelijkheid niet direct tippen aan die van True Image (zie verderop), maar voor de gemiddelde pc-gebruiker zijn ze meer dan voldoende. Ook over de opties zijn we te spreken; zo kunt u zelf de maximale imagegrootte bepalen en de image na creatie laten checken, een wachtwoord aan de image hangen, slechte sectoren van de bronschijf tijdens de backup negeren en de SmartSector-technologie uitschakelen. Overigens is het verstandig deze laatste optie in te schakelen, anders worden er lege sectoren mee gekopieerd - zonde van de ruimte! Het is ook mogelijk om selectief bestanden uit een image terug te halen: dat gaat het makkelijkst door de image aan een schijf(letter) te koppelen, zodat u de nodige bestanden vanuit de Verkenner kunt ophalen. Met de ingebouwde taakplanner kunt u de aanmaak van images ook automatiseren. Klein slordigheidje van Drive Image: blijkbaar zoekt het pakket in een onbestaande /NL-map naar de (Engelstalige) hulpbestanden, zodat u die map zelf moet aanmaken én de helpbestanden daar naartoe moet slepen om de help-functie te kunnen gebruiken. ImageMaker 1.1 ImageMaker is een gratis programma - tenminste, als u tevreden bent met de iets oudere en bijzonder magere 1.1-versie. De installatie verloopt simpel, evenals de interface: veel meer dan twee knoppen (Make image en Restore image) biedt de software niet. Maakt u een image, dan beperkt dat zich tot het aanduiden van de gewenste partitie en een locatie waarop u de image wilt bewaren. Van compressie (dit zit wel in de betaalde versie 1.2) en bestanden met een maximumgrootte opsplitsen is dan ook geen sprake. Lastig is dat ImageMaker ook alle lege sectoren meeneemt in de image, waardoor u al snel enorme images krijgt. En dan hebben we het nog niet gehad over hoeveel tijd dit alles kost. Een ander nadeel van dit programma is dat het alleen overweg kan met harde schijven en geen andere randapparatuur ondersteunt. Het terugzetten van de image verloopt net zo rechtlijnig als het maken ervan: u geeft de image en de doelpartitie aan en het programma gaat aan de slag. Bestanden selectief herstellen is niet mogelijk en een image doorzoeken kan evenmin. Het grote voordeel is natuurlijk wel dat u uw image-opdrachten rechtstreeks vanuit Windows kunt uitvoeren. Norton Ghost 2003 Norton Ghost is misschien wel het bekendste imagingprogramma, maar begint toch de eerste tekenen van ouderdom te vertonen. Versie 2003 mag dan bijna alle mogelijke randapparatuur én bestandsindelingen ondersteunen, voor de eigenlijke creatie of het terugzetten van een image start Ghost de pc nog steeds in een MS-dosomgeving op. Dat is niet meteen duidelijk vanuit Windows NT/2000/XP, maar daarin komt het programma je tegemoet in de vorm van een kleine virtuele opstartpartitie, waarin PC Dos 7.1 huist. Niettemin blijkt Ghost binnen die omgeving bijzonder snel in het maken en terugzetten van images. De opdrachten en parameters voor zo'n image gaan gelukkig wél via een Windows-module - en die lijkt bedrieglijk eenvoudig: kiest u het basisvenster, dan verschijnen alleen de opties Backup, Restore en View Log. Schudt u daarmee een wizard wakker, dan moet u al snel kiezen: óf u gaat akkoord met de basisinstellingen en kunt alleen maar hopen dat alles naar wens gaat, óf u opent het tabblad met geavanceerde opties en stort zich in een behoorlijk technisch avontuur vol usb-, scsi- en cd-stuurperikelen. Jammer dat ook relatief eenvoudige en interessante opties als 'compressie' in datzelfde tabblad verborgen zitten. Hebt u bijvoorbeeld liever een 'high' compressie dan de 'fast0'-variant die standaard geselecteerd staat, dan moet u dat hier zelf aanpassen. Ook kunt u zelf een maximumgrootte voor de images instellen, maar die optie zit nóg dieper verborgen. Uiteraard heeft Norton Ghost 2003 ook de nodige extra's aan boord: zo kunt u schijven rechtstreeks klonen en met een handige browser selectief bestanden uit een image terug zetten. Een bootdiskette hoort er natuurlijk bij, maar ook hier verschijnt het MS-dos-spook: u moet de diskette zelf van de gewenste stuurprogramma's voorzien en ook eventuele parameters voor het eigenlijke MS-dos Ghost-programma moet u zelf zien te ontdekken. Van een ingebouwde taakplanner voor automatische images ontbreekt helaas elk spoor. True Image 6.0 True Image van Acronis is met een serieuze inhaalslag bezig en daar heeft de gebruiksvriendelijkheid van het pakket zeker mee te maken; zowel bij het aanmaken, terugzetten als doorbladeren van een image schieten wizards u te hulp. De makers adviseren om vooraf sowieso een opstartdiskette of -cd aan te maken, die hebt u hard nodig als uw systeem weigert op te starten en u alsnog toegang tot een eerder gemaakte image wilt krijgen. Wij hadden echter één probleem: de 'reddings-cd' weigerde tijdens onze test op te starten. Een image maken gaat gelukkig wel van een leien dakje: er verschijnt eerst een overzicht van de aanwezige partities en/of schijven die je alleen hoeft aan te klikken. Handig is dat je de actieve systeempartitie kunt selecteren en dat je ook zelf de compressiegraad van de image en een maximumgrootte voor het imagebestand kunt bepalen. Enige controle was echter wel op zijn plaats geweest: tik je bijvoorbeeld een ongeldige waarde in, dan maakt True Image daar imagebestanden van 1 byte van! Over de restore-opties zijn we dan weer wél te spreken: zo kunt u rechtstreeks vanuit Windows individuele bestanden terughalen. True Image koppelt dan een tijdelijke schijf(letter) aan de gemaakte image, zodat u via de Verkenner de nodige bestanden naar de doelschijf kunt slepen. Uiteraard kunt u ook hele partities - zelfs verschillende tegelijk - herstellen. Ook prettig is de optie om de grootte van de doelpartitie aan te passen door de visuele voorstelling met de muis te vergroten en te verkleinen. Het doelvolume mag dan niet in gebruik zijn - True Image zal in dat geval de pc opnieuw opstarten. Toch blijft voorzichtigheid geboden: onze test-pc blijft op dat onderdeel namelijk geregeld hangen. True Image 7.0 Wij hebben de bètaversie van True Image 7.0 getest, maar bij publicatie van deze PCM ligt het pakket waarschijnlijk al in de winkels. Onze testversie is in ieder geval behoorlijk stabiel en rekent definitief af met de tekortkomingen van zijn voorganger. Zo werkt de reddings-cd nu wel - maar alleen als we de optie Safe version aanvinken (dat wil zeggen zonder stuurprogramma's voor usb-, pc card- en scsi-schijven). In eerste instantie lijkt het alsof de drie hoofdmodules uit versie 6.0 (creëren, terugzetten en bekijken van een image) slechts zijn opgepoetst, maar wie beter kijkt, zal zien dat er aardig is gesleuteld. Bij ons verloopt de creatie van een image in de hoogste compressie dertig procent sneller dan bij versie 6.0. Opvallend is het gloednieuwe New disk deployment, waarmee je met behulp van een paar handige wizards voortaan rechtstreeks (dus zonder tussenstap van een image) partities van de ene schijf naar de andere kunt klonen. Ook handig is de ingebouwde taakplanner, waarmee we zelfs incrementele backups kunnen inplannen: True Image zal dan alleen de achteraf aangepaste sectoren aan de image toevoegen. Als extra zekerheid heeft het pakket nu ook een module ingebouwd waarmee je de gemaakte images kunt controleren. Het neusje van de zalm is de Acronis Secure Zone: een verborgen partitie op je harde schijf waarop je een image van een partitie kunt bewaren die voor andere toepassingen - dus ook virussen - ontoegankelijk is. Nog voor u Windows opnieuw opstart, kunt u de image over de partitie terugzetten en draait alles weer. Conclusie In deze test kunnen we in ieder geval een duidelijke verliezer aanwijzen, ImageMaker 1.1 - hoewel we niet moeten vergeten dat het hier om een gratis programma gaat. Een winnaar aanduiden is wat moeilijker. Experimenteert u graag, dan hebt u aan Norton Ghost een leuk speeltje, maar de onhandige MS-dos-omwegen spreken ons minder aan. Wilt u snel aan de slag met dat pakket, dan hebt u de handleiding echt wel nodig. Heel wat gebruiksvriendelijker vinden we True Image 6.0 - op enkele slordigheidjes na. De bètaversie van opvolger 7.0 rekent niet alleen af met wat oude tekortkomingen, maar biedt tegelijk een aantal extraatjes als een taakplanner, incrementele back-ups en een veilige zone. Daardoor wint True Image 7.0 het met een neuslengte voorsprong van de gedoodverfde favoriet Drive Image 7.0 (dat overigens alleen onder Windows 2000 en Windows XP draait) en krijgt het pakket het predikaat PCM Keuze Beste Product. De PCM Keuze Beste Koop gaat naar True Image 6.0. Dat Easy Computing het pakket in een Nederlandstalige uitvoering voor een zacht prijsje aan de man brengt, heeft daar veel mee te maken. Begin 2004 komt Easy Computing met een Nederlandstalige variant van versie 7.0. ***Kader Structuur! Imagingpakketten lijken gebruiksvriendelijk, wat de verleiding om lukraak te beginnen erg groot maakt. Toch is het verstandig om gestructureerd te werken: voer bij voorkeur eerst een schijfcontrole uit op het volume waarvan u een image wilt maken. U voorkomt dan dat het imagingprogramma er door een schijffout mee uitscheidt. Verder is het handig om vooraf het volume te defragmenteren. Dat werkt niet alleen sneller, uw image behoudt die optimalisatie ook bij het terugzetten. Wat uiteraard ook niet mag ontbreken is een up-to-date antivirusprogramma. Maar let op: tijdens het wegschrijven van de image kunt u het beste geen anti-viruspakket actief laten draaien en ook het gebruik van low-level schijftools is dan niet aan te raden. Verder is de precieze locatie(s) van uw image van belang. Het heeft immers geen zin om de image op dezelfde partitie te zetten - geeft die partitie er de brui aan, dan bent u meteen ook uw image kwijt! Een andere partitie kan uiteraard wel, maar ook dat is fataal als uw harde schijf crasht of uw pc gestolen wordt. Kiest u voor een extra veilige aanpak, dan kunt u de image in brokken van 650 MB naar een andere partitie wegschrijven en die vervolgens op cd of dvd zetten. Vergeet niet te controleren of de schijfjes werken en bewaar ze op een veilige plaats. Een handig - zij het iets duurder - alternatief vormen externe usb 2.0- en firewire-schijven; die werken niet alleen sneller, maar staan tegelijk een volautomatische imagingprocedure toe - mits uw imagingpakket daarvoor ondersteuning biedt. ***/kader "

▼ Volgende artikel
Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?
© ER | ID.nl
Huis

Router of powerline-adapter: wat is de beste keuze voor betere wifi?

Haperende streams en trage downloads op zolder zijn grote ergernissen in veel huishoudens. Om dat op te lossen twijfelen veel mensen tussen een krachtiger router of een set powerline-adapters. In dit artikel leggen we precies uit wanneer je voor welke oplossing moet kiezen, zodat je geen geld verspilt aan de verkeerde apparatuur.

Voordat je naar de winkel rent: je moet eerst begrijpen wat er precies misgaat met je verbinding. Wifi-problemen kun je doorgaans opdelen in twee categorieën: een gebrek aan bereik of een gebrek aan capaciteit. Bij een gebrek aan bereik komt het signaal simpelweg niet ver genoeg, bijvoorbeeld omdat dikke betonnen muren of plafonds het signaal blokkeren. Je hebt dan op zolder één streepje bereik of zelfs helemaal geen verbinding. Bij een gebrek aan capaciteit is het signaal wel sterk, maar is de router niet krachtig genoeg om alle data te verwerken. Dat merk je als het internet traag wordt zodra iedereen thuis tegelijk online is. Het onderscheid tussen deze twee oorzaken bepaalt of je een router of een powerline-adapter nodig hebt.

Wanneer is een nieuwe router de oplossing?

De router is het hart van je thuisnetwerk en regelt al het verkeer. Vaak gebruiken mensen het standaardmodem dat ze van hun internetprovider hebben gekregen, maar deze apparaten blinken zelden uit in prestaties. Een losse, hoogwaardige router kopen is de beste keuze wanneer je merkt dat de verbinding in de buurt van het modem al niet optimaal is of wanneer je regelmatig met veel apparaten tegelijk online bent.

Als je in de woonkamer zit en de verbinding hapert zodra de kids op hun tablets zitten, is je huidige router waarschijnlijk niet krachtig genoeg om al die gelijktijdige datastromen te verwerken. Een moderne router met ondersteuning voor wifi 6 kan veel meer apparaten tegelijk bedienen en zorgt voor een hogere, stabielere snelheid op de verdieping waar hij staat.

©Andrii

Internet via het stopcontact met powerline

Een powerline-adapter, ook wel homeplug genoemd, werkt volgens een totaal ander principe. Dit systeem maakt gebruik van het bestaande stroomnet in huis om het internetsignaal te verplaatsen. Je stopt één adapter in het stopcontact bij je router en de tweede adapter in een stopcontact op de plek waar je internet nodig hebt, bijvoorbeeld op zolder of in het tuinhuis.

Dit is de ideale oplossing wanneer het wifi-signaal door dikke betonnen muren of plafonds moet dringen. Waar wifi-golven afketsen op gewapend beton, stuurt de powerline het signaal simpelweg via de koperdraden in de muur naar boven. Dat maakt powerline-adapters uitermate geschikt voor specifieke 'dode zones' die te ver weg liggen voor het bereik van een gewone router.

Populaire merken voor netwerkoplossingen

Als je op zoek gaat naar powerline-adapters, kom je al snel uit bij Devolo. Dit Duitse merk is de onbetwiste marktleider op het gebied van homeplugs en staat bekend om de Magic-serie die zeer stabiele verbindingen via het stroomnet garandeert.

Voor routers en mesh-systemen is TP-Link een zeer populaire keuze vanwege de goede balans tussen prijs en prestaties, met modellen voor elk budget. Netgear richt zich met de Nighthawk-serie vaak op de veeleisende gebruiker en gamers die maximale snelheid wensen. Tot slot is AVM, bekend van de FRITZ!Box, een merk dat zowel uitstekende routers als powerline-oplossingen biedt die naadloos met elkaar samenwerken in één netwerk.

Stabiliteit versus snelheid

Bij de keuze tussen deze twee speelt ook het gebruiksdoel een rol. Powerline-adapters zijn vaak de favoriete keuze voor gamers of mensen die thuiswerken op een vaste pc. De reden hiervoor is dat de tweede adapter vaak beschikt over een netwerkafsluiting, waardoor je je computer met een kabel kunt aansluiten. Een bekabelde verbinding via powerline is doorgaans stabieler en heeft een lagere vertraging (ping) dan wifi, wat cruciaal is bij online gamen. Een nadeel is wel dat de snelheid van powerline afhankelijk is van de kwaliteit van je stroomnet. Oude bedrading of zware apparaten zoals een wasmachine kunnen storing veroorzaken, waardoor de snelheid soms fluctueert. Een high-end router biedt daarentegen vaak een hogere topsnelheid, maar is dus gevoeliger voor afstand en obstakels.

De opkomst van mesh-systemen

Tegenwoordig is er een hybride oplossing die de traditionele router steeds vaker vervangt: Multiroom Wifi of Mesh. Dit zijn feitelijk meerdere routers die met elkaar communiceren. Als je een groot huis hebt en overal perfecte wifi wilt zonder kabels te trekken, is dit vaak een betere, maar ook duurdere oplossing dan een simpele powerline-set. Kies je echter voor een budgetvriendelijke oplossing om snel internet op één specifieke, lastig bereikbare kamer te krijgen, dan wint de powerline-adapter het vaak op prijs-kwaliteitverhouding. Is je doel echter om de algehele snelheid en capaciteit in de woonkamer en keuken te verbeteren, investeer dan in een goede router.

▼ Volgende artikel
Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor
Huis

Professioneel en gratis video's bewerken? Aan de slag met VSDC Free Video Editor

Maak jij tijdens een welverdiende vakantie talloze video’s? Met VSDC Free Video Editor giet je de leukste fragmenten in een gelikte film. Dankzij het gebruik van mooie overgangen en fraaie effecten oogt het resultaat zeer professioneel. Het kost je bovendien geen cent, want je installeert deze zeer uitgebreide videobewerker gratis op een Windows-computer.

Tegenwoordig liggen er best wat goede gratis videobewerkers voor het oprapen. Zeker wanneer je geen torenhoge eisen aan de videomontage stelt, heb je niet per se een betaald programma als Adobe Premiere Elements of Magix Video Deluxe nodig. Zo krijg je met het gebruiksvriendelijke VSDC Free Video Editor al een heleboel voor elkaar. In tegenstelling tot diverse gratis alternatieven voegt dit programma geen lelijk watermerk toe aan jouw film. Deze freeware heeft daarnaast een verrassend uitgebreide gereedschapskist.

Videobewerker installeren

VSDC Free Video Editor heeft relatief lage systeemeisen. Zeker voor video’s tot een resolutie van 1920 × 1080 pixels heb je geen supersnelle pc of laptop nodig. Wil je haarscherpe 4K-video’s bewerken? In dat geval adviseren de makers een systeem met 8 of 16 GB werkgeheugen. Daarnaast is een krachtige processor met meerdere rekenkernen geen overbodige luxe.

Particulieren mogen VSDC Free Video Editor voor nop installeren. Ga naar de site via www.kwikr.nl/vsdc en download het installatiebestand. Je hebt keuze tussen de 32bit- en 64bit-versie. De meeste computers kunnen met de 64bit-versie uit de voeten. Dubbelklik op het gedownloade exe-bestand en doorloop de stappen van de installatie. 

Nieuw project starten

Zodra je de videobewerker voor de eerste keer opstart, verschijnt er een pop-upvenster met een aanbeveling voor de betaalde Pro-versie (zie kader). Je klikt dat via het kruisje weg. Laat de ietwat drukke gebruikersomgeving even op je inwerken. Het beginscherm toont diverse instructies voor geavanceerde bewerkingen. Laat die als beginnende gebruiker links liggen. Je kunt wel alvast even de tabbladen doornemen, want die herbergen verschillende bruikbare functies.

Je gaat nu eerst een nieuw (video)project starten. Klik op het tabblad Projects en daarna op New project. Er verschijnt een nieuw venster waarin je diverse instellingen voor de videomontage kunt bepalen. Het belangrijkste is de waarde achter Resolution. Voor een scherp beeld en soepele montage laat je de huidige waarde van 1920 × 1080 pixels (16:9) staan. Filmt jouw smartphone of videocamera in een hogere resolutie, dan kun je een andere waarde overwegen. Laat de overige opties ongewijzigd. Je typt achter Project title een relevante projectnaam en kiest onderaan voor Blank project. Bevestig tot slot met Finish.

Welke resolutie ken je aan de videomontage toe?
VSDC Pro

Naast de hier besproken gratis versie bestaat er met VSDC Pro (www.videosoftdev.com/video-editor-pro) ook een betaalde variant. Die bevat allerlei extra snufjes voor geavanceerde gebruikers. Je kunt bijvoorbeeld een achtergrondkleur verwijderen, gesproken commentaar toevoegen en trillende beelden stabiliseren. Daarnaast ondersteunt de Pro-versie hardwareversnelling door een geschikte grafische kaart. Dit leidt tot betere prestaties, omdat de processor minder hoeft te rekenen. Je merkt dat bijvoorbeeld aan kortere wachttijden en een vloeiendere videoweergave. VSDC Pro kost op het moment van schrijven circa 31 euro. 

Video’s toevoegen

Nu ga je met het zojuist aangemaakte videoproject aan de slag. Merk op dat het tabblad Editor is geopend. Je zit nu dus in de videobewerker. Zoals je ziet, zijn er flink wat opties beschikbaar. Laat je hierdoor niet afschrikken, want we nemen de basisfuncties stap voor stap met je door.

Je dient eerst relevante videoclips aan het programma toe te voegen. Gunstig is dat VSDC Free Video Editor alle bekende beeldformaten ondersteunt. Klik bovenaan in de werkbalk op Add object / Video en navigeer naar de map met de bestanden. Je selecteert één of meer video’s, waarna je bevestigt met Openen / OK. Wanneer je minimaal twee fragmenten toevoegt, kies je Add to layer.

Wegens de talloze toeters en bellen ziet deze videobewerker er nogal imponerend uit.

De videoclips verschijnen allemaal in de tijdlijn onderaan het venster. Deze tijdlijn is belangrijk, want die bepaalt welke momenten er in de uiteindelijke film terechtkomen. Verder kun je hieraan bijvoorbeeld ook titels, overgangen, speciale effecten en audiotracks toevoegen. Vind je de tijdlijn te klein? Je kunt dit onderdeel eenvoudig vergroten. Zweef onder Layer 1 op de scheidslijn totdat er een dubbele pijl verschijnt. Beweeg de muis nu met ingedrukte muisknop omlaag. In VSDC Free Video Editor pas je op soortgelijke wijze de grootte van alle deelvensters aan. Kortom, richt op die manier het bewerkvenster naar eigen wens in.

Alle geïmporteerde videobestanden belanden op de tijdlijn.

Volgorde clips wijzigen

Waarschijnlijk heb je een bepaalde volgorde voor de videoclips in gedachten. Geen probleem, want je kunt de clips op de tijdlijn verplaatsen. Sleep het beoogde fragment met ingedrukte muisknop één laag omlaag. De overgebleven video’s schuif je daarna naar links of rechts. Creëer op die manier een ‘gat’ en sleep het fragment ernaartoe. Het is belangrijk dat er geen loze ruimtes op de tijdlijn achterblijven. Anders zie je namelijk zwart beeld.

Sleep videoclips naar onder, boven, rechts en links om de volgorde op de tijdlijn te wijzigen.

Scènes inkorten

Vanzelfsprekend wil je alleen boeiende scènes in de film tonen. Saaie passages snijd je daarom resoluut weg. Dat doe je door een videoclip in te korten. Gebruik hiervoor wederom de tijdlijn. Selecteer een fragment en beweeg de rode schuifregelaar naar deze clip. Het bijbehorende beeld verschijnt nu in de voorbeeldweergave. Vind je dit beeld te klein? Klik dan helemaal rechtsonder in het programma op het kleine plusteken. Je past daarmee het zoomniveau aan. Klik nu onder de voorbeeldweergave op de rode afspeelknop (PijltjeRechts) om de video te starten. Begint of eindigt het saaie gedeelte? Via dezelfde rode knop (twee verticale streepjes) pauzeer je de video.

Inkorten is vrij eenvoudig. Een geselecteerde videoclip heeft op de tijdlijn aan weerszijden twee piepkleine vierkanten. Klik daarop en houd de muisknop ingedrukt. Beweeg de muis nu naar links of rechts tot de rode schuifregelaar. Laat de muisknop als laatste los. Het fragment is nu een kopje kleiner gemaakt! 

Fragmenten splitsen

Je kunt een lang fragment ook in twee (of meer) delen opsplitsen. Dat is nuttig wanneer je deze videootjes op verschillende momenten in de film wilt tonen. Selecteer in de tijdlijn een videoclip en bepaal met de rode schuifregelaar een geschikt ‘splitmoment’. Overigens kun je met de mediaknoppen onder de voorbeeldweergave dit moment heel precies bepalen. Spoel bijvoorbeeld een seconde voor- of achteruit. Het is zelfs mogelijk om een video frame voor frame door te nemen. Staat de rode schuifregelaar exact op de goede plek? Klik dan in de werkbalk boven de tijdlijn op het pictogram met de twee rode haakjes. Je ziet vervolgens twee aparte clips.

Maak via de optie Split into parts van één clip twee losse fragmenten.

Roteren en bijsnijden

Soms is het noodzakelijk om een video negentig graden te roteren, omdat het beeld in VSDC Free Video Editor is gedraaid. Gelukkig herstel je deze ‘fout’ simpel. Je selecteert in de tijdlijn de juiste video en klikt helemaal bovenaan bij de sectie Tools op het pictogram met de gebogen pijl. De video draait meteen.

Staat er een ongewenst persoon, lelijk logo of storend object in beeld? Gooi de videoclip dan nog niet weg! Je kunt het fragment namelijk nog bijsnijden. Beslis welk deel van de video je wilt gebruiken en gooi het overtollige beeldmateriaal weg. Je klikt met de rechtermuisknop op een videoclip in de tijdlijn en kiest Crop tools / Custom region. Bepaal in het nieuwe venster welk deel uit beeld moet verdwijnen. Je regelt dat door de zwarte vierkantjes aan de randen van de voorbeeldweergave te verslepen. Tevreden? Met OK voer je de actie definitief uit.

Nuttig om te weten is dat je met deze functie de oorspronkelijke resolutie verkleint. Zeker wanneer je de uiteindelijke film op een grote televisie of pc-monitor bekijkt, zie je mogelijk korrelige beelden. Snijd daarom liever niet te veel beeldmateriaal weg.

Alles buiten de rechthoekige selectie verdwijnt uit de video.

Video-effecten

Wie dat wil, gaat in deze videobewerker helemaal los met speciale effecten. Klik maar eens bovenaan in de werkbalk op Video effects. Er verschijnt een uitgebreid menu. Voordat je iets uitkiest, selecteer je eerst een clip op de tijdlijn. Via Quick styles pas je heel makkelijk een effect toe, omdat hiervoor geen extra instellingen zijn vereist. Laat de video bijvoorbeeld op een gedateerde film uit de jaren ‘70 lijken of pas automatisch de contrastwaarden aan.

Wil je zelf meer invloed op in hoeverre het programma een video-effect toepast? Bij veel filters stel je naar eigen inzicht de intensiteit in. Bekijk hiervoor de mogelijkheden via Video effects / Adjustments. Zo wijzig je onder andere de kleurverzadiging en helderheid. Daarnaast kun je ook een stijlvol sepia- of zwart-wit-effect op de video loslaten. Zodra je eenmaal iets hebt gekozen, pas je in het deelvenster Properties window aan de rechterkant de waarden aan. Als je dit deelvenster niet ziet, klik je achtereenvolgens op het tabblad View en Properties. Tot slot zijn ook de video-effecten binnen de rubrieken Filters en Nature de moeite waard. Spijt van een bepaalde keuze? Met de sneltoets Ctrl+Z maak je de laatste handeling weer ongedaan. Experimenteer er dus lustig op los!

Met het Auto contrast-filter optimaliseer je heel eenvoudig de contrastwaarden.
Gebruik het deelvenster Properties window om de instellingen van een video-effect te wijzigen.

Overgangen

Tijdens de montage van een video ontkom je eigenlijk niet aan het gebruik van overgangen. Doe je dat niet, dan lopen de fragmenten nogal abrupt in elkaar over. Dat is onprettig voor de kijker. Met een overgang wordt een nieuwe videoclip op subtiele wijze geïntroduceerd.

Klik in de tijdlijn op de videoclip waarbij je aan het einde een overgang wilt toevoegen. Je opent zo nodig eerst het tabblad Editor en navigeert daarna naar Video effects / Transitions. Probeer nu één van de beschikbare overgangen uit. Zo laat je het oude fragment bijvoorbeeld in vlammen opgaan (Paper burn) of in scherven uit elkaar vallen (Shattered glass). Kies een overgang en controleer in het pop-upvenster of de optie To the end of scene is geselecteerd. Klik op OK.

Merk op dat er op de tijdlijn een verse laag met de gekozen overgang verschijnt. Klik op de rode afspeelknop onder de videoweergave om de overgang te bekijken. Je past in het eigenschappenvenster aan de rechterkant diverse zaken aan, waaronder de tijdsduur en transparantie.

Deze videobewerker heeft een aantal spectaculaire overgangen in huis.

Geluid

De audiokwaliteit van zelfgeschoten video’s is vaak matig. Stond er toentertijd tijdens de opname een stevig briesje, dan hoor je waarschijnlijk voornamelijk windgeruis. Zet het geluid van dergelijke videoclips daarom gewoon uit. Klik in de tijdlijn op een fragment om de bijbehorende eigenschappen aan de rechterkant te tonen. Verschijnt dat niet, dan klik je op View / Properties. Je scrolt zo nodig een stukje omlaag totdat je de optie Audio track tegenkomt. Klik achter Track 1 op het kleine pijltje en kies Don’t use audio.

Je kunt eventueel zelf audio aan de videomontage toevoegen, zoals achtergrondmuziek of een voice-over. Klik zo nodig op het tabblad Editor en kies Add object / Audio. Je selecteert nu pakweg een mp3-, wma-, wav- of flac-bestand op de computer. Via Openen / OK belandt de audiotrack als nieuwe laag op de tijdlijn. Kies een geschikte plek en pas diverse eigenschappen in het Properties window desgewenst aan. Denk hierbij onder meer aan de snelheid en het volumeniveau.

Schakel bij video’s met slecht geluid het audiospoor eenvoudig uit.

Film opslaan

Deze workshop is slechts een bescheiden introductie van VSDC Free Video Editor. Je kunt namelijk nog veel meer met deze veelzijdige videobewerker doen. Ga er dus vooral ook zelf mee stoeien. Ben je eenmaal klaar, dan sla je het resultaat op. Je kunt de film daarna op verschillende schermen bewonderen.

Klik in de werkbalk op het tabblad Export project en speel zekerheidshalve de volledige videomontage nog eens af. Ben je helemaal tevreden, dan geef je in de werkbalk het gewenste videoformaat aan. Kies bijvoorbeeld voor mp4, mkv, mov, flv of mts. Het is ook mogelijk om de film op een dvd te branden. Wijzig via Change name zo nodig de bestandsnaam en opslaglocatie. Je bevestigt bovenaan ten slotte met Export project / Continue.

VSDC Free Video Editor ondersteunt een heleboel exportformaten.