ID.nl logo
Zo lang gaat je videodeurbel mee
© Monkey Business - stock.adobe.com
Zekerheid & gemak

Zo lang gaat je videodeurbel mee

Een videodeurbel brengt veel gemak met zich mee. Je ziet altijd wie er aanbelt en hoeft daardoor bijvoorbeeld geen pakketje te missen. Maar je hebt er ook meer onderhoud aan dan aan een traditionele, ‘domme’ deurbel. In dit artikel lees je wat je van de fabrikant kunt verwachten en waar je zelf om moet denken.

Een slimme deurbel is een van de handigste gadgets die je aan je huis (of smarthome) kunt toevoegen. Maar in het kader van onderhoud en duurzaamheid zijn twee vragen belangrijk:

  • Hoe lang worden videodeurbellen door fabrikanten ondersteund?
  • En hoe lang gaat een videodeurbel uiteindelijk mee?

Lees ook:Slimme deurbel kopen: hier moet je op letten

Eén van de belangrijkste aspecten die bepaalt hoelang een videodeurbel meegaat, is de accu. Na een paar jaar laadt die niet meer goed op en moet je dus investeren in een nieuwe batterij. Voor veel mensen is dat trouwens hét moment om op een modernere versie van de deurbel over te stappen, maar dit terzijde. Los van de accu is het zo dat moderne, slimme videodeurbellen over het algemeen minder lang meegaan dan traditionele deurbellen, die uitgerust zijn met een enkele knop. Die bellen gaan jaren, soms zelfs decennia lang mee en vergen – in vergelijking met de moderne variant – veel minder onderhoud.

Lees ook: Ring-deurbel opladen of verkopen? Zo verwijder je hem!

Ondersteuning vanuit de fabrikant

Om ervoor te zorgen dat de videodeurbel lekker lang meegaat, moeten fabrikanten soms software-updates uitbrengen. Die kunnen nieuwe functies toevoegen. Denk dan aan een betere energiemanagement (zodat de accu minder snel leeg gaat), updates in het kader van veiligheid en beveiliging of extra beeldopties. Helaas is het zo dat fabrikanten hun producten niet voor eeuwig ondersteunen. Dubbel jammer: want dat is én niet duurzaam én slecht voor jouw portemonnee.

Zo word je dus op een gegeven moment gedwongen een nieuw model aan te schaffen. Niet alleen om toegang te behouden tot die broodnodige updates, maar ook omdat je niet de toegang wilt verliezen tot functies die de deurbel bijzonder of juist heel nuttig maken. Daarom is het van tevoren handig om uit te zoeken hoe lang een fabrikant zijn slimme deurbellen ondersteunt. In het geval van Google kun je rekenen op een periode van minimaal vijf jaar aan beveiligingsupdates. Het gaat dan om de oorspronkelijke lanceringsdatum. In oktober van 2022 verscheen er bijvoorbeeld een nieuwe versie van de Nest Doorbell. Die krijgt dus in elk geval updates tot aan oktober 2027.

Lees ook: De Ring Battery Doorbell Plus laat een gemengde indruk achter

Hoewel dergelijke ondersteuning al beter is dan waar een gemiddelde smartphone op mag rekenen, is het toch vrij karig. Want wanneer je dan de Nest Doorbell uit dit voorbeeld in 2025 zou kopen, dan heb je dus nog recht op twee jaar aan software-ondersteuning. Ring pakt het veel beter aan. Die kijkt niet naar het moment van lanceren, maar naar het moment waarop de slimme deurbel van de markt verdwijnt. Vanaf dat moment mag je nog rekenen op vier jaar aan beveiligingsupdates. Op de officiële website kun je in de gaten houden tot wanneer jouw product ondersteund wordt.

De Chinese fabrikant Ezviz, bekend van camera’s en deurbellen, laat op zijn website weten apparaten minimaal twee jaar na de introductie te ondersteunen met beveiligingsupdates. Helaas is er niets te vinden over software-updates en kan het dus zijn dat je snel zonder nieuwe functies komt te zitten. Dat geldt overigens voor alle fabrikanten; ze benoemen alleen de periode waarin beveiligingsupdates verschijnen. De Franse fabrikant Netatmo maakt hier helemaal niets over bekend, Eufy houdt drie jaar aan en Arlo ondersteunt apparaten nog een jaar nadat ze van de markt zijn verdwenen.

Hoe lang gaat de videodeurbel zelf mee?

Maar goed, als een deurbel nog werkt en je hebt verder zelf beveiligingsmaatregelen getroffen, dan staat niets je in de weg om het product te blijven gebruiken. Het kan zijn dat je dan alsnog tegen problemen aanloopt die niet meer verholpen worden – maar zolang de bel werkt, werkt-ie. De grote vraag is dan: hoe lang kun je een slimme deurbel blijven gebruiken? Daar kunnen we helaas geen eenduidig antwoord op geven. Dat is afhankelijk van de fabrikant, de kwaliteit van de materialen, de accu en de weersomstandigheden. Per deurbel moet je zelf zien wanneer het apparaat aan vervanging toe is.

Heb je een slimme deurbel die werkt op een accu? Dan is die accu waarschijnlijk na twee of drie jaar aan vervanging toe. Ook dat is afhankelijk van hoe vaak de bel gebruikt wordt, hoe vaak je de livestream raadpleegt en of je bijvoorbeeld de bewegingssensor geactiveerd hebt. Wanneer je merkt dat de accu van de deurbel minder lang meegaat dan voorheen, kun je een nieuwe aanschaffen en daarmee de levensduur van het product verlengen. Echter, dit kan alleen zolang de fabrikant accu’s aanbiedt. Op een gegeven moment zullen die uit de webshops verdwijnen en dan heb je pech.

"Het beste moment om je slimme deurbel te vervangen is wanneer de ondersteuning vanuit de fabrikant eindigt."

- Wesley, deurbel-expert van ID.nl

Om problemen op de lange termijn te voorkomen is het handig om een slimme deurbel – met of zonder accu – te vervangen op het moment dat de ondersteuning wegvalt. Over het algemeen krijgen deurbellen drie tot vijf jaar aan updates, met Ring als absolute uitschieter, dus dan weet je ook hoe lang je ongeveer met het product doet. Raadpleeg altijd de FAQ om informatie te vinden over de support (al wordt die ondersteuning dus niet altijd (duidelijk) vermeld, helaas). De slimme deurbellen van Ring gaan het langst mee, en die van Google staan op een tweede plek.

Goed om te weten: de drie modellen die je hieronder ziet, hebben van Kieskeurig-bezoekers een score van een 9,5 of hoger gekregen!


Ook als je je huis wilt beveiligen, is een slimme deurbel handig. Vind je dat nog niet veilig genoeg? 👇

Vraag een offerte aan voor inbraakbeveiliging:

▼ Volgende artikel
Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard
© Wildlight Entertainment
Huis

Ontslagronde bij studio achter pas uitgekomen Highguard

Er vallen ontslagen bij Wildlight Entertainment, dat eind januari nog hun multiplayergame Highguard uitbracht.

Wildlight bevestigde eerdere geruchten over een ontslagronde op social media. "Vandaag hebben we de moeilijke beslissing gemaakt om afscheid te nemen van een aantal teamleden, terwijl we een kerngroep van ontwikkelaars aanhouden om de game te blijven ondersteunen en innoveren."

Het bericht vervolgt: "We zijn trots op het team, talent en het product dat we samen hebben gecreëerd. We zijn ook enorm dankbaar voor de spelers die een poging waagden om de game te spelen, en allen die onderdeel van onze gemeenschap blijven."

View post on X

Grootschalige ontslagronde

Hoewel Wildlight niet praat over de precieze hoeveelheid ontslagen, lijkt de vermelding van een "kernteam" dat overblijft te suggereren dat het om een aanzienlijke hoeveelheid mensen gaat.

Dat komt overeen met een LinkedIn-bericht van Alex Graner, een ontwikkelaar van die game die eerder ook aan Battlefield 6 werkte. Hij laat weten dat "het grootste gedeelte van het team" ontslagen is, waaronder hij zelf.

Over Highguard

Highguard is de debuutgame van Wildlight Entertainment. De game viel op voorhand vooral op omdat er een trailer van werd getoond aan het einde van The Game Awards eind vorig jaar. Die positie is meestal gereserveerd voor grote aankondigingen en aankomende games, en sommige kijkers vonden Highguard daar niet onder behoren.

Sinds eind vorige maand is Highguard speelbaar via Steam. De game ontving veel negatieve gebruikersrecensies, al heeft dat Wildlight niet tegengehouden om updates uit te blijven brengen. Rond release bereikte het spel een indrukwekkende gelijktijdige spelerspiek van bijna 100.000 mensen op Steam, maar inmiddels hangen de gelijktijdige spelersaantallen onder de 10.000. Het is dan ook aannemelijk dat dit deels de keuze om een grootschalige ontslagronde door te voeren heeft beïnvloed.

Lees hier meer informatie over Highguard.

▼ Volgende artikel
Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig
© Blizzard
Huis

Column: Overwatch 2 heeft juist nu een PvE-modus nodig

Liveservicegames en hero shooters waren in 2016 niet per se nieuw. Destiny ging al twee jaar hard, en hoewel nieuwkomer Overwatch erg goed ontvangen werd, trokken sommigen al snel vergelijkingen met Valve’s inmiddels oude Team Fortress 2. Toch wist de hero shooter van Blizzard een Game of the Year Award voor de neus van onder andere Uncharted 4: A Thief’s End weg te grissen. Het was een glorieus begin van een moeizaam traject.

In de afgelopen tien jaar onderging Overwatch grote veranderingen. Na een groot succes met ruim 50 miljoen totale spelers in de eerste drie jaar kondigde Blizzard in 2019 aan dat er een vervolg zou komen, dat ‘naast het originele Overwatch’ moest bestaan en uitgebreid werd met Player-versus-Environment-content. De 6-tegen-6 Player-versus-Player-gameplay waar Overwatch om bekendstaat, zou blijven bestaan en voorzien worden van dezelfde content in de twee games. Ook zou Overwatch 2 een exclusieve PvE-modus met een verhaallijn en skill-trees krijgen, waarmee ieder personage op zowel grote als subtiele wijze aangepast kon worden.

©Blizzard

Nee, toch niet

Wie Overwatch 2 sinds de early access-verschijning eind 2022 heeft gespeeld, weet dat daar maar bar weinig van is waargemaakt. Overwatch en Overwatch 2 werden ten eerste geen aparte titels: laatstgenoemde heeft de plaats van het origineel simpelweg ingenomen. Die verhaalmodus? Voor 15 euro kreeg je met de 1.0-release van Overwatch 2 in augustus 2023 toegang tot drie missies. Die verkochten niet goed genoeg voor Blizzard – volgens bronnen Bloomberg - waarmee de mogelijkheid van meer PvE-content direct werd begraven.

Het was toen zelfs al bekend dat de PvE-modus grotendeels geschrapt was, gezien de modus volgens regisseur Aaron Keller ‘de focus tijdens het ontwikkelproces van de game belemmerde’. Dat is geen vreemde redenering, maar PvE was wel juist datgene dat Overwatch 2… nou ja, Overwatch 2 maakte. Uiteindelijk was de lancering van de ‘nieuwe’ game vooral een grote update, met drie nieuwe personages, wat extra arena’s en een nieuwe 5v5-opzet in plaats van 6v6. Er stond nu slechts een ‘2’ achter.

©Blizzard

Een alternatieve toekomst

Recent werd aangekondigd dat Overwatch 2 het cijfer van de naam afknipt met het twintigste seizoen en dus weer gewoon Overwatch heet – we zijn dus weer terug bij af. Ik stapte zelf destijds op de Overwatch-trein door juist de belofte van PvE in het vervolg, en heb uiteindelijk pakweg 300 uren tussen beide games verdeeld. Hoewel ik naarmate de tijd vorderde wat uren in de competitieve modus stak, maakte het spelen met vrienden de ervaring écht vermakelijk.

Gezellig kletsen, schreeuwen tegen willekeurige teamgenoten en de mix van tactiek en variatie die de vele personages in Overwatch bieden: dat staat mij bij. Een PvE-modus waarin juist dat samenspel en de speelwijze van de verschillende heroes aan te passen zijn naar jouw speelstijl was een soort heilige graal, die uiteindelijk dus nooit verscheen. Dat is eeuwig zonde. De competitieve e-sportscene van Overwatch is al sinds het begin een belangrijk aspect van de game, dus ergens is het begrijpelijk dat het team dit niet uit het oog wilde verliezen.

©Blizzard

Maar juist in de laatste jaren zien we een interessante verschuiving naar PvE, of in ieder geval multiplayer-ervaringen die niet geheel om competitie draaien. Denk aan Helldivers 2 van een paar jaar terug, waarin vrienden en willekeurige spelers het opnemen tegen legioenen aan vijanden – en zelfs wereldwijd samen naar een doel werken. Of de explosie aan zogenaamde ‘friendslop’ games als Peak en Lethal Company, die geheel draaien om het samen uitvoeren van taken als een berg beklimmen of het verzamelen van schroot. Een game als Arc Raiders bevat daarbij ook PvP-elementen, maar staat ook bij omdat meerdere spelers samen kunnen komen om een gigantische robot te verslaan. Video’s waarbij spelers plots oude vrienden tegenkomen in de game tonen aan waarom PvE momenteel zó ontzettend leuk kan zijn.

De realiteit

Het is achteraf makkelijk te zeggen, maar de originele visie voor Overwatch 2 had best een prominente rol in het huidige gamelandschap kunnen bekleden. Met de aankondiging werden uitgebreide skilltrees getoond voor de verschillende personages waar Overwatch om bekendstaat.

©Blizzard

Een van Mei’s speciale vaardigheden is bijvoorbeeld het veranderen in een ijspegel, om zo health terug te verdienen en een paar seconden onverwoestbaar te zijn. Met een van de skills die getoond werd veranderde deze ijspegel in een ijsbal, waarmee ze op spectaculaire wijze door groepen vijanden kan kegelen. De PvE-modus had de potentie om een soort zandbak voor dergelijke ideeën en ingrijpende veranderingen voor het klassieke Overwatch te worden. Een speelsere mix van skills en samenwerking om juist die avonturen uit bijvoorbeeld een Helldivers 2 te nabootsen. De tactische teamgameplay had dan ook niet hoeven verdwijnen, het zou juist vet geweest zijn om met vrienden verschillende skills af te stemmen en los te laten op de robots van Null Sector.

Dat is nog zoiets: de lore en verhaallijn van Overwatch zijn ontzettend interessant, en had meer in de schijnwerpers kunnen staan met de PvE-insteek. Nog voordat ik de games überhaupt had aangeraakt, verslond ik de prachtig geanimeerde filmpjes van Blizzard en verhalen die ze voor de personages uitbrachten.

Watch on YouTube

Wat ik dan ook zie van de nieuwe update wringt met mijn gevoel. Ja, het lijkt erop dat Blizzard een inhaalslag maakt en sneller met nieuwe personages komt om de game fris te houden. Het wekt de indruk dat we weer terug zijn bij het ‘oude’ Overwatch, en dat de ontwikkelaar nog altijd een sterke hero shooter wil behouden nu concurrenten als Marvel Rivals het speelveld hebben betreden. Toch kan ik het niet laten om te fantaseren over hoe Overwatch meer had kunnen zijn dan een hero shooter.

De realiteit is dat het Overwatch-team geen goede balans wist te vinden tussen het bijhouden van de PvP- en competitieve scene van Overwatch en de ontwikkeling van de PvE. Zonde, want zeker in het huidige multiplayerklimaat, waar mensen steeds meer achterover lijken te hangen om met elkaar te spelen in plaats van tegen elkaar, had het originele Overwatch 2 perfect gepast.