ID.nl logo
Zekerheid & gemak

Woensdagmiddagreview: De nieuwe Nest Protect is domotica op z'n best

Laat het maar aan Nest over om van een saai huishoudproduct iets te maken dat je graag wil hebben. Nadat het bedrijf al een mooie thermostaat maakte, heeft het met de nieuwe Protect ook de rookmelder tot een echt hebbeding gemaakt.

De Protect is niet nieuw. Het was samen met de Nest-thermostaat één van de twee producten waarmee Nest in 2013 bekend werd. Inmiddels heeft het bedrijf ook nog een eigen IP-camera (de Nest Cam) gemaakt, en is het samenwerkingen aangegaan met andere camera-fabrikanten als Dropcam.

Nest lijkt zich daarmee het mantra aan te meten dat je beter één ding goed kunt doen dan veel dingen minder goed.
 

Upgrade

De eerste generatie Protects werkte prima, maar 'prima' kan altijd beter. De tweede generatie is dan ook een heel eind wat je mag verwachten van een upgrade. Het design is iets mooier, want hoewel de vierkante rookmelder nog steeds ronde hoeken heeft, zijn de randen nu iets ronder gemaakt zodat de Protect een minder blokkerige uitstraling heeft.
 

De Protect valt op, maar dat is niet erg voor iets prominents als een rookmelder

Het apparaat is vrij flink en valt op, maar dat is niet erg. Een rookmelder is belangrijk in ieder huis, en kan dan maar beter mooi zijn. Van de andere kant: Voor de prijs van € 109,- verwachtten we dat ook wel een beetje.

Opvallend is ook dat er een micro-usb-ingang op de achterkant van de Protect zit. Daarmee is het voor ontwikkelaars mogelijk om in het besturingssysteem van de rookmelder te duiken. Dat klinkt wat overdreven, maar het geeft goed aan wat de Nest is: Een echt domotica-product, dat het moet hebben van andere apps en gekoppelde IoT-producten.

©PXimport

Het uiterlijk

Bovenop (of eigenlijk onderop, want je hangt een rookmelder ondersteboven...) zit een grote ronde knop. Die knop gebruik je in eerste instantie om het apparaat in te stellen, en later ook om testen uit te voeren en om een brandmelding weg te 'klikken'.

Belangrijker is de gekleurde ring die om de ronde knop heen hangt. Die heeft een aantal kleuren: Blauw (bij het instellen), groen (controle), rood (bij brand) en geel (bij koolmonoxide).

Daarnaast is er een witte ring, die gebruikt wordt bij een functie genaamd 'pathlight'. Daarmee krijg je verlichting als je in het donker onder de rookmelder doorloopt. Die functie blijkt in de praktijk erg handig, zeker wanneer je 's nachts over een donkere gang loopt en je een automatisch nachtlampje wil hebben.
 

De werking

Bij brand klinkt geen hysterisch gejengel, maar een aangename vrouwenstem

We hebben het in de review gek genoeg nog niet eens gehad over of het apparaat wel werkt. Gelukkig leverde Nest ons een busje met kunstmatige rook mee (we wisten ook niet dat het bestond), waarmee we een paar brandveilige tests konden uitvoeren.

Als de Protect rook of koolmonoxide ontdekt, gaat er niet direct een hysterisch alarm af. In de eerste plaats klinkt een aangename, vriendelijke vrouwenstem. Daar is bewust voor gekozen, niet alleen omdat dat minder opgefokt is dan het gejengel van een rookmelder, maar ook omdat kleine kinderen eerder wakker worden van zo'n vrouwenstem dan van hard gepiep.

Bovendien vertelt de vrouwenstem je wáár de brand zich bevindt. Als je meerdere rookmelders aan elkaar hebt gekoppeld, hoor je op zolder de tekst "Pas op! Er is brand in de woonkamer." Dat maakt het zoeken naar de oorzaak van de brand een stuk simpeler.

Handig is dat de rookmelders in dat geval allebei op internet zijn aangesloten, maar ook zonder wifi-verbinding nog met elkaar kunnen communiceren via een eigen draadloos netwerk.

In tegenstelling tot de eerste Nest Protect kun je de tweede generatie niet uitschakelen met handgebaren - een fout in de software die ervoor zorgde dat de eerste rookmelder regelmatig uit het niets af ging. In plaats daarvan kun je op de grote knop drukken, of in de app klikken op een knop. Dat laatste is overigens niet mogelijk als er écht veel rook is, maar op dat moment gaat je brand ook wel verder dan een aangebrande tosti en kun je best een extra alarm gebruiken.
 

De installatie

Het instellen van de Protect is net zo eenvoudig als bij andere Nest-producten. In de app doorloop je een simpel stappenplan, waarbij je een QR-code scant en het apparaat koppelt aan je Nest-account. Als je een andere Nest-rookmelder hebt, kun je de apparaten aan elkaar koppelen (en dat is wel aan te raden), maar daarvoor moet je ook de oude rookmelder van het plafond halen om ook die QR-code te scannen. Geen onoverkomelijk probleem, maar we vragen ons af of dat niet wat makkelijker had gekunnen...

Het ophangen van het apparaat is ook redelijk eenvoudig. Je maakt een plastic ring vast met 4 schroeven en klikt de Protect daar in. We hebben zelf de versie met batterijen getest (6 x Lithium Ultimate AA), maar je kunt voor dezelfde prijs ook een bedrade Nest kopen.
 

De app

De bijbehorende app is handig en intuïtief

De Protect koppel je aan de speciale Nest-app, waar ook de andere Nest-producten als de thermostaat in worden bediend. De app geeft je een pushmelding als er rook, brand of koolmonoxide wordt gedetecteerd, en je kunt er onder andere de geschiedenis van je rookmelder in bekijken. Dat is niet heel spannend; in de praktijk vindt er iedere dag een check plaats of de batterijen het nog doen en of de rookmelder nog werkt. Die gegevens zie je in de app terug.

Daarnaast kun je zien wanneer de 'pathlight' is aangeweest. Daarmee heb je een geschiedenis van voornamelijk de momenten waarop je 's nachts uit bed bent geweest om naar het toilet te gaan, dus kun je je afvragen wat daar het nut van is.
 

©PXimport

©PXimport



De app is prettig vormgegeven en makkelijk te gebruiken. Je moet wel verplicht een (gratis) Nest-account hebben om van de producten gebruik te kunnen maken.
 

Works With Nest

Nest heeft goed begrepen dat alleen een rookmelder niet heel spannend is, maar dat het zelf geen complete slimme huiskamer kan bouwen. Het bedrijf (inmiddels in handen van Google Alphabet) heeft daarom een speciaal programma geopend genaamd 'Works With Nest', een open API waarmee andere fabrikanten hun IoT-producten kunnen laten samenwerken met de rookmelder.
 

De Protect is makkelijk aan te sluiten op slimme lampen of andere domotica

Een voorbeeld daarvan zijn de slimme Hue-lampen van Philips, die vanuit de app makkelijk aan elkaar te koppelen zijn. Dat betekent dat je je lampen rood kunt laten flikkeren wanneer er brand is, of dat je de lampen kunt uitschakelen wanneer de rookmelder merkt dat je niet in huis bent (via de bewegingssensor). Ook kun je de rookmelders aansluiten op sloten en boilers.

Bovendien is het mogelijk om de rookmelder te gebruiken in combinatie met IFTTT, zodat je ook allerlei leuke trucjes kunt uitvoeren met apps. Zo kun je automatisch een tweet plaatsen als er brand is, of (handiger) je buren een sms sturen.
 

Conclusie

De Nest Protect 2 kost € 109,-, wat een stevig bedrag is voor alleen een rookmelder. Zeker als je meerdere rookmelders in je huis wil hangen wordt de Protect een duur grapje. Je krijgt daarvoor echter wel een rookmelder waar je alle mogelijke functies uit kunt halen die je in een slimme rookmelder kunt vinden, en het apparaat misstaat bovendien helemaal niet aan je plafond.

Als je al een Nest Protect hebt hangen, is de tweede generatie geen upgrade waard. Maar als je een goede rookmelder zoekt en je hebt het geld, dan is de Protect de beste die je kunt kopen.

Fantastisch
Plus- en minpunten
  • Mooi vormgegeven
  • Werkt met veel andere domotica
  • Werkt samen met andere Protects
  • Erg duur
  • Opvallend (maar dat is smaak)

Ook geïnteresseerd in professionele beveiliging?

Vraag een offerte aan voor inbraakbeveiliging:

▼ Volgende artikel
Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?
© Dennis
Huis

Wanneer heb je HDMI 2.1 écht nodig (en wanneer is het weggegooid geld)?

HDMI 2.1 is de nieuwste standaard voor beeldoverdracht, maar lang niet iedereen heeft de extra bandbreedte ook écht nodig. Vooral voor gamers met een PlayStation 5, Xbox Series X of krachtige pc is het relevant. Kijk je alleen films of televisie? Dan volstaat de oudere aansluiting vaak prima. Wij leggen uit waar de grens ligt.

Als je momenteel op zoek bent naar een nieuwe televisie of monitor vlíegen de technische termen je om de oren. HDMI 2.1 wordt door fabrikanten en winkels vaak gepresenteerd als een absolute noodzaak voor een scherm dat klaar is voor de toekomst. Hierdoor ontstaat de angst dat je een miskoop doet als je kiest voor een model met de oudere HDMI 2.0-standaard. Toch is dat in veel Nederlandse huiskamers een misvatting, want de voordelen zijn nogal specifiek. Veel consumenten betalen onnodig extra voor een functie die ze technisch gezien nooit zullen activeren. Na het lezen van dit artikel weet je precies of jij die snelle poort nodig hebt, of dat je dat budget beter aan een groter scherm of beter geluid kunt besteden.

De kern van het probleem: bandbreedte

Het fundamentele verschil tussen de gangbare HDMI 2.0-standaard en de nieuwere 2.1-versie zit 'm in de digitale snelweg die ze bieden. Je kunt het zien als een waterleiding: door een 2.1-kabel kan veel meer water (of dus data) tegelijk worden gepompt (48 Gbit/s in dit geval) dan door de oudere 2.0-variant (die 'maar' 18 Gbit/s kan verwerken). Die extra ruimte is nodig voor 4K-beelden met een zeer hoge verversingssnelheid (120 beelden per seconde) of voor extreem hoge resoluties zoals 8K.

Een hardnekkige mythe is dat HDMI 2.1 het beeld altijd mooier maakt. Dat is onjuist. Als je naar een Netflix-serie kijkt in 4K, ziet dat er via een 2.0-poort exact hetzelfde uit als via een 2.1-poort. De kabel verandert niets aan de kleuren, de scherpte of het contrast; hij zorgt er alleen voor dat het signaal 'erdoor' past. Pas als er een file op de kabel ontstaat (omdat je te veel beelden per seconde wilt versturen) wordt de nieuwe standaard noodzakelijk. Zolang je dataverbruik onder de limiet van HDMI 2.0 blijft, voegt versie 2.1 niets toe aan de beeldkwaliteit.

Wanneer werkt dit wél goed?

HDMI 2.1 komt pas echt tot zijn recht als je de grenzen van beweging en snelheid opzoekt. Dat is vrijwel exclusief het domein van de fanatieke gamer. Heb je een PlayStation 5 of Xbox Series X in huis en wil je games spelen in de hoogste 4K-resolutie met 120 beelden per seconde (120 Hz)? Dan is een HDMI 2.1-aansluiting op je tv onmisbaar. Zonder deze poort blijft je console steken op 60 beelden per seconde, wat minder vloeiend oogt bij snelle shooters of racegames.

Ook pc-gamers met een zware, moderne videokaart (zoals de NVIDIA RTX 40- of 50-serie) profiteren hiervan als ze hun pc op de tv aansluiten. Naast de snelheid biedt de 2.1-standaard ondersteuning voor Variable Refresh Rate (VRR). Dat zorgt ervoor dat de televisie zijn verversingssnelheid continu aanpast aan de spelcomputer, wat haperingen en 'tearing' (waarbij het beeld in tweeën lijkt te breken) voorkomt. Daarnaast is er Auto Low Latency Mode (ALLM), een signaal waardoor je tv automatisch naar de spelmodus schakelt zodra je de console aanzet. Voor wie de maximale prestaties uit een moderne spelcomputer wil halen, is HDMI 2.1 dus een logische en eigenlijk verplichte keuze.

Oké, maar wanneer werkt dit níet goed?

Voor de gemiddelde kijker is de meerwaarde van HDMI 2.1 nagenoeg nihil. Kijk je voornamelijk lineaire televisie (nieuws, talkshows), sportwedstrijden, films op Blu-ray of series via streamingdiensten als Disney+ en Videoland? Dan kom je nooit in de buurt van de bandbreedte die HDMI 2.0 niet meer aankan. Films en series worden vrijwel altijd gemaakt en uitgezonden in 24, 30 of maximaal 60 beelden per seconde. Een standaard HDMI 2.0-aansluiting kan 4K-beeld op 60 Hz fluitend aan, inclusief HDR (High Dynamic Range).

Ook voor bezitters van een oudere of minder krachtige spelcomputer, zoals de PlayStation 4, de Xbox One of de Nintendo Switch, voegt de nieuwe poort niets toe. Het signaal dat deze apparaten uitsturen is simpelweg niet zwaar genoeg om de bredere snelweg nodig te hebben. Je koopt in dat geval een Ferrari om er vervolgens alleen maar mee in een 30-kilometerzone te rijden. Je betaalt voor capaciteit die ongebruikt blijft, terwijl je dat geld wellicht beter had kunnen investeren in een tv met een beter contrast of hogere helderheid.

Dealbreakers

Er zijn specifieke situaties waarin het blindstaren op HDMI 2.1 je keuze onnodig beperkt of zelfs leidt tot een slechtere aankoop. Dit zijn de harde grenzen:

Je zoekt een televisie in het budgetsegment. In de lagere prijsklassen is de term HDMI 2.1 vaak misleidend. Fabrikanten mogen de term soms gebruiken omdat de tv één specifieke feature ondersteunt (zoals ALLM), terwijl het paneel zelf technisch helemaal geen 120 Hz kan weergeven. Je koopt dan een tv met een 2.1-sticker, maar zonder het daadwerkelijke voordeel van vloeiend beeld. In dit segment is beeldkwaliteit altijd belangrijker dan het versienummer van de poort.

Je wilt alleen beter geluid via een soundbar. Vaak wordt gedacht dat je voor de beste geluidsoverdracht (eARC) per se een volledige HDMI 2.1-tv nodig hebt. Hoewel eARC officieel onderdeel is van de 2.1-specificaties, hebben veel fabrikanten deze functie ook toegevoegd aan televisies die verder gewoon op HDMI 2.0 draaien. Als je doel puur het doorsturen van Dolby Atmos-geluid is, is een volledige HDMI 2.1-poort dus geen harde eis, zolang eARC maar specifiek wordt vermeld.

Je kijkt puur films en series. Als je geen gamer bent, is er geen enkel scenario waarin HDMI 2.1 je kijkervaring verbetert. Het sluit een heleboel uitstekende oudere of goedkopere modellen uit die misschien wel een veel mooier OLED- of QLED-paneel hebben, maar niet de nieuwste aansluitingen. Beeldkwaliteit (zwartwaarden, kleur) wint het voor de filmkijker altijd van bandbreedte.

©DC Studio

Wat betekent dit voor jouw situatie?

Om de juiste keuze te maken, moet je kritisch kijken naar wat er in je tv-meubel staat of komt te staan. De vuistregel is eenvoudig: ben jij iemand die elke frame telt in een online shooter en heb je de hardware om dat te genereren? Dan moet HDMI 2.1 bovenaan je wensenlijst staan; zonder die poort knijp je de prestaties van je dure console af en mis je de soepelheid waarvoor je betaald hebt.

Ben je daarentegen een filmliefhebber die geniet van de hoogste beeldkwaliteit in HDR, of kijk je vooral sport? Richt je dan op het contrast, de helderheid en de kleurweergave van het paneel. Een kwalitatief hoogwaardig paneel met een 'oudere' aansluiting geeft een indrukwekkender plaatje bij films dan een middelmatige tv die toevallig wél een 2.1-aansluiting heeft. Laat je niet gek maken door het idee van toekomstbestendigheid als de beloofde toekomst niet aansluit bij jouw kijkgedrag.

Dus...

HDMI 2.1 is essentieel voor gamers met een PS5, Xbox Series X of krachtige pc die willen spelen in 4K bij 120 Hz. Voor filmkijkers, serie-bingers en tv-kijkers biedt de standaard geen zichtbare beeldverbetering ten opzichte van HDMI 2.0. De extra bandbreedte is puur bedoeld voor zeer hoge framerates die videocontent niet gebruikt. Kies alleen voor HDMI 2.1 als je hardware hebt die deze snelheid daadwerkelijk kan benutten. In alle andere gevallen is de kwaliteit van het beeldscherm zelf veel belangrijker dan het type aansluiting.

▼ Volgende artikel
Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?
© Wildlight Entertainment
Huis

Alles over Highguard - waarom heeft iedereen het over deze shooter?

Op 26 januari kan de wereld aan de slag met Highguard. Het lijkt erop dat iedereen weet wat Highguard is, terwijl tegelijkertijd ook niemand precies weet wát Highguard nou precies is. In dit artikel zetten we dus uiteen wanneer je de game kunt spelen, en waarom deze titel van Wildlight Entertainment zoveel aandacht krijgt.

Releasedatrum van Highguard

Highguard is vanaf vandaag, 26 januari, rond 19:00 uur Nederlandse tijd beschikbaar op pc, PlayStation 5 en Xbox Series X en S. De exacte releasetijd is nog niet bekend, maar vermoedelijk zal de game rond die tijd op alle platforms beschikbaar worden.

Daarbij is het spel free-to-play, dus je hoeft niets te betalen om Highguard te spelen. Daarbij ondersteunt de game crossplay en cross-save, dus je kunt de game samen met vrienden op andere platforms spelen en je progressie op andere platforms meenemen. Het spel is niet te preloaden, maar vereist op pc in ieder geval 25 GB aan beschikbare opslagruimte.

Met de lancering van het spel zendt ontwikkelaar Wildlight Entertaiment om 19:00 uur Nederlandse tijd ook direct een zogenaamde Launch Showcase uit op YouTube - ook hieronder te bekijken. De studio belooft in deze showcase een ‘deepdive in de gameplay’ van Highguard te tonen, de contentplannen voor het eerste jaar uit de doeken te doen en nog ‘veel meer’. 

Watch on YouTube

Wat is Highguard?

Aan team-based PvP heroshooters als Overwatch is geen gebrek, maar Highguard lijkt zich bij die groep te scharen. Het spel wordt ontwikkeld door Wildlight Entertainment, dat weer bestaat uit oud-ontwikkelaars van onder andere Titanfall en Apex Legends. Mensen die dus meer dan prima shooters in elkaar hebben gedraaid, waardoor de interesse toch ietwat gewekt wordt. 

Ieder team in de game bestaat uit drie zogenaamde Wardens, waarvoor verschillende personages gekozen kunnen worden. In de trailer zien we bijvoorbeeld een ridderachtige personage, die met een speciale vaardigheid elektrische stokken rond kan gooien. Ook is er een groot ijsmonster dat schijnbaar muren kan laten verschijnen, een soort cowboy met beestachtige klauwen en een personage dat met messen kan gooien. Ook heeft ieder personage schijnbaar toegang tot geweren om het vijandelijke team mee te bevechten.

Het doel van een potje is namelijk het vinden van de ‘Shieldbreaker’, een soort groot zwaard waarmee je de basis van de tegenstanders open kan breken en uiteindelijk overnemen. Wanneer dit lukt is het potje gewonnen. In de context van de game krijgt jouw team op die manier de controle over het continent. 

©Wildlight Entertainment

Waarom is er zoveel om Highguard te doen?

Wildlight positioneert de game in hun marketing als een “nieuw soort shooter”, maar veel spelers zijn op basis van de trailer nog niet overtuigd. Highguard doet qua opzet van de potjes wel een paar dingen anders dan hero-shooters als Overwatch en Marvel Rivals, maar zoals Concord in 2024 liet zien is de huidige markt voor dit subgenre binnen shooters redelijk verzadigd. Velen zijn simpelweg nog niet overtuigd dat Highguard daadwerkelijk iets vernieuwends met zich mee weet te brengen.

Dit valt ook te verwijten aan een opvallend gebrek aan marketing van de game. Zo’n anderhalve maand voor release hoorden we voor het eerst van Highguard, toen de trailer werd getoond als afsluiter van The Game Awards. Normaliter is de laatste aankondiging van die show een van de hoogtepunten, maar Highguard wist mensen niet te enthousiasmeren. 

De gesprekken rondom Highguard werden echter nog vreemder, toen opviel dat Wildlight geruime tijd niets meer plaatste op sociale media over de game. Na de initiële aankondiging van de game werd er wekenlang niets meer geplaatst op het X-account van Highguard, tot drie dagen voor launch - toen het bedrijf een countdown startte. Ook dit maakte het lastig om enthousiast te worden voor Highguard. 

©Wildlight Entertainment

In de afgelopen dagen doken er berichten en geruchten op die stelden dat Geoff Keighley - de presentator en oprichter van The Game Awards - Highguard specifiek had uitgekozen als afsluiter van The Game Awards, omdat hij hier wel iets in zag. Op 25 januari plaatste Keighley een gif op X, waarin John Hammond uit Jurassic Park zegt: “Over 48 uur accepteer ik jullie verontschuldigingen”. 

Natuurlijk gunnen we iedere game waar tijd en passie in heeft gezeten het beste, maar het is ook niet te ontkennen dat het verhaal rondom Highguard op zijn minst frappant te noemen is. Nou ja, vanaf 19:00 uur kunnen we het spel zelf onder handen nemen. Verwacht daarom binnenkort impressies op onze socials en ID.nl.